Koopstromen

De Goudse binnenstad doet het goed. De omzetten van de ondernemers in het centrum zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Dat komt naar voren uit het Koopstromenonderzoek Randstad 2004. Vorig jaar rolde er 241 miljoen euro in de kassa’s van de winkels, tegen 226 miljoen in 1999. Dat is 15 miljoen euro meer. Ten opzichte van 10 jaar geleden is zelfs sprake van een groei van 50 miljoen euro.
De omzetstijgingen zijn niet gebaseerd op cijfers van economen of gemeenten die zich willen profileren. In het onderzoek is de consument zelf gevraagd naar waar hij zijn boodschappen heeft gedaan.
De critici moet bij het lezen van de cijfers de schellen van de ogen zijn gevallen. Al een paar jaar lang klagen in Gouda ondernemers steen en been. De stad is slecht bereikbaar, hangjongeren jagen klanten weg van de Kleiweg, de recessie doet er ook nog een schepje bovenop. Het is armoe troef. Toch is dat klaarblijkelijk niet de mening van het publiek. Dat blijft kopen. En het parkeren krijgt toch nog een voldoende, al is het een mager zesje. Dat terwijl het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad ruim onder de maat is.
Hoe verhoudt de klaagzang van de ondernemer zich tot de kennelijke koopbereidheid van de consument? Natuurlijk, de cijfers geven een iets vertekend beeld. Er is wel sprake van een meeromzet van 15 miljoen euro over een periode van vijf jaar, maar producten zijn ook duurder geworden, deels door gestegen inkoopprijzen en deels door de gestegen lasten van de ondernemers. Meer omzet, hoeft dus niet per se alleen maar meer verkochte producten te betekenen. Maar Gouda blijft voor de eigen inwoners en anderen kennelijk een aantrekkelijk winkelgebied. De stad staat op de achtste plaats van Zuid-Holland en als de cirkel wat groter wordt getrokken tot de Randstad op de 13de plaats. Steden die boven de kaasstad staat, zijn allemaal gemeenten die van oudsher een grote aantrekkingskracht uitoefenen, omdat ze door hun schaal een grotere of breder winkelaanbod hebben. Denk aan het centrum van Rotterdam en voor de niet dagelijkse boodschappen aan Alexandrium. Van dat soort winkelgebieden zal Gouda het vermoedelijk nooit kunnen winnen, zo de stad zich al wil meten met de Rotterdamse binnenstad.
Gouda heeft kennelijk een aantrekkingskracht. Hoe komt dat? Is het de compactheid van de binnenstad? Dat zou kunnen. Alle winkels bevinden zich op loopafstand van elkaar. Is het het aanbod? Mmmm, dat wordt iets twijfelachtiger. De Kleiweg is rijkelijk bedeeld met filialen van landelijke ketens. Is het het historische karakter van het centrum? Daar is gedeeltelijk wat voor te zeggen. De Kleiweg en de Nieuwe Markt Passage zijn of ogen in ieder geval modern, maar wie op de Markt naar een winkel loopt, staat dankzij het stadhuis en de Waag oog in oog met Gouda’s verleden. Kan het ook zijn dat het publiek hier komt, omdat de enkele jaren geleden uitgevoerde herinrichting van de binnenstad kennelijk de bedoelde betere, luxe, aantrekkelijke uitstraling heeft gegeven?
Wat het ook is, de consument komt en blijft kopen, ondanks die vermaledijde hangjongeren. Of misschien wel juist omdat ondernemers en publiek mede hierom de handen in een hebben geslagen en met de eigen bewakingsgroep Burgers voor Veiligheid het publiek een veilig gevoel geven. En daar waar de ondernemer zoals gezegd klaagt over de magere parkeergelegenheid, staat de consument op zaterdag trouw een half uur in de file om een plekje te bemachtigen in de parkeergarage. Men wil kennelijk per se in de Goudse binnenstad inkopen doen.
Hoe dan ook, het Koopstromenonderzoek toont het ongelijk van de winkeliers aan. Het publiek koopt in Gouda. En daar gaat het toch allemaal om? Ondernemers moeten de uitkomsten van het onderzoek ter harte nemen en al hun inspanningen richten op plannen om nog meer publiek naar de binnenstad te halen en door positieve acties ervoor te zorgen dat diezelfde consument graag nog eens terugkomt. Ervoor zorgen dat het tot ziens na het afrekenen geen wanhoopskreet is, maar een welgemeende uitnodiging voor een volgend bezoek.