En…ACTIE!

Foto hierboven: © Sandra Zeilstra

Voor het eerst van mijn leven als figurant meegewerkt aan de opnames voor een tv-serie. Vermoeiend, veel wachten, maar ik had het voor geen goud willen missen. Elke keer als het ‘En…. ACTIE!  Klonk, was het ook echt in actie komen, samen met de vele andere figuranten.

De serie Koning van de Wallen van regisseur Tim Oliehoek draait om van de opkomst en ondergang van Casa Rosso-oprichter Maurits de Vries (Zwarte Joop) en biedt een uniek perspectief op het Amsterdamse Wallengebied in de naoorlogse decennia. De kijker volgt zijn reis van jonge Holocaustoverlever, zwervend door de straten van Amsterdam, tot het kopstuk van een seks- en gokimperium. Hij was de koning van een kleurrijke groep bewoners die de Wallen groot maakte, maar ging uiteindelijk roemloos ten onder door hoogmoed en paranoia.

Was erachter gekomen dat er figuranten werden gezocht via een bericht op Facebook. Zou er geen aandacht aan hebben besteed, ware het niet dat de opnamen van vrijdag 21 augustus en de dagen ervoor in Gouda waren. En nog wel om de hoek van mijn huis.

Bordeelbezoeker
Na aanmelding en het opgeven van de maten van mijn lichaam (van hoofd tot voeten) en het insturen van foto’s was het wachten op een besluit of ik ‘ingeloot’ was. Die e-mail kwam donderdagavond. ‘k Zou net als tal van andere figuranten (er waren er een stuk of dertig) de rol van voorbijganger en bordeelbezoeker vertolken.

De lange draaidag voor de tv-serie (melden om uiterlijk 11.30 uur en laatste opnamen kort na middernacht) begon met schminken en aankleden is broeken, overhemd, jasjes uit de periode eind jaren zestig/begin jaren zeventig.

Daarna begon het eerste wachten, tot de gehele figurantenploeg (onder wie een aantal kinderen) naar de ‘set’ ging: het deel van de Achter de Kerk tussen de stegen die vanaf de Dubbele Buurt en Markt naar de hoofdingang van de St.-Jan leiden. De pandjes tegenover de kerk waren voorzien van borden en rode lampen, waaruit je kon opmaken dat het om bordelen ging.

Gouda
Waarom de opnames hier en niet op de echte Wallen? Wel, het is daar in deze periode te druk met toeristen, dus was de weg afsluiten onmogelijk. Hier in Gouda werd overigens wel rekening gehouden met toeristen. Tijdens de (korte) pauzes van de opnames, konden bezoekers de St.-Jan (dat doordeweeks de functie van museum heeft) in- en uitlopen.

De figuranten werd geduldig en zeer duidelijk uitgelegd wat ze moesten doen. Langs de bordelen lopen, door raampjes naar binnen kijken of als klant mee naar binnen gaan, of juist naar buiten lopen. Met een fiets over de ‘Wallen’ gaan, noem maar op. Als je buiten beeld kwam, kreeg je na korte tijd een seintje om weer de andere kant op te lopen. En niet in de camera kijken, tenzij dat uitdrukkelijk werd gevraagd.

Het klinkt alsof het allemaal vlot achter elkaar doorgaat, maar in de praktijk is dat anders. Een scène moet tig keer over. Dan weer wachten tot de volgende opname (en steeds klonk uit de mond van de opnameleider dan ,,Stilte’’ en ,,En… ACTIE!’’  Soms, als de opnamepositie moest worden gewijzigd, werden we naar een grote partytent naast de kerk gedirigeerd, zodat de crew van de filmploeg ruimte had om alles om te bouwen.

Professionaliteit
Dat wachten bood me een goed inzicht in hoe het eraan toe gaat bij tv-opnames. Ik keek vol bewondering naar de professionaliteit van iedereen en de goede onderlinge samenwerking. Ik zag iemand met iets zwaars op zijn schouder lopen over de kinderhoofdjes , met aan de andere hand nog een karretje op wielen. Een collega van de man met alleen iets van een rol plakband snelde op hem af en nam het wagentje over. Ook het opbouwen en verplaatsen van alles verliep in mijn ogen zeer soepel.

Ook de begeleiding vanuit het figurantenbedrijf Door van Dooren Casting, was indrukwekkend. De dames van de kleding: petje af. Zelfs op de set werd nog even een knoopje aan mijn overhemd gezet, of werd nog even mijn stropdas nagekeken en noem maar op. De duidelijke opdrachten voor en tijdens de opnamen voor elke figurant waren zeer duidelijk. Het ging allemaal zeer relaxed.

De catering was prima geregeld. En toen we vrijdagavond nog tot na 23.00 uur in de Gouwekerk (het gebouw waar het omkleden, wachten en eten plaatsvonden) moesten wachten voor de laatste opnamen, werd ons als figuranten nog even gevraagd of we het nog volhielden.

En dan de ploeg van figuranten zelf. Bijna niemand kende elkaar (behalve misschien de paar Limburgers), maar hoe later het werd, hoe meer je het gevoel kreeg dat je één club was. Onderlinge gesprekjes, samen lachen tijdens het wachten. Het voelde zeer goed aan.

Vermoeiend
Natuurlijk was zo’n lange dag vermoeiend, maar dat voelde ik pas toen ik tegen 00.30 uur thuis kwam. Dat is een goed teken.

Ik kijk voortaan wel met andere ogen naar figuranten in een tv-serie of een film. Ik weet nu uit ervaring dat ze heel, heel vaak heen en weer hebben moeten lopen, voordat de regisseur of de opnameleider tevreden was met de opname.

Of en hoe vaak ik uiteindelijk in beeld kom in de serie, is uiteraard nog niet bekend. Nog lang niet zelfs. Koning van de Wallen wordt uitgezonden bij de VPRO in het najaar van 2027.

Het is me in elk geval zo goed bevallen dat ik me voor volgende week heb opgegeven voor nog twee draaidagen, in Amsterdam en Schiedam. Net als nu, hoor ik pas zeer kort voor de draaidag of ik opnieuw ben ingeloot. Afwachten dus.

43 miljoen liter bier in mijn stad

Dankzij Goudse Geschiedenisfestival zaterdag, heb ik nu een mooi beeld van de plek van mijn huis eeuwen en eeuwen geleden.

OK, er komt wat fantasie aan te pas, maar de nieuwe maquette van Gouda in het jaar 1150, heb ik me toch een beeld kunnen vormen.

Ik wist al dat wat we nu als stad kennen, ooit als ‘vlek’ is begonnen rond een verhoogd stuk grond (een ‘motte’), net ten zuiden van de St. Janskerk. Een deel van die verhoging is te zien in de tuin van de voormalige kosterswoning, naast het Catharina Gasthuis of Museum Gouda. Ik woon net aan de ander kan van de kerk en de maquette wil een beeld neerzetten van onder ander de bebouwing aan deze kant.

Ook al, zoals gezegd er een beetje fantasie voor nodig is, het is mooi om te kunnen zien hoe het er ongeveer uitgezien moet hebben op en rond de plek waar ik al 43 jaar woon.

De foto boven dit verhaal geeft de plek aan van de plek waar ik woon. De Markt moet je denken aan de onderzijde van de foto. Aan de bovenkant de loop naar de St. Jan. De andere foto toont de verhoging of Motte, de plek waar het eeuwen geleden dus allemaal is begonnen met Gouda.

De maquette was toeval vanmiddag. OK, ik wist dat die er stond in de St.-Janskerk, maar de details kende ik niet. Was gewoon geïnteresseerd in het geschiedenisfestival. Je leert altijd weer wat over de historie van je eigen stad en vooral de binnenstad.

Zo wist ik wel dat Gouda eeuwen geleden meer dan kaas faam genoot als bierstad. Niet dat de reputatie had van een Trippel, Westmalle, weissen, stout, of noem maar op. Bier was eeuwen geleden het enige dat voor schippers en hun bemanningen op de route Amsterdam – Vlaardingen kon worden ingeslagen.

0.0
Water uit de rivier kon je niet drinken zonder ziek te worden en melk als drinkbaar goedje kende men helemaal niet.
Om misverstanden te voorkomen. Het ging in Gouda niet om sterk bier, meer om kindertjesbier of (bijna?) 0.0. Het ging als ik het altijd goed heb begrepen meer om gekookt water met een smaakje. De hop in het bier zorgde voor de lange houdbaarheid.

In de kerk toont een kaart aan dat Gouda met kop en schouders uitstak als het ging om de productie (en dus verkoop) van bier.
Logisch. De schippers hadden meer dan voldoende tijd om voorraden in te slaan. De enige doorgang te water dwars door de stad in die tijd kostte een paar dagen. Het tijverschil tussen de Gouwe en de Hollandsche IJssel was groot en als het tij gelijk was (tweemaal daags), was er maar een half uur doorvaart mogelijk.

De ruim dertig (!) brouwerijen produceerden op jaarbasis (1480) ruim 43 miljoen liter bier. Ook al ging het om bijna 0.0, toch een flinke plas. Alleen Londen (1585) en Haarlem (1600/1620) kwamen daar bovenuit.

Stadsrechten
Genoeg over bier. Ook de rest van het zeer druk bezochte eerste Geschiedenisfestival mocht er zijn vandaag. Zeker als je nog niet zo lang in Gouda woonachtig bent en geïnteresseerd bent in lokale geschiedenis.

Over der eerste kloosters, Jacoba van Beieren, de Goudse glazen in de kerk (met een hoogwerker omhoog langs een van de ramen!), uiteraard kaas, Goudse pijpen, cholera en pokken, onderwijs, stadsuitbreidingen, de Tweede Wereldoorlog, de slappe bodem, de Marokkaanse gemeenschap, Erasmus, Coornhert, het stadhuis, de stadsrechten (1272, Graaf Floris V), de actie tot behoeden voor sloop van de Gouwekerk (foto krantenknipsel uit mijn eigen vroegere krant Rijn en Gouwe) en nog veel meer.

Bonus voor leden van de historische vereniging Die Goude (onder wie ik. Aanrader als je Gouwenaar bent: wordt lid!) was er nog een gratis exemplaar van het Goudse Geschiedenis Spel.

Los van dit cadeautje ben ik zeer te spreken over het festival en hoe het Gouds Geschiedenis Festival is georganiseerd. Gelet op de drukte deze zaterdagmiddag zeg ik: voor herhaling vatbaar!

Dineren in een sterrrenzaak

Vanavond – op uitnodiging – heerlijk gegeten bij Lizz in Gouda. Restaurant met een Michelinster. Nog nooit gegeten in een sterrenzaak, maar wat een feest was deze kennismaking.

Het gebouw – voormalig weeshuis – ken ik als Gouwenaar, maar bovenal in mijn werkzame leven als journalist. Deel van het rijksmonument was van 1973 tot 2014 de bibliotheek. Nu is het het hotelgedeelte van WSHS/Lizz. Het zuidelijk deel, waar we dineren, is jarenlang de ruimte waar de gemeente Gouda bijvoorbeeld plannen ter inzage legde. In beide delen kwam ik vaak.

Van de toch wat kille sfeer van die ruimten vroeger is niets meer te herkennen. Het restaurant is oogverblindend. Lizz mag dan een Michelinster hebben, van opsmuk of dikdoenerij is geen sprake. Je voelt je direct op je gemak.

Aziatische toets
Maar we kwam natuurlijk om te eten (klik hier voor een voorbeeld van het menu). Een waar feestje. Gerechten met hier en daar een lichte Aziatisch toets. Dat is het kenmerk van chef Remco Kuijpers. Los van die toets kenmerkt het menu zich door de Hollandse nuchterheid. En vooral veel smaak.

Voor de wijn was uiteraard mijn oudste zus E. aan zet. Ze heeft een zeer grote wijnkennis.
We komen uit op een Vosne Romanée uit de Cote d’Or. Die blijkt uitzonderlijk goed samen te gaan met de hertenrug (zie foto boven dit verhaal) die we als hoofdgerecht eten.

Anders dan in ‘gewone’ restaurants en eetcafés geen ober die om de vijf minuten bij je tafel komt om te vragen of alles naar wens is, of het smaakt en zo. Een verademing.

De ober houdt onze tafel wel goed in de gaten. Zonder dat we het moeten vragen of hem moeten wenken, komt hij op het juiste moment met de fles wijn langs om het glas bij te vullen.

Port
De kaasplank – je mag een selectie maken uit een rijk gevuld buffet – laat ik vergezeld gaan door een mooie vintage port Quinta do Noval, die uitstekend past bij de zachte kazen.

Bij de afsluitende koffie valt mijn keus op een prachtige malt whisky: de Bruichladdich Octomore van het Schotse eiland Islay.

Al met al een zeer genoeglijke avond om niet te vergeten. Dank lieve zus.

2 jaar eerste rang Kaarsjesavond

Het stadhuis op de Markt in Gouda wordt grondig gerestaureerd. De werkzaamheden beginnen in augustus en duren twee jaar. Dat heeft onder andere gevolgen voor Kaarsjesavond, of Gouda bij Kaarslicht, zoals het officieel heet.

Zolang ik aan de Markt woon (al meer dan veertig jaar) doe ik vrijwel elk jaar mee aan Kaarsjesavond. Uitzonderen waren de avonden dat ik moest werken.

Bewoners krijgen gratis kaarsen die in de bij de woning behorende standaards kunnen worden gezet. Voorwaarde is wel dat je de kaarsen aansteekt en de elektrische verlichting dooft. Samen met andere bewoners en ondernemers aan de Markt en uiteraard de gemeente (stadhuis, straatverlichting) zelf draag ik zo bij aan een feeërieke of sprookjesachtige avond.

Eén nadeel: als de kaarsen in mijn raamkozijn branden, kan ik de kerstboom niet zien, want mijn gezicht zou te dicht bij de vlammen van de twintig (!) kaarsen komen.

Ster
Dat zal de komende twee jaar anders zijn. Voor de grote restauratie van het stadhuis, wordt rondom dat rijksmonument een grote bouwplaats ingericht. Die neemt ook het complete marktplein voor het stadhuis (in Gouda beter bekend als de ‘ster’, vanwege het motief van de gekleurde keitjes) in beslag.

Op informatiebijeenkomst van de gemeente hoorde ik vanavond dat de kerstboom daar dus twee jaar niet kan staan. Het alternatief is het plein tussen het stadhuis en de Waag. Laat ik daar nou recht tegenaan kijken. Ik zit dus twee jaar eerste rang. Leuk!

Er zijn nog wat aanpassingen rond het stadhuis, maar die zijn – in elk geval voor mij – minder ingrijpend. Zo zal de schaatsbaan die na Kaarsjesavond verrijst, moeten uitwijken, want die kan niet rond het stadhuis worden aangelegd. Voor Dodenherdenking (het monument van Gouda zit in de westelijke zijgevel van het stadhuis), worden mogelijk een paar hekken voor die dag verwijderd. De kermis (wellicht wat kleiner) en de warenmarkt moeten wat inschikken.

Legenda bij de tekening hierboven: oranje vlak is het stadhuis. 1: de ‘ster’, waar de kerstboom altijd staat. 2: 2 jaar lang de alternatieve plek voor de boom. 3: het oorlogsmonument. 4: is eigenlijk net buiten de tekening en geeft de locatie van mijn appartement weer.

Levend leslokaal
Welk bouw- en restauratiebedrijf de klus mag klaren, is nog niet bekend. Er zijn vijf bedrijven die uit een voorselectie tevoorschijn zijn gekomen waarmee de gemeente in gesprek is. De ‘gunning’ is dus nu nog niet bekend en dus ook niet wat de prijs is die in rekening wordt gebracht bij het stadsbestuur.

Wel zijn twee mooie eisen gesteld aan de bedrijven. Een is dat het project een ‘levend leslokaal’ moet zijn, waarbij dus leerlingen van onderwijsinstellingen in Gouda en omgeving een mooie kans krijgen mee te werken aan een restauratieklus in hun eigen stad/regio.

De tweede is verduurzaming. Zo komt er een koude- warmteopwekking uit de grond rond het stadhuis. En het stadhuis wordt aardgasvrij.

De restauratie betreft niet alleen de buitenzijde van het rijksmonument. Ook de binnenkant wordt grondig onder handen genomen. Niet in de laatste plaats voor een nieuw of ander gebruik van het gebouw. En slijtage aan bijvoorbeeld vloeren wordt weggewerkt. Ook de wandbekleding in de trouwzaal wordt gerestaureerd.

Het duurt allemaal twee jaar zoals gezegd, maar dan heb je ook wat.

Genezen dankzij experimentele behandeling via konijn

Aardige voorstelling Lebbis bijgewoond, maar ik had – zeker in deze tijd – wat meer politieke grappen verwacht.

Lebbis, eertijds Lebbis en Jansen, associeer ik met actuele teksten waarin ministers en andere politici op de hak worden genomen. OK, niet het programma vol, zoals vroeger bij Wim Kan, maar toch…

In het begin van de voorstelling vanavond in de Goudse Schouwburg passeerden Pieter Omtzigt, Marjolein Faber en nog een paar wel kort de revue, maar daar was de kous wel mee af in de voorstelling Het Spaanse Kussen.

De rest van de voorstelling was zeker niet onaardig. Hij verhaalde van zijn – overwonnen – auto-immuunziekte Sclerodermie zo’n tie jaar geleden. Een levensbedreigende ziekte die het bindweefsel aantast.

Slopende pijn
Sibbel vertelt over zijn (lichamelijke) reacties tijdens de chemokuur en de experimentele stamceltransplantatie via een konijn, zijn verblijf in het ziekenhuis, de slopende pijn, enzovoorts.
Geen verzonnen verhaal, maar echt zijn beleving. Ook dat van het konijn. En niet alleen maar somberen, hij kon er humorvol over vetellen.

Al met al zeker geen onaardige voorstelling. Leerzaam ook. En misschien was ik door de naam Lebbis wel op het verkeerde been gezet.

Gewoon een avond met een gulle lach

In de Goudse Schouwburg vanavond de voorstelling van Bert Visscher bijgewoond. Geen zware kost. Gewoon lekker twee uur lachen om flauwe grappen die als Visscher ze vertelt toch heel leuk zijn. Ongenuanceerde ongein.

Natuurlijk met het bekende werk, waarbij mensen op rij 1 in zijn vertellingen worden betrokken. Vrouwen – ook zijn echtgenote – moeten het ontgelden. En geloof me, de vrouwen in de uitverkochte zaal lachen er misschien nog wel het hardst om.

Had de voorstelling geboekt, omdat enkele figuren uit zijn eerdere shows zouden langskomen.

Ter Haxel
Dus was er de begrafenisondernemer die uitleg geeft over een moderne doodskist.
En natuurlijk de stewardess (met het hoge gilletje) op het vliegveld van Ter Haxel, de vegetarische kok, Ken (van Barbie), de cursus bloemeschikken en de rolstoelveteraan, wiens zoon lid is van motorclub No Calender. Een feest der herkenning.

En daar tussendoor het geinen met het publiek. Pretentieloos, maar het werkte geweldig. Onbedaarlijk gelachen.

Alzheimer met humor

Weer een heerlijke toneelavond in de Goudse Schouwburg. Heerlijk omdat de gelauwerde Anne Wil Blankers een prachtige aan Alzheimer lijdende oma neerzet.

Realistisch, dat kan wel gezegd worden van de 84-jarige actrice in de rol van een oude(re) vrouw die een kleine galerie in New York heeft, maar zienderogen achteruit gaat. Haar familie kan er maar moeilijk mee omgaan. Je krijgt medelijden met die familie, maar meer nog met de grootmoeder die moeilijk met haar eigen verwarring lijkt te kunnen omgaan.

Galerie The Waverly (foto: Joris van Bennekom)

Galerie The Waverly is een aangrijpend maar ook hilarische tragikomedie van Kenneth Lonergan over de laatste jaren van een gulle en praatgrage grootmoeder Gladys Green. Door de ogen van haar kleinzoon (Daniel Cornelissen) zien we haar strijd. Ze vecht om haar onafhankelijkheid te behouden, maar ze doolt ook reddeloos en steeds paniekeriger over het podium. ‘Prachtig pijnlijk’ omschreef de Volkskrant dat eerder.
Gladys is gebaseerd op de grootmoeder van Lonergan, die daadwerkelijk een Waverly Gallery bezat in Greenwich Village in New York en worstelde met het verlies van haar geheugen.

Lachen
Alzheimer als het leidmotief in het stuk, maar dat betekent geenszins dat de opvoering van Galerie The Waverly zwaar is. Integendeel, er valt genoeg te lachen in het stuk hier in de vrijwel uitverkochte Goudse Schouwburg.

De mooiste bijrol vond ik die van de kleinzoon Daan, neergezet door Cornelissen, die het Amerikaanse stuk heeft vertaald.

Opsteker
Een aardig lijstje voor de 35-jarige acteur, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het voor hem een enorme opsteker moet zijn om in Galerie The Waverly samen te spelen met Anne Wil Blankers die al decennia op de planken staan en ook in veel films heeft gespeeld, onder andere in de rol van koningin Wilhelmina.

Ik ken hem niet, maar ik lees op Wikipedia dat hij al bekendheid geniet door zijn rollen in onder andere de jeugdtheaterproductie Bromance en Showponies van Alex Klaasen en films als Moos, De Zevende Hemel en Feuten, Het Feestje.

Vanavond was ze voor mij de koningin van het toneel. Als ze in bijna twee uur lang zo overtuigend een grootmoeder neerzet die aan een steeds erger wordend Alzheimer lijdt, ben je gewoon verbaasd als ze na afloop monter het theatercafé binnenstapt en met bezoekers aan de praat gaat. Hulde!

Met mijn neus bovenop de restauratie

Even met journalistieke de nieuwsgierigheid die ik gelukkig nog niet kwijt ben, vanmiddag me laten informeren in verhaal en beeld over de grondige verbouwing/restauratie van het stadhuis van Gouda.

Er gaat flink wat veranderen in het uit de vijftiende eeuw daterende rijksmonument tegenover mijn huis waar ik als stadsverslaggever zoveel uren heb doorgebracht op vooral de zolder waar de vergaderingen van de gemeenteraad werden gehouden.

Tijdens een presentatie door de historische vereniging Die Goude geeft het architectenbureau dat tekent voor het ontwerp en de miljoenen euro’s kostende restauratie, uitleg over nut en noodzaak.

Lift
Nut: nieuwe bestemmingen die mogelijk worden en ook toegankelijk – tot op de zolder – voor mindervaliden. Er komt een lift waarin zelfs een scootmobiel past. Het gebouw moet dan wel eigentijds worden, zonder afbreuk te doen aan het historische karakter. Zo krijgt het bovenplein (de entree naar de trouwzaal en de burgemeesterskamer) een spiegelplafond. De spiltrap die tot de zolder reikt, verdwijnt. Het betekend wel dat daar geen grote bijeenkomsten meer gehouden kunnen worden.

Nog iets wat verandert: prinses Beatrix verdwijnt uit de zaal. Het uit behang bestaande kunstwerk met portretten van haar, zal vrijwel zeker niet behouden blijven.

De entree van het stadhuis wordt voor het alledaagse gebruik verplaatst naar de ruimte onder het schavot, die ook een opknapbeurt krijgt. De huidige hoofdentree met de trappen aan de zuidzijde, wordt straks alleen nog gebruikt door bruidsparen en voor andere officiële gelegenheden.

Tijdens de restauratie zijn huwelijksvoltrekkingen in de trouwzaal (met die eeuwenoude wandbespanning (zie foto boven dit verhaal)  die ter gelegenheid van het bezoek aan Gouda in 1642 van Henriëtta Maria van Frankrijk, de vrouw van koning Karel I van Engeland, met haar dochter Maria Stuart en schoonzoon Willem van Oranje Nassau, de latere stadhouder Willem II werd vervaardigd.

Het zal voor de vele toeristen die Gouda elk jaar bezoeken, een teleurstelling zijn als ze mooie foto’s willen maken van een van Gouda’s bekendste monumenten.

Achterzetramen
Het gebouw wordt ook verduurzaamd. Dat betekent niet alleen een nieuwe klimaatsysteem, maar ook achterzetramen voor de glas-in-loodramen. Daar zit nog wel een uitdaging in, horen we tijdens de uitleg op de zolder. Want waar laat je al die kaarsjes die branden tijdens de jaarlijkse en duizenden bezoekers trekkende Kaarsjesavond…

Noodzaak: Ook de gevels worden onder handen genomen tijdens de restauratie. Er zitten scheuren in de muren, mede door roestvorming in de ankers die her en der in de muren zitten. Aan de noordzijde (kant van Etos en De Vlaam), moeten allen leien dakpannen vervangen worden. Al met al een ingrijpende aanpak, die meer dan het werk in het stadhuis zelf, zichtbaar zal zijn voor het publiek. Er zullen maandenlang steigers staan.

Aangevreten balk
Het is de eerste grote restauratie van het stadhuis sinds begin jaren vijftig van de vorige eeuw. Voor die renovatie heeft toenmalige burgemeester Karel Frederik Otto James samen met architect Ad van der Steur hard moeten knokken. Er kwam veel te weinig geld uit ‘Den Haag’, waar men kennelijk niet zo overtuigd was van de noodzaak van de restauratie. Met een stuk zeer aangevreten balk uit het stadhuis is James naar Den Haag getrokken, zette op een ministerie het blok op tafel en zei ‘zo erg is het stadhuis er aan toe’. Dat hielp.

De nieuwe restauratie is voor mij geweldig. Ik zit er met mijn neus bovenop. Vanuit mijn woonkamer kan ik de werkzaamheden aan de buitenkant goed gadeslaan. Ik kan niet wachten tot de werkzaamheden beginnen. Wanneer dat is, is nog niet helemaal duidelijk. Er wordt gegokt op ergens in 2025, maar de gunning aan een aannemer is nog niet rond.

Mijn keuze voor het nieuwe schouwburgseizoen

Mijn keuze voor het nieuwe theaterseizoen, met op het laatste moment nog een verrassende ontdekking in het genre muziek. Verderop in dit verhaal een toelichting daarop. En nu maar afwachten welke voorstellingen worden toegekend.

08/10: Antigone (toneel, Het Nationale Theater met Mark Rietman)
20/11: Dolf Jansen
12/12: Dilana Smith (rock zangeres)
19/12: Waverly Gallery (toneel, met Anne Wil Blankers)
28/01: Bert Visscher
13/02: Lebbis
20/03: BV Vastgoed (toneel, Toneelgroep Maastricht)

Ben groot liefhebber van toneel, dus blij dat ik weer drie zo op het oog stukken heb ontdekt in de brochure voor het seizoen 2024 – 2025 van de Goudse Schouwburg.

De eerste (en ook mijn eerste voorstelling in het nieuwe seizoen) op 8 oktober is Antigone. Een klassieke tragedie, gebaseerd op de Griekse mythologie. Het motto van het stuk: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen (maar wat is verstandig handelen?) en de goden niet tarten (maar wat is de goden tarten?). Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.

De tweede, op 19 december met Anne Wil Blankers, is Waverly Gallery. Een, volgens de omschrijving krachtig, aangrijpend en vaak hilarisch verhaal over de laatste jaren van gulle en praatgrage grootmoeder (Blankers). Zij is nog altijd eigenaresse van een kleine kunstgalerie en kampt met de nietsontziende ziekte Alzheimer. Het stuk vertelt over haar strijd om haar onafhankelijkheid te behouden en het effect van haar achteruitgang op haar familie,

Verkoopwedstrijd
De derde (en mijn afsluiting van het seizoen in de Goudse Schouwburg) is op 20 maart: BV Vastgoed door Toneelgroep Maastricht. zwarte komedie waarin mensen wanhopig strijden voor hun baan en bestaan in een wereld die draait om geld.
Op het makelaarskantoor BV Vastgoed worden de medewerkers door de directie onderworpen aan een verkoopwedstrijd. De twee beste verkopers krijgen een bonus, de rest wordt ontslagen. Dit zorgt ervoor dat er een strijd ontstaat waarin alleen de sterkste overleeft.

Ook in de rest van mijn keuze heb ik veel zin. Logisch eigenlijk, anders had ik de voorstellingen niet geboekt…

Dolf Janssen (20 november) is altijd goed voor een avond voor gulle lach en nadenken. Je moet wel constant alert zijn bij deze spraakwaterval.

Dolf vraagt zich in deze oudejaars voorstelling Ongewone Nederlander af: als de gewone Nederlander bestaat, hoe ziet dat er dan uit, qua kleding en kapsel en wat er op je barbecue ligt. En, zeker zo belangrijk, wat betekent het als je het níet bent? Als je niet aan De Normen Der Gewone Nederlander voldoet…? 

Veel is nu nog niet bekend. Hij haakt uiteraard in op de actualiteit zoals het nieuwe kabinet, de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten en tja, daar is nu nog weinig over bekend.

Rockzangeres
Dan de verrassing dit seizoen voor mij: de Zuid-Afrikaanse rockzangeres Dilana Smith (10 december).

Nooit van haar gehoord, maar ze gaf een kort optreden afgelopen maandag tijdens de seizoenprestatie in de schouwburg. Wat een leuk mens en wat een stem.

Een optreden met nummers van onder andere Tina Turner, Janis Joplin of Cyndi Lauper. Tussen de nummers door vertelt ze in een charmante mengelmoes van Nederlands, Engels en Zuid-Afrikaans over opmerkelijke paralellen tussen haar roerige leven en dat van haar heldinnen.

Waar ik ook ongelooflijk naar uitkijk, is Bert Visscher op 28 januari. Hij heeft een tijd niet in de theaters gestaan, maar keert terug. Met deels een terugblik, lees: oud materiaal. Van Barbie Ken tot bloemschikken en van de klushoek (de helm !) tot de stotterende man van motorclub No Calendar..
Samen met nieuwe idioterie en materiaal dat het nooit heeft gehaald. Visscher: ,,Het moet het wel een typische Visscheravond worden.’’

Nog één avond cabaret dit nieuwe seizoen, op 13 februari: Lebbis. Over het programma is nu nog niet meer bekend dan de titel: Spaanse kussen. Geeft niet, ik laat me graag verrassen.

UPDATE 6 juni: Trouwfeest op 20 november. Dus avondje Dolf Jansen gaat niet door. Ik weet het, wat is er nog leuker dan een avondje Dolf Jansen. Maar ik wil de bruid niet teleurstellen…

IJskoude nostalgie met toch warme herinneringen

Herinnering uit mijn jeugd is nu te zien in Museum Gouda. De al lang gesloten ijssalon Italia is hier een beetje nagebouwd. Het is dat ik niet meer snoep, anders zou ik zo weer aan een echt Italiaans ijsje willen likken…

Italia was de enige zaak in Gouda in mijn jeugd waar echt ijs, dus Italiaans werd verkocht. In supermarkten en dergelijke waren alleen waterijsjes te koop. Een echte traktatie was dus een ijsje bij de ijssalon van de familie Agnoli op de Markt.

Kan me niet veel van de smaak van het ijs herinneren, wel de inrichting, met tafeltjes en stoelen, de brede toonbank. En lopend over de Markt kon je de ijssalon niet missen, want de grote lichtreclame met de naam Italia lokte je er vanzelf naar toe. Het verhaal gaat dat op feestdagen als – toen nog – Koninginnedag er een flinke rij mensen stond te wachten om naar binnen te kunnen.

IJscoupes
Op de kleine tentoonstelling in het dit jaar 150 jaar bestaande Museum Gouda, komt dat weer een beetje tot leven. Pure nostalgie. Uiteraard hangt het grote lichtbak van de gevel er, maar ook prijslijsten, tafeltjes en stoelen en een vitrine met tal van ijscoupes uit de ijssalon. Een aantal voorwerpen is naar het museum gekomen na een oproep in AD Groene Hart, de krant waarvoor ik tot eind vorig jaar journalist was.

Zwart-wit foto’s laten zien hoe de zaak er decennia geleden uit zag. Agnoli kwam in 1939 naar Gouda als vluchteling van de armoede en het fascistische regime.

De ijssalon was alleen van het voor- tot het najaar geopend. De wintermaanden bracht de familie toen de democratie in Italië was hersteld, door in het moederland. Italia sloot in 2002, nadat de laatste eigenaar Danilo Agnoli om gezondheidsredenen niet meer terugkeerde naar Gouda. Hij overleed op 25 januari van dit jaar op 79-jarige leeftijd in Italië.

Smaakverschil
Wat rest zijn nieuwkomers die ook traditioneel Italiaans ijs verkopen. Volgens sommige Gouwenaars haalt dat ijs het niet bij die van Italia, maar dat lijkt me een boude bewering. Na zoveel decennia kun je dat smaakverschil echt niet merken.

Een van de Italiaanse oud-werknemers van Italia verkoopt overigens in de zomerperiode nog steeds ijs. ‘Opa Antonio’, zoals hij bekend staat’, is met zijn ijskar dan te vinden bij de Reeuwijkse Plassen. Zodra hij voor het eerst in het nieuwe zomerseizoen wordt gespot, gaat zijn aanwezigheid al snel rond via Twitter en Facebook.

De tentoonstelling in Museum Gouda is nog tot 27 oktober te bezoeken.