Schepping van de aarde, maar dan niet volgens de Bijbel

Stond al even op mijn museumlustlijstje: Metamorfosen, in het Rijksmuseum. Mooie, samenhangende tentoonstelling met fraaie schilderijen en beelden. Uiteraard rijk voorzien van verwijzingen naar het gedicht Metamorfosen, van de Romeinse dichter Ovidius (voluit Publius Ovidius Naso, 43 v Chr – 17/18 n Chr).

Een tentoonstelling als deze in het Rijksmuseum in Amsterdam kent veel voordelen. Uiteraard de samenhang van de getoonde werken (veel inzichtelijker dan losse schilderijen en beelden in een museum) en je kunt als bezoeker kennis nemen van werken uit musea in andere landen, soms ook uit gesloten particuliere verzamelingen.

Wat dat betreft is Metamorfosen zeker geen teleurstelling. De teksten van tweeduizend jaar oud zijn eeuwenlang een inspiratiebron geweest voor kunstenaars. De werken in deze tentoonstelling tonen een doorsnede. Er zijn werken te zien van wereldberoemde kunstenaars als Titiaan, Caravaggio en Bernini, maar ook hedendaagse kunstwerken, zoals de reusachtige spin van Bourgeois.
Op tekstbordjes bij de werken, wordt de relatie tussen schilderij/beeld en Metamorfosen duidelijk uitgelegd.

Grote neus
Van Ovidius zelf is, behalve zijn bewaard gebleven werken, weinig bekend. Vermoed wordt dat zijn naam Naso er op duidt dat hij een grote neus had.

Metamorfosen is niet zomaar een dichtbundel. Het telt niet minder dan vijftien boeken. Het is één lang dichtwerk. Elk boek bestaat uit ongeveer acht- tot negenhonderd verzen of dichtregels. Daar kun je dus als latere kunstenaar je wel inspiratie uit halen.

Dat geldt bijvoorbeeld over de schepping van de aarde in de visie van Ovidius, dus niet Bijbels. De schepping begint in Metamorfosen met het totale niets. Dan komt een ‘onbekende godheid’ (woorden van Ovidius) die de aarde vormgeeft met de vier elementen: water, vuur, lucht en aarde. Uit chaos ontstaat orde en begint de schepping.

Apollo
Het wordt fraai verbeeld in een schilderij van de Brugse kunstenaar Finson. De vier figuren draaien om elkaar heen. Het ziet er uit als ene gevecht. Als ‘eerbetoon’ aan de auteur is er ook het schilderij Triomf van Ovidius van Nicolas Poussin (noooooit van gehoord).

En ook van diens hand, de inspiratie van de dichter. Een dichter, vermoedelijk Ovidius, knielt neer voor de god Apollo, die hem uit een gouden beker laat drinken als teken van goddelijke inspiratie.

Ook indrukwekkend is het doek Apollo van Giovanni Luteri (Dosso Dossi). Het toont Apollo, met in de verte de vluchtende Daphne. Amro’s pijlen hebben de twee uiteen gedreven.

Maandagochtend
De tentoonstelling (nog te bezoeken tot en met 25 mei) is heel populair. Ik had van een suppoost al eens de tip gekregen dat je om rustig het aanbod van het Rijksmuseum in ogenschouw te nemen, je het beste op maandagochtend kunt komen en dan liefst zo vroeg mogelijk. Ben er vandaag om tegen 11.00 uur en de tentoonstellingsruimte in de meer naar de oosten vleugel is barstensvol kunstliefhebbers.

Denk dat is voor eind volgende maand nog maar een keer ga, maar dan extra vroeg…

Omringd door de reformatie

Als gereformeerde ben ik nooit in dé stad van de reformatie, Genève, geweest. Nu als lid van de Presbytery of international charges (classis) van de Church of Scotland voor de vierde keer. Dus me in mijn vrije tijd daar even ondergedompeld in de geschiedenis van de kerkhervorming. Op bezoek bij Calvijn, Luther, Knox en Zwingli.

Nou, in het museum dan. Op steenworp afstand van het gebouw van de Schotse kerk, Auditoire de Calvin, bevindt zich het Museum der Reformatie. Indrukwekkend.

Het is het enige niet aan een religie gebonden museum dat gewijd is aan de geschiedenis van zowel de Reformatie als het protestantisme. Schilderijen, objecten (onder andere een drinkbeker van Calvijn, foto rechts), boeken, gravures en audiovisuele presentaties zijn te bewonderen in meer dan tien zalen. Hoogtepunten zijn onder andere twee schilderijen van Luther van Lucas Cranach, een brief van Calvijn en een van Dietrich Bonhoeffer.

Convent
Het museum is gehuisvest in de Maison Mallet, een gebouw dat in 1723 werd gebouwd op de exacte locatie van het voormalige Convent van Saint-Pierre. Het was hier dat de bevolking van Genève besloot de Reformatie te adopteren op 21 mei 1536. 

In het museum is een goede uitleg van het begin van de reformatie. Maarten Luther die in zijn 95 stellingen afrekenden met het verdienmodel van de katholieke kek.

Veel aandacht voor de personen van de reformatie, zoals Calvijn. En hoe het juist Zwitserland is waar het echte werk begon. Hier wisten de kerkhervormers zich veilig voor de katholieke kerkleiders (gesteund door rooms-katholieke vorsten onder leiding van de jonge keizer Karel V) die niets moesten hebben van de lieden die voor hun inkomstenbron (de aflaten) gevaarlijk waren. Ook tegen de verering van heiligenbeelden verzetten de hervormers zich fel. Dat leidde uiteindelijk tot de Beeldenstorm (1566).

Synode van Dordrecht
Veel aandacht voor de Bijbel in allerlei talen, daar waar die voorheen alleen in het Latijn beschikbaar waren. Ook de opbouw van de kerk – met onder andere aandacht voor de eerste synode van Dordrecht in de zomer van 1574 – komt aan bod. Geen kerk meer die vanaf bovenaf werd bestuurd, maar van onderop. Het calvinisme kreeg weerklank in de Nederlanden, Zwitserland, Schotland en Frankrijk (Hugenoten) en werd via het kolonialisme geëxporteerd naar Amerika en zuidelijk Afrika. Zag in het museum dat nergens zoveel van de in Frankrijk vervolgde Hugenoten zich vestigden in Nederland (70.000).
Kortom, een paar welbestede uren.

Bijzonder is de muziekkamer, met een glas-in-loodkunstinstallatie (foto rechts) waardoor de kamer aanvoelde als een caleidoscoop terwijl je naar verschillende muziekstukken luisterde. Het museumbezoek besloten met een – ja echt – Calvijnbiertje.

De rest van het weekeinde in Genève voornamelijk besteed aan vergaderen. Mijn eigen commissie voorgezeten, die van het moderamen (dagelijks bestuur) en de algemene zittingen.

In de lunchpauze op zaterdag in het zonnetje even naar de Wall of Reformation (2009) geweest en ook even naar de haven, met de fontein (Jet d’Eau) met een 95 meter omhoog spuitende fontein. Zie foto boven dit verhaal.

Auditoire de Calvin
De vergaderingen waren uiteraard in het kerkgebouw van de Scots kirk Geneva, het Auditoire de Calvin (oorspronkelijk Notre-Dame-la-Neuve Chapel). Voor mij toch een beetje zie als de ‘hoofdzetel’ van de reformatie. Vanaf 1536 onderwees Calvijn hier zijn volgelingen.

Het kerkgebouw werd ook gebruikt door de Schotse kerkhervormer John Knox, tijdens zijn verblijf in de jaren vijftig van de zestiende eeuwen. Hier was hij de predikant voor de Engels sprekende kerkelijke gemeenschap. Bijzonder dat dit tot op de dag van vandaag een Engels sprekende gemeente is.

Ruim een eeuw geleden is het sterk vervallen auditorium grondig gerestaureerd. Vanaf 1959 kon er weer worden gekerkt. In 2009 toen de vijfhonderdste geboortedag van Calvijn werd gevierd, werd een actie opgezet voor een nieuw orgel. Dat werd in 2014 in gebruik genomen. Hoe het klinkt? Zie het filmpje hieronder: de Canon in D van John Pachelbel, gemaakt aan het slot van de kerkdienst die werd gehouden aan het slot van het classisweekeinde.

Marmeren beeld dat niet af is

Voor het eerst van mijn leven een beeld van Michelangelo gezien. En ik hoefde er niet voor naar Florence in Italië, maar naar Haarlem. Daar, op 1,5 meter afstand stond ik oog in oog met ‘Apollo-David’ van de beroemde Italiaanse beeldhouwer.

Een buitenkansje, want de beelden van Michelangelo Buonarroti (1475 – 1564) zijn maar op weinig plekken buiten Italië te zien en voor Nederland is het zelfs de eerste keer.

Dat het juist in het Teylersmuseum in de Noord-Hollandse hoofdstad is te zien, is niet toevallig. Het museum beschikt over meer dan twintig tekeningen van Michelangelo; veel zijn voorstudies voor latere schilderen en beelden.
De Italiaanse tekenaar, schilder, poëet, architect en sculturo (beeldhouwer) wilde het mannelijk (jongens)lichaam zo perfect mogelijk weergeven, dus met de juiste onderlinge lichaaamsverhoudingen, de spieren, billen, schouders, enzovoorts. Zijn specialiteit dus.

Ben al eens eerder in het Teylersmuseum geweest, maar kan me de tekeningen niet herinneren. Voor de tentoonstelling De mannen van Michelangelo (waar een voorbereidingstijd van zeven jaar aan vooraf is gegaan!) zijn ze met bruiklenen uit internationale musea (en zelfs een uit de privécollectie van koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk) samengebracht in twee zalen, min of meer gegroepeerd rond het 1,5 meter hoge beeld Apollo-David.

Dubbele naam
Hoewel alles indrukwekkend is om te zien, is het marmeren beeld uit het Museo Nazionale del Bargello in Florence het meest imposant.
De dubbele naam verwijst naar het lange tijd onduidelijk zijn of het nu de Griekse god Apollo moest voorstellen, of de Bijbelse figuur David.
Kunsthistorici gaan er heden ten dage van uit dat het Apollo moet zijn, maar de dubbele naam is behouden.

Bijzonder is, had ik voor ik besloot naar Haarlem te gaan al gelezen, dat het beeld uit circa 1530 niet af is. Zo te zien haalt de jongeman een pijl uit een koker die over zijn schouder hangt. Zie foto boven dit verhaal. Maar pijl en koker ontbreken.

Sixtijnse kapel
Niet verloren gegaan in de loop der eeuwen. Het beeld van wit marmer (een materiaal waar Michelangelo vaak mee werkte) is gewoon nooit afgemaakt. Terwijl Michelangelo aan Apollo-David werkte, kreeg hij de opdracht voor het schilderen van de Sixtijnse kapel (waaronder Adam die met zijn vinger bijna de hand van God aanraakt) in Rome. Een eervollere opdracht.
Als ik weer eens in Rome ben voor een vergadering, toch maar daarheen.

Doet niets af aan de geslaagde tentoonstelling van het Teylersmuseum, dat ik vandaar bezoek met zus E. en een vriendin van haar. En nog net op tijd, want de tentoonstelling is nog tot en met komende zondag te bezoeken.

Twee rondes door de tentoonstelling gedaan, met tussendoor bijpraten onder het genot van een kopje koffie in het gezellige museumcafé. Blij dat ik de tentoonstelling heb bezocht.

Kerststal in Utrecht ipv Bethelem

Als protestant, of nog erger een jongen uit de ‘school van Calvijn’, hoor ik weinig te hebben met kerststallen (zóóóó katholiek!), maar deze in het Catharijneconvent in Utrecht bekeert iedereen.

De kerststal – of eigenlijk twee – in de kerk naast het museum zelf is deze periode tot en met 11 januari te bezoeken en is echt indrukwekkend. Je kijkt je ogen uit.

Het is dan ook geen gewone kerststal. Je kent dat wel: Jozef, Maria, het kindeke, wat herders, de drie koningen met hun cadeaus, ergens in een gebied dat Bethlehem moet voorstellen. Zie foto boven dit verhaal.

Dan deze. Twee panorama’s, achterin de kerk. Het zijn Napolitaanse voorstellingen. Vernoemd, inderdaad, naar Napels waar dit soort voorstellingen hun bron hebben. Het bekende kersttafereel, maar dan met als decor de Italiaanse stad.

Winkel van Sinkel
In deze kerk dus met een vertaling naar Utrecht. In de ene grote vitrine is de Domtoren het decor, in de andere de Winkel van Sinkel in dezelfde Domstad.

Je kijkt je ogen uit. Zoeken naar Maria met baby Jezus, de drie Koningen met hun geschenken, gelardeerd met bijvoorbeeld engelen die rond de Domtoren zweven.

Elke keer dat je kijkt, zie je weer iets nieuws. Soms heeeel kleine details. Idd tot in detail uitgewerkt.

Olifant
En ik ken het niet uit het Bijbelverhaal over de geboorte van Jezus, maar in een van de twee vitrines zie je een olifant.

Je ziet ook bijvoorbeeld mensen aan een tafel met eten daarop. Onder de tafel maar je moet het maar net zien, een muis… En kijk, daar vlucht Maria te paard met haar kind naar Egypte, zie foto hierhoven.

Grappig. Het Catharijneconvent afficheert de tentoonstelling als ‘De mooiste kerststal van Nederland‘. Volgens mij heeft het museum hier een punt.

Hoe leuk mijn wervende verhaal hier ook, je moet het met eigen ogen zien. Dus als je tijd hebt: ga naar Utrecht.

Twee musea op één dag

Twee musea op één dag. Ja, maar ze zijn in Venlo dan ook op steenworp van elkaar te vinden.

Had al sinds de aankondiging in het Limburgs Museum in mijn agenda gezet dat ik naar de tentoonstelling Bourgondiërs in Limburg wilde gaan. Voel mezelf wel een Bourgondiër als het op lekker eten en drinken (niet noodzakelijkerwijs in die volgorde) aankomt.

De dubbele betekenis van de naam komt goed tot uiting in de tentoonstelling (nog te bezoeken tot eind januari). De oorsprong is te vinden in de tweede helft van de vijftiende eeuw als drie generaties Bourgondiërs: de roemruchte hertogen Filips de Goede, Karel de Stoute en Maria de Rijke de dienst uitmaken in wat we nu de provincie Limburg noemen.

Hun verhalen worden verteld in woord en via audiotour en via prachtige kunstwerken, waaronder mooie schilderijen. Met bruiklenen uit musea als het Louvre, Versailles, Berlijn en het Nederlandse Rijksmuseum.

En ook een uitleen van het Koninklijk Huis: de keten die – toen koningin – Beatrix kreeg bij haar benoeming in 1985 tot lid of ridder in de uit 1430 daterende Orde van het Gulden Vlies..

En op verschillende schilderijen ook aandacht voor St. Joris die als ridder de draak versloeg. Altijd mooi om te zien, want diezelfde heilige met de draak siert ook het herdenkingsmonument voor de Tweede Wereldoorlog in de westgevel van het stadhuis in mijn woonplaats Gouda.

Thematisch
Voor de keten als voor enkele schilderijen andere tentoongestelde werken geldt: dat je ze zelden of nooit in Nederland ziet en al helemaal niet thematisch zoals hier in het Limburgs Museum.

Bijzonder is ook het Banket van de Fazant. Een tafel vol rijk uitgestalde (nep) gerechten op een tafel. Zie foto boven dit verhaal. En je mag aanschuiven. Je mag nergens aankomen, maar toch apart. Je leest op een scherm de grootse eden die ridders aflegden op een levende fazant.

Dat we aan de rijk gevulde tafel de tweede betekenis van Bourgondiërs te danken hebben, wordt wel duidelijk.

Fabeldieren
Het tweede museum dat ik vandaag bezoek: Van Bommel van Dam, is pas begin november op mijn lijstje gekomen. Las in de Volkskrant een verhaal over de expositie Fantastische Wezens. Fabeldieren.

Vooral het tegen de grond geplaatste grote, huilende medusahoofd (fluweel, katoen en schuimplastic) van Susanna Inglada imponeert.

Mooi is ook video met de Lamassu, een moderne weergave van de gelijknamige beschermgod en poortwachter uit het Assyrische rijk. Kunstenaar Wouter Oosterholt baseerde zijn versie op de eind negentiende eeuw door jezuïeten uitgehouwen beeld in een mergelgrot bij Maastricht. In de video (zie onderdaan) ‘wandelt ’de Lamassu door de straten van Maastricht.

Had na binnenkomst in dit museum even in de namen van de tentoonstellingen vergist en belandde eerst bij de expositie Mysterious Universe. Een reis door de kosmos. Ben er snel uitgekeken, de meeste werken kunnen me niet bekoren.

En ook vervelend bij de entree in dit deel van het museum: de vrijwilligster wil me te nadrukkelijk wijzen op wat ik kan zien en lijkt bijna beledigd als ik haar aanbod de brochure mee te nemen afwijs. Zelfs mijn ,,misschien straks’’ brengt daar nauwelijks verbetering in.

Leo Gestel
In een van de ruimtes nog wel geconfronteerd met mijn werk voor AD Groene Hart. Ik kom schilderij tegen van Leo Gestel. Al overleden, maar geboren in Woerden. En over hem, of eigenlijk rond enkele van zijn werken, heb ik verhalen geschreven.

Geen onderdeel van de tentoonstellingen, maar wel een heel leuk bijzonder weetje aangetroffen bij de lift in dit in het voormalige postkantoor ondergebrachte museum. Op de deuren op elke verdieping wordt uitleg gegeven, waarom het zo lang duurt voor de lift arriveert. ,,De lift is niet defect. Hij is relaxed”.

Hieronder een filmpje van een lichtwerk Cosmic Call van Gabriel Lester uit 2015  dat me wèl kon bekoren. Er gebeurt iets vrolijks in in deze video-installatie. En na de in mijn ogen saaie schilderijen is dit een verademing.

En hieronder een deel van de video Lamassu die door de straten van Maastricht wandelt.

Middagje knikkeren

Batsers, stuiter, bolder, bonk, bikkel, bull, bam, tienteller, bolleket, reuze bonk, mega reus, super bonk, mammoet, supermega, keizerbonk. Wie zeggen die namen nog iets? Knikkers. Inderdaad. In Museum Cobra in Amstelveen zijn het de kleine versies, maar het spelen ermee is ook voor volwassenen groots.

In het museum, waar ik nog nooit was geweest, zijn ze onderdeel van de tentoonstelling De Cycloop. Zeven kunstenaars zijn er met ieder een installatie die op hun eigen manier ingaat op beweging, mechaniek of kettingreactie met een knikker. 

Bij de entree krijg je één glazen knikker in de hand gedrukt. Die is bestemd voor de installatie van Atelier Van Lieshout die een mens voorstelt. Knikker in de mond. Die gaat via het poepgat naar buiten en verdwijnt in een kist, waarna ie er fijngemalen als glasgruis uitkomt.

De tentoonstelling draait om plezier: om het spel, het raken, het rollen en botsen. Maar ook om te ervaren wat materiaal doet: hoe vorm en zwaartekracht samenwerken, hoe toeval en controle elkaar afwisselen.

Trampoline
Bijzonder is de installatie van  Zoro Feigl. Een groot rond, zwart doek gaat op en neer, heen en weer. Piepkleine knikkers gaan door trillingen alle kanten op. Spontaan, of als ze worden losgelaten door een magneet in het midden. Het heeft wel iets van een trampoline. Heel eenvoudig (hoewel, je moet er maar op komen…), maar je blijft kijken.

Minstens zo leuk is de lange grote houten knikkerbaan, waarbij je zelf de knikkers in de juiste positie kunt brengen om ze naar beneden te laten razen. Ja, een tentoonstelling waar je je handen niet achter de rug hoeft te houden.

Was nog nooit in dit museum geweest, laat staan in Amstelveen. Maar het is de gemeente waar ik paar dagen heb overnacht in verband met een internationale vergadering in Amsterdam. En als pensionado kun je op donderdag al vroeg die kant uitrijzen, koffer in hotel te droppen en dan naar het museum te gaan.

Wie de knikkerbanen zelf wil aanschouwen en wil spelen, kan nog tot medio januari terecht in Museum Cobra.

Kort filmpje van enkele van de installaties in het museum:

Beeldige kijk op Koninklijk Paleis

Was al eens eerder in het Koninklijk Paleis in Amsterdam geweest. Leuk om de mooie vertrekken te zien, maar het meest onder de indruk was ik toch van de beelden die het paleis domineren. Niet in de laatste plaats de Vierschaar. Nu met de tentoonstelling over de ‘huisbeeldhouwer’ Artus Quellinus me verdiept in de erken.

De tentoonstelling in de ruimten rond de Burgerzaal, biedt een fraai overzicht van de ontwerpen of voorstudies en toonmodellen in terracotta en de uiteindelijke werken. En daar blijft het niet bij, In de overzichtstentoonstelling rond Quellinus (1609 – 1668) zijn ook topstukken uit musea, kerken en privécollecties uit tal van landen bijeengebracht.

Niet alleen veel kleine werken of ontwerpen zijn te bezichtigen. Bijzonder indrukwekkend zijn de meer dan manshoge topstukken. Zoals het heiligenbeeld van Petrus (met omgekeerd kruis en de kraaiende haan) uit de Antwerpse St.-Andrieskerk en de fontein van Pallas Athene uit Museum Kurhaus Kleve. Het was een cadeau van het stadsbestuur van Amsterdam aan prins Johan Maurits. Ze sierde als fontein zijn park in Kleef (Kleve).

Belangrijkste beeldhouwer
Wat van ver komt is lekker, maar het leukst vind ik vandaag toch de tientallen terracotta (gebakken klein) voorstudies (‘bozzetto’) voor de beelden die in het paleis te zien zijn.

Quellinus heeft ze niet voor het paleis gemaakt, maar voor het stadsbestuur van Amsterdam, want het monument op de Dam (van de hand van architect Jacob van Campen) had van oorsprong de functie van stadhuis.
Het stadsbestuur wilde pronken met zijn functie en gaaf Quellinus zo te zien de vrije hand. Niet verwonderlijk. Hij was zowel in Vlaanderen – waar hij vandaan kwam – als in de Nederlandse Republiek de belangrijkste beeldhouwer van zijn tijd. 

De tentoonstelling is mooi opgezet, want een aantal van die voorstudies zijn geplaatst bij de uiteindelijke marmeren beelden in het paleis. Zoals dat van Saturnus die zijn zoontje vasthoudt (en daarna zou opeten omdat voorspeld was dat hij door een van zijn kinderen zou worden gedood). Een schilderij met hetzelfde thema van Peter Paul Rubens diende als inspirtatie.

In een vitrine is het toonmodel te zien en een zachte schijnwerper attendeert de bezoeker op het uiteindelijk resultaat in de muur er achter.

Mooie uitleg ook bij een aantal werken als het gaat om de inspiratie van Quellinus. Zo is het Salomonsoordeel (in de Vierschaar, waarover straks meer) ter herleiden naar een schilderij dat Peter Paul Rubens maakte voor het stadhuis van Brussel. Wel met een aanpassing. In Rubens’ schilderij zit koning Salomo links en kijk je schuin in de scene. Quellinus ‘draaide camera’ en zette Salomo in het midden.

Afgeknipt haar
Als je de werken van Quellinus ziet, snap je wel waarom het Amsterdamse stadsbestuur destijds (rond 1650) het oog op hem heeft laten vallen. De personages en (fantasie)dieren, of ze nu groot zijn of klein, lijken je echt aan te kijken, of zo uit een muur te stappen. Ontroerend mooi.

En hij had oog voor details. In het beeld Simson en Delila (de vrouw in het Bijbelverhaal die Simsons lange haar  afknipt zodat hij zijn kracht zou verliezen), zie je op de grond het afgeknipte haar liggen…

Het licht der beelthouwerye onzer eeuwe’, zo noemde de dichter Joost van den Vondel zijn tijdgenoot. Vondel vergeleek hem zelfs met Phidias, de beroemdste beeldhouwer uit de Griekse oudheid.

Het paleis heeft aan werken van Quellinus niet te klagen. Voor wie de naam toch niets zegt, kent wel het van buiten altijd zichtbare beeld van zijn hand: Atlas die de wereld draagt, hoog boven op het dak van het paleis.

Het meest indrukwekkend binnen is toch wel de Vierschaar, beneden. De Vierschaar was de ruimte waar in een publieke ceremonie de doodstraf werd uitgesproken. Tegen de achterwand geven drie grote reliëfs voorbeelden van goede rechtspraak. Hoogtepunten zijn de levensgrote vrouwenfiguren die Straf en Berouw verbeelden en de dramatische reliëfs, waaronder het eerder genoemde Bijbelse verhaal Zie de foto boven dit verhaal.

Het Oordeel van Salomo:
>> Twee vrouwen die samen in een huis woonden, hadden ongeveer gelijktijdig een zoon gekregen. De ene baby was gestorven. Beide vrouwen eisten het levende kind op. Ze vroegen Salomo een oordeel te vellen. Er was geen mogelijkheid om aan te tonen wie de waarheid sprak. Salomo stelde voor het levende kind in tweeën te hakken en de helften eerlijk te verdelen. De ene vrouw was bereid dat te aanvaarden, de andere maakte bezwaar en zei dat ze het kind liever levend in handen van de andere vrouw zag. Salomo concludeerde dat de tweede vrouw de echte moeder was en gaf haar het levende kind.<<

Dodenmasker
De werken van Quellinus worden omgeven met dat van zijn leerlingen, onder wie Rombout Verhulst. Van hem is onder andere het gipsen doodsmasker van Michiel de Ruyter te zien, dat hij als voorbeeld gebruikte voor het praalgraf voor de zeeheld in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, pal naast wat nu het paleis is.

Quellinus blijkt een belangrijke inspirator te zijn geweest voor de beeldhouwkunst in de tweede helft van de zeventiende eeuw in wat toen heette de Republiek der Nederlanden en daarbuiten.

Dit alles zelf zien? De tentoonstelling Artus Quellinus, beeldhouwer van Amsterdam is nog te bezoeken tot het einde van deze maand. Een aanrader. De Museumkaart is geldig.

Nostalgische treinrit

Nostalgische treinrit vandaag. Nee, geen stoomtrein, maar de ‘Muis’, de trein waarmee ik midden jaren zeventig dagelijks pendelde van Gouda naar Amsterdam.

Vorig jaar me best vermaakt bij de Open Treinendagen van het Spoorwegmuseum, dus bij het zien van de aankondiging besloten weer te gaan. En hé, nog een extra onderwerp op het bulletin: een treinrit van het Spoorwegmuseum naar Amersfoort en terug.

Het blijkt te gaan om een treinstel van de Mat ’46, elektrisch materieel dat vanaf 1946 is gebouwd. Bijgenaamd Muizenneus, vanwege de spitse neus.

Kende ze wel als kind, als we als gezin eens naar opa en oma in Rotterdam (mijn geboortestad) gingen. En ik herinner me een vakantie met mijn ouders en zus naar Valkenburg (Limburg) via Utrecht. Opstappen in Gouda en blijven zitten tot de eindbestemming.

07.10 uur
Maar de dagelijkse ritten kwamen vanaf oktober 1975, in het begin van mijn journalistieke carrière in Amsterdam. De rechtstreekse trein naar de hoofdstad voerde (en nog steeds) via Woerden en Breukelen naar Amsterdam CS. Stipt vertrek om 07.10 uur.

Het betekende wel twee extra stops in de weilanden. fly-overs voor treinen bestonden nog niet, of nauwelijks. Dus om ter hoogte van Harmelen linksaf richting het spoor naar Amsterdam te gaan, moest gewacht worden op het passeren van een tegemoetkomende trein uit Utrecht. En verderop gebeurde dat nog eens, om op het spoor van Utrecht naar Amsterdam te komen. Elke dag moest het boemeltje hier wachten.

Roken
Het was de tijd dat er nog gerookt mocht worden in de trein (en dat gebeurde ook), maar gelukkig konden de raampjes in de Mat ’46 open… Het uitzicht bleef elke dag hetzelfde, alleen de seizoenen veranderden. En gelukkig had je de zwart-wit foto’s van steden en dorpen aan de wanden van de coupés.

Nadat ik mezelf een auto had aangeschaft (dat klinkt heel wat, maar het was de oude Daf 55 van mijn vader), pakte ik nog maar sporadisch de trein naar Amsterdam.

Maar vandaag dus weer een ritje met treinstel 273. In Amersfoort mocht je kwartiertje uitstappen om foto’s te maken van het exterieur. Maar dat had ik in Utrecht al gemaakt. In afwachting van de terugreis dus maar volop alle details van het interieur weer in me opgenomen.

Het exterieur wijkt wel af, ontdekte ik. ‘In mijn tijd‘, was de trein groen, met alleen een gele bies op de neus. Maar oorspronkelijk en ook deze museumtrein heeft een rode bies. Het mag de pret niet drukken. Pure nostalgie. Niks mis mee.

Tornado: nieuw zicht op Rotterdam

Gelokt door de vormgeving van de uitkijktoren boven de honderd jaar oude havenloods San Francisco, vandaag koers gezet naar wat nu het Kunstmuseum Migratie heet, in Rotterdam.

Weet niet of ik de enige ben, maar het museum zelf is tweede keus voor mijn bezoek aan Fenix op Katendrecht. De echte aandachtstrekker is het futuristisch vorm gegeven, zilverkleurige uitkijkplatform Tornado. Al van afstand van het museum kan het niet worden gemist. Het heeft iets weg van een glijbaan in een zwemparadijs, maar vanaf de begane grond in het museum is hetde ‘huls’ van het trappenhuis tot bovenin.

Maar eerst het vorige week door koningin Maxima geopende museum zelf. De 130 meter lange loods uit 1923 stond al decennia leeg en heeft nu een nieuwe functie. Van binnen aangepast aan de functie museum, maar de oude constructie is wel goed zichtbaar gebleven.

De ruimten zijn niet volgestouwd met kunst (behalve dan het ‘Kofferdoolhof’ op de begane grond), waardoor de tentoon gestelde werken goed tot hun recht komen. Hetzelfde gevoel heb ik altijd in Beelden aan Zee in Scheveningen, je krijgt er geen claustrofobische gevoelens.

Bus
Het meest tot de verbeelding sprekende object in de openingstentoonstelling op de eerste verdieping, is de bus van de Amerikaanse kunstenaar Red Grooms. Klein, dus een voor een naar binnen om te kijken en foto’s te maken. Leuk detail is dat je naast een vrouw die zich staande lijkt te houden door haar hand in een lus boven haar hoofd te steken, kunt staan. Jouw hand ook in een lus en dan op de foto… Heb ik uiteraard ook gedaan en rondgestuurd via de socials.

Bijzonder is ook een deel van de Berlijnse Muur. En bij het zien van giga grote blauwe slippers kun je een glimlach niet onderdrukken. Alles goed zichtbaar, want het museum kent grote, hoge ramen, dus er kan veel daglicht naar binnen.

Het Kofferdoolhof op de begane gronde bleef je het best met de audiotour. Bij een aantal de zeer vele gestapelde koffers, krijg je het verhaal achter de koffers, of eigenlijk de eigenaar ervan te horen.
Al met al een mooi museum, waar je een uitgebreid beeld krijgt van migratie is al haar facetten.

Maar zoals eerder in het verhaal geschreven, ging het me vandaag vooral om de Tornado van de Chinese architect Ma Yansong, het uitkijkplatform op het dak. Via twee deels in elkaar overlopende trappen kun je omhoog. Een klim, maar door de vormgeving zijn die klim en later de afdaling zeer leuk. En voor wie het toch teveel moeite is, is er een lift.

Holland Amerika Lijn
Een nieuwe manier om op 22 meter hoogte over een deel van Rotterdam uit te kijken. Van de Euromast tot de Erasmusbrug, de Nieuwe Maas, uiteraard het iconische gebouw van de Holland Amerika Lijn. Onder je zie de containerschepen varen, net als de rondvaartboten van d Spido en de watertaxi.

Dat ik juist vandaag hier ben, is geen toeval. Het is schitterend weer, dus bepaald geen straf om dik een uur hier van het uitzicht te genieten. Zal dus vast nog wel een keer gaan.

Nu kost het je nog vijftien euro, maar volgens de website zal uiteindelijk ook de Museumjaarkaart hier geldig zijn.

Hieronder nog een filmpje, gemaakt vanaf het uitkijkplatform van de Tornado.

Breaking waves in 86.000 driehoekjes

Stond al een paar weken op mijn lijstje en vandaag erheen: Braking waves in museum Beelden aan Zee. Indrukwekkende installatie van Nederlandse kunstenares Ana Oosting. Eén, ruimte vullend werk; het verveelt geen moment. En het is nog wel haar eerste grote museale solotentoonstelling. Petje af!

Nooit van Oosting gehoord, maar zag de aankondiging van de tentoonstelling en die had gelijk een grote aantrekkingskracht op mij. Het echt is veel mooier dan de foto’s bij de aankondiging en ook de foto hierboven. Zie onderaan het filmpje om echt een indruk te krijgen van het continu bewegende kunstwerk.

Heb het wel vaker dat de omschrijving van kunst me te zweverig is. Ook nu weer. Dit van de website van Beelden aan Zee:

Het werk van de Nederlandse kunstenaar Ana Oosting (1985) benadrukt de onderlinge verbondenheid van alle levende wezens, zowel menselijke als meer-dan-menselijke entiteiten. Haar benadering reikt verder dan de levende wereld. Met behulp van uiterst nauwkeurige patronen van zorgvuldig gemaakte, herhalende ‘waterbom-vouwen’ laat zij haar materialen tot leven komen. Ze belichaamt het idee dat zelfs niet-levende materie kan reageren en handelen, in plaats van slechts een object te zijn dat aan de menselijke wil onderworpen is. Oosting maakt werk met materialen, in plaats van werk van materialen. 

Draak
Het zal wel. Ik wil er gewoon van genieten. En daarin word ik niet teleurgesteld. Tien lange rijen papieren… ja wat? Het lijkt wel een in wit uitgevoerde draak van het Chinese Nieuwjaar. Maar het zijn de golven van de zee. Tien rijen, die bewegen of zweven door katrollen die aan het plafond van de grote tentoonstellingszaal hangen.

Niet zomaar wat bewegende rijen. Er is een studie aan vooraf gegaan met hulp van de TU Delft over hoe golven ‘werken’.
En dus zie je achteraan de langzaam en breed bewegende golf en vooraan de golf die hoog boven de rest uittorent, versterkt door de weerstand van de bodem van de zee.

In een filmpje in een zijzaal vertelt Oosting (1985) over de achtergrond van het project en vooral over hoe ze het concept heeft uitgewerkt. En wat je in de zaal uiteraard niet ziet, toont de film hoe die tien rijen golven hier zijn geplaatst. Dat alleen is al een kunstwerk op zichzelf.

Vouwtechniek
Over het vouwen van het dikke papier in samenvallende driehoeken is lang nagedacht. Deze uitvoering is niet iets dat Oosting alleen heeft gedaan. Dat zou ook wel veel werk zijn geweest, want opgeteld zijn het 86.000 driehoekjes. Leuk extraatje van het museum: op een tafel liggen vellen dik papier, waarmee je zelf aan de slag kunt met vouwtechniek.

Denk dat ik voor 8 juni als de tentoonstelling eindigt nog wel een keer deze installatie gaan bewonderen. En dat zouden jullie ook moeten doen. Het is sowieso geen straf Beelden aan Zee te bezoeken. De tentoonstellingen hier zijn altijd zeer verrassend.

Hieronder het beloofde filmpje.