Kreeg bericht dat afgelopen maandag de Rev. Alan Ramsay is overleden. Hij was in 182 de allereerste predikant van de Church of Scotland die ik ontmoette. Met zijn hartelijke ontvangst in de kerk in Fort William is misschien wel het zaadje geplant voor mijn overstap zo’n 20 jaar later naar de Scots Church in Rotterdam.
Het was in 1982 mijn eerste vakantie in Schotland. Samen met vriend H-W P. reisden we rond en belandden we voor een weekeinde op de camping in Fort William. Op zondag ondernam H-W de tocht naar de top van de Ben Nevis, de hoogste berg van Schotland. Mij leek dat ik te veel van het goede had en ik toog naar de kerk.
Het was de MacIntosh Memorial Church aan de Fassifern Road (nu een klimcentrum). Het hartelijke welkom bij binnenkomst en aan het begin van de dienst was ik niet gewend in mijn oude kerk in Gouda. Tijdens de koffie/thee na afloop was er ruimte om leden van de kerkelijke gemeente te ontmoeten en dat was al net zo hartverwarmend.
Verbluft Logisch dus dat ik het jaar daarop daar terugkeerde. ,,Maar ik ken u toch, u was hier toch vorig jaar ook?’’ kreeg ik te horen toen ik mij voorstelde. Ik was verbluft. Het maakte wel dat ik elk jaar hier terugkeerde. Een paar jaar later werkte ik mee aan de kerkdienst (deed de Schriftlezing).
Er ontstond een vriendschap tussen Alan Ramsay en mij. En ook met zijn vrouw Lin. Elke zomer even bijpraten. Na zijn emeritaat in 2007 bleef die band behouden. Altijd even bijpraten in hun nieuwe woning; er lunchen. Aan het einde van elk jaar kwam er een brief met hun wetenswaardigheden en hun hoop voor het nieuwe jaar.
Motoragent Alan kon smakelijk vertelde hoe hij met zijn gezin op autovakantie was geweest in Nederland – ver voor ik hem leerde kennen – en hij in Gouda een motoragent om hulp had gevraagd om de A12 te bereiken.
Verheugd reageerde hij toen ik in een jaar vertelde dat ik, al overgestapt van mijn kerk in Gouda naar die in Rotterdam, ouderling was geworden en afgevaardigde naar de classis (Presbytery).
De laatste jaren ging zijn gezondheid achteruit en ruim een jaar geleden belandde Alan in een verpleeghuis in Ballachulish. Daar heb ik hem in juli vorig jaar nog opgezocht.
Dat hij is overleden stemt mij verdrietig. Ik put hoop uit zijn woorden dat hij gereed was om te sterven. ,,He had expressed his wish to be with Christ for some time’’, schreef Lin me gisteravond.
Uiteraard zal ik tijdens de eerstvolgende vakantie in Schotland Lin met een bezoek vereren en samen nog eens terugdenken aan Alan. Schotland, Alan Ramsay, de Scots International Church Rotterdam blijven voor mij altijd met elkaar verbonden.
Het rijke verleden van mijn kerk in Rotterdam levert steeds weer nieuwe informatie op voor mij. Dit keer een link met de ramp met de Titanic. Interessant, want zo heb ik de komende twee zaterdagen weer wat nieuws t vertellen tijdens Heilige Huisjes, de Rotterdamse ‘indikking’ van Open Monumentendag met uitsluitend gebedsbuizen.
Heb me al vaak afgevraagd wie die mevrouw Reuchlin is wier naam op een gevelsteen van ons kerkgebouw aan de Schiedamse Vest staat. Zij heeft de eerste steen gelegd op 13 november 1951 voor de nieuwbouw, nadat ons vorige gebouw aan het Vasteland dat zo’n 250 jaar dienst had gedaan bij het bombardement vrijwel volledig was verwoest.
Agatha Reuchlin – Elink Schuurman was gehuwd met jonkheer Johan George Reuchlin, wiens vader mede-oprichter was van wat later is gaan heten de Holland Amerika Lijn (HAL).
Titanic Eind 1911 of begin 1912 werd hij uitgenodigd mee te varen (1e klasse!) op de eerste vaart met passagiers van de Titanic, om met eigen ogen te zien hoe de moderne passagiersschepen er uit zouden komen te zien.
Wel, iedereen kent het verhaal: die Titanic verging met man en muis (op een paar uitzonderingen na) toen het tijdens die eerste vaart op een groot ijsschots botste. Ook Reuchlin overleefde die beroemdste scheepsramp uit de scheepvaartgeschiedenis niet.
Van George Reuchlins band zelf met mijn kerk heb ik (nog) niets kunnen achterhalen. Zijn vrouw/weduwe was echter al verbonden aan de Schotse kerk sinds haar kinderjaren. Ze was, staat vast, lid van de zondagsschool.
Hart en ziel Hoe hecht de band met de kerk nog was, bleek wel uit een brief van de toenmalige predikant Rev. Irwin Brown aan haar. Een passage in het boek ‘Reuchlins reis’ (2023) dat ik in de bibliotheek in Gouda tegenkwam meldt dat hij al kort na de ramp haar voormalige klasgenoten van de zondagsschool op bezoek had gehad. Hij verzekerde haar dat ze haar van harte steunden. ‘Ik kan u verzekeren dat ze met hart en ziel met u meeleven.’
Er werden inzamelingsacties gehouden (‘Titanic Fonds’) voor de families van de slachtoffers of mogelijk alleen voor de familie Reuchlin, maar dit kan niet uit documenten die ik een paar weken geleden onder ogen kreeg, worden afgeleid. Er werd flink gedoneerd. Omgerekend naar nu, was een bijdrage van ruim 250 euro pp/gezin geen uitzondering.
De weduwe Reuchlin bleef kennelijk een band onderhouden (misschien ging ze zeker als weduwe ook wel hier ter kerke) met de Schotse kerk en werd ze in het najaar van 1951 gevraagd om de eerste steen te leggen voor de nieuwbouw van de kerk. Een van de foto’s daarvan staat hiernaast/-hierboven (afhankelijk van het platform waarop je dit leest).
Agatha Reuchlin overleed in 1960, bijna 50 jaar nadat haar man om het leven was gekomen bij de ramp met de Titanic. Dankzij de gevelsteen is zij voor altijd verbonden met mijn nog steeds bestaande en levendige kerk.
Geen van mijn college-ouderlingen in de kerk kon naar de General Assembly van de Church of Scotland gaan. Dus heb ik me maar weer opgeofferd. Geen straf natuurlijk. Ondanks de vele vergaderuren toch wat tijd gevonden om weer even van het centrum van de Schotse hoofdstad te genieten.
De General Assembly (synode) wordt elk jaar gehouden in de maand mei. Dit keer vier in plaats van zes dagen. Dat betekende de eerste dag – vrijdag 15 mei – wel direct vol aan de bak, want er was ook een avondzitting ingeroosterd. Dus van 10.00 – 21.00 uur. Met pauzes, dat wel, maar toch…
De voorzitter of Moderator wordt elk jaar gekozen. Hij of zij kiest zelf een thema dat op verschillende momentencentraal staat. De voorzitter voor 2026 is de Rt. Rev. Gordon Kennedy en hij heeft gekozen voor. ‘Walk in all His ways’, naar Deutronmium 10, vers 12.
Niet alle rapporten van de verschillende commissies zijn interessant voor mijn kerk in Rotterdam en de zusterkerken in voornamelijk Europa. In Schotland zijn bijvoorbeeld alle predikanten in dienst van de centrale kerk en die is ook eigenaar van alle kerkgebouwen.
Aalmoezeniers In internationaal verband (‘Presbytery of International Charges’) moeten de kerken hun eigen broek ophouden. Wij betalen dus onze eigen predikanten (wel volgens richtlijnen van de centrale kerk_) en beheren ons eigen kerkgebouw en de pastorie. Dus een onderwerp als ziekteverzuim heeft geen betrekking op de predikanten buiten Schotland. Hetzelfde geldt voor het rapport over en van de aalmoezeniers in het Britse leger. Die aalmoeziers zijn ook in vol ornaat aanwezig tijdens dit debat.
Eén onderwerp van de Church of Scotland was desondanks zeer interessant en leerzaam: het slavernijverleden waarin ook de kerk een belangrijke rol heeft gespeeld. De slavernij heeft de centrale kerk geen windeieren gelegd. Klik hier voor het rapport en de tekst van de Excuses (in het Engels).
Plantages Kort samengevat profiteerde de Kerk op twee verschillende manieren. Ten eerste ontvingen veel individuele ministers en kerkenraden donaties van personen wier winst rechtstreeks afkomstig was van plantages, zoals de suikerplantages op Jamaica. Ten tweede ontving het donaties van personen wier winsten afkomstig waren uit industrieën en handel die verbonden waren aan slavernij, zoals scheepsbouw of de import en distributie van tabak, katoen, rijst en suiker.
De winsten uit plantages financierden onder andere de bouw en decoratie van heiligdommen voor de eredienst en collegezalen voor de opleiding van predikanten. Veel daarvan zijn nog steeds in gebruik.
Sommige geestelijken bezaten zelf slaven en bleven dat doen, zelfs nadat Schotse rechtbanken hadden geoordeeld dat slavernij moreel en wettelijk onverdedigbaar was. Anderen verdedigden het beleid dat de emancipatie tot ver na de afschaffing van de slavenhandel vertraagde. Aan het begin van de negentiende eeuw was meer dan 30 procent van de tot slaaf gemaakten in Jamaica in handen van Schotten.
Excuses De General Assembly heeft een paar jaar geleden besloten diepgravend onderzoek te doen en te kijken hoe daarmee moet worden omgegaan. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar het onderwerp wel diepgravend te bespreken: ‘Naming not shaming‘. In samenspraak met de kerken in Nigeria, Ghana en Jamaica zijn er nu in de synode hardop door de huidige voorzitter van de synode, Gordon Kennedy, in een volgepakte, doodstille Assembly Hall excuses aangeboden voor het slavernijleed.
De presentatie van het rapport en de excuses (alles in het Engels) kun je hier bekijken.
Ik ga hier niet alle rapporten noemen die zijn besproken. Wel is hier een link naar de excuses voor het slavernijverleden.
Wat valt er verder te melden over de General Assembly? Wel, het gaat er zeer formeel aan toe. Bij elk begin van een sessie gaan alle circa vierhonderd aanwezige afgevaardigden of commissioners (en misschien ook de circa honderd die de synode online bijwonen staan. Hij maakt een knikje naar het middeldeel van de carrévormige opstelling en iedereen in dat vak knikt terug. Hetzelfde gebeurt naar t wee vakken links en rechts van hem. Ga je tijdens een debat even buiten de zaal de benen strekken of naar het toilet, dan draai je je bij de deur even om en maakt een knikje met je hoofd richting de voorzitter of Moderator. En bij terugkomst doe je dat opnieuw.
Lord High Commissioner Belangrijke gast op een troon in de ereloge achter/boven de voorzitter is de Lord High Commissioner (een nu ceremoniële functie die al dik vierhonderd jaar bestaat), de vertegenwoordiger van de koning: The Right Honourable Lady Elish Angiolini (rooms-katholiek!). Ze wordt aangesproken met ‘Her Grace’ en woont tijdens de Assembly in het koninklijk paleis: the Palace of Holyrood House.
De eerste dag wordt ze bij aankomst op het voorplein van het gebouw verwelkomd door herauten. En ook als zij de zaal betreedt, gaat iedereen staan en zijn er opnieuw de knikjes. Vervolgens moet de Assembly – louter symbolisch – haar benoeming tot Lord High Commissioner door de koning goedkeuren. En omdat ze behalve geen stemrecht ook niet het recht heeft te spreken in de synode, moet voor haar toespraak ook hiervoor goedkeuring worden gevraagd.
Bloedworst En dan Edinburgh zelf. Natuurlijk is het geen straf voor mij hier een paar dagen te bivakkeren. Weet door al die jaren dat ik hier kom, mijn weg goed te vinden. Hoewel vanwege het synodewerk bier drinken tot een minimum is beperkt, geniet ik in verschillende pubs van het eten, waaronder ook dagelijks een stevig Schots ontbijt van bacon, eieren en natuurlijk black pudding (bloedworst) in de Booking Office, vlakbij het hoofdstation van Edinburgh, Waverly.
Het bezoek aan de stad en de synode maandagavond afgesloten met een etentje als dank aan mijn gastheer en –vrouw, inmiddels zeer goede vrienden die niet ver van de Botanic Gardens wonen.
Benieuwd of er over een paar jaar, als mijn kerk in Rotterdam weer aan de beurt is naar de General Assembly te gaan (de afvaardiging rouleert elk jaar), er wederom geen ouderling zijn vinger opsteekt…
Onderdeel van de General Assembly is de kerkdienst op zondagochtend in St. Giles Cathedral, de ‘hoofdkerk’ van de Church of Scotland op de Royal Mile. Die dienst kun je hieronder bekijken.
Als gereformeerde ben ik nooit in dé stad van de reformatie, Genève, geweest. Nu als lid van de Presbytery of international charges (classis) van de Church of Scotland voor de vierde keer. Dus me in mijn vrije tijd daar even ondergedompeld in de geschiedenis van de kerkhervorming. Op bezoek bij Calvijn, Luther, Knox en Zwingli.
Nou, in het museum dan. Op steenworp afstand van het gebouw van de Schotse kerk, Auditoire de Calvin, bevindt zich het Museum der Reformatie. Indrukwekkend.
Het is het enige niet aan een religie gebonden museum dat gewijd is aan de geschiedenis van zowel de Reformatie als het protestantisme. Schilderijen, objecten (onder andere een drinkbeker van Calvijn, foto rechts), boeken, gravures en audiovisuele presentaties zijn te bewonderen in meer dan tien zalen. Hoogtepunten zijn onder andere twee schilderijen van Luther van Lucas Cranach, een brief van Calvijn en een van Dietrich Bonhoeffer.
Convent Het museum is gehuisvest in de Maison Mallet, een gebouw dat in 1723 werd gebouwd op de exacte locatie van het voormalige Convent van Saint-Pierre. Het was hier dat de bevolking van Genève besloot de Reformatie te adopteren op 21 mei 1536.
In het museum is een goede uitleg van het begin van de reformatie. Maarten Luther die in zijn 95 stellingen afrekenden met het verdienmodel van de katholieke kek.
Veel aandacht voor de personen van de reformatie, zoals Calvijn. En hoe het juist Zwitserland is waar het echte werk begon. Hier wisten de kerkhervormers zich veilig voor de katholieke kerkleiders (gesteund door rooms-katholieke vorsten onder leiding van de jonge keizer Karel V) die niets moesten hebben van de lieden die voor hun inkomstenbron (de aflaten) gevaarlijk waren. Ook tegen de verering van heiligenbeelden verzetten de hervormers zich fel. Dat leidde uiteindelijk tot de Beeldenstorm (1566).
Synode van Dordrecht Veel aandacht voor de Bijbel in allerlei talen, daar waar die voorheen alleen in het Latijn beschikbaar waren. Ook de opbouw van de kerk – met onder andere aandacht voor de eerste synode van Dordrecht in de zomer van 1574 – komt aan bod. Geen kerk meer die vanaf bovenaf werd bestuurd, maar van onderop. Het calvinisme kreeg weerklank in de Nederlanden, Zwitserland, Schotland en Frankrijk (Hugenoten) en werd via het kolonialisme geëxporteerd naar Amerika en zuidelijk Afrika. Zag in het museum dat nergens zoveel van de in Frankrijk vervolgde Hugenoten zich vestigden in Nederland (70.000). Kortom, een paar welbestede uren.
Bijzonder is de muziekkamer, met een glas-in-loodkunstinstallatie (foto rechts) waardoor de kamer aanvoelde als een caleidoscoop terwijl je naar verschillende muziekstukken luisterde. Het museumbezoek besloten met een – ja echt – Calvijnbiertje.
De rest van het weekeinde in Genève voornamelijk besteed aan vergaderen. Mijn eigen commissie voorgezeten, die van het moderamen (dagelijks bestuur) en de algemene zittingen.
In de lunchpauze op zaterdag in het zonnetje even naar de Wall of Reformation (2009) geweest en ook even naar de haven, met de fontein (Jet d’Eau) met een 95 meter omhoog spuitende fontein. Zie foto boven dit verhaal.
Auditoire de Calvin De vergaderingen waren uiteraard in het kerkgebouw van de Scots kirk Geneva, het Auditoire de Calvin (oorspronkelijk Notre-Dame-la-Neuve Chapel). Voor mij toch een beetje zie als de ‘hoofdzetel’ van de reformatie. Vanaf 1536 onderwees Calvijn hier zijn volgelingen.
Het kerkgebouw werd ook gebruikt door de Schotse kerkhervormer John Knox, tijdens zijn verblijf in de jaren vijftig van de zestiende eeuwen. Hier was hij de predikant voor de Engels sprekende kerkelijke gemeenschap. Bijzonder dat dit tot op de dag van vandaag een Engels sprekende gemeente is.
Ruim een eeuw geleden is het sterk vervallen auditorium grondig gerestaureerd. Vanaf 1959 kon er weer worden gekerkt. In 2009 toen de vijfhonderdste geboortedag van Calvijn werd gevierd, werd een actie opgezet voor een nieuw orgel. Dat werd in 2014 in gebruik genomen. Hoe het klinkt? Zie het filmpje hieronder: de Canon in D van John Pachelbel, gemaakt aan het slot van de kerkdienst die werd gehouden aan het slot van het classisweekeinde.
Als protestant, of nog erger een jongen uit de ‘school van Calvijn’, hoor ik weinig te hebben met kerststallen (zóóóó katholiek!), maar deze in het Catharijneconvent in Utrecht bekeert iedereen.
De kerststal – of eigenlijk twee – in de kerk naast het museum zelf is deze periode tot en met 11 januari te bezoeken en is echt indrukwekkend. Je kijkt je ogen uit.
Het is dan ook geen gewone kerststal. Je kent dat wel: Jozef, Maria, het kindeke, wat herders, de drie koningen met hun cadeaus, ergens in een gebied dat Bethlehem moet voorstellen. Zie foto boven dit verhaal.
Dan deze. Twee panorama’s, achterin de kerk. Het zijn Napolitaanse voorstellingen. Vernoemd, inderdaad, naar Napels waar dit soort voorstellingen hun bron hebben. Het bekende kersttafereel, maar dan met als decor de Italiaanse stad.
Winkel van Sinkel In deze kerk dus met een vertaling naar Utrecht. In de ene grote vitrine is de Domtoren het decor, in de andere de Winkel van Sinkel in dezelfde Domstad.
Je kijkt je ogen uit. Zoeken naar Maria met baby Jezus, de drie Koningen met hun geschenken, gelardeerd met bijvoorbeeld engelen die rond de Domtoren zweven.
Elke keer dat je kijkt, zie je weer iets nieuws. Soms heeeel kleine details. Idd tot in detail uitgewerkt.
Olifant En ik ken het niet uit het Bijbelverhaal over de geboorte van Jezus, maar in een van de twee vitrines zie je een olifant.
Je ziet ook bijvoorbeeld mensen aan een tafel met eten daarop. Onder de tafel maar je moet het maar net zien, een muis… En kijk, daar vlucht Maria te paard met haar kind naar Egypte, zie foto hierhoven.
Grappig. Het Catharijneconvent afficheert de tentoonstelling als ‘De mooiste kerststal van Nederland‘. Volgens mij heeft het museum hier een punt.
Hoe leuk mijn wervende verhaal hier ook, je moet het met eigen ogen zien. Dus als je tijd hebt: ga naar Utrecht.
Na verzoek Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam om meer informatie over de kerkgebonden kunst mijn kerk aan de Schiedamse Vest, ben ik dieper gaan duiken in de geschiedenis van het grote gebrandschilderde raam in de muur van het trappenhuis.
Wist wel, het staat genoemd in de tekst onderin glas-in-lood raam vandaan komt en hoe het in onze kerk een plek kreeg, maar daar hield de informatie ook op.
Nu weet ik dat het afkomstig is uit de vroegere Anglicaanse kerk in Den Haag en dateert van de bouw van die kerk in 1873. De bouw van die kerk en de schenking van het raam zijn van John Abraham Tinne een rijke Nederlandse handelaar uit het Engelse Liverpool. Hij wilde zo zijn dankbaarheid tonen voor zijn redding na 24 uur op de Noordzee toen zijn schip schipbreuk had geleden.
Wie de ontwerper is van de meer dan 150 jaar oude ramen is en welke glazenier het destijds heeft vervaardigd, heb ik (nog) niet kunnen achterhalen. Misschien moet ik maar eens contact opnemen met de Anglicaanse kerk in Den Haag (die kerkelijke gemeente bestaat nog steeds) en zien of daar in haar archief nog iets van is te vinden. Of misschien ziet de onderzoekster van het Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam kans om het te achterhalen.
Het glas-in-lood van de kerk was echter al veertig jaar eerder, in 1905 verwijderd om plaats te maken voor een nieuw raam. Het oude raam werd in delen opgeslagen in de Grote kerk in Den Haag.
Bombardement Iemand van onze kerk kwam het bij toeval kort na de Tweede Wereldoorlog daar tegen en kreeg het voor elkaar dat het raam naar Rotterdam kon verhuizen om een plek te krijgen wat nu de Scots International Church is.
Onze oude kerk aan het Vasteland (vlakbij de Erasmusbrug) was op 14 mei 1940 bij het bombardement van Rotterdam door de Duitsers verwoest. Architect Meischke heeft de blinde muur die hij had getekend voor de nieuwbouw ervoor aangepast.
De originele herkomst van het raam maakt duidelijk waarom de heiligen Jacobus, Johannes, Petrus en Paul rond Jezus staan: de Anglicaanse, dus deels overlappend met de katholieke kerk kijk op heiligen. Niemand die in mijn protestantse kerk maalt om de aanwezigheid van de heiligen. Het raam oogst bewondering. Zeker als op een mooie zondag het zonlicht op de ramen komt, is het een genot om naar te kijken. Zelfs voor mij na al die jaren dat ik lid ben van deze kerk en hier dus vrijwel elke zondag ben te vinden.
Toevoegingen Het raam zoals het in mijn kerk is te zien, wijkt wel af van de plaatsing in het voormalige gebouw van de Anglicaanse kerk in Den Haag. En dan doel ik niet op de toevoegingen onderin het raam met een beschrijving over het waarom van het raam en de Schotse St. Andrews kruisjes onderin. In Den Haag stonden de vijf figuren afzonderlijk in een halve cirkel in de muur van het koorgedeelte. Zie foto hierboven. Bij ons is het dus één geheel.
Die samenvoeging en de tekst plus de St. Andrewskruisjes is vervaardigd door de Rotterdamse glazenier Everardus Warffemius (Delft, 9 november 1885 – Rotterdam, 30 juli 1969).
Toch weer een leuk weetje om te gebruiken tijdens rondleidingen tijdens Open Monumentendag (jaarlijks in september) en Heilige Huisjes (juni).
Het is, na instemming General Assembly (synode) van de Church of Scotland vanochtend nu officieel: ben benoemd tot lid van de Advisory Committee (adviesraad) van het maandblad van de Church of Scotland, Life and Work.
Zit een mooie uitdaging in voor mij. De print editie kost de Church of Scotland steeds meer geld. En dat wordt in deze tijd niet meer verantwoord geacht. Er is dus een transitie nodig naar steeds meer online abonnementen.
Bij de krant heb ik een beetje vergelijkbare transitie meegemaakt. Ik hoop vooral bij te dragen hoe je jongeren in de kerk kunt aanspreken voor het magazine. Dus meer verhalen die die doelgroep aanspreekt.
En nee, het betekent niet met enige regelmaat voor overleg naar Edinburgh. Weet al uit vooroverleg eerder dit jaar dat het allemaal online wordt gedaan.
De ‘Goede week’, heet de week tussen Palmzondag en Pasen. In een druk leven ervaar je dat amper, maar de Matthäus Passion zet je wel op het juiste spoor. En in het echt sta in dit werk van Bach meer stil bij de laatste dagen van Jezus voor zijn kruisiging, dan bij het luisteren kijken op tv, Spotify of andere uitingen.
De afgelopen jaren heb ik dit – in mijn ogen – bijna 300 jaar oude meesterwerk van Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) verschillende keren bijgewoond en steeds in de Laurenskerk in Rotterdam. Waarom juist voor deze kerk? Wel, hier wordt de Matthäus Passion uitgevoerd in de zetting zoals Bach het heeft gemaakt: voor een cantatedienst. Geen concert dus, maar een ‘muzikale preek in een kerkdienst‘.
In de Laurenskerk wordt de oratorium – in twee delen – dus vooraf gegaan door drempelgebed, samenzang, schriftlezing door de predikant van ‘de Laurens’, ds. Harold Schorren. Na de pauze (lunchtijd) opnieuw schriftlezing en samenzang en aan het einde gebeden (inclusief het Onze Vader) en zegen. Maar de bijna drie uur durende uitvoering van de Matthäus Passion domineert het geheel wel. Aan de vreemdeling wordt op schermen gevraagd niet te applaudisseren.
Kerkdeur Ik zorg er steeds voor om al heel vroeg naar Rotterdam te gaan. De cantatedienst begint om 10.30, maar voor een goede zitplaats moet je er al vroeg bij zijn. Dus stond ik weer om 08.30 uur met anderen te wachten voor de grote kerkdeur die om 09.00 uur open ging. Eenmaal binnen naar de voorste rij halverwege de kerk in het koorgedeelte. Voordeel van een plek hier is dat het koorgedeelte iets verhoogd is. Je hebt dus geen last van mensen voor je.
En vanaf die stoel dus genoten van de prachtige muziek. De openingsmuziek in het eerste deel brengt me al in vervoering. Schitterende ‘stemmen’ van de verschillende instrumenten: viool, cello, hobo, fagot en dwarsfluit. En dat wordt direct overtroffen door de eerste koorzang
Kommt ihr Töchter helft mir klagen. Sehet—wen?—den Bräutigam, Seht ihn—wie?—als wie ein Lamm, Sehet—was?—seht die Geduld, Seht—wohin?—auf unsre Schuld. Sehet ihn aus Lieb’ und Huld Holz zum Kreuze selber tragen.
En wat later die prachtige aria (alt, begeleid door twee fluiten) Buß und Reu’
Boete en smart breken het zondige hart. Geef toch, dat de tranen van mijn ogen voor U zoete balsem wezen mogen, o trouwe Jezus.
Nou, alleen het slot dan nog, het Wir setzen uns mit Tränen nieder/Ruhe sanfte, sanfte ruh!, als Jezus in het graf is geplaatst.
Wir setzen uns mit Tränen nieder Und rufen dir im Grabe zu: Ruhe sanfte, sanfte ruh! Ruht, ihr ausgesognen Glieder, Ruhet sanfte, ruhet wohl! Euer Grab und Leichenstein Soll dem ängstlichen Gewissen Ein bequemes Ruhekissen Und der Seelen Ruhstatt sein. Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein. Wir setzen uns mit Tränen nieder, Und rufen dir im Grabe zu: Ruhe sanfte, sanfte ruh!
Na de slotwoorden van dit lied blijft het doodstil in de kerk. Zo blijft dat lied (door beide koren) en de Matthäus Passion hangen in je hoofd. Een goede opmaat naar de Stille week.
Voor wie de Matthäus Passion wil zien en horen, maar er niet voor naar een live uitvoering wil gaan, hieronder een fraaie versie door de Nederlandse Bachvereniging, opgenomen in april 2014 in de Grote Kerk in Naarden. Van YouTube, dus er zal om de haverklap wel reclame voorbij komen.
Gewoon omdat het kan, klopt wel aardig voor mijn eendaags bezoek aan Edinburgh. Heerlijke oude stad om doorheen te lopen. En dat voor heen en terug per vliegtuig voor net iets meer dan 100 euro.
Zat eerder dit jaar gewoon eens rond te neuzen op internet en kwam er achter dat als je zeer flexibel bent qua vliegdag, je voor een habbekrats van Schiphol (helaas niet meer vanaf Zestienhoven) naar de Schotse hoofdstad Edinburgh kunt vliegen.
Dat leek me wel wat. Dan wel in het voorjaar gaan, zodat je al wat meer van het daglicht kunt genieten en de ergste kou ook verdwenen is.
Kwam uit op deze dinsdag. ’s Morgens om 07.30 uur weg (dank aan zus Y. die me naar de luchthaven heeft gebracht in alle vroegte) en ongeveer twaalf uur later terug naar Nederland.
Wat ik toen nog niet wist uiteraard, was het prachtige weer vandaag. Volop zonneschijn, met alleen in de ochtend paar wolkjes. En met 15 gaden een zeer aangename temperatuur om door het oude centrum te wandelen.
Ontbijt Ben elk jaar aan het begin van mijn zomervakantie hier wel een dag, soms twee. Het verveelt echter nooit. Ik geniet van de oude gebouwen. St. Giles Cathedral (de hoofdkerk van mijn Schotse kerk), een goed en stevig ontbijt om de dag mee te beginnen (bacon, eggs, sausage, baked beans…) en uiteraard een bezoek aan een pub.
Het nuttige met het aangename verenigd. Vanochtend na het ontbijt in The Booking Office vlakbij het grote Waverly treinstation, per stadsbus naar de evangelische boekenzaak Faith Mission gegaan om daar twee exemplaren op te halen van het reeds bestelde supplement God welcomes all van het liedboek van mijn kerk op te halen.
En aan het begin van de middag een gesprek met iemand van de media-afdeling van de Church of Scotland om eens kennis te maken. Via email heb ik al regelmatig contact met ze, vanwege mijn rol als coördinator communicatie en publiciteit van de internationale classis.
Dat vliegretour zo goedkoop is, komt ook door te kiezen voor Easyjet. OK, je zit wat opgepropt in het toestel, maar dat mag de pret niet drukken. En het is slechts een kleine anderhalf uur vliegen. Als ik een dagje Maastricht doe, ben ik langer onderweg.
Nog een voordeel: het is maar een dag, dus behalve een rugzak gaat er niks mee. Na aankomst, zowel in Edinburgh als vanavond op Schiphol, ben je zo het luchthavengebouw uit.
Niet gelijk morgen, maar misschien dat ik in het najaar of zo nog eens een dagje Edinburgh doe.
Hieronder een kort filmpje van vandaag. Met live doedelzakmuziek op de achtergrond.
Lang weekeinde Parijs. Geen tijd om te stad zelf te bezoeken, want dagen vrijwel volgepropt met vergaderingen. Gelukkig maar, ik heb he-le-maal niks met Parijs. Er wonen teveel Fransen…
Gelukkig had ik dit weekeinde weinig met Fransen te maken. OK, personeel van het Ibis hotel en zo, maar verder contact met mensen uit verschillende (Europese) steden, zoals Lissabon, Rome, Warwick (Bermuda), Colombo (SriLanka), Geneve, Lausanne, Lissabon, Amsterdam, Brussel, Rotterdam en OK, Parijs.
Kerkvisitatie Een weekeinde vol vergaderingen over financiën, gebouwenbeheer, missie, kerkvisitatie en nog meer. Zelf ben ik samenroeper en daarmee ook rapporteur van de commissie kerkvisitatie, of zoals dat in Schotse kerkbegrippen heet de Superintendence and Ministry Committee.
Die commissie regelt onder andere dat elke kerk in de classis elke vijf jaar een bezoek krijgt van een team uit de classis om te overleggen over onder andere – alweer –de lokale financiën, gebouwenbeheer, de stand van zaken in de kerkelijke gemeente, het wel en wee van de predikant en nog meer.
Heb zelf ook al een paar van die weekeindebezoeken afgelegd en doe dat in 2026 opnieuw. In Rome dan.
En ook coördineer ik voor de presbytery dat we publiciteit genereren in de Church of Scotland en het maandblad van de kerk, Life and Work. Mooi om te doen allemaal, zeker nu ik er als pensionado meer tijd voor heb.
Bastille Behalve vergaderingen biedt zo’n classisbijeenkomst ook de gelegenheid om de andere leden van het gezelschap te spreken tijdens pauzes, tijdens het eten en aan de bar.
De afsluiting van het vergaderweekeinde is altijd de kerkdienst op zondag in de gastkerk, dus nu de Scots Kirk Paris.
Tussen de vergaderingen dit weekeinde door wel even de tijd genomen om de benen te strekken in de omgeving van het hotel, zoals naar het ‘Juli monument’ op de Place de la Bastille. En op zondag naar metrostation via een uitgebreide warenmarkt (veel vis, kaas en groenten) op de ruime ‘middenberm’ van de Boulevard Richard-Lenoir. Zie foto boven dit verhaal.
En voor wie heeft gehoord over de sluiting vanwege de vondst van een bom uit de Tweede Wereldoorlog afgelopen vrijdag van station Gare de Nord waar de Eurostar uit Nederland aankomt: ik was er al donderdagmiddag.
Voor de volgende classisvergadering in oktober dit jaar hoef ik niet ver te reizen. Die is in Amsterdam.