Use ‘Google Translate’ here to translate the Puffinnest.org articles in English
Weinig belangstelling voor echt toneel

Na ruim twintig jaar vanavond weer een oude bekende – als ik dat zo mag noemen – in de Goudse Schouwburg. Toneelstuk Ivanov (Anton Tsjechov). Volgende maand nog een stuk van deze Russische schrijver: Oom Wanja.
Ben dol op toneelvoorstellingen. Sterker nog, het was in mijn jeugd de reden om kaartjes te kopen voor de schouwburg. Vooral oude stukken kunnen mij bekoren. Ik noem een Shakespeare, Joost van den Vondel en dus ook Tsjechov.
Ivanov wordt beschouwd als een vroege Tsjechov. Het is geschreven eind jaren tachtig van de negentiende eeuw. Thema’s die vaker in de werken van Tsjechov terugkeren zijn de veranderende tijden waar de oude wereld van adel en gegoede burgerij maar moeilijk mee om kan gaan, verarming en verval van de ooit zo schitterende landgoederen, plannen die al snel vervagen, hoop die omslaat in wanhoop.

Het stuk handelt rond een man (en naamgever van het stuk) die vol goede ideeën zit (hij leest nog steeds heel veel). Maar nu hij rond de veertig is, voelt hij zijn energie en goede zin afnemen. Hij heeft zijn financiën niet op orde, de liefde voor zijn doodzieke vrouw is verdampt, iedere avond ontvlucht hij zijn landhuis om zich de verliefdheid van een jong buurmeisje te laten welgevallen.
Muziek
De spelers van Studio Antigone brengen Ivanov aardig over het voetlicht, al vind ik de muziek en zang in het stuk niet echt passen. Dat ligt aan mij dus, er zal best een betekenis in zitten. Al hoop ik niet dat het alleen maar is gedaan om de voorstelling twee uur te laten duren…
Goed zijn de dubbelrollen van Scott Reniers (als arts en als de vader van het buurmeisje) en Yannick Bronkhorst (rentmeester Borkin en Zinaïda, de vrouw van de voorzitter van het provinciebestuur). Na een eerste ‘wisseling’ ben je eigenlijk vergeten dat het dubbelrollen zijn. Het spel van Julien Croiset als Ivanov vind ik overtuigend.

Al met al genoten van deze voorstelling. Wel jammer voor de Goudse Schouwburg: de benedenzaal is nog niet eens voor de helft gevuld vanavond. De stukken van Tsjechov zijn duidelijk iets voor de echte toneelliefhebbers. Het wel aanwezige publiek kreeg vanavond zelfs de uitnodiging maar wat naar voren te komen.
Eind mei nog een – nog lang niet uitverkocht – stuk van Tsjechov in Gouda. Dan Oom Wanja, door de nooit teleurstellende Toneelgroep Maastricht. Ook dit stuk heb ik in 2004/2005 al eens gezien. Maar voor beide geldt dat vanwege de lange tijd die tussen toen en nu zit, kan ik de voorstellingen niet met elkaar vergelijken.
Schepping van de aarde, maar dan niet volgens de Bijbel
Stond al even op mijn museumlustlijstje: Metamorfosen, in het Rijksmuseum. Mooie, samenhangende tentoonstelling met fraaie schilderijen en beelden. Uiteraard rijk voorzien van verwijzingen naar het gedicht Metamorfosen, van de Romeinse dichter Ovidius (voluit Publius Ovidius Naso, 43 v Chr – 17/18 n Chr).
Een tentoonstelling als deze in het Rijksmuseum in Amsterdam kent veel voordelen. Uiteraard de samenhang van de getoonde werken (veel inzichtelijker dan losse schilderijen en beelden in een museum) en je kunt als bezoeker kennis nemen van werken uit musea in andere landen, soms ook uit gesloten particuliere verzamelingen.

Wat dat betreft is Metamorfosen zeker geen teleurstelling. De teksten van tweeduizend jaar oud zijn eeuwenlang een inspiratiebron geweest voor kunstenaars. De werken in deze tentoonstelling tonen een doorsnede. Er zijn werken te zien van wereldberoemde kunstenaars als Titiaan, Caravaggio en Bernini, maar ook hedendaagse kunstwerken, zoals de reusachtige spin van Bourgeois.
Op tekstbordjes bij de werken, wordt de relatie tussen schilderij/beeld en Metamorfosen duidelijk uitgelegd.
Grote neus
Van Ovidius zelf is, behalve zijn bewaard gebleven werken, weinig bekend. Vermoed wordt dat zijn naam Naso er op duidt dat hij een grote neus had.

Metamorfosen is niet zomaar een dichtbundel. Het telt niet minder dan vijftien boeken. Het is één lang dichtwerk. Elk boek bestaat uit ongeveer acht- tot negenhonderd verzen of dichtregels. Daar kun je dus als latere kunstenaar je wel inspiratie uit halen.
Dat geldt bijvoorbeeld over de schepping van de aarde in de visie van Ovidius, dus niet Bijbels. De schepping begint in Metamorfosen met het totale niets. Dan komt een ‘onbekende godheid’ (woorden van Ovidius) die de aarde vormgeeft met de vier elementen: water, vuur, lucht en aarde. Uit chaos ontstaat orde en begint de schepping.

Apollo
Het wordt fraai verbeeld in een schilderij van de Brugse kunstenaar Finson. De vier figuren draaien om elkaar heen. Het ziet er uit als ene gevecht. Als ‘eerbetoon’ aan de auteur is er ook het schilderij Triomf van Ovidius van Nicolas Poussin (noooooit van gehoord).
En ook van diens hand, de inspiratie van de dichter. Een dichter, vermoedelijk Ovidius, knielt neer voor de god Apollo, die hem uit een gouden beker laat drinken als teken van goddelijke inspiratie.

Ook indrukwekkend is het doek Apollo van Giovanni Luteri (Dosso Dossi). Het toont Apollo, met in de verte de vluchtende Daphne. Amro’s pijlen hebben de twee uiteen gedreven.
Maandagochtend
De tentoonstelling (nog te bezoeken tot en met 25 mei) is heel populair. Ik had van een suppoost al eens de tip gekregen dat je om rustig het aanbod van het Rijksmuseum in ogenschouw te nemen, je het beste op maandagochtend kunt komen en dan liefst zo vroeg mogelijk. Ben er vandaag om tegen 11.00 uur en de tentoonstellingsruimte in de meer naar de oosten vleugel is barstensvol kunstliefhebbers.
Denk dat is voor eind volgende maand nog maar een keer ga, maar dan extra vroeg…
Drie kwartier in Egypte
Vanochtend drie kwartier door de oudheid van Egypte gewandeld. Met uitleg door een gids. Mooi zicht op de piramides en de tempels. Een waardevolle reis.
OK, ik ben niet in het vliegtuig gestapt om richting de Nijldelta af te reizen. Gewoon lekker met de trein. Rit van net geen 20 minuten, want het oude Egypte (4.500 v Chr.) is in Utrecht te bewonderen.
Het gaat om de VR-tour Horizon van Cheops, een expeditie naar de wonderen van het oude Egypte, in een van de jaarbeushallen in de Domstad. Alvast een mededeling. Wie na het lezen van dit verhaal zelf de ervaring wil ondergaan: Horizon van Egypte is er nog tot 3 mei.
Heb al eens eerder een VR-tour gemaakt, in het Westfries Museum in Hoorn, waar de tocht voert door Batavia stad (VOC) in 1627. Maar daar bleef je stil zitten op een bankje.

Obstakels
Nu loop je door een ruimte met je VR-bril op. Een technisch hoogstandje.
Tenzij je per se wilt, kun je niet tegen anderen aanlopen of tegen muren en pilaren. Het systeem achter de VR-ervaring wijst je tijdig op menselijke en andere obstakels.
Mooi gedaan, als zullen ervaren VR-kenners het gewoon vinden. Maar voor mij is het bijzonder. Als je je hoofd naar links beweegt, zie je een ander deel van een landschap of in de piramide van farao Cheops in Gizeh, de grootste van de drie grote piramides hier.
Nijl
Bijzonder is ook de begrafenis van farao Cheops: een reconstructie van de ceremonies en rituelen rondom de bijzetting van de farao, inclusief een tocht op bark of boot over de Nijl.

Je kijkt over het Gizeh-plateau: een wandeling tussen de sfinx en tempels zoals die er vierduizend jaar geleden uitzagen.
Je gaat ook dus de piramide in, tot in de Koningskamer en de gangen die voor toeristen in het echte Egypte vaak gesloten blijven.
Gekke gewaarwording tijdens de ‘tocht’ is dat je onder andere van rotsblok naar rotsblok gaat en je ongemerkt je been optilt om je voet op een volgend blok te zetten. Als je heel even je VR-bril afzet, zie je dat je toch gewoon in een kale hal van de Jaarbeurs staat.
Al met al een bijzondere ervaring. Misschien dat ik nog een keer de reis naar Utrecht…. eehhhh…. Egypte maak.
Middeleeuwen met een hedendaagse link

Ben tv-fan van het NTR-programma Welkom in de Middeleeuwen. Nu ook in het theater als semi-musical. Kaartje gekocht voor de voorstelling in de Goudse Schouwburg.
O schrik, het blijkt toch vooral een kindervoorstelling te zijn. Dat ontdekte ik bij de herinneringsemail van het theater. ‘In de pauze is het een limonadebar…’ Zucht!
En inderdaad, de grote zaal van de schouwburg is flink gevuld met kinderen en zij die op de grens naar pubertijd zitten. In de pauze dan maar wegglippen?
Het blijkt niet nodig. Het jonge publiek gedraagt zich voorbeeldig en is oprecht geïnteresseerd in de geschiedenis. Sterker nog, als een van de spelers het toneel opkomt en vraagt ‘Wie ben ik? Graaf…’ klinkt het luid en correct ‘Floris V’.

In bijna twee uur (inclusief die pauze bij de limonadebar) komen in Welkom in de Middeleeuwen tal van gebeurtenissen en figuren uit de Middeleeuwen voorbij. Behalve Graaf Floris V ook Bonifatius, de uitvingers van de boekdrukkunst Johannes Gotenburg en Laurens Jansz. Coster, de Vlkingen, Willem van Oranje en ga zo maar door. En allemaal bij elkaar gebracht door de naamgenoot van de NTR-serie Dorien.
Affligem
Is het dank een kinder-/jeugdvoorstelling? Ten dele. Laat ik zeggen dat de Middeleeuwen voor kinderen op een begrijpelijke manier wordt gebracht. Maar voor volwassenen valt er genoeg te lachen. Zoals bij de uitvinding van de boekdrukkunst de monniken die nog op ouderwetse wijze de Bijbel kopiëren. Hun namen gaan over de hoofden van de kinderen heen: broeder Affligem en broeder Chouffe. En bij de kruistochten klinkt het vanaf het podium ‘Make Jerusalem Great Again’. En de hilarische meezinger over de Beeldenstorm.
Meer (woord)grappen zal ik hier niet verklappen, maar het moet gezegd: ik heb me geen seconde verveeld bij deze voorstelling. Chapeau voor de makers en acteurs.
Omringd door de reformatie
Als gereformeerde ben ik nooit in dé stad van de reformatie, Genève, geweest. Nu als lid van de Presbytery of international charges (classis) van de Church of Scotland voor de vierde keer. Dus me in mijn vrije tijd daar even ondergedompeld in de geschiedenis van de kerkhervorming. Op bezoek bij Calvijn, Luther, Knox en Zwingli.
Nou, in het museum dan. Op steenworp afstand van het gebouw van de Schotse kerk, Auditoire de Calvin, bevindt zich het Museum der Reformatie. Indrukwekkend.

Het is het enige niet aan een religie gebonden museum dat gewijd is aan de geschiedenis van zowel de Reformatie als het protestantisme. Schilderijen, objecten (onder andere een drinkbeker van Calvijn, foto rechts), boeken, gravures en audiovisuele presentaties zijn te bewonderen in meer dan tien zalen. Hoogtepunten zijn onder andere twee schilderijen van Luther van Lucas Cranach, een brief van Calvijn en een van Dietrich Bonhoeffer.
Convent
Het museum is gehuisvest in de Maison Mallet, een gebouw dat in 1723 werd gebouwd op de exacte locatie van het voormalige Convent van Saint-Pierre. Het was hier dat de bevolking van Genève besloot de Reformatie te adopteren op 21 mei 1536.

In het museum is een goede uitleg van het begin van de reformatie. Maarten Luther die in zijn 95 stellingen afrekenden met het verdienmodel van de katholieke kek.
Veel aandacht voor de personen van de reformatie, zoals Calvijn. En hoe het juist Zwitserland is waar het echte werk begon. Hier wisten de kerkhervormers zich veilig voor de katholieke kerkleiders (gesteund door rooms-katholieke vorsten onder leiding van de jonge keizer Karel V) die niets moesten hebben van de lieden die voor hun inkomstenbron (de aflaten) gevaarlijk waren. Ook tegen de verering van heiligenbeelden verzetten de hervormers zich fel. Dat leidde uiteindelijk tot de Beeldenstorm (1566).
Synode van Dordrecht
Veel aandacht voor de Bijbel in allerlei talen, daar waar die voorheen alleen in het Latijn beschikbaar waren. Ook de opbouw van de kerk – met onder andere aandacht voor de eerste synode van Dordrecht in de zomer van 1574 – komt aan bod. Geen kerk meer die vanaf bovenaf werd bestuurd, maar van onderop. Het calvinisme kreeg weerklank in de Nederlanden, Zwitserland, Schotland en Frankrijk (Hugenoten) en werd via het kolonialisme geëxporteerd naar Amerika en zuidelijk Afrika. Zag in het museum dat nergens zoveel van de in Frankrijk vervolgde Hugenoten zich vestigden in Nederland (70.000).
Kortom, een paar welbestede uren.

Bijzonder is de muziekkamer, met een glas-in-loodkunstinstallatie (foto rechts) waardoor de kamer aanvoelde als een caleidoscoop terwijl je naar verschillende muziekstukken luisterde. Het museumbezoek besloten met een – ja echt – Calvijnbiertje.
De rest van het weekeinde in Genève voornamelijk besteed aan vergaderen. Mijn eigen commissie voorgezeten, die van het moderamen (dagelijks bestuur) en de algemene zittingen.
In de lunchpauze op zaterdag in het zonnetje even naar de Wall of Reformation (2009) geweest en ook even naar de haven, met de fontein (Jet d’Eau) met een 95 meter omhoog spuitende fontein. Zie foto boven dit verhaal.
Auditoire de Calvin
De vergaderingen waren uiteraard in het kerkgebouw van de Scots kirk Geneva, het Auditoire de Calvin (oorspronkelijk Notre-Dame-la-Neuve Chapel). Voor mij toch een beetje zie als de ‘hoofdzetel’ van de reformatie. Vanaf 1536 onderwees Calvijn hier zijn volgelingen.

Het kerkgebouw werd ook gebruikt door de Schotse kerkhervormer John Knox, tijdens zijn verblijf in de jaren vijftig van de zestiende eeuwen. Hier was hij de predikant voor de Engels sprekende kerkelijke gemeenschap. Bijzonder dat dit tot op de dag van vandaag een Engels sprekende gemeente is.
Ruim een eeuw geleden is het sterk vervallen auditorium grondig gerestaureerd. Vanaf 1959 kon er weer worden gekerkt. In 2009 toen de vijfhonderdste geboortedag van Calvijn werd gevierd, werd een actie opgezet voor een nieuw orgel. Dat werd in 2014 in gebruik genomen. Hoe het klinkt? Zie het filmpje hieronder: de Canon in D van John Pachelbel, gemaakt aan het slot van de kerkdienst die werd gehouden aan het slot van het classisweekeinde.
43 miljoen liter bier in mijn stad
Dankzij Goudse Geschiedenisfestival zaterdag, heb ik nu een mooi beeld van de plek van mijn huis eeuwen en eeuwen geleden.
OK, er komt wat fantasie aan te pas, maar de nieuwe maquette van Gouda in het jaar 1150, heb ik me toch een beeld kunnen vormen.
Ik wist al dat wat we nu als stad kennen, ooit als ‘vlek’ is begonnen rond een verhoogd stuk grond (een ‘motte’), net ten zuiden van de St. Janskerk. Een deel van die verhoging is te zien in de tuin van de voormalige kosterswoning, naast het Catharina Gasthuis of Museum Gouda. Ik woon net aan de ander kan van de kerk en de maquette wil een beeld neerzetten van onder ander de bebouwing aan deze kant.
Ook al, zoals gezegd er een beetje fantasie voor nodig is, het is mooi om te kunnen zien hoe het er ongeveer uitgezien moet hebben op en rond de plek waar ik al 43 jaar woon.
De foto boven dit verhaal geeft de plek aan van de plek waar ik woon. De Markt moet je denken aan de onderzijde van de foto. Aan de bovenkant de loop naar de St. Jan. De andere foto toont de verhoging of Motte, de plek waar het eeuwen geleden dus allemaal is begonnen met Gouda.

De maquette was toeval vanmiddag. OK, ik wist dat die er stond in de St.-Janskerk, maar de details kende ik niet. Was gewoon geïnteresseerd in het geschiedenisfestival. Je leert altijd weer wat over de historie van je eigen stad en vooral de binnenstad.
Zo wist ik wel dat Gouda eeuwen geleden meer dan kaas faam genoot als bierstad. Niet dat de reputatie had van een Trippel, Westmalle, weissen, stout, of noem maar op. Bier was eeuwen geleden het enige dat voor schippers en hun bemanningen op de route Amsterdam – Vlaardingen kon worden ingeslagen.

0.0
Water uit de rivier kon je niet drinken zonder ziek te worden en melk als drinkbaar goedje kende men helemaal niet.
Om misverstanden te voorkomen. Het ging in Gouda niet om sterk bier, meer om kindertjesbier of (bijna?) 0.0. Het ging als ik het altijd goed heb begrepen meer om gekookt water met een smaakje. De hop in het bier zorgde voor de lange houdbaarheid.
In de kerk toont een kaart aan dat Gouda met kop en schouders uitstak als het ging om de productie (en dus verkoop) van bier.
Logisch. De schippers hadden meer dan voldoende tijd om voorraden in te slaan. De enige doorgang te water dwars door de stad in die tijd kostte een paar dagen. Het tijverschil tussen de Gouwe en de Hollandsche IJssel was groot en als het tij gelijk was (tweemaal daags), was er maar een half uur doorvaart mogelijk.
De ruim dertig (!) brouwerijen produceerden op jaarbasis (1480) ruim 43 miljoen liter bier. Ook al ging het om bijna 0.0, toch een flinke plas. Alleen Londen (1585) en Haarlem (1600/1620) kwamen daar bovenuit.
Stadsrechten
Genoeg over bier. Ook de rest van het zeer druk bezochte eerste Geschiedenisfestival mocht er zijn vandaag. Zeker als je nog niet zo lang in Gouda woonachtig bent en geïnteresseerd bent in lokale geschiedenis.

Over der eerste kloosters, Jacoba van Beieren, de Goudse glazen in de kerk (met een hoogwerker omhoog langs een van de ramen!), uiteraard kaas, Goudse pijpen, cholera en pokken, onderwijs, stadsuitbreidingen, de Tweede Wereldoorlog, de slappe bodem, de Marokkaanse gemeenschap, Erasmus, Coornhert, het stadhuis, de stadsrechten (1272, Graaf Floris V), de actie tot behoeden voor sloop van de Gouwekerk (foto krantenknipsel uit mijn eigen vroegere krant Rijn en Gouwe) en nog veel meer.
Bonus voor leden van de historische vereniging Die Goude (onder wie ik. Aanrader als je Gouwenaar bent: wordt lid!) was er nog een gratis exemplaar van het Goudse Geschiedenis Spel.
Los van dit cadeautje ben ik zeer te spreken over het festival en hoe het Gouds Geschiedenis Festival is georganiseerd. Gelet op de drukte deze zaterdagmiddag zeg ik: voor herhaling vatbaar!

Marmeren beeld dat niet af is
Voor het eerst van mijn leven een beeld van Michelangelo gezien. En ik hoefde er niet voor naar Florence in Italië, maar naar Haarlem. Daar, op 1,5 meter afstand stond ik oog in oog met ‘Apollo-David’ van de beroemde Italiaanse beeldhouwer.
Een buitenkansje, want de beelden van Michelangelo Buonarroti (1475 – 1564) zijn maar op weinig plekken buiten Italië te zien en voor Nederland is het zelfs de eerste keer.

Dat het juist in het Teylersmuseum in de Noord-Hollandse hoofdstad is te zien, is niet toevallig. Het museum beschikt over meer dan twintig tekeningen van Michelangelo; veel zijn voorstudies voor latere schilderen en beelden.
De Italiaanse tekenaar, schilder, poëet, architect en sculturo (beeldhouwer) wilde het mannelijk (jongens)lichaam zo perfect mogelijk weergeven, dus met de juiste onderlinge lichaaamsverhoudingen, de spieren, billen, schouders, enzovoorts. Zijn specialiteit dus.
Ben al eens eerder in het Teylersmuseum geweest, maar kan me de tekeningen niet herinneren. Voor de tentoonstelling De mannen van Michelangelo (waar een voorbereidingstijd van zeven jaar aan vooraf is gegaan!) zijn ze met bruiklenen uit internationale musea (en zelfs een uit de privécollectie van koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk) samengebracht in twee zalen, min of meer gegroepeerd rond het 1,5 meter hoge beeld Apollo-David.

Dubbele naam
Hoewel alles indrukwekkend is om te zien, is het marmeren beeld uit het Museo Nazionale del Bargello in Florence het meest imposant.
De dubbele naam verwijst naar het lange tijd onduidelijk zijn of het nu de Griekse god Apollo moest voorstellen, of de Bijbelse figuur David.
Kunsthistorici gaan er heden ten dage van uit dat het Apollo moet zijn, maar de dubbele naam is behouden.
Bijzonder is, had ik voor ik besloot naar Haarlem te gaan al gelezen, dat het beeld uit circa 1530 niet af is. Zo te zien haalt de jongeman een pijl uit een koker die over zijn schouder hangt. Zie foto boven dit verhaal. Maar pijl en koker ontbreken.
Sixtijnse kapel
Niet verloren gegaan in de loop der eeuwen. Het beeld van wit marmer (een materiaal waar Michelangelo vaak mee werkte) is gewoon nooit afgemaakt. Terwijl Michelangelo aan Apollo-David werkte, kreeg hij de opdracht voor het schilderen van de Sixtijnse kapel (waaronder Adam die met zijn vinger bijna de hand van God aanraakt) in Rome. Een eervollere opdracht.
Als ik weer eens in Rome ben voor een vergadering, toch maar daarheen.
Doet niets af aan de geslaagde tentoonstelling van het Teylersmuseum, dat ik vandaar bezoek met zus E. en een vriendin van haar. En nog net op tijd, want de tentoonstelling is nog tot en met komende zondag te bezoeken.
Twee rondes door de tentoonstelling gedaan, met tussendoor bijpraten onder het genot van een kopje koffie in het gezellige museumcafé. Blij dat ik de tentoonstelling heb bezocht.
Kerststal in Utrecht ipv Bethelem
Als protestant, of nog erger een jongen uit de ‘school van Calvijn’, hoor ik weinig te hebben met kerststallen (zóóóó katholiek!), maar deze in het Catharijneconvent in Utrecht bekeert iedereen.
De kerststal – of eigenlijk twee – in de kerk naast het museum zelf is deze periode tot en met 11 januari te bezoeken en is echt indrukwekkend. Je kijkt je ogen uit.
Het is dan ook geen gewone kerststal. Je kent dat wel: Jozef, Maria, het kindeke, wat herders, de drie koningen met hun cadeaus, ergens in een gebied dat Bethlehem moet voorstellen. Zie foto boven dit verhaal.

Dan deze. Twee panorama’s, achterin de kerk. Het zijn Napolitaanse voorstellingen. Vernoemd, inderdaad, naar Napels waar dit soort voorstellingen hun bron hebben. Het bekende kersttafereel, maar dan met als decor de Italiaanse stad.
Winkel van Sinkel
In deze kerk dus met een vertaling naar Utrecht. In de ene grote vitrine is de Domtoren het decor, in de andere de Winkel van Sinkel in dezelfde Domstad.
Je kijkt je ogen uit. Zoeken naar Maria met baby Jezus, de drie Koningen met hun geschenken, gelardeerd met bijvoorbeeld engelen die rond de Domtoren zweven.
Elke keer dat je kijkt, zie je weer iets nieuws. Soms heeeel kleine details. Idd tot in detail uitgewerkt.
Olifant
En ik ken het niet uit het Bijbelverhaal over de geboorte van Jezus, maar in een van de twee vitrines zie je een olifant.

Je ziet ook bijvoorbeeld mensen aan een tafel met eten daarop. Onder de tafel maar je moet het maar net zien, een muis… En kijk, daar vlucht Maria te paard met haar kind naar Egypte, zie foto hierhoven.
Grappig. Het Catharijneconvent afficheert de tentoonstelling als ‘De mooiste kerststal van Nederland‘. Volgens mij heeft het museum hier een punt.
Hoe leuk mijn wervende verhaal hier ook, je moet het met eigen ogen zien. Dus als je tijd hebt: ga naar Utrecht.
Twee musea op één dag
Twee musea op één dag. Ja, maar ze zijn in Venlo dan ook op steenworp van elkaar te vinden.
Had al sinds de aankondiging in het Limburgs Museum in mijn agenda gezet dat ik naar de tentoonstelling Bourgondiërs in Limburg wilde gaan. Voel mezelf wel een Bourgondiër als het op lekker eten en drinken (niet noodzakelijkerwijs in die volgorde) aankomt.
De dubbele betekenis van de naam komt goed tot uiting in de tentoonstelling (nog te bezoeken tot eind januari). De oorsprong is te vinden in de tweede helft van de vijftiende eeuw als drie generaties Bourgondiërs: de roemruchte hertogen Filips de Goede, Karel de Stoute en Maria de Rijke de dienst uitmaken in wat we nu de provincie Limburg noemen.

Hun verhalen worden verteld in woord en via audiotour en via prachtige kunstwerken, waaronder mooie schilderijen. Met bruiklenen uit musea als het Louvre, Versailles, Berlijn en het Nederlandse Rijksmuseum.
En ook een uitleen van het Koninklijk Huis: de keten die – toen koningin – Beatrix kreeg bij haar benoeming in 1985 tot lid of ridder in de uit 1430 daterende Orde van het Gulden Vlies..

En op verschillende schilderijen ook aandacht voor St. Joris die als ridder de draak versloeg. Altijd mooi om te zien, want diezelfde heilige met de draak siert ook het herdenkingsmonument voor de Tweede Wereldoorlog in de westgevel van het stadhuis in mijn woonplaats Gouda.
Thematisch
Voor de keten als voor enkele schilderijen andere tentoongestelde werken geldt: dat je ze zelden of nooit in Nederland ziet en al helemaal niet thematisch zoals hier in het Limburgs Museum.
Bijzonder is ook het Banket van de Fazant. Een tafel vol rijk uitgestalde (nep) gerechten op een tafel. Zie foto boven dit verhaal. En je mag aanschuiven. Je mag nergens aankomen, maar toch apart. Je leest op een scherm de grootse eden die ridders aflegden op een levende fazant.
Dat we aan de rijk gevulde tafel de tweede betekenis van Bourgondiërs te danken hebben, wordt wel duidelijk.
Fabeldieren
Het tweede museum dat ik vandaag bezoek: Van Bommel van Dam, is pas begin november op mijn lijstje gekomen. Las in de Volkskrant een verhaal over de expositie Fantastische Wezens. Fabeldieren.

Vooral het tegen de grond geplaatste grote, huilende medusahoofd (fluweel, katoen en schuimplastic) van Susanna Inglada imponeert.
Mooi is ook video met de Lamassu, een moderne weergave van de gelijknamige beschermgod en poortwachter uit het Assyrische rijk. Kunstenaar Wouter Oosterholt baseerde zijn versie op de eind negentiende eeuw door jezuïeten uitgehouwen beeld in een mergelgrot bij Maastricht. In de video (zie onderdaan) ‘wandelt ’de Lamassu door de straten van Maastricht.

Had na binnenkomst in dit museum even in de namen van de tentoonstellingen vergist en belandde eerst bij de expositie Mysterious Universe. Een reis door de kosmos. Ben er snel uitgekeken, de meeste werken kunnen me niet bekoren.
En ook vervelend bij de entree in dit deel van het museum: de vrijwilligster wil me te nadrukkelijk wijzen op wat ik kan zien en lijkt bijna beledigd als ik haar aanbod de brochure mee te nemen afwijs. Zelfs mijn ,,misschien straks’’ brengt daar nauwelijks verbetering in.
Leo Gestel
In een van de ruimtes nog wel geconfronteerd met mijn werk voor AD Groene Hart. Ik kom schilderij tegen van Leo Gestel. Al overleden, maar geboren in Woerden. En over hem, of eigenlijk rond enkele van zijn werken, heb ik verhalen geschreven.

Geen onderdeel van de tentoonstellingen, maar wel een heel leuk bijzonder weetje aangetroffen bij de lift in dit in het voormalige postkantoor ondergebrachte museum. Op de deuren op elke verdieping wordt uitleg gegeven, waarom het zo lang duurt voor de lift arriveert. ,,De lift is niet defect. Hij is relaxed”.
Hieronder een filmpje van een lichtwerk Cosmic Call van Gabriel Lester uit 2015 dat me wèl kon bekoren. Er gebeurt iets vrolijks in in deze video-installatie. En na de in mijn ogen saaie schilderijen is dit een verademing.
En hieronder een deel van de video Lamassu die door de straten van Maastricht wandelt.
Whisky Galore 2025
Half november, dus vaste prik deze zondag: het International Whiskyfestival in Den Haag. Verspreid over vier uur tal van mooie malt whisky’s proeven. De een nog lekkerder dan de andere. Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat.
Geen kerkgang dus vandaag. Hoewel, het jaarlijkse evenement is in een kerk (de Grote Kerk in Den Haag) en de inhoud van de bijna oneindige selectie aan uisge-beatha heeft wel iets spiritueels.
Al twintig jaar is het vaste prik voor neef D. en mijzelf. Een middag plezier beleven aan een keus uit de vele whisky’s uit Schotland, Ierland, India en ook steeds meer uit Nederland (Utrecht, Rotterdam, Amsterdam).

Behalve als binnenkomertje, de Cley whisky uit mijn geboortestad Rotterdam, laten we de Nederlandse dranken aan ons voorbij gaan. Cley hebben we eerder gedronken, maar om al direct bij binnenkomst aan de whisky’s die een sterke turfsmaak hebben en hoog in het alcoholpercentage zitten… Deze driemaal gedestilleerde Cley is 40 procent en gemakkelijk drinkbaar. Niet complex.

Iers
Daarna toch maar aan het serieuze werk begonnen. Bij Bresser en Timmer – een stand die we elk jaar bezoeken vanwege kennis die daar staat – laten we ons verrassen met een 12 jaar oude Ierse whiskey: Hinch Amarone.
Het laatste deel van de naam verwijst naar de vaten van dat Italiaanse wijnhuis waarin de whiskey enkele jaren opgeslagen is geweest. Goudgeel van kleur en een heerlijke ‘neus’ en smaak.
Daarna bij Kilchoman de Sauternes geproefd; een naam die verwijst naar de Franse wijn. Heel mooi. Later in de middag zullen we bij andere stands nog wat Sauternes whisky’s proeven.

Volgens mij zijn het er meer dan eerdere jaren. Heeft de (Schotse) whisky-industrie nieuwe rijpingsvaten ontdekt voor een speciale smaakbeleving?
Heel fraai is ook de Glencadam Origin 1825 (het jaartal verwijst naar de oprichting van deze distilleerderij) uit het oosten van Schotland. Geen Speyside, maar zuidelijker gelegen, tussen Aberdeen en Dundee. Met 40 procent alcohol niet zwaar. Wel lekker. Dat komt mede door de relatief korte tijd dat deze whisky nog in ex-sherry vaten opgeslagen is geweest.
Lekkerder
Uiteraard ook bezoek gebracht aan de stand van Ardnamuchan, de relatief jonge distilleerderij die ik in enkele jaren tijd tijdens mijn Schotse reizen gebouwd heb zien worden op Morvern. En inmiddels ook heb bezocht. Als je er eens bent geweest, smaakt zo’n whisky toch net wat lekkerder.
Datzelfde geldt voor distilleerderij Arran op het gelijknamige eiland aan de Schotse westkust. De enige die op kruipafstand van mijn kampeerplek is te vinden. Niet dat je er dronken vandaan komt hoor. Tijdens een bezoek aan willekeurig welke Schotse distilleerderij krijg je twee of drie proefglaasjes voorgeschoteld. En voor wie moet rijden, kan na het ruiken de inhoud van de glaasjes in mini-flesjes worden gegoten om mee te nemen. Vandaag in Den Haag proeven we de 18 jaar oude Arran.

Terug naar de Ardnamuchan, want hier proefden we opnieuw een Sauternes, nu peated (turfachtig). Fantastisch!
Van het eiland Islay proeven we nog de Coal Ila 2007 (sherry vat finish) van Maurice van Wees die geïmporteerde (Islay) whisky’s uitbrengt onder het eigen label The Ultimate.
De 2007 is niet te versmaden. Hetzelfde geldt voor de 18 jaar oude Glenmorangie Infinita uit verre noorden van het vasteland van Schotland.
Israël
Na jaren ook de stand van Milk & Honey, die Israëlische distilleerderij. Politiek correct of niet, de Terroir Sea of Galilee uit het gebied waar het Meer van Galilea en de rivier de Jordaan samenkomen is heerlijk van smaak. Met 56,2 procent wel hoog in de alcohol. Het thuis nog een fles van vele jaren geleden. Die deze week nog maar eens openmaken.
Wat D. en ik ook al jaren doen is aan het einde van de vier uur durende sessie is een mini-flacon vullen met de whisky die we het meest hebben gewaardeerd. Dat is dit jaar de Mac-Talla Lighthouse edition 2024.

Mac-Talla is geen distilleerderij. Deze malt whisky’s worden uitgebracht door de familie Morrions die zich al jaren richt op het ‘vangen’ van mooie Islay whisky’s. Dat is in dit geval volgens ons meer dan gelukt.
De Lighthouse edition 2024 wordt na opgeslagen te zijn geweest in Bourbon vaten, nog een tijdje deels opgeslagen in sherryvaten en deels op Bordeaux wijnvaten.
Met 54 procent ook weer hoog in de alcohol. De smaak komt ‘los’ door een paar druppels watrer toe te voegen aan ons glas.
Die drinken we komende zondag. Nog even uitzoeken waar deze whisky te koop is. Met iets meer dan 90 euro wel aan de prijs, maar voor onder mijn kerstboom…
Over een jaar, zondag 15 november, eens kijken wat voor moois we dan weer kunnen proeven op het International Whisky Festival in Den Haag.
Zoals bovenaan gezegd: het kost een paar centen. De entree is bijna 50 euro. De standaard whisky zijn daarbij ingegrepen. Maar je komt natuurlijk vooral voor de bijzondere whisky’s. En daarvoor moet extra in de buidel worden getast. Deze middag komt het voor ons op nog eens 30 euro per persoon.
Het leven is een feestje en we hebben zelf de slingers opgehangen.
