Use ‘Google Translate’ here to translate the Puffinnest.org articles in English
Wandeling Limburg – Wallonië…goed voor de stappenteller
In juli al op mijn ‘daagje-uit-kalender’, maar door motorpech fiets-/voetveer de wandeling van Eijsden naar Maastricht via deel van Wallonië niet kunnen doen. Vandaag wel, met zelfs prima wandelweer. Twee uur lopen; dik twintigduizend stappen volgens mijn smartwatch.

Ben sinds minstens tien jaar dol op Zuid-Limburg. En nee, niet alleen vanwege de prima terrassen in Maastricht! Al paar keer de wandeling van Eijsden via Ternaaien/Lanaye en langs de Maas naar Maastricht gedaan. Steeds dezelfde route.

Kwam er jaar geleden achter dat je net ten noorden van de sluis van Ternaaien ook westelijk om de St. Pietersberg en omgeving kunt lopen. Qua afstand maakt het niks uit. De in juli besloten die route een keer te volgen. Helaas door de motorpech van het fiets-/voetveer Cragmonon ging het niet door.
Vandaag, de weersvooruitzichten zijn zeer gunstig, dus al vroeg koers gezet naar Zuid-Limburg per trein. Heb nog wat dagkaarten van de NS en die gebruik ik voor de lange reizen. Dus rond 06.30 uur op het station van Gouda, om vandaar via Utrecht en Maastricht naar Eijsden te reizen.
Tuibrug
Dwars door het stadje naar de westkant en daar met het pontje over (één euro, alleen contant betalen). Dan door Ternaaien, schuin oversteken richting een fraaie tuibrug over het Albertkanaal. Vlak ervoor afbuigen en direct langs het water naar de sluis. Indrukwekkende sluizen vanwege het grote hoogteverschil (veertien meter!) tussen het kanaal en de Maas. Er werd vandaag geschut, maar het wachten om het water flink te zien zakken, duurde me te lang.

Ne ten noorden van de sluis afgebogen om langs het Albertkanaal te blijven lopen, richting Kanne.
Heel mooie route, vooral omdat het autoverkeer beduidend minder is dan via de oostelijke route langs de Maas.
Onderweg direct al iets gezien voor een volgend bezoek hier: de Passerelle van Caestert (zie foto hierboven), een in april van dit jaar geopende loopbrug die op vijftig meter hoogte over het Albertkanaal gaat.
De nieuwe wandelbrug is op de plek waar tot de jaren 1930 de Sint-Pietersberg was gelegen. Bij het graven van het Albertkanaal verdween een deel van de berg en daarmee ook de verbinding tussen Luik en Maastricht.
De wandelroute die op de website wordt aangegeven is zeventien km. Dat is me teveel van het goede, dus even uitvogelen hoe ik wel over de tweehonderd meter lange brug heen en weer kan gaan, met een begin- en eindpunt dichter bij het plaatsje/gehucht Kanne. Iets voor het voorjaar.

Grenspaal
Net voor de verkeersbrug bij Kanne, buig ik af, weg van het kanaal. Net na de laatste huizen van Kanne stap ik Nederland weer binnen. Dat zie ik op Google Maps, want een grenspaal of andere aanduiding kom ik niet tegen.
Wat volgt is een lange weg helemaal richting Maastricht. Bij het terugkijken van de route, kom ik nog een bezienswaardigheid tegen die op het lijstje voor een volgend bezoek komt: de Nekummer watermolen. Of eigenlijk is het, als ik het lees, geen molen meer. Wat resteert naast de overblijfselen van de molen zelf, is het pand dat nu woning is. Maar fotogeniek ziet er gebied er wel uit, dus rijp voor een bezoek volgend jaar.

Musketier d’Artagnan
De weg vervolgend kom ik als vanzelf (langs het beeld van de belangrijke, in Maastricht begraven musketier d’Artagnan en de Berenkuil, met nog een bronzen beeld van een beer (‘Jo’) op een zitbankje) naar mijn geliefde terras van café-restaurant Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein.
Na een glaasje wijn (om het vochtgehalte in mijn lichaam aan te vullen…) al voor 15.00 uur terug naar Gouda, want om 18.00 uur moet ik klaarzitten voor een onlinevergadering van het moderamen van de classis van mijn kerk.
Eén troost: een volgend bezoek aan Zuid-Limburg is nooit ver weg.
En…ACTIE!
Foto hierboven: © Sandra Zeilstra
Voor het eerst van mijn leven als figurant meegewerkt aan de opnames voor een tv-serie. Vermoeiend, veel wachten, maar ik had het voor geen goud willen missen. Elke keer als het ‘En…. ACTIE! Klonk, was het ook echt in actie komen, samen met de vele andere figuranten.
De serie Koning van de Wallen van regisseur Tim Oliehoek draait om van de opkomst en ondergang van Casa Rosso-oprichter Maurits de Vries (Zwarte Joop) en biedt een uniek perspectief op het Amsterdamse Wallengebied in de naoorlogse decennia. De kijker volgt zijn reis van jonge Holocaustoverlever, zwervend door de straten van Amsterdam, tot het kopstuk van een seks- en gokimperium. Hij was de koning van een kleurrijke groep bewoners die de Wallen groot maakte, maar ging uiteindelijk roemloos ten onder door hoogmoed en paranoia.

Was erachter gekomen dat er figuranten werden gezocht via een bericht op Facebook. Zou er geen aandacht aan hebben besteed, ware het niet dat de opnamen van vrijdag 21 augustus en de dagen ervoor in Gouda waren. En nog wel om de hoek van mijn huis.
Bordeelbezoeker
Na aanmelding en het opgeven van de maten van mijn lichaam (van hoofd tot voeten) en het insturen van foto’s was het wachten op een besluit of ik ‘ingeloot’ was. Die e-mail kwam donderdagavond. ‘k Zou net als tal van andere figuranten (er waren er een stuk of dertig) de rol van voorbijganger en bordeelbezoeker vertolken.
De lange draaidag voor de tv-serie (melden om uiterlijk 11.30 uur en laatste opnamen kort na middernacht) begon met schminken en aankleden is broeken, overhemd, jasjes uit de periode eind jaren zestig/begin jaren zeventig.

Daarna begon het eerste wachten, tot de gehele figurantenploeg (onder wie een aantal kinderen) naar de ‘set’ ging: het deel van de Achter de Kerk tussen de stegen die vanaf de Dubbele Buurt en Markt naar de hoofdingang van de St.-Jan leiden. De pandjes tegenover de kerk waren voorzien van borden en rode lampen, waaruit je kon opmaken dat het om bordelen ging.
Gouda
Waarom de opnames hier en niet op de echte Wallen? Wel, het is daar in deze periode te druk met toeristen, dus was de weg afsluiten onmogelijk. Hier in Gouda werd overigens wel rekening gehouden met toeristen. Tijdens de (korte) pauzes van de opnames, konden bezoekers de St.-Jan (dat doordeweeks de functie van museum heeft) in- en uitlopen.
De figuranten werd geduldig en zeer duidelijk uitgelegd wat ze moesten doen. Langs de bordelen lopen, door raampjes naar binnen kijken of als klant mee naar binnen gaan, of juist naar buiten lopen. Met een fiets over de ‘Wallen’ gaan, noem maar op. Als je buiten beeld kwam, kreeg je na korte tijd een seintje om weer de andere kant op te lopen. En niet in de camera kijken, tenzij dat uitdrukkelijk werd gevraagd.

Het klinkt alsof het allemaal vlot achter elkaar doorgaat, maar in de praktijk is dat anders. Een scène moet tig keer over. Dan weer wachten tot de volgende opname (en steeds klonk uit de mond van de opnameleider dan ,,Stilte’’ en ,,En… ACTIE!’’ Soms, als de opnamepositie moest worden gewijzigd, werden we naar een grote partytent naast de kerk gedirigeerd, zodat de crew van de filmploeg ruimte had om alles om te bouwen.
Professionaliteit
Dat wachten bood me een goed inzicht in hoe het eraan toe gaat bij tv-opnames. Ik keek vol bewondering naar de professionaliteit van iedereen en de goede onderlinge samenwerking. Ik zag iemand met iets zwaars op zijn schouder lopen over de kinderhoofdjes , met aan de andere hand nog een karretje op wielen. Een collega van de man met alleen iets van een rol plakband snelde op hem af en nam het wagentje over. Ook het opbouwen en verplaatsen van alles verliep in mijn ogen zeer soepel.
Ook de begeleiding vanuit het figurantenbedrijf Door van Dooren Casting, was indrukwekkend. De dames van de kleding: petje af. Zelfs op de set werd nog even een knoopje aan mijn overhemd gezet, of werd nog even mijn stropdas nagekeken en noem maar op. De duidelijke opdrachten voor en tijdens de opnamen voor elke figurant waren zeer duidelijk. Het ging allemaal zeer relaxed.
De catering was prima geregeld. En toen we vrijdagavond nog tot na 23.00 uur in de Gouwekerk (het gebouw waar het omkleden, wachten en eten plaatsvonden) moesten wachten voor de laatste opnamen, werd ons als figuranten nog even gevraagd of we het nog volhielden.

En dan de ploeg van figuranten zelf. Bijna niemand kende elkaar (behalve misschien de paar Limburgers), maar hoe later het werd, hoe meer je het gevoel kreeg dat je één club was. Onderlinge gesprekjes, samen lachen tijdens het wachten. Het voelde zeer goed aan.
Vermoeiend
Natuurlijk was zo’n lange dag vermoeiend, maar dat voelde ik pas toen ik tegen 00.30 uur thuis kwam. Dat is een goed teken.
Ik kijk voortaan wel met andere ogen naar figuranten in een tv-serie of een film. Ik weet nu uit ervaring dat ze heel, heel vaak heen en weer hebben moeten lopen, voordat de regisseur of de opnameleider tevreden was met de opname.
Of en hoe vaak ik uiteindelijk in beeld kom in de serie, is uiteraard nog niet bekend. Nog lang niet zelfs. Koning van de Wallen wordt uitgezonden bij de VPRO in het najaar van 2027.
Het is me in elk geval zo goed bevallen dat ik me voor volgende week heb opgegeven voor nog twee draaidagen, in Amsterdam en Schiedam. Net als nu, hoor ik pas zeer kort voor de draaidag of ik opnieuw ben ingeloot. Afwachten dus.
Jip en Janneke en Pluk van de Petteflat
Vanochtend om 09.00 uur al in het Rijksmuseum in Amsterdam. Op maandagochtend rond die tijd is het niet druk is mijn ervaring. Nou, in de zomervakantie staat er al rij te wachten. Gelukkig stond ik vooraan om mooie, vroljike tentoonstelling te bezoeken.

Jip en Janneke, Pim en Pom, Pluk van de Petteflet. De kans is groot dat je met deze figuren bent opgegroeid zonder ooit te weten wie ze tekende. Deze zomer brengt het Rijksmuseum zo’n 150 originele tekeningen van illustrator Fiep Westendorp samen. Van vroege schetsen tot de illustraties die generaties kinderen zijn bijgebleven.

In 1952 verschijnen Jip en Janneke voor het eerst op de kinderpagina van Het Parool, bij verhalen van Annie M.G. Schmidt. Wist je dat de figuren er toen heel anders uitzagen? Stap voor stap haalt Westendorp lijnen weg. Wat overblijft zijn de silhouetten die je nu uit duizenden herkent.
In de tentoonstelling zie je die hele zoektocht terug. Ook Pim en Pom, Pluk van de Petteflet, Otje en Floddertje komen langs.
Meer afbeeldingen op mijn fotosite.
Even in het Amsterdam van 1652
Drie kwartier lang rondlopen in stukje stadsgeschiedenis van Amsterdam. Zicht op het al lang verdwenen Waaggebouw, in een lift naar boven bij het in aanbouw zijnde stadhuis (nu Paleis op de Dam). En dat met middelen van deze tijd.
Het gaat om de virtualrealityexperience in museum Entr, op loopafstand van Amsterdam CS. Je loopt met een VR-bril op door het centrum van Amsterdam zoals dat er in 1652 uitzag.
Niet dat ik zoveel met ‘020’ heb. De trigger was de VR-ervaring. Die heb ik eerder gehad in Utrecht in Horizon op Cheops, Reis door het oude Egypte. Geweldig om in een kale ruimte met die VR-bril op door een voor mij vreemd landschap te lopen.

Het verschil tussen die experience in Utrecht en Amsterdam is, dat de laatste, Amsterdam 1652, interactiever is. Een mooi voorbeeld is dat je op een gegeven moment in een kroeg belandt en virtueel een bierpul kunt oppakken. Je ‘helpt’ bij het halen van ingrediënten om drukinkt te maken en bij het drukken. En dat je aan de IJkade haringen uit de ene ton pakt en die in een ander dat met zout (als conservering) is gevuld stopt. En dat op vragen van een van de drie gidsen in het verhaal, de voormalige walvisvaarder Cornelis: ,,Help jij even met wat vis overhevelen?’ En zo zijn er meer.

Smalle steegjes
Op wat we nu kennen als de Dam ben je getuige van de brand in het oude stadhuis, de bouw van het nieuwe. Je schuifelt door smalle steegjes. Soms botsen de VR-beleving met de werkelijkheid. Hoewel het museum een betonnen vloer kent, wil je in de VR-beleving de leuning van een plankier beetpakken…
In de Volkskrant werd dit alles medio mei omschreven als een immersief verhaal, waarbij je als toeschouwer niet alleen toekijkt, maar zelf deel uitmaakt van de vertelling.

Bij het verlaten van de ‘voorstelling’ kun je bij een modern apparaat een eerder gemaakte foto van jezelf afdrukken in historisch kostuum. Dat laat ik me natuurlijk geen twee keer zeggen…
Het museum denkt over om op enig moment nog zo’n VR-beleving op te zetten. Dan met een wandeling op Mars. Voor nu ben ik al zeer tevreden met Amsterdam 1652. Sterker nog, ik denk dat ik nog wel een keer ga.
Wil je er zelf heen? Een ticket kost 22,50 euro. De reis van huis naar Amsterdam is mogelijk langer dan de drie kwartier die de beleving kost, maar na afloop kun je altijd nog even de binnenstad in om ergens van een consumptie te genieten.
R.I.P. Rev. Alan Ramsay
Kreeg bericht dat afgelopen maandag de Rev. Alan Ramsay is overleden. Hij was in 182 de allereerste predikant van de Church of Scotland die ik ontmoette. Met zijn hartelijke ontvangst in de kerk in Fort William is misschien wel het zaadje geplant voor mijn overstap zo’n 20 jaar later naar de Scots Church in Rotterdam.
Het was in 1982 mijn eerste vakantie in Schotland. Samen met vriend H-W P. reisden we rond en belandden we voor een weekeinde op de camping in Fort William. Op zondag ondernam H-W de tocht naar de top van de Ben Nevis, de hoogste berg van Schotland. Mij leek dat ik te veel van het goede had en ik toog naar de kerk.

Het was de MacIntosh Memorial Church aan de Fassifern Road (nu een klimcentrum). Het hartelijke welkom bij binnenkomst en aan het begin van de dienst was ik niet gewend in mijn oude kerk in Gouda. Tijdens de koffie/thee na afloop was er ruimte om leden van de kerkelijke gemeente te ontmoeten en dat was al net zo hartverwarmend.
Verbluft
Logisch dus dat ik het jaar daarop daar terugkeerde. ,,Maar ik ken u toch, u was hier toch vorig jaar ook?’’ kreeg ik te horen toen ik mij voorstelde. Ik was verbluft. Het maakte wel dat ik elk jaar hier terugkeerde. Een paar jaar later werkte ik mee aan de kerkdienst (deed de Schriftlezing).
Er ontstond een vriendschap tussen Alan Ramsay en mij. En ook met zijn vrouw Lin. Elke zomer even bijpraten. Na zijn emeritaat in 2007 bleef die band behouden. Altijd even bijpraten in hun nieuwe woning; er lunchen. Aan het einde van elk jaar kwam er een brief met hun wetenswaardigheden en hun hoop voor het nieuwe jaar.
Motoragent
Alan kon smakelijk vertelde hoe hij met zijn gezin op autovakantie was geweest in Nederland – ver voor ik hem leerde kennen – en hij in Gouda een motoragent om hulp had gevraagd om de A12 te bereiken.

Verheugd reageerde hij toen ik in een jaar vertelde dat ik, al overgestapt van mijn kerk in Gouda naar die in Rotterdam, ouderling was geworden en afgevaardigde naar de classis (Presbytery).
De laatste jaren ging zijn gezondheid achteruit en ruim een jaar geleden belandde Alan in een verpleeghuis in Ballachulish. Daar heb ik hem in juli vorig jaar nog opgezocht.
Dat hij is overleden stemt mij verdrietig. Ik put hoop uit zijn woorden dat hij gereed was om te sterven. ,,He had expressed his wish to be with Christ for some time’’, schreef Lin me gisteravond.
Uiteraard zal ik tijdens de eerstvolgende vakantie in Schotland Lin met een bezoek vereren en samen nog eens terugdenken aan Alan. Schotland, Alan Ramsay, de Scots International Church Rotterdam blijven voor mij altijd met elkaar verbonden.
Titanic komt even dicht bij mij
Het rijke verleden van mijn kerk in Rotterdam levert steeds weer nieuwe informatie op voor mij. Dit keer een link met de ramp met de Titanic. Interessant, want zo heb ik de komende twee zaterdagen weer wat nieuws t vertellen tijdens Heilige Huisjes, de Rotterdamse ‘indikking’ van Open Monumentendag met uitsluitend gebedsbuizen.
Heb me al vaak afgevraagd wie die mevrouw Reuchlin is wier naam op een gevelsteen van ons kerkgebouw aan de Schiedamse Vest staat. Zij heeft de eerste steen gelegd op 13 november 1951 voor de nieuwbouw, nadat ons vorige gebouw aan het Vasteland dat zo’n 250 jaar dienst had gedaan bij het bombardement vrijwel volledig was verwoest.
Agatha Reuchlin – Elink Schuurman was gehuwd met jonkheer Johan George Reuchlin, wiens vader mede-oprichter was van wat later is gaan heten de Holland Amerika Lijn (HAL).
Titanic
Eind 1911 of begin 1912 werd hij uitgenodigd mee te varen (1e klasse!) op de eerste vaart met passagiers van de Titanic, om met eigen ogen te zien hoe de moderne passagiersschepen er uit zouden komen te zien.
Wel, iedereen kent het verhaal: die Titanic verging met man en muis (op een paar uitzonderingen na) toen het tijdens die eerste vaart op een groot ijsschots botste. Ook Reuchlin overleefde die beroemdste scheepsramp uit de scheepvaartgeschiedenis niet.
Van George Reuchlins band zelf met mijn kerk heb ik (nog) niets kunnen achterhalen. Zijn vrouw/weduwe was echter al verbonden aan de Schotse kerk sinds haar kinderjaren. Ze was, staat vast, lid van de zondagsschool.

Hart en ziel
Hoe hecht de band met de kerk nog was, bleek wel uit een brief van de toenmalige predikant Rev. Irwin Brown aan haar.
Een passage in het boek ‘Reuchlins reis’ (2023) dat ik in de bibliotheek in Gouda tegenkwam meldt dat hij al kort na de ramp haar voormalige klasgenoten van de zondagsschool op bezoek had gehad. Hij verzekerde haar dat ze haar van harte steunden. ‘Ik kan u verzekeren dat ze met hart en ziel met u meeleven.’
Er werden inzamelingsacties gehouden (‘Titanic Fonds’) voor de families van de slachtoffers of mogelijk alleen voor de familie Reuchlin, maar dit kan niet uit documenten die ik een paar weken geleden onder ogen kreeg, worden afgeleid. Er werd flink gedoneerd. Omgerekend naar nu, was een bijdrage van ruim 250 euro pp/gezin geen uitzondering.

De weduwe Reuchlin bleef kennelijk een band onderhouden (misschien ging ze zeker als weduwe ook wel hier ter kerke) met de Schotse kerk en werd ze in het najaar van 1951 gevraagd om de eerste steen te leggen voor de nieuwbouw van de kerk. Een van de foto’s daarvan staat hiernaast/-hierboven (afhankelijk van het platform waarop je dit leest).
Agatha Reuchlin overleed in 1960, bijna 50 jaar nadat haar man om het leven was gekomen bij de ramp met de Titanic. Dankzij de gevelsteen is zij voor altijd verbonden met mijn nog steeds bestaande en levendige kerk.
*Foto boven dit verhaal: © Willy Stöwer (1864 – 1931)
Eerste keuze nieuwe seizoen Goudse Schouwburg
Mijn eerste keuze uit het aanbod voor het theaterseizoen 2026 – 2027 in de Goudse Schouwburg. Wellicht voeg ik er later nog wat aan toen.
We schijnen in het nieuwe theaterseizoen goed te zitten in de schouwburg. Naar ik hoorde worden de stoelen in de grote zaal vervangen. Ook de nummering verandert. Waar voorheen de stoelen met de oneven nummers (dus stoelen 1, 3, 5, etc naast elkaar) via ingang links benaderd diende te worden en de even nummers (2, 4, 6, etc) via de rechter ingang, loopt de nummering straks door van 1, 2, 3, enzovoorts.
Maakt in de praktijk weinig uit. Sommige schouwburgbezoekers zijn al decennia heel erg blind, negeren de borden en gaan toch dwars door de rijen heen op zoek naar hun stoelnummer. ‘k Neem aan dat de volgorde van de rijen wel onveranderd blijft. Of…?
Hoe dan ook: hier is mijn keuze.
27.10.2026 Meeuw (Tsjechov) Het Nationale Theater
17.02.2027 Lebbis – Satan is moe
24.03.2027 Sherlock Holmes (Mark Rietman e.a.)
11.05.2027 Richard III (Shakespeare) Het Nationale Theater
28.05.2027 Van Vleuten & Van Muiswinkel
Hoe ouder je wordt, hoe meer vroeger je hebt

De laatste (toneel)voorstelling voor mij in de Goudse Schouwburg vanavond. En is een mooie afsluiting van het theaterseizoen: Oom Wanja, een stuk van Anton Tsjechov, gespeeld door acteurs van Toneelgroep Maastricht.
Ben al decennialang, eigenlijk al uit mijn schooljaren toen het cultureel jongeren paspoort (CJP) bestond die recht gaf op korting op schouwburgkaartjes. een groot toneelliefhebber. ‘k Ga daar liever heen dan naar bijvoorbeeld een musical of sommige cabaretvoorstellingen.
En de stukken van de Russische schrijver Tsjechov zijn altijd mooi om te zien, al ligt het natuurlijk wel aan het toneelgezelschap. Aan toneelgroep Maastricht kun je je geen buil vallen. Die lui weten hoe een stuk overtuigend te brengen. Nu ook weer.
Het eerder stukken van Tsjechov gezien in de Goudse Schouwburg, soms zelfs meerdere keren, steeds door andere gezelschappen, zoals De Kersentuin die ik zelfs drie keer heb bijgewoond.

Oom Wanja is deels herschreven om het ‘actueel’ te krijgen. Mooie taalkundige vondsten, met volgens mij die ene die ook boven dit verhaal staat: Hoe ouder je wordt, hoe meer vroeger je hebt. Het klopt, maar je moet er tekstueel maar op komen.
Landgoed
Het stuk uit 1897 (dat in 1950 voor het eerst in Nederland werd opgevoerd) speelt zich af op het landgoed van Alexander Serebrjakov. Sonja en Wanja runnen het landgoed dat Serebrjakovs eerste vrouw – Wanja’s zus – als bruidsschat had ingebracht. Serebrjakov en zijn jonge vrouw Jelena zijn meestal afwezig, maar nu logeren ze op het landgoed en verstoren ze tot ergernis van Wanja en Marina de dagelijkse routine.
Ook dokter Astrov, die verbitterd is omdat er zojuist een patiënt is overleden, is vrijwel continu te gast. Wanja maakt ruzie met zijn moeder, omdat ze Serebrjakov verafgoodt, en hij flirt met Jelena, tot haar grote irritatie. Lees de rest van het verhaal hier.

Lof voor de cast, al vind ik de rollen van twee spelers wel wat ondermaats. Ze hebben nauwelijks tekst. Misschien is dat in het origineel ook zo, maar ik blijf midden op rij 2 zitten met de vraag: wat doen ze hier op het toneel?
Decor
Maar verder niets dan lof. Zeker Jeroen Spitzenberger als Wanja en Jan-Paul Buijs als dokter Astrov vind ik overtuigend spelen. En ook chapeau voor Peer Wittenbols die het stuk voor deze uitvoering schreef, of herschreef en regisseur Michel Sluysmans. En voor Michiel Voet (decor) en Bart van den Heuvel (lichtontwerp).
En nu: mijn keuze maken uit de vele (toneel)voorstellingen in het nieuwe schouwburgseizoen. Heb al gezien dat er in oktober weer een stuk van Tsjechov op het programma staat: Meeuw, door Het Nationale Theater. Ik kan niet wachten.
‘Walk in all his ways’ – General Assembly Church of Scotland
Geen van mijn college-ouderlingen in de kerk kon naar de General Assembly van de Church of Scotland gaan. Dus heb ik me maar weer opgeofferd. Geen straf natuurlijk. Ondanks de vele vergaderuren toch wat tijd gevonden om weer even van het centrum van de Schotse hoofdstad te genieten.
De General Assembly (synode) wordt elk jaar gehouden in de maand mei. Dit keer vier in plaats van zes dagen. Dat betekende de eerste dag – vrijdag 15 mei – wel direct vol aan de bak, want er was ook een avondzitting ingeroosterd. Dus van 10.00 – 21.00 uur. Met pauzes, dat wel, maar toch…

De voorzitter of Moderator wordt elk jaar gekozen. Hij of zij kiest zelf een thema dat op verschillende momentencentraal staat. De voorzitter voor 2026 is de Rt. Rev. Gordon Kennedy en hij heeft gekozen voor. ‘Walk in all His ways’, naar Deutronmium 10, vers 12.
Niet alle rapporten van de verschillende commissies zijn interessant voor mijn kerk in Rotterdam en de zusterkerken in voornamelijk Europa. In Schotland zijn bijvoorbeeld alle predikanten in dienst van de centrale kerk en die is ook eigenaar van alle kerkgebouwen.
Aalmoezeniers
In internationaal verband (‘Presbytery of International Charges’) moeten de kerken hun eigen broek ophouden. Wij betalen dus onze eigen predikanten (wel volgens richtlijnen van de centrale kerk_) en beheren ons eigen kerkgebouw en de pastorie. Dus een onderwerp als ziekteverzuim heeft geen betrekking op de predikanten buiten Schotland. Hetzelfde geldt voor het rapport over en van de aalmoezeniers in het Britse leger. Die aalmoeziers zijn ook in vol ornaat aanwezig tijdens dit debat.

Eén onderwerp van de Church of Scotland was desondanks zeer interessant en leerzaam: het slavernijverleden waarin ook de kerk een belangrijke rol heeft gespeeld. De slavernij heeft de centrale kerk geen windeieren gelegd. Klik hier voor het rapport en de tekst van de Excuses (in het Engels).
Plantages
Kort samengevat profiteerde de Kerk op twee verschillende manieren. Ten eerste ontvingen veel individuele ministers en kerkenraden donaties van personen wier winst rechtstreeks afkomstig was van plantages, zoals de suikerplantages op Jamaica.
Ten tweede ontving het donaties van personen wier winsten afkomstig waren uit industrieën en handel die verbonden waren aan slavernij, zoals scheepsbouw of de import en distributie van tabak, katoen, rijst en suiker.

De winsten uit plantages financierden onder andere de bouw en decoratie van heiligdommen voor de eredienst en collegezalen voor de opleiding van predikanten. Veel daarvan zijn nog steeds in gebruik.
Sommige geestelijken bezaten zelf slaven en bleven dat doen, zelfs nadat Schotse rechtbanken hadden geoordeeld dat slavernij moreel en wettelijk onverdedigbaar was. Anderen verdedigden het beleid dat de emancipatie tot ver na de afschaffing van de slavenhandel vertraagde.
Aan het begin van de negentiende eeuw was meer dan 30 procent van de tot slaaf gemaakten in Jamaica in handen van Schotten.

Excuses
De General Assembly heeft een paar jaar geleden besloten diepgravend onderzoek te doen en te kijken hoe daarmee moet worden omgegaan. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar het onderwerp wel diepgravend te bespreken: ‘Naming not shaming‘.
In samenspraak met de kerken in Nigeria, Ghana en Jamaica zijn er nu in de synode hardop door de huidige voorzitter van de synode, Gordon Kennedy, in een volgepakte, doodstille Assembly Hall excuses aangeboden voor het slavernijleed.
De presentatie van het rapport en de excuses (alles in het Engels) kun je hier bekijken.
Ik ga hier niet alle rapporten noemen die zijn besproken. Wel is hier een link naar de excuses voor het slavernijverleden.
Wat valt er verder te melden over de General Assembly? Wel, het gaat er zeer formeel aan toe. Bij elk begin van een sessie gaan alle circa vierhonderd aanwezige afgevaardigden of commissioners (en misschien ook de circa honderd die de synode online bijwonen staan. Hij maakt een knikje naar het middeldeel van de carrévormige opstelling en iedereen in dat vak knikt terug. Hetzelfde gebeurt naar t wee vakken links en rechts van hem.
Ga je tijdens een debat even buiten de zaal de benen strekken of naar het toilet, dan draai je je bij de deur even om en maakt een knikje met je hoofd richting de voorzitter of Moderator. En bij terugkomst doe je dat opnieuw.

Lord High Commissioner
Belangrijke gast op een troon in de ereloge achter/boven de voorzitter is de Lord High Commissioner (een nu ceremoniële functie die al dik vierhonderd jaar bestaat), de vertegenwoordiger van de koning: The Right Honourable Lady Elish Angiolini (rooms-katholiek!). Ze wordt aangesproken met ‘Her Grace’ en woont tijdens de Assembly in het koninklijk paleis: the Palace of Holyrood House.
De eerste dag wordt ze bij aankomst op het voorplein van het gebouw verwelkomd door herauten. En ook als zij de zaal betreedt, gaat iedereen staan en zijn er opnieuw de knikjes.
Vervolgens moet de Assembly – louter symbolisch – haar benoeming tot Lord High Commissioner door de koning goedkeuren. En omdat ze behalve geen stemrecht ook niet het recht heeft te spreken in de synode, moet voor haar toespraak ook hiervoor goedkeuring worden gevraagd.
Bloedworst
En dan Edinburgh zelf. Natuurlijk is het geen straf voor mij hier een paar dagen te bivakkeren. Weet door al die jaren dat ik hier kom, mijn weg goed te vinden. Hoewel vanwege het synodewerk bier drinken tot een minimum is beperkt, geniet ik in verschillende pubs van het eten, waaronder ook dagelijks een stevig Schots ontbijt van bacon, eieren en natuurlijk black pudding (bloedworst) in de Booking Office, vlakbij het hoofdstation van Edinburgh, Waverly.

Het bezoek aan de stad en de synode maandagavond afgesloten met een etentje als dank aan mijn gastheer en –vrouw, inmiddels zeer goede vrienden die niet ver van de Botanic Gardens wonen.
Benieuwd of er over een paar jaar, als mijn kerk in Rotterdam weer aan de beurt is naar de General Assembly te gaan (de afvaardiging rouleert elk jaar), er wederom geen ouderling zijn vinger opsteekt…
Onderdeel van de General Assembly is de kerkdienst op zondagochtend in St. Giles Cathedral, de ‘hoofdkerk’ van de Church of Scotland op de Royal Mile. Die dienst kun je hieronder bekijken.
Wat als de VS Den Haag met militair geweld binnenvalt? Serieus??

Pas laat geboekt, maar zeker geen spijt van deze toneelvoorstelling: Operation Hellfire. Een satire met serieuze ondertoon door Het Nationale Theater. Het serieuze? De president van de Verenigde Staten kan dus – echt waar – een voor het Internationaal Strafhof in Den Haag gevangengenomen ex-collega met geweld bevrijden.
Die aanval (mogelijk op grond van wordt op een mooie manier weergegeven. Niet alleen doordat president Donald Trump zijn grootste vliegdekschip voor Scheveningen voor anker heeft laten gaan en uitroept dat hij ‘Nederland zal teruggeven aan de zee’, maar ook door het gekonkel van een minister-president van Nederland, een minister en de burgemeester van de hofstad.

Dominant is zeker de hoofdaanklager van het strafhof die ex-president Barack Obama die in Den Haag is voor het feestje ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het International Criminal Court (ICC) laat arresteren. Obama: ,,Was mijn speech zo slecht?’’
De gespeelde arrestatie had te maken met de – echte – inzet van talloze drones tegen de bevolking van Pakistan en Jemen.
Paniek op het podium. Want tja, de stad wil het Strafhof niet voor het hoofd stoten (het zou wat een blamage voor de stad van ‘vrede en recht’ zijn als het ICC naar elders vertrekt), maar een conflict met vriend en bondgenoot Amerika…
Appel
Het Nationale Theater zet het dilemma zeer kundig neer. Zoals gezegd een zeer serieuze mogelijkheid, maar de humor ontbreekt niet. Zo wordt even een Markt Rutte opgevoerd die na een uitspraak figuurlijk een appel eet. En hoe wordt gereageerd op de opkomstplicht aan mensen van 18 – 45 jaar om het land te verdedigen tegen de Amerikaanse aanval op Den Haag.

Beste humor act in het stuk vind ik de gespeelde talkshow, met de arrestatie en de gevolgen als praatonderwerp. Er is de deskundige, een dom blondje met volgens haar de mening van het volk, een Olympische gouden medaille winnende schaatser die ook aan tafel zit (want het moet niet alleen over een serieus onderwerp gaan) en zelfs de muzikale gast met ook een bijdrage aan het gesprek. Het kan zomaar een kopie zijn van babbelprogramma’s als Eva Jinek of Pauw en De Wit.
Niets dan lof voor de tien spelers in het onafgebroken twee uur durende stuk hier in de Goudse Schouwburg. Goed samenspel, mooie monologen en een simpel maar zeer doeltreffend decor en wat gimmicks.
Chapeau
De combinatie van dat alles maakt dat ik een toneelavond heb beleefd zoals ik dat al jaren niet heb meegemaakt. Chapeau voor de jonge schrijvers van het stuk Joeri Heegstra en Max Wind en regisseur Eric de Vroedt. Het enige minpuntje: als de hoofdaanklager en de tweede aanklager een verhitte discussie voeren, spreken ze zo snel dat de tekst niet te volgen is.

Toch, als je de voorstelling met eigen ogen en oren wilt meemaken: het stuk is tot en met 13 juni te zien in (met name) Den Haag en theaters in het land.
O ja, de thriller berust deels op waarheid. De American Service-Members’ Protection Act (ASPA) uit 2002, ook wel bekend als de ‘Hague Invasion Act’, is een Amerikaanse federale wet (ondertekend door president George W. Bush) die de president machtigt om ‘alle noodzakelijke en gepaste middelen’ te gebruiken – inclusief militair geweld – om Amerikaans of geallieerd personeel vrij te krijgen dat door het Internationaal Strafhof in Den Haag wordt vastgehouden. Wat als op last van het ICC Trump ooit wordt aangehouden en wordt aangeklaagd voor het beginnen van een oorlog (ik wilde hier eigenlijk tikken ‘ongeoorloofde oorlog’, maar dat lijkt me dubbelop) tegen Iran…
