Use ‘Google Translate’ here to translate the Puffinnest.org articles in English
Eerste keuze nieuwe seizoen Goudse Schouwburg
Mijn eerste keuze uit het aanbod voor het theaterseizoen 2026 – 2027 in de Goudse Schouwburg. Wellicht voeg ik er later nog wat aan toen.
We schijnen in het nieuwe theaterseizoen goed te zitten in de schouwburg. Naar ik hoorde worden de stoelen in de grote zaal vervangen. Ook de nummering verandert. Waar voorheen de stoelen met de oneven nummers (dus stoelen 1, 3, 5, etc naast elkaar) via ingang links benaderd diende te worden en de even nummers (2, 4, 6, etc) via de rechter ingang, loopt de nummering straks door van 1, 2, 3, enzovoorts.
Maakt in de praktijk weinig uit. Sommige schouwburgbezoekers zijn al decennia heel erg blind, negeren de borden en gaan toch dwars door de rijen heen op zoek naar hun stoelnummer. ‘k Neem aan dat de volgorde van de rijen wel onveranderd blijft. Of…?
Hoe dan ook: hier is mijn keuze.
27.10.2026 Meeuw (Tsjechov) Het Nationale Theater
17.02.2027 Lebbis – Satan is moe
24.03.2027 Sherlock Holmes (Mark Rietman e.a.)
11.05.2027 Richard III (Shakespeare) Het Nationale Theater
28.05.2027 Van Vleuten & Van Muiswinkel
Hoe ouder je wordt, hoe meer vroeger je hebt

De laatste (toneel)voorstelling voor mij in de Goudse Schouwburg vanavond. En is een mooie afsluiting van het theaterseizoen: Oom Wanja, een stuk van Anton Tsjechov, gespeeld door acteurs van Toneelgroep Maastricht.
Ben al decennialang, eigenlijk al uit mijn schooljaren toen het cultureel jongeren paspoort (CJP) bestond die recht gaf op korting op schouwburgkaartjes. een groot toneelliefhebber. ‘k Ga daar liever heen dan naar bijvoorbeeld een musical of sommige cabaretvoorstellingen.
En de stukken van de Russische schrijver Tsjechov zijn altijd mooi om te zien, al ligt het natuurlijk wel aan het toneelgezelschap. Aan toneelgroep Maastricht kun je je geen buil vallen. Die lui weten hoe een stuk overtuigend te brengen. Nu ook weer.
Het eerder stukken van Tsjechov gezien in de Goudse Schouwburg, soms zelfs meerdere keren, steeds door andere gezelschappen, zoals De Kersentuin die ik zelfs drie keer heb bijgewoond.

Oom Wanja is deels herschreven om het ‘actueel’ te krijgen. Mooie taalkundige vondsten, met volgens mij die ene die ook boven dit verhaal staat: Hoe ouder je wordt, hoe meer vroeger je hebt. Het klopt, maar je moet er tekstueel maar op komen.
Landgoed
Het stuk uit 1897 (dat in 1950 voor het eerst in Nederland werd opgevoerd) speelt zich af op het landgoed van Alexander Serebrjakov. Sonja en Wanja runnen het landgoed dat Serebrjakovs eerste vrouw – Wanja’s zus – als bruidsschat had ingebracht. Serebrjakov en zijn jonge vrouw Jelena zijn meestal afwezig, maar nu logeren ze op het landgoed en verstoren ze tot ergernis van Wanja en Marina de dagelijkse routine.
Ook dokter Astrov, die verbitterd is omdat er zojuist een patiënt is overleden, is vrijwel continu te gast. Wanja maakt ruzie met zijn moeder, omdat ze Serebrjakov verafgoodt, en hij flirt met Jelena, tot haar grote irritatie. Lees de rest van het verhaal hier.

Lof voor de cast, al vind ik de rollen van twee spelers wel wat ondermaats. Ze hebben nauwelijks tekst. Misschien is dat in het origineel ook zo, maar ik blijf midden op rij 2 zitten met de vraag: wat doen ze hier op het toneel?
Decor
Maar verder niets dan lof. Zeker Jeroen Spitzenberger als Wanja en Jan-Paul Buijs als dokter Astrov vind ik overtuigend spelen. En ook chapeau voor Peer Wittenbols die het stuk voor deze uitvoering schreef, of herschreef en regisseur Michel Sluysmans. En voor Michiel Voet (decor) en Bart van den Heuvel (lichtontwerp).
En nu: mijn keuze maken uit de vele (toneel)voorstellingen in het nieuwe schouwburgseizoen. Heb al gezien dat er in oktober weer een stuk van Tsjechov op het programma staat: Meeuw, door Het Nationale Theater. Ik kan niet wachten.
‘Walk in all his ways’ – General Assembly Church of Scotland
Geen van mijn college-ouderlingen in de kerk kon naar de General Assembly van de Church of Scotland gaan. Dus heb ik me maar weer opgeofferd. Geen straf natuurlijk. Ondanks de vele vergaderuren toch wat tijd gevonden om weer even van het centrum van de Schotse hoofdstad te genieten.
De General Assembly (synode) wordt elk jaar gehouden in de maand mei. Dit keer vier in plaats van zes dagen. Dat betekende de eerste dag – vrijdag 15 mei – wel direct vol aan de bak, want er was ook een avondzitting ingeroosterd. Dus van 10.00 – 21.00 uur. Met pauzes, dat wel, maar toch…

De voorzitter of Moderator wordt elk jaar gekozen. Hij of zij kiest zelf een thema dat op verschillende momentencentraal staat. De voorzitter voor 2026 is de Rt. Rev. Gordon Kennedy en hij heeft gekozen voor. ‘Walk in all His ways’, naar Deutronmium 10, vers 12.
Niet alle rapporten van de verschillende commissies zijn interessant voor mijn kerk in Rotterdam en de zusterkerken in voornamelijk Europa. In Schotland zijn bijvoorbeeld alle predikanten in dienst van de centrale kerk en die is ook eigenaar van alle kerkgebouwen.
Aalmoezeniers
In internationaal verband (‘Presbytery of International Charges’) moeten de kerken hun eigen broek ophouden. Wij betalen dus onze eigen predikanten (wel volgens richtlijnen van de centrale kerk_) en beheren ons eigen kerkgebouw en de pastorie. Dus een onderwerp als ziekteverzuim heeft geen betrekking op de predikanten buiten Schotland. Hetzelfde geldt voor het rapport over en van de aalmoezeniers in het Britse leger. Die aalmoeziers zijn ook in vol ornaat aanwezig tijdens dit debat.

Eén onderwerp van de Church of Scotland was desondanks zeer interessant en leerzaam: het slavernijverleden waarin ook de kerk een belangrijke rol heeft gespeeld. De slavernij heeft de centrale kerk geen windeieren gelegd. Klik hier voor het rapport en de tekst van de Excuses (in het Engels).
Plantages
Kort samengevat profiteerde de Kerk op twee verschillende manieren. Ten eerste ontvingen veel individuele ministers en kerkenraden donaties van personen wier winst rechtstreeks afkomstig was van plantages, zoals de suikerplantages op Jamaica.
Ten tweede ontving het donaties van personen wier winsten afkomstig waren uit industrieën en handel die verbonden waren aan slavernij, zoals scheepsbouw of de import en distributie van tabak, katoen, rijst en suiker.

De winsten uit plantages financierden onder andere de bouw en decoratie van heiligdommen voor de eredienst en collegezalen voor de opleiding van predikanten. Veel daarvan zijn nog steeds in gebruik.
Sommige geestelijken bezaten zelf slaven en bleven dat doen, zelfs nadat Schotse rechtbanken hadden geoordeeld dat slavernij moreel en wettelijk onverdedigbaar was. Anderen verdedigden het beleid dat de emancipatie tot ver na de afschaffing van de slavenhandel vertraagde.
Aan het begin van de negentiende eeuw was meer dan 30 procent van de tot slaaf gemaakten in Jamaica in handen van Schotten.

Excuses
De General Assembly heeft een paar jaar geleden besloten diepgravend onderzoek te doen en te kijken hoe daarmee moet worden omgegaan. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar het onderwerp wel diepgravend te bespreken: ‘Naming not shaming‘.
In samenspraak met de kerken in Nigeria, Ghana en Jamaica zijn er nu in de synode hardop door de huidige voorzitter van de synode, Gordon Kennedy, in een volgepakte, doodstille Assembly Hall excuses aangeboden voor het slavernijleed.
De presentatie van het rapport en de excuses (alles in het Engels) kun je hier bekijken.
Ik ga hier niet alle rapporten noemen die zijn besproken. Wel is hier een link naar de excuses voor het slavernijverleden.
Wat valt er verder te melden over de General Assembly? Wel, het gaat er zeer formeel aan toe. Bij elk begin van een sessie gaan alle circa vierhonderd aanwezige afgevaardigden of commissioners (en misschien ook de circa honderd die de synode online bijwonen staan. Hij maakt een knikje naar het middeldeel van de carrévormige opstelling en iedereen in dat vak knikt terug. Hetzelfde gebeurt naar t wee vakken links en rechts van hem.
Ga je tijdens een debat even buiten de zaal de benen strekken of naar het toilet, dan draai je je bij de deur even om en maakt een knikje met je hoofd richting de voorzitter of Moderator. En bij terugkomst doe je dat opnieuw.

Lord High Commissioner
Belangrijke gast op een troon in de ereloge achter/boven de voorzitter is de Lord High Commissioner (een nu ceremoniële functie die al dik vierhonderd jaar bestaat), de vertegenwoordiger van de koning: The Right Honourable Lady Elish Angiolini (rooms-katholiek!). Ze wordt aangesproken met ‘Her Grace’ en woont tijdens de Assembly in het koninklijk paleis: the Palace of Holyrood House.
De eerste dag wordt ze bij aankomst op het voorplein van het gebouw verwelkomd door herauten. En ook als zij de zaal betreedt, gaat iedereen staan en zijn er opnieuw de knikjes.
Vervolgens moet de Assembly – louter symbolisch – haar benoeming tot Lord High Commissioner door de koning goedkeuren. En omdat ze behalve geen stemrecht ook niet het recht heeft te spreken in de synode, moet voor haar toespraak ook hiervoor goedkeuring worden gevraagd.
Bloedworst
En dan Edinburgh zelf. Natuurlijk is het geen straf voor mij hier een paar dagen te bivakkeren. Weet door al die jaren dat ik hier kom, mijn weg goed te vinden. Hoewel vanwege het synodewerk bier drinken tot een minimum is beperkt, geniet ik in verschillende pubs van het eten, waaronder ook dagelijks een stevig Schots ontbijt van bacon, eieren en natuurlijk black pudding (bloedworst) in de Booking Office, vlakbij het hoofdstation van Edinburgh, Waverly.

Het bezoek aan de stad en de synode maandagavond afgesloten met een etentje als dank aan mijn gastheer en –vrouw, inmiddels zeer goede vrienden die niet ver van de Botanic Gardens wonen.
Benieuwd of er over een paar jaar, als mijn kerk in Rotterdam weer aan de beurt is naar de General Assembly te gaan (de afvaardiging rouleert elk jaar), er wederom geen ouderling zijn vinger opsteekt…
Onderdeel van de General Assembly is de kerkdienst op zondagochtend in St. Giles Cathedral, de ‘hoofdkerk’ van de Church of Scotland op de Royal Mile. Die dienst kun je hieronder bekijken.
Wat als de VS Den Haag met militair geweld binnenvalt? Serieus??

Pas laat geboekt, maar zeker geen spijt van deze toneelvoorstelling: Operation Hellfire. Een satire met serieuze ondertoon door Het Nationale Theater. Het serieuze? De president van de Verenigde Staten kan dus – echt waar – een voor het Internationaal Strafhof in Den Haag gevangengenomen ex-collega met geweld bevrijden.
Die aanval (mogelijk op grond van wordt op een mooie manier weergegeven. Niet alleen doordat president Donald Trump zijn grootste vliegdekschip voor Scheveningen voor anker heeft laten gaan en uitroept dat hij ‘Nederland zal teruggeven aan de zee’, maar ook door het gekonkel van een minister-president van Nederland, een minister en de burgemeester van de hofstad.

Dominant is zeker de hoofdaanklager van het strafhof die ex-president Barack Obama die in Den Haag is voor het feestje ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het International Criminal Court (ICC) laat arresteren. Obama: ,,Was mijn speech zo slecht?’’
De gespeelde arrestatie had te maken met de – echte – inzet van talloze drones tegen de bevolking van Pakistan en Jemen.
Paniek op het podium. Want tja, de stad wil het Strafhof niet voor het hoofd stoten (het zou wat een blamage voor de stad van ‘vrede en recht’ zijn als het ICC naar elders vertrekt), maar een conflict met vriend en bondgenoot Amerika…
Appel
Het Nationale Theater zet het dilemma zeer kundig neer. Zoals gezegd een zeer serieuze mogelijkheid, maar de humor ontbreekt niet. Zo wordt even een Markt Rutte opgevoerd die na een uitspraak figuurlijk een appel eet. En hoe wordt gereageerd op de opkomstplicht aan mensen van 18 – 45 jaar om het land te verdedigen tegen de Amerikaanse aanval op Den Haag.

Beste humor act in het stuk vind ik de gespeelde talkshow, met de arrestatie en de gevolgen als praatonderwerp. Er is de deskundige, een dom blondje met volgens haar de mening van het volk, een Olympische gouden medaille winnende schaatser die ook aan tafel zit (want het moet niet alleen over een serieus onderwerp gaan) en zelfs de muzikale gast met ook een bijdrage aan het gesprek. Het kan zomaar een kopie zijn van babbelprogramma’s als Eva Jinek of Pauw en De Wit.
Niets dan lof voor de tien spelers in het onafgebroken twee uur durende stuk hier in de Goudse Schouwburg. Goed samenspel, mooie monologen en een simpel maar zeer doeltreffend decor en wat gimmicks.
Chapeau
De combinatie van dat alles maakt dat ik een toneelavond heb beleefd zoals ik dat al jaren niet heb meegemaakt. Chapeau voor de jonge schrijvers van het stuk Joeri Heegstra en Max Wind en regisseur Eric de Vroedt. Het enige minpuntje: als de hoofdaanklager en de tweede aanklager een verhitte discussie voeren, spreken ze zo snel dat de tekst niet te volgen is.

Toch, als je de voorstelling met eigen ogen en oren wilt meemaken: het stuk is tot en met 13 juni te zien in (met name) Den Haag en theaters in het land.
O ja, de thriller berust deels op waarheid. De American Service-Members’ Protection Act (ASPA) uit 2002, ook wel bekend als de ‘Hague Invasion Act’, is een Amerikaanse federale wet (ondertekend door president George W. Bush) die de president machtigt om ‘alle noodzakelijke en gepaste middelen’ te gebruiken – inclusief militair geweld – om Amerikaans of geallieerd personeel vrij te krijgen dat door het Internationaal Strafhof in Den Haag wordt vastgehouden. Wat als op last van het ICC Trump ooit wordt aangehouden en wordt aangeklaagd voor het beginnen van een oorlog (ik wilde hier eigenlijk tikken ‘ongeoorloofde oorlog’, maar dat lijkt me dubbelop) tegen Iran…
Weinig belangstelling voor echt toneel

Na ruim twintig jaar vanavond weer een oude bekende – als ik dat zo mag noemen – in de Goudse Schouwburg. Toneelstuk Ivanov (Anton Tsjechov). Volgende maand nog een stuk van deze Russische schrijver: Oom Wanja.
Ben dol op toneelvoorstellingen. Sterker nog, het was in mijn jeugd de reden om kaartjes te kopen voor de schouwburg. Vooral oude stukken kunnen mij bekoren. Ik noem een Shakespeare, Joost van den Vondel en dus ook Tsjechov.
Ivanov wordt beschouwd als een vroege Tsjechov. Het is geschreven eind jaren tachtig van de negentiende eeuw. Thema’s die vaker in de werken van Tsjechov terugkeren zijn de veranderende tijden waar de oude wereld van adel en gegoede burgerij maar moeilijk mee om kan gaan, verarming en verval van de ooit zo schitterende landgoederen, plannen die al snel vervagen, hoop die omslaat in wanhoop.

Het stuk handelt rond een man (en naamgever van het stuk) die vol goede ideeën zit (hij leest nog steeds heel veel). Maar nu hij rond de veertig is, voelt hij zijn energie en goede zin afnemen. Hij heeft zijn financiën niet op orde, de liefde voor zijn doodzieke vrouw is verdampt, iedere avond ontvlucht hij zijn landhuis om zich de verliefdheid van een jong buurmeisje te laten welgevallen.
Muziek
De spelers van Studio Antigone brengen Ivanov aardig over het voetlicht, al vind ik de muziek en zang in het stuk niet echt passen. Dat ligt aan mij dus, er zal best een betekenis in zitten. Al hoop ik niet dat het alleen maar is gedaan om de voorstelling twee uur te laten duren…
Goed zijn de dubbelrollen van Scott Reniers (als arts en als de vader van het buurmeisje) en Yannick Bronkhorst (rentmeester Borkin en Zinaïda, de vrouw van de voorzitter van het provinciebestuur). Na een eerste ‘wisseling’ ben je eigenlijk vergeten dat het dubbelrollen zijn. Het spel van Julien Croiset als Ivanov vind ik overtuigend.

Al met al genoten van deze voorstelling. Wel jammer voor de Goudse Schouwburg: de benedenzaal is nog niet eens voor de helft gevuld vanavond. De stukken van Tsjechov zijn duidelijk iets voor de echte toneelliefhebbers. Het wel aanwezige publiek kreeg vanavond zelfs de uitnodiging maar wat naar voren te komen.
Eind mei nog een – nog lang niet uitverkocht – stuk van Tsjechov in Gouda. Dan Oom Wanja, door de nooit teleurstellende Toneelgroep Maastricht. Ook dit stuk heb ik in 2004/2005 al eens gezien. Maar voor beide geldt dat vanwege de lange tijd die tussen toen en nu zit, kan ik de voorstellingen niet met elkaar vergelijken.
Schepping van de aarde, maar dan niet volgens de Bijbel
Stond al even op mijn museumlustlijstje: Metamorfosen, in het Rijksmuseum. Mooie, samenhangende tentoonstelling met fraaie schilderijen en beelden. Uiteraard rijk voorzien van verwijzingen naar het gedicht Metamorfosen, van de Romeinse dichter Ovidius (voluit Publius Ovidius Naso, 43 v Chr – 17/18 n Chr).
Een tentoonstelling als deze in het Rijksmuseum in Amsterdam kent veel voordelen. Uiteraard de samenhang van de getoonde werken (veel inzichtelijker dan losse schilderijen en beelden in een museum) en je kunt als bezoeker kennis nemen van werken uit musea in andere landen, soms ook uit gesloten particuliere verzamelingen.

Wat dat betreft is Metamorfosen zeker geen teleurstelling. De teksten van tweeduizend jaar oud zijn eeuwenlang een inspiratiebron geweest voor kunstenaars. De werken in deze tentoonstelling tonen een doorsnede. Er zijn werken te zien van wereldberoemde kunstenaars als Titiaan, Caravaggio en Bernini, maar ook hedendaagse kunstwerken, zoals de reusachtige spin van Bourgeois.
Op tekstbordjes bij de werken, wordt de relatie tussen schilderij/beeld en Metamorfosen duidelijk uitgelegd.
Grote neus
Van Ovidius zelf is, behalve zijn bewaard gebleven werken, weinig bekend. Vermoed wordt dat zijn naam Naso er op duidt dat hij een grote neus had.

Metamorfosen is niet zomaar een dichtbundel. Het telt niet minder dan vijftien boeken. Het is één lang dichtwerk. Elk boek bestaat uit ongeveer acht- tot negenhonderd verzen of dichtregels. Daar kun je dus als latere kunstenaar je wel inspiratie uit halen.
Dat geldt bijvoorbeeld over de schepping van de aarde in de visie van Ovidius, dus niet Bijbels. De schepping begint in Metamorfosen met het totale niets. Dan komt een ‘onbekende godheid’ (woorden van Ovidius) die de aarde vormgeeft met de vier elementen: water, vuur, lucht en aarde. Uit chaos ontstaat orde en begint de schepping.

Apollo
Het wordt fraai verbeeld in een schilderij van de Brugse kunstenaar Finson. De vier figuren draaien om elkaar heen. Het ziet er uit als ene gevecht. Als ‘eerbetoon’ aan de auteur is er ook het schilderij Triomf van Ovidius van Nicolas Poussin (noooooit van gehoord).
En ook van diens hand, de inspiratie van de dichter. Een dichter, vermoedelijk Ovidius, knielt neer voor de god Apollo, die hem uit een gouden beker laat drinken als teken van goddelijke inspiratie.

Ook indrukwekkend is het doek Apollo van Giovanni Luteri (Dosso Dossi). Het toont Apollo, met in de verte de vluchtende Daphne. Amro’s pijlen hebben de twee uiteen gedreven.
Maandagochtend
De tentoonstelling (nog te bezoeken tot en met 25 mei) is heel populair. Ik had van een suppoost al eens de tip gekregen dat je om rustig het aanbod van het Rijksmuseum in ogenschouw te nemen, je het beste op maandagochtend kunt komen en dan liefst zo vroeg mogelijk. Ben er vandaag om tegen 11.00 uur en de tentoonstellingsruimte in de meer naar de oosten vleugel is barstensvol kunstliefhebbers.
Denk dat is voor eind volgende maand nog maar een keer ga, maar dan extra vroeg…
Drie kwartier in Egypte
Vanochtend drie kwartier door de oudheid van Egypte gewandeld. Met uitleg door een gids. Mooi zicht op de piramides en de tempels. Een waardevolle reis.
OK, ik ben niet in het vliegtuig gestapt om richting de Nijldelta af te reizen. Gewoon lekker met de trein. Rit van net geen 20 minuten, want het oude Egypte (4.500 v Chr.) is in Utrecht te bewonderen.
Het gaat om de VR-tour Horizon van Cheops, een expeditie naar de wonderen van het oude Egypte, in een van de jaarbeushallen in de Domstad. Alvast een mededeling. Wie na het lezen van dit verhaal zelf de ervaring wil ondergaan: Horizon van Egypte is er nog tot 3 mei.
Heb al eens eerder een VR-tour gemaakt, in het Westfries Museum in Hoorn, waar de tocht voert door Batavia stad (VOC) in 1627. Maar daar bleef je stil zitten op een bankje.

Obstakels
Nu loop je door een ruimte met je VR-bril op. Een technisch hoogstandje.
Tenzij je per se wilt, kun je niet tegen anderen aanlopen of tegen muren en pilaren. Het systeem achter de VR-ervaring wijst je tijdig op menselijke en andere obstakels.
Mooi gedaan, als zullen ervaren VR-kenners het gewoon vinden. Maar voor mij is het bijzonder. Als je je hoofd naar links beweegt, zie je een ander deel van een landschap of in de piramide van farao Cheops in Gizeh, de grootste van de drie grote piramides hier.
Nijl
Bijzonder is ook de begrafenis van farao Cheops: een reconstructie van de ceremonies en rituelen rondom de bijzetting van de farao, inclusief een tocht op bark of boot over de Nijl.

Je kijkt over het Gizeh-plateau: een wandeling tussen de sfinx en tempels zoals die er vierduizend jaar geleden uitzagen.
Je gaat ook dus de piramide in, tot in de Koningskamer en de gangen die voor toeristen in het echte Egypte vaak gesloten blijven.
Gekke gewaarwording tijdens de ‘tocht’ is dat je onder andere van rotsblok naar rotsblok gaat en je ongemerkt je been optilt om je voet op een volgend blok te zetten. Als je heel even je VR-bril afzet, zie je dat je toch gewoon in een kale hal van de Jaarbeurs staat.
Al met al een bijzondere ervaring. Misschien dat ik nog een keer de reis naar Utrecht…. eehhhh…. Egypte maak.
Middeleeuwen met een hedendaagse link

Ben tv-fan van het NTR-programma Welkom in de Middeleeuwen. Nu ook in het theater als semi-musical. Kaartje gekocht voor de voorstelling in de Goudse Schouwburg.
O schrik, het blijkt toch vooral een kindervoorstelling te zijn. Dat ontdekte ik bij de herinneringsemail van het theater. ‘In de pauze is het een limonadebar…’ Zucht!
En inderdaad, de grote zaal van de schouwburg is flink gevuld met kinderen en zij die op de grens naar pubertijd zitten. In de pauze dan maar wegglippen?
Het blijkt niet nodig. Het jonge publiek gedraagt zich voorbeeldig en is oprecht geïnteresseerd in de geschiedenis. Sterker nog, als een van de spelers het toneel opkomt en vraagt ‘Wie ben ik? Graaf…’ klinkt het luid en correct ‘Floris V’.

In bijna twee uur (inclusief die pauze bij de limonadebar) komen in Welkom in de Middeleeuwen tal van gebeurtenissen en figuren uit de Middeleeuwen voorbij. Behalve Graaf Floris V ook Bonifatius, de uitvingers van de boekdrukkunst Johannes Gotenburg en Laurens Jansz. Coster, de Vlkingen, Willem van Oranje en ga zo maar door. En allemaal bij elkaar gebracht door de naamgenoot van de NTR-serie Dorien.
Affligem
Is het dank een kinder-/jeugdvoorstelling? Ten dele. Laat ik zeggen dat de Middeleeuwen voor kinderen op een begrijpelijke manier wordt gebracht. Maar voor volwassenen valt er genoeg te lachen. Zoals bij de uitvinding van de boekdrukkunst de monniken die nog op ouderwetse wijze de Bijbel kopiëren. Hun namen gaan over de hoofden van de kinderen heen: broeder Affligem en broeder Chouffe. En bij de kruistochten klinkt het vanaf het podium ‘Make Jerusalem Great Again’. En de hilarische meezinger over de Beeldenstorm.
Meer (woord)grappen zal ik hier niet verklappen, maar het moet gezegd: ik heb me geen seconde verveeld bij deze voorstelling. Chapeau voor de makers en acteurs.
Omringd door de reformatie
Als gereformeerde ben ik nooit in dé stad van de reformatie, Genève, geweest. Nu als lid van de Presbytery of international charges (classis) van de Church of Scotland voor de vierde keer. Dus me in mijn vrije tijd daar even ondergedompeld in de geschiedenis van de kerkhervorming. Op bezoek bij Calvijn, Luther, Knox en Zwingli.
Nou, in het museum dan. Op steenworp afstand van het gebouw van de Schotse kerk, Auditoire de Calvin, bevindt zich het Museum der Reformatie. Indrukwekkend.

Het is het enige niet aan een religie gebonden museum dat gewijd is aan de geschiedenis van zowel de Reformatie als het protestantisme. Schilderijen, objecten (onder andere een drinkbeker van Calvijn, foto rechts), boeken, gravures en audiovisuele presentaties zijn te bewonderen in meer dan tien zalen. Hoogtepunten zijn onder andere twee schilderijen van Luther van Lucas Cranach, een brief van Calvijn en een van Dietrich Bonhoeffer.
Convent
Het museum is gehuisvest in de Maison Mallet, een gebouw dat in 1723 werd gebouwd op de exacte locatie van het voormalige Convent van Saint-Pierre. Het was hier dat de bevolking van Genève besloot de Reformatie te adopteren op 21 mei 1536.

In het museum is een goede uitleg van het begin van de reformatie. Maarten Luther die in zijn 95 stellingen afrekenden met het verdienmodel van de katholieke kek.
Veel aandacht voor de personen van de reformatie, zoals Calvijn. En hoe het juist Zwitserland is waar het echte werk begon. Hier wisten de kerkhervormers zich veilig voor de katholieke kerkleiders (gesteund door rooms-katholieke vorsten onder leiding van de jonge keizer Karel V) die niets moesten hebben van de lieden die voor hun inkomstenbron (de aflaten) gevaarlijk waren. Ook tegen de verering van heiligenbeelden verzetten de hervormers zich fel. Dat leidde uiteindelijk tot de Beeldenstorm (1566).
Synode van Dordrecht
Veel aandacht voor de Bijbel in allerlei talen, daar waar die voorheen alleen in het Latijn beschikbaar waren. Ook de opbouw van de kerk – met onder andere aandacht voor de eerste synode van Dordrecht in de zomer van 1574 – komt aan bod. Geen kerk meer die vanaf bovenaf werd bestuurd, maar van onderop. Het calvinisme kreeg weerklank in de Nederlanden, Zwitserland, Schotland en Frankrijk (Hugenoten) en werd via het kolonialisme geëxporteerd naar Amerika en zuidelijk Afrika. Zag in het museum dat nergens zoveel van de in Frankrijk vervolgde Hugenoten zich vestigden in Nederland (70.000).
Kortom, een paar welbestede uren.

Bijzonder is de muziekkamer, met een glas-in-loodkunstinstallatie (foto rechts) waardoor de kamer aanvoelde als een caleidoscoop terwijl je naar verschillende muziekstukken luisterde. Het museumbezoek besloten met een – ja echt – Calvijnbiertje.
De rest van het weekeinde in Genève voornamelijk besteed aan vergaderen. Mijn eigen commissie voorgezeten, die van het moderamen (dagelijks bestuur) en de algemene zittingen.
In de lunchpauze op zaterdag in het zonnetje even naar de Wall of Reformation (2009) geweest en ook even naar de haven, met de fontein (Jet d’Eau) met een 95 meter omhoog spuitende fontein. Zie foto boven dit verhaal.
Auditoire de Calvin
De vergaderingen waren uiteraard in het kerkgebouw van de Scots kirk Geneva, het Auditoire de Calvin (oorspronkelijk Notre-Dame-la-Neuve Chapel). Voor mij toch een beetje zie als de ‘hoofdzetel’ van de reformatie. Vanaf 1536 onderwees Calvijn hier zijn volgelingen.

Het kerkgebouw werd ook gebruikt door de Schotse kerkhervormer John Knox, tijdens zijn verblijf in de jaren vijftig van de zestiende eeuwen. Hier was hij de predikant voor de Engels sprekende kerkelijke gemeenschap. Bijzonder dat dit tot op de dag van vandaag een Engels sprekende gemeente is.
Ruim een eeuw geleden is het sterk vervallen auditorium grondig gerestaureerd. Vanaf 1959 kon er weer worden gekerkt. In 2009 toen de vijfhonderdste geboortedag van Calvijn werd gevierd, werd een actie opgezet voor een nieuw orgel. Dat werd in 2014 in gebruik genomen. Hoe het klinkt? Zie het filmpje hieronder: de Canon in D van John Pachelbel, gemaakt aan het slot van de kerkdienst die werd gehouden aan het slot van het classisweekeinde.
43 miljoen liter bier in mijn stad
Dankzij Goudse Geschiedenisfestival zaterdag, heb ik nu een mooi beeld van de plek van mijn huis eeuwen en eeuwen geleden.
OK, er komt wat fantasie aan te pas, maar de nieuwe maquette van Gouda in het jaar 1150, heb ik me toch een beeld kunnen vormen.
Ik wist al dat wat we nu als stad kennen, ooit als ‘vlek’ is begonnen rond een verhoogd stuk grond (een ‘motte’), net ten zuiden van de St. Janskerk. Een deel van die verhoging is te zien in de tuin van de voormalige kosterswoning, naast het Catharina Gasthuis of Museum Gouda. Ik woon net aan de ander kan van de kerk en de maquette wil een beeld neerzetten van onder ander de bebouwing aan deze kant.
Ook al, zoals gezegd er een beetje fantasie voor nodig is, het is mooi om te kunnen zien hoe het er ongeveer uitgezien moet hebben op en rond de plek waar ik al 43 jaar woon.
De foto boven dit verhaal geeft de plek aan van de plek waar ik woon. De Markt moet je denken aan de onderzijde van de foto. Aan de bovenkant de loop naar de St. Jan. De andere foto toont de verhoging of Motte, de plek waar het eeuwen geleden dus allemaal is begonnen met Gouda.

De maquette was toeval vanmiddag. OK, ik wist dat die er stond in de St.-Janskerk, maar de details kende ik niet. Was gewoon geïnteresseerd in het geschiedenisfestival. Je leert altijd weer wat over de historie van je eigen stad en vooral de binnenstad.
Zo wist ik wel dat Gouda eeuwen geleden meer dan kaas faam genoot als bierstad. Niet dat de reputatie had van een Trippel, Westmalle, weissen, stout, of noem maar op. Bier was eeuwen geleden het enige dat voor schippers en hun bemanningen op de route Amsterdam – Vlaardingen kon worden ingeslagen.

0.0
Water uit de rivier kon je niet drinken zonder ziek te worden en melk als drinkbaar goedje kende men helemaal niet.
Om misverstanden te voorkomen. Het ging in Gouda niet om sterk bier, meer om kindertjesbier of (bijna?) 0.0. Het ging als ik het altijd goed heb begrepen meer om gekookt water met een smaakje. De hop in het bier zorgde voor de lange houdbaarheid.
In de kerk toont een kaart aan dat Gouda met kop en schouders uitstak als het ging om de productie (en dus verkoop) van bier.
Logisch. De schippers hadden meer dan voldoende tijd om voorraden in te slaan. De enige doorgang te water dwars door de stad in die tijd kostte een paar dagen. Het tijverschil tussen de Gouwe en de Hollandsche IJssel was groot en als het tij gelijk was (tweemaal daags), was er maar een half uur doorvaart mogelijk.
De ruim dertig (!) brouwerijen produceerden op jaarbasis (1480) ruim 43 miljoen liter bier. Ook al ging het om bijna 0.0, toch een flinke plas. Alleen Londen (1585) en Haarlem (1600/1620) kwamen daar bovenuit.
Stadsrechten
Genoeg over bier. Ook de rest van het zeer druk bezochte eerste Geschiedenisfestival mocht er zijn vandaag. Zeker als je nog niet zo lang in Gouda woonachtig bent en geïnteresseerd bent in lokale geschiedenis.

Over der eerste kloosters, Jacoba van Beieren, de Goudse glazen in de kerk (met een hoogwerker omhoog langs een van de ramen!), uiteraard kaas, Goudse pijpen, cholera en pokken, onderwijs, stadsuitbreidingen, de Tweede Wereldoorlog, de slappe bodem, de Marokkaanse gemeenschap, Erasmus, Coornhert, het stadhuis, de stadsrechten (1272, Graaf Floris V), de actie tot behoeden voor sloop van de Gouwekerk (foto krantenknipsel uit mijn eigen vroegere krant Rijn en Gouwe) en nog veel meer.
Bonus voor leden van de historische vereniging Die Goude (onder wie ik. Aanrader als je Gouwenaar bent: wordt lid!) was er nog een gratis exemplaar van het Goudse Geschiedenis Spel.
Los van dit cadeautje ben ik zeer te spreken over het festival en hoe het Gouds Geschiedenis Festival is georganiseerd. Gelet op de drukte deze zaterdagmiddag zeg ik: voor herhaling vatbaar!

