De eerste dag in Mpongwe valt mij de schoonheid van Zambia overvloedig op. Je ruikt de vruchten, zoals de guave en ondanks een slecht (lees: weinig neerslag) regenseizoen staan bomen en struiken in bloei. Zambia wil ons als een pauw zijn schoonheid laten zien.
Mpongwe, waar ik een week bij familie verblijf, is prachtig, maar wel verstedelijkt, al heeft dat woord daar een andere inhoud dan bij ons. Gelegen in het midden van de Copperbelt -zo genoemd vanwege de aanwezigheid van de kopermijnen- ben ik ver weg van de echt grote steden. Toerisme bestaat niet. Hier is alles nog puur. Mpongwe is een centrum waar onderwijs en medische zorg bewoners uit omringende dorpen vaak niet meer dan een verzameling hutjes- lokken. De lokroep betekent dat mensen soms wel een uur lopen voor een bezoek aan de dokter. Scholen kennen zon aantrekkingskracht, dat de meer dan 1000 kinderen in shifts les krijgen.
Er volgt, met mijn familie, een rit naar het Lake Kashiba of Sunken Lake. De asfaltweg bij het dorp maakt als snel plaats voor een landweggetje. Rode aarde, een kilometers en kilometers lang spoor van rode aarde wijst ons de weg. Rood is de aarde onder mijn voeten. Het rood is zo overdadig aanwezig, dat het op mijn netvlies lijkt ingebrand te worden. Ik zie paden die van de hoofdweg afgaan naar een dorpje. Boven het hoge gras zijn de ronde daken vervaardigd van gedroogd gras zichtbaar. Bouwmateriaal is om de hoek, merk je. Palen en takken als muren hebben plaatsgemaakt voor stenen van alweer die rode aarde. De kleur is zo overdadig aanwezig dat je je afvraagt waarom de Zambiaanse vlag groen is. Maar die kleur zal wel verwijzen naar het groen van bomen en planten.
Ook als ik een paar dagen later Mpongwe verlaat voor een bezoek aan het vakantieparkje Nsobe Game Camp om wat wild nou ja, wat zebras en een eland- te zien, lopen mensen over de rode aarde van hun dorpjes naar Mpongwe en terug. Meestal met een doel: school, werk, boodschappen. Soms ook doelloos, lijkt. Kilometers lopen ze op hun van dikke eeltlagen voorziene voeten van hun dorp naar Mpongwe en terug. Veel mensen proberen de reistijd te bekorten met een fiets. Vaak is het rijwiel ook een pakezel. Soms wordt die zo zwaar beladen dat de eigenaar er naast moet lopen. En dan nog gaat het mis en valt de hoog geladen lading op de grond. Op het oog zonder veel gezucht wordt alles opnieuw op de bagagedrager gezet. Mogelijk in de wetenschap dat het over een paar kilometer weer mis is.
In een water dat de naam meer nauwelijks waardig is, wordt de was gedaan. Haast is er niet.
Vier blanken in een auto zijn een bezienswaardigheid. Je wordt bekeken als een aapje in de dierentuin. Zwaaien en een How are you?, OK als antwoord, breken het ijs onmiddellijk. In een lachende gezicht worden twee rijen witte tanden zichtbaar. Mensen zwaaien terug en als er een verkoopstalletje hebben- prijzen hun waren aan. Je hebt maar n watermeloen nodig, maar het aantal stalletjes is zo overvloedig en de aanprijzen zijn zo indrukwekkend dat je haast niet weet bij wie de aankoop gedaan moet worden. Bovendien heb ik nog geen idee wat iets kost. De nationale munt van Zambia is de kwacha, met getallen die doen herinneren aan de lire. Grote getallen, maar geen cent waard. Bij 6000 kwacha heb je het nog maar over een euro. Snel wordt me in Mpongwe een koopje duidelijk. De timmerman voor al uw stoelen en lijkkisten- maakt ook graag kunstwerkjes. Daaronder moet ook een schaakspel worden gerekend dat hij voor me vervaardigt voor 10 euro. Het is onmiskenbaar gent op Mpongwe/Zambia.
Voor de toren heeft een hutje model gestaan; de koning is hier en krijgsheer, compleet met speer. De maker en zijn vrienden zijn trots op hun vaardigheden en staan er op gefotografeerd te worden.
Dan valt de avond. Aan de hemel fonkelen de sterren helder; de melkweg is in volle glorie zichtbaar, niet verstoord door vals licht van kwekerskassen en de rijksweg, zoals in de Westerse wereld. Een symfonie, voorgebracht door een orkest van krekels en kikkers. De volgende ochtend kijk ik vanuit bed richting een meer, waar een rode gloed aan de overzijde de dag feestelijk aankondigt. Vogels hebben het nieuws ook door en heffen hun gezang aan.
De nieuwe dag brengt een bezoek aan het Mission Hospital van Mpongwe. Het hospitaaltje laat de kloof zien tussen het Westen en een ontwikkelingsland. Er zijn doktoren een van de redenen voor het bezoek vanuit Nederland. De faciliteiten zijn in ieder geval in mijn ogen- beperkt. Bedden, matrassen, wiegjes, alles ziet er oud uit. Van de tandartsstoel bijvoorbeeld heeft alleen de stoel nog een functie. Dokter H. legt uit dat een nieuwe, gesponsorde tandartsstoel met toebehoren niet nodig is. Er is geen tandarts voor boren en vullingen. De artsen in het ziekenhuis trekken indien nodig- alleen tanden en kiezen. De leeftijdsverwachting in Zambia is niet zo hoog dat gedacht moet worden aan het plaatsen van kronen en bruggen. Dus volstaat de stoel.
Dat maakt dat het lijkt alsof de faciliteiten toereikend zijn. Oud nog wel. Als een sponsor een complete set schenkt, wordt die in dank aanvaard. Hetzelfde geldt voor andere apparatuur. Maar echt zinvol zijn die geschenken niet. Wat het ziekenhuis nodig heeft bijvoorbeeld, is een zak met geld voor diesel voor de ziekenhuisauto. Maar ja, dat is niet sexy. Een sponsor wil iets tastbaars geven.
Er komt wel geld voor de aids-bestrijding, maar wat ermee te doen? Gratis aidsmedicijnen verstrekken? Nee, want gratis medicijnen slaan niet aan; worden niet trouw ingenomen. Dus gaat het geld, om het voor de verantwoording wel volledig te besteden, op aan bijvoorbeeld een aids-conferentie, waarbij de deelnemers zelfs nog een dagvergoeding krijgen. Welke organisatie checkt waar al het geld van ontwikkelingshulp van landen en sponsors daadwerkelijk aan wordt besteed? Geen papieren verantwoording, maar een degelijke, inhoudelijke controle. Waarom is er niet een club van ex-werkers van ontwikkelingsorganisaties die een bezoek aflegt aan een project en onderzoekt of de sponsor echt value for money krijgt. Beoordeel of een bodemloze put toch gevuld moet blijven worden, omdat uiteindelijk n druppel toch waarde blijkt te hebben.
De mensen in het dorp maken zich om dat soort zaken niet druk. Ze komen naar het ziekenhuis voor een behandeling van een ziekte die van alles kan zijn, behalve aids. Over deze ziekte wordt niet gepraat. Een patint heeft tb, maar een link met aids het verboden woord- wordt niet of nauwelijks gelegd. En terwijl zijn in het ziekenhuis verblijven, komt hun familie op bezoek. De familie is nooit ver weg en zwermt rond het hospitaaltje. Men kookt een eigen potje. Steevast staat er zoals volgens mij in elk Zambiaans huishouden- nsima op het menu. Het is een massa van mas en water. Ook Fitness is er goed in. Haar maaltijd in het huis van de dokter heeft altijd een schaal nsima als middelpunt. De eerste keer wordt uitgelegd dat je een stukje van de grote hompen afbreekt, kneedt en mengt met kool en vis of kip. De kans dat nsima je na een paar dagen tegen staat, is net zo groot als bij rijst. Het wordt eetbaarder als je er wat zout op strooit. Met zout smaa
kt immers alles lekkerder.
Fitness neemt ons mee naar haar dorp, 15 minuten lopen van Mpongwe. Alweer loop ik over rode aarde. Het bezoek aan haar dorp door de blanken lijkt een inbreuk op de privacy van Fitness en haar familie. Een zak Nederlandse drop daar is ze dol op, weet ik- en een zak suiker (veel gebruikt door de Zambianen maar voor de bevolking niet goedkoop), maken de sfeer los.
Er moeten handen worden geschud met de hele familie die in de schaduw van een dikke boom geniet van een stuk mas. Fitness, moeder van vier kinderen, toont ons haar hut. Hier, op zeer kleine oppervlak wordt alle lief en leed gedeeld. Het is duidelijk waarom zoveel mensen buiten leven. Een plank in de woning beeldt de gezelligheid uit: wat snuisterijen, een pop. Buiten zitten wat eenden. Waar zijn die voor? luidt de vraag. Het antwoord is heel duidelijk: die eten we op.
De late namiddag brengt nog een verrassing. Soezend in de tuin van de dokterswoning klinkt gezang op. Geen krekels dit keer, maar echt gezang. Het kerkkoor repeteert. Het is het soort zang waar Afrikaanse koren beroemd om zijn: a capella, meerstemmig en met voetenwerk als beat. Ik loop in de richting van de kerk en het gezang wordt luider en luider. Ik versta geen woord van Bemba, de taal die in dit deel van Zambia wordt gebruikt naast het officile Engels. Er is een kerk, een kerkkoor, dus ligt het voor de hand dat Gods lof wordt bezongen. Ik sluit de ogen en laat de heerlijke muziek mijn hoofd diep binnendringen. Amen!
Terug in het vliegtuig van Lusaka naar Londen valt eindelijk de warmte, of beter: de verzengende hitte, van me af. Op vijf kilometer hoogte passeer ik Ndola in een half uur. Gisteren, met de bus in omgekeerde richting, duurde die reis vier uur. Time flies. Dan, na vier uur vliegen, is er de Sahara, de grote zandbak van Afrika. Indrukwekkend, zelfs vanaf een hoogte van bijna 10 kilometer. Zwarte stippen, zo groot als sproeten, nog groter in aantal, lijken de woestijn een gezicht te geven. Vreemd, ik had me de Sahara roder voorgesteld. Geen idee waarom.
Een beetje decadent is het wel, de woestijn als een film onder je voorbij zien trekken, het beeld wegzippend met een Black Label. In de lucht ben ik op weg naar wat wij beschaving plegen te noemen en ik laat me verwennen met een mixed grill, een allerminst onaardige Bordeaux wijn en kies een echte film uit het in-flight entertainment. Die beschaving heeft wel een prijs.
Voor de laatste etappe naar Nederland moet op London Heathrow een paar meter over het platform worden gelopen. De koude slaat toe. En even denk ik, zat ik maar weer in die tuin in Mpongwe, omgeven door de zoete lucht van de guave, de muziek van de kikkers en de krekels, het gezang van het repeterende kerkkoor en het rustige tempo van leven. Maar of ik daar echt voor terug ga
6 gedachten over “Rood is de aarde onder mijn voeten”
Reacties zijn gesloten.

Mooie verslag, vooral dat stuk over de hulpverlening.
welkom thuis, ik kom je foto’s wel een keer nat maken
Leuk om een stukje van je reis te lezen. We komen snel de foto’s bekijken hoor en we willen alles van je reis horen.
Voor Ien: wacht tot je al mijn foto’s en 2 uur videoband hebt moeten bekijken, dan ben je blij als ik weer weg ben en blijf… 🙂
Welkom thuis, we hebben je gemist
Mooi sfeer verhaal. Welkom terug op het zwarte asfalt.