Vandaag zijn de onderhandelingen over een sociaal plan voor de nieuwe krant, waar ook mijn Rijn en Gouwe in opgaat, begonnen. Niet de gemakkelijkste klus. Het is tijdrovend (zat om elf uur ’s ochtends al in de auto op weg naar Eemnes en was pas om half negen thuis) en je moet je volle aandacht er bij houden. Er staan immers grote financile en sociale belangen van mijn collega’s (en mijzelf) op het spel. Het plan regelt voorzieningen voor de mensen die meegaan naar de nieuwe krant (reis- en verhuiskosten bijvoorbeeld) en voor de mensen die buiten de boot vallen (vertrekpremie, hulp bij zoeken ander werk, etc). Aan de andere kant geeft het ook voldoening, omdat je nauw betrokken mag zijn bij het maken van een goede regeling voor je collega’s. Dat sociale aspect trekt me wel en overheerst mijn gevoelens. En nee, meewerken aan zoiets geeft geen streepje voor bij het verdelen van de banen bij de fusiekrant. Mijn lot is nog net zo onzeker als dat van alle andere mensen bij de zeven betrokken kranten.
