De vele activiteiten voor krant en vakbond deze zeer warme week beginnen hun tol te eisen. Tuurlijk, ik hoef het niet te doen, maar ik heb gekozen mij voor mijn werk meer in te zetten dan alleen maar verhalen schrijven (daar word ik voor betaald) en me aan de zijlijn, maar toch actief bezig te houden met de onderhandelingen over een sociaal plan voor de nieuwe krant. Het legt een voelbare druk op mijn schouders, want ik moet meedenken/-praten/-beslissen over zaken die een grote invloed hebben op de (financile) toekomst van een groot aantal collega’s, werkgelegenheid(sbehoud) en dergelijke. Dat ik het werk graag doe, maakt de druk die ik voel niet minder. Daarnaast is het vakbondswerk van een algemeen, maar niet minder groot belang: cao-voorbereidingen, gesprekken met de onderhandelingsdelegatie, praten in een denktank over de toekomst van de dagbladen…
En het betekent op deze zeer warme dagen reizen naar Eemnes en Apeldoorn. En ik heb geen airco, alleen arko (alle ramen kunnen open), dus de flessen water zijn in no time leeg. Weinig nachtrust, want woensdagavond is bijvoorbeeld over het sociaal plan lang doorvergaderd en door flinke reisafstand/-tijd pas om half een s nachts thuis. Vakbondswerk komt er nog tussendoor (vanwege andere afspraak maar met de auto NVJ-kantoor in naar hartje Amsterdam), wat ook weer autoreizen in de hitte met zich meebrengt. En dan is er de wetenschap dat dit patroon zich volgende wek herhaalt: drie avonden reizen naar Amsterdam. Voor eten op deze dagen weinig tijd. Deze week (woensdag, donderdag, vrijdag) betekent het boterhammen met kaas in de auto. Niet echt mijn idee van een leuke maaltijd, maar toch nog redelijk gezond voedsel.
Twee dingen maken het dat ik het volhoud: het werk zelf geeft veel voldoening: zowel sociaal plan als vakbondswerk is in het belang van collegas. Al kan ik er maar een bescheiden steentje aan bijdragen: als collegas er minder slecht van worden, is er toch iets bereikt. Het tweede is het uitzicht zijn een strandfeest op vrijdagavond van een medebestuurslid van mijn vakbondssectie in IJmuiden en het varen in Friesland (als lid van de Kloateclub – sponsorclub van de Leeuwarder sktsje) met goede, lieve vrienden op zondag. Zondagavond kom ik gemarineerd in Beerenburg terug in Gouda, opgefrist (ja, dat is de geneeskrachtige werking van Beerenburg) voor de nieuwe werkweek.
Wat ik wel mis is zowel deze als volgende week donderdag de koorrepetitie van mijn koor Op Weg. Daar kan ik vanavond zo kort na thuiskomst geen fut meer voor opbrengen. Jammer, want zingen is mijn lust en mijn leven.
