Mientje

Opa Bakkebaard heeft een huisje
En in dat huisje daar is het goed
Opa Bakkebaard is aan ’t werken
En weet jij wel wat hij doet?
Hij veegt de vloer, met een bezem, met een bezem
Hij veegt de vloer, zo veegt hij de vloer

Dit liedje zong onze oppas Mientje vroeger voor ons. Afgelopen nacht is ze overleden. Dat kwam niet onverwacht; ze was al enige tijd ernstig ziek. Afgelopen zondag, voor mijn vertrek naar Schotland ben ik nog even bij haar langs gegaan. Ze herkende me geloof ik wel, maar verstaanbaar praten was er niet meer bij. Bij het weggaan zwaaide ze nog. Voor het laatst dus, zo bleek.
Met veel genoegen denk ik terug aan de oppas van in familie. Ze leerde ons liedjes, zoals het bovenstaande, en deed spelletjes met ons: Mens-erger-je-niet. En dan met haar (?) zelfbedachte spelregel: het dammetje. Er mogen dan pionnen van dezelfde kleur naast elkaar staan en de ander kan er dan niet voorbij. Met een beetje pech rijg je een opstopping en het spel kan dan zeker een uur duren.
Als zij op bezoek was, was het altijd pret. En natuurlijk bracht ze, toen haar moeder nog leefde, altijd boterkoek mee. En eenmaal volwassen kregen de bezoekjes een andere inhoud. O zeker, het spelletje Mens-erger-je-niet stond natuurlijk klaar, maar ze mocht bijvoorbeeld ook graag even vertellen hoe ze over de kerk dacht (een dominee bij zijn voornaam noemen, dat doe je toch niet) En ze kon met smaak vertellen dat toen haar neef hij berichtte dat hij theologie ging studeren, ze hem toevoegde: als je maar een goede dominee wordt, want slechte zijn er al genoeg. Het zijn van die herinneringen die nooit meer weggaan.
Dat zij ruste in vrede.

Mientje met spelbord Mens-erger-je-niet in haar huis aan de Langegeer
Zo herinner ik me Mientje graag: klaarzittend om een spelletje Mens-erger-je-niet te spelen