Bij het overlijden van mijn moeder heb ik een spelletje Rummikub gespeeld op de kist. Bij mijn vader zal ik dat maar niet doen. Want waar hij ook van hield, niet van spelletjes.
Heb je vanavond iets te doen? Nee? Zullen we dan mosselen gaan eten in Scheveningen?
Zomaar een kort telefoontje van mijn vader op een willekeurige vrijdag of zaterdag. Vrijdag 27 juli nog, enkele dagen voor zijn onfortuinlijke val in de Ronssehof. Natuurlijk haalde je hem dan op. Op naar Scheveningen. De gezellige drukte in het restaurant, genieten van een pan boordevol goede mosselen. Ze zijn goed h?, herhaalde hij dan keer op keer. En na afloop nog wat haringen meenemen, om het weekeinde bij de avondboterham ook nog iets te hebben.
Onze vader is de afgelopen jaren, na het overlijden van onze moeder, veranderd. Onze ouders waren niet zo uitbundig. Natuurlijk, vier uw vierdagen, maar verder De laatste jaren ontpopte mijn vader zich als een Bourgondir. OK, vanwege de medicijnen geen glaasje wijn meer bij het eten, maar als we gingen eten, moest het wel lekker zijn. En het liefst met een Dame Blanche, o nee, Dame de Blanche toe. En geef ze maar een goede fooi hoor, zei hij tegen Yvonne of mij als er afgerekend moest worden.
Van zijn gemopper in de Ronssehof hoorden we via omwegen. Wij zagen vaak een tevreden vader de laatste jaren. Een vader die dankbaar en trots was dat zijn kinderen hem zoveel aandacht gaven. Weinig bewoners van het zorgcentrum kregen zoveel bezoek als hij en dat wilde hij ook wel weten. Trots op zijn kinderen. Dat bleek recent nog toen hij de foto onder ogen kreeg, gemaakt tijdens het feest van Bert en Nel. Zijn vier zonen samen op n foto.
En dan zijn kleinkinderen en achterkleinkinderen. Tot op het laatst hielden ze hem op de been. Een sprekend voorbeeld is van vorige week vrijdag. Hij lag te bed, half slapend. Dimitri kwam binnen om een verlengsnoertje te brengen. Lisa bij zich. Opa zag ze en veerde op. Alle vermoeidheid was als bij toverslag verdwenen.
En zonder zijn andere kleinkinderen tekort te doen, was zijn band met Erica zeer innig. Wat die twee samen hadden, zal ik nooit begrijpen, maar het ging veel verder dan het rolletje Mentos dat ze altijd van hem kreeg. Tot ze trouwde met Marcel. Bij de huwelijksdienst kreeg ze plagerig voor het laatst een rolletje. Nu moest Marcel er maar voor zorgen.
En hoe trots zou hij niet geweest zijn als hij na zijn overlijden had kunnen beseffen dat voor het afleggen niet alleen onze zus Elly klaarstond, maar ook zijn kleindochter Maureen. Diep respect, Maureen, dat je dat hebt willen doen voor opa.
Met andere kleinkinderen had hij weer andere banden, vroeger en nu. Van Arjan vertelde hij altijd graag dat dat jong zo lekker kon smullen van haring. En in een ver verleden stond opa klaar om een konijnenhok te timmeren voor Theo en Dorette, of belangstellend te kijken als Elmar aan het vissen was. En Nol en Puk. Van de eerste kan hij helaas de bruiloft niet meer meemaken, maar die van Puk heeft hij met alle moeite die de reis met zich meebracht volop genoten.
En natuurlijk goed in de kleren. Daar zorgde Yvonne wel voor. Ook als hij naar Lunteren ging bijvoorbeeld. Dan lag zijn koffer nog open op bed in zijn kamer in de Ronssehof. Yvonne kwam dan nog even kijken of hij wel zijn nette kleren had ingepakt. Of, zoals pa dan zei, de inspectie komt nog langs.
En dan was er nog een passie, een passie, een die hij met mij deelde: Schotland. Een paar keer is hij mee geweest. De grootste lol had hij dat hij op hoge leeftijd nog in een jeugdherberg verbleef. En altijd ook graag even naar Edinburgh. Aanwijzen waar hij met mama had gelopen; genieten van de taptoe. En na jaren kon hij zich thuis in de Ronssehof een voorstelling maken als je hem door de telefoon vertelde dat je in dit of dat restaurant was gaan eten.
En in de kerk van Fort William kenden ze hem, omdat hij er orgel had gespeeld. Als je dan jaren later vertelde dat iedereen daar vroeg hoe het met mijn vader ging, dan glom hij.
En Schotland is n ding, de bootreis zelf is een andere. Vorig jaar nog, denk ik, is hij met Joost en mij even naar de overkant gegaan. Het tijddodende bezoekje overdag aan York boeide hem niet bijzonder, maar de heen- en terugreis des te meer. Lekker eten aan boord en genietend van het varen. Want als je dan s nachts even wakker werd en opzij keek, zat pa op zijn knien op bed om een gordijn opzij geschoven – naar zee te kijken.
En op zon schip moest hij ook altijd even kijken hoe het ding in elkaar stak. Gelast? Schudden met het hoofd. Vroeger deden wij het zo. En dan kwam er een verhaal uit de tijd dat hij werkzaam was bij de Rotterdamse Droogdok Maatschappij. Ook al zei hij later dat werken daar verschrikkelijk was geweest, enkele jaren geleden toen een sleepboot uit de Dockyardklasse van de RDM in Gouda lag, moest hij aan boord en even meevaren.
Daar, bij die RDM was zijn loopbaan begonnen. Later koster van de Breepleinkerk. In 1960 naar Gouda om werkmeester te worden bij wat toen nog de sociale werkplaats heette. Van Harry hoorde ik dat hij dat het allermooiste werk vond uit zijn carrire: het werken met verstandelijk gehandicapte mensen.
Zelf heb ik hem daar niet over gehoord. Waar ik en de andere broers en zussen hem soms wel over hoorden, was de oorlog. Hoe trots was hij niet op de brief van prins Bernhard. En het verzetsherdenkingskruisje. Het draaginsigne zit op zijn pak, hier in de kist. Het tweede draaginsigne dat daarin is meegegaan, is zijn trouwring. Net als bij ma.
Er was nog een ring, die heeft pa, naar ik hoorde, vermoedelijk van ma gekregen. Zijn initialen staan er op. Ik heb het maar op me genomen die ring te bewaren. Hij gaat naar de stamhouder. Dus neefjes Witte…
De zee. De zee, die kon je vanaf de Euromast niet zien. Toch kwam hij ook daar graag. De laatste tijd dan, want een paar jaar geleden zei hij dat hij toch een Rotterdammer – nog nooit boven was geweest. Hij nam zelfs plaats in de Euroscoop, om Rotterdam van nog grotere hoogte te bekijken. Eenmaal, dat vond hij wel genoeg.
Maar daarna daar is het weer etentjes met zijn kleinkinderen op diezelfde Euromast. En ook al hoorde hij niet meer wat er allemaal werd gezegd, hij zat er als een vorst bij, temidden van zijn nazaten.
Van zon etentje werden fotos gemaakt en die kreeg opa natuurlijk per e-mail toegestuurd. Ja, per e-mail. Onze vader heeft op hoge leeftijd nog geleerd om te gaan met de computer. Word de hele dienst van vanmiddag is door hem opgesteld in dat programma. Ineke had er geen omkijken naar. En natuurlijk e-mailen. Kijk, dat zon bericht van de Ronssehof naar de Korte Tiendeweg kon komen, snapte hij wel. Maar dat het ook lukte naar Joost en Hannah in Zambia En dat er dan ook snel een antwoord terug kwam!
En dan was er die onfortuinlijke maandag 30 juli. Pa viel terwijl hij opstond van een stoel. Voor de zekerheid naar het ziekenhuis voor het maken van een foto. Heup gebroken. Een operatie volgde.
Daarna ging het merkbaar achteruit met pa. Althans, soms. Het ene moment was hij zeer monter, het andere juist somber. En stap vooruit, twee achteruit. Het hoefde niet meer. Ik ben er klaar mee, zei hij over het leven dat nog voor hem lag. Het ademen ging zwaar, revalideren leek een lange weg te worden, het eten smaakte hem niet meer.
Wat bleef was zijn rotsvaste geloof. Een geloof dat hem was aangereikt door onze moeder. Op de avond voor de operatie vertelde pa aan Frans en mij hoe hij tot geloof was gekomen aan het begin van de oorlog. Hij wist niet hoe hij moest bidden. Van ma had hij een bijbeltje gekregen en toen hij het opensloeg kwam hij terecht bij het Onze Vader. Vandaar ook dat een deel uit dat gebed op de rouwbrief staat, vandaar ook dat wij dat bij hem hebben gebeden, kort na zijn overlijden in het verpleeghuis Bloemendaal en vandaar ook dat wij dat straks bij het graf bidden
Worden gebeden verhoord? Ik geloof het heilig. De grootste angst van onze vader was dat hij zou stikken hij was tenslotte longpatint of dat wij als kinderen aan zijn bed zouden zitten, wachtend op het stokken van de adem. Hij is vredig heengegaan, s morgens heel vroeg, in zijn slaap, zonder lijden, naar we hoorden.
Is het dan nu voorbij? Welnee. Na het overlijden van mijn moeder is mijn vader ook gaan leven. Nu mijn vader is overleden gaan wij verder met het leven. Ik zal de eerste zijn om te bekennen dat er een stuk spanning of druk wegvalt. Niet meer denken: ik moet nog even bij mijn vader langs. Het komt wel niet uit, maar ik ben al een paar dagen niet geweest. Niet meer regelen dat er iemand meegaat naar de dokter, nooit meer iets drie keer hoeven te herhalen voor de boodschap overkomt door de bijna werkeloze oren.
Maar op momenten zal er iets boven komen van: mijn vader zei altijd, opa zou wel weten En dan glimlachen we wat. Daarom, vandaag is toch een dag van tranen, maar laten we morgen, overmorgen en de dag daarna met een glimlach terugdenken aan onze ouders, onze grootouders.
Lieve kleinkinderen van opa, vertel je kinderen over hun overgrootvader. Luister naar je vader of moeder als die zegt dat opa iets wat je kinderen doen, ook altijd deed. Familietrekjes.
En uiteraard, jullie kinderen zijn net als jullie, net als wij en net als opa niet eigenwijs. Wij Wittes hebben alleen nadrukkelijk een eigen mening!
Uitgesproken in de Dienst van Woord en Gebed
maandag 17 september 2007 in de aula van de
algemene begraafplaats IJsselhof in Gouda
