1/4

Een zomervakantie in de Schotse Hooglanden begint voor mij al jaren steevast met een weekje in Glen Affric. Beetje wandelen, boekje lezen, ritje door de omgeving maken, pubbezoek. En natuurlijk radio luisteren. Het werkt elk jaar weer. Zodra ik op BBC Radio 4 het verhaal van een hoorspel helemaal heb kunnen volgen, weet ik dat ik ben uitgerust; dat het hoofd leeg is. Meetal duurt dat een dag of vier, vijf.
Ik houd de mythe natuurlijk graag in stand,maar in het echt regent het niet altijd in Scotland. Donderdag een prachtige dag, die ik deels heb doorgebracht bij Dog Falls (Glen Affric), een schitterende plek in de glen. Nee, niet gewandeld, daar heb ik nog geen zin in. Om de drukte van jengelende kinderen te vermijden, ben ik eindje omgelopen en een rustige rotsplek uitgezocht om heerlijk een paar uur in de zon te liggen niksen. Flesje water erbij (ja, ik drink wel eens water!) en genieten van vogelgeluiden en het kabbelende water. Plek heeft bijzondere betekenis voor me. Mijn vader is, al toen mijn moeder in het verpleeghuis verbleef, een paar keer meegegaan naar Scotland. Een keer ook deze plek bezocht. Hij heeft toen foto van me gemaakt op de rotsblokken hier. Die foto bekeek hij vrijwel dagelijks, omdat die de achtergrond was van het bureaublad op zijn laptop.
Na hier te hebben vertoefd, naar de camping – h, gelukkig, de vijf zit in de klok… – voor de borrel.
Het mooie (sic) van Scotland is dat het weer de volgende dag 180 graden gedraaid kan zijn. Dus op vrijdag regen: miezer (die op je tentdak doet vermoeden dat een wolkbreuk is losgebarsten. Geen nood, er is altijd nog internetten in bed. Een laat ontbijt, autoritje, de ochtendbladen, een boek, de radio en voor je het weer is het tijd voor de borrel.
Zondag naar de kerk in Invernes. Ben hier eerder ter kerke gegaan, maar toen bij toeval in de Free Church of Scotland beland, de orthodoxe variant van mijn kerk. Nu de gewone Church of Scotland, St. Columba High Church. Nou dat was gelijk de laatste keer. Wat een duf zooitje. Gemiddelde leeftijd van de overige 40 of zo bezoekers is zeker boven de 70 jaar. Somber groot gebouw, dat met zo’n klein aantal kerkgangers er ook niet gezelliger op wordt. Volgende keer als ik in Glen Affric ben, ga ik weer naar Beauly. Daar herinner ik me de CoS die vrolijker kleuren heeft en meer lively is.
Rest van de dag traditiegetrouw doorgebracht met een heerlijke stapel dubbeldikke zondagskranten. O ja, en de pub is uiteraard ook weer met een bezoek vereerd. De landlord kent zijn klanten en voor ik de bar heb bereikt, staat mijn pint 80/- * al op mij te wachten.
Ben nu goed uitgerust, dus de echte, actieve vakantie kan beginnen. Maandag koers richting Orkney.

*Uit Wikipedia:
Shilling categories: The shilling categories were based on price charged per barrel for beer during the 19th century. The stronger or better quality beers costing more. However, customers would ask for a strength of beer by names such as ‘heavy‘ and ‘export‘. The terms export and heavy are still widely used in Scotland. Even though the practise of classifying beers by the shilling price was not specific to Scotland, during the cask ale revival in the 1970s Scottish brewers resurrected the shilling names to differentiate between keg and cask versions of the same beers. This differentiation has now been lost.
While the shilling names were never pinned down to exact strength ranges, and Scottish brewers today produce beers under the shilling names in a variety of strengths, it was largely understood that:
Light (60/-) was under 3.5 % abv (alcohol by volume)
Heavy (70/-) was between 3.5 % and 4.0 % abv
Export (80/-) was between 4.0 % and 5.5 % abv
Wee heavy (90/-) was over 6.0 % abv
(/- is read as ‘shilling’or ‘bob’ as in ,,a pint of eighty-bob, please)