Wilders

Wilders moet vervolgd worden voor zijn uitspraken over de islam. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar er zijn grenzen aan wat gezegd mag worden, aldus het Gerechtshof in Amsterdam. Wilders heeft steeds gezegd dat zijn harde woorden de islam als geloof treffen en niet de gelovigen. Volgens het Hof mag dat niet los van elkaar worden gezien. Zie een deel van de beslissing van het Hof hieronder:

() Het Hof heeft daarbij overwogen dat de gewraakte meningsuitingen van Wilders (ook zoals in beeld gebracht in zijn film Fitna) in onderlinge samenhang bezien naar Nederlands recht strafbaar zijn, zowel door hun inhoud als door de wijze van presenteren. Deze wijze van presenteren kenmerkt zich door eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking, niet aflatende herhaling en een toenemende felheid, waardoor er van haatzaaien sprake is. De meeste uitlatingen zijn in de opvatting van het Hof tevens beledigend, nu zij de moslimgelovigen wezenlijk in hun religieuze waardigheid aantasten. In de opvatting van het Hof heeft Wilders ook door de symbolen van het moslimgeloof aan te tasten wel degelijk de moslimgelovigen zelf beledigd.
In de tweede plaats heeft het Hof de vraag beantwoord of een eventuele strafvervolging c.q. veroordeling toelaatbaar zou zijn volgens de normen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de daarop gebaseerde rechtspraak van het Europese Hof, dat de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel heeft . Het Hof is tot de conclusie gekomen dat een in te stellen strafvervolging maar ook een eventuele latere veroordeling, mits proportioneel, niet in strijd hoeft te komen met Wilders vrijheid van meningsuiting, nu haatzaaiende en kwetsende uitlatingen van politici, gelet op hun bijzondere verantwoordelijkheid, ook volgens Europese normen niet door de beugel kunnen.
In de derde plaats heeft het Hof de vraag beantwoord of strafvervolging van Wilders vanwege zijn uitlatingen in de Nederlandse situatie wenselijk zou zijn (de opportuniteitsvraag). Volgens het Hof is het haatzaaien in een democratische rechtsorde dermate ernstig dat een algemeen belang aanwezig is om in het maatschappelijk debat een duidelijke grens te trekken.

Overigens benadrukt het Hof dat zijn oordeel in die zin een voorlopig karakter draagt, dat Wilders in deze beklagprocedure niet is veroordeeld. Het Hof heeft uitsluitend beoordeeld of voldoende aanwijzingen – op het niveau van een redelijke verdenking – aanwezig zijn om een strafvervolging tegen Wilders in gang te zetten. Het is uiteindelijk aan de later oordelende strafrechter om in een openbaar strafproces de vraag te beantwoorden of er ruimte is voor een veroordeling en, zo ja, in welke mate.

Wilders zal wel aangeslagen zijn door de uitspraak. Als de brok uit zijn keel weg is, zal hij het Hof wel knettergek (zijn geliefde woord voor iedereen die er een andere opvatting op nahoudt dan hijzelf) noemen.

Eén gedachte over “Wilders”

Reacties zijn gesloten.