Vanavond opnieuw onder de indruk geweest van Helmert Woudenberg, de acteur bij wie je moet zijn voor goede solovoorstelling. Al twee eerdere oorlogsstukken van hem gezien (Leefbaar en Jezus) en om de een of andere reden blijft hij met dit soort stukken boeien. In Waterman vertelt hij het waargebeurde verhaal van de nu 85-jarige Jood Hatty (Hartog) Waterman. Hij is de vierde in een gezin met veertien kinderen. In november 1942 slaat het noodlot toe. Het gezin wordt verscheurd en afgevoerd naar Auschwitz waar het de dood zal vinden. Hatty, op dat moment 21 jaar, staat niet op de lijst van mensen die meemoeten. Hij blijft verslagen en als verdoofd alleen achter. Dan begint het bizarre en aangrijpende onderduikverhaal. Voortdurend zich verschuilend en van adres veranderend, weet Hatty zijn noodlot te ontlopen. Veel markante figuren treden in zijn leven op, zoals zijn heldhaftige Tante Dora en de grimmige Jodenverraadster Ans van Dijk.
De overgrootvader van Helmert Woudenberg, was destijds boer in de Jodenbuurt in Amsterdam. Hij was orthodox Christen, maar kon goed aarden tussen de Joodse mensen. Hij verkocht ze melk, en dat onder anderen ook aan de 7-jarige Hatty. Nu zit Helmert Woudenberg tegenover datzelfde zevenjarige Joodse jongetje en luistert ademloos naar zijn verhaal.
Het is niet alleen het indrukwekkende verhaal over die oorlogsgeschiedenis. Het is vooral de boeiende verteltrant van Woudenberg. Meer dan toneelspeler is hij in dit stuk een verhalenverteller. En een begenadigde ook. In het begin schetst hij de Jodenbuurt in Amsterdam ten tijde van de oorlog, de kinderen uit het gezin van wie de hoogbejaarde Hatty niet alle namen meer kent en de omstandigheden waarin het gezin leefde. Je wordt als bezoeker direct al in de huiskamer van het gezin Waterman getrokken. Als de Duitsers de woning s avonds binnenkomen en het gezin op Hatty na dus ruw wordt gewekt en mee moet op transport, lopen de rillingen over je rug. Als je zo het publiek in je spel weet te trekken, ben je toch wel heel goed als acteur. ![]()
