Voornamen

Als vrees ik laatste der Mohikanen, moet ik voortaan in verhalen voornamen gaan gebruiken. Volstrekt vreemde mensen mag ik niet meer aanduiden met H. Jansen, het moet vooral Hans Jansen worden. Ons eigen stijlboek heeft geen bestaansrecht meer. Dan zullen de rest van de afspraken die daarin zijn vastgelegd ook wel niet meer gelden
Wat is dat toch, dat te kust en te keur gebruiken van voornamen. Een popiejopiegedrag, wat bij lezers toch het beeld kan oproepen dat we me bij iedereen op schoot zitten. Ministers, wethouders en andere hotemetoten, het is een en al jijen en jouen. Weg is het beeld van onafhankelijkheid, van afstand. Het wordt inmiddels al zo volstrekt normaal gevonden in de media, dat wie prijs stelt op het afstand houden, wordt aangezien voor een fossiel. Ik moet me neerleggen bij het volstrekt verwerpelijke populisme, het is niet anders. Met walging noem ik volstrekt vreemden in de krant voortaan bij hun voornaam, alsof ik ze al jaren ken en vanmiddag nog een biertje met ze heb gedronken. Ik ben en blijf van mening dat niet alle veranderingen ons vak ten goede komen.

6 gedachten over “Voornamen”

  1. Nooit was ik meester Frans, maar meneer of meester Witte voor mijn leerlingen en voor hun ouders. En zo hoort het ook, zeker in de rol die ik destijds had. Er was toch een bepaalde “gezagsverhouding”.
    Nu ik met volwassenen werk, is dat anders. Sommige cursisten zijn van mijn leeftijd, zij mogen mij tutoyeren. Jongeren doen dat dan ook, dat is voor mij geen enkel probleem.
    Wel krijg je een vreemde situatie in gevallen van conflicten tussen “hogere” functionarissen met ondergeschikten. Dan wordt iedereen automatisch met “U” aangesproken!!

  2. Geachte Ome R.
    Of mag/hoeft dat ook niet meer Oom, Tante, Opa, Oma etc. als we toch iedereen bij de voornaam hoeven noemen. Weer een item dat verplaatst kan worden naar…..vroeger h, toen wij jong waren.
    Maar……bij ons aan het schoolplein wordt het nog steeds niet goed gevonden (door de ouders) dat er een Juf Truus of Wilma of meester Peter rondloopt, dit hoort toch echt met een achternaam te zijn. Dus…..het zal de generatie na mij (jemig wat voel ik me oud nu!!!!!) wel zijn die dit heeft afgedwongen. Ik vind het toch echt niet van deze tijd. Kennelijk is mijn vader toch jonger als zijn dochter 😉
    Met een vriendelijke groet uw nichtje,

  3. Geachte meneer R.F.Witte, ook ik ben het met u en meneer H.P.Vos eens, wat een “losbollen” daar bij het AD. Hoogachtend W.W.Dros-Schouten

  4. Uiteraard verbied ik niet het gebruik van voornamen, dat zou er nog nbij moeten komen. Wel vind dat een krant in zijn kolommen een zekere afstand hoort te behouden. Daarover zijn nota bene afspraken gemaakt, vastgelegd in het stijlboek.

  5. Geachte heer broer,
    Al zolang ik op deze wereld aanwezig ben (sinds 25-12-1945) heb ik van mijn zeer geliefde ouders een prachtige doopnaam en roepnaam meegekregen. Als dank daarvoor gebruik ik deze in de communicatie met anderen.
    Telkens als ik door hen wordt aangesproken ben ik blij dat ik van mijn ouders deze namen heb meegekregen en dit niet onder stoelen of banken gestoken wordt. De telefoon neem ik op et mijn roepnaam en in het dagelijks verkeer wordt ik vaker aangesproken met Bert dan met mijnheer Witte, want daar zijn er al zoveel van.
    Een broederlijke groet van broer Bert.

Reacties zijn gesloten.