Scotland zomer 2010, deel 1/4

De eerste dagen staan in het teken van reizen. Niet zo erg, want er zitten maar liefst twee boottochten in! De eerste is de vertrouwde overtocht IJmuiden Newcastle. De reis verloopt stormachtiger dan ik ooit heb meegemaakt. Rond negen uur in de avond begint de deining en die houdt niet op tot de King of Scandinavia de rivier de Tyne opvaart. ’s Nachts in bed is het goed merkbaar. Je voelt je bijna loskomen van het matras. Ook ’s morgens douchen is nog een hele kunst. En gelukkig hebben ze in de Commodorelounge grote kommen voor de dubbele espresso! Het schip duikt die de golven in en een grote partij boegwater slaat tegen de ramen van de lounge, keer op keer. Een machtig schouwspel. In het ontbijtrestaurant zijn de gevolgen merkbaar. Er zijn maar weinig passagiers die zin hebben in een stevig ontbijt. De schaal met scrambled eggs zit nog goed vol, net als die met de bacon. Uiteindelijk komt de boot met drie uur vertraging (!) aan in Newcastle.
Die vertraging betekent een kleine inperking van het dagprogramma. Moet voor paar boodschappen eigenlijk even centrum Edinburgh in, maar dat zit er nu niet in, wil ik nog op nette tijd in eerste overnachtingplaats Pitlochry arriveren.
Dinsdag is het tijd voor de trip naar Aberdeen. Geen wereldreis, dus tijd zat voor een ommetje. En h, wat tref ik daar aan op mijn route? De kleinste whiskydistilleerderij van Scotland, Edradour. Produceert per week vijftien vaten. De jaarproductie is wat een grote jongen in een week maakt. De distilleerderij is in de jaren dertig van de vorige eeuw in bezit geweest van de Amerikaanse maffia. En daar zijn ze hier nog trots op ook. Rondleiding begint met filmpje, onder genot van een tien jaar oude Edradour. Je dag kan slechter aanvangen.
Edradour -  Ruud F. Witte 2010

De route vervolgt over de A924 en de A93. Prachtige rit met mooie vergezichten. Leuk om te toeren. Langs de skigebieden die ik van naam ken, maar nog nooit heb gezien: Glenshee en Lecht. H, daar is een afslag naar Tomintoul, ook een distilleerderij, maar het betekent 22 mile omrijden. Dat doe ik dus niet.

De overtocht van Aberdeen naar Lerwick op Shetland met Northlink Ferries verloopt rimpelloos. En dan bedoel ik dat ze Noordzee nu zo glad is als een spiegel. Restaurant is helaas volgeboekt, dus ben ik aangewezen op het cafetaria. Dat stelt niet veel voor: een stew, maar die eet ik elders beter.
Heb bewust voor een overtocht vandaag gekozen, omdat er dan een tussenstop is na zes uur varen op Orkney, het eiland waar ik later nog nar toe ga. Hier aangekomen, hoop lawaai onder me. De kettingen waarmee trailers zijn vastgezet worden losgegooid. Na uur lossen en laden, wordt de reis vervolgd, richting Shetland. Daar wordt rond half acht afgemeerd. Eerst auto van boord, daarna mag je terugkeren voor het ontbijt. Dat doe ik dus ook.
Voordeel van vroege aankomst is, dat je nog de hele dag de tijd hebt om van alles te zien. Lerwick slaapt nog half, dus direct stukje richting het noorden gereden, voor een eerste indruk van het eiland. Mooi gebied. Niet zulke hoge en ruwe rotsen als in het westen en noordwesten van het vasteland van Scotland, maar zeker de moeite waard. Dat belooft wat voor de komende dagen.
Camping blijkt niks voor te stellen. Een grasveldje dat niet kan tippen aan het tuintje van een huis in een Vinexwijk. In Lerwick zelf blijkt een zeer goede camping, aan de rand van de stad, naast een groot sportcomplex. Een eenvoudige (= zeer kleine) douche, maar als campinggast mag je ook gebruik maken van de faciliteiten van de sporthal en de voorzieningen daar zijn uitmuntend. Jemig ik wou dat ik thuis zo’n douche had. In al die jaren Scotland zelden zoiets meegemaakt; alsof je door het afvoerputje moet verdwijnen.
Camping lerwick -  Ruud F. Witte 2010

De volgende dag rit naar het de zuidpunt van het eiland. Geen grote afstand, zo’n dertig mile, minder dan vijftig km dus. Mooie, goede wegen en niet druk. Leukste zit in de staart van het eiland. Daar bevindt zich het hoofdvliegveld, Sumburgh. De hoofdweg A970 voert namelijk dwars over een van de twee start- en landingsbanen. Als er vliegtuig aankomt of vertrekt, komt er auto met twee man aan boord. De een sluit het hek aan deze kant en de andere aan gene zijde. Rode knipperlichten net als bij een spoorwegovergang dienen als waarschuwing.
Sumburgh Head -  Ruud F. Witte 2010

Donderdag wordt de langste rit gemaakt, naar het uiterste noorden van het eiland. Wil ook de ginmakerij Blackwood bezoeken, maar kan geen aanduiding vinden. Doen we later dus wel. Ook weer zeer fraaie route, door prachtig landschap. Bij Isbister houdt de weg op. TomTom vertelt me dat ik me nu op 60 graden en 36 minuten noorderbreedte bevindt. Noordelijker kan nog wel, maar dan moet ik met een veerboot naar ander eiland van Shetland oversteken. Dat is iets voor een ander jaar.
Vissersboot in zeeloch in heet noorden van mainland Shetland -  Ruud F. Witte 2010

Onderweg nog veel Noorse invloeden merkbaar. Plaats- en straatnamen verwijzen naar vroeger tijden en overal kom je (rode) houten huizen tegen. En ook de Shetland vlag heeft een Noors/Deene verwijzing. Pas in 1469 kwam het in Schotse handen. De Deens/Noorse koning Christian I gaf het aan zijn collega James III van Schotland als bruidsschat van zijn dochter Margaret. Van 875 tot 1066 waren de Vikingen op Zetland en maakten van daaruit hun veroveringstochten naar de andere eilanden en het vasteland van Schotland. Daarom heet de noordelijkste streek van het vasteland Sutherland (Zuiderland).
Weinig Nederlandse herinneringen, terwijl ik op de regionale/toeristische radiozender 60 North FM hoor dat in de zeventiende en achttiende eeuw de haven van Lerwick werd overspoeld met Nederlandse vissers. Ze wachtten hier elk jaar in de vroege zomer op 24 juni, als het visseizoen geopend werd. Ze bouwden er huisjes en lieten er ook andere ‘sporen’na. Zo heette in het Shetlandse dialect het 5-pence stuk een stoer, een stuiver. De Hollanders hadden belangen bij Lerwick, dus hielpen ze ook tegen indringers.
De dag net als de eerste dagen uiteraard afgesloten met een pint Tartan special. nabij haven van Lerwick. Sportcomplex bij camping heeft ook tapvergunning, maar een bijzondere. Bar mag niet zomaar open zijn kennelijk (of sportcomplex wil dat niet). Je kunt wat bestellen. Dan komt er iemand uit kantoortje het voor je inschenken en die vertrekt daarna weer. En er is keus uit Tennents Lager en Tennents Lager… Nou, en daar zit je dan in je eentje in de bar… Hier komen we dus niet terug. Gelukkig is er nog whisky in de auto.

Vrijdag is het tijd voor de eerste wandeling, op het schiereiland St. Ninian. Niet groot, geen moeilijke stukken, maar wel mooi. Om er te komen moet je stuk strand tussen de zee oversteken. En net als de vorige dagen is het weer prima. Zonneschijn (strakblauwe lucht) en een beetje wind.
St. Ninians Isle-  Ruud F. Witte 2010

Aan einde wandeling de overblijfselen van een kerkje uit de twaalfde eeuw bekeken. Weinig overblijfselen, maar voldoende om je een beeld te vormen. Grappig is dat wat je ziet al de tweede kerk is en vondsten hebben geleerd dat in de IJzertijd hier ook al mensen werden begraven, niet christelijk plaat op de rug, ma
ar op de zij, met tot borsthoogte opgetrokken benen. In 1958 zijn er nog eeuwenoude zilveren sieraden gevonden.
St. ninians chapel -  Ruud F. Witte 2010

Gewoon, omdat het kan, ga ik nog een keer over de runway van het vliegveld, nu om door te rijden naar het uiterste punt, om daar de vuurtoren te bekijken. Ook alweer vanwege het uitstekende heldere weer (weinig vocht in de lucht), kun je hier van daar eindeloos ver weg kijken.
En aan het einde van de eerste week is het tijd voor fish and chips. En zo lekker als hier, heb ik ze volgens mij nog nooit gehad. Voor ik volgende week vertrek, wordt deze tent nog een keer met een bezoek vereerd.

De zaterdag het noordwesten bekeken. Fraaie rit langs (sea)lochs naar Melby en daarna naar Stanydale temple, overblijfselen van een kleine nederzetting van 2500 voor Chr. Dikke muren en in de grond zitten nog de gaten waarin de daksteunen gestaan moeten hebben. Buiten nog wat standing stones. Opvallend, want meestal zijn dit soort stone circles vlakbij zee te vinden en niet midden op het land. Stelt, blijkt uit begeleidend bordje, ook de onderzoekers voor raadsels. Terwijl ik blikje limonade (jazeker, ik drink ook wel eens limonade) drinken en op punt sta mijn bergschoenen uit te trekken, stopt er auto met Brits kenteken naast me. Uit het raampje klinkt: ,,Goedemiddag. Een Nederlander. Leuk, net als ik al veel rondgereisd door Scotland en na bezoek aan Shetland zei hij: hier ga ik wonen als met de vut ga. En hij heeft de daad bij woord gevoegd. Woont hier nu al tien jaar. Komt nog wel eens in Nederland en volgt Nederlandse politiek nog klein beetje. Dus binnen paar minuten wilde hij weten of Wilders nu in de regering zit Op terugreis zie ik bergje turf (in veel gebieden in Scotland nog de brandstof, al wordt turf hier ook voor de sfeer in de open haard gegooid) in het land staan. Uitgestapt en zie in de rond nog wat losse, natten brokken liggen. Paar meegenomen. Droog zijn ze keihard, maar nat kun je ze in stukken snijden. De voorraad ligt nu in achterportaal tent te drogen. Die gaan in najaar en winter in vuurkorf en in zomer op de barbecue. Ruikt heerlijk en dan heb je met glaasje whisky in de hand weer beetje vakantiegevoel. Qua carbon footprint heel slecht. Op turf kun je slecht koken: weinig vuur, veel rook.

Zondagochtend is tijd voor kerkgang. Koers gezet naar St. Columbas church. Al enige tijd vacant en de dienst wordt waargenomen door de Rev.
Wilma Johnston
. Een mens waar je, hoe zal ik zeggen, niet omheen kunt. Vrolijk type, beetje zoals zij in de Vicar of Dibley, alleen wat ouder, gehuwd (grootmoeder). Dienst wordt voorafgegaan door orgelspel en vanwege het nog steeds stralende weer klinkt er ineens het o, what a beautiful morning
Leuk praatje voor de kinderen, met een grap die beetje over de hoofden van de kinderen heen gaat, maar de gemeente aan het lachen maakt. Het verhaal laat zich niet in getikte tekst laat uitleggen, dus ik vertel het verhaal nog wel eens. Tijdens dienst bekende liederen, dus uit volle borst meegezongen. De middag besteed aan drie lekkere, dikke zondagskranten Scotland on Sunday, The Sunday Times en de Observer Zelfs als je, zoals ik met elke krant doe, het sportkatern wegmietert, blijft er nog een heleboel leesvoer over. Uiteraard nog volop verhalen over het boek van Tony Blair, de affaire William Hague en ook buiten het sportkatern dus de rel rond de Pakistaanse cricketploeg. En dan natuurlijk al die bijlage. Muziekje op de achtergrond, borrel, alleen een sigaar ontbreekt. Vanwege de wind moet ik kranten in de auto lezen en daar wordt niet gerookt. Tevreden over zoveel leesvoer, wandeling ruim tien minuten) naar havenfront gemaakt voor pint en daarna fish and chips, die ik oppeuzel op bankje aan de waterkant. Voorwaar geen slechte afsluiting van deze zondag.
In de haven van Lerwick ligt juist dezer dagen een fraai zeilschip, de Statsraad Lehmkul uit Bergen, Noorwegen, afgemeerd. Een lust voor hetoaog.
Statsraad Lehmkuhl-  Ruud F. Witte 2010

Aan de rand van de Victoriapier is een schitterend kunstwerk (overvloeiende drinkbeker) van de kunstenaar Alan Hart geplaatst ter herinnering aan de walvisvaarder Diana, waarvan de helft van de bemanning van Shetland kwam. Lees het hele verhaal door op de link te klikken.
De overvloeiende drinkbeker -  Ruud F. Witte 2010

De maandag is opbreekdag. Wat kan een mens een hoop zooi hebben op de achterbank. Organiseren (=ordenen, opruimen) is nodig, want alles uit de tent moet ook de auto in. Koffer en tassen ompakken. Het is nu prachtig weer en later in de week op Orkney is er kans op regen, dus schone kledingvoorraad heb ik graag voor het grijpen. Met de verse kranten rit naar het westen, om op mooi punt lekker te lezen. Nog mooi uitzichtpunt gefotografeerd en, vooruit, ook een paar Shetlandponys vereeuwigd.
shetland pony's-  Ruud F. Witte 2010

Bij Scalloway de lokale kasteelrune op de kiek gezegd
Scallowaycastle -  Ruud F. Witte 2010

(je kunt niet zeggen dat ik niet voor de cultuur ga in Scotland) en daarna naar Victoriapier, om naar het pleintje te lopen om, met plastic tas van de krant, voor de webcam te gaan staan. Hoop dat collegas (die ik uiteraard eerst heb gebeld) me hebben gezien.
De dame van de veermaatschappij heeft me zaterdag al aangeraden niet te vroeg op de kade te verschijnen. De autos die in Kirkwall (Orkney) van boord gaan, gaan er hier al laatste op. Dus om de tijd te doden nog even naar het Shetlandmuseum. Daar hoop ik iets meer te weten te komen over de Hollandse visserijlink met Shetland. Leerzaam. Niet alleen informatie over de ondergang van het schip Kennemerland, maar ook over de Nederlandse vissers die hier, wachtend op de start van het visseizoen, foerageerden. Ze kochten er eten en sokken en brachten er jenever (gin). Te weinig tijd om alles goed te bestuderen, dus reden te meer dit drie jaar oude museum nog eens met een bezoek te vereren.En daarmee dus ook Shetland, want de eerste kennismaking is me prima bevallen.

Nu aan boord voor de zes uur durende oversteek naar Orkney. Heb nu wel tafel in het restaurant! Verwachte aankomsttijd voor mij verandert niet, maar voor passagiers die doorgaan wel. De zee wordt ruw vannachtg en bij aankomst Aberdeen is het laagtij, dus kans dat ze later van boord kunnen.
Volgend verslag komt al weer van het vasteland van Scotland

Eén gedachte over “Scotland zomer 2010, deel 1/4”

  1. Hoi Ruud,
    Leuk om te lezen dat je weer wat ‘new ground’ hebt bezocht. In dat opzicht
    raak je nooit uitgekeken in Schotland! Veel plezier verder, Andr

Reacties zijn gesloten.