Schotland zomer 2010, deel 3/4

Glen Affric heb ik de afgelopen jaren steeds als eerste stop gebruikt in de zomervakantie. Weekje luieren, wat wandelen, boek lezen, etc. om het tempo er uit te halen, zeg maar. Mezelf dwingen niet om zes uur s morgens op te staan (er is toch geen moer te beleven op deze camping). Pas al ik merkte dat ik op BBC Radio 4 de Afternoon Play, of hoorspel (elke middag om 15.15 uur NL-tijd) volledig kon volgen, wist ik dat ik was uitgerust en kon de eigenlijke vakantie beginnen; dan was de stress verdwenen. Hoe dan ook, dit jaar is het anders gelopen. Ben eerst naar Shetland en Orkney geweest, dus nu pas halverwege de vier weken durende vakantie in het dorpje Cannich (voor de Gouwenaars: denk aan Twaalfmorgen en dan heb je de omvang van dit dorp wel in overtreffende trap) bij de entree van Glen Affric. De eerste dagen de pub gemeden, want om daar binnen te stappen en Coca-Cola of Irn-Bru te bestellen Zondagavond toch maar keer gezondigd. Hoewel, volgens mijn jongste zus mag een enkel glaasje af en toe wel als je aan de antibiotica bent. Dat af en toe is dus vanavond, bij de maaltijd. Maar daar gaat het nou niet om. Ik stap de pub binnen en daar zitten aan de bar twee stamgasten die ik er vaker heb ontmoet. Een van de twee zegt bij mijn binnenkomst: ,,Hallo Ruud, je bent laat dit jaar Dat verzin je toch niet?
Heb hier verder alle weer dat je je bij Schotland kunt voorstellen: regen, wind, zonneschijn en dat allemaal in soms minder dan een uur.
Dorp heeft niet alle zondagen kerkdienst, dus vanochtend uitgeweken naar Beauly, op half uurtje rijden. Voorganger is de rev. Edgar Ogsten, die preekt over het verloren schaap. Beeldt dat ook uit voor de kinderen. Haalt uit tas vijf stuffed dieren tevoorschijn die verstoppertje spelen. Een dier heeft zich te goed verstopt, een schaap. Aan de kinderen de opdracht het beest in de kerk te zoeken. Grappig.

Maandag is autodag. Op naar Skye. Geen overdreven grote afstand in rijtijd, dus maar niet voor de logische route gekozen. Neem het pad dat mijn voorkeur heeft, via Garve en Loch Carron. Uiteraard is er de korte stop in Plockton en dan is het via de hoge brug naar het eiland Skye. Op de brug is al te merken dat het hier straf waait. Het grote info-bord langs de weg waarschuwt ook voor de wind. Vanwege het weer besluit ik eerst maar naar de camping Sligachan te rijden, om de tent op te zetten. Daar aangekomen maken hevige wind en regen die klus bij voorbaat kansloos. Dus keer ik terug naar Broadford om daar een nacht in de jeugdherberg door te brengen. Doe dat in de zomer liever niet en al snel blijkt dat ik hier niet gelukkig word, maar er is geen alternatief. Een kamer met twee stapelbedden. Als ik rond zes uur nog even wat in de kamer breng, zij de drie roomies er ook. De kachel staat op de hoogste stand zo te voelen, kleren hangen er op te drogen en het raam is dicht. De dader: een gezette man, die op mijn opmerking dat het warm is en of er een raam open kan, zegt dat het buiten koud is. ,,Het is geen zomer meer! Die bolle heb ik dus eerder beneden zien rondlopen in korte broek, stoere bergschoenen en een ondefinieerbaar hoedje op. Beneden dus de Grote Wandelaar uithangen en op de slaapkamer blijkt het een mietje van de eerste orde. In de common room is het een hoop lawaai van tieners die naar het volume te oordelen denken dat de overkant van de tafel tien kilometer weg is. Ik besluit dus naar de auto te gaan, om daar het boek Playing the Enemy Nelson Mandela and the game that made a nation uit te lezen. Eenmaal terug in de slaapkamer is de kachel gelukkig uit, maar het raam is en blijft dicht. Geen frisse situatie. De volgende ochtend, als ik even het toilet heb bezocht en terugkeer, merk ik het grote verschil tussen de frisse, relatief schone lucht van de gang en de stank en hitte in de slaapkamer. Het is nog vroeg, maar ik besluit maar te gaan douchen en de slaapkamer verder niet meer te betreden tot ik vertrek.
Het weer is opgeknapt. Dat wil zeggen, het regent niet meer, en de wind is wat gaan liggen. Eerst dus maar naar Sligachan om de tent op te zetten, nu het nog kan. Klusje is snel geklaard. Tent staat strak. Dat is maar goed ook, want beheerder (die hoort dat ik drie nachten wil blijven) zegt dat er nog veel meer wind onderweg is. De dag verloopt zoals ik graag zie op Skye: zon, wind, regel en zelfs hagel. Tijd voor een mooie rit naar Neist Point. De vuurtoren daar heb ik al eens bezocht, dus de loop over een smal en vandaag zelfs druk pad, hoef ik niet zonodig te doen. Geniet wel van de fraaie vergezichten.
Op route naar Neist Point-  Ruud F. Witte 2010

Met de kranten de dagelijkse voorraad Scotsman en Press and Journal – kom ik de rest van de dag door tot het tijd is om naar de pub te gaan. Vanochtend de laatste capsule van de antibioticakuur geslikt, dus ik kan weer aan het bier. Dan ben je op Sligachan aan het juiste adres. Seamus bar tegenover de camping heeft ruime keus en als je nog meer dorst heb, zijn er ook nog 300 verschillende malt whiskys.
De grote pub is dicht vanavond, vanwege een besloten bijeenkomst. Zo te zien een informatieavond van de politie voor eilandbewoners. Dus bier in de bar van het hotel waartoe Seamus behoort. Heeft toch niet dezelfde atmosfeer als de grote. Als je de link bar van het hotel klikt, zie je foto. k Heb tafeltje in ronde hoekgedeelte. Maar ja, het wordt al snel heel donker, dus het uitzicht is 0,0
In de nacht van dinsdag op woensdag begint het echt te storm. Tent houdt zich prima, maar ik word toch om de haverklap wakker, vanwege het geklapper van het tentdoek, het geluid van de wind en de herrie van de regen die tegen de tent slaat. Het is heftiger dan vorige week op Orkney. k Bedenk vast wat ik woensdag doe: opbreken en naar het vasteland gaan, of toch maar blijven in de hoop dat de storm een keer gaat liggen. De volgende ochtend staat besluit vast: ik blijf. Op het vasteland is het ook niet best, hoor ik op het regionale weerbericht (al heb je daar wel sheltered campings, dus minder last van de wind) en als, als tijdens ontbijt de zon schijnt en de wind weg is en ik schitterend uitzicht op de RedCuillins heb, weet ik weer waarom ik hier zo graag ben.
Spreek die avond mijn buurman nog even. Nee, hij heeft de motorfiets niet uit voorzorg weggezet. Het vehikel is door de storm op zijn voortent gevallen; n tentstok gebroken. Nu begrijp ik ook zijn krachtterm van de afgelopen nacht een stuk beter
Als ik s middags bij de tent in de auto zit, word ik weer getrakteerd op een mooi natuurverschijnsel. Regen en zon en daar zijn twee regenbogen, de een wat scherper dan de ander, maar toch mooie halve boven van de bergrand ter linkerzijde tot die aan de andere kant. Het wordt door meer mensen gezien, want binnen paar tellen staat iedereen buiten met de fotocamera.
Regenboven op Sligachan-  Ruud F. Witte 2010

Om me te wapenen tegen een nieuwe stormnacht (ach, elke smoes is welkom) duik ik de pub in voor pint en een warme prak, een lekkere fishpie en wat zalm als voorafje.

[UPDATE SHETLAND GEDEELTE:] Dagblad Scotsman meldt dat het 500 meter lange strand naar St. Ninians Isle is uitgeroepen tot het mooiste strand van het land, door bezoekers van stranden die hebben meegedaan aan een onderzoek door Keep Scotland Beautiful. Het strand kreeg dertig procent van de stemmen.
[NEWSFLASH:] Een puffin of papegaaiduiker (hence the name of this weblog! he
eft internet verslagen, meldt BBC Radio Scotland zojuist. De puffin heeft een filmpje overgevlogen naar Skeegness. Bij aankomst was het uploaden naar YouTube nog maar voor een derde voltooid

Vandaag (donderdag) vanwege slechte weer eerst naar Elgol gereden. Geen nieuwe route (de enige weg naar een fraaie boottocht met de Bella Jane naar Loch Coruisk), maar wel heel mooi. Enkelbaansweg, weinig gelegenheid hard te rijden, dus volop genieten (weer) van het schitterende landschap van Strathaird.
De Cuillins, gezien vanaf Elgol-  Ruud F. Witte 2010

Daarna terug naar Strath Suardal en aan de wandel richting Boreraig, restanten van een dorpje, waar ik jaren geleden met een ranger ben geweest. Bijzonder gebied en zo verlaten, dat de weinige bezoekers volop de gelegenheid hebben van de natuur te genieten. Die keer met de ranger zag ik adelaar (ik wist niet dag het een adelaar was, maar dat vertelde hij mij) die zijn/haar jong vliegles gaf. Het jong vloog en de ouder vloog er onder, klaar om het jong op te vangen als het mis zou gaan. Wel, geen adelaar dit keer. Heb Boreraig niet bereikt. Het landschap is mooi, maar ook zeiknat. Wandeling vergt meer tijd dan er is. Op iets meer van tweederde omgekeerd, omdat ik wel rond borreltijd (prioriteit nummer 1 in de post-antibioticatijd) terug wil zijn op de camping. Terwijl ik bovenstaande tik, lopen rond mijn auto op de camping twee schapen. Wat is dat toch met die beesten, Gras genoeg in dit land en uitgerekend tussen mijn auto en de tent gaan ze grazen Dat is ook het probleem langs de wegen. Is bermgras dan echt het lekkerste gras? Rare meisjes die schapen
Laatste avond op Skye (nu wel in de Seamus bar) afgesloten met een fraai glas van de lokale stook, een Talisker 57 degrees north. 57 Slaat niet alleen op de ligging of latitude (57 graden noorderbreedte) van de distilleerderij, maar ook op het alcoholpercentage. Ik slaap dus prima vannacht.
Paar van de 300 verschillende malts in de Seamus bar op Sligachan-  Ruud F. Witte 2010

Vrijdag begint met regen op het tentdoek, maar eenmaal buiten zie ik ook delen blauwe lucht. Als het weer vandaag net zo is, als gisteren, mag ik niet klagen. Ontbijten, tent opbreken en voor het weekeinde naar het vasteland: Lochaber, met standplaats Kinlochleven. Daarna naar Mull. Meer daarover in de volgende bijdrage.