De rit van Skye naar Fort William/Kinlochleven door de Great Glen blijft altijd een heerlijke rit. Het zou gemakkelijker zijn om bij Armadale over te varen en dan de relatief korte rit van Mallaig over de A830 te nemen, maar de rit door de Great Glen is zo ongelooflijk mooi. Na al die jaren raak ik hier nog niet uitgekeken. Radio-ontvangst in delen slecht, dus Schotse en Ierse folk via de speaker van cds en de Ipod. De rit kan me niet lang genoeg duren, maar de werkelijke rijtijd is het maar ongeveer 2,5 uur. Veel verkeer op de weg en op de bochtige wegen een vrachtauto inhalen, doe ik niet zo snel, dus rijd ik gemiddeld 45 mile per uur, waar 60 is toegestaan. Zeer relaxed rijden. Probleemloos bereik ik, na een korte theestop in Fort William, de campsite in Kinlochleven. Aardig wat veranderd hier sinds vorig jaar. Deel van kampeerveld is omgeploegd en biedt plaats aan drie kokervormige huisjes, met elk drie bedden. Basic (hoewel: elektra en een koelkastje), maar je hoeft geen tent op te zetten. Ziet er nieuw uit en zo te zien aan de plattegrond van het veldje, komen er nog twee van die overnachtingshokjes. Vanwege de wind op Skye niet gekookt, dus nu maar weer eens in de weer met gasbrandertje en de pan. Rijst en iets ondefinieerbaars uit blik. Vooraf glaasje Orkney wine en als toetje een lekker kaasje: Wenslydale met cranberry. En dat alles wordt vanavond in de pub uiteraard weggespoeld met een glas 80/-.
Het weer is zoals dat in de loop van bijna dertig jaar van Schotland gewend ben: regen, regen en nog eens regen. Nou, het valt mee, tot ik zondagochtend vroeg wakker word en de regen op het tentdoek slaat. Wat campingeigenaar Callum zaterdagavond ook heeft gezegd (,,het wordt morgen beter… .), het wordt niet droog. Ja, als ik in het zeiknatte weer de tent zo goed en kwaad als het kan heb ingepakt en naar de kerk in Fort William rijd, dan wordt het droog! En of de duvel ermee speelt, het blijft droog tot licht regenen, tot ik in Craignure op Mull op de camping arriveer.
Even tussendoor: deze zondag in Lochaber uiteraard de kerkdienst in de Fraserburgh Macintosh church bezocht. Ken er door de loop der jaren al een paar mensen en het is dan leuk om in de zondagdienst thuis te komen. Een paar weken geleden is mijn eigen predikant uit Rotterdam met zijn vrouw hier geweest, aan het slot van hun West Highland Way (een acht tot tiendaagse wandeling die net boven Glasgow begint). ,,Ruud, Ruud, zei ze toen ze me na thuiskomst in de kerk zag, ,,we waren in Fort William in de kerk en men vroeg daar of we jou kenden. En nu zei men tegen mij dat ze een paar weken geleden mijn predikant waren tegen gekomen. Dat kan ik ze volgende week bij thuiskomst weer vertellen. En zo gaat het dan rond. Is daar niet een uitdrukking voor? Het is niet het Droste-effect.
Hoe dan ook kan ik mijn predikant vertellen dat hij de laatste kilometer van de West Highland Way moet overdoen. Het eindpunt is verplaatst. Commercile overwegingen (je moet nu de hele hoofdwinkelstraat Highstreet door, maar het is de moeite wel waard. Een tot voor kort onbenullig pleintje Gordon Square in Fort William (het Valkenburg van Schotland) is opgeknapt en van twee kunstwerken voorzien. Het ene is het tegelwerk (van steen uit Caithness) in de straat, met daarin in gebeitst de route van de West Highland Way. Het tweede is een brons Sore Feet, van een man die aan zijn ontblote, pijnlijke voet wrijft. Zitgelegenheid om de man heen, dus dit wordt een veel gefotografeerde plek.
Jammer van de regen. dat maakt de rit van Fort William naar Mull en vooral het gedeelte van de Corran ferry naar Lochaline iets minder mooi. Minder fraaie vergezichten en minder gelegenheid wat om me heen te kijken over Morvern, want alle ogen zijn nu constant gericht op de weg. Als ik het goed heb begrepen is het woensdag – als ik hier weer weg ga – niet veel beter.
Op Craignure, de vaste stek tijdens een verblijf op Mull, is mijn vaste plek op de campsite Shielding Holidays beschikbaar. Het blijft regenen, zoals gezegd, van miezer tot het echte werk en uitstel van het opzetten van de tent levert dus weinig winst op. Het grote nadeel van een natte tent inpakken en in de nattigheid weer opzetten is, is dat alles nat is en blijft. Zelfs als ik uren later in de slaapzak duik, voelt die klam aan. Klam is en blijft het centrale woord vannacht. Het blijft regenen, tot de volgende morgen. En nooit hoef ik ’s nachts de tent uit en uitgerekend deze nacht rond een uur of twee moet ik poepen. Je kunt twee dingen doen: niet gaan en nog uuuuuren wakker blijven liggen, of er toch uitgaan en later met natte jas en broek de tent weer induiken. Ik kies toch maar voor het laatste. Vrolijk word ik er niet van. Aan de andere kant: vanwege de aanhoudende regen heb ik mezelf zondagavond toegestaan niet te koken, maar uit eten te gaan in de pub, de Craignure Inn.
Het blijkt geen verkeerde keuze. Op het menu staat onder andere mosselen. Daar ben ik toch al een liefhebber van, maar hier zijn het mosselen van de kwekerij van het eiland zelf. Daar kom je, vanaf de campsite gerekend, altijd langs als je richting Iona gaat, maar dit wordt mijn eerste kennismaking met het Schotse zeebanket. Het is heerlijk, maar thuis bereid ik dit gerecht beter, al zeg ik het zelf. In de eerste plaats zijn de mosselen hier kleiner dan ik gewend ben van mijn eigen Scheveningse fishmonger, Simonis. En de zo te horen Duitse kok is ook niet zuinig met tijm. Maar toch bijzonder om nu eens mosselen van dit eiland te proeven. De patat mocht ik verruilen voor brood dat ik in de overheerlijke saus kon dippen. En dan het uitzicht vanuit de raamnis over de Sound of Mull…Je bent de regen van vandaag direct vergeten. En gelukkig laten voor- en hoofdgerecht voldoende ruimte voor roemruchte toetje prio 3 (na biest en cranachan) dat ik hier jaren geleden voor het eerst heb gegeten: bread and butterpudding. Ik weet dat ik, net als voorgaande jaren, dat als ik de komende avonden zelf kook (stel je er niet teveel van voor als je maar n pitje tot je beschikking hebt), ik hier voor hetzelfde dessert ga. Niet te versmaden!
De twee volle dagen op Mull hebben niets bijzonders in zich. Het worden gewoon hernieuwde kennismakingen met vertrouwde plekken. Helaas geen boottocht naar Staffa (Fingles cave, waar Mendelssohn zijn beroemde Ouverture on the Hebrides op heeft gecomponeerd) en ook niet naar Lunga, het puffineiland waar ik telkenjare een paar uur temidden van honderden papegaaiduikers of puffins doorbreng. Daarvoor is mijn vakantie te laat. De puffins, die een clowneske bek hebben, komen alleen aan land om te nestelen en als de jongen groot genoeg zijn om uit te vliegen verdwijnen ook de ouders met hun regenboogkleurige snavels richting de oceaan, om pas volgend jaar terug te keren. Heb al honderden foto’s van deze, mijn favoriete watervogel, maar bleek ze kwijt te zijn net toen ik thuis zo’n digitaal fotolijstje had gekocht om die bij mijn uitgebreide collectie puffinprullaria te zetten. Op het lijstje prijken nu wat foto’s die ik van internet heb geplukt, maar er moeten uiteindelijk eigen fotos in.
Maar het is droog, de zon schijnt en de heerlijke rit over de enkelbaansweg van hoofdplaats Tobermory via Dervaig (tot voor een paar jaar n het Guinness Book of Records vanwege het kleinste theater [49 stoelen] ter wereld) en Calgary is uiterst plezierig. Ik houd gewoonlijk van doorrijden, maar het is geen straf om met een gangetje van vaak nog geen 30 mile per uur hier rond te rijden.
Zoals gebruikelijk op de passing place uitwijken voor de tegenligger en elkaar altijd groetend en zo vliegt de tijd toch voorbij. Pas na vieren ben ik terug op de camping, om in de nabijgelegen Sparwinkel de ochtendkrant te halen. Ze zon blijft lichtjes schijnen, er is een briesje, dus de tentdeuren voor en achter gaan open om de boel lekker te laten doorwaaien. Een wee dram (Bowmore, nog de eerste fles, want week niet gedronken weet je nog?), de krant en een aantal pagina’s in Tony Blair, a Journey en de dag kan niet meer stuk. Nu eten koken, dan naar de pub en al regent het vannacht pijpenstelen, Scotland heeft zich aan mij weer van zijn beste kant getoond vandaag.
De dinsdag kan ook al niet stuk. Geen speciaal programma, maar hernieuwde kennismakingen. Een bezoek aan Loch Duibhe aan de zuidoostkant van het eiland is altijd bijzonder, al is het maar vanwege de kronkelige enkelbaansweg. Aan het einde is er de wegens instortingsgevaar afgesloten overblijfsel van Castle Moy, hoewel er aan de borden en de steigers is te zien dat er gerestaureerd wordt. Alleen is er vandaag geen activiteit.
Dan is het hoog tijd voor een hernieuwd bezoek aan Tobermory. Ben geen luncher, maar wil nu toch zoals altijd als ik hier ben fish and chips, van de enige aanhangwagencafetaria dat is aangesloten bij de restaurantclub, Les Routiers. Met de krant en de bak eten naar Aros Park (picknickplek, net buiten Tobermory. Na ook daar naar de radioplay te hebben geluisterd (onder het genot van een mooie sigaar), rijd ik om Ben More terug richting camping. Een rit van niet al teveel miles, maar ook hier weer alleen een goeddeels onoverzichtelijke enkelsbaansweg. Opvallend: deel van de rit om de berg heen is het zeer donker vanwege de grote wolkenpartij die tegen de berg aanleunt. Maar hoe dichter ik bij de aan de kust gelegen camping kom, hoe lichter het wordt.
De dag is nog jong en met een glaasje Orkney wine bekijk ik op de laptop de film Invictus, over hoe het wereldkampioenschap rugby blank en zwart Zuid-Afrika bijeenbracht. Het boek heb ik eerder in de vakantie al gelezen. Had ik beter andersom kunnen doen. De film mist uit tijdsoverwegingen, denk ik – fraaie aspecten uit het boek, zoals hoe de rugbyplayers het zwarte Zuid-Afrikaanse volkslied instuderen. En uiteraard heb ik maar dat is altijd als je een film kijkt die is gebaseerd op een boek dat je al hebt gelezen een ander beeld bij het verhaal.
In de pub bestel ik nog een keer de bread and butterpudding en die wordt weggespoeld met een heerlijke pint St. Andrews Ale. Terwijl ik gezeten aan een tafeltje de fotos bekijk die ik de afgelopen weken heb gemaakt, raak ik aan de praat met een Engels stel, dat voor het eerst op Mull is en graag mijn ervaringen wil horen. Het adres voor de fish and chips knoopt het in de oren. En terwijl ik later op de avond de bovenstaande regels tik, regent het buiten weer eens voor de verandering. O joy!
De nacht brengt droogte, maar niet voor lang. Als ik s morgens wakker word, tikt de regen bepaald niet zachtjes tegen het tentdoek. Uurtje blijven liggen in de hoop dat het droog wordt. Dat gebeurt niet. Dus er toch maar uit en dan blijkt dat het met de regen wel meevalt. Veel geschreeuw en weinig wol, zo te zeggen. En net als de koffie is ingeschonken de Nederlandse voorraad is nog niet op wordt het echt droog en de zon waagt het zelfs voorzichtig tevoorschijn te komen. Uiteindelijk kan de tent zelfs in de droogte worden ingepakt, al is de tent zelfs wel zeiknat. Het gehele pakket daarom maar in een vuilniszak gedaan, om te voorkomen dat de rest van de spullen in de kofferbak ook nat worden. De tent kan volgende week thuis drogen over de balustrade, of misschien letterlijk op de redactievloer.
De rit naar het vasteland (via Morven, Strontian en richting de westkust, om vervolgens over de A830 af te buigen naar Fort William), verloopt wisselend droog, miezer en echte regen. Besluit om in Kinlochleven maar niet de tent op te zetten. De ervaring van zondag in Craignure leert dat de damp lang blijft hangen in de tent. Eigenaar Blackwater campsite/youthhostel in Kinlochleven gebeld met de vraag of er nog plaats is in zijn herberg. Dat blijkt het geval. Sterker nog, ik heb dezelfde kamer als die ik vorig jaar had toen ik hier met vrienden was. En met beetje geluk heb ik de vierpersoonskamer voor me alleen. Hier staan geen bijzonderheden op het programma meer. Het is alleen een extra stop, om niet in een ruk door te hoeven rijden naar Edinburgh. Nog n nacht dorpse rust en dan langzaam naar de echte grote weg en de grote stad.
Wel vreemd, om dichter bij huis te komen, ben ik nu noordelijker geindigd dan ik vanochtend vertrok
Edinburgh voelt weer als een warme jas. Logeren bij vrienden die ik al jaren ken en die geen moeite hoeven te doen me de stad rond te leiden of wat dan ook. Ik ken Edinburgh bijna zo goed als Gouda, dus ik weet mijn winkeltjes en koffieadressen en zo wel te vinden. Als vanouds bij K+L de eerste avond lamsvlees bereid, met all the trimmings en natuurlijk mijn eigen wijn om het geheel weg te spoelen. De volgende dag tegen einde middag met L. nieuwe pub in Rose Street bezocht. Dacht dat ik alle pubs die er toe doen in deze straat in de loop der jaren wel kende, maar 37 is het waard om tijdens volgend bezoek aan Edinburgh nog eens met bezoek te vereren. Daarna gedrien uit eten. Hoewel gedrien halve eettent is gevuld met collegas van de bank van K.. Ze legt me haarfijn uit wie wie is en waarom
Na goede nachtrust, zaterdag de boodschappen in Cameron Toll en vervolgens met auto aantal straten kriskras doorgereden, om weer wat nieuwe plekken te ontdekken. Het gemakkelijke van de sat-nav is dat je als je het zat bent, je de route richting Berwick aanzet en het apparaat loodst je de stad uit. Met de laatste verse waar uit Berwick, koers richting Newcastle, waar ik zo de boot kan oprijden. De lift brengt me in no time naar de tiende etage, war de borrel al op me wacht. De overtocht verloopt soepelere dan de heenreis. Wel wat deining, maar bepaald niet zo hevig als eind augustus. Het eten smaakt weer prima.
Na het plaatsen van deze update op internet is het tijd voor ontbijt (uiteraard bacon and eggs) en dan wachten op de ontscheping, uurtje rijden naar huis en dan het uitpakken
