Met K. van der H. bijzonder concert bijgewoond vanochtend (‘half vasten’)kort na zeven uur bij de rune van St. Walrick bij Overasselt (Nijmegen). Gregoriaanse zang door de Schola Cantorum Karolus Magnus uit Nijmegen. Vanuit het bos komen de zangers zingend naar de rune gelopen. Je hoort de Hymnus ad Galli cantum: de hymne bij het kraaien van de haan. ( De vogel die de dag verkondt, voorzingt het naderende licht: ons roept de wekker van de geest, Christus, ten leven wederom). De eerstvolgende liederen zingen ze bij de heilige boom, de rest in de rune, om vervolgens al zingend terug te lopen, het bos in. Zo horen we liederen als psalm 14 (Heer wie zal mogen wonen in uw tent?), het lied van St. Walrick: Lauda Sion Walricum (Loof o Sion, Walrick, vroom wijs en zuiver, met zoete melodie) en Litaniae Gloriosi Sancti Walarici, de Litanie van de glorierijke St. Walrick.
Het kost je vijf kwartier met de auto (en nog eens vijf terug), maar dat heb ik er wel voor over.
Minpuntje is dat het vandaag al vroeg geopende, nabijgelegen restaurant St. Walrick geen behoorlijk ontbijt serveert. De menukaart op tafel belooft uitsmijters en noem maar op, maar de keuken blijft dicht. Broodje kaas, broodje ham van dertien-in-een-dozijn is te verkrijgen en koffie/thee. Restaurant zit vol na het concert in het bos, dus handel is er genoeg, zou je zeggen.
De kapel is vernoemd naar de heilige Walrick of Valry die overleed op 1 april 622, die veel wonderen zou hebben verricht. . Hij zou koortslijders van hun kwaal af helpen. Ruim drie eeuwen later werd in Overasselt een Benedictijnerklooster gesticht door de volgelingen van Walrick. Sinds het begin van de vorige eeuw wordt een heilige eik bij de kapel gebruikt als koortsboom. Door een kledingstuk van een zieke in de boom te hangen, zou de zieke genezen.
Na het zingen in de kapelrune, vertrekken de de zangers richting bos
