Dit is zoals ik Skye het best ken: zon, wind, regen, wind, koud, warm, buiten zitten, naar binnen rennen. En dat allemaal binnen n uur. Uitvalsbasis hier zoals altijd, Sligachan. Zeer eenvoudige campsite, maar alles wat je nodig hebt is er: goed veld, toilet, douche en een pub (de Seamus bar).

Poster in Saemusbar, Sligachan, Isle of Skye
Leuk blijft altijd weer het opzetten van de tent. Als je blijft wachten tot er geen wind en/of regen is, kom je helemaal niet meer aan slapen toe… Ik zie dat vanuit een caravan een, naar later blijkt, wat ouder echtpaar, kijkt hoe ik met windkracht zoveel de stokken door de gleuven van de buitentent jaag en schijnbaar zonder problemen de tent op zijn plek zet. Tussen de buien door gaat de inventaris naar binnen. Geen shelter en teveel wind om te koken, dus dat wordt eten in de pub 🙂 Het is er cosy. De open haard brandt, er is bier van het eiland zelf en om de tijd te doden kun je gebruik maken van het gratis WiFi-netwerk. De dagen kennen hier bijna een vast ritueel. Uiteraard wordt de rit langs de Old Man of Storr, Staffin, de rune van Duntulm caste gemaakt. Even een bezoek aan de pottenbakker in Uig (die ik jaren geleden in Gouda heb leren kennen tijdens het pottenbakkersfestival) gebracht, maar hij heeft van mijn servies niets dat ik nodig heb.
Met de ochtendkranten de leesplek even voorbij de distilleerderij van Talisker opgezocht. De volgende dag wordt weer eens koers gezet naar Elgol. Het weer is te slecht om met een bootje naar de overkant van het water te gaan, naar Loch Coruisk. Geeft niks. There’s always next year.
Vrijdag wel gewandeld naar Boreraig, een al decennia verlaten dorp. Prachtige plek aan het loch, maar het gaat vooral om de schitterende wandelroute erheen. Op de parkeerplaats staan veel auto’s, maar iedereen is kennelijk een andere kant opgegaan. Ik kom geen hond tegen. De weergoden zijn me gunstig gezind. Warm is het niet, maar wel droog. En de zon schijnt. Prima wandelweer. In de middag wat doorgereden op deze weg (dezelfde als die naar Elgol), waar ik nog een heerlijke leesplek weet. Vooraf een waterval/rivier stroomopwaarts gevolgd. Het blijft altijd heerlijk, gewoon over de heuvels te wandelen zonder dat er iets is als een pad.
Het is stil op de camping en de wind is minder, net zoals de regen. Ik kan dus wel zonder oordoppen slapen, lijkt me. Rond half vijf word ik wakker en hoor het herkenbare geluid van grazende schapen. Het veldje rond mijn tent wordt gemaaid…

Schapen rond mijn tent op Sligachan
De zaterdag begint met een vervelende ontdekking: de douche geeft geen warm water. En zo’n bikkel ben ik nou ook weer niet; wel een groot liefhebber van (lang) douchen. Dus eerst maar tent opgebroken en ontbeten. Als ik leven zie in de caravan van de beheerder, stel ik hem op de hoogte van het euvel. Hij krijgt de boiler weer aan de praat zodat ik even later toch fris en fruitig achter het stuur plaatsneem.
Was van plan de laatste dagen naar Kinlochleven te gaan en van daaruit nog enkele tochten te ondernemen. Voordeel van alleen reizen is dat je zo’n plan la minute kunt bijstellen. Ik besluit toch een weekeinde naar Mull te gaan, zodat ik op zondag de kerkdienst in de abbey van Iona kan bijwonen.
Onderweg wel een stop in Fort William. Kom er deze zaterdag enkele kennissen van de kerk hier tegen. De kerk is open vanwege activiteiten rond de viering van 400 jaar King James version van de Bijbel, zeg maar de Britse variant van de statenvertaling. Deze Bijbel wordt zelden meer gebruikt, alleen nog in de Schotse variant van de Bonders, de streng orthodoxe kerken en door predikanten die soms in een preek een vers duidelijker vinden spreken dan die in de ook in mijn kerk in Rotterdam gebruikte New International Version . In de kerk leest de hele dag een rij vrijwilliger delen uit die ‘oude vertaling’ voor. Even geluisterd, een expositie bekeken en daarna met de veerboot naar het schiereiland Morven. om vandaar verder te varen naar Mull.
Hier en straks ook in Kinlochleven is op de camping een shelter om te koken, maar deze zaterdag ga ik op Mull eert naar de hoofdplaats Tobermory om fish and chips te halen. De chippy is een wagen op de pier bij de haven. Ooit bezocht door prins Charles en bovendien aangesloten bij Les Routiers Eten wordt goed ingepakt zodat het de 35 minuten durende terugtocht overleeft. Bij de tent eerst een borrel en met een lekker zonnetje boven dit deel van Mull is het tijd voor het feestmaal. De vis en patat daarna weggespoeld met een beker heerlijke koffie (dank u Simon Levelt) en daarna met een pint of twee in de Craignure Inn, op nette loopafstand van mijn tent.
De zondag al vroeg naar Iona (veerboot is uur rijden vanaf de camping). In de nog lege abdijkerk klinkt al muziek (piano, sopraan, tenor). Een mooie entree. De tijd dood ik met een hoofdstuk van het boek van voormalig premier Dries van Agt, Een schreeuw om recht, De tragedie van het Palestijnse volk. Indrukwekkend. Jammer dat ik alleen tijdens de vakantie aan het lezen van boeken toe kom. Maar met nog twee avonden in Kinlochleven, moet het uit komen.

Iona abbey

Iona Abbey
De kerkdienst zelf is inspirerend. Je moet er wat voor over hebben om hier te komen (de reis kost meer moeite dan een tripje naar Taiz en toch is de kerk bijna helemaal vol. Fraaie anekdote aan begin van de preek over lid van een klein kerkgenootschap dat de regel van het vierde gebod (Gedenk de Sabbath dat gij die heiligt…). Het handelt over een kerklid dat op zakenreis gaat en overnacht in een hotel dat een heel fraaie golfbaan kent. Lang verhaal, schitterende clou en wie het wil horen, moet me er maar eens naar vragen.
In de shop van de Iona community de puffinvoorraad aangevuld. Dat hoort erbij natuurlijk. Daarna met twee dikke zondagskranten terug naar de camping, waar ik het laatste deel van de middag sluit met het lezen van die Scotland on Sunday en The Sunday Times, onder het genot van een glaasje Orkney wine. Even belletje gepleegd naar K. en L. in Edinburgh om te melden dat ik graag nog even bij de overnacht later in de week, voor ik de terugreis naar Nederland onderneem.
Tijdens het lezen van de kranten begint het te regen en het wordt vijf uur lang niet meer droog. Gelukkig is het in de pub warm en wel droog. En de St. Andrews Ale smaakt weer prima. Twijfel nog even of nog even toetje zal nemen hier (bread and butterpudding die uitstekend is hier), maar besluit het toch maar niet te doen.
’s Nachts droom ik van een kind dat met een ballon tegen mijn hoofd slaat. En het gaat maar door. Waarom zeggen ouders daar niets van? Zo onbeschoft. Als ik wakker word, stopt het niet. Nee, geen vroege kater, het is tentdoek dat tegen mijn hoofd komt. Da’s niet leuk om vier uur! Dus aankleden voor inspectie in de regen! De haring aan de zijkant is losgeraakt. De wind is wat gedraaid en heeft zo tegen de zijkant gebeukt, dat de haring is losgekomen. De scheerlijn heeft dan geen functie meer om de muur vat te houden. Na herstel nog enkele uren geslapen.
Alles gebeurt de nieuwe dag in de regen: inladen, tent opbreken, De overtocht, de rit over Morvern. Een slecht voorteken. En inderdaad. Als ik tegen het einde van de middag in Kinlochleven (Lochaber) aankom, is het kampeerveld verandert in een modderpoel. De jeugdherberg die erbij hoort (Blackwater hostel)
blijkt vol. Maar dan breekt in figuurlijke zin de zon door. De kokervormige hutten zijn nog beschikbaar. En voor 20 pond per nacht (5 pond meer dan de jeugdherberg) heb ik zo’n hutje helemaal voor mezelf. Niet groot, maar wel goed. Een koelkastje (geen minibar, maar toch…), magnetron en een waterkoker voor mijn ochtendkoffie. Er is zelfs kabel-tv. ’s Morgens kan ik vanuit de slaapzak het BBC News bekijken. Wat een luxe.



Impressies van de microlodge op campsite Blackwater, Kinlichleven
De kers op de appelmoes is dat het de dinsdagochtend droog is! Zal niet lang duren, hoor ik in weerbericht, maar voorlopig oogt de dag prima. Tijd voor een wandeling in de glen.
Daar is het druk. Aan het einde van de lange, smalle weg staat hat vol auto’s, maar ook hier blijkt weer dat mensen alle kanten zijn opgegaan. Het is redelijk rustig. De tocht langs de bergwand blijft indrukwekkend. Sommige delen van de route naar het dal zijn zeer smal en glad. Een misstap en je komt een eind verder beneden terecht. Volgens mij heb je dan meer heel kort hoofdpijn… In het dal is het uitzicht als altijd adembenemend. Groen, water, waterval, en nog meer natuur.

Glen Nevis

Staaldraadbrug Glen Nevis
Filmpje Glen Nevis
En tot ik later in Fort William aan de thee zit (echt waar!), blijft het droog. Na boodschappen te hebben gedaan, gaat de reis een eind naar het zuiden, naar de pub Clachaig Inn in Glencoe voor een pint. Eentje maar, want de reis naar Kinlochleven voert van hier over een bochtige weg.
