
Sligachan
Skye verwelkomt me zoals ik het graag zie: zon en wind. Droog in elk geval. Met wat kunst en vliegwerk (want winkracht tig) de tent strak opgezet op mijn al jaren vaste kampeerpek: Sligachan. Plek voor wandelaars, klimmers en passanten. Kampeerveld is eenvoudig, maar de pub Seamas’ Bar is de perfecte plek om avonden door te brengen. Goed bier (ook van Skye), meer dan 300 (!) malt whisky’s en gewoon een gezellige plek om mede Skyebezoekers te ontmoeten. O ja, en WiFi…

Seamus Bar, Sligachan
Vrijdag de ‘vaste’ trip vanaf Sligachan naar Dunvegan gemaakt en de prachtige rit naar Neist Point. Daarna naar Uig voor het jaarlijkse bezoek aan Alan Freestone de pottenbakker die ik ken sinds zijn bezoek aan het pottenbakkersfestival in Gouda, jaren geleden. Bijgepraat, aankopen gedaan.
Op de mooie rit naar Staffin ontdek ik fraaie wandelroutes die ik in die dertig jaar dat ik hier al kom, nog niet ken. Te laat om nu nog te doen, dus die zijn voor zaterdag.
Helaas slaat het weer in de nacht om. Zon en beetje wind, maken plaats voor heel veel (ruk)wind en bewolking.

Sgurr Mr
De consequenties ervaar ik tijdens de ochtendwandeling naar de top van Sgurr Mr. Op, ik schat, tweederde van de tocht wordt het zwaar. In de mist ontwaar ik twee figuren die mijn kant op komen. Zijn zij boven geweest? Nee, zegt een van de mannen. De heftige wind maakte het te gevaarlijk, dus ze hadden rechtsomkeert gemaakt. Ik probeer het nog even, maar ook ik krijg een ‘klap’ van een rukwind en ga bijna tegen de grond bij een richel. Dat wordt zelf mij te link, dus ik ga ook naar beneden. Nou ja, weer iets om naar uit te kijken voor volgend jaar. O ja, waarom ging ik hier ook alweer heen? In het gebied is een plateau, waar lokale veehouders eeuwen geleden hun schapen verborgen voor rovende Vikingen. Die plek blijk ik later al te zijn gepasseerd. Niet gezien door de zeer dichte mist…
Op tijd terug dus naar de camping voor de kranten en de whisky. Ondanks de forse wind, zijn er nog genoeg mensen die hun tent opzetten. Valt me trouwens op dat ten opzichte van vroeger, ik niet zoveel meer van de Franse tentjes zie die helemaal niet op Schotse omstandigheden zijn ontworpen.
Geen pub vanavond. Vanaf 21.00 uur is Seamus’ Bar afgehuurd. En voor minder dan een uur biergenot, onderneem ik de moeite niet. In de auto zit nog genoeg onder de kurk.
Zondag begint met kerkbezoek in Portree. Bij binnenkomst breng ik bij de predikant de groeten over van mijn eigen kerk in Rotterdam. Rotterdam zegt een man de naast de predikant staat. Is Robert Calvert still your minister? Hij blijkt hem nog te kennen uit de jaren tachtig toen hij onderdirecteur was van een basisschool in Paisly bij Glasgow en Robert daar de chaplain was. Heb de man uitgelegd hoe hij thuis via internet naar de diensten van onze kerk kan luisteren.
De middag doorgebracht in Elgol. Als je er niets te zoeken hebt, is het een gat van niks. Maar de rit erheen is altijd betoverend. En voor K, K, R, M, P, I, M: het eerste deel van de route vanaf Braodford hebben jullie een paar jaar geleden ook gereden. De weg voert langs de plek van waar een eind richting het verlaten dorp Boreraig, met onderweg restanten van de marmerwinning.
De laatste avond op Skye kent een hoogtepunt voor mij: glas <B<Highland Park Thor. Zie het vorige deel van dit vakantieblog. Omgerekend een tientje per glas, maar ik kan de verleiding niet weerstaan. Krijg de dram op mijn verzoek in een speciaal nosingglas geserveerd. Hemels, tongstrelend. Een genot die de 8,50 pond waard is.
Maandag is rijdag. Na opbreken van de tent (weer in een vliegende storm) in 2,5 uur naar Fort William gereden. Plaspauze en wat boodschappen en daarna door naar Mull, mijn bestemming tot zaterdag. Het mooiste deel van die route is de road over Morvern. Zo mooi, dat je bij de veerboot naar Mull aangekomen eigenlijk wilt omkeren, om de rit nog een keer te maken…


Craignure
En welke verhalen je ook hoort over regen en ander slecht weer in noord-Engeland en Schotland: hier is het schitterend weer. Fris, maar zonneschijn. Een mooie start van week drie (van vier).
Dinsdag eerst naar Tobermory, om me te verzekeren van een plek op de boot naar Lunga, een eiland vol papegaaiduikers, of puffins in het Engels, de verklaring van de naam van mijn weblog. ‘k Vind het ontzettend leuke beesten om te zien, vooral door hun fraai gekleurde bekjes. Om die vogels is het te doen dat ik per se in deze periode naar Scotland wilde gaan. Heb drie dagen de kans. Geen idee of er veel belangstelling voor is. Maar ik neem geen risico en wil eerst ticket geboekt hebben.
Jaren geleden heb ik heel veel foto’s van puffins gemaakt tijdens eerdere trips naar Lunga. De eerste keer ging ik niet eens op de boottocht mee vanwege de papegaaiduiker (was een bonus), maar dezelfde trip brengt je ook naar Staffa. Ik had gelezen dat Mendolssohn zijn Ouverture on the Hebrides op de grot of cave op dat eiland van basalt had gebaseerd. Daarom zie je bij de aanduiding van het muziekstuk er ook altijd Fingalls cave er tussen haakjes bij staan. Had ter voorbereiding op de trip bij de beste, of eigenlijk enige echte platenzaak in Gouda (Free Music) cd aangeschaft met dat werk er op. Het was niet op voorraad. Ik legde de verkoper waarom ik de cd nodig heb. Zijn reactie: Dan weet ik ook welke uitvoering je moet hebben hiervoor. Muziekstuk een paar keer beluisterd en toen in Fingalls cave met de koptelefoon op het werk keer op keer beluisterd. Ik was tot tranen toe geroerd van de schoonheid van het muziekstuk juist op deze prachtige plek. Het bezoek daarna aan Lunga was eigenlijk bijzaak voor me. Ik had mijn doel bereikt. Dacht ik. Op Lunga de heuvel op en na een minuut of twintig ontwaarde ik honderden papegaaiduiker. Ze schoten weg, maar toen ik op de rond ging zitten en bleef zitten, kwamen ze terug. Naar later bleek waren de holen in de grond rondom mij de nesten, waar hun jongen zaten te wachten om gevoerd te worden. De geweldige tekening van de bekje van de ouders waren voor mij de reden de volgende jaren terug te gaan hierheen. Ik begon ook beeldjes, afbeeldingen, enzovoorts te verzamelen. De rijke collectie siert mijn woonkamer. Enkele jaren geleden kocht ik zo’n digitaal fotolijstje met de bedoeling daar al mij inmiddels gemaakte foto’s in te zetten. Wat denk je, de fotoseries nergens meer te vinden op mijn computer. Ook niet op cd’s, externe harde schijf, nergens. Dus zat er niets anders op dn nieuwe foto’s te maken. Alleen lukte het de afgelopen paar jaar niet juist in deze periode naar Schotland te gaan. En zodra de jongens zijn uitgevlogen, zijn ook de puffinouders verdwenen, richting Zuid-Amerika, naar men aanneemt. Dit jaar kwam het zo uit met collega’s dat ik de eerste keus had voor de zomervakantie. Die keus was dus niet moeilijk…
Kan morgen direct al mee. Wel even rond negen uur naar een informatienummer bellen voor de zekerheid of de tocht doorgaat. Men vindt het sneu als ik de autorit van drie kwartier naar het vertrekpunt voor niets zou maken. Wel dure grap: tocht kost vijftig pond (62,50 euro), maar daar heb je ook een halve dag pret van. Vannacht voor de zekerheid accu’s van camera’s en telefoon maar even extra opladen en de instellingen (hoogste r
esolutie) nog eens controleren. En nou maar hopen dat Lunga tjokvol puffins zit…
En vol blijkt Lunga inderdaad te zitten de volgende dag. Een puike dag ook voor zo’n trip. De schipper van de Hoy Lass zet direct koers naar Lunga. Op dek geniet ik van de zon die de wolken met alle macht wegdrijft. Wel veel wind, dus windjack en capuchon moeten voor comfort zorgen.
Op Lunga belooft het beeld op het plateau dat je al snel bereikt al veel goeds. Het stikt er van de puffins, die zo te zien op ons zitten te wachten. De eerste foto’s zijn al snel gemaakt. Maar het is me hier te vol met bezoekers die ook niets anders te doen lijken te hebben dan met elkaar te praten. Ik pak mijn spullen en vertrek naar ander deel van het eiland. Ook daar veel puffins, die zelfs goed te benaderen zijn. OK, aanraken zal niet lukken, maar voor het maken van de foto’s bij de klifrand, kan ik ze tot op twee tot anderhalve meter naderen. De duttende beestjes veren op, zodat ik leuke combinatie kan maken van foto’s. Ook uitgebreid gefilmd natuurlijk.



Puffins op Lunga
Bij terugkijken van de opnamen op de boot, zie ik dat ik wel 150 foto’s heb gemaakt. Het fotolijstje thuis kan goed gevuld worden. En ik zal het lijstje ook vaker aanzetten nu mijn eigen foto’s er op staan. Leuk voor mezelf en hopelijk ook leuk voor bezoekers aan het puffinnest.
Puffin, the movie
Hier alle puffinfotos in een slideshow
Fingals Cave
Op de camping passeert een gozer die ik op de boot heb gezien, mijn tent. We praten wat. Het is zijn eerste reis naar Schotland. Hij hoopt met een paar dagen vanuit Fort William te kunnen meevaren met een zeilboot richting Inverness, door het Caledonian Canal. Hij kan zeilen, zegt hij, dus hij hoopt dat er schippers zijn die zijn hulp bij de sluizen goed kunnen gebruiken, in ruil voor het meevaren. De volgende ochtend zie ik hem weer en hij vraagt wat ik vandaag ga doen. Niet veel, is mijn antwoord. Ik ben vooral drie dagen op Mull voor een ruime voor bezoek aan Lunga. Ik zeg hem dat ik denk richting Calgary (nee, niet die stad in Canada…) te gaan. Dat is een mooie rit. Hij heeft gehoord dat er een ‘natuurlijke’ art galery is daar. Nooit gezien. Dus een leuk doel. Hij vraagt of hij mag meerijden dan. Geen probleem. Moet ik wel even de auto wat ombouwen, want wat op campings mijn woonkamer is (de passagiersstoel), is tijdens het rijden de plek voor de dozen sigaren, de bakjes met pennen en mijn rugzak. Die moeten even een andere, veilige plek vinden in de auto, zonder dat ik het risico loop dat pennenbakje leeg gestrooid wordt door de auto tijdens een noodstop. Gelijk goede oefening voor volgende week, als R. de R. een weekje mijn reisgezelschap is.
De informatie die de jonge reisgenoot (Johannes is zijn naam) is correct. Art in Nature is het bezoek waard. Ruim twintig sculpturen en andere kunstzinnige uitingen in dit bosrijke deel van de Galgary Estate. Verschillende voorstelling, zoals een paar van stevige twijgen gemaakte, grote maskers die in de bomen, dan een groot hert, een hofje, vissen gemaakt van verschillende soorten touw.

Art in nature
Je moet soms echt even zoeken naar een volgend voorwerp. Volgens het informatiebordje zijn er 22 voorwerpen en als we denken alles gezien te hebben, blijkt dat volgens onze telling eigenlijk niet mogelijk. Dan ontwaren we een pad, een heuvel op. Daar staat, op een sokkel, een Feniks, uit de as herrezen.
En het is hier nog steeds fantastisch weer, dus laatste deel van de middag met borrel bij tent in de zon doorgebracht. Praatje gemaakt met de buren. De buurman is ook op St. Kilda geweest, dus dat schept gelijk een band.
De laatste dag op Mull rustig aangedaan. Boodschappen in Tobermory, kopje thee bij Glengorm castle op Mishnish. Nog via andere weg (langs Loch Peallach) naar Croig, maar daar is geen moer te beleven. Daarna naar camping voor de kranten een mijn boek. In de zon, kopje koffie erbij, sigaartje. Prima uit te houden. Groot voordeel: iedereen (ook de soms jengelende buurkinderen) zijn er op uit getrokken dus er heerst een weldadige rust. Eenvoudige doch voedzame maaltijd (rijst, chili concarne), kopje koffie en voor je het weet is het tijd voor de pub.
De volgende dag opbreken en met een mooie rit over Morvern en Moidart, koers ik richting Kinlochleven, mijn standplaats voor het weekeinde. Ben in Lochaber nu vooral vanwege kerkbezoek in Fort William maar ik verkies de camping in Kinlochleven verre boven die in Fort William: beduidend minder toeristisch, veel rustiger. En OK, betere prijs-kwaliteitverhouding. Fort William is al dure camping en je moet er nog extra betalen om te douchen…
Maandag opbreken en met opzet omrijden via Oban voor rit door Glen Orchy. Het weer is fantastisch. Het levert mooie landschapfoto’s en -filmpjs op.

Glen Orchy
En wederom een weldadige rust.
Glen Orchy

Glencoe Youthhostel
Op tijd ingecheckt in jeugdherberg, om daarna in Fort William de trein naar Rannoch te nemen. Daar moet ik 2,5 uur wachten op de trein terug, waarin zich mijn reisgenoot voor de komende dagen, R., bevindt. Het geeft me de gelegenheid een korte, doch zeer leuke wandeling door klein deel Rannoch te maken. Het weer is onvoorstelbaar mooi en de wetenschap die telefoonbericht me geeft over de regen in NL, maakt het extra leuk hier in T-shirt van de avondzon op de heuvels te genieten. Vanaf acht uur koelt het wel heel snel af, dus blij dat ik fleece
bij me heb.
R. is verrast als ik zijn treinwagon in stap met blikje bier. Bonus op dit deel van de reis naar Fort William is bij Corrour: zicht op beschadigde tankwagons van AlCan, het Canadese aluminiumbedrijf en ter hoogte van Tulloch de diesellocomotief die daar nog steeds tussen rails en het meer ligt. Enkele weken geleden is door landslide deze trein hier ontspoord. De machinist is er met de schrik van af gekomen. Pas enkele dagen voor komst R. was ravage opgeruimd. Onze trein moet de plek nog wel stapvoets passeren, wat extra gelegenheid geeft voor goed zicht op het tafereel.
Een van de doelen van komst R. is het maken van enkele wandelingen. Dinsdag staat er direct een op het programma: Glen Nevis. Al zeer vaak geweest (ook voor R. is het niet de eerste keer hier), maar we lopen verder dan ooit. Na anderhalf uur lopen over de heuvels kijk je nog eens om je heen en besef je de nietigheid van de mens. Groene heuvels rondom je. Geen mens te bekennen. Alleen het geluid van een enkele vogel, de wind en het geklater van water van een beekje. De rugzak gaat af, ik maak wat foto’s en verder kijk ik alleen maar wat om me heen. De rust en de ruimte maken het dat ik een volgend jaar nog vroeger naar het dal wil, om nog verder (richting Corrour/Rannoch Moor) te wandelen.

Glen Nevis
Voor het avondeten heb ik drie weken geleden de rookoven van R. al meegenomen. Bij de visafdeling van Morrisons (de Britse versie van AH), halen we twee mooie stukjes zalmfilet. Voor het toetje heb ik nog rookkaas van Orkney en we kopen nog stukje Wensleydale met cranberries. Om dat weg te spoelen, ligt er nog een fles Orkney wine in de auto. De activiteit in de keuken trekt aandacht van de medegasten. Nieuwsgierig kijkt men naar de metalen bak.
De volgende dag is het slecht weer en gaan we voor een alternatief programma: Sea Life, Oban (met bezoek aan McCaigs Tower)

Sea Life

McCaigs Tower
en Glen Orchy. De River Orchy zorgt door de regenval voor meer spektakel dan eerder in de week.
s Avonds maken we lamsvlees. Roberto raakt aan de praat met Fransen (of Franstalige Belgen) over koken. Het levert hem een uitnodiging op. Zij hebben die dag op Skye zeeslakken gevangen. Hij mag bordje proeven. Dat laat hij zich geen twee keer zeggen. (Zie ook het filmpje) In ruil bieden we de mannen een proefglaasje Orkney Wine aan.

Zo eet je zeeslakken
Donderdag is het ineens weer prachtig weer en we besluiten de Ben Nevis. De top zullen we niet hallen. Vanwege een eerder bedacht alternatief vertrekken we pas laat uit Glencoe en bovendien willen we ommetje via Kinlochleven om bij een zeeviszaak mosselen te halen voor het avondeten. Maar een stukje van de berg lukt wel. Mij kost het klimmen veel moeite. De ouderdom die zich aandient? Geen nood. De afgelopen dertig jaar ben ik opgeteld een stuk of tien keer naar de top geweest, dus het uitzicht ken ik wel.
Vrijdag is rijdag: op naar Edinburgh. Nacht logeren bij K en >B>L. We drinken wat in The Amber Rose, maar vanwege de herrie, besluiten we elders, bij de Mexicaan in Frederick Street te gaan eten.
Zaterdag opnieuw een rijdag, nu naar de ferry in Newcastle. De terugreis. Wel leuk, want het komt zo uit dat we niet de standaardboot van mijn Schotlandreizen hebben (King), maar het zusterschip Queen. Andere inrichting, indeling, een nieuwe ervaring. Hut is prima, diner puik (volgens mij zelfs beter en een fraaier ingericht restaurant), al mis ik wel de Commodore lounge Hoe dan ook, een leuk slot van een heerlijke vakantie.

Visbuffet op de Queen

Dessert op het buffet van de Queen
