
Scene uit de Gijsbrecht van Amstel
Een aloud stuk, vroeger vaak opgevoerd rond de jaarwisseling in Amsterdam en vorig jaar nieuw leven ingeblazen door een van mijn favoriete toneelgezelschappen, Het Toneel Speelt. De Grijsbrecht, of voluit Gysbregt van Aemstel, dondergang van zijn stad en zijn ballingschap, is het bekendste werk van Joost van den Vondel.
Het stuk, voor het eerst opgevoerd op 3 januari 1638, speelt in Amsterdam, tijdens een kerstnacht omstreeks 1300 en gaat over de belegering van de stad door de omliggende dorpen, verenigd in de Kennemers en Waterlanders. Aanleiding is de vermeende betrokkenheid van Gijsbrecht bij de ontvoering en doodslag van Floris V in 1296. De vijandelijke soldaten lijken zich aanvankelijk terug te trekken, maar duiken als gevolg van een list van het personage ‘Vosmeer, de Spie’ onverwacht weer op. Gijsbrecht wordt na hevige gevechten gedwongen, met zijn vrouw Badeloch en hun kinderen, naar Pruisen te vluchten, om daar een Nieuw Holland te stichten.
De tijd van handeling, de kerstnacht en de parallel tussen de moord op de onschuldige Klarissen en de kindermoord in Bethlehem benadrukt de Christelijke strekking van de door God opgelegde beproeving die uiteindelijk zinvol zal blijken te zijn.

Het mozaek van Anton Molkenboer in de Stadsschouwburg beeldt
het verhaal van de Gijsbrecht uit
Titelheld Gijsbrecht (geweldig gespeeld door Mark Rietman) opent het treurspel met de verheugende mededeling:
Het hemelsche gerecht heeft zich ten langen leste
Erbarremt over my en myn benauwde veste,
En arme burgery, en op myn volcx gebed,En dagelix geschrey de bange stad ontzet.
In de Rei van Klaerissen waarmee het derde bedrijf wordt afgesloten, doen nonnen een lied over de kindermoord in Bethlehem klinken, dat in kerken (nog steeds?) gezongen worden:
O Kersnacht, schooner dan de daegen,
Hoe kan Herodes ’t licht verdraegen
Dat in uw duisternisse blinckt,
En word geviert en aengebeden?
Zijn hoogmoed luistert na geen reden,
Hoe schel die in zijn ooren klinckt
In de versie van Het Toneel Speelt zijn deze en twee andere reien vervangen door hedendaagsere teksten van Willem Jan Otten: “O Kerstnacht, het is nu/ het uur van bevallen, uw mama, Maria,/ is vol van ontsluiting”
.Het stuk eindigt als Gijsbrecht gehoor geeft aan de boodschap van de engel Rafal. Die vertelt uit naam van God dat hij moet vluchten (Verlaet uw wettigh erf, en quel u nergens in). Gijsbrecht moet in Pruisen een Nieuw Holland stichten.
Helaes! hoe bitter valt het scheiden van zijn land.
daer alles loopt verloren!
De liefde tot zijn land is yeder aengeboren.
Verdelghe stad, wy gaen, en komen nimmer weer.
En dan volgt de slotzin van Gijsbrecht: Vaer wel, mijn Aemsterland: verwacht een andren heer.
Kende heel vaag hoor de Gijsbrecht wel, van Vondel (1587 1679) als samenvatting of tijdsbepaling min of meer verplichte kost op de middelbare school. De combinatie van de historie van het stuk, de opvoering in de Stadsschouwburg Amsterdam en het uitvoerend gezelschap Het Toneel Speelt hebben me doen besluiten een kaartje te kopen. Het is tenslotte een stuk dat je als toneelliefhebber (en dat ben ik!) eens in je leven gezien moet hebben.
Het er beslist geen spijt, integendeel. Ik heb ademloos zitten kijken en luisteren. Wat een prachtig stuk is het en hoe geweldig werd het gespeeld door met name Rietman (Gijsbrecht), Carine Crutzen (Badeloch) en Daan Schuurmans (Arend).

De grote zaal van de Stadsschouwburg op het Leidseplein
En wat een prachtig theater is de Stadsschouwburg. Ik vind de Goudse Schouwburg al een feest om te bezoeken, maar wat een historie beleef je in de Stadsschouwburg van Amsterdam. De schilderijen aan de muren, de overweldigende aanblik van de grote zaal. Een feestje om hier als schouwburgbezoeker te mogen zijn.

Vondels naam prijkt aan de wand van het eerste balkon
Als extraatje bij de voorstelling was er om zeven uur vanavond een rondleiding met de acteur Jules Croiset (75) langs portretten van beroemde auteurs die naam maakten met hun rol in een Gijsbrechtvoorstelling, onder wie Ramses Shaffey, Ellen Vogel, Petra Laseur, Jeroen Krabb. Charlotte Khler (Badeloch), Christine Poolman, Albert van Dalsem. Croiset heeft zelf tweemaal in de Gijsbrecht gespeeld (de rol van Arend) en kent nog hele stukken uit het hoofd. Na zijn rondleiding was er nog een boeiende inleiding door Ronald Klamer, de algemeen directeur van Het Toneel Speelt. Hij gaf een inkijkje in het leven van Vondel, de geboorte van de Gijsbrecht, de schouwburg waarvoor het geschreven is, de inhoud van het stuk zelf en de huidige versie.
Aardig detail: Het Toneel Speelt voert de Gijsbrecht sinds vorig jaar op, nadat het decennialang (sinds de Aktie Tomaat, eind jaren zestig van de vorige eeuw) niet meer is gespeeld. Het gezelschap is door de Stadsschouwburg al gevraagd gezien de grote publieke belangstelling het stuk volgend jaar weer op te voeren. Dat wordt nog lastig, aldus Klamer, want de subsidiekraan voor het gezelschap wordt vrijwel dichtgedraaid. Ik hoop dat het goedkomt en dat ik de Gijsbrecht opnieuw kan gaan zien. Het begin van een traditie?![]()
Voor wie (delen van) de tekst van Vondels Gijsbrecht wil lezen, klikke hier.
Opname van het Gijsbrechtmozaek

Met dank aan Twitteraars: zaal, rij 2 rechts, rode trui… 🙂
