Na bijna een week op Orkney te hebben doorgebracht, is het tijd om naar Applecross te gaan. Altijd weer heerlijke autorit over de heuvels van Caithness, Sutherland en Easter Ross. En natuurlijk de haarspeldbochten omhoog en omlaag op het laatste stukje van de rit.
Dat laatste is een van de twee redenen voor het jaarlijkse bezoek aan Applecross. De tweede reden is de Applecross Inn. Een zeer populaire bar/restaurant. Zeer goede keuken, vriendelijke bediening en altijd wel iemand om mee te Kletsen.
Deze zondagsavond ga ik er niet heen. De camping is barstensvol, dus het zal in de pub wel niet anders zijn.
De maandag levert prachtig weer op. Alle reden dus voor een mooie wandeling. Een tocht op de Coulin Estate in Wester Ross gaat wegens groot succes in de afgelopen jaren, in de herhaling. Ik word niet teleurgesteld. Het verbaast me dat er niet zoveel wandelaars zijn. Vissers (op forel, denk ik) wel. Nou ja, een stuk of vijf. Welk een stilte. Wat vogels, de wind, kabbelend water en dan heb je het wel gehad.
Nee, geen ‘oortjes’ in. Net als tijdens de autorit hierheen en terug heb je hier voldoende aan de schoonheid van Schotland.
(Verhaal gaat verder onder het filmpje)
Deze avond wel de pub in. Het is toch druk. De eigenaresse, die ziet dat ik alleen ben, vraagt me even geduld te hebben. Ik zeg dat ik geen haast heb en eerst en pint neem. Een paar tellen later haalt ze het bordje ‘reserved’ weg en laat me aan een 4-persoonstafel plaats nemen. Dat betekent wel dat er later nog een paar vreemden kunnen aanschuiven. Dat gebeurt ook: een stel uit Perth en even later nog een man van Orkney. Binnen de kortste keren ontstaat een geanimeerd gesprek. ,,Dat zie ik graag’’, zegt de eigenaresse even later.
Een van de tafelgenoten bestelt als toetje en kaasplankje en biedt me wat kaas aan. Lachend zeg ik dat ik uit Gouda kom en dus alleen Goudse kaas wil en dat zal men hier wel niet hebben. ,,Wacht even’’, zegt de eigenaresse die dat hoort. Ze loopt naar de keuken en komt terug met belegen Goudse en een stuk Leidse kaas. Ze snijdt wat af en geeft me dat. Zo aardig. Ik leg haar uit waarom Leidse kaas Leidse kaas heet.
De volgende dag, als ik Applecross weer verlaat, rijd ik nog even langs de pub en geef de vrouw een pakje Echte Goudse Kamphuijsen stroopwafels. Dat wordt op prijs gesteld, merk ik.
Het volgende doel is Skye, het eiland dat ik elk jaar bezoek. Belangrijk wandeldoel dit jaar is Fairy Pools. Vorig jaar voor het eest gelopen hier, maar toen met bewolking en zelfs flinke regen. Dus op de eerste de beste zonnige dag vroeg uit de veren, om naar dit fraaie stukje van Glenbrittle te gaan, vóór de busladingen andere wandelaars komen.
Eindelijk mooie foto’s en filmpje kunnen maken van de watervallen en -bekkens.
Voordeel van een vroege tocht is dat er tijd genoeg overblijft voor een tweede trip. Dat wordt Point Neist, in het noordwesten van Skye.
Bij de vuurtoren ben ik al vaak gewest, maar vorig jaar heb ik een plateau ontdekt waar het heerlijk toeven is. Ook nu met de heerlijke zon is het er fraai wandelen en gewoon zitten.
De andere dagen laat het weer te wensen over en maak ik alleen wat autoritten. In de pub tegenover de camping (Seumas bar) krijg ik de ene avond twee jongens uit Engeland aan mijn tafeltje. Zij zijn hier voor het echte bergwerk, zoals abseilen. Leuk om hun verhalen te horen en hun kennis te horen van het eiland.
De tweede avond een stel uit Nederland: Ruud en Lotte. Voor hem het eerste bezoek aan Schotland en voor haar de tweede keer. Zij is dol op papegaaiduikers, dus ze kan niet stuk bij mij…
Dit was de derde vakantieweek. Het laatste verslag komt eind volgende week met het bezoek aan Lochaber en Rannoch Moor
