Op Open Monumentendag me tijdens rondleiding verdiept in de gebouwen in Diergaarde Blijdorp. Kom al met enige regelmaat in deze Rotterdamse dierentuin. Niet alleen voor de dieren, maar ook om de fantastische gebouwen van architect Sybold van Ravesteyn.
Had mijn hoop gevestigd om tijdens de rondleiding vandaag in de Rivièrahal verstopte podium te zien te krijgen. Die verwachting is waargemaakt en meer dan dat. Er zat aan dit bezoek echter ook een schaduwkantje: het verval.
Van Ravesteyn, van oorsprong station architect van de NS (hij heeft ook het in 1949 opgeleverde en in 1984 vervangen station van Gouda gebouwd), kreeg in 1937 de opdracht om een nieuwe dierentuin te ontwerpen in zijn woonplaats. De oude dierentuin in het centrum (ten zuiden van het Groothandelsgebouw en het Weena; de straatnaam Diergaardesingel verwijst er nog naar) moest wijken voor wat we nu stadsvernieuwing zouden noemen. Als locatie voor de nieuwe diergaarde werd gekozen voor een braakliggend terrein tussen de spoorlijn Utrecht – Rotterdam en de Van Aerssenlaan.
Van Ravesteyn kon hier zijn gang gaan. Moesten stations aan allerlei eisen voor het
reizigersvervoer voldoen, hier kon hij zijn voorliefde voor ronde en sierlijk golvende vormen tonen. Een ronde vijver? Nee hoor, Van Ravesteyn maakte er iets aparts van. Zelfs de looproutes (ook met bochten) werden door hem bedacht. Opvallend, zegt Blijdorp zelf, want in die tijd zegevierde juist de strakke Nieuwe Zakelijkheid.
Blijdorp was een van de eerste dierentuinen ter wereld die in zijn geheel door één architect ontworpen was: een totaalontwerp. Hoewel VAn Ravesteyn niet veel met de dieren op had, zorgde hij voor iets opvallends. Grote hekken of tralies werden vervangen door grachten en lage muren. De dierenverblijven oogden minder als een gevangenis zoals tot die tijd gebruikelijk was.
Slechts één gebouw is nog ouder dan Blijdorp. De Victoriaserre, het ronde gebouw naast de Rivièrahal. Een ruimte waren tijdens mijn gewone bezoeken graag even vertoef. Een rustpunt in de drukke dierentuin. De serre was er al in de oude dierentuin en is door Van Ravesteyn meegenomen in zijn ontwerp voor Blijdorp.
Bij het aanbreken van de Tweede Wereldoorlog was Blijdorp zover af dat de meeste dieren er heen konden. Net op tijd voor het bombardement dat een deel van de stad verwoestte en ook de plek van de oude diergaarde. Daar waren dieren dood gegaan of ontsnapt. Zo liep er in die tijd een zebra door een winkelstraat… Een krokodil, Matata, is ook meeverhuisd en heeft hier tot tot zijn overlijden in 2014 geleefd.
Dan nu het verval. Van Ravesteyn maakte voor veel van de 21 gebouwen, waaronder de dierenverblijven, gebruik van het eind jaren dertig net opkomende beton. Echt nieuw dus maar van betonrot was nog onbekend.
De betonrot heeft om zich heen gegrepen. Dat is goed te zien op het orkestpodium en de twee balkons in de Rivièrahal. Aan het zicht van het publiek onttrokken, maar vandaag van dichtbij te zien. Wat eens de trots moet zijn geweest van dit gebouw, oogt nu achter
een houten wand verloederd. Maar ook elders in het rijksmonument doet het zich voor. De uitkijktoren aan de achterzijde van de hal is in 1972 gesloopt.
Nog erger is een van de voormalige dierenverblijven er aan toe. Zie de foto boven dit verhaal. Als dierentuinbezoeker zie je dit niet, maar vandaag via een deur naar de bergdierenrots waar eens verschillende dieren rondliepen. Zo slecht dat de gids die ons rondleidt, waarschuwt om vooral voorzichtig te zijn als we naar de muur lopen…

Restaureren is geen optie. Zal heel veel geld kosten. Een meer dan tien jaar oud restauratieplan ging uit van twintig miljoen euro, maar vandaag de dag liggen de kosten van de bouwsector veel hoger. Maar als er niets gebeurt, is het maar de vraag hoe lang publiek de Rivièrahal nog binnen mag.
Interessant en zeer leerzaam om vandaag eens met de neus op andere feiten van Blijdorp te zijn gedrukt. Dank aan de gids die ons rondleidde. Goede uitleg en veel kennis van de Rotterdamse diergaarde.

“niets is hier blijvend en zal eenmaal vergaan…..”
Daar heb je natuurlijk gelijk in zus! 🙂