Geen specifiek stukje muziek voor dit weekeinde. Via deze link kom je op Jazz Radio een radiostation op internet., Amerikaans, te oordelen naar de spaarzame reclameboodschappen.
Via de link hierboven kom je terecht op jazz ballads, een onderdeel van het station dat ik vaak in de auto aan heb, of tijdens een treinreis. Maar zoals je kunt zien, kun je ook kiezen voor andere jazzgenres, zoals swing & big band, trumpet, sax en bass jazz. Zoek maar uit wat je lekker vindt.
Hoe dan ook heb je heerlijke muziek om naar te luisteren.
Jazzfestival
Met muziek die op deze kanalen hoor, denk ik toch altijd weer even terug aan de jaren tachtig, negentig van de vorige eeuw. De tijd van het Randstad Jazz Festival in mijn voortuin.
Het festival bestond al een klein beetje voor ik hier kwam wonen. Het begon in een periode dat een dergelijk evenement nog een noviteit en daarmee een gewaagd experiment was, vertelde de toenmalige penningmeester Joop Mulder in 1992 Rijn en Gouwe. De Junior Kamer Gouda beet in 1978 het spits af met een mini-festival. ,,Het was heel gezellig allemaal en iedereen vond dat dit eenmalige evenement het verdiende een traditie te worden.’’
Een tweede festival kwam niet van de grond. Gelukkig was daar Ed van Dantzig, die ik nog kende uit mijn journalistieke jaren in Amsterdam. De gedachte gingen uit naar een festival met een programma dat een directe relatie had met de beeldbepalende gebouwen in de binnenstad. Met de Waag, het stadhuis, de Agnietenkapel. Op de Markt, het onmiskenbare centrum van Gouda, zou ook iets moeten gebeuren. Hiervoor leek de Ronde Spiegeltent van Jelle van der Zee een ideale accommodatie.
Gratis
Daarnaast was men het snel eens over een heel duidelijk uitgangspunt. Van
Dantzig destijds: ,,Onze filosofie was dat wij een festival wilden houden waar zoveel mogelijk mensen voor zo min mogelijk geld en bij voorkeur gratis, zouden kunnen genieten van alle swingende vormen van de jazz.’’
De Ronde Spiegeltent die voor elk jaar op de Markt werd opgebouwd, was de enige locatie waarvoor men een kaartje moest kopen. En dat deed men ook. Er waren dagen dat we ‘nee’ moesten verkopen.
Iedereen hielp mee. Ook in mijn familie. Mijn broer B. als portier bij de entree, mijn schoonzus N. als caissière. Elke nacht om 03.30 uur naar bed en de volgende dag weer. Van donderdag tot en met zondag. Na afloop was je kapot, maar je keek tegelijkertijd al weer uit naar de volgende editie.
Immense drukte al die avonden/nachten. Tienduizenden jazzliefhebbers op de been op de Markt en de wijde omgeving. In de hoogtijdagen waren er 150.000 mensen op het festival. Bezoekersaantallen die Gouda nooit had gekend en ook nooit meer zou kennen.
Beryl Bryden
De formule? Goede, echte jazz. Geen concessies. Er waren enkele kroegen met een feestband (want lekker goedkoop), maar verder vooral jazzartiesten van naam en faam. Kwaliteit. Dat trok publiek. Een in Nederland niet echt bekende Engelse jazzzangeres Beryl Bryden was een van de vaste en geliefde artiesten. Als ergens wordt gezegd dat jazz stoffig en iets voor bejaarden is, bewees zij het tegendeel. Als zij optrad in de Spiegeltent, zat de zaal vol met jongeren. OK, ook wel voor haar performance, maar zeker ook voor haar zang. En jarenlang ben ik haar schoenendrager geweest als ze zich na zich bij thuis te hebben omgekleed om platte schoenen over de kinderhoofdjes van de Markt naar de Spiegeltent liep om pas daar haar hoge hakken een te doen…
Zij en al die andere artiesten (Ik noem maar Rosa King, Rob Hoeke, Pim Jacobs, Rita Reys en Pia Beck) werden in de watten gelegd. In de Spiegeltent, maar ook in de andere locaties van de organisaties zelf (Burgerhal, Waag en Agnietenkapel) zorgden we er voor dat de flessen whisky, blikken bier en frisdrank klaarstonden. Driemaal raden wie er al die avonden met de drankpakketten op en rond de Markt trok…
Great Eight
Het festival werd vermaard. Orkesten begonnen zelf op te bellen of zij in Gouda mee konden doen. En wat waren we trots op de komst van The Great Eight, met onder andere Billy Butterfield, trompet; Johnny Mince, klarinet; Buddy Tate, tenor sax; Teddy Wilson, piano en Sam Woodyard, drums.
Joop Mulder er jaren later over in Rijn en Gouwe: ,,Het contract was vrij ingewikkeld. Het orkest zou twee keer spelen, van tien tot elf en van twaalf tot een. Ed en zijn band, The Dutch Swing Society, stonden in het voorprogramma. Wij komen om acht uur terug van het eten en daar zit de Great Eight in vol ornaat op het podium. Enig onderhandelen met Teddy Wilson had tot resultaat dat wij het eerste optreden konden rekken tot kwart voor negen. Daar kwam nogal wat whisky aan te pas trouwens. Het zweet stond in onze handen. Want hoe moesten we de eerste groep die binnenkwam toen het concert bijna was afgelopen, de Spiegeltent uitkrijgen? Gelukkig hadden de mensen begrip voor de situatie.
Eigenlijk was het een beetje triest verhaal,’ aldus Mulder destijds. ,,Deze oude coryfeeën van de jazzmuziek hadden de avond tevoren in IJsland opgetreden. Daarna waren ze overgevlogen naar Luxemburg en toen in de bus naar Gouda geladen. En die bus stopte dus om acht uur ’s avonds achter de Spiegeltent. Je kunt je voorstellen dat die mannen amper het idee hadden waar ze nu weer waren. En de volgende middag, op zondag, hoorde ik ze over de radio uit de dierentuin van Antwerpen.’’
De positieve sfeer rond het Randstad Jazz Festival maakte het niet al te moeilijk sponsors te vinden. Ja, ook een sigarettenmerk als Pall Mall. Dat had ook zijn voordelen naast de inkomsten. Met Pall Mall deed het Randstad Jazz Festival mee in het Pall Mall Swing Award, een concours om jong jazztalent een groter podium te bieden.
Herwaardering
Maar ook voor Gouda is het festival destijds van grote betekenis geweest. Gouda was een beetje suffig en dor geworden. Het festival is heel belangrijk geweest voor de herwaardering van hun stad bij de Gouwenaars zelf. Er kwam weer vertrouwen. Je merkte dat het belangrijk was voor mensen dat zij konden zeggen: zie je nou wel dat er in Gouda iets kan? Het bedrijfsleven zag dat ook en ging een ander gedragspatroon volgen. In die kringen zag men in dat het leefbaar houden van de stad niet uitsluitend een taak van de overheid is en dat het de moeite waard is voor die leefbaarheid zelf mee te betalen.
