Dankzij (?) corona al mijn dertiende museumbezoek dit jaar. Het Teylersmuseum in Haarlem. Geen verkeerde keuze. Daarmee treed ik in de voetsporen van de Franse keizer Napoleon die hier 210 jaar geleden ook de collectie bewonderde.
Het Teylersmuseum (‘Museum van de Verwondering’), vernoemd naar zijn stichter Pieter Teyler van der Huls, dateert uit 1778 en is daarmee het oudste museum van ons land dat ook nog eens in hetzelfde (wel uitgebouwde) gebouw is gevestigd.
En net als met het Rijksmuseum in Amsterdam is dat een van de pluspunten van dit museum.

Zo mooi als de collecte (alleen al de zeer uitgebreide collectie fossielen en mineralen) is, het gebouw is dat zo mogelijk nog meer. En dan in het bijzonder het interieur. De houten/glazen vitrines ademen geschiedenis. Zeer oud en daardoor zeer mooi. Alles nog in originele staat. Een lust voor het oog.
Wie na de indrukwekkende entreeruimte de eerste zalen bereikt, zal de kasten misschien niet direct opwindend vinden. Dat verandert in de Ovale zaal. Een prachtige ruimte vol kasten met de mooiste instrumenten die je je maar kunt voorstellen.
Oogverblindend
Zeer oud, dus aanraken is er niet bij. Wie zich nu verbaast over wat de pc en internet vermogen, moet een paar eeuwen geleden net zo hebben gereageerd bij de (wetenschappelijke) instrumenten die hier worden getoond. En als het aanbod in de kasten dreigt te vervelen, gaat je oog omhoog door de ovale ruimte. Wat een geweldig gebouw.

Net zo indrukwekkend om te zien is de collectie schilderijen, penningen en munten. Het is oogverblindend allemaal.
Zoals na mijn eerste bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam, moet ik ook hier nog een keer terug gaan. De collecte en het gebouw waren teveel om met één bezoek af te doen.
Bonus vandaag: een afsluitende lunch in het museumcafé met de in Haarlem woonachtige zus E.
