Na het zien van de zeer leerzame en daarmee ook indrukwekkende vierdelige tv-documentaireserie Het water komt op Nederland 2, vandaag een bezoek gebracht aan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Minstens zo indrukwekkend als de tv-serie.
De watersnoodramp is deze periode 70 jaar geleden. Ook in mijn Gouda kwam het water via de Hollandsche IJssel gevaarlijk hoog de zuidkant binnen. Al tientallen jaren zie ik tijdens een rondje lopen bij de Havensluis de gedenksteen die aangeeft hoe hoog het water hier gekomen is.
Dankzij de Deltawerken (de Hollandsche IJsselkering bij Krimpen aan de IJssel) wordt – in ieder geval tot de zeespiegelstijging dramatische gevolgen krijgt – een herhaling voorkomen. Zelfs op tweehoog waan ik me extra veilig
Kende de naam van het museum in Ouwerkerk alleen omdat oud-stagiair/collega M. er tegenwoordig werkzaam is.
Bezoek aan het Watersnoodmuseum stond al even op mijn lijstje, maar vanochtend na het terugkijken van de laatste aflevering van die prachtige tv-serie (dank Winfried Baijens) koers gezet naar Zeeland.

Schijn bedriegt
Bij op het eerste gezicht tegenviel was hoe klein het museum (in één caisson dat ik zie en dat is geplaatst na het breken van de dijk bij Ouwerkerk) oogt. Maar de uitdrukking schijnt bedriegt is hier zeer van toepassing. Het gehele museum telt vier aan elkaar gekoppelde caissons, die per caisson een verhaal vertellen.
Het begint bij de ramp van die bewuste nacht van 31 januari op 1 februari 1953, naar de emoties van die gebeurtenis, naar de wederopbouw en de bewustwording tot in het laatste caisson de toekomst.
Ik verwachtte het niet van een tot nu toe voor mij onbekend museum, maar het is zeer interactief. Van alles te zien (foto’s, films, voorwerpen), op knoppen drukken (altijd leuk voor kinderen en het kind in mij) en te lezen. Zeer, echt zeer leerzaam. Had gedacht er met een uurtje wel doorheen te zijn, maar het werd veel meer dan twee uur.
Geen opsmuk
Zoals vaker bij musea ben ik niet alleen geïnteresseerd in de collectie (allerbelangrijkste, maar toch…) maar ook in het gebouw. En dit museum is dus ondergebracht in echte caissons uit 1953, net iets minder oud dan de ramp zelf. Je ziet dus al lopende door het museum hoe indrukwekkend die betonnen constructie is. Kale muren, geen opsmuk om de ruwbouw te verstoppen. Je loopt door het gebouw zelf en de tentoonstellingen heen door een belangrijk stuk geschiedenis van ons land. Ik was zeer onder de indruk. Het was al met al zo overweldigend dat ik al heb besloten het museum later dit jaar of volgend jaar nog eens met een bezoek te vereren.
Misschien dat ik het dan combineer met een stadsbezoek aan Zierikzee, een paar kilometer verderop. Ging daar na het museumbezoek even naar toe voor een boodschap. De historie die me via de autoruiten aankeek, heeft me in dat besluit bevestigd. Misschien moet ik het dan combineren met een maaltje mosselen of oesters ergens hier of op Zeeuws-Vlaanderen.
Kortom een meer dan welbestede zaterdag.
