Bijna twee uur lang mensen geboeid weten te houden met een verhaal rond je vader en Apollo 11 is knap. Het lukt Diederik van Vleuten in een volgepakte Goudse Schouwburg met de voorstelling Bouwjaar’61.

Hij komt op met een 1,5 meter hoge in een opwelling gekocht model van de Saturnus V-raket (de raket van de Apollo 11 missie naar de maan) en die gebruiken als terugkerend element in een verhaal over zijn vorig jaar overleden vader Ron.
Het gaat deels over zijn jeugd met vakantie naar de Dordogne (waar zijn vader na ziek te zijn geworden van een bedorven kippenpoot zijn baard laat staan), de wijsheden die vader overbracht op zijn kinderen. Tijdens de vakantie in 1969 was er de eerste maanlanding.
Van Vleuten (zelf dus van Bouwjaar ’61 ) somt zonder te hakkelen feitjes op, zoals de namen van de astronauten (Neil Armstrong, Edwin ‘Buzz’ Aldrin en Michael Collins), de eerste woorden van Armstrong na de landing (kleine stap voor de mensen, een grote voor de mensheid), waarom de naam van Cape Canaveral werd veranderd in Cape Kennedy en ga zo maar door.

Stemt Willem Drees
En natuurlijk over de dertig procent van de Amerikanen (,,En Thierry Baudet’’) die niet geloven dat de maanlanding echt is gebeurd.
En dat alles dus doorspekt met herinneringen aan zijn jeugd en vooral aan zijn vader. Van Vleuten is een meester in vertellingen. Over zinnetjes die in je hoofd blijven zitten, zonder dat je weet waarom. Bij zijn vader was dat bijvoorbeeld ‘Stemt Willem Drees’. En dat vader Ron besloot dat de koelkast heringericht moest worden (de tomaten in het eiervakje, eieren in de groentela) en alle hoezen van de elpees omgekeerd werden in de kast. Zijn vader was een geluidenjager en Van Vleuten laat er ook daar een paar van horen (zoals de kerkklokken van de toren in een Frans dorpje). Maar ook over de herinneringen van zijn vader over de oorlogsjaren in Den Haag. Bij elkaar ontstaat een beeld van een markante man.
Grutto
Natuurlijk valt er genoeg te lachen, zoals de anekdote over zijn vader die collecteert voor de Vogelbescherming en zonder er erg in te hebben aanbelt bij een chique bordeel. ,,Ik kom voor de grutto’’, vindt de bordeelhoudster wel de slechtste smoes die ze ooit gehoord heeft aan de deur. ,,Kom maar binnen, dan zullen we van jouw grutto eens een blauwe reiger maken.’’ En ja, toch ook twee typetjes klinken herkenbaar als je even de ogen sluit: Chriet Titulaer en Toon Hermans.
Al met al een heerlijke avond. Het was mijn laatste bijgewoonde voorstelling in de Goudse schouwburg dit seizoen. Benieuwd wat seizoen 2024/2025 te bieden heeft.
