Een hernieuwde kennismaking met de Buiten Hebriden in Scotland. Ben decennialang niet meer op Harris en Lewis geweest. Tijd dus om die twee gekoppelde eilanden weer eens te bezoeken. Met natuurlijk de staande stenen van Callanish.
De eerste stop is zoals gebruikelijk Edinburgh. O nee, eerst nog wat boodschappen afleveren in Earlston, iets zuidelijker. Maar dan toch de hoofdstad van Scotland. Bij vrienden logeren. Met ze eten en drinken in volgens mij een van de mooiste pubs van de stad The Standing Order, in een voormalige bankgebouw.

Bezoek voelt als vertrouwd. Weet de benodigde buslijnen al uit mijn hoofd, dagkaart zit in de busApp en hoeft niet te zoeken naar de twee musea die op mijn lijstje staan.
Daarna is het tijd de grote stad te verlaten. Via de snelweg gaat het langs Glasgow naar Troon voor de oversteek naar Arran. Vorig jaar voor het eerst geweest en wil daar per se weer naar toe.
Een van de doelen is Coire Fhionn Lochan (Gaelic voor ‘het meer met het witte strand’). Buienradar geeft aan dat het aan einde ochtend/begin van de middag nog een klein beetje gaat regen. Nou, het was de naam hun niet waard, dus al snel richting Thundergay (ongeveer 10 km vanaf de camping) voor wandeling van een kleine anderhalf uur naar het meer.

Petje
Volop zon, de temperatuur loopt op en de verleiding is groot de voorraad drinkwater snel op te maken. Bijkomende pech: al snel ontdek ik dat ik mijn petje ben verloren. Denk el te weten waar. Dus aan een vrouw die al aan de afdaling is begonnen vraag ik om te kijken of ze petje tegenkomt en zo ja om die bij mijn auto te leggen. Bij terugkomst bij mijn auto aan einde middag ligt petje daar. Hulde voor die vrouw.
Na het nodige klimwerk, bereik ik na bijna anderhalf uur Coire Fhionn Lochan. En net als vorig jaar ben ik overweldigd door het uitzicht. OK, je bent na de klimwandeling blij dat je het doel al hebt bereikt, maar toch… Wat een schoonheid. Geen TikTok rijen. Er zijn bijna geen mensen hier. Eerst uurtje, zittend op een ‘duinpunt’, genoten van het uitzicht. Kan dit iedereen aanraden. De overtreffende trap van mooi uitzicht en volkomen rust.
Rond 17.00 uur terug op de camping. Wat Irn-Bru drinken, douchen en daarna een ‘wee dram’ (of twee, of drie). Voordeel van de camping in Lochranza op Arran: mensen komen hier voor de wandelingen in de heuvels, of een overnachting tijdens hun fietstocht door Scotland. Het is dus geen feestcamping met muziek tot diep in de nacht. Eten, wat drinken en krachten opdoen voor de volgende dag.
Morgen naar de Standing Stones, iets ten zuiden van het meer met het witte strand. Een tocht van drie keer niks, dus misschien kan ik in de ochtend begin maken met een van de drie Rebus boeken die ik bij me heb. Rebus, hoor ik u zeggen? Ja, het is Baantjer (wel veel beter geschreven), maar dan Edinburgh/Fife als belangrijkste locatie i.p.v. Amsterdam.

Schrift
Machrie Moor voor de staande stenen dus. Niemand weet hoe lang ze staan, wel dat het ergens tussen de 4.000 en 5.000 jaar moet zijn. Niemand heeft ook ooit het bewijs gevonden naar het doel. Aannames zijn er genoeg. Iets met godsdienst, de stand van de zon en de maan en noem maar op. De bewoners van ruim 4.000 jaar geleden hadden geen schrift, dus van enige overlevering is geen sprake.
Heb al meer stone circles bezocht (op Lewis, op Orkney), maar deze valt op door de wijdte. Behalve de drie die je vaak op foto’s ziet van Machrie Moor (vernoemd naar de Machrie Glen), zijn maar een deel van het geheel. In totaal zijn er zes cirkels, alleen niet allemaal als zodanig herkenbaar. En dan is er, als eerste vanaf de parkeerplaats een heuvel die een graftombe herbergt. Een grote, wijde cirkel met, voor zover bekend, maar één grafkist.
Al met al het bezoek meer dan waard. Al kom je wel wat gekkies tegen. Mensen die in een soort stille aanbidding hier gaan zitten, lang een standing stone aanraken, kennelijk in de verwachting dat er dan positieve (?) krachten in het lichaam doorkomen. Ik kijk het meewarig aan. Het zal wel komen door mijn Calvinistische roots…
Koffie
De dag erna, of eigenlijk de nacht al, begon met regen. En wind, dus oordoppen in om te kunnen slapen. In de ochtend tussen de buien door eerst koffie (de dag kan niet zonder beginnen!), ontbijt, douchen en de afwas. Daarna tijd om naar de kerk te gaan, St. Bride’s hier in Lochranza.
Ben er vorig jaar ook geweest. Kleine kerk, iets meer dan driehonderd jaar oud. Had gehoopt de nieuwe predikant, Rev. Dr Knowledge Zinduru, te horen preken. Helaas voor mij gaat hij deze zondag voor in een van de anderen kerkgebouwen op het eiland.

Na het doen van een paar boodschappen in Brodrick, de middag op de camping doorgebracht. Het plenst weer en om nou een autorit te maken in de regen, vind ik niet een aantrekkelijk idee. Kort na 14.00 uur wordt het droog en komt de zon zo waarlijk tevoorschijn.
Rest van de middag genieten van die zon. Buiten wel met windjack aan. En wat later op radio BBC4 luisteren naar een hoorspel. Wil dat thuis ook regelmatig doen, maar in de praktijk komt daar bar weinig van terecht. Nu dus wel. Borreltje erbij. Daarna eten koken. Nou ja, koken… ik heb ik Brodrick een ‘ping’ maaltijd gekocht. Deze camping heeft een magnetron, dus die kans moet ik niet voorbij laten gaan.
Mull
Volgende koers gezet naar ander eiland: Mull. De meest voor de hand liggende route is na de veerboot naar Kintyre te hebben genomen, in Oban de volgende veerboot naar Craignure op Mull te pakken. Helaas, zag ik het afgelopen weekeinde al dat er maandag geen plek is voor mijn auto op alle afvaarten, de aller vroegste daargelaten. Kleine veerboot ontdekte ik later, dus beperktere capaciteit. Dus bij passeren Oban doorgereden naar Corran. Met kleine regionale veerboot naar Morvern en weer afzakken per auto naar Lochaline, om vandaar een ander veerbootje te pakken naar Mull.

Het omrijden is geen straf. Vooral de rit over Morvern is altijd weer schitterend. Uiteindelijk tegen de klok van vier (lokale tijd) aangekomen op mijn camping. Ik kom hier al jaren en gelukkig is mijn favo kampeerplek vlak langs de baai weer beschikbaar. Veel wind, dat wel, maar dat maakt het alleen maar leuk.
Eerste rit hier gaat naar Iona. Uurtje rijden. Het lijkt daardoor een flinke afstand, maar harder dan zo’n 70 tot 80 km per uur kun je niet op de vaak bochtige en enkelbaanswegen waar je ook nog eens vaak moet stoppen voor tegenliggers. Niet goed voor het gemiddelde benzineverbruik…
Iona
Veerboot Fionnphort naar Iona (vaartijd vijf minuten) is vol Amerikaanse toeristen die nu al het hoogste woord hebben met elkaar. Eenmaal aan land verlies ik ze gelukkig snel uit het oog. Dat scheelt een hoop gekwetter. En wat denk je. Al vanaf halverwege de autorit is het vrijwel droog en al die tijd dat ik op Iona ben, is er geen druppel regen gevallen. Af en toe komt zelfs de zon tevoorschijn.

Ben al vaker op Iona geweest, maar ook nu weer vermaak ik me prima. Ik geniet van de ruïnes van het nonnenklooster en natuurlijk van de Iona Abbey, de ‘hoofdattractie’, zoals ik het zo mag zeggen, van het eiland. Het is een beetje het Taizé van Schotland, maar dan zonder monniken.
Ook Lochbuie, het gebied aan het gelijknamige zeeloch Loch Buie, kan weer rekenen op een bezoek van mij. Altijd weer mooie rit, vooral het deel langs Loch Spelve. Zoveel verschillende tinten groen en wat een rust. Het uiteindelijke doel hier is toch Lochbuie zelf en dan vooral het enige overgebleven deel van Castle Moy.

De toren is niet zo indrukwekkend, maar de omgeving des te meer. Prachtig in het landschap, met de zee op de achtergrond. Bij aankomst ‘druk’ (wel tien mensen), maar na kwartiertje is iedereen weg en kan ik, gezeten op een rotsblok genieten.
Fish & chips
Daarna tot aan camping. via dezelfde route langs camping naar Tobermory, de hoofdplaats van Mull. Altijd weer leuk om de huizen in verschillende pasteltinten te zien aan de havenkant. Had gehoopt weer fish & chips te scoren bij de verkoopdagen bij de pier. Is volgens mij de enige verkoopwagen met jaarsticker van wegrestaurantsysteem Les Routiers. Prince Charles (toen nog) is hier eens aan de balie geweest. Helaas, oude verkoopwagen weg. Nieuwe, veelkleurige maar zonder de sticker is er voor in de plaats gekomen. Tja, dan is de lol er voor mij wel van af.
De laatste dag hier is bestemd voor het puffineiland Lunga (Tresnish Isles) Had tot een jaar of vijftien of twintig nog nooit van de puffins of in het Nederlands papegaaiduikers gehoord, laat staan ze gezien. Meer over de puffins verderop in dit verhaal.

Het ging me de eerste keer om bezoek aan Staffa en dan vooral Fingal’s Cave. Had het verhaal gehoord over de componist Felix Mendelssohn die hier in 1829 was en zo onder de indruk was van het geluid en het beeld van de golven in de cave of grot, dat hij er een jaar later zijn Ouverture on the Hebrides op componeerde. In elke cd die je kunt vinden, staat bij het stuk altijd tussen haakjes ‘Fingal’s Cave’.
Dat stuk moest, vond ik, maar eens te plekke worden beluisterd. Met dank aan de kenner van klassieke muziek bij Music Store in Gouda een puike cd gescoord en meegenomen op vakantie. Boottrip geboekt. Een werkelijk unieke belevenis. De prachtige muziek paar keer achter elkaar beluisterd op de plek waar het stuk op is gebaseerd. Die muziek in de ‘oortjes’ met op de achtergrond het geluid van de golven en het zicht op die reusachtige zestig miljoen jaar oude basaltkolommen… Ik toon niet vaak tranen, maar toen hield ik het toch niet helemaal droog.
Puffins
Leuk, maar de tocht gaat dus niet alleen naar Staffa. Na een uur op dit eiland te hebben vertoefd, zet de boot van Turus Mara koers naar Lunga voor twee uurtjes puffins kijken. OK, vooruit dan maar. Ik heb mijn doel bereikt, dus…

Nou, mis dus. Ik zag de papegaaiduikers en ik was verkocht. Wat een ontzettend leuke vogels. De clowns van de zee, worden ze genoemd. Dat klopt wel. Wie +++ chagrijnig is, is hier binnen één minuut genezen. Honderd procent garantie.
Kortom, het volgende jaar de trip opnieuw geboekt. OK, opnieuw genoten van Mendelssohn muziek, maar nu toch steeds voor de puffins. En dus ook vandaag weer. Twee uur lang gemiddeld van deze kleine, bijzonder (water)vogels. Een drukte van belang. Er zijn nog geen of heel weinig jonkies, dus de toekomstige ouders zijn druk bezig met de grote schoonmaak van de nesten in de grond en het aanbrengen van nestmateriaal.
Het volgende doel is het jaarlijkse bezoek aan het eiland Skye. Met de pont over van Fishnish naar Lochaline. Ondanks de (lichte) regen een mooie rit over Morvern naar Ardgour (weer een pont) naar Fort William. Daar even de benen strekken, kopje thee, boodschappen en tanken. Daarna in éėn ruk door naar Skye.
Storm
Inspannende rit, want het regent flink en het verkeer rijdt langzaam. Na dik twee uur op Sligachan, mijn favo camping op het eiland Skye. Nou, dit keer niet zo favo. Het regent aan een stuk door en het stormt ook nog. Bij vrienden Han en Wilma die hier al zijn met hun caravan even bijgepraat en gehoopt dat de wind wat gaat liggen en de regen stopt.

Niet dus. Omdat tent toch al even moet staan om door te waaien voor matrasje, slaapzak en de rest naar binnen kunnen, toch maar de stoute schoenen aangetrokken en een poging gewaagd. Zo erg als nu heb ik het nog niet meegemaakt met het opzetten van de tent. De ‘footprint’ van de tent verstopt zich en het lukt me niet om de juiste volgorde van footprint, binnentent, buitentent voor elkaar te krijgen. Han komt helpen. Uiteindelijk zit alles in de juiste volgorde en zitten de tentstokken in positie.
Dan blijken de binnenste delen van de scheerlijnen in elkaars vaarwater te zitten en wel zo strak nu de stokken in positie zijn, dat er niks mee te beginnen is. Inmiddels zijn mijn broek, sokken en schoenen doorweekt, dus ik besluit de tent weer af te breken en op te bergen. Morgen een nieuwe poging als, naar ik hoop, er beduidend minder wind is.
Snel even droge kleren aangetrokken en op internet een slaapplek in een jeugdherberg gezocht. Dat hebben kennelijk meer mensen gedaan. Zowel in Broadford als Portree is geen bed beschikbaar. Uiteindelijk wel (het laatste bed hoor ik later) in Glenbrittle. Eén voordeeltje. Door de vele regen zijn de watervallen en rivieren overvol, wat een spectaculair beeld oplevert.

De volgende ochtend terug naar de camping. H + W zijn al vertrokken voor een wandeling. Het waait hier nog steeds flink, maar in de loop van de middag toch maar poging gewaagd tent op te zetten. Kan ie droog waaien. Helaas krijgt de wind er steeds vat er op, met als uiteindelijk resultaat dat een breuk in een van de delen van de langste stok. Op naar Portree. Daar geen nieuwe tentstok te krijgen, want te kleine kampeerzaak om de een voorraad verschillende lengtes aan tentstokken op na te houden. Meedenkende medewerkster adviseert een ‘splint’ te nemen en die over gebroken deel te schuiven, zonodig na eerst een laagje duckttape.
Op tijd vertrokken van de camping voor de circa 45 minuten durende rit naar het beginpunt. Je weet immers maar nooit hier of het weer toch omslaat… Dat doet het niet. Wel een voordeel, het is in de ochtend niet druk. Weinig wandelaars voor en achter mij. In alle rust, met alleen het geluid van de wind en waterstroompjes ongeveer anderhalf uur gelopen over de heuvels.
Strathaird
De enige dag dat het gegarandeerd droog blijft hier op Skye, besloten in Strathaird te gaan lopen. Twee jaar geleden ontdekt, maar toen te weinig tijd en vorig jaar veel regen. Ditmaal dus de kans om het gebied bij mooi weer te ontdekken.

Frisse lucht in de longen (luchtverontreiniging bestaat hier niet), het is een genot. Op het hoogtepunt (letterlijk) gestopt om zittend op een rotsblok van het fantastische uitzicht te genieten. Ik kan verder en afdalen naar de zee, maar dat vind ik overdreven. Een mens moet zijn grenzen kennen…
Na de lange rustpauze terug richting auto, via dezelfde route. Nu al drukke met tegenliggers die nog richting zee (of niet) gaan. Dat kan dus nog druk worden. Blij dat ik dat niet hoef mee te maken. Heb genoten van deze wandeling. Die blijft in mijn Skye lijstje staan.

Engels ontbijt
Volgende dag naar Uig aan de andere kant van Skye voor de overtocht naar Harris en Lewis. Op camping niet ontbeten, want aan boord van de veerboot is een echt Engels ontbijt verkrijgbaar.
De tijd heeft hier duidelijk niet stilgestaan. Goede weg naar Stornoway, de hoofdplaats van Lewis. Camping Laxdale, aan de rand van de stad, verwelkomt me met weinig wind en een zonnetje (een graad of 15), prima omstandigheden om na het stormachtige verblijf op Skye de tent eens goed te laten drogen, na te lopen en op te zetten zoals het hoort. [voor Han: het is weer gelukt met de gerepareerde lange tentstok].
Sligachan campsite op Skye heeft de charme dat je midden in het berggebied staat (het oog wil ook wat), maar de faciliteiten op Laxdale zijn een stuk beter. Goede voorzieningen (zie foto’s), puike wifi en opgeteld goedkoper dan Sligachan. Hier houd ik het wel een paar dagen uit. Ben van plan tot vrijdag te blijven op Harris en Lewis, maar omdat ik hier al ruim dertig jaar niet ben geweest, heb ik ook een druk programma: standing stones Callanish, Rodel (zuidpunt Harris), Stornoway zelf natuurlijk, wat wandelingen. En de afstanden zijn groot op de twee gekoppelde en lang gerekte eilanden.

Eerste doel op Lewis is Callanish. Callanish, dat zijn de standing Stones (staande stenen) of stone circle. Formaties die je op meer plekken in het Verenigd Koninkrijk (de bekendste is natuurlijk Stonehenge) tegenkomt, maar in Scotland beduidend meer. Heb er de afgelopen decennia meerdere bezocht (Orkney, Mull), maar deze op het eiland Lewis (Buiten Hebriden) is toch wel de meest indrukwekkende.
Ruim dertig jaar geleden toen ik hier was, heb ik ze een voor een op dia gezet. Waarom? Geen idee meer. Heb niet eens een diaprojector. Genoeg over het verleden. Vandaag dus voor de gewone foto’s en wat filmpjes erheen.

Nee, dat is niet helemaal waar. Ik wil ook gewoon genieten van dit duizenden jaar oude mysterie. Waarom zijn die stenen hier zo neergezet? Iets met religie? Plaatsing in relatie met de zon of de maan? In elk geval: waarom? Er zijn tal van logisch klinkende theorieën, maar het juiste antwoord is nooit gevonden. De mensen die toen op Lewis woonden, kenden geen schrift, dus steekhoudende verklaringen anno 2025 zijn er gewoonweg niet. Het enige dat vaststaat, dankzij opgravingen, is dat in het centrum van de stone circle een grafruimte was. Maakt niet uit, de standing stones van Callanish blijven gewoon indrukwekkend.
Vuurtoren
Daarna een uur lang in noordelijke richting naar Butt of Lewis. Naar de vuurtoren op het noordelijkste puntje van dit eiland. Net als de rest van Lewis dus ook al dik dertig jaar geleden dat ik hier was. Samen met A. en zijn broer J. en vrienden W. en A.
Rondgelopen om de vuurtoren en het bijbehorende complex en langs de zee die tegen de rotsen beukt. Nauwelijks mensen hier.
Doel twee van verblijf op Lewis en Harris is St. Clements Church in/bij Rodel op de zuidpunt van Harris.
Niet overvaren, want Lewis en Harris zijn aan elkaar geplakt. Toch nog een rit van anderhalf uur vanuit Stornoway want de twee eilanden zijn samen langgerekt en al mag je op een groot deel 60 miles/hour rijden, in de praktijk haal je dat niet, net als vrijwel overal in de Highlands. Maar het is vakantie, dus ik maal er niet om.

Op Harris eerst nog zijweg ingeslagen naar Drinishader. Een vlek van drie keer niks, maar decennia geleden stond ik hier met vrienden op een wel heel bijzondere camping. Veld was OK, maar douchen deed je in een omgebouwde caravan die – laat ik het voorzichtig zeggen – niet helemaal waterpas stond. Bordje dorpsnaam gevonden, maar een verwijzing naar de camping niet.
Opperhoofd
Doorgereden naar het zuiden, deels langs de kust met prachtige stranden. Te koud en te nat om daar te vertoeven; dus door naar het zuiden. St. Clements Church heeft een eeuwenoude historie. De kerk werd gesticht door Alasdair MacLeod van Dunvegan en Harris, het achtste opperhoofd (chieftain) van clan MacLeod. Hij stierf in 1547 en zijn opmerkelijke graf is nog steeds te zien in de nis van de kerk.
Weinig bezoekers vandaag (je komt hier ook niet toevallig voorbij), dus genoeg tijd om zonder mensen die in beeld lopen (EN ZONDER HUN GEKWEK!!!) te filmen. Blijf op Harris en Lewis tot maandagochtend heel vroeg. Moet uiterlijk 06.35 uur bij de incheckbalie van de veerboot naar Skye zijn en de rit van de camping daar naar toe is bijna een uur. Gelukkig ben ik altijd vroeg wakker.

Op aanraden (zacht uitgedrukt) van eigenaresse van de camping ook nog bezoek gebracht aan Museum & Tasglann nan Eilean, het ‘museum van het eiland’. Veel informatie over de rijke historie van Lewis en als topper een paar van de originele Lewis chessmen. De tientallen schaakstukken uit de twaalfde eeuw (eigenlijk niet alleen schaakstukken, maar ook voorwerpen voor andere bordspellen zoals backgammon), zijn vermoedelijk van Noorse afkomst, gemaakt van walrusivoor en in 1831 ontdekt in vermoedelijk Mealista, behorend tot Uig op het eiland Lewis.
Lewis chessmen
De meeste stukken zijn te vinden in musea in Londen en Edinburgh, maar een paar dus onmin het museum op het eiland waar ze zijn gevonden. Kende het verhaal over de Lewis chessmen wel, maar om een aantal nu in het echt te zien op het eiland waar ze bijna twee eeuwen geleden zijn gevonden, is wel heel bijzonder.
Daarna, zag de plek voorbij komen op een van de info-borden in het museum, koers gezet naar Bernera. Mooie trip door het altijd weer verrassende landschap van Lewis. En weer deels over enkelbaanswegen, dus harder dan iets minder dan 70 km/u werd het niet. Maar ik heb geen haast.
In Bernera (nou ja, kun je spreken van ‘in’? Het is een vlek van drie keer niks!) achter de begraafplaats, op steenworp afstand van het fraaie strand Bosta Beach bevindt zich de Bosta (Bostadh, oud Noors voor boerderij) Iron Age House. Een van de overgebleven huizen uit 800 – 400 jaar voor Christus van een dorpje dat in 1992 is herontdekt. Zand Weet nog niet zeker of ik naar het echte huis kijk, of naar een replica. Er is geen rondleider op zaterdag. Volgens Wikipedia zijn de originele huizen terug verstopt onder het zand. Hoe dan ook krijg je wel een idee over de eeuwenoude bouwstijl. En dat is toch ook leuk.
Brug over oceaan
Nog langs, ja echt, oude brug gereden op weg naar Bernera. Het gebied ligt aan de andere kant van Loch Roag. De oorspronkelijk brug die dus echt over de Atlantische Oceaan ligt, is gebouwd in 1953 en was, zo wordt gezegd, de eerste voorgespannen betonnen brug in Europa. Zo leer je weer eens wat. Vanwege de verkeersdrukte (ja, zelfs hier), is er naast ongeveer twintig jaar geleden een nieuwe brug gebouwd. Moest parkeren om een fit te maken van de oude brug en zag dat er ook nog wat staande stenen in de nabijheid staan. Dus tja…
Voor de zondag heb ik, behalve kerkbezoek, geen plannen. Totdat ik op Google Maps keek en ten oosten van Stornoway nog een leuk stukje zag voor een korte rit, want om de hele middag op de camping door te brengen… Foto’s bij de punt Gary Beach zagen er veelbelovend uit. Zo te zien een rotsmassief waar je doorheen kunt lopen. En met het aardige weer van vandaag, moeten daar toch mooie foto’s te maken zijn.
Maar eerst de kerkdienst dus. In de High Kirk van Stornoway. Hert lijkt me beduidend minder druk bezocht dan mijn Schotse kerk in Rotterdam, maar schijn bedriegt. Bij het uitgaan van de kerk, zie ik nog flink wat mensen de trap afkomen van de gaanderij. Wel weinig jeugd. Dan ben ik in mijn kerk toch wel verwend. Hoopte de voorganger te horen die ik op de website zag, ene MacLeod. Een Schotsere achternaam bestaat niet. Helaas er is een andere predikant vandaag.

Later in de middag op de camping vraagt de beheerster/eigenaresse wat ik vandaag heb gedaan. Vertelde haar dat ik eerst naar de kerk ben geweest. ,,O, welke?’’ En na mijn antwoord zegt ze dat haar man daar predikant is. Ze blijkt dus mevrouw MacLeod te zijn. Dus even wat kerkinfo uitgewisseld met haar.
Welkom
Hoorde dat Stornoway drie Church of Scotland gemeenten kent (High kirk, Martin’s Memorial en St. Columba), die alle drie apart zijn. Een verder zeer groot verschil met mijn kerk: behalve het hartelijke welkom bij binnenkomst, worden bezoekers aan zichzelf overgelaten. Eén persoon vraagt nog waar ik vandaan kom en als hij Rotterdam hoort als de stad waar jij kerk is gevestigd, vertelt hij alleen maar dat ik met een cruise in Rotterdam geweest… Koud!
Dus een extra hulde voor het Welcome team van mijn kerk en alle mensen die bij de koffie/thee na afloop op de bezoekers afschieten en – weten we uit de reacties – een onvergetelijke indruk achterlaten.
Daarna dus naar Gary Beach. Mooie (korte) rit, maar het eindpunt is fenomenaal. Zie de foto hiernaast.

Geluk bij een ongeluk, de mooie rotsformaties kun je alleen bezoeken bij eb. En dat is het vanmiddag. De rotsen zien er indrukwekkend uit. Vooral die ene die ik al op de foto’s zag, waar je doorheen kunt lopen.
Aan de voetsporen in het zand te zien, ben ik vandaag niet de enige die dat doet. Het is een uithoek van Lewis, dus echt druk kun je het niet noemen. Er zijn hier meer plekken langs de oostkust met fraaie stranden, waaronder een breed stuk dat aantrekkingskracht uitoefent op surfers. Misschien het daarom bij deel dat ik bezoek relatief rustig. Alle gelegenheid dus om volop foto’s en filmpjes te maken zonder dat mensen het beeld verstoren.
Tegen drie uur terug op de camping. Borrel, Polarsteps bijwerken en alvast uit de tent halen wat vannacht niet echt noodzakelijk is. Morgenochtend tegen half vijf tent inpakken. Wil uiterlijk een uur later hier wegrijden om op tijd te zijn voor het inchecken voor de veerboot van Tarbert naar Uig op Skye. Vandaar gaat het via Inverness (boodschappen, tanken) naar Cannich in Glen Affric.
Tentstok
Vanaf aankomst op Skye rijd ik in ongeveer drie uur Vandaar in drie uur, ex stops, naar Inverness. Dat is ‘om’ als ik naar Glen Affric wil, maar in Inverness moet ik eerst campingzaak Go Outdoors voor reparatieset voor tentstok. De langste stok, die overdwars gaat, heeft de storm op Skye eerder niet overleefd. Een koppelstukje (‘stint’) over het gebroken stokstuk bracht uitkomst. Maar wil wel weer een normale tentstok.
In de tentzak zitten nog stokdelen van een vorige tent van hetzelfde merk (Exped, Zwitserland) En die hebben dezelfde lengte. Dus alleen nieuw elastiek (die oude heeft geleden onder de breuk van de tentstok); klusje voor op de camping. En aangezien het daar droog is, is de reparatie een fluitje van een cent.
Blijf hier tot in elk geval donderdag, misschien wat langer, om van hieruit in elk geval diep Glen Affric in te duiken voor een mooie wandeling. En ook Fort George, niet ver van Inverness staat op programma. Was daar vorig jaar voor het eerst, maar toen regende het. Dus met een beetje geluk…

Als ik in Glen Affric kampeer, moet ik altijd een van de mooiste plekken hier bezoeken: het water dat vanuit Loch Affric via de River Affric en Loch Ben a’ Mheadhain naar de dam (‘witte steenkool’) stroomt.
Aan het einde van een enkelbaansweg, een half uur rijden vanaf de camping in Cannich. Voorwaarde die ik mezelf altijd stel, is dat het mooi weer model zijn. Hier vertoeven in de regen biedt niets. Maar vandaag overheerst de zon. En met een graad of 17 is het ook warmer dan de afgelopen twee weken.
Op tijd op pad gegaan, want Weeronline geeft voor vanmiddag regen op. Dat laatste blijkt mee te vallen. Pas kort na 15.30 uur drijft grijze bewolking over. Maar toen was mijn ochtendprogramma al afgelopen. Ik bezoek de watermassa die hier stroomt elk jaar en het verveelt nog steeds niet. Natuurlijk weer foto’s en filmpjes gemaakt en daarna gezeten op een rotsblok genoten van de schone en ook luidruchtige natuur. Vervolgens nog even ook genoten (want zonder geluid van een watermassa) weer genoten van het schitterende Loch Beinn a’ Mheadhain. Er zijn een paar picknicktafels met een randje voor de barbecue, maar de tafels zijn gelukkig nog leeg. Wat een rust.
Stroom
Kort na 15.00 uur terug op de camping. Het is nog warm buiten, dus als eerste de stroom aangesloten, zodat de koelbox kan loeien. Daarna eerst een colaatje en vervolgens de borrel. De komende dagen blijft de camping in Cannich mijn uitvalsbasis. Nog een (herhalings)bezoek aan een schitterende glen en ook aan Fort George, ten oosten van Inverness. Daar was ik vorig jaar vooraf het eerst, maar toen regende het. Dus nieuwe kans op mooiweerfoto’s. Ja, voeg ik er aan toe, de vooruitzichten qua weer zijn goed.
Op het programma dit jaar staat ook een treinreis. Niet zomaar een. TV-programma Great Railway Journeys of the world in 1981, was voor mij de reden een jaar later voor de allereerste keer naar Scotland te gaan. De reis voert van Inverness via de mooiste landschappen naar de eindbestemming Kyle of Lochalsh, aan de westkust van het vasteland, vlakbij (nu) de hoge brug naar het eiland Skye.

De route is me niet vreemd. Sterker nog, ik heb ‘m deze week per auto al gedaan toen ik van Lewis via Skye naar Inverness ging. Maar ja, dan moet je ook op de weg letten (deel enkelbaans met passeerplaatsen) en dan ‘zie’ je toch minder dan vanuit de trein.
Vanaf Dingwall is de treincoupé bijna vol. Daar is een grote groep ingestapt. Gelukkig ben ik zo verstandig geweest bij boeken van ticket gratis een zitplaats te reserveren voor zowel de heen- als de terugreis.
Naarmate de reis van ruim 2,5 uur vordert, neemt de bewolking toe. Geen zon meer, maar uiteindelijk zelfs donkergrijs. Dacht even dat het zou gaan regenen, maar de nattigheid bleef gelukkig uit.
1982
Ik geniet van het uitzicht, zeker het deel rond Achnasheen en Strathcarron, de belangrijkste reden voor de reis van vandaag. Na ruim veertig jaar weet ik het niet precies meer, maar het landschap hier moet voor mij de reden zijn geweest in 1982 naar Scotland te gaan.

Eindpunt Kyle of Lochalsh komt in zicht. Anders dan in de Great Railway Journeys of the World, heb ik geen tijd voor bezoek aan het Kyle of Lochalsh hotel. Met toen nog uitzicht op de veerboot naar Skye, nu de brug. Tien minuten na aankomst klinkt het elektronische fluitje van de conducteur voor vertrek terug naar Inverness. Nu gelukkig een zitplaats aan de linkerzijde van de rijrichting, zodat ik het landschap van de andere zijde kan aanschouwen. Weer andere beelden. En hoe meer we oostwaarts rijden, hoe dunner de bewolking wordt. Voorbij Beauly wordt de lucht meer en meer blauw en eenmaal in Inverness zelfs strakblauw. Na vijftig autominuten ben ik terug op de camping in Cannich. Met borrel aan de picknicktafel naast de auto constateer ik: een welbestede dag.
En dan Fort George, ten oosten van Inverness, vlakbij de luchthaven. Vorig jaar een verregend bezoek, dus nu met het toch wel prachtigste weer deze dag dat je je kunt voorstellen in Scotland opnieuw naar Fort George. In 2024, het eerste jaar van mijn pensioen, was ik zes weken (!) in Scotland en had dus overal langer de tijd om rond te kijken. Een van die extra’s op de route vanaf Dornoch richting het zuiden naar Inverness was Fort George.
Een fort, zoals de naam al zegt, dat deels open is voor publiek (museum en buiten rondlopen) en een garnizoen van het derde batallion van de Schotse legereenheid The Black Watch. Je loopt dus min of meer in een levend museum. Het betekent wel dat je bepaalde gebouwen niet binnen mag, omdat ze nog in gebruik zijn. Niet alleen de verblijven van de soldaten, maar bijvoorbeeld ook de officer’s mess.

Een gelukje heb ik vandaag. In een van de gebouwen wordt, met de ramen open, door de doedelzakken van The Black Watch geoefend voor hun optreden (drie weken lang, elke dag) tijdens de Edinburgh Military Tattoo in augustus. Zie het filmpje hieronder dat ik via YouTube heb gemaakt.
Fort
Het ging me vandaag vooral om het maken van foto’s en filmpjes hier na de regen van vorig jaar. En met de blauwe luchten en enkele witte (schapen)wolken is dat voor mij prima gelukt. De gebouwen zelf zijn indrukwekkend. Ze ogen door de strakke indeling als een echt fort. En de kanonnen bovenop de kantelen (?). Ook de kapel (‘Church of Scotland’, dat doet mij uiteraard deugd!) is indrukwekkend. De militairen tonen zich niet afstandelijk tegenover de bezoekers, integendeel. Een vriendelijk woord, het klinkt extra mooi op deze zonnige, warme dag.
De laatste standplaats dit jaar is Kinlochleven bij Rannoch Moor/Glencoe. Weer de jaarlijkse wandeling naar Peters Rock op Rannoch Moor. Het rotsblokje is vernoemd naar Peter J Trowell die hier vlakbij bijna een halve eeuw geleden in de winter verdronk in Loch Ossian. De naam Peters Rock verwijst naar een plaquette op de rots met daarop zijn naam en een gedichtje dat al een paar decennia inmiddels mijn levensmotto is:

I have a friend a song and a glass
Gaily long lifes road I pass
Joyous and free out of doors for me
over The Hills in the morning
Niet alleen hierom blijft de herinnering aan deze Engelsman hier levend. Peters Rock staat op elke Ordnance Survey kaart (gedetailleerde landkaart) van dit gebied vermeld, omdat hier vlakbij het pad van Corrour/Loch Ossian afbuigt in de richting van Rannoch.

Meestal blijf ik zolang mogelijk hier zitten, maar vanwege de miezer/drizzle houd ik het na tien minuten voor gezien. Hoef me dus niet te haasten op de terugweg naar het station (station… nou ja, halte). In het verleden heb ik wel eens moeten doorstappen op de heuvels, want als je de trein van 15.24 uur naar Fort William mist, moet je een kleine zes uur (!) wachten op de volgende… Al met al toch weer een heerlijke wandeling op Rannoch Moor.
Parkeren
Prachtig weer vandaag, dus de tocht naar en in Glen Nevis stonden het programma. Niet tijdrovend, dus niet zo vroeg van de camping vertrokken. Dat was een misrekening. De parkeerplaats bij de toegang tot de gorge naar de glen was overvol. Dus – met moeite – kunnen keren en terug richting Fort William.

Dus alternatief programma: Castle Tioram, aan de westkust. Een fraaie rit die langs Glenfinnan (hallo Harry Potter!) richting Mallaig voert. Bij gehucht Lochailort naar het zuiden en over een enkelbaansweg met uitwijkplaatsen naar Loch Moidart.
SatNav geeft in de buurt aan dat ik nog rechtdoor moet rijden, maar volgens mij klopt dat niet. Dus rechtsaf geslagen. Na paar miles er achter gekomen dat de SatNav het toch bij het rechte eind had.
Hoe dan ook de parkeerplaats gevonden en na een korte wandeling de ruïne bereikt. Staat op het mini-eiland Tioram (vandaar de kasteelnaam) en is alleen bij eb te bereiken. Ik heb geluk. En het weer (blauwe lucht en wat schapenwollen) ertegenaan werkt mee. Prima voor het maken van foto’s en wat filmpjes.

Hier tijdje gebivakkeerd en genoten van de rust (beduidend stiller!!! dan Glen Nevis vanochtend) en het uitzicht later in de middag de weg vervolgd richting Strontian (geen nette naam ik weet het, maar het gehucht heet echt zo) naar Ardgour voor de pont naast Neither Lochaber en door naar de camping.
Gorge
Na de mislukking van de vorige dag vandaag extra vroeg (08.30 uur) vanuit Kinlochleven koers gezet naar Glen Nevis. Uurtje rijden, dus ik ben benieuwd.
Gelukkig, bij aankomst plekken zat om mijn auto probleemloos te parkeren. Dat belooft wat. Bergschoenen aan gedaan, alles meegenomen in de rugzak wat welkom is als het weer toch omslaat en de midges denken dat het kerstmaal in aantocht is en op pad. Kan de route na al die jaren eigenlijk wel dromen. Hoewel, de natte plekken/oversteken uit mijn herinnering van vorig jaar zijn bijna droog. Dat maakt de tocht door de gorge of gleuf langs de bergwand naar de eigenlijke glen gemakkelijker.
Net als andere jaren kan ik een ‘wow’ niet onderdrukken als ik na de gorge in het dal kom. Het weer is fantastisch. De zon toont de bergwanden en het neerstromende water van de waterval in hun mooiste glorie. En omdat ik al rond 09.30 uur arriveerde, is het nog zeer rustig in het dal. Mijn (in mijn ogen) beste foto staat boven dit verhaal.
Uiteraard eerst weer genoten van de aankomst in het dal, dan luisteren naar de wind en het water; de zon die glinstert over het water van toch min of meer het begin van de River Nevis. Na een half uur genoten te hebben van het uitzicht bij de staaldraadbrug en de paar mensen die er zijn die de oversteek over het water via die drie-draden-brug maken, loop ik verder het dal in.

Ik weet uiteraard al waar ik heen ga. De restanten van een paar gebouwtjes paar honderd meter (een kilometer?) verderop. Zeeeeeer rustige plek Er komen nauwelijks mensen (de meesten blijven bij het beginpunt’) zodat je letterlijk in alle stilte kunt genieten van het uitzicht. Mijn laatste wandeling in de Schotse Hooglanden dit jaar.
Limonade
Na de afdaling (en soms klimwerk) terug bij de auto, op naar de supermarkt in Fort William voor de eerste serie boodschappen (limonade, echt waar!) voor thuis. En natuurlijk de kalenders 2026. Daarna op de camping de auto heringericht, zodat alles nu en vanaf laatste stop in Earlston een goede plek heeft.

In Earlston logeer ik een nacht bij vrienden. Daar staan ook al paar tassen met boodschappen klaar die afgeleverd moeten worden in Rotterdam. En dan zit de vakantie 2025 er al weer op. Nog de overtocht naar Nederland (IJmuiden), met zeer goed eten aan boord.
Hieronder enkele filmpjes:
