De Britse investeringsmaatschappij Apax, ook eigenaresse van mijn krant Rijn en Gouwe wil een bod uitbrengen op de Britse warenhuisketen Woolworth, vergelijkbaar met onze Hema. Het bewijst maar weer dat concerns/investeerders die aan de touwtjes trekken in medialand helemaal niets met kranten hebben en alleen naar geld kijken. Gelukkig is de verbintenis tussen Apax en ons moederbedrijf een tijdelijke aangelegenheid. Hoewel, Apax verdwijnt als PcM rijp is voor een beursnotering. En daar moet je helemaal niet blij mee zijn; dan gaat het alleen nog maar om de knikkers, vrees ik.
Categorie: Algemeen
Nog een avond met heerlijke muziek
Heerlijk, zon zaterdagavond met heerlijke jazzy muziek en dan ook nog van een puike band, de Glenn Miller Orchestra, onder leiding van Wil Salden. Gezeten op rij drie van het tweede balkon knalt het geluid van de kopersectie mijn oren in. Vanavond ben ik blij dat het soms oorverdovend is. Ik neem alle nummers als een spons in mij op. De 13 man koper plus bas, drums en piano spelen veel bekende nummers, zoals Moonlight Serenade, White cliffs of Dover, Blues skies, American patrol, When Johnny comes marching home, Bei mir bist du schn, the Saint Louis blues march, Dont sit under the apple tree en A string of pearls. O ja, en als een van de toegiften natuurlijk In the Mood.
Het succesverhaal van de trombonist-bandleider Miller begint in 1939 met hits als Moonlight Serenade en natuurlijk In the Mood. In de jaren daarop volgen er nog vele tot Miller van Engeland naar Parijs vliegt, waar hij nooit is aangekomen. Zelf heeft hij dus niet lang van zijn succes kunnen genieten, maar zijn muziek leeft voort. Kenmerkend voor de Glenn-Millersound is de combinatie van vier saxofoons en een klarinet. Het verhaal wil dat die sound bij toeval is ontstaan toen een zieke trompettist noodgedwongen door een klarinettist vervangen moest worden. Orkestleider Wil Salden houdt zich sinds 1978 onafgebroken bezig met de studie van de muziek van Miller. In 1985 begin hij concerten te geven met zijn orkest.
Klusje
Ik kan het niet laten en heb me laten overhalen secretaris te worden van de Caledonian Society, de landelijke vereniging van mensen die iets met Schotland hebben (cultuur, voorouders, etc). Gelukkig niet zoveel vergaderen (drie of vier keer per jaar). En het werk dat er nog achter zit, merk ik vanzelf wel. Stond niet echt te springen, maar tja, als er dan voor derde keer beroep op je wordt gedaan, kun je eigenlijk geen nee meer zeggen. Officile benoeming is in juni, tijdens de Algemene Ledenvergadering.
June Tabor
Prachtig concert bijgewoond gisteravond in de Agnietenkapel van June Tabor. Een zangeres met een mooie stem, veel goed in het gehoor liggende liederen met vaak liefde als thema en afkomstig uit Ierland, Schotland, Engeland, Amerika en Rusland (prachtig lied Die Nacht, over Russische immigrant in Amerika lied verwijst naar Auswitz), die ze omlijst met een verhaal over het lied en de herkomst ervan. Ze is in 2004 door de BBC uitgeroepen tot beste folkzangeres van het jaar. Ze wordt fantastisch begeleid door Huw Warren op piano (met veel jazzy voorafjes en tussenmelodien) en accordeon en door Marc Emmerson op viool en accordeon. Heerlijk was het om als toegift een lied te horen dat is geschreven door de Schotse bard Robert Burns
En wat een prachtige concertzaal is de Agnietenkapel toch voor dit soort optredens. De stoelen zitten beroerd, maar de intimiteit van de kapel maakt alles goed. De organiserende Stichting Wereldmuziek Gouda verdient een compliment voor het organiseren van dit concert. Maar misschien dat de uitpuilende zaal voor de organisatie wel het beste compliment is.
Koopstromen
De Goudse binnenstad doet het goed. De omzetten van de ondernemers in het centrum zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Dat komt naar voren uit het Koopstromenonderzoek Randstad 2004. Vorig jaar rolde er 241 miljoen euro in de kassa’s van de winkels, tegen 226 miljoen in 1999. Dat is 15 miljoen euro meer. Ten opzichte van 10 jaar geleden is zelfs sprake van een groei van 50 miljoen euro.
De omzetstijgingen zijn niet gebaseerd op cijfers van economen of gemeenten die zich willen profileren. In het onderzoek is de consument zelf gevraagd naar waar hij zijn boodschappen heeft gedaan.
De critici moet bij het lezen van de cijfers de schellen van de ogen zijn gevallen. Al een paar jaar lang klagen in Gouda ondernemers steen en been. De stad is slecht bereikbaar, hangjongeren jagen klanten weg van de Kleiweg, de recessie doet er ook nog een schepje bovenop. Het is armoe troef. Toch is dat klaarblijkelijk niet de mening van het publiek. Dat blijft kopen. En het parkeren krijgt toch nog een voldoende, al is het een mager zesje. Dat terwijl het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad ruim onder de maat is.
Hoe verhoudt de klaagzang van de ondernemer zich tot de kennelijke koopbereidheid van de consument? Natuurlijk, de cijfers geven een iets vertekend beeld. Er is wel sprake van een meeromzet van 15 miljoen euro over een periode van vijf jaar, maar producten zijn ook duurder geworden, deels door gestegen inkoopprijzen en deels door de gestegen lasten van de ondernemers. Meer omzet, hoeft dus niet per se alleen maar meer verkochte producten te betekenen. Maar Gouda blijft voor de eigen inwoners en anderen kennelijk een aantrekkelijk winkelgebied. De stad staat op de achtste plaats van Zuid-Holland en als de cirkel wat groter wordt getrokken tot de Randstad op de 13de plaats. Steden die boven de kaasstad staat, zijn allemaal gemeenten die van oudsher een grote aantrekkingskracht uitoefenen, omdat ze door hun schaal een grotere of breder winkelaanbod hebben. Denk aan het centrum van Rotterdam en voor de niet dagelijkse boodschappen aan Alexandrium. Van dat soort winkelgebieden zal Gouda het vermoedelijk nooit kunnen winnen, zo de stad zich al wil meten met de Rotterdamse binnenstad.
Gouda heeft kennelijk een aantrekkingskracht. Hoe komt dat? Is het de compactheid van de binnenstad? Dat zou kunnen. Alle winkels bevinden zich op loopafstand van elkaar. Is het het aanbod? Mmmm, dat wordt iets twijfelachtiger. De Kleiweg is rijkelijk bedeeld met filialen van landelijke ketens. Is het het historische karakter van het centrum? Daar is gedeeltelijk wat voor te zeggen. De Kleiweg en de Nieuwe Markt Passage zijn of ogen in ieder geval modern, maar wie op de Markt naar een winkel loopt, staat dankzij het stadhuis en de Waag oog in oog met Gouda’s verleden. Kan het ook zijn dat het publiek hier komt, omdat de enkele jaren geleden uitgevoerde herinrichting van de binnenstad kennelijk de bedoelde betere, luxe, aantrekkelijke uitstraling heeft gegeven?
Wat het ook is, de consument komt en blijft kopen, ondanks die vermaledijde hangjongeren. Of misschien wel juist omdat ondernemers en publiek mede hierom de handen in een hebben geslagen en met de eigen bewakingsgroep Burgers voor Veiligheid het publiek een veilig gevoel geven. En daar waar de ondernemer zoals gezegd klaagt over de magere parkeergelegenheid, staat de consument op zaterdag trouw een half uur in de file om een plekje te bemachtigen in de parkeergarage. Men wil kennelijk per se in de Goudse binnenstad inkopen doen.
Hoe dan ook, het Koopstromenonderzoek toont het ongelijk van de winkeliers aan. Het publiek koopt in Gouda. En daar gaat het toch allemaal om? Ondernemers moeten de uitkomsten van het onderzoek ter harte nemen en al hun inspanningen richten op plannen om nog meer publiek naar de binnenstad te halen en door positieve acties ervoor te zorgen dat diezelfde consument graag nog eens terugkomt. Ervoor zorgen dat het tot ziens na het afrekenen geen wanhoopskreet is, maar een welgemeende uitnodiging voor een volgend bezoek.
Mond houden!
En wie is minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) wel dat zij in het openbaar een mening moet verkondigen over de vervolging van die vrouw in de kwestie rond de gedode tasjesrover? Zeker in haar positie moet ze zwijgen en de kwestie overlaten aan de rechter en het Openbaar Ministerie.
Maar misschien moeten journalisten haar ook niet om een mening vragen. Lopen mijn vakbroeders en -zusters niet te hijgerig achter elkaar aan, om maar een spannend quootje te krijgen waarover iedereen nog lang napraat…
Remkes naar rampgebied?
Ben ik nou de enige die vindt dat minister Remkes van Binnenlandse Zaken NIET naar een rampgebied in Thailand moet gaan? Tuurlijk, het is een leuk gebaar als hij daar zijn neus laat zien, maar wat schieten slachtoffers en nabestaanden er mee op? Niets, sterker nog, hij loopt er vreselijk in de weg. Denk eens aan de heisa die zo’n bezoek van de bewindsman met zich meebrengt. Een minister komt nooit alleen. Hij moet bewaakt worden, wordt vermoedelijk vervoert met een helikopter en bij aankomst staat er een legertje hoogwaardigheidbekleders opgesteld om handjes te schudden en hem te vertellen hoe erg het allemaal wel niet is. Hij praat met mensen van het Rampen Identificatie Team (RIT), ooit misschien een kindje -dat geen idee heeft wie de rare meneer is- over de bol en vertrekt dan weer. Iedereen in Nederland, politici voorop, tevreden. Onze minister is toch maar mooi naar het rampgebied geweest…
Laat hem vooral wegblijven. Hij houdt iedereen van het werk. Die helikopter is nodig om hulpgoederen en helpers te vervoeren. De hoogwaardigheidbekleders in Thailand moeten hun eigenlijke werk doen. Het RIT heeft nog zo’n groot aantal doden dat gedentificeerd moet worden, dat tijd kostbaar is. Die moet niet worden verdaan met een onderonsje met een minister.
Heeft Remkes dan niets gedaan? Het RIT is er toch? Het team werkt en heeft er zelfs, lees ik in de krant, voor gezorgd dat de methode van data-opslag door RIT’s van andere landen als leidend wordt gehanteerd. Daar heeft Remkes niet persoonlijk voor gezorgd. Dat soort uitvoerende taken laat hij -terecht- over aan ambtenaren die daarvoor zijn aangesteld. Zo hoort het te gaan en zo gaat het klaarblijkelijk ook. Zo komt de hulpverlening op gang, niet gestoord door politici die er vooral komen om op de foto te worden gezet voor het thuisfront, inclusief een quootje via de wachtende journalisten. Politici in Nederland die nu te hoop lopen tegen Remkes, creren een hype ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Laat ze er liever voor zorgen dat hulporganisaties goed toegerust zijn om hun taken uit te voeren. Laat ze ervoor zorgen dat extra geld beschikbaar komt (naast de 26 miljoen euro die Nederlanders al hebben opgebracht via giro 555) en laat ze -achteraf- controleren of het overheidsgeld dat voor de hulp beschikbaar komt op juiste wijze is besteed.
Schaatsen
Ruud iets met sport? Ik hoor het je denken. Inderdaad, ik heb niets met sport. De bal is rond en dan heb je mijn hele kennis en interesse op sportgebied wel gehad. Toch is er een andere tijd geweest. Zo eind jaren zestig/begin jaren zeventig volgde ik het schaatsen. k Was het glad vergeten, maar vanavond is er een programma van de NPS waarin schaatslegenden als Ard Schenk en Kees Verkerk in het middelpunt staan, terwijl in de zijlijn Jan Bols nog aan bod komt (,,Heya Jan Bols, heya Jan Bols, heya, heya, heya Jan Bols).
De beelden roepen herinneringen op. Hoe ik met een vriend op bladen (of krantenpaginas?) de rondetijden bijhield van belangrijke wedstrijden om aldus te kunnen voorspellen of Schenk wel of niet op de eerste plaats blijft staan. Als ik een beeld zie van een wedstrijd met die tijdregistratie, zie ik mezelf weer met potlood en papier op schoot voor de buis zitten. Het is leuk om terug te zien, maar vreest niet familie en vrienden: na vanavond zakt de sportliefde weer naar grote diepten…
O ja, Ard schenk heb ik twee jaar gelden of zo nog ontmoet bij presentatie van sportstimuleringsproject van Goudse Verzekeringen. Schenk had daar adviseursrol bij en bezocht de persconferentie waar ik beroepshalve moest zijn.

Schande!
Zie net op het Journaal te kijken naar beelden van de nasleep van de zeebeving in Thailand. Terwijl op en rond het strand lijken worden geborgen en puin wordt geruimd, genieten toeristen al weer van de zon en de zee. Op een terrasje zit een Nederlander al zichtbaar- aan een Heineken.
Wat zijn dit voor mensen die zich weinig gelegen laten liggen aan de ellende die rondom ze zichtbaar en voelbaar is. Hoe kun je genieten van zon en bier als op een paar meter van je vandaan ontredderde mensen niet weten hoe de draad weer op te pakken; niet weten waar partner en/of kinderen zijn; die geen huis meer hebben, geen medicijnen; niks? Het is toch beschamend. Dan schaam ik me Nederlander te zijn. Dan schaam ik me zelfs bijna een mens te zijn.
Vuurwerk
Vannacht de kans gehad om rond middernacht op de toren van de St.-Janskerk te staan (met dank aan koster Maurits Tompot). Paar mooie foto’s gemaakt, waarvan onderstaand een voorbeeld. 
