Van de kroon naar de sterren

Nog nooit in een sterrenwacht geweest, maar vanmiddag dus wel. En nog meteen de oudste van Nederland en het oudste nog operationele universitaire observatorium ter wereld.

Gelegen aan de rand van de Hortus Botanicus n Leiden, heb ik de koepels van de Sterrewacht wel eens gezien, maar nooit bedacht of ik er ook eens binnen zou kunnen kijken.

Een artikel in een krant over een drie maanden durende verbouwing van de ontvangst- en expositieruimte, triggerde me. Er stond dat er op een aantal middagen per week rondleidingen zijn in de oudste sterrentelescoop van de Leidse universiteit. En na die verbouwing was het vrijdag voor de eerste keer weer mogelijk.

Dus direct een kaartje geboekt. Het mooi voor een pensionado. Je kunt zomaar besluiten op een doordeweekse dag op pad te gaan. Geen spijt van gehad.

Goede een uur durende rondleiding door de koepel. Wel heel veel feitjes doorspekt met jaartallen en namen die ik alweer ben vergeten, maar daar hebben we internet voor… Was wel verbaasd dat de student sterrenkunde alles oplepelde zonder boek of laptop te raadplegen.

1633
Het enige jaartal dat ik heb onthouden is 1633. De stichting van de nu oudste nog bestaande universitaire observatorium ter wereld. Het was nog pril. Een echt gebouw voor de studenten kwam er pas in 1860, dankzij de inzet van de sterrenkundige/natuurkundige en rector magnificus van de universiteit, Frederik Kaiser.

Maar goed, het ging me dus vanmiddag vooral om een kijkje te nemen in de koepel in de hoek van de Hortus bij de 5e Binnenvestgracht en de Sterrenwachtlaan. Een smalle trap leidt naar boven en daar is de telescoop. Hoewel, die zich eigenlijk verstopt in een stalen ommanteling.

De rondleider legt uit dat die rust op een houten paal die los staat van het gebouw zelf. Dit om trillingen bij het maken van foto’s van het heelal tot ongewenste trillingen zou leiden.

Natuurlijk werd de telescoop zelf tevoorschijn gehaald en werd uitgelegd hoe in het verleden hiermee foto’s van sterren werden gemaakt. Ook de koepel werd geopend en bij een bijzondere stoel werd uitgelegd dat onderzoekers hier op half liggend urenlang konden turen naar het heelal. En een trap in de hoek blijkt eenzelfde functie te hebben gehad.

Zelf naar het heelal staren zit er niet in vanmiddag. Het is er te bewolkt voor. Ook de sterrenkundigen hebben het steeds moeilijker, legt de rondleider uit. Het vele valse licht maakt waarnemingen lastig.

Dat is nier naar de sterren kan kijken, hindert me niet. Vind het al interessant om de sterrewacht die ik al een paar keer van buiten heb gezien, nu betreden te hebben.

Om de reis naar Utrecht voor een rondleiding van een uur op te fluffen, vooraf een bezoek gebracht aan de tentoonstelling In de ban van Goud, in Museum Volkenkunde, dat zich sinds een paar jaar met de titel Wereldmuseum afficheert.

Goud
De tentoonstelling toont de spirituele en materiële aantrekkingskracht van goud. Historische objecten uit het museum zelf, maar ook bruiklenen en moderne kunst waarin goud een belangrijke rol speelt.

Ook zijn er voorwerpen uit de collectie Koninklijke Verzamelingen. Tot de getoonde voorwerpen daaruit behoren de kroon die is gebruikt voor de inhuldiging van koning Willem I in 1815. In de uitleg wordt gemeld dat die kroon nooit op het hoofd van de nieuwe vorst wordt geplaatst. Nederland kent daarom geen kroning, maar een inhuldiging.

Ook mooi om te zien is de gouden rammelaar van prinses Beatrix, vervaardigd uit goud en diamant, afkomstig uit Deli, Indonesië, circa 1937. 

En van de moderne kunst kan ik een glimlach niet onderdrukken bij het zien van een gouden urinoir, vervaardigd door de kunstenares Sarah van Sonsbeeck. Even zo mooi om te zien is het beeld van de moedergodin van de Winti, Mama Aisa.

Al met al een heerlijke dag in de Sleutelstad, ondanks de straffe, koude wind buiten.

Superkort filmpje Sterrewacht hieronder.

Bij het graf van mijn opa en oma die ik nooit gekend heb

De jaarlijkse broers- en zussendag voerde ons vandaag naar Langerak. Bijzonder om daar bij het graf te staan van mijn opa en oma die ik nooit gekend heb.

Bij toerbeurt organiseren mijn broers en zussen het daagje uit. Vooral ook om weer eens bij elkaar te zijn. Sinds het overlijden van mijn ouders, is dat anders niet goed te organiseren. Standaard komen we bijeen op de zaterdag op of voor mijn moeders verjaardag in oktober.

Na een consumptie op het schitterende plein (maar wel druk met autoverkeer) van Nieuwpoort zijn we naar Langerak getogen, het dorp waar mijn in 2000 overleden moeder is geboren en getogen.

Kerkmuur
Eerste stop de begraafplaats achter de hervormde kerk daar. Op een veld dichtbij de kerkmuur is het familiegraf. De steen is behoorlijk verweerd, maar broer H. heeft jaren geleden al een foto gemaakt toen die steen in betere toestand verkeerde.

Hier komen, net als eerder op het terras in Nieuwpoort, de verhalen over opa en oma boven. Ik ken er heel weinig van, maar vind het wel interessant te horen. Zoals dat hij enige tijd met de winkel is gestopt en in Groot-Ammers enige tijd een komkommerkwekerij heeft gehad.

Opa Lammert van Zessen en oma Janna van Zessen – Gelderblom, overleden in respectievelijk 1945 en 1955, hadden sinds 1916 een kruidenierswinkel met ook rookwaren en gereedschap langs de Lekdijk.

Aan die winkel herinnert hier nu niets meer. Zie foto boven dit verhaal. Maar zeker mijn oudste zus weet zich alles nog goed te herinneren, waar de tuin was, een kelder/onderhuis dat als opslag diende, maar ook werd gebruikt voor een trouwfeest en noem maar op.

Bouwval
Het huis was tot voor een paar jaar een bouwval, maar een jong stel heeft zich erover ontfermd en verbouwt het tot een fraaie woning.

De twee zijn aanwezig en vinden het, als we het doel van ons bezoek vertellen, geen probleem als we buiten even rondlopen. Dat hun huis ooit een kruidenierswinkel is geweest, is ze bekend.

Naast de ontmoeting van broers en zussen maakte dit bezoek aan Langerak de familiedag zeer succesvol. Afsluitend nog een overheerlijk diner (en veel bijpraten) in hotel-restaurant Belvédère in Schoonhoven.

Tot slot nog een fraai boek over Nieuwpoortse en Langerakse handelaren, middenstanders en vaklieden in 1950 ontvangen. Daarin ook aandacht voor mijn grootouders. Onder andere een foto van mijn oma, breiend in de tuin achter de woning/winkel.

Heerlijk weekeinde Friesland

Een zaterdag en nog een lang weekeinde met vrienden doorgebracht in Friesland voor wedstrijden van het SKS skûtsjesilen. We moedigen altijd het skûtsje van Leeuwarden of Ljouwert aan waarvan we al jaren en jaren donateur zijn. Het was weer heerlijk toeven in Friesland.

Had als geboren Rotterdammer en getogen Gouwenaar helemaal niets met skûtjes, maar door vrienden ooit gevraagd eens mee te gaan en donateur te worden van het Ljouwerter skûtsje.

Gedaan en nooit spijt van gehad. Behalve een paar leuke dagen Friesland is het ook een mooie gelegenheid veel te leren over zo’n traditioneel Fries vrachtschip. En over de wedstrijden van de SKS. Daar doen maar veertien schepen aan mee en alle schippers moeten uit een skûtsjegeslacht komen.

Vorige week zaterdag vanaf de rondvaartboot Marprinses onder genot van glaasje Berenburg de wedstrijd op de Wijde Ee gadegeslagen en afgelopen weekeinde die op het IJsselmeer bij Stavoren vanaf de dijk (zaterdag) en die op het Heegermeer bij Woudsend (maandag, weer op de Marprinses). Ook op de dijk en de rondvaartboot natuurlijk weer Berenburg binnen handbereik.

Planetarium

De zondag – dan zijn er geen wedstrijden – per trein koers gezet naar Franeker voor bezoek aan het Eise Eisinga planetarium. Kende dat alleen van de verhalen en de foto. Zeer indrukwekkend om het nu met eigen ogen te aanschouwen en het verhaal er achter te horen. Zeer goede uitleg over de bouw en de werking van het planetarium en ook mooi om op zolder het radarwerk te zien.

En minstens zo belangrijk is natuurlijk de gezelligheid van het samenzijn met vrienden. Samen borrelen en eten. En overnachten in prima hotel naast de sluis in Workum waar we ook al een aantal jaren komen.

Kortom, twee weekenden om met genoegen op terug te blikken.

Hieronder een filmpje van de skûtsjewedstrijden op het IJsselmeer en het Heegermeer.

Kunstkijken in een gesloten museum

Bezoek aan museum dat al paar jaar gesloten is en ook nog jaren gesloten blijft. Bijzonder dus om toch door Museum Boijmans Van Beuningen te lopen. Wel met bouwhelm op. Verrassende installaties.

Nog nooit geweest, maar deze weken is het mogelijk omdat in kader van Maand van de Architectuur een rondgang te maken door het gesloten, 89 jaar oude Boijmans Van Beuningen. Dat het museum in Rotterdam wordt gerenoveerd, kan niemand ontgaan die binnenstapt, merk je tijdens het bezoek aan Snakken naar Boijmans.

Wel met een bouwhelm op. En voor wie ondanks de waaraschuwing bij het boeken van een toegangskaartje toch zo dom is op teenslippers te zijn gekomen, moet dat schoeisel even omruilen voor beschikbare stevige stappers.

Gaten in de muren. Verwijzingen naar zalen die niet meer kloppen. Volgens mij is het nog niet de verbouwing zelf, maar bouwkundig onderzoek naar wat er allemaal mis is en wat er moet gebeuren en ook – dat staat vast – asbestverwijdering.

Rijksmonument

Het klinkt spannend voor zo’n bezoek. Ik ben van de categorie die niet alleen naar het museum gaat voor de collectie, maar ook voor het gebouw zelf. Dat heb ik al sinds ik voor het eerst in het Rijksmuseum in Amsterdam kwam. De architectuur daar is van een grote schoonheid en ik hoop op diezelfde ervaring in Boijmans, dat deels ook een rijksmonument is.

Nou, dat lukt, al zijn er soms wel een beetje fantasie en oude foto’s voor nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor een monumentale houten trap. Die is verwijderd. Alleen het stenen geraamte duidt de plek.

Spannend is dat het museum niet één gebouw is, maar eigenlijk een optelsom van vier bouwdelen van achtereenvolgende architect die sinds 1928 betrokken zijn geweest bij Boijmans. Duidelijke uitleg in twee plattegronden die elke bezoeker meekrijgt. Op de ene kant veel informatie over het gebouw (architectuur) zelf en de andere kant over de installaties en andere kunstwerken die speciaal voor deze weken te bewonderen zijn.

Toren

Zo leer ik dat de al genoemde houten trap (die dus nu verwijderd is) al dateert uit 1700, maar toen onderdeel was van het woonhuis van Simon de Brienne, die het in 1928 schenkt aan het museum. Ik geniet van de marmeren vloeren en plinten en de fraaie spiraaltrap met veel lichtinval. De toren die boven het museum uitsteekt is helaas niet te bezoeken, maar op deze zonnige dag is er vanaf de binnenplaats mooi zicht op.

Om Boijmans toch even een museum te laten zijn (het is dicht sinds 1919 en gaat op zijn vroegst pas in 1929 open), hebben kunstenaars op verschillende plekken fraaie installaties geplaatst. Dat moet een buitenkansje voor ze zijn, want door de leegte van het gebouw, hebben ze nauwelijks met ruimtelijke beperkingen te maken gehad.

Yellow Lines

Heel fraai vind ik bij de al genoemde spiraaltrap de meters- en metershoge draaiende… tja, wat is het eigenlijk? Autotomania ku Zjeitu van de kunstenaar Kevin Osepa . Nou, mooi in elk geval. Nog mooier vind ik The Pace of Yellow Lines and Blue Surfaces van Johannes Langkamp. Twee bewegende installaties in zachte kleuren en materialen die van een afstand in twee naast elkaar gelegen museumzalen zijn te zien.

Een installatie waar je niet omheen kunt (maar wel doorheen kunt lopen) is Labyrinth van de kunstenaar Adrianus Kundert op de binnenplaats van het museum (zie foto onderaan). Met lucht gevulde gestreepte kokers waar je doorheen kunt lopen.

Sommige installaties heb ik gefilmd. Zie onderaan.

En op een zonnige dag is er natuurlijk ter afsluiting een uurtje in redelijke van de zon genieten in het park achter het museum. Wie het museum wil bezoeken (aanrader!): het is nog toegankelijk tot en met 7 juli.

Vergane glorie: vliegveld Waalhaven

Dat Rotterdam voor Zestienhoven al een luchthaven had, wist ik. Ook dat Vliegveld Waalhaven in de Tweede Wereldoorlog volledig is gebombardeerd is, Maar dat het zo dicht bij Heijplaat, de woonplaats van mijn grootouders en ook een tijd van mijn ouders, zus en twee broers was, wist ik niet. Ook niet dat het de allereerste Europese vliegveld voor de burgerluchtvaart was. Schiphol bestond al wel, maar was een militair vliegveld.

Die laatste kennis en ook de locatie is me vanmiddag duidelijk geworden op een tentoonstelling over het vliegveld op een expositie in Kasteel Rhoon.  

Nou ja…, vliegveld. Het was in die tijd niet meer dan een groot grasveld en een paar gebouwen. Toch was het een wonder van de moderne tijd. Rotterdam liep er voor uit. Er werd gretig gebruik gemaakt van rondleidingen. Prijs: een dubbeltje. En er was een restaurant, zodat al vroeg rekening werd gehouden met bezoekers en passagiers. Ook was er al een vliegtuigfabriek (Koolhoven).

Luchtlijnen
Na de Eerste Wereldoorlog kwamen duizenden piloten ( en ook even zovele oorlogsvliegtuigen) in allerlei landen tot stilstand. Het was daardoor geen wonder dat men snel tot het idee kwam luchtlijnen te gaan vormen tussen landen en steden.

Uitgerekend een voormalige Duitse oorlogsvlieger, Alfred Kerzman, stelde het Rotterdamse Gemeentebestuur voor een vliegveld aan te leggen. Iedereen was enthousiast. Zelfs in Engeland was er grote belangstelling, vanwege het belang van postvliegtuigen.

Toevallig was er een groot terrein net ten zuiden van de Waalhaven meteen beschikbaar. Het was al met grond opgespoten (om de Waalhaven zelf te vergroten) om als bedrijventerrein te gaan dienen. Op 26 juli 1920 landde het eerste luchtpostvliegtuig in de luchtlijn Amsterdam-Londen op Waalhaven.

De KLM stond aan de wieg van het vliegveld. De gemeente Rotterdam had afspraken gemaakt met de KLM. Die zou het vliegveld helemaal bemannen en beheren. 

Het vliegveld mocht zich jarenlang in een grote belangstelling verheugen. Vliegen werd populair en ook aangemoedigd. Zelfs voor een bedrag waar de goedkoopste prijsvechter van nu niet aan kan tippen.

Bombardement
Op 10 mei 1940 jun de vroege ochtend werd het vliegveld grotendeels uitgeschakeld. Een Duits bombardement vernietigde het grootste deel van de gebouwen. Daarna maakten Nederlandse en Britse bombardementen het vliegveld nagenoeg onbruikbaar voor de Duitsers, hoewel het nog tot en met 12 mei sporadisch kon worden gebruikt voor landingen.

Het vliegveld is na de oorlog niet opnieuw opgebouwd. Pas in 1956 kreeg Rotterdam een nieuwe luchthaven, Zestienhoven, ten noorden van de stad. Het restaurant van vliegveld Waalhaven is nagebouwd bij het huidige Zestienhoven en doet ook daar dienst als restaurant, of brasserie zoals dat modern heet.

De tentoonstelling in Kasteel Rhoon laat oude foto’s zien, met bijbehorende duidingen. Een prachtig overzicht. De makers van de expositie hebben ook verschillende filmpjes over de luchthaven zelf en over Rotterdam vanuit de lucht aan elkaar gemonteerd. Dat geeft een mooi beeld over de tijd van de tweede helft van de jaren twintig van de vorige eeuw tot en met de verwoesting van het vliegveld door bombardementen in mei 1940. Het bezoek meer dan waard.

Panorama uit mijn jeugd

Voor het eerst sinds mijn jeugd weer Panorama Mesdag in Den Haag bezocht. Ik herinnerde me niet meer hoe bijzonder dit kunstwerk is.

OK, wie niet van kunstwerken houdt, zal zijn schouders ophalen. Het is een schilderij van iets meer dan 160 jaar oud. En het is het enige waarvoor je dan ook nog speciaal naar het museum in de Zeestraat moet. De rest is wel aardig, maar het gaat om het panorama.

De naam geeft het al weg. Het is een rondblik, echt 360 graden van Scheveningen en een deel van Den Haag. In 1881 geschilder door Willem Mesdag (Haagse School), zijn vrouw en twee vrienden.
In opdracht van een Belg, want in die tijd waren panorama schilderijen booming, zoals we dat nu noemen.

Arntzenius
Ben er, zoals hierboven gezegd, in mijn jeugd geweest. Waarom weet ik niet meer. Nu getriggerd, omdat in het museum een van de schilderijen van de Arntzenius collectie uit Museum Gouda (foto hieronder) hangt. Die hoefde ik niet te zien, maar het panorama…, ja, laat ik die maar eens op mijn museumlijstje zetten.

Dus vanochtend naar de Hofstad en in het museum aan de Zeestraat direct naar boven. Daar genoten van het ongelooflijke tafereel dat je daar aanschouwt. 14 Meter hoog en met een omtrek van 120 meter.

Het schilderij, dat een van de oudste nog bestaande panorama’s in de wereld is, is een vergezicht op de Noordzee, de duinen, Den Haag en Scheveningen. Ontworpen (met pen op glas) vanaf de Seinpostduin en later dus uitgewerkt met zijn vrouw en vrienden tot dit imposante werk.

Een genot voor het oog, zeker voor wie van Scheveningen, de duinen en het zicht op Den Haag houdt. En voor wie wel eens een echt mooi bewaard gebleven immens groot panorama houdt. Je ruikt alleen de zilte zeelucht niet.

Betoverend mooi en verrassend

Een ‘tentoonstelling’ met bekende werken van Mondriaan, Van Gogh, Vermeer en Rembrandt, maar dan anders. Projecteis op muren. Veel van de werken heb van de kunstschilders heb ik met enige regelmaat, dus een moderne bewerking lijkt me wel geinig. Nou, meer dan geinig is het betoverend.

Zelfs wie geen kunstliefhebber, laat staan –kenner is, zullen de zelfportretten van Vincent van Gogh, zijn zonnebloemen, of het Melkmeisje en Meisje met de parel van Johannes Vermeer, de Nachtwacht van Rembrandt en de gekleurde vlakken van Piet Mondriaan wel eens zijn tegengekomen.

Ik noem mezelf absoluut geen kunstkenner, wel een liefhebber. De Museumkaart is daar debet aan. Voor een vast bedrag per jaar heb je toegang tot heel veel musea in Nederland, al moet je voor een bijzondere tentoonstelling soms een kleine bijdrage betalen.

Tot voor mijn pensionering moest ik elk uitje, dus ook naar een museum plannen. Het kwam vaak neer op de zaterdag, of soms op een extra vrije dag (compensatie) doordeweeks.

Westergasfabriek
Nu gaat het veel gemakkelijker. Zie ik ineens in de krant een recensie of een advertentie van een tentoonstelling en dan denk ik: die wil ik wel zien. Zoals vanochtend na het lezen van het verhaal in dagblad Trouw over Fabrique des Lumières, gehuisvest in de monumentale negentiende-eeuwse Westergasfabrfiek Amsterdam.

Bekende schilderijen nu eens op een andere manier te zien uitgelicht, lijkt me wel geinig. Nou, dat woord verdwijnt binnen een paar minuten na binnenkomst gelijk naar de prullenbak.

De schilderijen lijken uiteen gesneden. Geen statische beelden meer, maar bewegingen, zoals in het winterlandschap van Hendrick Avercamp. En enkele schutters uit de Nachtwacht van Rembrandt worden stuk voor stuk getoond. Ze komen zo als persoon tot hun recht. En op een ander – levensgroot – schilderij draaien de wieken van een molen.

Meisje met de parel
Van het Meisje met de parel van Vermeer zie je eerst de voor- en rechterkant van haar gezicht. Pas na een paar tellen wordt de parel zichtbaar. Die krijgt op deze manier volgens meer mij meer ‘glans’ dan op het echte doek. En in het Straatje van Vermeer (eigenlijk Gezicht op Delft) , verschijnen de ander meisjes achter de ramen. En een oorlogstafereel op zee, zie je de kruitdampen voorbij komen.

Bij Mondriaan schieten – na het op nieuwe wijze tonen van zijn vroege werk – de gekleurde vlakken in alle richtingen over de muren van de Westergasfabriek. Ja, muren, want de beelden worden rondom vertoond. Waar je ook zit in het gebouw, je ziet ze overal.

En vergeet de vloer niet. Wie op de grond ziet, kan zich in het schilderij wanen. Zo wordt een schilderij met een oorlogstafereel aangevuld met hoge zeegolven op de vloer. Bijna om echt zeeziek van te worden. En het werk van een kerk wordt ‘aangevuld’ met projecties van grote vloertegels zoals je die in oude kerken tegenkomt. Ook leuk voor de aanwezige kinderen die echt niet 50 minuten of langer stil kunnen zitten bij pa en ma. Ze springen van tegel naar tegen.

Bij een ander werk, schieten de bloemen om je heen. De schilderijen komen ze meer dan tot leven. Dat is misschien nog wel de beste omschrijving. Onderdompelen in deze voorstellingen, of immersive projection.

De twee tentoonstellingen (die met de Hollandse meesters duurt 34 minuten, die van Mondriaan 14, in Cineacformule) worden rijk gelardeerd met mooie muziek. Klassiek waar het nodig is, modern waar het kan.

Muziek
En de muziek lijkt van alle kanten te komen. Geen Atmos Dolbi surround zoals in de moderne bioscopen, maar wel zeer goed ondersteunend aan de beelden. Sterker nog, de vertolkingen van de pianostukken van Sibelius, muziek van Händel, het Benedictus van Karl Jenkins en Glassworks van Philip Glass.

De organisatie houdt er rekening mee dat bezoekers ook wel even willen zien hoe de echte getoonde schilderijen van Mondriaan, Vermeer, Van Gogh en Rembrandt er uit zien. Die worden geprojecteerd in een bijzaal van het gebouw. Een waardevolle aanvulling.

Je merkt het, ik ben razend positief. Zo positief dat ik later dit jaar zeker nog een keer ga en me opnieuw onderdompelen in beide aaneengesloten tentoonstellingen.
Voor wie ook gaat: een toegangskaartje kost 17 euro voor volwassenen. Tijdslot is verplicht.

Is er dan niets negatiefs op te merken? Nou, deze dan. Onder de bezoekers bevinden zich in mijn nabijheid enkele dames die elkaar kennelijk maaaaanden niet hebben gezien. Ze praten honderduit. En enkele heren die met stemverheffing boven de muziek proberen uit te komen om een ander uit te leggen welk schilderij wordt getoond.

Daar tegenover staat dat het mooi is om te zien hoeveel kinderen (niet de kleuters) en tieners zich net als ik ademloos vergapen aan de projecties. Wellicht gaan zij de echte schilderijen eens ontdekken in de verschillende musea in ons land.

Hieronder nog twee filmpjes. Een over het deel Mondriaan, de ander over de Hollandse meesters. Foto’s zeggen bij dit verhaal veel minder dan de filmpjes kunnen vertellen.

Humor in de Romeinse oudheid: ,,Ik ga nog failliet aan dat verdomde beest!’’

Rare jongens die Romeinen, volgens Asterix en Obelix, maar je kon wel met ze lachen. De tentoonstelling ‘Romeinse villa’s in Limburg in het Rijksmuseum van Oudheden bewijst het.

Het museum in Leiden herbergt tal van schatten uit, zoals de naam al doet vermoeden, oudheid. Romeinse en Griekse tijd natuurlijk, maar ook aandacht voor Egypte en Nederland zelf komen rijkelijk aan bod.

Sinds 25 april staat het Romeinse leven in Limburg centraal. En dan vooral de villa’s, of kleine (leger) gemeenschappen. De villa’s waren enorme akkerbouwbedrijven die de hele regio voorzagen van graan, vooral spelt. De löss in de Limburgse grond, was er perfect voor.

Badhuis
Met de opbrengst van de verkopen verfraaiden de eigenaren hun boerenhuis tot complete landhuizen in Mediterrane stijl, met een badhuis en Romeinse uitvindingen als glazen ramen en vloerverwarming. 

Te zien en te leren hier in Leiden is hoe de oorspronkelijke bewoners van Limburg handel dreven met het leger en hun woonvormen kopieerden.

Van de villa’s (hoofdgebouw met rijke versieringen en werkplaatsen en dergelijke is weinig meer over in Limburg. Na het vertrek van het Romeinse leger, raakte de nep-Romeinse leefstijl letterlijk in verval. Als er nog iets te vinden is van de overblijfselen van de gebouwen, zitten die diep in de grond.

Toch zijn er genoeg aandenken aan die tijd bewaard gebleven, zoals serviesgoed, verschillende soorten aardewerk en glas, Delen van zuilen en gedenkstenen.

Het Rijksmuseum van Oudheden heeft zelf een flinke verzameling, maar er zijn voor deze tentoonstelling ook voorwerpen overgebracht uit andere musea, zoals het museum Parco Archeologica di Paestum e Velia in het Italiaanse Paestum.
Mooi getoond met een duidelijke uitleg. Het Rijksmuseum van Oudheden laat zich weer van zijn beste kant zien.

Overnachting
Interessant dus, met ook nog wat te lachen. Zoals die fraaie grap op een steen die het Louvre in Parijs voor de tentoonstelling heeft uitgeleend, over het opmaken van de rekening voor een overnachting in een herberg en de het gesprek daarover tussen de herbergier en de klant.
Vertaling op het bord ernaast:

,,Laten we afrekenen: een karaf wijn en brood, één as.* Warme maaltijd twee as.’
,,In orde.
Het meisje vannacht, acht as.’’
,,Ook in orde.’’
,,Hooi voor de muilezel, twee as.’
,,Ik ga nog failliet aan dat verdomde beest!’’

*De as is een Romeinse munt.

Het bord (van kalksteen, met afbeeldingen van de herbergier, de klant en de muilezel) was het uithangbord van een mansion (rustplaats of herberg) langs de Via Popilia. Een weg van Capua ten noorden van Napels tot Rhegium, het huidige Reggio di Calabria, in de punt van de Laars van Italië.

Beter dan Koningsnacht in mijn voortuin

Net als afgelopen jaren Koningsnacht op de Markt in Gouda ontvlucht en mezelf verwend met een overnachting (inclusief diner) in buurstad Oudewater.

Hotel Broeck is prima logeerplek (met uitstekend ontbijt) en de pizza Voldaan, de tiramisu met een Goudse twist (foto hierboven) en de bijbehorende wijnen bij pizzeria Voldaan zijn niet te versmaden.  

Volgend jaar maar weer doen dus.

Nostalgie in overvloed

In Hoorn vandaag het Museum van de 20e eeuw bezocht. Op verzoek van zus Y., vanwege de grote Legotentoonstelling. Leuk, maar teveel moderniteiten met StarWars, Ninja en Harry Potter en dergelijke. De vaste collectie van het museum is meer de moeite waar. Een en al feest der herkenning.

Een verhaal over de tentoonstelling rond het 90-jarig bestaan trok de aandacht van Y. en mij. We zjn allebei opgegroeid met dit speelgoed. Links en rechts zweeft er nog een blokje in onze huizen. De ontstaansgeschiedenis krijgt aandacht in het Hoornse museum dat is ondergebracht in een vroegere gevangenis. Maar het zijn de vele, soms manshoge bouwsels die de aandacht trekken, zoals de Eifeltoren, de Taj Mahal en het Vrijheidsbeeld.

Harry Potter
En verder in de vier zalen vooral Lego rond ook al weer wat jaren geleden populaire films, zoals Star Wars en Harry Potter. Fraai gemaakt en onder andere bij Starf Wars ook met beweging na het drukken op een knop. Idem om een trein te laten rijden. Al zijn er ook treinen die bewegen (dankzij een sensor) als je langs loopt. Al met al de moeite waard, al had voor zowel Y. als mij wat mer focus op het oude Lego wel gemogen.

De rest van het museum sprak mij toch wat meer aan. Woonkamers uit (het begin van) de vorige eeuw en oplopend. Winkelfacades met daarin producten uit vroeger tijden, ook een tabakszaak met rookwaar en zelfs een advertentie dat bij aankoop van een hoeveelheid tabak er en een beetje tabak cadeau wordt gedaan. Kom daar nu nog eens om…

Meccano
Ook is er speelgoed dat herinneringen oproept, zoals het consturctiespeelgoed Meccano en de autootjes en baan van Schuco die mijn broers hadden. Keukengerei in alle soorten en maten weckpotten, maar ook een pan waarin de glazen potten met groenten en zo werden verhit voor ze in de kast als wintervoorraad gingen. Ook mijn ouders waren jarenlang fan van wecken.

En verder speldjes die je vroeger verzamelde, keukentjes, winkeltjes om te spelen… En ook een klaslokaal uit lang vervlogen tijden, met op de kast een grote fles inkt. Die ken ik nog, want tot in de 2e klas van de lagere school schreef ik nog met een kroontjespen. Zag er ook het kleine, handige fototoestel de Kodak pocket instamatic. Zelf gekocht in de tweede helft van de jaren zeventig, vlak voor een vakantie met vrienden naar Canada.

Viewmaster
Bijzondere herinnering was de Viewmaster in een van de vitrines. Bedacht me dat ik die zelf ook nog ergens moet hebben op zolder. Dus eenmaal thuis dozen onder het stof vandaan gehaald en ja, daar was ie. Net als de projector die ik later heb aangeschaft. Blijkt nog te werken. En uiteraard nog een reeks schijfjes met de stereofoto’s.

Veel oranje natuurlijk in de permanenten tentoonstelling, de kleur van begin jaren tachtig voor onder andere broodtrommels en bewaarbussen van Brabantia, een zeer herkenbaar fondustel met dito borden zoals mijn broer en schoonzus in Waddinxveen die hadden.

Het overzicht aan tv-toestellen is haast onuitputtelijk in het Museum van de 20e eeuw, net als de voorbeelden van de opkomst van de pc en rekenmachines. Het totale aanbod is zo indrukwekkend dat ik zeker nog een keer naar dit museum ga.

Ook een stadsbezoek zelf staat op het programma voor een zomerse dag. Was al eerder in Hoorn geweest, maar toen van het NS-station rechtstreeks naar de bestemming voor die dag gelopen, het Westfries museum. Dwars door winkelstraten naar het plein waar het museum is gevestigd.
De wandeling naar het Museum van de 20e eeuw gaat door een mooier stuk stad, het oude Hoorn met haven en oude gebouwen. Voor wie van historische steden houdt (zoals ik) een bijzondere ervaring. Dus: tot de volgende keer Hoorn!

Wie de tentoonstelling 90 jaar Lego wil bezoeken: dat kan nog tot het einde van dit jaar.

Een filmpje van vandaag: