Gewoon omdat het kan, klopt wel aardig voor mijn eendaags bezoek aan Edinburgh. Heerlijke oude stad om doorheen te lopen. En dat voor heen en terug per vliegtuig voor net iets meer dan 100 euro.
Zat eerder dit jaar gewoon eens rond te neuzen op internet en kwam er achter dat als je zeer flexibel bent qua vliegdag, je voor een habbekrats van Schiphol (helaas niet meer vanaf Zestienhoven) naar de Schotse hoofdstad Edinburgh kunt vliegen.
Dat leek me wel wat. Dan wel in het voorjaar gaan, zodat je al wat meer van het daglicht kunt genieten en de ergste kou ook verdwenen is.
Kwam uit op deze dinsdag. ’s Morgens om 07.30 uur weg (dank aan zus Y. die me naar de luchthaven heeft gebracht in alle vroegte) en ongeveer twaalf uur later terug naar Nederland.
Wat ik toen nog niet wist uiteraard, was het prachtige weer vandaag. Volop zonneschijn, met alleen in de ochtend paar wolkjes. En met 15 gaden een zeer aangename temperatuur om door het oude centrum te wandelen.
Ontbijt Ben elk jaar aan het begin van mijn zomervakantie hier wel een dag, soms twee. Het verveelt echter nooit. Ik geniet van de oude gebouwen. St. Giles Cathedral (de hoofdkerk van mijn Schotse kerk), een goed en stevig ontbijt om de dag mee te beginnen (bacon, eggs, sausage, baked beans…) en uiteraard een bezoek aan een pub.
Het nuttige met het aangename verenigd. Vanochtend na het ontbijt in The Booking Office vlakbij het grote Waverly treinstation, per stadsbus naar de evangelische boekenzaak Faith Mission gegaan om daar twee exemplaren op te halen van het reeds bestelde supplement God welcomes all van het liedboek van mijn kerk op te halen.
En aan het begin van de middag een gesprek met iemand van de media-afdeling van de Church of Scotland om eens kennis te maken. Via email heb ik al regelmatig contact met ze, vanwege mijn rol als coördinator communicatie en publiciteit van de internationale classis.
Dat vliegretour zo goedkoop is, komt ook door te kiezen voor Easyjet. OK, je zit wat opgepropt in het toestel, maar dat mag de pret niet drukken. En het is slechts een kleine anderhalf uur vliegen. Als ik een dagje Maastricht doe, ben ik langer onderweg.
Nog een voordeel: het is maar een dag, dus behalve een rugzak gaat er niks mee. Na aankomst, zowel in Edinburgh als vanavond op Schiphol, ben je zo het luchthavengebouw uit.
Niet gelijk morgen, maar misschien dat ik in het najaar of zo nog eens een dagje Edinburgh doe.
Hieronder een kort filmpje van vandaag. Met live doedelzakmuziek op de achtergrond.
Na vier dagen intensief voor mijn kerk in de weer te zijn geweest met overleggen, schrijven, mailen, mezelf vandaag getrakteerd op een dagje Zuid-Limburg. Plan wel moeten bijstellen, want twee ideeën zijn ondanks de zonneschijn in het water gevallen.
Kom graag in Maastricht en omgeving. Vooral de Limburgse hoofdstad zelf met zijn Bourgondische levensstijl kan me bekoren. Voor vandaag bedacht om met de trein door te reizen naar Eijsden, dan dwars door het dorp naar de Maas en dan met het voerveer over naar Lanaaien, of Lanaye op zijn Frans (want Wallonië), om vervolgens langs het water terug te lopen naar Maastricht.
Helaas, in de trein naar Maastricht ontdekte ik dat het voetveer pas weer in april vaart. Alternatief bedacht: Visé, een paar treinmunten zuidelijk van Eijsden. Daar stak Arriva een stokje voor. Problemen met het treinstel. Dat zou betekenen dat ik bijna een uur moest wachten op de volgende trein.
Nou ja, dan maar weer een heerlijke stadswandeling door Maastricht zelf, na eerst koffie te hebben gedronken op terras van De la Bourse aan de Markt.
Rondeel Stadswandeling Maastricht is geen straf. Vele van de bouwkundige historie is bewaard gebleven, of goed gerestaureerd. Laat me weer verrassen door een fraaie gevelsteen nabij het VVV-kantoor aan de Muntstraat.
Uiteraard even gekeken of het herstel van de stadswal en rondeel De Vijf Koppen vordert. Een deel van dit historische verdedigingswerk is deze maand precies vijf jaar geleden deels ingestort.
Daarna elders op de stadsmuur van de zon genoten en via de Hellepoort langzaam richting het Onze Lieve Vrouweplein gegaan, om daar in alle rust op het terras van mijn favoriete café hier, Charlemagne, van twee glaasjes witte wijn te genieten.
Zoals aan het begin gemeld, ging de wandeling vanuit Lanaaien/Lanaye naar Maastricht niet door vandaag, maar wie mij kent, weet dat ik deze zomer nog wel een keer koers zet Zuid-Limburg. Wat in het vat zit…
Het is weer even doorwerken – of eigenlijk doordrinken – geweest, maar deze zondagmiddag zestien whisky’s geproefd uit Schotland, Ierland, België en ook Nederland. Het International Whiskyfestival in Den Haag was weer een groot succes.
Of eigenlijk vijftien-en-een-half, want de Torabhaig Allt Gleann Legacy Series Batch strength (61,1 procent alcohol) giet ik deels in een flacon om thuis te proeven. Waarom? Wel, heb al twee flessen van de Torabhaig distilleerderij op het eiland Skye in Schotland, waaronder de Allt Gleann Legacy. Die is 40 procent alcohol. Enige verschil is dus het alcoholpercentage. Op een mooie, rustige avond ga ik ze na elkaar drinken om te vergelijken.
Het whiskyfestival in de Grote kerk in Den Haag bezoek ik al enkele decennia, waarvan de langste tijd met neef D. Als in een snoepwinkel rondkijken en bij nieuwe vondsten het glas omhoog houden en er een bodempje in laten schenken. Ruiken, proeven, ervaringen delen met D. en soms andere bezoekers. En dat dus zo’n vier uur lang.
Dronken Nee, dronken zijn we niet geworden. Omgerekend naar normale hoeveelheden whisky hebben we ongeveer vijf glazen gedronken, al is een aantal hoog in alcoholpercentage. . Bovendien kom je hier niet om dronken te worden. Dan werkt een goedkope fles drank bij de slijter beter… Entree is bijna vijftig euro en voor de niet-standaard whisky’s betaal je al snel twee tot vijf euro. Voor een bodempje dus.
Die prijzen weerhouden ons zoals je merkt aan het aantal glaasjes dat we hebben weggewerkt. Tot de bijzondere en types merken die we hebben geproefd noem ik hier naast de Allt Gleann (genoemd naar een van de twee waterbronnen van de distilleerderij) van Torabhaig, de Bus whisky uit het Nederlandse Brabant, een fantastische Ardnamurchan cask strength (58,3 procent), een 18 jaar oude Aberfeldy (43 procent alc.), de Arranversie van Provenance (8 jaar, 46 proc. alc.), de Tomatin Cu Bòcan (46 proc.), Glen Dalough, de Arran Quarter cask (56 proc.), de Corriecravio edition van Lagg. Deze heb ik thuis ook, maar die op het festival heeft een alcoholpercentage van 58, terwijl die thuis 55 procent telt.
De lijst gaat nog even door: Gouden Carolus uit België. Ja, het merk ken je misschien van het bier van hetzelfde bedrijf. Verder de Ma-Talla Terra van de Morrison distilleerderij op het eiland Islay (46 proc.).
Bijzonder is de Ierse whisky van Lambay. We proeven er twee: de standaard blend en een bijzondere, driemaal gedistilleerde 2021 Limited edition, gerijpt op cognacvaten.
Puffin Het gelijknamige eiland Lambay ligt een paar kilometers uit de kust van Dublin. Natuurbehoud speelt een belangrijke rol. Buitenstaanders zijn niet welkom in dit natuurgebied, behalve via enkele georganiseerde wandeltochten. De Ierse whisky kan bij mij al niet stuk, want het voert mijn favoriete zeevogel de papegaaiduiker of puffin die er voorkomt op het etiket. Los van het etiket: zeker de limited edition is niet te versmaden.
Een heel mooie ontdekking is ook Nc’Nean, een organic malt van de rand van Morvern, in het uiterste westen van het vasteland van Schotland. Een kleine distilleerderij, verscholen in de heuvels bij Drimnin. Alleen te bezoeken op afspraak.
De standaard Nc’Nean (de naam verwijst naar een figuur uit Schotse legendes) is heerlijk. We besluiten aan het einde van het festival hier nog eens langs te gaan om een flaconnetje te laten vullen om thuis nog eens na te genieten. De keus valt ter plekke op een andere Nc’Nean, de Hunters Orchard Cobblers. Het is een mix van malts die op verschillende vaten hebben gerijpt, met voor tweetende op die van rode wijn. Benieuwd wat we er van vinden.
Herinnering uit mijn jeugd is nu te zien in Museum Gouda. De al lang gesloten ijssalon Italia is hier een beetje nagebouwd. Het is dat ik niet meer snoep, anders zou ik zo weer aan een echt Italiaans ijsje willen likken…
Italia was de enige zaak in Gouda in mijn jeugd waar echt ijs, dus Italiaans werd verkocht. In supermarkten en dergelijke waren alleen waterijsjes te koop. Een echte traktatie was dus een ijsje bij de ijssalon van de familie Agnoli op de Markt.
Kan me niet veel van de smaak van het ijs herinneren, wel de inrichting, met tafeltjes en stoelen, de brede toonbank. En lopend over de Markt kon je de ijssalon niet missen, want de grote lichtreclame met de naam Italia lokte je er vanzelf naar toe. Het verhaal gaat dat op feestdagen als – toen nog – Koninginnedag er een flinke rij mensen stond te wachten om naar binnen te kunnen.
IJscoupes Op de kleine tentoonstelling in het dit jaar 150 jaar bestaande Museum Gouda, komt dat weer een beetje tot leven. Pure nostalgie. Uiteraard hangt het grote lichtbak van de gevel er, maar ook prijslijsten, tafeltjes en stoelen en een vitrine met tal van ijscoupes uit de ijssalon. Een aantal voorwerpen is naar het museum gekomen na een oproep in AD Groene Hart, de krant waarvoor ik tot eind vorig jaar journalist was.
Zwart-wit foto’s laten zien hoe de zaak er decennia geleden uit zag. Agnoli kwam in 1939 naar Gouda als vluchteling van de armoede en het fascistische regime.
De ijssalon was alleen van het voor- tot het najaar geopend. De wintermaanden bracht de familie toen de democratie in Italië was hersteld, door in het moederland. Italia sloot in 2002, nadat de laatste eigenaar Danilo Agnoli om gezondheidsredenen niet meer terugkeerde naar Gouda. Hij overleed op 25 januari van dit jaar op 79-jarige leeftijd in Italië.
Smaakverschil Wat rest zijn nieuwkomers die ook traditioneel Italiaans ijs verkopen. Volgens sommige Gouwenaars haalt dat ijs het niet bij die van Italia, maar dat lijkt me een boude bewering. Na zoveel decennia kun je dat smaakverschil echt niet merken.
Een van de Italiaanse oud-werknemers van Italia verkoopt overigens in de zomerperiode nog steeds ijs. ‘Opa Antonio’, zoals hij bekend staat’, is met zijn ijskar dan te vinden bij de Reeuwijkse Plassen. Zodra hij voor het eerst in het nieuwe zomerseizoen wordt gespot, gaat zijn aanwezigheid al snel rond via Twitter en Facebook.
De tentoonstelling in Museum Gouda is nog tot 27 oktober te bezoeken.
Net als afgelopen jaren Koningsnacht op de Markt in Gouda ontvlucht en mezelf verwend met een overnachting (inclusief diner) in buurstad Oudewater.
Hotel Broeck is prima logeerplek (met uitstekend ontbijt) en de pizza Voldaan, de tiramisu met een Goudse twist (foto hierboven) en de bijbehorende wijnen bij pizzeria Voldaan zijn niet te versmaden.
Voordeel voor pensionado: je kunt er zomaar een even een paar dagen tussenuit zonder vakantiedagen op te nemen. Dus van donderdag tot en met vandaag in Edinburgh vertoefd.
Nooit een straf om daar te zijn. Weet mijn weg daar na zoveel jaar wel te vinden. Had dit keer geen speciaal doel. Gewoon, paar dagen door de stad kuieren en musea en pubs bezoeken. Ontbijten met goede bacon and eggs (met ‘black pudding’, zie foto verderop), bijkletsen met vrienden K. en L. die daar wonen en bij wie ik als zo vaak logeerde. Onder het genot van wat bier en een maaltijd is dat toch wat leuker dan via Facebook en WhatsApp.
Vrienden verrast met kleine hoeveelheid Nederlandse boodschappen (drop, mueslibollen en pepitamix [van Lidl]).
Eerste volledige dag (vrijdag) benut met stadswandeling en bezoek aan St. Giles Cathedral (de ‘High kirk of Edinburgh’) en de National Galleries of Scotland.
Skating Minister Dat museum vooral aangedaan om weer even te genieten van het schilderij The Skating Minister (de schaatsen predikant). Een schilderij met een Nederlandse link. De afgebeelde Rev. Robert Walker heeft als kind leren schaatsen in Rotterdam, waar zijn vader predikant was van mijn kerk.
De jonge Walker is blijven schaatsen in Edinburgh waar hij zelf predikant werd. En dat trok de aandacht van de schilder Henry Raeburn. Uiteraard de elektronische knip tevoorschijn gehaald om een hoeveelheid souvenirs te kopen.
Na het snuiven aan de cultuur, maar even de pub in voor een pint bier. Daarna met mijn Edinburghse vrienden gegeten in restaurant van pub Deacon Brodie op de Royal Mile. Uiteraard fish and chips en – vooraf gecheckt of het er was – Cranachan als toetje. Al jaren mijn favo dessert in Scotland, zoals biest dat in Nederland is.
Bacon and eggs Dat over de toetjes. Voor het ontbijt elke ochtend deur uit voor een bacon and eggs, maar op zaterdag zelfs een met black pudding/pudding. Een traktatie!
Drie keer dit weekeinde dus. Zal best slecht zijn voor het cholesterolgehalte in mijn lijf, maar lekker!!!
En daarna steevast koers gezet naar de nieuwe Starbucks in Princes Street. De enige koffieketen met filterkoffie (veel beter of minder slecht zo je wilt voor je cholesterol!) en hier dan ook nog met schitterend uitzicht op Edinburgh Castle.
Zaterdag uren doorgebracht in het National Museum of Scotland, net ten zuiden van de Royal Mile. Jaren geleden dat ik daar binnen was geweest. De nieuwbouw ondergronds nog nooit gezien zelfs. Prachtig ‘verhaal’ over de historie van Schotland vanaf de oudheid. Indrukwekkend. Het oude gedeelte is zeer ruim en thematisch van opzet. Zo ‘verdwaal’ je niet in het museale aanbod.
En daarna met de lift naar het Roof Terrace. Met het zeer fraaie Februari weer geen straf. Prachtig uitzicht vanaf het dak over het dak, met indrukwekkende aanblik op het kasteel van Edinburgh. Zie foto boven dit artikel
Net als bij het Rijksmuseum gaat het niet alleen om de collectie die er te bewonderen is, maar dus ook om het uit 1866 daterende gebouw zelf. Een prachtige, lichter ruimte met vides, fraai vorm gegeven radiatoren, sierlijke trappen. Pas als je de vele zijzalen instapt, ontdek je hoe groot dit museum is.
Er is bijna teveel om van te genieten, dus ik moet komende zomer of later nog eens terug.
Moe van het lopen – elk excuus – naar de pub Greyfriars Bobby aan de overkant van de straat, voordat ik de bus terug naar het logeeradres neem.
6Nations rugby Het is het weekeinde van de belangrijkste rugbywedstrijd tussen Schotland en Engeland. Het 6landentournooi waaraan Engeland, Schotland, Wales, Ierland, Frankrijk en Italië aan meedoen, kent daarbinnen nog die om de Calcutta cup tussen Engeland en Schotland. Die wedstrijd gaat terug tot 1872 in – inderdaad – Calcutta in India.
Vandaag speelt Engeland in het Murryfield stadion in Edinburgh. De Schotten zetten alles op alles om de Calcutta cup voor de vierde keer op rij te winnen.
In centrum van Edinburgh is het aardig vol met fans van beide landen of teams, maar het gaat er zeer gemoedelijk aan toen. Rugby kent geen hooligans.
Heb geen kaartje voor de wedstrijd, maar dat geeft niet. De game bekeken in het clubhuis van de rugbyclub tegenover mijn logeeradres. Geweldige middag/avond met uiteraard wat pinten bier.
Vakantie of niet, op zondag ga ik ter kerke. Vandaag in de ‘High kirk of Edinburgh’, St. Giles Cathedral, op de Royal Mile. Het is de hoofdkerk van mijn kerkgenootschap, de Church of Scotland.
Terwijl ik naar een goede zitplek loop, passeer ik een bekend gezicht. Het is Rev. Dr. George Whyte, die ik twee keer een week heb meegemaakt tijdens synodevergaderingen van mijn kerk, als afgevaardigde namens mijn classis. Hij was eerste scriba of ‘Principal clerk‘ en nu Interim Moderator, zeg maar de waarnemende leider van de congregation. Hij gaat vandaag voor in de dienst.
Verbond Daarentegen heeft deze gemeente een geweldig kerkkoor en een schitterend orgel.
Mooie dienst waar het in de preek van Rev. Dr. George Whyte ging om het verbond tussen God en mensen, waarbij mensen al sinds mensenheugenis dat vaak beschouwen als eenrichtingsverkeer: van God tot de mensen. Op de foto zie je mij in rechterdeel links op de tweede rij. 🙂
Verschil met mijn eigen kerk in Rotterdam? St. Giles Cathedral is stukken groter dan het gebouw in Rotterdam, maar het aantal kerkgangers is hier beduidend kleiner. Laat ik het zo zeggen, als iedereen van mijn kerk een zondag daar zou kerken, zou het een volle bak zijn… Met net geen vijftig minuten ook wel een korte kerkdienst.
De citytrip is bijna ten einde, maar niet dat in de middag met K. en L. in pub The Playfair nog even de 6Nations rugbywedstrijd Frankrijk-Italië heb gekeken. Direct na afloop per tram naar het vliegveld voor de terugreis.
Over de vliegruizen heen en terug: Zestienhoven is een zeer relaxte luchthaven. Beduidend minder groot dan Schiphol, waardoor je niet het idee hebt dat je al halverwege de trip naar Schotse hoofdstad bent als je bij de gate aankomt.
Edinburgh is een groter vliegveld dan Zestienhoven, maar heeft een ander zeer groot nadeel. De security check dateert nog uit de Middeleeuwen. Waar op luchthavens als die in Nederland alles in de koffer en rugzak kan blijven dankzij de moderne X-Ray machines, moeten in Edinburgh (en vrijwel zeker ook elders in het VK) de laptop en flesjes met vloeistof apart worden aangeboden ter controle.
Vuilnisbak Waar ik op de heenreis geen enkel probleem ondervond met de flesjes shampoo, douchegel en aftershave, kijkt in Edinburgh de controledame (geen bitch, maar toch…) zeer boos. ,,U heeft veel meer bij u dan 100 ml!’’ Natuurlijk antwoord ik niet met een ,,Nou en?’’, want voor je het weet duurt de check nog langer en mis je het vliegtuig terug naar de moderne wereld. Dus shampoo en doucheschuim maar achtergelaten. Ruikt de vuilnisbak daar ook eens lekker… 🙂
Bovendien heeft klagen geen enkele zin. De dame kan er niets aan doen dat de apparatuur en de regels eeuwen oud zijn. Dat is beleid van de Britse overheid en die heeft lak aan reizigers op de haar luchthavens.
Gelukkig is het met de ferry van Newcastle naar IJmuiden die ik in de zomer neem stukken beter geregeld. En die overtocht komt weer in juni(heen) en juli (terug). Voor nu kijk ik terug op een heerlijk weekeinde in Edinburgh. Iets om lang op te teren.
De jaarlijkse onderdompeling in veel, voornamelijk malt whisky’s vanmiddag in de Grote kerk in Den Haag. Uiteraard weer met neef D. We proefden er 18.
Whisky Galore (Gaelic voor ‘whisky in overvloed’) dus! Schrik niet, het zijn geen bellen die worden ingeschonken, Het gaat om kleine hoeveelheden die je bij de tientallen stands krijgt aangeboden. Omgerekend heb ik zes gewone glaasjes naar binnen gewerkt in de vier uur die het festival deze zondagmiddag te bezoeken is. Al met al toch hard werken. Maar iemand moet het doen…
Je gaat er niet heen om dronken te worden. Dan zijn een paar goedkope flessen blend van de slijter vanuit de portemonnee geredeneerd beter.
Een ticket kost bijna 50 euro. Standaard whisky’s zijn vervolgens gratis te proeven, maar je gaat voor de exclusievere series van de distilleerderijen uit Schotland en andere landen, Nederland inbegrepen.
De organisatie van het Internationaal Whiskyfestival is als altijd goed voor elkaar. De crew van het festival zorgt dat waterkoeler gevuld zijn en overal staan mandjes met stukken stokbrood, zodat je om de paar glaasjes even de mond kunt ‘schoonmaken’.
En om het wachten tot de deuren van de Grote Kerk open gaan, gaat een doedelzakspeler de rij langs. De totale opzet maakt dat ik dit whiskyfestival al meer dan 20 jaar bezoek.
Orgel
Het festival in de Grote Kerk (voorheen Sint Jacobuskerk) is een prachtige ambiance om te proeven en praatjes aan te knopen met gelijkgestemden. Het is volle bak, maar niet te druk, omdat het festival (dat al op vrijdagavond begint) voor elke sessie een x-aantal bezoekers toelaat. Het blijft dus goed te doen. Bij binnenkomst kort na 13.00 uur al gelijk in Schotse stemming gekomen, door het Schotse volkslied O Flower of Scotlanden Highland Cathedralop het hoofdorgel. Zie filmpje onderaan dit verhaal.
Glaskoord om de nek, proefglaasje er in vastgezet en het feest kan beginnen. Had ik al vermeld dat ik er vanmiddag 18 heb geproefd? Achtereenvolgens:
Proeven, vergelijken, genieten. Ontdekken dat de een iets van sinaasappel smaak heeft, bij de ander de smaak van het rumvat waarin de whisky een tijd lang opgeslagen is geweest nog duidelijk of zeer duidelijk aanwezig is. En als je nipt aan de Highland Park en je praat met de standhoudster over Orkney (ze is er echt geweest en verhaalt van haar met mij gedeelde liefde voor Yesnaby), smaakt de inhoud van het proefglaasje ineens anders…
Twee bijzondere whisky’s van vanmiddag zullen me extra bijblijven. De Glenturret Triple wood 2023 release wordt nog een keer in het glas gegoten. Die gaat in flaconnetje mee naar huis. Als we de toekijkende standhouder vertellen dat we elk jaar de meest opvallende whisky meenemen om thuis na te genieten, schenkt hij het flaconnetje even tot de rand toe vol. Aardig gebaar. Zeer gewaardeerd.
Ook de Talisker Parley Wilder Seas van het eiland Skye die we vanmiddag als eerste hebben geproefd, heeft indruk gemaakt. Zoveel, dat ik na afloop een fles (met korting nog steeds 75 euro) heb aangeschaft. Die blijft nog dicht tot Kerst.
Wat rest, is alvast een kaartje aanschaffen voor het festival van november volgend jaar, de 25ste editie.
Slaìnte!
Hieronder fotoserie van de whisky’s die ik vandaag heb geproefd:
En hier het filmpje met de Schotse muziek op het orgel van de Grote Kerk:
Voor de zoveelste het International Whiskyfestival bijgewoond. Natuurlijk samen met neef D.
Deze middag dertien whisky’s geproefd. Niet schrikken. Je krijgt een bodempje in je proefglas. Opgeteld drink je op deze zondagmiddag drie tot vier whisky’s, afhankelijk van hoe gevuld je glas gewoonlijk is.
De organisatie van het festival is zoals altijd fantastisch. Volop water punten zodat je je glas kunt omspoelen of water drinken. En ook overal mandjes met stokbrood. Niet echt om de maag te vullen (daarvoor kun je bij verschillende stands terecht), maar wel om de mond ‘schoon’ te maken als je van bijvoorbeeld een rokerige whisky overgaat naar een wat lichtere.
En vergeet de gezelligheid niet. De Grote Kerk in Den Haag – een zeer sfeervolle gelegenheid voor een evenement als deze – is gevuld met honderden gelijkgestemden. Iedereen wil genieten van mooi (malt) whisky’s uit Schotland, Ierland, Nederland en verschillende andere landen.
Je komt hier niet om dronken te worden. Dan kun je beter bij de slijter een fles whisky kopen die aanmerkelijk goedkoper is dan de bijna vijftig euro entree waarbij onbeperkt een x-aantal standaard whisky’s bij is inbegrepen. En zoals hierboven gemeld, is opgeteld drie tot vier gewone glazen whisky al snel de max.
Toeslag De middag wordt nog duurder, want voor de bijzondere whisky’s betaal je een toeslag van een tot soms tien euro. Ik hoorde dat er zelfs een heel bijzondere, zeer kostbare fles op het festival is, waarvoor je een toeslag van 181 euro moest betalen. Dat heb ik maar aan mij voorbij laten gaan.
Los van het proeven zelf, is het natuurlijk ook de gelegenheid bij uitstek om de verhalen achter de whisky’s en de distilleerderijen te horen van de standhouders en soms zelfs afgevaardigden van de distilleerderij zelf.
Dat was onder andere het geval bij de stand van Mossburn distillers. Daar kan de Torabhaig (spreek uit Toraveeg met een g die bijna als een zachte k klinkt) van het eiland Skye. Een nieuwe distilleerderij en pas de tweede op het eiland na Talisker. Operationeel sinds 2017.
Water Afgelopen september heb ik er een bezoek aan gebracht. En natuurlijk de Torabhaig geproefd. Een heel bijzondere, licht peated whisky, die met een paar druppels water heel anders proeft/smaakt dan zonder. Leuk om het verhaal te horen. De vertegenwoordiger van de distilleerderij wil van me weten wie me heeft rondgeleid. Ik omschrijf de dame in kwestie en hij weet onmiddellijk wie ik bedoel. Natuurlijk met D. ook in Den Haag de Torabhaig geproefd.
Minstens zo bijzonder is de Highland park 20 years, gerijpt op sherry en PX vaten. Niet in de winkel te koop. De flessen zijn voorbehouden aan de leden van de stichting International Whisky Society (IWS). Een heel mooie whisky, echt een van de lekkerste deze middag. Maar om er nou lid van de club voor te worden gaat me wat ver.
De elf andere die we deze middag hebben geproefd zijn Talisker Storm, Arran Barrel Reserve (een aanrader; citrussmaakje dat aanwezig is kan me wel bekoren), Caisteal Chamius, Mossburn blended malt, Mc Connels sherry (de sherry geur/smaak is wel erg overheersend), Ardnamuchan AD single Malt (nee, geen whisky van mijn krant!), The Balvenie Caribean cask, The Balvenie Caribean cask (geweldige whisky), Milk&Honey Dead Sea (uit israël, ofwel het land van melk en honing…) en Kilchoman Casado.
Van de laatste ben ik blij die hier geproefd te hebben. Een fles gaat over de toonbank voor bijna honderd euro. Dan drinkt een proefglaasje voor een paar euro toch beter…
Huwelijk Wel een heel mooie whisky met een lange afdronk. Casado (Portugees voor huwelijk) klopt aardig voor deze limited edition-botteling. Eerst zes jaar gerijpt op “verse” bourbon vaten, waarna 38 vaten zijn geselecteerd om een huwelijk aan te gaan met twee heel grote Portugese rode wijn vaten.
Een heerlijke middag. Het enige wat ontbreekt (want niet meer toegestaan) is de rokerstent waar je kunt genieten van een prachtige Balmoral sigaar. Desondanks kan ik me nu al verheugen op de volgende editie van het International Whisky Festival in november volgend jaar.
Voor kerkbijeenkomst namens presbytery of classis twee dagen naar Geneve. De zaterdag is volgepland met praten, maar de vrijdagochtend en deel middag bood tijd voor hernieuwde kennismaking met deze mooie Zwitserse stad.
Breng mijn vakanties altijd door in Schotland, maar zo’n korte trip naar een Europese stad is niet te versmaden.
Prachtig weer (anders dan deze vrijdag in Nederland), dus heerlijk gewandeld door de oude stad met haar prachtige monumentale gebouwen. En natuurlijk ook even naar het meer van Geneve, al is het maar om bij het park Jardin Anglais te genieten van de fontein die het water tot 140 meter hoogte spuit.
En natuurlijk als protestant weer even langs de Muur van de hervormers in het Bastions park, met enorm hoge beeltenissen van onder andere Johannes Calvijn (de kerkvader van de Nederlandse protestantse kerken) en John Knox (van mijn kerk).
Bier Om de calvinist in mij niet te vergeten de middagwandeling besloten met een lekker glas Calvijnbier. En wat het extra lekker laat smaken is dat ik op terras zit, met de zon op mijn gezicht. En dat voor half november. OK, wel een jas aan, maar toch…
De zaterdag stond in het teken van het overleg met de Church of Scotland in Geneve, die een fraai onderkomen heeft in het Auditoire de Calvin, klein afstekend naast de grote kathedraal Saint Pierre. Beide in het hart van de oude stad op een heuvel. Het overleg is vertrouwelijk, dus zo je al geïnteresseerd zou zijn, meld ik hier geen details van de bespreking.
Na afloop een lunch in een pannekoekenrestaurant zoals we dat in Nederland niet kennen. Heb gekozen voor een hartige pannenkoek met gerookte zalm. Daarbij een paar heerlijke glazen Zwitser cider. Niet te versmaden.
Twee leden van de delegatie blijven nog in Geneve tot en met de kerkdienst op zondag. Zelf keer ik vanavond al terug naar Nederland in verband met een afspraak zondagmiddag.
Schema Een zeer voorspoedige terugreis. Maar een handvol passagiers, dus de boarding is in een oogwenk voorbij. Vliegtuig kan eerder vertrekken en krijgt onderweg nog eens een kortere route aangereikt. Uiteindelijk drie kwartier voor op schema geland op Schiphol. De vlucht biedt net genoeg tijd voor een glaasje whisky en een kop koffie.
Volgende kerktrip is in maart. Dan naar Brussel. Dan met de trein uiteraard. In 2024 ben ik met pensioen. Dan knoop aan dit soort bezoeken misschien wel een dagje extra verblijf voor eigen rekening.
Na drie jaar (vooral vanwege corona) terug in Schotland. Het land heeft me beloond met goed weer. De meeste regen viel in de nacht/vroege ochtend als ik nog in de slaapzak bivakkeerde. En na zo lange tijd (voor mijn doen) er niet te zijn geweest, weet ik weer waarom ik zo verliefd ben op de Highlands en Islands.
Besloten niet als een gek het hele land te doorkruisen. Dus geen Orkney bijvoorbeeld. Dat is voor een ander jaar. Nu vooral gemiddeld vier nachten op één plek de tent opgezet en van daaruit bekende gebieden opnieuw opgezocht en weer alle landschapsbeelden in me opgenomen.
Zoals Glen Nevis bij Fort William. Ik kom precies veertig jaar in Schotland en er is volgens mij geen jaar voorbij gegaan zonder hier gewandeld te hebben.
Er is maar één wandelroute het dal in gezien vanuit Fort William en dat is via een kloof of gorge, langs de Water of Nevis. Dat is ook meteen het zwaarste deel van de route. Een misstap op het soms gladde pad en je hebt nog één keer heel kort hoofdpijn… Oppassen dus.
Daarna ontvouwt zich een prachtig dal. De vele (nou ja, vele…) bezoekers verspreiden zich. De meesten blijven in het eerste stuk bij de touwbrug en de Steall Waterfall. Wie linksaf slaat, richting Rannoch Moor heeft de rest van de glen bijna voor zichzelf. En op een dag als vandaag is het helemaal een feestje. De zon schijnt; het is niet te warm of te koud. Ideale omstandigheden voor een wandeling van een paar uur.
Een prachtig begin van de vier weken durende vakantie. Terug in Kinlochleven waar mijn tent staat, schenk ik mezelf een flink glas whisky in als beloning. Na een maaltijd in de pub de ogen dicht en me voorbereiden op een volgende wandeling.
Corrour estate En dat is Rannoch Moor, of beter: Corrour estate op Rannoch Moor. Ook daar moet ik elk jaar heen. Het gebied is oogverblindend mooi, maar het eigenlijke doel is Peters Rock.
Deze rotspunt op Corrour Estate heeft een plaquette voor Peter Trowell. Hij is in 1979 verdronken in Loch Ossian (verdwenen in een wak; gevonden toen de dooi goed inzette). Ter nagedachtenis is de plaquette aangebracht op deze rots. De plek staat nu ook op de ‘stafkaarten’ van de Ordnance Survey bekend als Peters Rock. Behalve zijn naam, geboorte- en sterfdatum staat er een vers:
I have a friend, a song and a glass gaily along life’s road I pass joyeus and free out of doors for me over the hills in the morning.
Dat is sinds is het de eerste keer zag, min of meer mijn levensmotto.
Na een paar dagen verzet ik via Morvern de koers naar het eiland Mull. Als altijd een heerlijke plek langs het water van de baai bij Craignure. Mooi zicht op de langsvarende schepen en de veerboot van Mull naar Oban op mainland Scotland. Me weer prima vermaakt bij Lochbuie, Calgary (strand en Art is Nature) en natuurlijk op zondag naar de kerk op Iona.
Het eiland is vooral bekend vanwege de Abbey, gewijd aan St. Columba. Nu een oord dat – voor de kenners – een heel klein beetje vergelijkbaar met Taizé in Frankrijk, maar dan niet katholiek en geen monniken. En ondanks de regen deze ochtend zit de abdij vol tijdens de dienst.
De volgende dag opnieuw naar Iona. Ben er tot nu toe steeds geweest voor de abdij, maar vandaag – opnieuw heerlijk weer – een wandeling naar de andere kant van het eiland, St. Columba’s Bay.
Wel foutje gemaakt. Ik publiceer op Facebook onder andere foto’s in de groep Schotland. Op foto’s van mijn bestemming krijg ik de melding dat dit niet St. Columba’s Bay is, maar dat die een paar kilometer verderop is. Mooi, heb ik voor volgend jaar alvast weer een bestemming.
Glen Affric De volgende dag een flinke autorit naar Glen Affric. Dus terug via Morvern naar Fort William en daarna koers richting Inverness om bij Drumnadrochit dit mooie dal in te gaan.
Al jaren is Cannich mijn vaste kampeerplek. Een dorp van niks, maar je treft er een dorpswinkel en een pub. Het gaat me hier om het landschap. In de eerste plaats het mooie Glen Affric zelf, maar ook Glen Mullardoch.
Beide routes brengen je, net als op Mul, in een rustige stemming. e mag er 60 miles per hour rijden (tegen de 100 km per uur), maar je mag blij zijn als je op veel van de stukken weg de helft haalt. Hier niet veel gewandeld, maar wel genoten van het uitzicht. Je komt er helemaal tot rust. Een beetje Zen. Zo heet dat toch?
En al ben ik dol op de rust in de glens, een dagje de stad in, is niet te versmaden. Dus naar Inverness geweest. Valt weinig over te melden. Gewoon wat winkelen en stadsgeluiden horen, wachten voor een verkeerslicht, u kent dat wel.
De volgende halte is Skye. Ook al sinds 1982 een eiland dat ik nooit oversla. En ook al jaren kampeer ik op Sligachan, langs de route van Broadford naar de hoofdplaats Portree.
Dan doe je op een zonnige ochtend je tentdeur open en wensen de bergtoppen Slamaig en Marsco je goedemorgen. Je dag kan gelijk al niet meer stuk. En wat dacht je van de avonden. De pub Seamus Bar aan de overkant van de weg heeft ruim vierhonderd verschillende malt whisky’s op voorraad!
Nieuwe distilleerderij Over whisky gesproken: het eiland heeft er in 2017 voor het eerst in 190 jaar een nieuwe whiskydistilleerderij bij gekregen, Torabhaig (spreek uit Toraveeg en dan een g die bijna als een k klinkt).
De eerste twee whisky’s zijn uit en ik heb die van dit jaar geproefd, de Allt Gleann. Milde peat. Niet te versmaden. Gelijk een fles aangeschaft. Heb begrepen dat de fles in Nederland ruim 60 euro kost. ik heb er (met ter plaatse te besteden kortingsbon) ongeveer 55 euro voor betaald. Dat scheelt een slok op een borrel kun je in dot geval wel zeggen.
Een van de wandelingen op Skye voert me naar Boreraig, de ruïnes van een dorpje met die naam over de heuveltoppen, niet ver buiten Broadford.
Een tocht van netto 1,5 uur in complete stilte. Geen mens te zien. Het enige geluid komt van de wind en van de vogels.
Schoonheid Na een uur hier genoten te hebben van de zon, de rust en het uitzicht, terug via dezelfde route. Maar omdat je die in omgekeerde richting doet, oogt het landschap als nieuw.
Wat een schoonheid. Als je ergens tot absolute rust wilt komen, is het hier wel. Tijd lijkt niet te bestaan.
Een tocht op Skye die wel op het programma stond, maar is afgevallen, is Quiraing, aan de noordkant van het eiland. Enkele jaren geleden al een klein stukje gelopen. Gaat niet door dit keer. Het parkeerterrein dat er tegenwoordig is, is overvol. Zelfs de uitloopgebieden. Dan weet je genoeg: het is hier te druk.
Wel de volgende dag de tocht naar Neist Point Lighthouse. Een korte, leuke wandeling. En dan bij de vuurtoren genieten van het uitzicht.
Cranachan Een bezoek aan Applecross ontbreekt ook al jaren niet in mijn reisprogramma. Een peninsula in het noordwesten van het land. De rit met haarspeldbochten is altijd leuk om te doen, maar het eigenlijke doel is de Applecross Innn. Geroemd om de gezelligheid en gemoedelijkheid. Het eten is er fantastisch. En hier heb ik als toetje uiteraard Cranachan. Het is een dessert waarvan je – helaas – geen twee achter elkaar krijgt weggesnoept.
Queen Elisabeth II Maar Ruud, hoor ik u denken, je hebt het nog helemaal niet gehad over het overlijden van Queen Elisabeth II gehad. Is dat aan de journalist die je toch bent voorbijgegaan? Nee hoor, alles gevolgd op de radio, in de krant en via de social media.
Alleen de proclamatie in St. James Palace in Londen dat hij de nieuwe koning is en een aantal geloften doet (onder andere de rechten van mijn kerk de Church of Scotland te eerbiedigen) en de begrafenis van QEII via de BBC gevolgd in mijn auto. O ja, en – ik kon het niet laten – me nog even bemoeid met een verhaal voor mijn krant. Twee storende fouten op tijd weten te corrigeren via een intern communicatiekanaal.
De rest van de vier weken voor aantal afspraken met goede vrienden doorgebracht in Stirling en Edinburgh. Op de terugreis nog even door de map meer meer dan duizend foto’s en filmpjes gebladerd. Een aantal treft u in dit verhaal aan en hieronder in een tweetal filmpjes. Plezier er mee.