De leeuw is los

Na twee jaar eindelijk weer skûtsjesilen in Friesland. En uiteraard volg ik dat met paar vrienden die net als ik lid zijn van de donateursclub van het skûtsje van Leeuwarden of Ljouwert.

Elk jaar wonen we ten minste twee wedstrijden bij: de eerste op het Pikmeer en de Wijde Ee bij Grou en later die op het IJsselmeer bij Stavoren. Een lange dag vandaag, want Grou ligt zoals u weet bij Leeuwarden, dus vanuit Gouda is het nog een flinke autorit van 2,5 uur (inclusief korte koffiestop op vaste plek).

Maar goed, we kunnen weer naar de zeilwedstrijden en het weer is prachtig. Muziekje aan en gaan met die banaan… eeehhh  Mazda.

De openingswedstrijd bij Grou is op het Pikmeer en de Wijde Ee. Wij kiezen al jaren voor een tocht met de rondvaartboot Marprinses die altijd een mooi plekje krijgt op het laatste water. Ook nu weer. De boeien waar omheen de skûtsjes moeten ligt vlak voor ons aan stuurboord. 

Friesland kent twee skûtsjewedstrijden, het open kampioenschap van de IFKS waar volgens mij zowat alles wat skûtsje is aan kan meedoen en de strenger gereglementeerde wedstrijden skûtsjesilen van de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen SKS. Veertien skûtsjes. En de schipper van elke boot moet uit een geslacht van skûtsjeschippers komen. Elk schip is herkenbaar aan een eigen zeilteken. Dat van Leeuwarden/Ljouwert is – uiteraard – de leeuw.

Eigen water
Weer genoten van de twee uur durende wedstrijd van vandaag, al was het niet echt spannend te noemen. Grou heft ‘op eigen water’ gewonnen, dus groot feest op het water en op de wal.

Ljouwert is als negende geëindigd, maar heeft wel een tijdje op de vier plek gelegen. Aan het schip kan het niet gelegen hebben, hebben we eerder dit jaar gehoord op de donateursdag (meezeilen!), dus de bemanning moet de komende dagen nog even flink aan de bak. Komende zaterdag zijn we bij de wedstrijd op het IJsselmeer, dus een plek in het ‘linker rijtje’ zien wij graag.

De puntentelling is ingewikkeld. De winnaar krijgt 0,9 punten, de laatste 14, maar protesten kunnen strafpunten opleveren. Op één dag maakt dat misschien niet zoveel uit, maar in het klassement in het twee weken durende kampioenschap wel.

Zoals altijd de dag in Friesland besloten met een goede maaltijd. Dit keer in eetcafé Westersail in Earnewald. Een lekkere bieten carpaccio en een boerenschnitzel. Zeer aangenaam. En daarna nog dik twee uur terug naar Gouda rijden…

Schepen Ahoy!

In Harlingen me vandaag vergaapt aan de Tall Ships die er liggen afgemeerd. Prachtige historisch ogende, maar vaak moderne zeilschepen.

Ze liggen hier afgemeerd als tussenstop van de Tall Ships Races maar in Harlingen is er direct een groot evenement omheen gebouwd.  Een aantal van de schepen mag bezocht worden. Dus aan boord, trappetje op, trappetje af. Samen met de duizenden andere bezoekers. 

Vanaf de wal is een schip al een plaatje om te zien, maar aan boord kan er oog zijn voor details, zoals de houten haken waar de touwen van de zeilen aan worden vastgezet.
De manier waarop op dek de touwen netjes in een cirkel liggen opgerold. Koperen relingen… Alles straalt uit dat de eigenaars en bemanningen trots zijn op hun tall ships.

Schepen uit binnen- en buitenland. Zelfs uit het sultanaat Oman, de Shabab Oman II. Dan kijk je naar het infobord en zie je dat dat schip wel in Nederland is gebouwd.

Doedelzak

De bemanning van dit tall ship een waar feestje bouwt om hu aanwezigheid luister bij te zetten. Begeleid door een doedelzak (ja, die komt nu eenmaal van oorsprong niet uit Schotland) gaan ze al dansend op weg naar een middenterrein op de haven voor een touwtrekwedstrijd (tegen de bemanning van de Dar Mlodziezy uit Polen.

Dat Oman verliest is geen reden om weer al dansend op muziek terug te keren naar hun schip. Ook daar wordt later op dek nog een show van dans en muziek gegeven voor het publiek dat er in groten getale voor blijft staan kijken.

Harlingen is de perfecte plek voor een evenement als dit. Compact havengebied, maar voldoende ruimte (ook in de binnenstad trouwens) om zoveel schepen te herbergen.
En uiteraard ook voldoende ruimte voor het randprogramma (muziek van dj’s en dergelijke, kramenmarkt, presentatie van bijvoorbeeld de reddingsmaatschappij KNRM, activiteiten voor kinderen, eet- en drinktentjes) waarvan ik alles (op een lekkere smoothie na) aan me voorbij heb laten gaan.

WhatsApp
Bezoek gepland na bericht op WhatsApp van vrienden K+K, die met hun eigen boot door Friesland toeren en deze dag naar Harlingen zouden gaan om het evenement te bezoeken. Spontaan bedacht vandaag heen te gaan. 

Je moet er wel wat voor over hebben om er van Gouda heen te gaan. Gewoonlijk kun je elk uur met één trein van de NS van Gouda naar Leeuwarden en dan het laatste stuk naar Harlingen met een andere vervoerder (Arriva), maar niet vandaag.
Vanwege werkzaamheden aan het spoor is de reis in zes (!) delen geknipt, inclusief een 20 minuten durende busrit van Zwolle naar Meppel. Maar ach, het is zaterdag, de zon schijnt en er ligt een leuk evenement in het verschiet…

Natuurlijk met K+K in de loop van de middag twee keer een terras opgezocht. Op het eerste een Vlaams Paard van de hier gevestigde havenbrouwerij Het Brouwdok en later op het andere – je bent in Friesland of je bent het niet – Berenburg.
Al met al een fantastische dag!

Bekijk hieronder een korte filmimpressie:

Lang weekeinde Duitsland

Weekeinde Duitsland

Een lang weekeinde kerkvergadering in Bochum (Duitsland, Noordrijn-Westfalen). Leuk, want de enige kerk in Europa waar ik voor de International Presbytery van mijn kerk (Church of Scotland) nog nooit ben geweest.

De rit naar Bochum verliep afgelopen donderdag niet zoals gepland. Een vrachtauto had bij Oberhausen geen erg in zijn hoogte en ramde een spoorviaduct. Bij Arnhem moest mijn ICE dus omrijden via Den Bosch en Venlo richting Duitsland.
Tijdverlies door het omrijden en het wachten (bijna half uur) tot Prorail een gaatje had gevonden in het spoorrooster.
In plaats van 17.50 dus pas om 19.45 uur. En vanaf Venlo eerst met boemeltje naar Mönchengladbach, om laatste half uur nog even van de relaxte zit in een ICE te genieten.

Het was wel weer even wennen: in Duitsland zijn in het ov (en sommige gebouwen) het dragen van een mondkapje nog verplicht. En die fijne, stoffen van mijn werkgever werden niet getolereerd door de strenge toezichthouder in de regionale trein. Het moest de officiële FFP2 zijn Tja, die had ik uiteraard niet bij me. Colelga-toeizchthouder wel en die bood me er een aan, ,,omdat ik vandaag in een goerde bui ben…

Gelukje: hotel waar ik overnachtte dit weekeinde is vlak achter het station. Snel opfrissen dus en met predikant en zijn echtgenote die dezelfde rit maakten op etensjacht. Die gevonden – op loopafstand – in het Italiaanse restaurant Farina. Heerlijk op terras gezeten en genoten van een fantastische Carbonara. Die maaltijd weggespoeld met een frisse, droge Riesling. Niks mis mee om een reisdag zo te besluiten.

Het Ibis-hotel biedt kamers van het formaat schoenendoos, maar alles wat je nodig hebt zit er in. Zeer goed bed, goede douche. En een fantastisch ontbijtbuffet: boord, broodjes voldoende soorten beleg, uitstekende koffie en scrambled eggs (helaas geen bacon). Voor iemand zoals ik die niet luncht, genoeg om het daarna tot het avondeten uit te zingen.

Bratwurst

Vrijdag en zaterdag is goeddeels gevuld met vergaderen in het kerkgebouw naast de Pauluskirche, iets meer dan tien minuten lopen van het hotel.
Met de inhoud vermoei ik mijn lezertjes niet. In de avond echt Duits eten: bratwurst met een goede currysaus, klaargemaakt op de barbecue op het plein tussen de twee gebouwen.

O ja, en heerlijke Bochumse bieren: Moritz Fiege en Moritz Bernstein. Zeer ontspannen sfeer. Nodig ook wel, want vanwege corona hebben predikanten, ouderlingen en anderen elkaar niet in het echt kunnen ontmoeten.

Het middagprogramma van de vergaderagenda ging vlotter dan gepland. Dat betekende dat enkele ontwerpen naar voren konden worden gehaald. En dat had weer tot resultaat dat de zaterdagmiddag ineens ter vrije besteding was.

Mooie gelegenheid om onder een strakblauwe lucht van Bochum te genieten. Groot geworden door de mijnbouw, maar daar herinnert alleen een museum nog aan. Modern centrum naast de altstadt, met de St. Peter en Paul’s Propstei kerk (gebouwd door keizer Karel de Grote).

Heel bijzonder is de passage onder het spoor vlakbij hotel. Met neonverlichting staat er Wohin is verschillende talen (ook in het Nederlands). En als je de andere kant uitloopt staat er Woher (waar vandaan). Bijzondere manier om een saaie passage een vrolijk aanzien te geven. Zie de foto boven dit verhaal.

Groot nadeel van Bochum en de rest van Duitsland naar ik begreep, is dat je in veel winkels niet met je Nederlandse Visa-card of bankkaart kunt betalen. De terminals weigeren die steevast. In het land van de Europese Centrale Bank kun je dus niet met je pas betalen en moet je eerst een geldautomaat zien op te sporen (die zijn er gelukkig volop) om cash te halen.

Catering

Het zaterdagavonddiner dit keer niet in een restaurant. Er was catering geregeld (rekening man, zoals altijd met het avondeten op zaterdag tijdens de classis-weekenden) en vanwege het mooie weer kon dat opnieuw op het ‘kerkplein’. Opnieuw volop gelegenheid om bij te praten en bij mijn vertrek naar het hotel kort voor middernacht was het nog steeds niet koud buiten.

Zondag pas om 12.30 uur kerkdienst, omdat de Pauluskirche niet van de English Speaking Congregration (ECC) is, maar wordt gehuurd van de Protestantse kerk. Genoeg tijd dus om tussen ontbijt en inpakken en kerkdienst nog even van de zon te genieten. Na de kerkdienst voldoende gelegenheid om leden van de ECC te ontmoeten.

Blij dat na corona de International Presbytery van mijn kerk weer ‘in person’ bijeen kon zijn. Het volgende classis-weekeinde is in oktober in Boedapest.

Lopen door drie eeuwen geschiedenis

Stond al even op mijn lijstje, maar door corona was het complex niet toegankelijk. Vandaag dan binnen geweest in het 300 jaar oude fort Sint Pieter in Maastricht.

Het fort rijst op aan de zuidkant van de Limburgse hoofdstad. Een jaar geleden zag ik vanuit het Monseigneur Nolenspark, bij de voormalige Tapijnkazerne iets dat luiken leken van een groot gebouw. Hoog bovenop een heuvel. Na erheen te zijn gelopen, ontdek ik het fort.

En geen luiken, maar kanonsgaten of zo. Een fort, leerde ik van een informatiebord. Rondom gelopen. Rondleidingen waren er niet vanwege corona; de boel was op slot.

Nu dan de kans gekregen om onder leiding van een gids van Maastricht Underground het complex uit begin 1700 te betreden.

Belegerd
Het fort is ooit gebouwd om de Fransen die oprukten naar de stad Maastricht tegen te houden. Door de eeuwen heen is vestingstad Maastricht talloze malen belegerd en veroverd. De Sint-Pietersberg net buiten de stad is daar meermalen bij betrokken, meldt Natuurmonumenten, de huidige eigenaar van het complex.

De directe aanleiding om er een fort te bouwen is het beleg van 1673 door Lodewijk XIV, de Franse Zonnekoning. De stad wordt dan vanaf de berg beschoten. Stadscommandant Daniël Wolf van Dopff begint daarna aan de bouw van een stenen, vijfhoekig fort met maar liefst twaalf geschutsopstellingen.
In 1794 belegeren de Fransen de stad opnieuw. Vergeefs proberen zijn dan het fort op te blazen vanuit een gang in de Sint-Pietersberg. Het fort blijft ongedeerd, maar stad en dorp moeten zich uiteindelijk toch overgeven.

De Fransen blijken rond 1815 een ander fort (fort Willem I, op de Caberg), meer aan de noordkant van Maastroicht wel te kunnen passeren. Daar wordt nu mogelijk nog wel eens gevochten. In dit fort is thans een studentenvereniging gehuisvest…

Kruitdampen
Terug naar fort Sint Pieter. Gids Thom vertelt over de wijze waarop vanuit het complex de vijand werd tegengehouden door 400 soldaten met kanonnen en musketten.
De kanonnen staan er nog, maar zo verklapt de gids, ze zijn niet origineel. Te zien zijn kanonnen uit Zeeland. Toen daar een fort niet meer nodig was, hebben ze eerst dienst gedaan als afmeerpalen in een haven en sinds een jaar of tien, twintig hier neergezet om de geschiedenis van het fort te doen herleven.

De gids vertelt ook dat hoewel het fort in slechts een half jaar (!) is gebouwd, het wel een serieus bouwwerk is. Er is over van alles nagedacht. Om kruitdampen af te voeren was er zelfs een ventilatiesysteem.

Het fort is later verstevigd ofwel hoger gemaakt. Een tweede fort dus eigenlijk. En tijdens een rondleiding mag je helemaal naar boven.

Daar ontdek je de laatste militaire toevoeging van nog geen 100 jaar geleden: een ronde uitkijkpost met ramen. Gebouwd aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. Het is voor zover bekend nooit in gebruik geweest.

Nadat het fort niet meer nodig was voor de verdediging van de stad, is het in verval geraakt. Het werd in 1867 verkocht (als opslagruimten), de bovenste geschutstellingen moesten worden vernietigd. In 1936 kwam er een feestgelegenheid. In 2012 is het complex gerestaureerd en is nu samen met het omringende park een toeristische trekpleister. 

Bewust kiest men ervoor bij de restauratie bepaalde delen niet te reconstrueren maar ruïne te laten. Zo blijft de geschiedenis zichtbaar en is er ook plaats voor bijzondere planten en dieren.

Verdrag
Helemaal boven wappert de vlag van Maastricht: een rood veld met een witte ster. Niet zomaar, aldus de gids. Het is herleidbaar tot het Verdrag van Maastricht in 1843, toen de Nederlanden werden opgesplitst tussen wat nu Nederland en België is. 

België kreeg Antwerpen en Brussel, maar Maastricht moest bij Nederland horen werd afgesproken. Zeer tegen de zin in van de Maastrichtenaren die liever bij de zuiderburen wilden horen. De Maastrichtse vlag symboliseert de afkeer tegen het besluit.

De Nederlandse driekleur gaat hier alleen op Nederlandse nationale feestdagen in top. E als eerbetoon aan de Franse voor wie het fort is gebouwd, gaat de Franse vlag op 14 juli (quatorze juillet) in top.

Vanaf de top van het fort toont de gids nog even hoe Maastricht min of meer omsloten wordt door België. Alle windmolens die je rond de stad ziet, staan allemaal op het grondgebied van de zuiderburen.

Niet onvermeld mag blijven dat deze zaterdag een prima dag is voor een bezoek aan het fort. Stad en ommeland schitteren onder een strakblauwe hemel en een heerlijke temperatuur. Het maakt het bezoek alsmede de wandeling erheen tot een feestdag. 

Terras
En als ik dan toch een feestje met mezelf vier aan het einde van mijn vakantie, moet er ook gegeten en gedronken worden.

Dat doe ik als altijd op het terras van café Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein. Een Maastrichts biertje (nou ja, twee) Royale Martinus en het typische Limburgse streekgerecht zoervleis.

Hoop dat het echte Walcheren er beter aan toe is

Doel van de dagtocht was Miniatuur Walcheren, maar Het had niet meer de aantrekkingskracht die ik als kind had. Het valt in het niet bij Madurodam.

Meer dan een halve eeuw geleden dat ik er was (toen nog op een andere plek in Middelburg), dus herinneringen aan de miniatuur-uitvoering van het eiland Walcheren heb ik niet. Toch leek het me aardig deze stralende donderdag uit te kiezen voor een hernieuwde kennismaking. 

De eerste aanblik is mooi. Ook al herken ik behalve de Lange Jan en de Abdij van Middelburg geen der gebouwen, het is leuk om het eiland in het klein te zien.

Een tweede rondgang toont echter dat onderhoud hier dringend noodzakelijk is. Het mini-eiland heeft betere tijden gekend. Scheuren tussen de delen van verschillende gebouwen, ontbrekende figuren, een deel van een kermisattractie, afgebladderde verf…

Voor kinderen (en daar is het park natuurlijk primair voor bedoeld) maakt het ongetwijfeld niet uit. Maar kom op Miniatuur Walcheren, of Mini Mundi zoals het nu heet, wees eens trots op je collectie en doe er wat aan! Ik vermoed zomaar dat het echte Walcheren er een stuk beter aan toe is.

Voor de kinderen is er nog genoeg te beleven in het attractiepark. Een naastgelegen speeltuin zo groot als Miniatuur Walcheren zelf, een rondrit met een treintje. Ouders hebben … uhhh geen kind aan het grut hier. De alleenreizende volwassene heeft het echter na een kleine twee uur wel bekeken. 

Kloostergang
En dus keer ik te voet (40 minuten) terug richting centrum van het echte Middelburg.

Wie even de rust zoekt, is de Abdij van Middelburg een mooie plek. Vroeger het het klooster van de norbertijnen, nu het domein van het provinciebestuur en het Zeeuws Museum. 

Zeker op deze marktdag een levendige binnenstad, een keur aan terrassen. Die terrassen zijn vol.

Een paar jaar geleden al eens geweest. Nu zag ik mensen een openstaande deur passeren. Ben ze gevolgd en kwam nu terecht in de kloostergang. Een fraaie binnenplaats waar stilte heerst. Een genot om een kwartiertje op een bankje te zitten.

Ook bijzonder is de binnenplaats van het oude stadhuis en vleeshal, nu het domein van University College Roosevelt.

Inderdaad, vernoemd naar de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, wiens voorouders uit Zeeland (Tholen) afkomstig zijn. Een buste van hem was er al (in een museum) en in de jaren tachtig is er een bijgekomen van zijn vrouw. Ze zijn nu te bewonderen op de binnenplaats.

Park
Miniatuur Walcheren was tot 2009 gevestigd vlakbij dit deel van de stad. Daar is nu het Molenwater Park, maar op Google Maps zie ik de contouren van wat mini-Walcheren moet zijn geweest te zien. Dat maakt dat ik een volgend bezoek aan de Zeeuwse hoofdstad in gedachten houd. 

Niet alleen daarom hoor. Heb bij café De Zaak (Pottenmarkt) genoten van het Zeeuwse bier Zeeuwsche Zonneschijn (heel toepasselijk voor deze dag). Een lekkere bite, een zuurtje, zes procent alcohol. Heerlijk dorstlessend.
De kroegbaas vertelde dat hij meer bieren van de lokale brouwerij Baardaap heeft. Dus moet ik proefondervindelijk ontdekken of die net zo lekker zijn…

Hieronder eerst een filmpje van Miniatuur Walcheren. Het tweede, korte filmpje laat je kennismaken met de stilte in de kloostertuin van de Abdij van Middelburg.

Frieslân Boppe

Om goed vakantiegevoel te krijgen een lang weekeinde naar Friesland geweest. Geen Scotland dit jaar (door de coronainreisregels en de hoge besmettingsgraad daar heb ik mezelf geen groen licht gegeven), maar wel paar weken vrij.

Om te voorkomen dat ik zeker de eerste dagen steeds achter de pc zou kruipen, bewust gekozen voor een lang weekeinde weg. Pas lang na hotelboeking bedacht dat ik er nog een week bij zou nemen. Ervoor dus. Die dagen benut met andere uitstapjes. Nu dus Friesland met bezoek aan Joure, Stavoren, Makkum en standplaats Workum.

De weersvooruitzichten waren niet best, maar uiteindelijk is het met de regen best meegevallen. Zeker de zaterdag met buitenactiviteiten was prima. 

Zoals in Stavoren. Had hier deze dag met vrienden moeten zijn om ‘ons’ Ljouwerter skûtsje aan te moedigen in de SKS race op het IJsselmeer. Maar ja, skûtsjesilen afgelast vanwege corona.

Toch maar even traditiegetrouw over de dijk gelopen. Altijd leuk om te doen, zeker als het flink waait. Het stadje is relatief rustig. Wel veel bootjes in de oude haven, maar het is niet de drukte die je hier met het skûtsjesilen hebt. Natuurlijk even langs het beeld van het Vrouwtje van Stavoren gelopen.

Kitesurfen

In de middag in standplaats Workum naar het strand geweest. Al eerder overnacht in deze Friese stad, maar nooit verder geweest dan de route hotel < – > centrum (terras, restaurant). Bonus, want op het strand van het IJsselmeer is het een drukte van belang. Kitesurfers die zich opmaken om het beste van de wind te hebben op het water. Kleurrijk schouwspel. 

De surfers gaan met flinke snelheden over het water. Mij zul je zoiets niet zien doen (‘ik heb last van mijn knie, maar weet nog niet welke’), maar fantastisch om gade te slaan. Zelf kijken? Er is een streaming webcam, gericht op het strand. Wie weet zie je ze gaan…

Deze zaterdag was overigens de tweede dag van het verblijf in Friesland. Vrijdag bezoek aan Joure. Doel: Museum Joure. Eigenlijk is het een verzameling musea, waaronder dat van Douwe Egberts. Leuk om even in de geschiedenis van mijn werkkoffie te duiken. 

Klokken

In andere gebouwen bevindt zich onder andere het museum dat gewijd is aan de Friese klokkenmakerijen. Stoeltjesklokken, staartklokken en noem maar op.

De een geeft alleen de tijd aan, een andere heeft ook bewegende taferelen, soms Bijbels van aard. Zoals Abraham die zijn zoon zal offeren  (foto links) en het Salomonsoordeel.

De klokken geven verschillende tijden aan, zodat ze niet allemaal tegelijk het hele uur aan geven…

Minstens zo leuk is de drukkerij, met drukpersen uit lang vervlogen tijden. De geur van de inkt doet me terugdenken aan de eerste jaren bij Rijn en Gouwe, eind jaren zeventig/begin jaren tachtig. Na de avonddienst moest er soms nog een foto naar de drukkerij in Den Haag worden gebracht, of later in Rotterdam. Als je door die gebouwen liep, rook je de inkt van de drukpersen waarop de kranten werden gedrukt.

Het bijwonen van de kerkdienst in de Grote of Sint-Gertrudiskerk op zondag leek een domper te worden. De ouderling van dienst deed de mededelingen aan het begin van de kerkdienst in het Fries. Ik vreesde dat de gehele dienst in die taal zou worden gehouden. En op een enkel woordje na, spreek en versta ik die taal niet… Gelukkig was de dienst in het Nederlands, op één lied na.

Makkum

De rest van de zondag gebruik om de regio te doorkruisen. Makkum, Oudega, Ferwoude, Gaast, Gaastmeer, Idsegahuizum en nog wat dorpen waarvan ik het bestaan niet kende.

Zowel zaterdag als zondag afgesloten met heerlijke etensmalen in restaurant De Gulden Leeuw.

De Gulden Leeuw

Eerst borrelen op het terras (uiteraard Berenburg van de Weduwe Joustra), daarna aan een tafel bij het raam. Prima eten, lekkere wijn (een Spaanse grenache, aanrader) goede, attente bediening. Helemaal niets op aan te merken.

Als ik het dan toch over eten heb: overnachtingsplek Gast Inn biedt behalve goede kamers, ook een heerlijk ontbijtbuffet. Voor iemand die de lunch altijd overslaat (uitzonderingen daargelaten), is een goed ontbijt essentieel. Geen bacon and eggs, maar genoeg keus om met een volle maag op pad te gaan.

De laatste dag van dit lange weekeinde koers gezet naar Lelystad, voor een hernieuwde kennismaking met Aviodrome, het luchtvaartmuseum naast vliegveld Lelystad. Wel heel druk vandaag. Toch genoeg ruimte om te genieten van oude vliegtuigen en bijvoorbeeld de kopie van het oude luchthavengebouw van Schiphol.

Friesland en de Noordoostpolder zijn geen Scotland, maar hebben me toch voldoende vakantiegevoel gegeven.

Hieronder een drietal filmpjes van dit weekeinde:

Kitersurfen
Workum bij de sluis
Stavoren

Corona lijkt al verleden tijd

Voor het eerst een uitje gehad op Goudasfalt (terrein voormalige Koudsafalt) in Gouda. Horeca wordt geëxploiteerd door Rederij De Vrijheid.

Mixed feelings, zoals dat heet. Prachtige locatie aal de zuidoever van de Hollandsche IJssel, met zicht op de historische binnenstad van mijn Gouda. Goed concept ook. Naast (nu gesloten) binnenrestaurant ook een groot stadsstrand waar het op deze zonnige zondagmiddag goed toeven is. Op zichzelf prima plek om vrienden mee naar toe te nemen voor weer eens geheel andere horecavermaak op loopafstand van het vrijheid kleinstadscentrum Gouda.

Dan de minpunten vanmiddag. Er was een foodtruckfestial aangekondigd, maar meer dan één truck heb ik niet gezien. Wel goed eten. Aan de overzijde van de eetauto de gewone bestel- en afhaalbuitenbar van De Vrijheid.
Of het komt door de drukte op deze mooie zondagmiddag, weet ik niet, maar het horecateam kwam op mij over als een niet goed geoliede machine.

Wat erger is: de coronamaatregelen worden er niet nageleefd. 1,5 Meter afstand houden? Niet hier. Wel reserveren van te voren en vol is vol. Maar verder…
Achter ons in elk geval twee groepen die dicht opeengepakt zitten. Niemand maakt mij wijs dat aan de twee aaneengeschoven picknicktafels de leden van één huishouden zaten. Ook aan devrijheid 2 klein andere tafel had met het heel gezellig zo plakkerig tegen elkaar aan. Alsof corona niet bestaat.

En niemand van horecapersoneel dat ingreep, al is het maar vanwege de kans op (torenhoge) boetes. En handhaving van de gemeente Gouda laat zich op afstand van het horecaplein Markt niet zien. Moet ze misschien een volgend zonnig weekeinde toch maar eens doen.

Wil nog wel eens terug naar dit stadsstrandrestaurant, maar ik wacht veiligheidshalve wel tot corona definitief verleden tijd is.

Mooi Maastricht

De weersvoorspelling is uitmuntend, dus belofte aan mezelf ingelost en per trein naar Maastricht. Altijd een favo stad voor een daagje uit.

Geen museumbezoek dit keer. Wil volop genieten van de zon en de warmte. Want het voelt bij aankomst op het NS-station van Maastricht. Denk heel even dat er zo’n muurschildering kleinterrasheater in de buurt staat, maar het is toch echt zonnewarmte. Heerlijk.

Er wordt trouwens driftig gerestaureerd aan het monumentale stationsgebouw. Er is oog voor details. In de vernieuwde AH to go is een originele wandschildering uit 1961 weer zichtbaar gemaakt. Een plaatje.
Bij de renovatie van het in 1915 gebouwde station worden nog meer elementen in de oude luister hersteld en krijgen eerder niet toegankelijke ruimtes nieuwe publieksfuncties. Zo wordt er in de vroegere visitatieruimte een grand café gevestigd. Meer informatie over de restauratie van het stationsgebouw vindt je hier.

Standswandeling langs de oude vestingwal. In maart van dit jaar is een deel van degedicht klein stadsmuur bij de vijver De Vijf Koppen (stadspark, Sint Pieterskade) bezweken. Is nog steeds niet hersteld. De Maastrichtse stadsdichter Maarten van den Berg heeft zich er op uitgeleefd. Nu de werkzaamheden op het oog voorlopig stil liggen, is het gedicht op een groot geel doek geplaatst over het gat in de muur.

Het gedicht:

ontembaar vocht de muur tegen vijand en vuur, tot zij
koortsig bollend bezweek, keien als koppen liet rollen
haar buik waarachtig een wortelkraker bleek
en vijf eeuwen opende om de tijd opnieuw te stollen

Daarna doorgelopen naar een plek op de stadsmuur waar het goed toeven is. Vanaf bankjes kijk je uit over de Tapijntuin. Helaas schermt een deel van de bomen het beeld kleinzonlicht af. Dus doorgelopen naar het Aldenhofpark. Daar wel een plek waar de zon volop haar werk kan doen.

Bijzonder in deze hoek van Maasstricht blijft ook het beeld van een van de drie musketiers, d’Artagnan. Bekend uit het boek van Alexandre Dumas (Eén voor allen, allen voor één). Maar d’Artagnan blijkt echt te hebben bestaan. Charles de Batz-Castelmore, seigneur d’Artagnan is in Maastricht in 1673 gesneuveld toen Franse troepen de stad belegerden.

Uiteraard ook koers gezet naar het Onze Lieve Vrouweplein, omklein bier bij mijn stamcafé Charlemagne neer te strijken. Wat ik hoopte, komt uit. Het terras is in gebruik. Wat zeg ik: alle terrassen op het plein zitten vol. De zonnige dag is goed voor de Maastrichtse horeca. Na een heerlijk tapbiertje ( Maastrichter Malthezer ) genuttigd te hebben met de trein via Valkenburg naar Heerlen, om de terugreis naar Gouda aan te vangen.

Pas voorbij Den Bosch, als de schemering al inzet, begint het te regen. Maakt me niet uit. Mijn dagje Maastricht kan niet stuk.

 

servaes klein

Whisky galore

Ruud op het International Whiskyfestival in Den Haag is als een kind in een snoepjeswinkel. Een middag lang (van 13.100 – 17.00 uur) een paar honderd whisky’s zien en er een stuk of vijftien proeven. Voor mij inmiddels een jaarlijkse traditie in november. Het festival (vrijdagavond, zaterdag en zondagmiddag) beleefde dit festival kleinweekeinde zijn twintigste editie.
Kleine hoeveelheden per keer (omgerekend zeven [?] gewone glazen), maar man, man, man wat een moois was er weer te proeven vanmiddag. De ene verrassing na de andere.

Bij binnenkomst een standaard whisky genomen om in de juiste stemming te komen en mond en neus alvast aan het werk te zetten. Een Glengoyne.

Daarna neef D en vriend M opgezocht om samen aan het echte werk te beginnen. Direct Cley kleinmet de neus in de boter, uhhh, het whiskyglas bij Cley distillery uit Rotterdam. Inderdaad, een Nederlandse whisky dus. Maar andere distilleerderijen in Nederland laten al jaren zien, dat whisky niet per se uit Scotland hoeft te komen.
Bij deze stand twee fraaie malts geproefd, waarbij die uit het Oloroso vat het lekkerste was. Vier jaar oud pas (de distilleerderij bestaat pas een aantal jaren), dus een goede belofte voor de toekomst. Boven mijn budget, maar je kunt ook je eigen vat ( 10, 65 of 100 liter) kopen, laten afvullen en laten opslaan bij Cley en na een x-aantal jaren laten bottelen.

Robert Burns
Vervolgens enige tijd doorgebracht bij de stand van Annandale, uit Dumfries, de regioannandale klein ten zuidoosten van Glasgow. Twee mooie, nieuwe (uit 2018) Lowland whisky’s geproefd, de peated Man O’Sword (verwijzing naar William Wallace en de unpeated (gelagerd op Oloroso vat) Man O’Words (Robert Burns). Verschillend van karakter uiteraard, maar beide niet te versmaden.

En niet dat ik een fles zal kopen, maar deze
1770 van de vijf jaar oude Glasgow Distillery mag er best zijn. Een zachte, fruitige young spirit.

Het voordeel van een whiskyfestival is dat je voor relatief weinig geld veel kunt proeven om te ontdekken wat je lekker vindt en niet. Zo kom je niet voor ene teleurstelling te staan als een voor veel geld gekochte fles helemaal jouw smaak niet is. Dat ontdekten we Talisker kleinvanmiddag. De Game of Thrones van Talisker op het eiland Skye is zo’n teleurstelling. Duidelijk een marketingdingetje dat inhaakt op de populaire (bij sommigen) Amerikaanse fantasy-televisieserie Game of Thrones. Hoe de serie is, weet ik niet, maar de whisky is ronduit vlak. Niks spannends aan. Veel minder dan de gewone Talisker en al helemaal niet te vergelijken met de bijzondere Talisker Arran kleinStorm.

Nee, dan de 10 jaar oude Arran non-chill filtered en de cask strength. Dit zijn whisky’s  die je graag van Sinterklaas op pakjesavond zou krijgen. De 10 jaar oude is al een genot voor de smaakpapillen, die cask strength nog meer. Wat een sensatie in de mond.

Leuk, maar niet overdreven bijzonder was ook de Glen Moray Fired Oak. Glen Moray ken ik van mijn vakantie. Heb altijd een fles in de auto voor bij de tent. Een whisky zonder poespas, een ‘doordrink whisky’ zoals ik thuis de Glen Talloch drink.
De Fired Oak belooft veel. De naam verwijst naar het zwart branden van de binnenkant van de vaten (American Oak). De whisky zelf heeft een goed smaakpalet. Helemaal niks mis mee.

Tasmania kleinNieuw en mooie whisky uit Australië geproefd ook vanmiddag. De 10 jaar oude Roring forty van Hellyers Road Distillery uit Tasmanië, Australië. Licht van smaak, beetje zoet niet complex, met 46,2 procent alcohol (ABV) zeer goed te doen. Wat je ver haalt is lekker, zegt men. Dat klopt wel. Ik zou geen nee zeggen als mij een fles wordt aangeboden.

Pagode
Geen whiskyfestival is compleet voor mij zonder even iets geproefd te hebben bij Highland Park. Heb de distilleerderij al een aantal Highland Park kleinkeren bezocht en geniet altijd van omrijden uit Kirkwall naar mijn camping in Deerness. De lucht uit de pagode schoorsteen die via de ventilatie je auto binnendringt… De Dragon Legend dit keer geproefd. Een kleur van diep goud, de turf of peat (van Hobbister Moor in het westen van mainland) duidelijk aanwezig zonder te overheersen.

Nog een blend geproefd waar eveneens niets mis mee is, de 12 Y The Ancestor van Dewar’s. Verrassend. Een gewone blend zou je zeggen, maar er blijft iets van turfsmaak hangen in de mond. Dat maak je niet altijd mee.

Turf
Heel, echt heel bijzonder was de Port Askaig 28 Y. Port Askaig is behalve een dorp op het eiland Islay ook een whiskyhandelsmerk van Speciality Drinks, het bedrijf achter The 100 Proof kleinWhisky Exchange van Sukhinder Singh. Port Askaig zegt nooit welke malts van Islay worden gebotteld, maar deze 28 jaar oude komt toch wel erg overeen met Laphroaig, stellen we voorzichtig vast, samen met W. die de prachtige stand van Bresser en Timmer. Winkelwaarde van één fles: 350 euro!
Heel mooi hier was ook de Port Askaig 100 Proof. De turf ook overduidelijk aanwezig en zoals de ‘100 Proof’ voor de kenners al doet vermoeden: 57,1 procent alcohol (ABV). Blijft lekker lang hangen in de mond. Echt iets voor een koude winteravond.

Zeker sinds oud-collega van me met die achternaam de Kilchoman kleindistilleerderij op Islay heft bezocht, ook even genipt bij Kilchoman. De standaard whisky en toen de limited edition STR cask matured, waarbij STR min of meer staat voor schoongemaakt, geschuurd en daarna geroosterd en gebrand (charred) aan de binnenzijde. Zeven jaar oud, 50 procent ABV. Fantastisch.

Kortom, nou ja, kort… weer een fantastisch festival.

festival 2 klein