Ruud op het International Whiskyfestival in Den Haag is als een kind in een snoepjeswinkel. Een middag lang (van 13.100 – 17.00 uur) een paar honderd whisky’s zien en er een stuk of vijftien proeven. Voor mij inmiddels een jaarlijkse traditie in november. Het festival (vrijdagavond, zaterdag en zondagmiddag) beleefde dit
weekeinde zijn twintigste editie.
Kleine hoeveelheden per keer (omgerekend zeven [?] gewone glazen), maar man, man, man wat een moois was er weer te proeven vanmiddag. De ene verrassing na de andere.
Bij binnenkomst een standaard whisky genomen om in de juiste stemming te komen en mond en neus alvast aan het werk te zetten. Een Glengoyne.
Daarna neef D en vriend M opgezocht om samen aan het echte werk te beginnen. Direct
met de neus in de boter, uhhh, het whiskyglas bij Cley distillery uit Rotterdam. Inderdaad, een Nederlandse whisky dus. Maar andere distilleerderijen in Nederland laten al jaren zien, dat whisky niet per se uit Scotland hoeft te komen.
Bij deze stand twee fraaie malts geproefd, waarbij die uit het Oloroso vat het lekkerste was. Vier jaar oud pas (de distilleerderij bestaat pas een aantal jaren), dus een goede belofte voor de toekomst. Boven mijn budget, maar je kunt ook je eigen vat ( 10, 65 of 100 liter) kopen, laten afvullen en laten opslaan bij Cley en na een x-aantal jaren laten bottelen.
Robert Burns
Vervolgens enige tijd doorgebracht bij de stand van Annandale, uit Dumfries, de regio
ten zuidoosten van Glasgow. Twee mooie, nieuwe (uit 2018) Lowland whisky’s geproefd, de peated Man O’Sword (verwijzing naar William Wallace en de unpeated (gelagerd op Oloroso vat) Man O’Words (Robert Burns). Verschillend van karakter uiteraard, maar beide niet te versmaden.
En niet dat ik een fles zal kopen, maar deze
1770 van de vijf jaar oude Glasgow Distillery mag er best zijn. Een zachte, fruitige young spirit.
Het voordeel van een whiskyfestival is dat je voor relatief weinig geld veel kunt proeven om te ontdekken wat je lekker vindt en niet. Zo kom je niet voor ene teleurstelling te staan als een voor veel geld gekochte fles helemaal jouw smaak niet is. Dat ontdekten we
vanmiddag. De Game of Thrones van Talisker op het eiland Skye is zo’n teleurstelling. Duidelijk een marketingdingetje dat inhaakt op de populaire (bij sommigen) Amerikaanse fantasy-televisieserie Game of Thrones. Hoe de serie is, weet ik niet, maar de whisky is ronduit vlak. Niks spannends aan. Veel minder dan de gewone Talisker en al helemaal niet te vergelijken met de bijzondere Talisker
Storm.
Nee, dan de 10 jaar oude Arran non-chill filtered en de cask strength. Dit zijn whisky’s die je graag van Sinterklaas op pakjesavond zou krijgen. De 10 jaar oude is al een genot voor de smaakpapillen, die cask strength nog meer. Wat een sensatie in de mond.
Leuk, maar niet overdreven bijzonder was ook de Glen Moray Fired Oak. Glen Moray ken ik van mijn vakantie. Heb altijd een fles in de auto voor bij de tent. Een whisky zonder poespas, een ‘doordrink whisky’ zoals ik thuis de Glen Talloch drink.
De Fired Oak belooft veel. De naam verwijst naar het zwart branden van de binnenkant van de vaten (American Oak). De whisky zelf heeft een goed smaakpalet. Helemaal niks mis mee.
Nieuw en mooie whisky uit Australië geproefd ook vanmiddag. De 10 jaar oude Roring forty van Hellyers Road Distillery uit Tasmanië, Australië. Licht van smaak, beetje zoet niet complex, met 46,2 procent alcohol (ABV) zeer goed te doen. Wat je ver haalt is lekker, zegt men. Dat klopt wel. Ik zou geen nee zeggen als mij een fles wordt aangeboden.
Pagode
Geen whiskyfestival is compleet voor mij zonder even iets geproefd te hebben bij Highland Park. Heb de distilleerderij al een aantal
keren bezocht en geniet altijd van omrijden uit Kirkwall naar mijn camping in Deerness. De lucht uit de pagode schoorsteen die via de ventilatie je auto binnendringt… De Dragon Legend dit keer geproefd. Een kleur van diep goud, de turf of peat (van Hobbister Moor in het westen van mainland) duidelijk aanwezig zonder te overheersen.
Nog een blend geproefd waar eveneens niets mis mee is, de 12 Y The Ancestor van Dewar’s. Verrassend. Een gewone blend zou je zeggen, maar er blijft iets van turfsmaak hangen in de mond. Dat maak je niet altijd mee.
Turf
Heel, echt heel bijzonder was de Port Askaig 28 Y. Port Askaig is behalve een dorp op het eiland Islay ook een whiskyhandelsmerk van Speciality Drinks, het bedrijf achter The
Whisky Exchange van Sukhinder Singh. Port Askaig zegt nooit welke malts van Islay worden gebotteld, maar deze 28 jaar oude komt toch wel erg overeen met Laphroaig, stellen we voorzichtig vast, samen met W. die de prachtige stand van Bresser en Timmer. Winkelwaarde van één fles: 350 euro!
Heel mooi hier was ook de Port Askaig 100 Proof. De turf ook overduidelijk aanwezig en zoals de ‘100 Proof’ voor de kenners al doet vermoeden: 57,1 procent alcohol (ABV). Blijft lekker lang hangen in de mond. Echt iets voor een koude winteravond.
Zeker sinds oud-collega van me met die achternaam de
distilleerderij op Islay heft bezocht, ook even genipt bij Kilchoman. De standaard whisky en toen de limited edition STR cask matured, waarbij STR min of meer staat voor schoongemaakt, geschuurd en daarna geroosterd en gebrand (charred) aan de binnenzijde. Zeven jaar oud, 50 procent ABV. Fantastisch.
Kortom, nou ja, kort… weer een fantastisch festival.


plaats van Ljouwert Boppe.
Na de regen van de afgelopen dagen was het vanmiddag goed toeven op de dijk. Prima zicht op het wedstrijdveld (een 
Niet gekozen om het dorp, maar om de beschikbaarheid van voldoende hotelkamers. De keus was gevallen op
zojuist gearriveerd. Een leverantie met een traan. Het is voor het laatst dat importeur Rob Groot mijn ‘eigen’ wijn naar Gouda heeft gebracht. Hij stopt er mee en daarmee stopt ook het project Mas Aupellière/Domaine Saladin na dertig jaar!
Begin jaren 90 ontdekte ik via de Volkskrant een wijnproject, waarbij de deelnemers jaarlijks een vast bedrag storten en in mei/juni hun deel van de wijkopbrengst kregen. Het kwam, inclusief eigen etiket, neer op ongeveer tien gulden per fles.
een mooi glas (wat zeg ik: fles) wijn en een mooi stuk vlees, artisjokken, kaas en wat er nog meer voor lekkers is.
echter dat het opslagwijn was. De wijn die in het voorjaar werd afgeleverd kon bijvoorbeeld al met Kerst worden gedronken, maar na een paar jaar was de wijn voller van smaak. In mijn kelder ligt nog een fles van het allereerste jaar, 1989. Of die nog te drinken is, weet ik niet. De fles heeft echter eeuwigheidswaarde: het was het allereerste jaar van ‘mijn eigen wijn’.
betekende dit dat deze natuurlijk is en er geen gistcellen moeten worden toegevoegd. Dit kan alleen wanneer de druiven en de wijngaard in een goede conditie zijn. De toplaag van de bodem bestaan uit ‘cailloux’ keien. Deze houden de zonnewarmte vast, wat de rijping bevordert en de keien zorgen bovendien voor een goede drainage. De wijngaarden van Louis en Annick Saladin strekken zich uit over zo’n 15 ha op het zogenaamde Plateau van Brissand . ‘Onze’ wijn kwam van de wijngaarden Chaveyron en Peyraube. De bodem is kiezelhoudend en watert goed af.
De organisatie zocht naar alternatieven. Mijn keus viel op Domaine Fond Croze. Uiteraard weer met eigen etiket. De wijn kwam van de 64 hectare grote wijngaard St. Roman de Malegarde, een dorpje in de Vaucluse. De Confidence die ik geleverd kreeg, bestond voor 70 procent uit grenache en voor de rest uit syrah. De wijn heeft een houtlagering gehad. Het alcoholgehalte is 14 procent. Een stevige, maar niet zware wijn met een breed smaakpalet, kruidig en wat aards.
daterende familiebedrijf van Gérald Serrano. Leuk, zo’n familiebedrijf. Decennia geleden (1979) toegetreden tot een coöperatie en die in 2003 verlaten om weer een eigen bedrijf te worden.
Aan einde proeverij kwam voor mij de
vanavond is voor mij de
ik die had geproefd en kon deze malt weer zeer waarderen.
De eerste,
uitdagende smaaksensatie in de mond en op de tong, dat ik gelijk besloten heb een fles te kopen. Is verder uitverkocht, dus een fles om zuinig aan mee te doen.
om al die verschillende typen aan te schaffen gaat mijn begroting te boven…
De proeftuin geeft een beeld van wat Boskoopse tuinders/boomkwekers hebben te bieden, maar er is ook een uitspanning bij (theeschenkerij, streekwinkel, klik op de link hierboven). En er zijn workshops.
kneepje van het tajinekookvak. Hoe je de gerechten (vis, kip, gehakt, lamsvlees en een vegetarische schotel) opbouwt in de tajine, het toevoegen van de juiste kruiden en veel uitleg over de Marokkaanse keuken. Fantastische gedaan. En uiteraard na afloop alles opgegeten.
Een vergelijking van Schotse whisky en Ierse whiskey op deze proeverij. Ben bekend met en liefhebber van Schotse whisky’s, maar weet dat er ook buiten God’s own country fraaie whisky’s worden gemaakt. Vanavond is dat weer eens bewezen.
steeds een Schotse en een vergelijkbare Ierse whiskey geproefd. Met dank aan Huub en Richard voor de uitleg over whisky in het algemeen en informatie over de verschillende merken.
begonnen in de voormalige Jacobskerk. Inmiddels uitgegroeid met een nieuwe, ruimere vestiging op een industrieterrein.
Koyt. Tot slot kregen we nog een
begin had Oxford de leiding. Prachtige
geleden met André voor het eerst de wedstrijd bijgewoond. Hij vond dat we dan wel voor de een of de ander moesten zijn. Gewoon, voor de spanning en de leut. Ik koos Oxford. EN OXFORD WON….