Tornado: nieuw zicht op Rotterdam

Gelokt door de vormgeving van de uitkijktoren boven de honderd jaar oude havenloods San Francisco, vandaag koers gezet naar wat nu het Kunstmuseum Migratie heet, in Rotterdam.

Weet niet of ik de enige ben, maar het museum zelf is tweede keus voor mijn bezoek aan Fenix op Katendrecht. De echte aandachtstrekker is het futuristisch vorm gegeven, zilverkleurige uitkijkplatform Tornado. Al van afstand van het museum kan het niet worden gemist. Het heeft iets weg van een glijbaan in een zwemparadijs, maar vanaf de begane grond in het museum is hetde ‘huls’ van het trappenhuis tot bovenin.

Maar eerst het vorige week door koningin Maxima geopende museum zelf. De 130 meter lange loods uit 1923 stond al decennia leeg en heeft nu een nieuwe functie. Van binnen aangepast aan de functie museum, maar de oude constructie is wel goed zichtbaar gebleven.

De ruimten zijn niet volgestouwd met kunst (behalve dan het ‘Kofferdoolhof’ op de begane grond), waardoor de tentoon gestelde werken goed tot hun recht komen. Hetzelfde gevoel heb ik altijd in Beelden aan Zee in Scheveningen, je krijgt er geen claustrofobische gevoelens.

Bus
Het meest tot de verbeelding sprekende object in de openingstentoonstelling op de eerste verdieping, is de bus van de Amerikaanse kunstenaar Red Grooms. Klein, dus een voor een naar binnen om te kijken en foto’s te maken. Leuk detail is dat je naast een vrouw die zich staande lijkt te houden door haar hand in een lus boven haar hoofd te steken, kunt staan. Jouw hand ook in een lus en dan op de foto… Heb ik uiteraard ook gedaan en rondgestuurd via de socials.

Bijzonder is ook een deel van de Berlijnse Muur. En bij het zien van giga grote blauwe slippers kun je een glimlach niet onderdrukken. Alles goed zichtbaar, want het museum kent grote, hoge ramen, dus er kan veel daglicht naar binnen.

Het Kofferdoolhof op de begane gronde bleef je het best met de audiotour. Bij een aantal de zeer vele gestapelde koffers, krijg je het verhaal achter de koffers, of eigenlijk de eigenaar ervan te horen.
Al met al een mooi museum, waar je een uitgebreid beeld krijgt van migratie is al haar facetten.

Maar zoals eerder in het verhaal geschreven, ging het me vandaag vooral om de Tornado van de Chinese architect Ma Yansong, het uitkijkplatform op het dak. Via twee deels in elkaar overlopende trappen kun je omhoog. Een klim, maar door de vormgeving zijn die klim en later de afdaling zeer leuk. En voor wie het toch teveel moeite is, is er een lift.

Holland Amerika Lijn
Een nieuwe manier om op 22 meter hoogte over een deel van Rotterdam uit te kijken. Van de Euromast tot de Erasmusbrug, de Nieuwe Maas, uiteraard het iconische gebouw van de Holland Amerika Lijn. Onder je zie de containerschepen varen, net als de rondvaartboten van d Spido en de watertaxi.

Dat ik juist vandaag hier ben, is geen toeval. Het is schitterend weer, dus bepaald geen straf om dik een uur hier van het uitzicht te genieten. Zal dus vast nog wel een keer gaan.

Nu kost het je nog vijftien euro, maar volgens de website zal uiteindelijk ook de Museumjaarkaart hier geldig zijn.

Hieronder nog een filmpje, gemaakt vanaf het uitkijkplatform van de Tornado.

Breaking waves in 86.000 driehoekjes

Stond al een paar weken op mijn lijstje en vandaag erheen: Braking waves in museum Beelden aan Zee. Indrukwekkende installatie van Nederlandse kunstenares Ana Oosting. Eén, ruimte vullend werk; het verveelt geen moment. En het is nog wel haar eerste grote museale solotentoonstelling. Petje af!

Nooit van Oosting gehoord, maar zag de aankondiging van de tentoonstelling en die had gelijk een grote aantrekkingskracht op mij. Het echt is veel mooier dan de foto’s bij de aankondiging en ook de foto hierboven. Zie onderaan het filmpje om echt een indruk te krijgen van het continu bewegende kunstwerk.

Heb het wel vaker dat de omschrijving van kunst me te zweverig is. Ook nu weer. Dit van de website van Beelden aan Zee:

Het werk van de Nederlandse kunstenaar Ana Oosting (1985) benadrukt de onderlinge verbondenheid van alle levende wezens, zowel menselijke als meer-dan-menselijke entiteiten. Haar benadering reikt verder dan de levende wereld. Met behulp van uiterst nauwkeurige patronen van zorgvuldig gemaakte, herhalende ‘waterbom-vouwen’ laat zij haar materialen tot leven komen. Ze belichaamt het idee dat zelfs niet-levende materie kan reageren en handelen, in plaats van slechts een object te zijn dat aan de menselijke wil onderworpen is. Oosting maakt werk met materialen, in plaats van werk van materialen. 

Draak
Het zal wel. Ik wil er gewoon van genieten. En daarin word ik niet teleurgesteld. Tien lange rijen papieren… ja wat? Het lijkt wel een in wit uitgevoerde draak van het Chinese Nieuwjaar. Maar het zijn de golven van de zee. Tien rijen, die bewegen of zweven door katrollen die aan het plafond van de grote tentoonstellingszaal hangen.

Niet zomaar wat bewegende rijen. Er is een studie aan vooraf gegaan met hulp van de TU Delft over hoe golven ‘werken’.
En dus zie je achteraan de langzaam en breed bewegende golf en vooraan de golf die hoog boven de rest uittorent, versterkt door de weerstand van de bodem van de zee.

In een filmpje in een zijzaal vertelt Oosting (1985) over de achtergrond van het project en vooral over hoe ze het concept heeft uitgewerkt. En wat je in de zaal uiteraard niet ziet, toont de film hoe die tien rijen golven hier zijn geplaatst. Dat alleen is al een kunstwerk op zichzelf.

Vouwtechniek
Over het vouwen van het dikke papier in samenvallende driehoeken is lang nagedacht. Deze uitvoering is niet iets dat Oosting alleen heeft gedaan. Dat zou ook wel veel werk zijn geweest, want opgeteld zijn het 86.000 driehoekjes. Leuk extraatje van het museum: op een tafel liggen vellen dik papier, waarmee je zelf aan de slag kunt met vouwtechniek.

Denk dat ik voor 8 juni als de tentoonstelling eindigt nog wel een keer deze installatie gaan bewonderen. En dat zouden jullie ook moeten doen. Het is sowieso geen straf Beelden aan Zee te bezoeken. De tentoonstellingen hier zijn altijd zeer verrassend.

Hieronder het beloofde filmpje.

Op bezoek in het huis van Rembrandt

Dichter bij het leven en werken van Rembrandt kun je waarschijnlijk komen. Lopen door zijn woning in Amsterdam. Vandaag gedaan. Weliswaar om een andere reden, maar toch wel leuk om in zijn woonkamer en atelier te vertoeven.

Rembrandt woonde na Leiden van 1631 tot zijn dood in 1669 in Amsterdam, waarvan bijna 20 jaar in dit huis aan de Jodenbreestraat. Er woonden verschillende mensen in zijn buurt: kunstenaars, kooplieden, immigranten; arm en rijk naast elkaar. Veel van die mensen zie je terug in zijn schilderijen, tekeningen en etsen.

Je verwacht bij binnenkomst in het museum niet in de vroegere woning van Rembrandt te staan. Er is een modern gebouw tegenaan gebouwd, waar zich behalve de entree, winkel en garderobe  ook de ruimten zijn voor wisselende tentoonstellingen. Daarover later meer.

Via een trapje komt in het eigenlijke huis van Rembrandt terecht. Je loopt er door zijn woonkamer, annex slaapkamer, de vroegere entree (‘voorhuis’), de keuken, zijn atelier, het atelier voor zijn leerlingen.

Faillissement
De ruimten zijn origineel, de inrichting niet. Rembrandt moet vanwege zijn faillissement in 1653 het huis verlaten.

De inventaris wordt door de schuldeisers verkocht. Daardoor, meldt het Rembrandthuis, is wel bekend welke goederen Rembrandt hier had. Dat was veel, wnat hij was een verwoed verzamelaar en spendeerde er veel geld aan. Mogelijk reden voor zijn faillissement. Van de verkoop van de spullen is een nauwgezette inventarislijst bewaard gebleven.

Ben een liefhebber van de werken van Rembrandt en kijk daar ook altijd graag naar in het Rijksmuseum, maar om doeken hier in het huis te zien waar ze zijn vervaardigd, geeft wel een extra dimensie.

Mijn enige fout vandaag: het is vakantietijd, dus het is dringen in de nauwe ruimten. Nog maar een keer hierheen, op een maandagochtend om 10.00 uur als het Rembrandthuis open gaat.

Samuel van Hoogstraaten
Zoals hierboven geschreven, was het Rembrandthuis als zodanig niet de reden voor mijn bezoek vandaag. Dat was de tentoonstelling (in die nieuwe vleugel dus) De illusionist. Samuel van Hoogstraten.

Had in verhalen in de krant al een schilderij van Van Hoogstraaten (1627-1678), een leerling van Rembrandt, gezien dat mijn bijzondere aandacht trok. Het doek Oude man in een venster. Het lijkt alsof de oude man uit het schilderij tevoorschijn komt. Een optische illusie. Van Hoogstraaten deed dat vaker en behaalde daarmee internationale successen. Bijzonder dat het schilderij hier te zien is. Het is voor de tentoonstelling uitgeleend door het Kunsthistorisches Museum Wenen.

Het lukt me door het licht vanaf het plafond en de glazen beschermingskast niet een goede foto te maken met mijn telefoon, dus hiernaast een afdruk van de website van het Rembrandthuis.

Verder veel schilderijen die in andere samenstellingen maar zelfde thema die ook bekend zijn van andere schilders, zoals de Bijbelse voorstellingen als Aanbidding van de koningen en De ongelovige Thomas.

En verder stillevens (niet mijn favoriete categorie) en portretten: hoofden en personen  ten voeten uit.

Al met al een boeiende tentoonstelling, de reis naar Amsterdam weer meer dan waard.

Schitterend, maar te druk

Aangestoken door lovende door voorverhalen recensies in kranten, vanochtend koers gezet naar Amsterdam voor de tentoonstelling Van Rembrandt tot Vermeer, meesterwerken van The Leiden Collection. Prachtige schilderijen, wel iets teveel portretten voor mij en ook te druk.

The Leiden Collection is een collectie kunstwerken uit de zeventiende eeuw van niet alleen Rembrandt en Vermeer, in privé bezit van de Frans-Amerikaanse zakenman en verzamelaar Thomas Kaplan en zijn vrouw Daphne.


Geen verzameling die gedoemd is te verblijven in kluizen om zodoende onttrokken te blijven aan het oog van kunstliefhebbers. Het echtpaar wil juist dat het publiek kennis kan nemen van de vele werken die ze in bezit hebben.

Voor de tentoonstelling in H’Art Museum (voorheen Hermitage) in Amsterdam zijn van de circa 250 werken de collectie van de Kaplans telt er achttien (waaronder 1 tekening van Rembrandt) van onder andere  Gerard ter BorchCaspar Netscher, Ferdinand Bol en Paulus Lesire.

Tijdsbeeld
Een fraai overzicht, mooi gerubriceerd en per schilderij een duidelijk uitleg over de makers (bijvoorbeeld dat Rembrandt de basis heeft gelegd en zijn leerlingen het hebben afgemaakt), het tijdsbeeld en een verwijzing naar details. H’Art heeft er echt werk van gemaakt de werken uit de Leiden Collection goed over het voetlicht te brengen bij de bezoeker.

Domper voor mij vandaag is wel dat het ondanks een tijdslot waar het museum mee werkt, het toch weer druk was en je niet te lang vlak voor een schilderij kon blijven staan om alle details tot je te nemen. En behalve portretten had ik nog wel wat meer werken willen zien. Bijvoorbeeld, als de collectie die telt, landschappen, enzovoorts.

Dat laatste kan ik niet zo snel achterhalen. Aan het eerste kan ik wel wat aan doen. De tentoonstelling is nog tot in de loop van augustus te bezoeken.
Dus ik hoop dat tegen die tijd het nieuwe er een beetje van af is en ik de schilderijen in alle rust, of in elk geval in meer rust kan bewonderen. Een herbezoek is de tentoonstelling Van Rembrandt tot Vermeer, meesterwerken van The Leiden Collection zeker waard.

Hieronder een filmpje met een aantal van de werken op de tentoonstelling.

Nog nooit zoveel emotie van een lijdende Jezus gezien

De Kremer collectie in Stedelijk Museum Alkmaar. Werken van de grote en schatrijke verzamelaar George Kremer. Niet zijn schilderijen van onder andere Rembrandt, Frans Hals, Albert Cuyp, Pieter de Hooch en meer weggestopt in depot, maar juist bedoeld om ze overal tentoon te stellen zodat het publiek er kennis van kan nemen. Het bezoek meer dan waard.

Zo af en toe (meer toe dan af gelukkig), kom je aankondigingen tegen in kranten of op tv van tentoonstellingen die een bezoek waard zijn. Vandaag dus in Alkmaar. Daar, in het Stedelijk Museum, is de expositie met werken van verschillende Hollandse meesters te bezoeken.

De 48 tentoongestelde werken zijn in bezit van de Kremer Collectie, een sinds 1995 opgebouwde kunstverzameling van de steenrijke George en Ilone Kremer. Stuk voor stuk geweldige stukken, al heb ik niet zoveel met stillevens, maar des temeer met de verhalende werken en portretten.

Geldwisselaar
In het doek uit 1629/1632 van Matthias Stom (1600 –1681) komt dat verhaal echt tot leven. Indrukwekkende expressies. De geldwisselaar die in haast zijn geld bijeen raapt, de angst op het gezicht van de man die de gesel van Jezus zijn kant ziet opkomen, de verkoper van een kip die het hazenpad kiest. Anderen die er angstig (goed te zien op hun gezichten) al net zo snel vandoor gaan.
Wonderschone details. Elk gezicht heeft een andere expressie. Als ik journalist in die tijd was geweest, had ik daar bij willen zijn! Wie het Bijbelverhaal kent, ziet het hier de ‘Tempelreiniging’zeer goed uitgebeeld. Een zeer krachtig werk.

Een tweede doek dat ik, zeker in de Stille Week, met meer dan ontzag heb bekeken is Christus aan de zuil van Jan Lievens. (1607 – 1674).

De expressie op het gezicht van de lijdende Jezus is wat mij betreft ongeëvenaard. Dichtbij het doek zie je zelfs de tranen in de ogen van Jezus. Bloed druppelt vanonder de doornenkroon. Links op het doek kijkt een soldaat toe.

Er bestaan heel veel schilderijen van de kruisiging van Jezus en wat er in de laatste dagen daarvoor gebeurde, maar ik heb nergens zoveel emotie in een doek gezien als hier. Gelukkig staat er een bankje bij het schilderij en kun je rustig langdurig naar dit wonderschone werk kijken.  

Barmhartige Samaritaan
Minder indrukwekkend, maar het aanzien zeker toch waard is de Berouwvolle Petrus, van Gerrit van Honthorst. Met gevouwen handen en de sleutels van de eeuwige stad op tafel. Hetzelfde geldt voor de Barmhartige Samaritaan van Pieter Lastman.

In de min of meer niet-religieuze categorie zijn er ook fraaie ontdekkingen. Zo is er het schilderij van een boerderij van Abraham Bloemaert.

Dat blijkt na voltooiing te zijn versneden. Zodoende ontbreekt rechts een varkensstal met daar de Verloren zoon uit een va de parabels van Jezus. Die is wel te zien in de ontwerptekening die ook te zien is.

Dat de Kremers oog voor kunst hebben, komt wat mij betreft tot uiting in het werk van een landschap met koeien. Een echt Hollands gezicht van grazende en rustende runderen, door de Kremers voor het eerst gezien op een tentoonstelling in Boedapest..

Er waren twijfels of dit wel een echt werk van Albert Cuyp was. De Kremers hielden vol en na verwerving bleek uit onderzoek dat George en Ilona het bij het rechte eind bleken te hebben.

Audiotour
Ik zal hier niet alle werken van de tentoonstelling beschrijven. Daarvoor zijn het er teveel. Ga zelf kijken. Dat kan nog tot 1 juni. Geniet ook van de audiotour met daarin de bijdragen van George en Ilone Kremer zelf.
Ze vertellen bij elk werk dat de revue passeert wat dit doek voor ze betekent en waarom ze dit aan hun collectie hebben toegevoegd. Een van de betere audiotours die ik ooit heb gehoord in een museum. En wellicht komen de schilderijen van de Kremer collectie later terug als eeuwigdurende bruikleen.

Sowieso is een bezoek aan Almaar een feestje. Zelfs als er geen vrijdagse toeristische kaasmarkt is.

Spelen, ook voor grote mensen

Stond al even op mijn lijstje Dagtochten en vandaag, want zeer prachtig weer, naar Deventer. Al paar keer in deze stad geweest. Heerlijk om doorheen te lopen en met de voet-/fietspont naar het Worpplantsoen, de verborgen parel van Deventer. Maar het eigenlijke doel vandaag is het Speelgoedmuseum.

Benieuwd of er speelgoed te vinden is dat ik herken uit mijn eigen jeugd. Nou, daarin ben ik niet teleurgesteld in dit Speelgoedmuseum. Speelgoed, spelletjes, jeugdboeken (Hallo Dik Trom!). Een feest der herkenning.

Was als kind al dol op speelgoed autootjes (wie niet). Heb me vandaag verlekkerd aan de vitrines vol Dinky Toys en Matchbox. En he, daar is dat bijzondere vliegtuig uit de tv-serie Thunderbirds. “5, 4, 3, 2, 1 … Thunderbirds Are Go...” .

En ook de Schuco autootjes die over een wat ik maar noem spiraalbaan reden. Heb die zelf niet gehad, maar mijn oudere broers wel.

Meccano
Hetzelfde geldt voor het ijzeren constructie speelgoed Meccano. Al was ook dat van een van mijn broers, hier heb ik heel veel mee gebouwd. Net als later de houten versie van SIO. Kennelijk wat te duur of zo. Mijn vader heeft er zelf van hout nog een veelvoud van gemaakt voor me. Eindeloos veel speelplezier.

En qua speeltjes is er in dit museum in Deventer natuurlijk Mens-erger-je-niet te vinden. Dat heb ik zelfs als volwassene nog heel vaak gespeeld met mijn moeder en ook met de vroegere oppas en goede vriendin Mientje. Het spel kende een familievariant: dammetjes.
Daar mocht je dan niet voorbij. Ook jij niet met de eigen kleur pionnetjes. Je mocht wel de dam vergroten. Er ontstond dan al snel een file achter de dammetjes, waardoor het spel heel lang kon duren.

In de film- en fotohoek maar bescheiden aandacht voor één  View-Master. De kijker voor stereofoto’s. Heb er zelf nog een (ooit als kind gekregen), met tal van schijfjes. Heb ik nog steeds. Misschien maar eens tevoorschijn halen.

Verder veel poppenhuizen, Barbies en noem maar op. Daar snel voorbij gelopen. Wel gekeken naar de modelspoorbaan. Maar als je in Miniworld in Rotterdam bent geweest, valt deze wel wat tegen. Maar laat dat geen reden zijn deze zaal over te slaan als je hier op bezoek komt.

Knikkerbaan
Al het waardevolle oude speelgoed staat in vitrines, maar voor kinderen (en hun ouders!) zijn er ook volop interactieve mogelijkheden. Dozen vol bouwblokken om maar wat te noemen.
Het mooiste, op een van zolders van de twee gekoppelde oude pakhuizen in het centrum van de stad is de reusachtige knikkerbaan, een ‘installatie’ zouden we dat nu noemen, van de Zwitsers-Duitse kunstenaar Hans-Martin Wagner.

Door zelf te draaien aan een van de twee wielen komt de knikkerbaan boven je hoofd in beweging. Via allerlei doorzichtige buizen gaan de ballen heen en weer. Omhoog, opzij en mat een vaart omlaag. Geweldig om te zien. Zie filmpje onderaan dit verhaal.

Een museum dat het bezoek waard is. Zeer vriendelijk personeel, een audiotour met goede uitleg.
En zeker in dit jaar van 80 jaar bevrijding ook veel aandacht voor spelen en spellen in de Tweede Wereldoorlog, zoals het Verduisteringsspel en het Onderduikspel. Het museum wil maar duidelijk maken: spelen is van alle tijden, ook in tijden van oorlog. 80 Jaar geleden en waarschijnlijk ook nu nog.

Park
Zoals gezegd was het bezoek aan het Speelgoedmuseum de hoofdreden vandaag naar Deventer te gaan. Nee, geen Deventer koek aangeschaft. Wel vanwege het schitterende weer (volop zon, dik 20 graden Celsius) genoten van de stad zelf. Met het voet-/fietsveer naar de overkant van de IJssel en daar genoten van de stilte en de zon in het Worpplantsoen.

Veel drukte met passagiers op de tocht van zo’n twee minuten. De meesten gaan per fiets de omgeving in, op zoek naar hun geparkeerde auto in de nabijheid. Een paar stappen verder sta je in het, naar het schijnt, oudste wandelpark van Nederland. En daar is bijna geen mens te bekennen vandaag. Ongelooflijk! Dus uurtje van de stilte en de zon genoten aleer de treinreis terug naar Gouda te aanvaarden.

Filmpje van de knikkerbaan in Speelgoedmuseum Deventer:

Te katholiek? Wel schitterend

Fraaie tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe; Zien & Geloven. Veel werken die gerelateerd zijn aan de lijdenstijd en Pasen. Een lust voor het oog.

Nog nooit in dit museum in Enschede geweest. Sterker nog, ik ben nog nooit in die Overijsselse stad geweest. Goed te bereiken met het openbaar vervoer. Er gaat een rechtstreekse trein naar Enschede en met een kwartiertje lopen sta je bij het museum.

Had over de tentoonstelling die een zintuigelijke reis door de Middeleeuwen is, gelezen in de krant ene tijdje terug en besloten die op mijn lijstje met te bezoeken musea te zetten. Geen spijt van gehad, al sta ik bij het ene kunstwerk langer stil dan bij het andere.

Getijdenboek
Zo ligt er een aantal getijdenboeken tentoongesteld Opengeslagen in de vitrines zien ze er prachtig uit, maar lezen kan ik de teksten niet. Dus daar ben ik al snel op uitgekeken.

Wel indrukwekkend zijn de vele fraaie schilderijen en drieluiken die zijn samengebracht uit de eigen museumcollectie en bruiklenen van elders. Het geeft een mooi beeld van hoe kunst en geloof met elkaar verbonden waren.

Indrukwekkend zijn de vele werken met het lijden van Jezus, zijn kruisiging en opstandig als onderwerp. Zo staat er een manshoog houten beeld van Jezus die op een ezel zit, op reis naar Jeruzalem (Palmpasen).

Doornenkroon
Zeer fraai vind ik het werk met Jezus met zijn door de doornenkroon bebloede hoofd. En ook die van na de opstanding als Jezus zijn op het kruis met een spijker doorboorde hand toont aan Maria. Klein, maar zeer fraai gemaakt is het duizend jaar oude ivoren werkje van de drie Maria’s bij het graf. Maker onbekend, uitgeleend voor de tentoonstelling door Museum Schnütgen in Keulen. De Bijbelse verhalen komen zo goed tot leven.

Heel grappig ook om de katholieke sfeer te kunnen horen en ruiken. Er staan glazen bollen waaruit je een geur kunt laten ontsnappen. Onder andere de voor mij als protestant onbekende wierook. En een bel die wordt gebruikt bij bepaalde onderdelen in de katholieke liturgie. Als je langs de tentoongestelde werken loopt, hoor je constant dat iemand een bel; op een tafel oppakt en laat rinkelen.

Perkament
Verder zijn er veel relikwieën te bewonderen, zoals verschillende monstransen, wierookvaten, altaarbellen, je kunt perkament voelen met je vingers. Een complete tentoonstelling, een complete ervaring.

De ‘hoftuin’ een kunstwerk met allerlei afbeeldingen en vertellingen in wat het paradijs (de Hof van Eden) moet voorstellen, moet de zinnen prikkelen in een aparte ruimte waar geknutseld kan worden.
De werkjes kunnen in een ‘hoftuin’ aan de muur worden geplaatst. Onder andere Jezus aan het kruis heeft bezoekers geïnspireerd. En nee, er hangt geen werkje van mij. Ik ben nooit van de handenarbeid geweest…

Wandtapijten
Nu ik er toch ben ook maar even door de rest van het bijna honderd jaar oude museum gedoold. Thematisch ingerichte zalen, zoals die met landschappen.

En een aparte ruimte met zes mooie wandtapijten die het museum vlak voor de opening in 1930 heeft gekocht van toenmalige koningin-moeder Emma en afkomstig zijn uit haar ouderlijk huis, Schloss Arolsen in Duitsland.

Het zijn overigens Nederlandse wandtapijten (geen gobelins, hoewel de zaal wel die naam draagt), geweven tussen 1650 en 1675 door Maximiliaan van der Gucht.

Als moderne tegenhanger hangen aan het plafond vijf enorme ‘vorstelijke’ kroonluchters, in 2014 vervaardigd door glaskunstenaar Bernard Heesen.

Vuurwerkramp
De enige verwarring aan het bezoek wordt me bij het verlaten weggenomen. Het gebouw oogt van buiten als een vroege school, of misschien wel een klooster. Niets blijkt minder waar, wordt me verteld. Het is als een ‘monument voor kunst en cultuur’ als museum gebouwd in opdracht van textielfabrikant Jan Bernard van Heek. Hij leefde van 1863 – 1923 en heeft dus de opening in 1930 niet mogen meemaken. Het is aan zijn weduwe en zijn tien broers en zussen te danken dat het museum toch werd voltooid.

Het museum is gelegen niet ver van de plek waar op 13 mei 2000 de grote vuurwerkramp was. Als door een wonder bleef de collectie onbeschadigd.
Het gebouw zelf liep zoveel schade op dat het een jaar lang gesloten bleef voor herstel.

De expositie Zien & Geloven is nog tot en met 4 mei te bezoeken. Een aanrader!

Van de kroon naar de sterren

Nog nooit in een sterrenwacht geweest, maar vanmiddag dus wel. En nog meteen de oudste van Nederland en het oudste nog operationele universitaire observatorium ter wereld.

Gelegen aan de rand van de Hortus Botanicus n Leiden, heb ik de koepels van de Sterrewacht wel eens gezien, maar nooit bedacht of ik er ook eens binnen zou kunnen kijken.

Een artikel in een krant over een drie maanden durende verbouwing van de ontvangst- en expositieruimte, triggerde me. Er stond dat er op een aantal middagen per week rondleidingen zijn in de oudste sterrentelescoop van de Leidse universiteit. En na die verbouwing was het vrijdag voor de eerste keer weer mogelijk.

Dus direct een kaartje geboekt. Het mooi voor een pensionado. Je kunt zomaar besluiten op een doordeweekse dag op pad te gaan. Geen spijt van gehad.

Goede een uur durende rondleiding door de koepel. Wel heel veel feitjes doorspekt met jaartallen en namen die ik alweer ben vergeten, maar daar hebben we internet voor… Was wel verbaasd dat de student sterrenkunde alles oplepelde zonder boek of laptop te raadplegen.

1633
Het enige jaartal dat ik heb onthouden is 1633. De stichting van de nu oudste nog bestaande universitaire observatorium ter wereld. Het was nog pril. Een echt gebouw voor de studenten kwam er pas in 1860, dankzij de inzet van de sterrenkundige/natuurkundige en rector magnificus van de universiteit, Frederik Kaiser.

Maar goed, het ging me dus vanmiddag vooral om een kijkje te nemen in de koepel in de hoek van de Hortus bij de 5e Binnenvestgracht en de Sterrenwachtlaan. Een smalle trap leidt naar boven en daar is de telescoop. Hoewel, die zich eigenlijk verstopt in een stalen ommanteling.

De rondleider legt uit dat die rust op een houten paal die los staat van het gebouw zelf. Dit om trillingen bij het maken van foto’s van het heelal tot ongewenste trillingen zou leiden.

Natuurlijk werd de telescoop zelf tevoorschijn gehaald en werd uitgelegd hoe in het verleden hiermee foto’s van sterren werden gemaakt. Ook de koepel werd geopend en bij een bijzondere stoel werd uitgelegd dat onderzoekers hier op half liggend urenlang konden turen naar het heelal. En een trap in de hoek blijkt eenzelfde functie te hebben gehad.

Zelf naar het heelal staren zit er niet in vanmiddag. Het is er te bewolkt voor. Ook de sterrenkundigen hebben het steeds moeilijker, legt de rondleider uit. Het vele valse licht maakt waarnemingen lastig.

Dat is nier naar de sterren kan kijken, hindert me niet. Vind het al interessant om de sterrewacht die ik al een paar keer van buiten heb gezien, nu betreden te hebben.

Om de reis naar Utrecht voor een rondleiding van een uur op te fluffen, vooraf een bezoek gebracht aan de tentoonstelling In de ban van Goud, in Museum Volkenkunde, dat zich sinds een paar jaar met de titel Wereldmuseum afficheert.

Goud
De tentoonstelling toont de spirituele en materiële aantrekkingskracht van goud. Historische objecten uit het museum zelf, maar ook bruiklenen en moderne kunst waarin goud een belangrijke rol speelt.

Ook zijn er voorwerpen uit de collectie Koninklijke Verzamelingen. Tot de getoonde voorwerpen daaruit behoren de kroon die is gebruikt voor de inhuldiging van koning Willem I in 1815. In de uitleg wordt gemeld dat die kroon nooit op het hoofd van de nieuwe vorst wordt geplaatst. Nederland kent daarom geen kroning, maar een inhuldiging.

Ook mooi om te zien is de gouden rammelaar van prinses Beatrix, vervaardigd uit goud en diamant, afkomstig uit Deli, Indonesië, circa 1937. 

En van de moderne kunst kan ik een glimlach niet onderdrukken bij het zien van een gouden urinoir, vervaardigd door de kunstenares Sarah van Sonsbeeck. Even zo mooi om te zien is het beeld van de moedergodin van de Winti, Mama Aisa.

Al met al een heerlijke dag in de Sleutelstad, ondanks de straffe, koude wind buiten.

Superkort filmpje Sterrewacht hieronder.

Job op Schokland

Prachtig weer vandaag, dus na een aantal dagen (thuis)werken voor de kerk nu maar eens naar buiten. Ook om de gedachten te verzetten. Met een tentoonstelling over het eiland Schokland in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen lukt dat goed.

In het binnenmuseum wel te verstaan, want het buitenmuseum (een aanrader!) is nog gesloten tot eind maart en dan is de tentoonstelling voorbij. Een apart bezoek aan het binnenmuseum is geen straf, ben er te weinig geweest.

En ook de wandeling door het oude deel van Enkhuizen is op deze zonnige dag fantastisch.Het zicht op de stadspoort Dromedaris en het beeld van de in Enkhuizen geboren schilder Paulus Potter.

Nu speciaal dus voor de tentoonstelling De ziel van Schokland, om de voormalige Zuiderzee, niet ver van Urk en Kampen. Een verdwenen eiland wordt het genoemd, want sinds de drooglegging van de Noordoostpolder, maakt het deel uit van het landschap.


Waarom ik juist naar deze tentoonstelling wilde vandaag, volgt later in dit verhaal (spoiler alert!)

Tot de drooglegging van de polder, was Schokland 10.000 jaar een gebied van leven met water. Tot in de Middeleeuwen was het geen eiland, maar een moerassig veengebied met hier en daar wat hogere gedeelten die geschikt waren voor bewoning. De zee kreeg Schokland in haar macht kreeg. Stormvloeden sloegen grote stukken veengebied weg.

Reuring
Van oudsher was Schokland een belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart in de Zuiderzee. Het lag aan de monding van de IJssel op een druk bevaren scheepvaartroute. Bij storm zochten de schepen beschutting aan de oostkant van het eiland.
Schippers die hier voor anker lagen, kwamen geregeld met kleine bootjes aan land, wat voor reuring en economische activiteiten zorgde. In 1915 werd een visafslag gebouwd. Deze was tot de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 in bedrijf.

Tijdens de stormvloed van 1825 werd Schokland zwaar getroffen. Het hele eiland kwam onder water te staan. Er werd meer dan twee kilometer aan zeedijk vernield en de paalwering raakte zwaar beschadigd, evenals de twee kerken. Ook de vuurtoren op de Zuidpunt werd volkomen vernield. De bewoners moesten naar de zolders van hun woningen vluchten. Er vielen 13 doden, 20 huizen spoelden weg en tientallen andere woningen liepen ernstige schade op. De burgemeester schreef in een brief dat op het hele eiland slechts zeven huizen bewoonbaar bleven na de storm. Info van Wikipedia.

In 1855 werd vanwege de landafslag de Zuiderbuurt ontruimd. Vanwege de onveilige situatie en omdat de instandhouding van het eiland te duur was, werd in 1859 op bevel van koning Willem II het gehele eiland ontruimd. Reden voor de ontruiming was ook de armoede.

Aanplakborden
Op 1 maart 1859 maakte burgemeester Gerrit Jan Gillot op aanplakborden bij het gemeentehuis van Schokland bekend dat de bewoners het eiland binnen vier maanden moesten verlaten. Er woonden op dat moment ongeveer 650 mensen. De huizen werden afgebroken en het materiaal werd weer gebruikt bij de bouw van nieuwe woningen op het vasteland.

Hoewel een ruime meerderheid van de eilandbevolking katholiek was, evacueerde maar een klein deel van de inwoners naar het katholieke Volendam. Het merendeel verhuisde naar onder andere Kampen, waar de Schokkerbuurt gebouwd werd. Een deel van deze Schokkerbuurt is nagebouwd in het Zuiderzeemuseum.

Dat laatste wist ik niet, al moet ik tijdens zomers bezoeken aan het buitenmuseum er wel langs gelopen zijn. Schokland is in 1995 als eerste Nederlandse monument geplaatst op de werelderfgoedlijst van Unesco.

Maar goed, waarom nu naar die tentoonstelling in he Zuiderzeemuseum? Wel, twee redenen. De eerste is dat ik eind juli, begin augustus als ik naar het skûtsjesilen in Friesland ga langs de A6 het bord Schokland zie staat. Iedere keer weer.

Job op Schokland
De tweede is er een van decennia geleden. Op tv (Ikon) zag ik de solovoorstelling Job op Schokland, door Henk van Ulsen. Job is de door God beproefde figuur uit het Oude Testament. In het verhaal is het ‘vertaalt’ naar een oude jood die als enige van zijn familie de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd.

Ik zag Van Ulsen, die een geweldige verteller was, nog lopen over de planken die de verbinding is tussen de droge stukken land van Schokland. Ook al in de tv-uitzending veertig jaar geleden, dat beeld zie ik nog altijd voor me.

De tentoonstelling is een mooie geschiedenisles over het zware leven op Schokland, de ontruiming en het gegeven dat het voormalige eiland nog altijd trekt aan de nazaten van de oorspronkelijke bewoners. Voorwerpen, foto’s, tekeningen, modellen van vissersschepen voor de Zuiderzee (waaronder de boven dit verhaal afgebeelde schokker), uitbeeldingen van de verhuizing naar Volendam en Kampen en nog veel meer.

Ik kan me nu meer een beeld vormen over Schokland en zijn bewoners. Het enige wat me nu te doen staat is op een zomerse dag naar het voormalige eiland zelf gaan.

De tv-uitzending van Job op Schokland kan ik niet vinden, maar hier is wel een filmpje met daarin enkele minuten Henk van Ulsen uit die uitzending. Scroll (zodra dat na de reclame kan) door naar 3:10.

Nog nooit zoveel toetjes bij elkaar gezien, jammer dat ze nep zijn

Nog nooit zoveel toetjes bij elkaar gezien, jammer dat ze nep zijn

Als liefhebber van toetjes of dessert of pap, is de tentoonstelling Grand dessert – de geschiedenis van het toetje. Zeer mooi opgezet. Je krijgt spontaan trek in een vlaflip of een griesmeelpudding uit een fraaie gietvorm.

Ben dol op toetjes. Niet dat is het thuis elke keer eet aan het slot van de maaltijd, maar als zich de gelegenheid voordoet en het dessert ziet er veelbelovend uit, dan…

De tentoonstelling in het Kunstmuseum in Den Haag is een lust voor het oog. Kleurrijk, vormrijk, Jammer dat de werken – pudding, ijs, taart – niet echt zijn. Je zou zo een lepel in een toetje willen zetten.

En niet alleen de toetjes zijn het aanzien meer dan waar. De tentoonstelling varieert van bakvormen tot kookboeken, van serviezen tot bestek, van ijsmallen tot menukaarten, en nog heel veel meer. 

Geuren
Om bezoekers nog meer mee te voeren in de verleidelijke wereld van (koninklijke) toetjes is een bijzonder element toegevoegd: geuren. Proeven doe je namelijk vooral met je neus, dus aroma’s spelen een grote rol als je smult van een heerlijk dessert.

De twaalf geuren die je uit flessen kunt opsnuiven zijn ontwikkeld door International Flavors and Fragrances (IFF), wereldwijd een van de grootste producenten op het gebied van smaak- en geurstoffen. Het geeft een extra dimensie aan de tentoonstelling.

Art Deco
Net als bij het Rijksmuseum in Amsterdam boeide het Kunstmuseum in Den Haag me vandaag ook vanwege het gebouw vol symmetrische elementen zelf. Het is een Art Deco gebouw van de architect H.P. Berlage. Hij zou het zijn mooiste ontwerp noemen, maar maakte zag het eindresultaat zelf nooit. Hij overleed voor het museum werd geopend.

Voor mij is het gebouw een reden om nog eens naar dit museum te gaan. Bovendien is er veel meer te zien dan alleen de desserts.

Voor wie de toetjes ook wil zien: de tentoonstelling is nog te bezoeken tot begin april.