Nog nooit zoveel emotie van een lijdende Jezus gezien

De Kremer collectie in Stedelijk Museum Alkmaar. Werken van de grote en schatrijke verzamelaar George Kremer. Niet zijn schilderijen van onder andere Rembrandt, Frans Hals, Albert Cuyp, Pieter de Hooch en meer weggestopt in depot, maar juist bedoeld om ze overal tentoon te stellen zodat het publiek er kennis van kan nemen. Het bezoek meer dan waard.

Zo af en toe (meer toe dan af gelukkig), kom je aankondigingen tegen in kranten of op tv van tentoonstellingen die een bezoek waard zijn. Vandaag dus in Alkmaar. Daar, in het Stedelijk Museum, is de expositie met werken van verschillende Hollandse meesters te bezoeken.

De 48 tentoongestelde werken zijn in bezit van de Kremer Collectie, een sinds 1995 opgebouwde kunstverzameling van de steenrijke George en Ilone Kremer. Stuk voor stuk geweldige stukken, al heb ik niet zoveel met stillevens, maar des temeer met de verhalende werken en portretten.

Geldwisselaar
In het doek uit 1629/1632 van Matthias Stom (1600 –1681) komt dat verhaal echt tot leven. Indrukwekkende expressies. De geldwisselaar die in haast zijn geld bijeen raapt, de angst op het gezicht van de man die de gesel van Jezus zijn kant ziet opkomen, de verkoper van een kip die het hazenpad kiest. Anderen die er angstig (goed te zien op hun gezichten) al net zo snel vandoor gaan.
Wonderschone details. Elk gezicht heeft een andere expressie. Als ik journalist in die tijd was geweest, had ik daar bij willen zijn! Wie het Bijbelverhaal kent, ziet het hier de ‘Tempelreiniging’zeer goed uitgebeeld. Een zeer krachtig werk.

Een tweede doek dat ik, zeker in de Stille Week, met meer dan ontzag heb bekeken is Christus aan de zuil van Jan Lievens. (1607 – 1674).

De expressie op het gezicht van de lijdende Jezus is wat mij betreft ongeëvenaard. Dichtbij het doek zie je zelfs de tranen in de ogen van Jezus. Bloed druppelt vanonder de doornenkroon. Links op het doek kijkt een soldaat toe.

Er bestaan heel veel schilderijen van de kruisiging van Jezus en wat er in de laatste dagen daarvoor gebeurde, maar ik heb nergens zoveel emotie in een doek gezien als hier. Gelukkig staat er een bankje bij het schilderij en kun je rustig langdurig naar dit wonderschone werk kijken.  

Barmhartige Samaritaan
Minder indrukwekkend, maar het aanzien zeker toch waard is de Berouwvolle Petrus, van Gerrit van Honthorst. Met gevouwen handen en de sleutels van de eeuwige stad op tafel. Hetzelfde geldt voor de Barmhartige Samaritaan van Pieter Lastman.

In de min of meer niet-religieuze categorie zijn er ook fraaie ontdekkingen. Zo is er het schilderij van een boerderij van Abraham Bloemaert.

Dat blijkt na voltooiing te zijn versneden. Zodoende ontbreekt rechts een varkensstal met daar de Verloren zoon uit een va de parabels van Jezus. Die is wel te zien in de ontwerptekening die ook te zien is.

Dat de Kremers oog voor kunst hebben, komt wat mij betreft tot uiting in het werk van een landschap met koeien. Een echt Hollands gezicht van grazende en rustende runderen, door de Kremers voor het eerst gezien op een tentoonstelling in Boedapest..

Er waren twijfels of dit wel een echt werk van Albert Cuyp was. De Kremers hielden vol en na verwerving bleek uit onderzoek dat George en Ilona het bij het rechte eind bleken te hebben.

Audiotour
Ik zal hier niet alle werken van de tentoonstelling beschrijven. Daarvoor zijn het er teveel. Ga zelf kijken. Dat kan nog tot 1 juni. Geniet ook van de audiotour met daarin de bijdragen van George en Ilone Kremer zelf.
Ze vertellen bij elk werk dat de revue passeert wat dit doek voor ze betekent en waarom ze dit aan hun collectie hebben toegevoegd. Een van de betere audiotours die ik ooit heb gehoord in een museum. En wellicht komen de schilderijen van de Kremer collectie later terug als eeuwigdurende bruikleen.

Sowieso is een bezoek aan Almaar een feestje. Zelfs als er geen vrijdagse toeristische kaasmarkt is.

Spelen, ook voor grote mensen

Stond al even op mijn lijstje Dagtochten en vandaag, want zeer prachtig weer, naar Deventer. Al paar keer in deze stad geweest. Heerlijk om doorheen te lopen en met de voet-/fietspont naar het Worpplantsoen, de verborgen parel van Deventer. Maar het eigenlijke doel vandaag is het Speelgoedmuseum.

Benieuwd of er speelgoed te vinden is dat ik herken uit mijn eigen jeugd. Nou, daarin ben ik niet teleurgesteld in dit Speelgoedmuseum. Speelgoed, spelletjes, jeugdboeken (Hallo Dik Trom!). Een feest der herkenning.

Was als kind al dol op speelgoed autootjes (wie niet). Heb me vandaag verlekkerd aan de vitrines vol Dinky Toys en Matchbox. En he, daar is dat bijzondere vliegtuig uit de tv-serie Thunderbirds. “5, 4, 3, 2, 1 … Thunderbirds Are Go...” .

En ook de Schuco autootjes die over een wat ik maar noem spiraalbaan reden. Heb die zelf niet gehad, maar mijn oudere broers wel.

Meccano
Hetzelfde geldt voor het ijzeren constructie speelgoed Meccano. Al was ook dat van een van mijn broers, hier heb ik heel veel mee gebouwd. Net als later de houten versie van SIO. Kennelijk wat te duur of zo. Mijn vader heeft er zelf van hout nog een veelvoud van gemaakt voor me. Eindeloos veel speelplezier.

En qua speeltjes is er in dit museum in Deventer natuurlijk Mens-erger-je-niet te vinden. Dat heb ik zelfs als volwassene nog heel vaak gespeeld met mijn moeder en ook met de vroegere oppas en goede vriendin Mientje. Het spel kende een familievariant: dammetjes.
Daar mocht je dan niet voorbij. Ook jij niet met de eigen kleur pionnetjes. Je mocht wel de dam vergroten. Er ontstond dan al snel een file achter de dammetjes, waardoor het spel heel lang kon duren.

In de film- en fotohoek maar bescheiden aandacht voor één  View-Master. De kijker voor stereofoto’s. Heb er zelf nog een (ooit als kind gekregen), met tal van schijfjes. Heb ik nog steeds. Misschien maar eens tevoorschijn halen.

Verder veel poppenhuizen, Barbies en noem maar op. Daar snel voorbij gelopen. Wel gekeken naar de modelspoorbaan. Maar als je in Miniworld in Rotterdam bent geweest, valt deze wel wat tegen. Maar laat dat geen reden zijn deze zaal over te slaan als je hier op bezoek komt.

Knikkerbaan
Al het waardevolle oude speelgoed staat in vitrines, maar voor kinderen (en hun ouders!) zijn er ook volop interactieve mogelijkheden. Dozen vol bouwblokken om maar wat te noemen.
Het mooiste, op een van zolders van de twee gekoppelde oude pakhuizen in het centrum van de stad is de reusachtige knikkerbaan, een ‘installatie’ zouden we dat nu noemen, van de Zwitsers-Duitse kunstenaar Hans-Martin Wagner.

Door zelf te draaien aan een van de twee wielen komt de knikkerbaan boven je hoofd in beweging. Via allerlei doorzichtige buizen gaan de ballen heen en weer. Omhoog, opzij en mat een vaart omlaag. Geweldig om te zien. Zie filmpje onderaan dit verhaal.

Een museum dat het bezoek waard is. Zeer vriendelijk personeel, een audiotour met goede uitleg.
En zeker in dit jaar van 80 jaar bevrijding ook veel aandacht voor spelen en spellen in de Tweede Wereldoorlog, zoals het Verduisteringsspel en het Onderduikspel. Het museum wil maar duidelijk maken: spelen is van alle tijden, ook in tijden van oorlog. 80 Jaar geleden en waarschijnlijk ook nu nog.

Park
Zoals gezegd was het bezoek aan het Speelgoedmuseum de hoofdreden vandaag naar Deventer te gaan. Nee, geen Deventer koek aangeschaft. Wel vanwege het schitterende weer (volop zon, dik 20 graden Celsius) genoten van de stad zelf. Met het voet-/fietsveer naar de overkant van de IJssel en daar genoten van de stilte en de zon in het Worpplantsoen.

Veel drukte met passagiers op de tocht van zo’n twee minuten. De meesten gaan per fiets de omgeving in, op zoek naar hun geparkeerde auto in de nabijheid. Een paar stappen verder sta je in het, naar het schijnt, oudste wandelpark van Nederland. En daar is bijna geen mens te bekennen vandaag. Ongelooflijk! Dus uurtje van de stilte en de zon genoten aleer de treinreis terug naar Gouda te aanvaarden.

Filmpje van de knikkerbaan in Speelgoedmuseum Deventer:

Te katholiek? Wel schitterend

Fraaie tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe; Zien & Geloven. Veel werken die gerelateerd zijn aan de lijdenstijd en Pasen. Een lust voor het oog.

Nog nooit in dit museum in Enschede geweest. Sterker nog, ik ben nog nooit in die Overijsselse stad geweest. Goed te bereiken met het openbaar vervoer. Er gaat een rechtstreekse trein naar Enschede en met een kwartiertje lopen sta je bij het museum.

Had over de tentoonstelling die een zintuigelijke reis door de Middeleeuwen is, gelezen in de krant ene tijdje terug en besloten die op mijn lijstje met te bezoeken musea te zetten. Geen spijt van gehad, al sta ik bij het ene kunstwerk langer stil dan bij het andere.

Getijdenboek
Zo ligt er een aantal getijdenboeken tentoongesteld Opengeslagen in de vitrines zien ze er prachtig uit, maar lezen kan ik de teksten niet. Dus daar ben ik al snel op uitgekeken.

Wel indrukwekkend zijn de vele fraaie schilderijen en drieluiken die zijn samengebracht uit de eigen museumcollectie en bruiklenen van elders. Het geeft een mooi beeld van hoe kunst en geloof met elkaar verbonden waren.

Indrukwekkend zijn de vele werken met het lijden van Jezus, zijn kruisiging en opstandig als onderwerp. Zo staat er een manshoog houten beeld van Jezus die op een ezel zit, op reis naar Jeruzalem (Palmpasen).

Doornenkroon
Zeer fraai vind ik het werk met Jezus met zijn door de doornenkroon bebloede hoofd. En ook die van na de opstanding als Jezus zijn op het kruis met een spijker doorboorde hand toont aan Maria. Klein, maar zeer fraai gemaakt is het duizend jaar oude ivoren werkje van de drie Maria’s bij het graf. Maker onbekend, uitgeleend voor de tentoonstelling door Museum Schnütgen in Keulen. De Bijbelse verhalen komen zo goed tot leven.

Heel grappig ook om de katholieke sfeer te kunnen horen en ruiken. Er staan glazen bollen waaruit je een geur kunt laten ontsnappen. Onder andere de voor mij als protestant onbekende wierook. En een bel die wordt gebruikt bij bepaalde onderdelen in de katholieke liturgie. Als je langs de tentoongestelde werken loopt, hoor je constant dat iemand een bel; op een tafel oppakt en laat rinkelen.

Perkament
Verder zijn er veel relikwieën te bewonderen, zoals verschillende monstransen, wierookvaten, altaarbellen, je kunt perkament voelen met je vingers. Een complete tentoonstelling, een complete ervaring.

De ‘hoftuin’ een kunstwerk met allerlei afbeeldingen en vertellingen in wat het paradijs (de Hof van Eden) moet voorstellen, moet de zinnen prikkelen in een aparte ruimte waar geknutseld kan worden.
De werkjes kunnen in een ‘hoftuin’ aan de muur worden geplaatst. Onder andere Jezus aan het kruis heeft bezoekers geïnspireerd. En nee, er hangt geen werkje van mij. Ik ben nooit van de handenarbeid geweest…

Wandtapijten
Nu ik er toch ben ook maar even door de rest van het bijna honderd jaar oude museum gedoold. Thematisch ingerichte zalen, zoals die met landschappen.

En een aparte ruimte met zes mooie wandtapijten die het museum vlak voor de opening in 1930 heeft gekocht van toenmalige koningin-moeder Emma en afkomstig zijn uit haar ouderlijk huis, Schloss Arolsen in Duitsland.

Het zijn overigens Nederlandse wandtapijten (geen gobelins, hoewel de zaal wel die naam draagt), geweven tussen 1650 en 1675 door Maximiliaan van der Gucht.

Als moderne tegenhanger hangen aan het plafond vijf enorme ‘vorstelijke’ kroonluchters, in 2014 vervaardigd door glaskunstenaar Bernard Heesen.

Vuurwerkramp
De enige verwarring aan het bezoek wordt me bij het verlaten weggenomen. Het gebouw oogt van buiten als een vroege school, of misschien wel een klooster. Niets blijkt minder waar, wordt me verteld. Het is als een ‘monument voor kunst en cultuur’ als museum gebouwd in opdracht van textielfabrikant Jan Bernard van Heek. Hij leefde van 1863 – 1923 en heeft dus de opening in 1930 niet mogen meemaken. Het is aan zijn weduwe en zijn tien broers en zussen te danken dat het museum toch werd voltooid.

Het museum is gelegen niet ver van de plek waar op 13 mei 2000 de grote vuurwerkramp was. Als door een wonder bleef de collectie onbeschadigd.
Het gebouw zelf liep zoveel schade op dat het een jaar lang gesloten bleef voor herstel.

De expositie Zien & Geloven is nog tot en met 4 mei te bezoeken. Een aanrader!

Van de kroon naar de sterren

Nog nooit in een sterrenwacht geweest, maar vanmiddag dus wel. En nog meteen de oudste van Nederland en het oudste nog operationele universitaire observatorium ter wereld.

Gelegen aan de rand van de Hortus Botanicus n Leiden, heb ik de koepels van de Sterrewacht wel eens gezien, maar nooit bedacht of ik er ook eens binnen zou kunnen kijken.

Een artikel in een krant over een drie maanden durende verbouwing van de ontvangst- en expositieruimte, triggerde me. Er stond dat er op een aantal middagen per week rondleidingen zijn in de oudste sterrentelescoop van de Leidse universiteit. En na die verbouwing was het vrijdag voor de eerste keer weer mogelijk.

Dus direct een kaartje geboekt. Het mooi voor een pensionado. Je kunt zomaar besluiten op een doordeweekse dag op pad te gaan. Geen spijt van gehad.

Goede een uur durende rondleiding door de koepel. Wel heel veel feitjes doorspekt met jaartallen en namen die ik alweer ben vergeten, maar daar hebben we internet voor… Was wel verbaasd dat de student sterrenkunde alles oplepelde zonder boek of laptop te raadplegen.

1633
Het enige jaartal dat ik heb onthouden is 1633. De stichting van de nu oudste nog bestaande universitaire observatorium ter wereld. Het was nog pril. Een echt gebouw voor de studenten kwam er pas in 1860, dankzij de inzet van de sterrenkundige/natuurkundige en rector magnificus van de universiteit, Frederik Kaiser.

Maar goed, het ging me dus vanmiddag vooral om een kijkje te nemen in de koepel in de hoek van de Hortus bij de 5e Binnenvestgracht en de Sterrenwachtlaan. Een smalle trap leidt naar boven en daar is de telescoop. Hoewel, die zich eigenlijk verstopt in een stalen ommanteling.

De rondleider legt uit dat die rust op een houten paal die los staat van het gebouw zelf. Dit om trillingen bij het maken van foto’s van het heelal tot ongewenste trillingen zou leiden.

Natuurlijk werd de telescoop zelf tevoorschijn gehaald en werd uitgelegd hoe in het verleden hiermee foto’s van sterren werden gemaakt. Ook de koepel werd geopend en bij een bijzondere stoel werd uitgelegd dat onderzoekers hier op half liggend urenlang konden turen naar het heelal. En een trap in de hoek blijkt eenzelfde functie te hebben gehad.

Zelf naar het heelal staren zit er niet in vanmiddag. Het is er te bewolkt voor. Ook de sterrenkundigen hebben het steeds moeilijker, legt de rondleider uit. Het vele valse licht maakt waarnemingen lastig.

Dat is nier naar de sterren kan kijken, hindert me niet. Vind het al interessant om de sterrewacht die ik al een paar keer van buiten heb gezien, nu betreden te hebben.

Om de reis naar Utrecht voor een rondleiding van een uur op te fluffen, vooraf een bezoek gebracht aan de tentoonstelling In de ban van Goud, in Museum Volkenkunde, dat zich sinds een paar jaar met de titel Wereldmuseum afficheert.

Goud
De tentoonstelling toont de spirituele en materiële aantrekkingskracht van goud. Historische objecten uit het museum zelf, maar ook bruiklenen en moderne kunst waarin goud een belangrijke rol speelt.

Ook zijn er voorwerpen uit de collectie Koninklijke Verzamelingen. Tot de getoonde voorwerpen daaruit behoren de kroon die is gebruikt voor de inhuldiging van koning Willem I in 1815. In de uitleg wordt gemeld dat die kroon nooit op het hoofd van de nieuwe vorst wordt geplaatst. Nederland kent daarom geen kroning, maar een inhuldiging.

Ook mooi om te zien is de gouden rammelaar van prinses Beatrix, vervaardigd uit goud en diamant, afkomstig uit Deli, Indonesië, circa 1937. 

En van de moderne kunst kan ik een glimlach niet onderdrukken bij het zien van een gouden urinoir, vervaardigd door de kunstenares Sarah van Sonsbeeck. Even zo mooi om te zien is het beeld van de moedergodin van de Winti, Mama Aisa.

Al met al een heerlijke dag in de Sleutelstad, ondanks de straffe, koude wind buiten.

Superkort filmpje Sterrewacht hieronder.

Job op Schokland

Prachtig weer vandaag, dus na een aantal dagen (thuis)werken voor de kerk nu maar eens naar buiten. Ook om de gedachten te verzetten. Met een tentoonstelling over het eiland Schokland in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen lukt dat goed.

In het binnenmuseum wel te verstaan, want het buitenmuseum (een aanrader!) is nog gesloten tot eind maart en dan is de tentoonstelling voorbij. Een apart bezoek aan het binnenmuseum is geen straf, ben er te weinig geweest.

En ook de wandeling door het oude deel van Enkhuizen is op deze zonnige dag fantastisch.Het zicht op de stadspoort Dromedaris en het beeld van de in Enkhuizen geboren schilder Paulus Potter.

Nu speciaal dus voor de tentoonstelling De ziel van Schokland, om de voormalige Zuiderzee, niet ver van Urk en Kampen. Een verdwenen eiland wordt het genoemd, want sinds de drooglegging van de Noordoostpolder, maakt het deel uit van het landschap.


Waarom ik juist naar deze tentoonstelling wilde vandaag, volgt later in dit verhaal (spoiler alert!)

Tot de drooglegging van de polder, was Schokland 10.000 jaar een gebied van leven met water. Tot in de Middeleeuwen was het geen eiland, maar een moerassig veengebied met hier en daar wat hogere gedeelten die geschikt waren voor bewoning. De zee kreeg Schokland in haar macht kreeg. Stormvloeden sloegen grote stukken veengebied weg.

Reuring
Van oudsher was Schokland een belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart in de Zuiderzee. Het lag aan de monding van de IJssel op een druk bevaren scheepvaartroute. Bij storm zochten de schepen beschutting aan de oostkant van het eiland.
Schippers die hier voor anker lagen, kwamen geregeld met kleine bootjes aan land, wat voor reuring en economische activiteiten zorgde. In 1915 werd een visafslag gebouwd. Deze was tot de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 in bedrijf.

Tijdens de stormvloed van 1825 werd Schokland zwaar getroffen. Het hele eiland kwam onder water te staan. Er werd meer dan twee kilometer aan zeedijk vernield en de paalwering raakte zwaar beschadigd, evenals de twee kerken. Ook de vuurtoren op de Zuidpunt werd volkomen vernield. De bewoners moesten naar de zolders van hun woningen vluchten. Er vielen 13 doden, 20 huizen spoelden weg en tientallen andere woningen liepen ernstige schade op. De burgemeester schreef in een brief dat op het hele eiland slechts zeven huizen bewoonbaar bleven na de storm. Info van Wikipedia.

In 1855 werd vanwege de landafslag de Zuiderbuurt ontruimd. Vanwege de onveilige situatie en omdat de instandhouding van het eiland te duur was, werd in 1859 op bevel van koning Willem II het gehele eiland ontruimd. Reden voor de ontruiming was ook de armoede.

Aanplakborden
Op 1 maart 1859 maakte burgemeester Gerrit Jan Gillot op aanplakborden bij het gemeentehuis van Schokland bekend dat de bewoners het eiland binnen vier maanden moesten verlaten. Er woonden op dat moment ongeveer 650 mensen. De huizen werden afgebroken en het materiaal werd weer gebruikt bij de bouw van nieuwe woningen op het vasteland.

Hoewel een ruime meerderheid van de eilandbevolking katholiek was, evacueerde maar een klein deel van de inwoners naar het katholieke Volendam. Het merendeel verhuisde naar onder andere Kampen, waar de Schokkerbuurt gebouwd werd. Een deel van deze Schokkerbuurt is nagebouwd in het Zuiderzeemuseum.

Dat laatste wist ik niet, al moet ik tijdens zomers bezoeken aan het buitenmuseum er wel langs gelopen zijn. Schokland is in 1995 als eerste Nederlandse monument geplaatst op de werelderfgoedlijst van Unesco.

Maar goed, waarom nu naar die tentoonstelling in he Zuiderzeemuseum? Wel, twee redenen. De eerste is dat ik eind juli, begin augustus als ik naar het skûtsjesilen in Friesland ga langs de A6 het bord Schokland zie staat. Iedere keer weer.

Job op Schokland
De tweede is er een van decennia geleden. Op tv (Ikon) zag ik de solovoorstelling Job op Schokland, door Henk van Ulsen. Job is de door God beproefde figuur uit het Oude Testament. In het verhaal is het ‘vertaalt’ naar een oude jood die als enige van zijn familie de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd.

Ik zag Van Ulsen, die een geweldige verteller was, nog lopen over de planken die de verbinding is tussen de droge stukken land van Schokland. Ook al in de tv-uitzending veertig jaar geleden, dat beeld zie ik nog altijd voor me.

De tentoonstelling is een mooie geschiedenisles over het zware leven op Schokland, de ontruiming en het gegeven dat het voormalige eiland nog altijd trekt aan de nazaten van de oorspronkelijke bewoners. Voorwerpen, foto’s, tekeningen, modellen van vissersschepen voor de Zuiderzee (waaronder de boven dit verhaal afgebeelde schokker), uitbeeldingen van de verhuizing naar Volendam en Kampen en nog veel meer.

Ik kan me nu meer een beeld vormen over Schokland en zijn bewoners. Het enige wat me nu te doen staat is op een zomerse dag naar het voormalige eiland zelf gaan.

De tv-uitzending van Job op Schokland kan ik niet vinden, maar hier is wel een filmpje met daarin enkele minuten Henk van Ulsen uit die uitzending. Scroll (zodra dat na de reclame kan) door naar 3:10.

Nog nooit zoveel toetjes bij elkaar gezien, jammer dat ze nep zijn

Nog nooit zoveel toetjes bij elkaar gezien, jammer dat ze nep zijn

Als liefhebber van toetjes of dessert of pap, is de tentoonstelling Grand dessert – de geschiedenis van het toetje. Zeer mooi opgezet. Je krijgt spontaan trek in een vlaflip of een griesmeelpudding uit een fraaie gietvorm.

Ben dol op toetjes. Niet dat is het thuis elke keer eet aan het slot van de maaltijd, maar als zich de gelegenheid voordoet en het dessert ziet er veelbelovend uit, dan…

De tentoonstelling in het Kunstmuseum in Den Haag is een lust voor het oog. Kleurrijk, vormrijk, Jammer dat de werken – pudding, ijs, taart – niet echt zijn. Je zou zo een lepel in een toetje willen zetten.

En niet alleen de toetjes zijn het aanzien meer dan waar. De tentoonstelling varieert van bakvormen tot kookboeken, van serviezen tot bestek, van ijsmallen tot menukaarten, en nog heel veel meer. 

Geuren
Om bezoekers nog meer mee te voeren in de verleidelijke wereld van (koninklijke) toetjes is een bijzonder element toegevoegd: geuren. Proeven doe je namelijk vooral met je neus, dus aroma’s spelen een grote rol als je smult van een heerlijk dessert.

De twaalf geuren die je uit flessen kunt opsnuiven zijn ontwikkeld door International Flavors and Fragrances (IFF), wereldwijd een van de grootste producenten op het gebied van smaak- en geurstoffen. Het geeft een extra dimensie aan de tentoonstelling.

Art Deco
Net als bij het Rijksmuseum in Amsterdam boeide het Kunstmuseum in Den Haag me vandaag ook vanwege het gebouw vol symmetrische elementen zelf. Het is een Art Deco gebouw van de architect H.P. Berlage. Hij zou het zijn mooiste ontwerp noemen, maar maakte zag het eindresultaat zelf nooit. Hij overleed voor het museum werd geopend.

Voor mij is het gebouw een reden om nog eens naar dit museum te gaan. Bovendien is er veel meer te zien dan alleen de desserts.

Voor wie de toetjes ook wil zien: de tentoonstelling is nog te bezoeken tot begin april.

Spiegel met een verborgen afbeelding

Bronzen kunst, al is kunst niet helemaal de juiste benaming voor de 75 voorwerpen in de tentoonstelling Asian Bronze in het Rijksmuseum. Topstuk is de Boeddha beschermd door de Naga, dat voor het eerst uiten Thailand te zien is. Ook indrukwekkend is een spiegel met een verborgen afbeelding.

Kan mezelf onderhand wel een vaste bezoeker noemen van het Rijksmuseum in Amsterdam. Ik geniet van de kunst in de vaste collectie, zowel schilderijen van de grote meesters van Rembrandt Van Gogh en Van Ruysdael, de beelden in de katholieke traditie (hoeveel Maria met kindje Jezus telt het museum wel niet?), maar ga er tegenwoordig graag heen vanwege de bijzondere tentoonstellingen die er te zien zijn.

Zoals vandaag dus Asian Bronze. Van Boeddha tot Shiva en van wijnvat tot wapen. Het is er allemaal te zien. Een deel van de circa 75 tentoongestelde voorwerpen komt uit het eigen museum, maar er zijn ook veel bruiklenen, zoals het Nationaal Museum in Bangkok dat zes werken heeft uitgeleend, waaronder dus die Boeddha beschermd door de Naga (foto rechts). Verder stukken uit Indonesië (Museum Sonobudoyo, Yogyakarta), India (Bihar Museum, Patna), Pakistan (Nationaal Museum, Karachi) en musea in Londen en Parijs.

Nachtwacht
Het trekt altijd veel bezoekers voor de vaste collectie bij de Nachtwacht is het zelfs dringen voor goed zicht op dit werk van Rembrandt) en vandaag ook weer veel schoolklassen. Bij Asian Bronze is het echter veel rustiger. Zo rustig zelfs dat het vereiste tijdslot niet eens nodig is.

Jammer voor de samenstellers van de expositie wellicht, maar voor mij als bezoeker wel fijn. In alle rust kun je lang genieten van alle voorwerpen die in de moderne Philipsvleugel bijeen zijn gebracht.

De grote stukken zijn imposant om te zien, maar het kleine werk oogst bij mij zo mogelijk meer bewondering. Zoals een pauw uit Thailand. Vervaardigd met verfijnd vakmanschap. Het moet, aldus het tekstkaartje er vlakbij, zijn gemaakt voor een invloedrijke eigenaar.
Het is volgens mij een van de oudste voorwerpen in de tentoonstelling, het dateert uit 400 – 100 voor Christus.

Bellen
Ook indrukwekkend is de set van acht yong-bellen en een –bo-bel uit China uit de achtste eeuw voor Christus. Zie foto boven dit verhaal.

De makers van dit soort bellen, aldus het Rijksmuseum, wisten van tevoren vaak al precies welke toon elke afzonderlijke bel zou maken wanneer die was gegoten. Sommige bellen kunnen meerdere tonen laten horen, afhankelijk van de plek waarop de bel wordt aangeslagen.

Aanraken mag natuurlijk niet, maar in de App van het Rijksmuseum kun je na de uitleg een stukje van de muziek horen.

Verborgen afbeelding
Een derde opvallend voorwerp is een bronzen spiegel meet daarin een verborgen afbeelding van Christus aan het kruis. Japanse ambachtslieden ontwikkelden in de periode 1600 – 1870 een techniek om een verscholen afbeelding te creëren in een spiegel. Het christendom was in die tijd (de Edo-periode) verboden en daarom waren dit soort spiegels in zwang.

De twee spiegels die in de tentoonstelling zijn te zien (er is er ook een met Maria) zijn een moderne versie, eerder dit jaar in opdracht van het Rijksmuseum gemaakt door de kunstenaar Yamamoto Akihisa uit Kyoto, de vijfde generatie van deze makers. Met een scherpe lichtbundel worden in het museum de verborgen afbeeldingen op de muren in de tentoonstellingszaal geprojecteerd. Bijzonder.

Al met al weer een waardevol bezoek aan het Rijksmuseum vandaag.

Heerlijk weekeinde Friesland

Een zaterdag en nog een lang weekeinde met vrienden doorgebracht in Friesland voor wedstrijden van het SKS skûtsjesilen. We moedigen altijd het skûtsje van Leeuwarden of Ljouwert aan waarvan we al jaren en jaren donateur zijn. Het was weer heerlijk toeven in Friesland.

Had als geboren Rotterdammer en getogen Gouwenaar helemaal niets met skûtjes, maar door vrienden ooit gevraagd eens mee te gaan en donateur te worden van het Ljouwerter skûtsje.

Gedaan en nooit spijt van gehad. Behalve een paar leuke dagen Friesland is het ook een mooie gelegenheid veel te leren over zo’n traditioneel Fries vrachtschip. En over de wedstrijden van de SKS. Daar doen maar veertien schepen aan mee en alle schippers moeten uit een skûtsjegeslacht komen.

Vorige week zaterdag vanaf de rondvaartboot Marprinses onder genot van glaasje Berenburg de wedstrijd op de Wijde Ee gadegeslagen en afgelopen weekeinde die op het IJsselmeer bij Stavoren vanaf de dijk (zaterdag) en die op het Heegermeer bij Woudsend (maandag, weer op de Marprinses). Ook op de dijk en de rondvaartboot natuurlijk weer Berenburg binnen handbereik.

Planetarium

De zondag – dan zijn er geen wedstrijden – per trein koers gezet naar Franeker voor bezoek aan het Eise Eisinga planetarium. Kende dat alleen van de verhalen en de foto. Zeer indrukwekkend om het nu met eigen ogen te aanschouwen en het verhaal er achter te horen. Zeer goede uitleg over de bouw en de werking van het planetarium en ook mooi om op zolder het radarwerk te zien.

En minstens zo belangrijk is natuurlijk de gezelligheid van het samenzijn met vrienden. Samen borrelen en eten. En overnachten in prima hotel naast de sluis in Workum waar we ook al een aantal jaren komen.

Kortom, twee weekenden om met genoegen op terug te blikken.

Hieronder een filmpje van de skûtsjewedstrijden op het IJsselmeer en het Heegermeer.

Kunstkijken in een gesloten museum

Bezoek aan museum dat al paar jaar gesloten is en ook nog jaren gesloten blijft. Bijzonder dus om toch door Museum Boijmans Van Beuningen te lopen. Wel met bouwhelm op. Verrassende installaties.

Nog nooit geweest, maar deze weken is het mogelijk omdat in kader van Maand van de Architectuur een rondgang te maken door het gesloten, 89 jaar oude Boijmans Van Beuningen. Dat het museum in Rotterdam wordt gerenoveerd, kan niemand ontgaan die binnenstapt, merk je tijdens het bezoek aan Snakken naar Boijmans.

Wel met een bouwhelm op. En voor wie ondanks de waaraschuwing bij het boeken van een toegangskaartje toch zo dom is op teenslippers te zijn gekomen, moet dat schoeisel even omruilen voor beschikbare stevige stappers.

Gaten in de muren. Verwijzingen naar zalen die niet meer kloppen. Volgens mij is het nog niet de verbouwing zelf, maar bouwkundig onderzoek naar wat er allemaal mis is en wat er moet gebeuren en ook – dat staat vast – asbestverwijdering.

Rijksmonument

Het klinkt spannend voor zo’n bezoek. Ik ben van de categorie die niet alleen naar het museum gaat voor de collectie, maar ook voor het gebouw zelf. Dat heb ik al sinds ik voor het eerst in het Rijksmuseum in Amsterdam kwam. De architectuur daar is van een grote schoonheid en ik hoop op diezelfde ervaring in Boijmans, dat deels ook een rijksmonument is.

Nou, dat lukt, al zijn er soms wel een beetje fantasie en oude foto’s voor nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor een monumentale houten trap. Die is verwijderd. Alleen het stenen geraamte duidt de plek.

Spannend is dat het museum niet één gebouw is, maar eigenlijk een optelsom van vier bouwdelen van achtereenvolgende architect die sinds 1928 betrokken zijn geweest bij Boijmans. Duidelijke uitleg in twee plattegronden die elke bezoeker meekrijgt. Op de ene kant veel informatie over het gebouw (architectuur) zelf en de andere kant over de installaties en andere kunstwerken die speciaal voor deze weken te bewonderen zijn.

Toren

Zo leer ik dat de al genoemde houten trap (die dus nu verwijderd is) al dateert uit 1700, maar toen onderdeel was van het woonhuis van Simon de Brienne, die het in 1928 schenkt aan het museum. Ik geniet van de marmeren vloeren en plinten en de fraaie spiraaltrap met veel lichtinval. De toren die boven het museum uitsteekt is helaas niet te bezoeken, maar op deze zonnige dag is er vanaf de binnenplaats mooi zicht op.

Om Boijmans toch even een museum te laten zijn (het is dicht sinds 1919 en gaat op zijn vroegst pas in 1929 open), hebben kunstenaars op verschillende plekken fraaie installaties geplaatst. Dat moet een buitenkansje voor ze zijn, want door de leegte van het gebouw, hebben ze nauwelijks met ruimtelijke beperkingen te maken gehad.

Yellow Lines

Heel fraai vind ik bij de al genoemde spiraaltrap de meters- en metershoge draaiende… tja, wat is het eigenlijk? Autotomania ku Zjeitu van de kunstenaar Kevin Osepa . Nou, mooi in elk geval. Nog mooier vind ik The Pace of Yellow Lines and Blue Surfaces van Johannes Langkamp. Twee bewegende installaties in zachte kleuren en materialen die van een afstand in twee naast elkaar gelegen museumzalen zijn te zien.

Een installatie waar je niet omheen kunt (maar wel doorheen kunt lopen) is Labyrinth van de kunstenaar Adrianus Kundert op de binnenplaats van het museum (zie foto onderaan). Met lucht gevulde gestreepte kokers waar je doorheen kunt lopen.

Sommige installaties heb ik gefilmd. Zie onderaan.

En op een zonnige dag is er natuurlijk ter afsluiting een uurtje in redelijke van de zon genieten in het park achter het museum. Wie het museum wil bezoeken (aanrader!): het is nog toegankelijk tot en met 7 juli.

Panorama uit mijn jeugd

Voor het eerst sinds mijn jeugd weer Panorama Mesdag in Den Haag bezocht. Ik herinnerde me niet meer hoe bijzonder dit kunstwerk is.

OK, wie niet van kunstwerken houdt, zal zijn schouders ophalen. Het is een schilderij van iets meer dan 160 jaar oud. En het is het enige waarvoor je dan ook nog speciaal naar het museum in de Zeestraat moet. De rest is wel aardig, maar het gaat om het panorama.

De naam geeft het al weg. Het is een rondblik, echt 360 graden van Scheveningen en een deel van Den Haag. In 1881 geschilder door Willem Mesdag (Haagse School), zijn vrouw en twee vrienden.
In opdracht van een Belg, want in die tijd waren panorama schilderijen booming, zoals we dat nu noemen.

Arntzenius
Ben er, zoals hierboven gezegd, in mijn jeugd geweest. Waarom weet ik niet meer. Nu getriggerd, omdat in het museum een van de schilderijen van de Arntzenius collectie uit Museum Gouda (foto hieronder) hangt. Die hoefde ik niet te zien, maar het panorama…, ja, laat ik die maar eens op mijn museumlijstje zetten.

Dus vanochtend naar de Hofstad en in het museum aan de Zeestraat direct naar boven. Daar genoten van het ongelooflijke tafereel dat je daar aanschouwt. 14 Meter hoog en met een omtrek van 120 meter.

Het schilderij, dat een van de oudste nog bestaande panorama’s in de wereld is, is een vergezicht op de Noordzee, de duinen, Den Haag en Scheveningen. Ontworpen (met pen op glas) vanaf de Seinpostduin en later dus uitgewerkt met zijn vrouw en vrienden tot dit imposante werk.

Een genot voor het oog, zeker voor wie van Scheveningen, de duinen en het zicht op Den Haag houdt. En voor wie wel eens een echt mooi bewaard gebleven immens groot panorama houdt. Je ruikt alleen de zilte zeelucht niet.