IJskoude nostalgie met toch warme herinneringen

Herinnering uit mijn jeugd is nu te zien in Museum Gouda. De al lang gesloten ijssalon Italia is hier een beetje nagebouwd. Het is dat ik niet meer snoep, anders zou ik zo weer aan een echt Italiaans ijsje willen likken…

Italia was de enige zaak in Gouda in mijn jeugd waar echt ijs, dus Italiaans werd verkocht. In supermarkten en dergelijke waren alleen waterijsjes te koop. Een echte traktatie was dus een ijsje bij de ijssalon van de familie Agnoli op de Markt.

Kan me niet veel van de smaak van het ijs herinneren, wel de inrichting, met tafeltjes en stoelen, de brede toonbank. En lopend over de Markt kon je de ijssalon niet missen, want de grote lichtreclame met de naam Italia lokte je er vanzelf naar toe. Het verhaal gaat dat op feestdagen als – toen nog – Koninginnedag er een flinke rij mensen stond te wachten om naar binnen te kunnen.

IJscoupes
Op de kleine tentoonstelling in het dit jaar 150 jaar bestaande Museum Gouda, komt dat weer een beetje tot leven. Pure nostalgie. Uiteraard hangt het grote lichtbak van de gevel er, maar ook prijslijsten, tafeltjes en stoelen en een vitrine met tal van ijscoupes uit de ijssalon. Een aantal voorwerpen is naar het museum gekomen na een oproep in AD Groene Hart, de krant waarvoor ik tot eind vorig jaar journalist was.

Zwart-wit foto’s laten zien hoe de zaak er decennia geleden uit zag. Agnoli kwam in 1939 naar Gouda als vluchteling van de armoede en het fascistische regime.

De ijssalon was alleen van het voor- tot het najaar geopend. De wintermaanden bracht de familie toen de democratie in Italië was hersteld, door in het moederland. Italia sloot in 2002, nadat de laatste eigenaar Danilo Agnoli om gezondheidsredenen niet meer terugkeerde naar Gouda. Hij overleed op 25 januari van dit jaar op 79-jarige leeftijd in Italië.

Smaakverschil
Wat rest zijn nieuwkomers die ook traditioneel Italiaans ijs verkopen. Volgens sommige Gouwenaars haalt dat ijs het niet bij die van Italia, maar dat lijkt me een boude bewering. Na zoveel decennia kun je dat smaakverschil echt niet merken.

Een van de Italiaanse oud-werknemers van Italia verkoopt overigens in de zomerperiode nog steeds ijs. ‘Opa Antonio’, zoals hij bekend staat’, is met zijn ijskar dan te vinden bij de Reeuwijkse Plassen. Zodra hij voor het eerst in het nieuwe zomerseizoen wordt gespot, gaat zijn aanwezigheid al snel rond via Twitter en Facebook.

De tentoonstelling in Museum Gouda is nog tot 27 oktober te bezoeken.

Betoverend mooi en verrassend

Een ‘tentoonstelling’ met bekende werken van Mondriaan, Van Gogh, Vermeer en Rembrandt, maar dan anders. Projecteis op muren. Veel van de werken heb van de kunstschilders heb ik met enige regelmaat, dus een moderne bewerking lijkt me wel geinig. Nou, meer dan geinig is het betoverend.

Zelfs wie geen kunstliefhebber, laat staan –kenner is, zullen de zelfportretten van Vincent van Gogh, zijn zonnebloemen, of het Melkmeisje en Meisje met de parel van Johannes Vermeer, de Nachtwacht van Rembrandt en de gekleurde vlakken van Piet Mondriaan wel eens zijn tegengekomen.

Ik noem mezelf absoluut geen kunstkenner, wel een liefhebber. De Museumkaart is daar debet aan. Voor een vast bedrag per jaar heb je toegang tot heel veel musea in Nederland, al moet je voor een bijzondere tentoonstelling soms een kleine bijdrage betalen.

Tot voor mijn pensionering moest ik elk uitje, dus ook naar een museum plannen. Het kwam vaak neer op de zaterdag, of soms op een extra vrije dag (compensatie) doordeweeks.

Westergasfabriek
Nu gaat het veel gemakkelijker. Zie ik ineens in de krant een recensie of een advertentie van een tentoonstelling en dan denk ik: die wil ik wel zien. Zoals vanochtend na het lezen van het verhaal in dagblad Trouw over Fabrique des Lumières, gehuisvest in de monumentale negentiende-eeuwse Westergasfabrfiek Amsterdam.

Bekende schilderijen nu eens op een andere manier te zien uitgelicht, lijkt me wel geinig. Nou, dat woord verdwijnt binnen een paar minuten na binnenkomst gelijk naar de prullenbak.

De schilderijen lijken uiteen gesneden. Geen statische beelden meer, maar bewegingen, zoals in het winterlandschap van Hendrick Avercamp. En enkele schutters uit de Nachtwacht van Rembrandt worden stuk voor stuk getoond. Ze komen zo als persoon tot hun recht. En op een ander – levensgroot – schilderij draaien de wieken van een molen.

Meisje met de parel
Van het Meisje met de parel van Vermeer zie je eerst de voor- en rechterkant van haar gezicht. Pas na een paar tellen wordt de parel zichtbaar. Die krijgt op deze manier volgens meer mij meer ‘glans’ dan op het echte doek. En in het Straatje van Vermeer (eigenlijk Gezicht op Delft) , verschijnen de ander meisjes achter de ramen. En een oorlogstafereel op zee, zie je de kruitdampen voorbij komen.

Bij Mondriaan schieten – na het op nieuwe wijze tonen van zijn vroege werk – de gekleurde vlakken in alle richtingen over de muren van de Westergasfabriek. Ja, muren, want de beelden worden rondom vertoond. Waar je ook zit in het gebouw, je ziet ze overal.

En vergeet de vloer niet. Wie op de grond ziet, kan zich in het schilderij wanen. Zo wordt een schilderij met een oorlogstafereel aangevuld met hoge zeegolven op de vloer. Bijna om echt zeeziek van te worden. En het werk van een kerk wordt ‘aangevuld’ met projecties van grote vloertegels zoals je die in oude kerken tegenkomt. Ook leuk voor de aanwezige kinderen die echt niet 50 minuten of langer stil kunnen zitten bij pa en ma. Ze springen van tegel naar tegen.

Bij een ander werk, schieten de bloemen om je heen. De schilderijen komen ze meer dan tot leven. Dat is misschien nog wel de beste omschrijving. Onderdompelen in deze voorstellingen, of immersive projection.

De twee tentoonstellingen (die met de Hollandse meesters duurt 34 minuten, die van Mondriaan 14, in Cineacformule) worden rijk gelardeerd met mooie muziek. Klassiek waar het nodig is, modern waar het kan.

Muziek
En de muziek lijkt van alle kanten te komen. Geen Atmos Dolbi surround zoals in de moderne bioscopen, maar wel zeer goed ondersteunend aan de beelden. Sterker nog, de vertolkingen van de pianostukken van Sibelius, muziek van Händel, het Benedictus van Karl Jenkins en Glassworks van Philip Glass.

De organisatie houdt er rekening mee dat bezoekers ook wel even willen zien hoe de echte getoonde schilderijen van Mondriaan, Vermeer, Van Gogh en Rembrandt er uit zien. Die worden geprojecteerd in een bijzaal van het gebouw. Een waardevolle aanvulling.

Je merkt het, ik ben razend positief. Zo positief dat ik later dit jaar zeker nog een keer ga en me opnieuw onderdompelen in beide aaneengesloten tentoonstellingen.
Voor wie ook gaat: een toegangskaartje kost 17 euro voor volwassenen. Tijdslot is verplicht.

Is er dan niets negatiefs op te merken? Nou, deze dan. Onder de bezoekers bevinden zich in mijn nabijheid enkele dames die elkaar kennelijk maaaaanden niet hebben gezien. Ze praten honderduit. En enkele heren die met stemverheffing boven de muziek proberen uit te komen om een ander uit te leggen welk schilderij wordt getoond.

Daar tegenover staat dat het mooi is om te zien hoeveel kinderen (niet de kleuters) en tieners zich net als ik ademloos vergapen aan de projecties. Wellicht gaan zij de echte schilderijen eens ontdekken in de verschillende musea in ons land.

Hieronder nog twee filmpjes. Een over het deel Mondriaan, de ander over de Hollandse meesters. Foto’s zeggen bij dit verhaal veel minder dan de filmpjes kunnen vertellen.

Humor in de Romeinse oudheid: ,,Ik ga nog failliet aan dat verdomde beest!’’

Rare jongens die Romeinen, volgens Asterix en Obelix, maar je kon wel met ze lachen. De tentoonstelling ‘Romeinse villa’s in Limburg in het Rijksmuseum van Oudheden bewijst het.

Het museum in Leiden herbergt tal van schatten uit, zoals de naam al doet vermoeden, oudheid. Romeinse en Griekse tijd natuurlijk, maar ook aandacht voor Egypte en Nederland zelf komen rijkelijk aan bod.

Sinds 25 april staat het Romeinse leven in Limburg centraal. En dan vooral de villa’s, of kleine (leger) gemeenschappen. De villa’s waren enorme akkerbouwbedrijven die de hele regio voorzagen van graan, vooral spelt. De löss in de Limburgse grond, was er perfect voor.

Badhuis
Met de opbrengst van de verkopen verfraaiden de eigenaren hun boerenhuis tot complete landhuizen in Mediterrane stijl, met een badhuis en Romeinse uitvindingen als glazen ramen en vloerverwarming. 

Te zien en te leren hier in Leiden is hoe de oorspronkelijke bewoners van Limburg handel dreven met het leger en hun woonvormen kopieerden.

Van de villa’s (hoofdgebouw met rijke versieringen en werkplaatsen en dergelijke is weinig meer over in Limburg. Na het vertrek van het Romeinse leger, raakte de nep-Romeinse leefstijl letterlijk in verval. Als er nog iets te vinden is van de overblijfselen van de gebouwen, zitten die diep in de grond.

Toch zijn er genoeg aandenken aan die tijd bewaard gebleven, zoals serviesgoed, verschillende soorten aardewerk en glas, Delen van zuilen en gedenkstenen.

Het Rijksmuseum van Oudheden heeft zelf een flinke verzameling, maar er zijn voor deze tentoonstelling ook voorwerpen overgebracht uit andere musea, zoals het museum Parco Archeologica di Paestum e Velia in het Italiaanse Paestum.
Mooi getoond met een duidelijke uitleg. Het Rijksmuseum van Oudheden laat zich weer van zijn beste kant zien.

Overnachting
Interessant dus, met ook nog wat te lachen. Zoals die fraaie grap op een steen die het Louvre in Parijs voor de tentoonstelling heeft uitgeleend, over het opmaken van de rekening voor een overnachting in een herberg en de het gesprek daarover tussen de herbergier en de klant.
Vertaling op het bord ernaast:

,,Laten we afrekenen: een karaf wijn en brood, één as.* Warme maaltijd twee as.’
,,In orde.
Het meisje vannacht, acht as.’’
,,Ook in orde.’’
,,Hooi voor de muilezel, twee as.’
,,Ik ga nog failliet aan dat verdomde beest!’’

*De as is een Romeinse munt.

Het bord (van kalksteen, met afbeeldingen van de herbergier, de klant en de muilezel) was het uithangbord van een mansion (rustplaats of herberg) langs de Via Popilia. Een weg van Capua ten noorden van Napels tot Rhegium, het huidige Reggio di Calabria, in de punt van de Laars van Italië.

Nostalgie in overvloed

In Hoorn vandaag het Museum van de 20e eeuw bezocht. Op verzoek van zus Y., vanwege de grote Legotentoonstelling. Leuk, maar teveel moderniteiten met StarWars, Ninja en Harry Potter en dergelijke. De vaste collectie van het museum is meer de moeite waar. Een en al feest der herkenning.

Een verhaal over de tentoonstelling rond het 90-jarig bestaan trok de aandacht van Y. en mij. We zjn allebei opgegroeid met dit speelgoed. Links en rechts zweeft er nog een blokje in onze huizen. De ontstaansgeschiedenis krijgt aandacht in het Hoornse museum dat is ondergebracht in een vroegere gevangenis. Maar het zijn de vele, soms manshoge bouwsels die de aandacht trekken, zoals de Eifeltoren, de Taj Mahal en het Vrijheidsbeeld.

Harry Potter
En verder in de vier zalen vooral Lego rond ook al weer wat jaren geleden populaire films, zoals Star Wars en Harry Potter. Fraai gemaakt en onder andere bij Starf Wars ook met beweging na het drukken op een knop. Idem om een trein te laten rijden. Al zijn er ook treinen die bewegen (dankzij een sensor) als je langs loopt. Al met al de moeite waard, al had voor zowel Y. als mij wat mer focus op het oude Lego wel gemogen.

De rest van het museum sprak mij toch wat meer aan. Woonkamers uit (het begin van) de vorige eeuw en oplopend. Winkelfacades met daarin producten uit vroeger tijden, ook een tabakszaak met rookwaar en zelfs een advertentie dat bij aankoop van een hoeveelheid tabak er en een beetje tabak cadeau wordt gedaan. Kom daar nu nog eens om…

Meccano
Ook is er speelgoed dat herinneringen oproept, zoals het consturctiespeelgoed Meccano en de autootjes en baan van Schuco die mijn broers hadden. Keukengerei in alle soorten en maten weckpotten, maar ook een pan waarin de glazen potten met groenten en zo werden verhit voor ze in de kast als wintervoorraad gingen. Ook mijn ouders waren jarenlang fan van wecken.

En verder speldjes die je vroeger verzamelde, keukentjes, winkeltjes om te spelen… En ook een klaslokaal uit lang vervlogen tijden, met op de kast een grote fles inkt. Die ken ik nog, want tot in de 2e klas van de lagere school schreef ik nog met een kroontjespen. Zag er ook het kleine, handige fototoestel de Kodak pocket instamatic. Zelf gekocht in de tweede helft van de jaren zeventig, vlak voor een vakantie met vrienden naar Canada.

Viewmaster
Bijzondere herinnering was de Viewmaster in een van de vitrines. Bedacht me dat ik die zelf ook nog ergens moet hebben op zolder. Dus eenmaal thuis dozen onder het stof vandaan gehaald en ja, daar was ie. Net als de projector die ik later heb aangeschaft. Blijkt nog te werken. En uiteraard nog een reeks schijfjes met de stereofoto’s.

Veel oranje natuurlijk in de permanenten tentoonstelling, de kleur van begin jaren tachtig voor onder andere broodtrommels en bewaarbussen van Brabantia, een zeer herkenbaar fondustel met dito borden zoals mijn broer en schoonzus in Waddinxveen die hadden.

Het overzicht aan tv-toestellen is haast onuitputtelijk in het Museum van de 20e eeuw, net als de voorbeelden van de opkomst van de pc en rekenmachines. Het totale aanbod is zo indrukwekkend dat ik zeker nog een keer naar dit museum ga.

Ook een stadsbezoek zelf staat op het programma voor een zomerse dag. Was al eerder in Hoorn geweest, maar toen van het NS-station rechtstreeks naar de bestemming voor die dag gelopen, het Westfries museum. Dwars door winkelstraten naar het plein waar het museum is gevestigd.
De wandeling naar het Museum van de 20e eeuw gaat door een mooier stuk stad, het oude Hoorn met haven en oude gebouwen. Voor wie van historische steden houdt (zoals ik) een bijzondere ervaring. Dus: tot de volgende keer Hoorn!

Wie de tentoonstelling 90 jaar Lego wil bezoeken: dat kan nog tot het einde van dit jaar.

Een filmpje van vandaag:

Hernieuwde kennismaking met de eeuwige stad

Druk vergaderweekeinde in Rome en geen tijd om tussendoor de toerist uit te hangen. Dus er een paar dagen aan vastgeknoopt om te genieten van het Colosseum, Vaticaan, de Trevi fontein, Forum Romano en het Pantheon. En dat met ook nog eens schitterend terrasweer.

Twee keer per jaar vergadert de classis van mijn kerk (Church of Scotland, de mijne in Rotterdam) bij een van de aangesloten kerken in Europa.

Toen ik nog werkte was ik min of meer jaloers op sommige deelnemers aan de bijeenkomsten die er paar dagen aan vastknoopten. Een soort minivakantie dus. Maar ja, destijds wilde ik zoveel mogelijk van mijn vrije dagen bewaren voor de zomervakantie in Scotland. Zonder de uitbreiding kosten de bijeenkomsten je al (mede vanwege de reis) al 2 x 2 dagen per jaar, dus…

Als pensionado speelt dat probleem niet meer. Ik zal niet telkens mijn verblijf in een van de steden in mijn classis/presbytery verlengen. In oktober zijn we in Lausanne, Zwitserland bijvoorbeeld, wat heb ik daar te zoeken… Maar Rome wel in Valetta op Malta waar ik ook al eerder ben geweest en ook in Lissabon zijn een paar dagen extra bepaald geen straf.

Bliksembezoek

Nu dus Rome. Acht jaar geleden was ik er voor het eerst en voor het laatst. Toen had ik op de donderdag- en vrijdagmiddag nog wat uren vrij voor een bliksembezoek aan het een en ander, maar door bijgekomen functies en taken in internationaal verband, zit ik na aankomst op donderdag (bijpraten met mensen van de andere kerken) en vrijdag en zaterdag (vergadering na vergadering) volgeboekt.

Begrijp me niet verkeerd. Ik doe het met liefde. Ben dol op mijn kerk en de werkwijze van een protestantse kerk en lever graag een bijdrage, ook in internationaal verband. Temeer dat verschillende leden/bezoekers vooral naar de Schotse kerk komen omdat ie protestants is en dat de diensten in het Engels zijn.

Ik wil ook graag de band met de moederkerk benadrukken en een steentje bijdrage aan onze relatie met de Church of Scotland in Scotland. Dus ben ik in internationaal verband (Europa, Bermuda en Sri Lanka) convener (bijeenroeper, een zachte vorm van voorzitter) van de commissies kerkvisitatie en de adviescommissie (begeleiding) van de straks voor een beroepingscommissie samenwerkende gemeenten in Geneve en Lausanne in Zwitserland en coördineer ik de publiciteit van de internationale tak richting Schotland (eens een journalist, altijd een journalist,…) onder andere via de Schotse variant van het Nederlandse PKN-maandblad Kerkinformatie en social media.

Uitstapjes
Genoeg daarover. Het gaat me op deze weblog natuurlijk over de uitstapjes, wan tja, wie is er geïnteresseerd in mijn kerkelijk geneuzel.

Hoewel… de Schotse kerk in Rome (St. Andrews Church) heeft naast de kerkzaal op de begane grond onder andere een dakterras (zie foto hierboven) vanwaar je een prachtig zicht hebt op de stad Rome.

Tussenronde
Net als iedereen hier tuur ik tijdens de lunchpauzes en het diner op vrijdagsavond en de lunch op zondagmiddag naar de St. Pieter in Vaticaanstad. Een geheel ander kerkgenootschap dan de mijne, maar toch zo dichtbij (zie foto rechtsboven). Uiteraard een paar keer naar de paus gezwaaid. Volgens mij zwaaide hij terug, maar ik kan me vergissen….

Relatief sober hotel Casa del Salle, niet ver van Vaticaanstad.
Zoals ik hierboven al schreef: de St. Pieter was niet ver weg. Volgens mij een priesteropleiding dat al jaren niet meer geheel nodig is. Dus is deel van het complex tot een 3-sterrenhotel omgetoverd.

Prima kamers, goede voorzieningen zoals de ontbijtruime, rustig gelegen en zeeeer vriendelijk personeel. Wel een kapel (met mooie gebrandschilderde ramen), maar geen bar. Dat is oplosbaar, de Minimarket met een licence is om de hoek voor deze dorstige Gouwenaar.

Belangrijk: op minder dan 5 minuten gelegen van metrostation aan een van de belangrijkste metroroutes (lijn A) van de stad. Aanbevelingswaardig dus. Weet niet waarom, maar er werd behoorlijk veel Nederlands gesproken, dus hotel (eigen kosten voor mij voor de verlenging met twee nachten ongeveer 90 euro per nacht, 1-persoonskamer) is zeer in trek bij mijn landgenoten.

Toerist uithangen

Maandag en dinsdagochtend is het tijd voor het toeristische programma. Wil uiteraard nu wel de St. Pieter in en ook de rest van de highlights bezoeken.
Op het St. Pieterplein krijg ik grote schrik. Het is nog redelijk vroeg (10.00 uur), Maar toch staat er al een rij van hier tot Tokio om naar binnen te mogen. Na een uur toch maar i de rij staan, ontdek tik dat de wachtrij niet zozeer de basiliek zelf betreft, maar de security. Net als op elk vliegveld met alles door een scanner. Daarna is van een wachtrij geen sprake meer.

Eenmaal binnen in de St. Pieter kijk je je ogen uit. Een en al pracht en praal. Zag het in reacties op social media al voorbijkomen: het is wel allemaal betaald van geld/donaties van goedgelovige katholieken. Dubbel gevoel dus.
Hoewel, als je de St. Giles Cathedral in Edinburgh bezoekt (de ‘high kirk of Edinburgh’, maar ook van mijn kerkgenootschap…) is het maar de vraag of de katholieken daar uniek in zijn. Hoe dan ook, prachtig om deze wereldberoemde basiliek (volgende week, paaszondag klinkt het weer ‘Bedankt voor die bloemen…’) te bezoeken.

De volgende qua tijdslot al geboekte trip vandaag is Forum Romano (Latijn Romeins marktplein). Acht jaar geleden langsgelopen, maar niet nar binnen geweest. Nu wel Fantastisch.
Je loopt door ruim tweeduizend (ja, tweeduizend!!!) oude geschiedenis van Rome. Tempels, kolommen, noem maar op. En bonus: hier in Forum Romano hoor je vrijwiel niets van de moderne stad, de sirenes van de hupdiensten daargelaten.

Colosseum

Uiteindelijk nog bezoek aan het Colosseum. Ben bepaald niet de enige. Het is flink druk. Anders dan bij musea in Nederland is het tijdslot heel strikt. Ik blijk vier minuten (!) te vroeg, dus moet wachten. Niet dat de kaartjesman streng is, maar zijn scanapparaat geeft geen groen licht als je te vroeg bent om het Colosseum (ooit het grootste amfitheater in het Romeinse Rijk.

Gebouwd op initiatief van keizer Vespasianus en dat werd gefinancierd uit de krijgsbuit van de plundering van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. De bouw begon in de eerste jaren van de heerschappij van Vespasianus, waarschijnlijk in 70-72. Mogelijk werkten Joodse slaven aan het enorme amfitheater, maar hier is geen historisch bewijs voor. De spelen bij de opening duurden 100 dagen.

Geen gladiatoren meer nu, ook geen keizer op de tribune, of wat daar van over is. Wel vanaf de verschillende ringen goed zicht op wat zich beneden moet hebben afgespeeld. De muren van de hokken van de wilde dieren, enzovoorts, het is allemaal zeer goed zichtbaar. Ook de bogen en de halfzuilen die de tand des tijds hebben doorstaan zijn imponerend. Niet voor te stellen dat er vroeger plek was voor 50.000 toeschouwers. Prachtig om rond te lopen in dit stukje Romeinse geschiedenis.

Trevi fontein
Dinsdag eerst bezoek gebracht aan de Trevi fontein. Acht jaar geleden zag ik de drukte, een fontein, maar geen idee waar ik was, laat staan waar de drukte voor was. Dat ontdekte ik pas later bij thuiskomst.

Nu bewust hier een klein uur doorgebracht. Geen muntjes in de fontein gegooid (ben niet bijgelovig) voor een volgende terugkeer naar Rome zoals het verhaal wil, maar wel genoten van de schoonheid van het beeldhouwwerk. En zeker zoals deze dinsdag in de volle zonneschijn.

Ondanks het relatief vroege tijdstip al flink druk. Agenten houden toezicht, kennelijk om te voorkomen dat mensen de fontein in gaan. En misschien ook wel om eventuele zakkenrollers af te schrikken.

Pantheon
Dan het Pantheon. Een herbouw in de tweede eeuw na Chr. van een eerdere tempel op deze plek. Goed geconserveerd. Dit dankt het gebouw aan het feit dat het in de zevende eeuw werd omgevormd tot kerk en continu in gebruik is gebleven en onderhouden. Het Pantheon is nog steeds in gebruik als rooms-katholieke kerk (‘kleine basiliek’). Zeker een uur rondgelopen om het gebouw goed in me op te nemen.

Daarna recht tegenover het Pantheon op zeer zonnig terras nog even genoten van een heerlijk kopje koffie. Wel de tijd in de gaten gehouden, want rond middaguur moet ik naar hotel om koffer op te halen en richting het vliegveld te gaan.

Einde van een paar schitterende toeristische dagen als slot van wat toch eigenlijk was bedoeld als een vergaderweekeinde. Weet niet hoelang ik nog taken binnen de classis of presbytery blijf uitoefenen, maar wellicht dus tot een volgende keer.


Filmpje:

Rugby, bier, bacon and eggs, vrienden: een heerlijk lang weekeinde Edinburgh

Voordeel voor  pensionado: je kunt er zomaar een even een paar dagen tussenuit zonder vakantiedagen op te nemen. Dus van donderdag tot en met vandaag in Edinburgh vertoefd.

Nooit een straf om daar te zijn. Weet mijn weg daar na zoveel jaar wel te vinden. Had dit keer geen speciaal doel. Gewoon, paar dagen door de stad kuieren en musea en pubs bezoeken. Ontbijten met goede bacon and eggs (met ‘black pudding’, zie foto verderop), bijkletsen met vrienden K. en L. die daar wonen en bij wie ik als zo vaak logeerde. Onder het genot van wat bier en een maaltijd is dat toch wat leuker dan via Facebook en WhatsApp.

Vrienden verrast met kleine hoeveelheid Nederlandse boodschappen (drop, mueslibollen en pepitamix [van Lidl]).

Eerste volledige dag (vrijdag) benut met stadswandeling en bezoek aan St. Giles Cathedral (de ‘High kirk of Edinburgh’) en de National Galleries of Scotland.

Skating Minister
Dat museum vooral aangedaan om weer even te genieten van het schilderij The Skating Minister (de schaatsen predikant). Een schilderij met een Nederlandse link.
De afgebeelde Rev. Robert Walker heeft als kind leren schaatsen in Rotterdam, waar zijn vader predikant was van mijn kerk.

De jonge Walker is blijven schaatsen in Edinburgh waar hij zelf predikant werd. En dat trok de aandacht van de schilder Henry Raeburn. Uiteraard de elektronische knip tevoorschijn gehaald om een hoeveelheid souvenirs te kopen.

Na het snuiven aan de cultuur, maar even de pub in voor een pint bier. Daarna met mijn Edinburghse vrienden gegeten in restaurant van pub Deacon Brodie op de Royal Mile.
Uiteraard fish and chips en – vooraf gecheckt of het er was – Cranachan als toetje. Al jaren mijn favo dessert in Scotland, zoals biest dat in Nederland is.

Bacon and eggs
Dat over de toetjes. Voor het ontbijt elke ochtend deur uit voor een bacon and eggs, maar op zaterdag zelfs een met black pudding/pudding. Een traktatie!

Drie keer dit weekeinde dus. Zal best slecht zijn voor het cholesterolgehalte in mijn lijf, maar lekker!!!

En daarna steevast koers gezet naar de nieuwe Starbucks in Princes Street.
De enige koffieketen met filterkoffie (veel beter of minder slecht zo je wilt voor je cholesterol!) en hier dan ook nog met schitterend uitzicht op Edinburgh Castle.

Zaterdag uren doorgebracht in het National Museum of Scotland, net ten zuiden van de Royal Mile. Jaren geleden dat ik daar binnen was geweest. De nieuwbouw ondergronds nog nooit gezien zelfs. Prachtig ‘verhaal’ over de historie van Schotland vanaf de oudheid. Indrukwekkend.
Het oude gedeelte is zeer ruim en thematisch van opzet. Zo ‘verdwaal’ je niet in het museale aanbod.

En daarna met de lift naar het Roof Terrace. Met het zeer fraaie Februari weer geen straf. Prachtig uitzicht vanaf het dak over het dak, met indrukwekkende aanblik op het kasteel van Edinburgh. Zie foto boven dit artikel

Net als bij het Rijksmuseum gaat het niet alleen om de collectie die er te bewonderen is, maar dus ook om het uit 1866 daterende gebouw zelf. Een prachtige, lichter ruimte met vides, fraai vorm gegeven radiatoren, sierlijke trappen. Pas als je de vele zijzalen instapt, ontdek je hoe groot dit museum is.

Er is bijna teveel om van te genieten, dus ik moet komende zomer of later nog eens terug.

Moe van het lopen – elk excuus – naar de pub Greyfriars Bobby aan de overkant van de straat, voordat ik de bus terug naar het logeeradres neem.

6Nations rugby
Het is het weekeinde van de belangrijkste rugbywedstrijd tussen Schotland en Engeland. Het 6landentournooi waaraan Engeland, Schotland, Wales, Ierland, Frankrijk en Italië aan meedoen, kent daarbinnen nog die om de Calcutta cup tussen Engeland en Schotland. Die wedstrijd gaat terug tot 1872 in – inderdaad – Calcutta in India.

Vandaag speelt Engeland in het Murryfield stadion in Edinburgh. De Schotten zetten alles op alles om de Calcutta cup voor de vierde keer op rij te winnen.

In centrum van Edinburgh is het aardig vol met fans van beide landen of teams, maar het gaat er zeer gemoedelijk aan toen. Rugby kent geen hooligans.

Heb geen kaartje voor de wedstrijd, maar dat geeft niet. De game bekeken in het clubhuis van de rugbyclub tegenover mijn logeeradres. Geweldige middag/avond met uiteraard wat pinten bier.

Vakantie of niet, op zondag ga ik ter kerke. Vandaag in de ‘High kirk of Edinburgh’, St. Giles Cathedral, op de Royal Mile. Het is de hoofdkerk van mijn kerkgenootschap, de Church of Scotland.

Terwijl ik naar een goede zitplek loop, passeer ik een bekend gezicht. Het is Rev. Dr. George Whyte, die ik twee keer een week heb meegemaakt tijdens synodevergaderingen van mijn kerk, als afgevaardigde namens mijn classis. Hij was eerste scriba of ‘Principal clerk‘ en nu Interim Moderator, zeg maar de waarnemende leider van de congregation. Hij gaat vandaag voor in de dienst.

Verbond
Daarentegen heeft deze gemeente een geweldig kerkkoor en een schitterend orgel.

Mooie dienst waar het in de preek van Rev. Dr. George Whyte ging om het verbond tussen God en mensen, waarbij mensen al sinds mensenheugenis dat vaak beschouwen als eenrichtingsverkeer: van God tot de mensen.
Op de foto zie je mij in rechterdeel links op de tweede rij. 🙂

Verschil met mijn eigen kerk in Rotterdam? St. Giles Cathedral is stukken groter dan het gebouw in Rotterdam, maar het aantal kerkgangers is hier beduidend kleiner. Laat ik het zo zeggen, als iedereen van mijn kerk een zondag daar zou kerken, zou het een volle bak zijn… Met net geen vijftig minuten ook wel een korte kerkdienst.

De citytrip is bijna ten einde, maar niet dat in de middag met K. en L. in pub The Playfair nog even de 6Nations rugbywedstrijd Frankrijk-Italië heb gekeken. Direct na afloop per tram naar het vliegveld voor de terugreis.

Over de vliegruizen heen en terug: Zestienhoven is een zeer relaxte luchthaven. Beduidend minder groot dan Schiphol, waardoor je niet het idee hebt dat je al halverwege de trip naar Schotse hoofdstad bent als je bij de gate aankomt.

Edinburgh is een groter vliegveld dan Zestienhoven, maar heeft een ander zeer groot nadeel. De security check dateert nog uit de Middeleeuwen. Waar op luchthavens als die in Nederland alles in de koffer en rugzak kan blijven dankzij de moderne X-Ray machines, moeten in Edinburgh (en vrijwel zeker ook elders in het VK) de laptop en flesjes met vloeistof apart worden aangeboden ter controle.

Vuilnisbak
Waar ik op de heenreis geen enkel probleem ondervond met de flesjes shampoo, douchegel en aftershave, kijkt in Edinburgh de controledame (geen bitch, maar toch…) zeer boos. ,,U heeft veel meer bij u dan 100 ml!’’
Natuurlijk antwoord ik niet met een ,,Nou en?’’, want voor je het weet duurt de check nog langer en mis je het vliegtuig terug naar de moderne wereld. Dus shampoo en doucheschuim maar achtergelaten. Ruikt de vuilnisbak daar ook eens lekker… 🙂

Bovendien heeft klagen geen enkele zin. De dame kan er niets aan doen dat de apparatuur en de regels eeuwen oud zijn. Dat is beleid van de Britse overheid en die heeft lak aan reizigers op de haar luchthavens.

Gelukkig is het met de ferry van Newcastle naar IJmuiden die ik in de zomer neem stukken beter geregeld. En die overtocht komt weer in juni(heen) en juli (terug). Voor nu kijk ik terug op een heerlijk weekeinde in Edinburgh. Iets om lang op te teren.

‘Geen foto’s maken, ook niet met uw mobieltje’

Fotograferen verboden. Dat hoor je niet vaak meer in musea. Vandaag werd ik er bij de entree in Museum Arnhem wel op gewezen. Vermoedelijk vanwege de inhoud van de tentoonstelling Kunst in het Derde Rijk, verleiding en afleiding.

Tijdens geschiedenislessen op school gaat het bij de Tweede Wereldoorlog vooral om gevechten, de bezetting door de nazi’s. Nooit aandacht voor de kunst die in de jaren dat Hitler aan de macht was op grote schaal werd geproduceerd. Geen toeval want, zo klinkt het in een Duits propagandafilmpje dat in de tentoonstelling wordt getoond klinkt het: ,,want de Fuhrer is zelf ook een groot kunstenaar’’.

Geen vrije kunst, want wie als kunstenaar actief wilde blijven, moest wel aan de naziregels voldoen. En dat deden dus meer dan tienduizend kunstenaars.

Dus veel Arische lichaamskenmerken. Blond, gespierd positieve gezinsschilderingen, het mooie alledaagse leven. Ook schilderijen waarbij kunstenaars zich hebben laten inspireren door Nederlandse schilders, zoals Rembrandt en Israëls.

Geniepig
Lieflijk, zodat het niet op propaganda lijkt. Zo zijn er weinig hakenkruisen te zien. Geniepig hoe de oorlog via kunst werd verkocht, werd in een toelichting in een krantenartikel naar aanleiding van de tentoonstelling gezegd. Alles voor de nazipropaganda dus. Ze werden in de oorlogsjaren niet alleen uit Duitsland getoond, maar ook in Nederland, in het Rijksmuseum bijvoorbeeld en in het Mauritshuis.

Na de oorlog hebben de Amerikanen veel van de tienduizenden nazikunstwerken in beslag genomen en in depots opgeborgen. Zo’n achtduizend zijn sinds de jaren tachtig terug in depots van twee Duitse musea. In Museum Arnhem is nu een kleine selectie (toch altijd nog negentig werken) nu voor het eerst (weer) te zien. Misschien om verheerlijking door fout publiek te voorkomen, mogen er geen foto’s worde gemaakt.

Al met al een unieke tentoonstelling die het waard is om te bezoeken. En een waarbij een aantal werken je tot nadenken zet. Wie de schilderijen en beelden met eigen ogen wil zien: de tentoonstelling is nog tot en met zondag 24 maart te zien.

Beeldentuin
Het was deze donderdag prachtig weer, dus ook nog even genoten van het schoons in de Beeldentuin van het museum. Heel fraai en zeker opvallend is het 3,5 meter hoge beeld ‘Asis Rafiki’ (zonnevriend) van Monika Dahlberg dat in opdracht van het museum is gemaakt.

Ook de pingpongtafel van kunstenaar Louie Cordero is leuk. En die mag gebruikt worden. Batjes en pingpongballen zijn te leen bij de balie in het museum.

Dáááág, tot over acht jaar

Dáááág, tot over acht jaar

In de kerstvakantie een kansloze missie, vanochtend in een relatief rustig Rijksmuseum van Marten en Oopjen genoten voor deze schilderijen van Rembrandt voor van acht jaar naar Frankrijk vertrekken. 

Het zijn de enige twee personen/opdrachtgevers die door Rembrandt ‘ten voeten uit’ zijn geschilderd, dus van top tot teen. Immens grote doeken ook. Op een foto, zoals hierboven en in dit verhaal al indrukwekkend, maar er gaat niets boven het echie.

Heb er de afgelopen paar jaar al vol bewondering naar zitten kijken in het Rijksmuseum. Het verveelt nooit. Dat geldt natuurlijk ook voor de andere werken (niet alleen van Rembrandt) in de Eregalerij van het museum in Amsterdam.

Zo mooi en zo vol details als het bijvoorbeeld gaat om schaduw en licht. Elke keer als ik op hert bankje zit in dit deel van de grote, hoge zaal van ‘het Rijks’, ontdek ik wel iets nieuws. En als ik het zelf niet ontdek, word ik er wel op gewezen door de museumapp op mijn telefoon.

Daags na Kerst 2023 nam ik al een kijkje toen ik vernam dat de beide in 1634 geschilderde werken voor acht jaar naar het Louvre gaan. OK, als ik ze de komende jaren wil zien, kan ik natuurlijk naar Parijs gaan, maar Amsterdam is dichterbij en de Museumkaart is niet geldig in Frankrijk… Dus: dáááág, tot over acht jaar. Dan keren ze – ook voor acht jaar – terug.

Ochtenduren
Waar ik alleen geen rekening mee had gehouden is dat het in de kerstvakantie stervensdruk is in het Rijksmuseum. Constant mensen die voor me langs lopen en lang blijven staan, zodat het uitzicht op de schilderij me wordt ontnomen. Foute keuze dus. Een bewaker in de zaal adviseerde me buiten na de vakantie en dan vooral in de ochtenduren te komen. Het kon nog, want Marten en Oopjen verhuizen pas eind januari/begin februari.

Goed advies, want tot het aan het einde van de ochtend aanzienlijk drukker wordt met schoolklassen, heb ik vandaag een uur in relatieve ust kunnen genieten van de beide schilderijen.

En, een kwartslag draaiend, ook van de Vaandeldrager (foto hier links), het schilderij van Rembrandt waarover deze week op televisie een documentaire was te zien.

Daarna nog even een kijkje genomen bij de recent verworven kleine, uit 1635 daterende portretten van de Leidse stadsloodgieter annex leidekker Jan Willemsz van der Pluym en zijn vrouw Jaapgen Caerlsdr. Niet in de Eregalerij, je moet zelfs even zoeken. Dus daarom misschien beduidend minder belangstelling dan voor Marten en Oopjen. Toch wonderschone schilderijtjes; de zoektocht waard.

Kortom, een welbestede ochtend.

Hernieuwde kennismaking Colosseum

Besloten na vergaderweekeinde in Rome in maart 2024 paar dagen langer te blijven voor bezoek aan o.a. het Colosseum.

Was er in maart 2016 ook al. Indrukwekkend, dus ik kijk uit naar hernieuwde kennismaking met het Colosseum. Weer eens iets anders dan Scotland!

Hotel in Rome is nu verlengd en ook vliegreis (KLM) is bevestigd.

Filmpje uit 2016:

Koorkap, kazuifel en vijf generaties Brueghel

Het is vakantietijd voor mij, dus tijd voor leuke uitjes. Deze week twee musea bezocht in verband met fraaie tentoonstellingen.

Brueghel de Familiereünie in het Noordbrabants museum in Den Bosch. Een mooie overzichtstentoonstelling van de verschillende (Pieter) Brueghels die twee eeuwen lang van grote invloed zijn geweest op de schilderkunst in de Lage Landen.

Het museum heeft zelf een aantal werken van de verschillende Brueghels (zoals het fantastisch werk waarin wel 100 spreekwoorden zijn verwerkt), maar voor de tentoonstelling zijn ook doeken geleend uit andere musea in Nederland en daarbuiten en uit particuliere collecties. Zoals onder andere De bedelaars van Pieter Brueghel de Oude (uit Musée du Louvre in Paris), Bloemenvaas met juweel, munten en schelpen van Jan Brueghel de Oude (uit de Pinacoteca Ambrosiana in Milaan) en De dronkaard in de varkensstal geduwd van Pieter Bruegel de Oude (uit een particuliere collectie in New York).

De tentoonstelling besteedt niet alleen aandacht aan de mannelijke Brueghels, maar ook aan de vrouwen uit de dynastie. Wie waren zij, wat was hun rol in het succes van de familie? Dat geldt onder andere voor Mayken Verhulst, een van de belangrijkste vrouwelijke kunstenaars uit haar tijd én een slimme zakenvrouw, mentor, kunstenaarsdochter, leraar, echtgenote, schoonmoeder en grootmoeder, wordt verteld in de verhalen links en rechts van de schilderijen.

De tentoonstelling is zo indrukwekkend, dat één bezoek niet volstaat. Gelukkig is die nog tot begin januari te bezoeken, dus ik ga nog wel een keer naar Den Bosch toe.

Oud-katholieke kerk Gouda

Het tweede museumbezoek deze week is aan het Catharijneconvent in Utrecht. Daar is de tentoonstelling Fashion for God, met veel prachtige kazuifels, koorkappen en andere katholieke kerkelijke gewaden.

Ook hier geldt weer dat het museum in Utrecht zelf over een aantal van die mantels, maar er zijn er ook ‘geleend’ voor de expositie. En dan vooral die uit de oud-katholieke kerk in de binnenstad van mijn woonplaats Gouda, die in Museum Gouda worden bewaard.

De samenvoeging van alle kleurrijke en rijk versierde kazuifels en dergelijke maken het tot een zeer indrukwekkende tentoonstelling. Een aanrader.