In de voetsporen van de ridders

Kende de naam natuurlijk wel, maar nog nooit geweest: het Muiderslot. Mijn ogen uitgekeken vandaag. En niet alleen van binnen mooi, ook op de wallen en de tuin is het goed toeven.

Na werken in het weekeinde (mijn eigen piketdienst en een overgenomen van een collega) en werken op Koningsdag, nu anderhalve week tijd om de laptop van de krant dicht te laten. En er is voor mij maar één manier om niet in de verleiding te komen om toch in te loggen en dat is: de deur uit. Dat heeft al eerder gewerkt.

Had idee om stadsbezoek te doen vandaag en dan een vestingstad, zoals eerder Heusden, Gorinchem en Naarden. Maar welke dan? Al zoekende kwam ik Muiden tegen, met het 700 jaar oude Muiderslot. Nog nooit geweest, zoals gezegd, dus koers gezet naar Muiden, op de grens van vier waterlinies: de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Utrechtse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam.

Herengracht

Goed geregeld daar. Gratis parkeerterreinen rond de stad en in tien minuten loop je naar het kasteel/museum. Voor wie ook eens gaat: kies voor parkeerterrein P2. De Herengracht (inderdaad, langs het water en de sluis) met zijn mooie gebouwen voert van parkeerterrein naar kasteel, dus routeplanner raadplegen voor die korte wandeling is niet nodig.

Het kasteel zelf is een lust voor het oog. Het torent als een vorst boven de omgeving uit. Via de ophaalbrug over de slotgracht naar het binnenplein en je bent in de woning van beroemde bewoners Graaf Floris V en P. C. Hooft (drost van Muiden en baljuw van Naarden.

Twee routes voeren je door de verschillende delen van het kasteel. Ondanks de meivakantie zijn er geen files op de smalle wenteltrappen in de toren. Doorschietgaten van de verdedigingsmuren heb je een prachtig uitzicht op de omgeving, ja ook op de moderne windturbines.

Muiderkring

In een van de vertrekken is de woon- en werkkamer van Hooft te zien. Een tafel, een ganzenveer en noem maar op moeten verbeelden dat hij hier zijn toneelstukken en gedichten schreef. De ridderzaal waar de Muiderkring (groep letterkundigen en geleerden rond P. C. Hooft) bijeen kwam. Voor de hongerige maag waren er maaltijden, bereid in de keuken die ook te bezoeken is. Een audiotour geeft uitleg.

Hoewel een oud kasteel, zijn er moderne voorzieningen voor de bezoekers: toiletten (nee, niet het gemak. Daar zijn er een paar van zichtbaar, maar niet te gebruiken…), horeca, garderobe en kluisjes.

Minstens zo mooi als het kasteel is de directe omgeving Via goed aangelegde paden loop je op twee niveaus rond het kasteel. Uitrusten en je eigen boterham eten kan aan de talloze picknicktafels, of in de kasteeltuin met talloze planten, waarvan ik de Hemelsleutel wel een bijzondere benaming vind.

Waterschild

In die tuin ook een zeer modern, betonnen paviljoen. Deels ondergronds: het Waterschild. Daar wordt het verhaal verteld van het water rond het kasteel en het midden van Nederland. Water als vriend en als vijand. Zeer informatieve, zeven minuten durende film over het verleden van water als verdediging tegen de vijand.

Een bezoek aan het Muiderslot vliegt voorbij, zeker als je weet dat het in de loop van de middag nog gaat regenen en je toch droog je auto wilt bereiken. Er zit niets anders op; zoals bij zoveel musea kom ik hier nog wel eens.

Historie
Rond 1285 koopt graaf Floris de Vijfde van Holland (die Gouda zijn stadsrechten gaf in 1272) een burcht aan de rivier de Vecht.
Hij laat de burcht moderniseren. Zo ontstaat het Muiderslot: een vierkant kasteel met vier hoektorens, een grote zaal op de binnenplaats en een slotgracht. Floris raadt niet dat hij zijn eigen gevangenis koopt. In 1296 wordt hij hier gevangengezet, voordat hij bij Muiderberg vermoord wordt.

Na zijn dood wordt het slot verwoest. Vanaf 1363 wordt het weer opgebouwd en krijgt het kasteel langzaam zijn huidige vorm. Op de 13e-eeuwse muurresten verschijnen hoge muren, torens en twee woonvleugels. In het begin met rieten daken, maar die worden al snel vervangen door daken van leisteen.

Ondanks alle verbouwingen en restauraties blijft het slot er door de eeuwen grotendeels hetzelfde uit zien. Dat maakt het één van de oudste én best bewaarde kastelen van Nederland.

Filmpje (4:30 minuten):

Er was eens….

Als kind ongetwijfeld eens geweest en jaren later nog tweemaal: een keer tijdens wintertijd en nog eens tijdens een jaarvergadering van mijn vakbond. En nu een kijkje min of meer achter de schermen: de tentoonstelling over 70 jaar Efteling, in het Noordbrabants museum in Den Bosch.

Een aantal attributen uit de opslag van het sprookjesbos in Kaatsheuvel/Loon op Zand, maquettes en ontwerptekeningen.

Mooi om te zien hoe de schetsen van een van de bedenker van sprookjes attracties Anton Pieck werkelijkheid worden. De schets van de sprookjesboom naar maquette of modellen, de ontwikkeling van puur sprookjesbos tot attractiepark met achtbanen zoals de Python en nog veel meer.

De Efteling werd 70 jaar geleden geopend om het leven in de omgeving na de teloorgang van de schoenindustrie een nieuwe (toeristische) impuls te geven.

Deze grote tentoonstelling in het museum in Den Bosch met wel honderden voorwerpen neemt je mee vanaf het begin tot het heden. Muur na muur kun je je vergapen aan de originele ontwerptekeningen van de verschillende attracties. Schetsen soms die anders nooit te zien zijn. Dus voor wie warme herinneringen heeft aan De Efteling is de tentoonstelling (nog tot 21 mei te bezoeken) een must.

Langnek
Een groot aantal bekende sprookjesverhalen en attracties komt voorbij. De schone slaapster, de wolf uit Roodkapje, de Indische waterlelies, ‘spiegeltje, spiegeltje aan de wand…’, Holle Bolle Gijs, Langnek. Herkenbaar en leerzaam.

Natuurlijk kan zo’n groot attractiepark niet compleet in een museum getoond worden. Dus zit er voor mij niets anders op dan deze zomer nog eens naar De Efteling te gaan om meer te zien. Geen straf zo’n vooruitzicht.

En alleen al om de Indische waterlelies (naar het sprookje van de toenmalige koningin Fabiola van België weer eens te zien en vooral te horen. Zie onderstaand filmpje.

Hoe 70 jaar geleden mijn stad bijna werd verzwolgen door de watersnood

Na het zien van de zeer leerzame  en daarmee ook indrukwekkende vierdelige tv-documentaireserie Het water komt op Nederland 2, vandaag een bezoek gebracht aan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Minstens zo indrukwekkend als de tv-serie.

De watersnoodramp is deze periode 70 jaar geleden. Ook in mijn Gouda kwam het water via de Hollandsche IJssel gevaarlijk hoog de zuidkant binnen. Al tientallen jaren zie ik tijdens een rondje lopen bij de Havensluis de gedenksteen die aangeeft hoe hoog het water hier gekomen is.

Dankzij de Deltawerken (de Hollandsche IJsselkering bij Krimpen aan de IJssel) wordt – in ieder geval tot de zeespiegelstijging dramatische gevolgen krijgt – een herhaling voorkomen. Zelfs op tweehoog waan ik me al meer dan 40 jaar extra veilig!

Kende de naam van het museum in Ouwerkerk alleen omdat oud-stagiair/collega M. er werkzaam is.

Bezoek aan het Watersnoodmuseum stond dus al even op mijn lijstje, maar vanochtend na het terugkijken van de laatste aflevering van die prachtige tv-serie (dank Winfried Baijens)  koers gezet naar de oever van de Oosterschelde in Zeeland. 

Schijn bedriegt

Bij op het eerste gezicht tegenviel was hoe klein het museum (in één caisson dat ik zie en dat is geplaatst na het breken van de dijk bij Ouwerkerk) oogt. Maar de uitdrukking schijnt bedriegt is hier zeer van toepassing. Het gehele museum telt vier aan elkaar gekoppelde caissons, die per caisson een verhaal vertellen.

Het begint bij de ramp van die bewuste nacht van 31 januari op 1 februari 1953, naar  de emoties van die gebeurtenis, naar de wederopbouw en de bewustwording tot in het laatste caisson de toekomst.

Ik verwachtte het niet van een tot nu toe voor mij onbekend museum, maar het is zeer interactief. Van alles te zien (foto’s, films, voorwerpen), op knoppen drukken (altijd leuk voor kinderen en het kind in mij) en te lezen.
Zeer, echt zeer leerzaam. Had gedacht er met een uurtje wel doorheen te zijn, maar het werd veel meer dan twee uur.

Geen opsmuk

Misschien dat ik het dan combineer met een stadsbezoek aan Zierikzee, een paar kilometer verderop. Ging daar na het museumbezoek even naar toe voor een boodschap. De historie die me via de autoruiten aankeek, heeft me in dat besluit bevestigd. Misschien moet ik het dan combineren met een maaltje mosselen of oesters ergens hier of op Zeeuws-Vlaanderen.

Zoals vaker bij musea ben ik niet alleen geïnteresseerd in de collectie (allerbelangrijkste, maar toch…) maar ook in het gebouw. En dit museum is dus ondergebracht in echte caissons uit 1953, net iets minder oud dan de ramp zelf.


Je ziet dus al lopende door het museum hoe indrukwekkend die betonnen constructie is. Kale muren, geen opsmuk om de ruwbouw te verstoppen.

Je loopt door de caissons zelf en de tentoonstellingen heen door een belangrijk stuk geschiedenis van ons land. Ik was zeer onder de indruk. Het was al met al zo overweldigend dat ik al heb besloten het museum later dit jaar of volgend jaar nog eens met een bezoek te vereren.

Kortom een meer dan welbestede zaterdag.  

Volgende keer ook ff over die Zeelandbrug (foto rechts) heen…

Hemelse muziek

De laatste ‘extra’ vakantiedag op maandag vandaag doorgebracht in museum Catharijneconvent in Utrecht. Al eerder geweest om al het schoons aan kerkelijke kunst te aanschouwen. Nu een bezoek gebracht vanwege de tentoonstelling Gospel.

Een mooie, uitvoerige reis langs de opkomst en hoogtepunten van de gospel. Niet alleen in foto’s en teksten, maar ook in filmfragmenten. Die laatste maakten het bezoek extra bijzonder.

Onder andere de bijzondere uitvoering van Amazing Grace door Aretha Franklin in de New Temple Missionary Baptist Church in 1972, Clara Ward in een nachtclub en Mahalia Jackson met Keep your hand to the plow. Hemelse muziek.

De laatste was een uitvoering van een door 23.000 protestantse jongeren bezochte bijeenkomst met concerten in de Jaarbeurs in Utrecht. Het evenement was georganiseerd door het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) ter gelegenheid van zijn 150 jarig bestaan.

Kon er geen opname van vinden op YouTube, maar wel deze. Maar de cleane studio-opname haalt het niet bij een live-uitvoering.

Stevie Wonder
En bijzonder de overgang van gospel en negro-spirituals naar popmuziek en meer, uitgebeeld in tal van platenhoezen (vinyl) aan de wand. Onder andere een mij zeer bekende hoes van een album van Stevie Wonder. Deed me terugdenken aan mijn jeugdjaren. Op de jongerenvereniging 18+ werd deze grijsgedraaid.

En wat te denken van een stokoude Hammondorgel. Een veelgebruikt instrument in de gospelmuziek.

Ook de andere geluidsfragmenten, maar ook de verhalen, de foto’s maakt het tot een boeiende tentoonstelling. Een aanrader. Nog te bezoeken tot in april volgend jaar. En ik ben niet de enige die enthousiast is.

Wie al in de stemming wil komen is er een uur durende opname van een gospelcopcnert (ze hieronder) dat tot stand is gekomen in een samenwerking tussen het Catharijneconvent en de EO. Mooie nummers.

Wie geen zin of tijd heeft het hele concert te zien/te horen: ga naar 40:00 voor Way Maker door Muriel Blijd. Een heerlijk nummer.

En voor wie nog even de sound van een Hammond-orgel wil horen:

Griezelen en genieten in het Rijksmuseum

Amsterdam staat voor mij vaak synoniem met het Rijksmuseum. Ben daar graag. Nee, de Nachtwacht heb ik onderhand wel gezien. Maar er is zoveel meer moois. Dit keer genoten van de tentoonstelling Clara en de Onderkruipsels.

Reden voor het bezoek vandaag is er niet echt. Of het moet zijn dat ik voor het einde van het jaar nog aantal vakantiedagen moet opmaken en ervoor heb gekozen dat met een aantal aaneensluitende maandagen te doen. 

De grote collectie is altijd te zien, dus bij binnenkomst eerst koers gezet naar de tentoonstelling. Had al over gehoord in een radioprogramma dat het zo mooi was allerlei kunstwerken met insecten, padden en andere onderkruipsels bij elkaar te zien. Ben niet teleurgesteld. Het griezelen valt mee. Wel bewondering hoe kunstenaars in verschillende uitingen die kleine beestje hebben vorm gegeven. 

En natuurlijk ook de grote schilderijen zoals Het hoofd van Medusa (zie foto boven dit verhaal). Het verhaal van de Medusa, een figuur uit de Griekse mythologie.  Gedood en onthoofd na conflicten. Het werk is uitgeleend door Kunsthistorisch museum in Wenen, dus een buitenkansje het hier te zien. 

Alleen kunst kan het afstotelijke aantrekkelijk maken, vermeldt het kaartje het schilderij.  Dat klopt wel. Het ziet er vreemd uit, maar is een prachtig werk van Peter Paul Rubens.

Bij de tentoonstelling hoort een podcast die je hier kunt beluisteren.

Clara

Vrolijker is het tweede deel van de tentoonstelling, Clara. Het draait om de gelijknamige neushoorn, een dier dat tot 1515 nog nooit in Europa was gezien. De expositie toont meer afbeeldingen van neushoorn, maar die waren vooral op fantasie gebaseerd, want in het echt kwam het dier hier dus voor die tijd niet voor. 

Clara werd, toen ze slechts een maand oud was, in 1738 door Jan Albert Sichterman in huis genomen, nadat Indische jagers haar moeder hadden gedood. Sichterman was directeur van de VOC-vestiging in de Bengalen. Clara werd tam en mocht vrij rondlopen in en om het huis van Sichterman.

In 1740 toen het dier te groot was geworden om nog als huisdier te houden schonk Sichterman Clara aan Douwe Mout van der Meer, kapitein van het schip de Knappenhof, die Clara vervolgens meenam naar Nederland en er eerst 17 jaar mee toerde door Europa. .

Behalve het beeld van Clara zijn er ook tekeningen en andere uitbeeldingen van neushoorns te zien. Een genoegen om naar te kijken.

Bedreigde zwaan

Na deze bijzondere tentoonstelling gewoon genoten van het ander moois dat ‘het Rijks’ te bieden heeft. Weer ademloos zitten kijken naar twee topwerken van Rembrandt Marten en Oopjen. Al vaker aanschouwd, maar elke keer ontdek je toch weer iets nieuws.

Hetzelfde geldt voor De bedreigde zwaan, een werk van Jan Asselijn. Naar ik heb begrepen is dit het allereerste schilderij dat in het bezit kwam van het museum. Indrukwekkend, maar dankzij de vertelling via de app van het museum ontdek ik nu links onderin een hond, de reden waarom de zwaan haar vleugels spreidt om ‘de vijand’ angst in te boezemen. En natuurlijk is ook de politieke boodschap die aan het schilderij wordt toegeschreven mooi.

Omgekeerde Beeldenstorm

Een aanrader voor iedereen die de Beeldenstorm uit 1566 eens op een andere manier wil beleven: de altaarstukken uit de vroegere katholieke St.-Janskerk in Gouda die voor een paar maanden even ‘thuis’ zijn.

Tijdens de Beeldenstorm in 1566 werden in verschillende steden in Europa, waaronder in Nederland, religieuze beelden en liturgische gebruiksvoorwerpen in katholieke kerken verwoest. Kunstschatten idem, of ze werden verpatst. 

De St.-Janskerk in Gouda ontsprong de dans, na een dringend appèl van het toenmalige stadsbestuur. Dat ging prat op de verdraagzaamheid van de Gouwenaars. De vrijheid van de ander beschadig je niet – een belangrijke les. 

Met succes: de kunstschatten werden in veiligheid gebracht, waaronder vijf altaarstukken die later in Museum Gouda belandden. Daar zijn ze sinds 1872 (toen Gouda 600 jaar stadsrechten vierden; het jubileum werd aangegrepen als moment om de historische stukken op te snorren en samen te brengen, waaronder de altaarstukken. Zo ontstond twee jaar later het Museum Gouda) nog steeds te bewonderen.  De schilderijen van Pieter Pietersz. en Pieter Pourbus behoren tot de topstukken van het vlakbij de kerk gevestigde museum.

Gouda750

En nu zijn ze dus terug in de St.-Jan. Niet voor altijd, maar voor enkele maanden. Deze ‘Omgekeerde Beeldenstorm’ is onderdeel van Gouda750, de viering van 750 jaar stadsrechten. Doordat dergelijke monumentale schilderijen alleen in Gouda bewaard zijn gebleven, is dat uniek voor Nederland.

‘Beleef het wonder van Gouda’ heet de tentoonstelling, want dat is het eigenlijk. Een wonder is het dus ook dat al die altaarstukken bewaard zijn gebleven en nu enkele maanden de kerk meer eventjes een katholiek aanzien geven. 

En beleven doe je het ook. De altaarstukken hangen in de kerk niet aan muren, maar op plekken waar eeuwen geleden altaren stonden. In de hoogtijdagen van de katholieke functie van de kerk waren er bijna twintig (!) alteren in de kerk, waaronder her hoofdaltaar in het koorgedeelte, gewijd aan Johannes de Doper, de beschermheilige van de kerk en de schutspatroon van Gouda. Om het katholieke beeld te completren hangt er een klein beetje een wierooklucht in de buurt van een enkel altaarstuk. 

Cartons

Beleef het Wonder van Gouda is een dubbeltentoonstelling. De kapel van het museum, waar de altaarstukken gewoonlijk hangen, zijn nu werktekeningen of cartons van de gebrandschilderde ramen in de St.-Jan te bewonderen. Ook al een unieke schat van Gouda. De tekeningen zijn op ware grootte gemaakt, schaal 1:1 dus. Een bijzondere kans om ze te bewonderen in deze setting, want na de tentoonstelling gaan ze weer terug in de kluizen van de kerk.

Complimenten voor de opzet van de dubbele tentoonstelling. Zowel in de kerk als in museum is er een audiotour, een videotour met gebaren en op gezette tijden zijn er gidsen (in historische kledij) die tegen een extra bijdrage een uitleg verzorgen. Volgens mij wordt het mede door de vele publiciteit en social media een drukte van belang voor zowel kerk als museum deze zomer.

Hieronder twee filmpjes, waaronder een met meer foto’s da die ik op deze weblog laten zien vanwege ruimtebeperkingen. 

Op het dak van de kerk

Vanochtend op het dak van de St.-Janskerk in Gouda gelopen. Fantastisch. Wel wat heiig aan de horizon, dus niet al te best zicht op Rotterdam.

De wandeling over het dak is een bijkomend onderdeel van de voering Gouda 750 jaar stadsrechten.

Bijkomend, want er moest toch al een flinke steiger worden gebouwd aan de kerk vanwege renovatie kleinere toren halverwege de kerk. Door die steigers groter te maken, is er nu tot half september voor het publiek de mogelijkheid het dak te betreden,

Je moet geen hoogtevrees hebben en het weer moet je gunstig gezind zijn voor een uitzicht richting Rotterdam en Utrecht bijvoorbeeld. Maar het zicht vanaf grote hoogte op Gouda zelf en natuurlijk ook op mijn eigen huis (op steenworp afstand van de kerk) is al prachtig.

Voor 8,45 euro mag je in de kerk via de trap langs het grote orgel naar het dak en via de goot naar het platform rond het kleine torentje. Kerk werkt met een tijdslot om te voorkomen dat het te druk wordt boven. Maar eenmaal boven wordt je niet opgejaagd, je hebt meer dan voldoende tijd om om je heen te kijken en te fotograferen en te filmen.

Zo gaaf, ik ga deze zomer nog wel een paar keer naar boven.

Bekijk hieronder een filmpje van vanochtend:

Zelden zo onder de indruk geweest van beeldbouwkunst

Een knipoog naar de Griekse en Romeinse oudheid. Geen kopie proberen te maken van beelden uit het verleden, maar er een moderne twist aan geven. Ik was vandaag bijzonder onder de indruk van beelden van Igor Mitoraj in museum Beelden aan Zee in Scheveningen.

Ben hier vorig jaar bij toeval verzeild geraakt na het lezen van een artikel over dit bijzondere museum. In 1994 gesticht door  het verzamelaarsechtpaar Theo Scholten en Lida Scholten-Miltenburg. Beelden aan Zee richt zich als enige museum in Nederland exclusief op moderne en hedendaagse, (inter)nationale beeldhouwkunst. 

Naast de omvangrijke vaste collectie, zijn er wisselende tentoonstelling. Vandaag heb ik er drie bezocht: in de twee ruimten binnen en de plateaus op duinniveau. 

De eerste – en daar kun je bij binnenkomst echt niet omheen – met de soms meer dan levensgrote werken van Igor Mitoraj (1944 – 2014). 

De kunstenaar (geboren in het Saksische Oederan) bracht zijn werkzame leven grotendeels in Italië door waar hij lange tijd woonde in Pietrasanta, het bekende Toscaanse beeldhouwersdorp bij de eveneens marmergroeven van Carrara.

Klassieke oudheid
Geïnspireerd door de schoonheid van de klassieke oudheid maar met een eigentijds inzicht in de menselijke conditie creëerde Mitoraj vele monumentale sculpturen in brons en marmer.
Regelmatige bezoekers aan de Scheveningse boulevard kennen zonder het te weten mogelijk een van zijn werken:  het grote masker bovenop het duin bij het museum. Binnen zijn meer werken in dezelfde sfeer te aanschouwen. Maar ook werken in marmer.
Heel boeiend allemaal om naar te kijken. Hoe boeiend? Nou, zo op het oog is de zaal niet zo groot, maar als je alle beelden – het zijn er bijna 50 – tot je wilt nemen, ben je zo een uur verder. Genieten met een hoofdletter G. Ben zelden zo onder de indruk geweest van beeldbouwkunst.

Ik vertelde hierboven al dat de een aantal beelden groot is. Daar kwamen de samenstellers van de tentoonstelling zelf al achter bij de inrichting. Vanwege corona kon men niet naar het Mitoraj Atelier in Pietrasanta en moest met het doen met foto’s en omschrijvingen. Op basis daarvan werd een maquette gemaakt voor de inrichting. Die bleek dus in de praktijk niet te kloppen. In allerijl moest de bedachte inrichting worden aangepast.

Terracotta

En als je de schoonheid van al die kunstwerken tot je hebt laten inwerken, beland je in de volgende tentoonstelling in Beelden aan Zee. Of eigenlijk twee. De werken van Pietro Cascella (1921 – 1988) en Cordelia von den Steinen (1941 – ). De laatste is nog steeds actief als kunstenares en is zelf betrokken geweest bij de opbouw van deze expositie. Vooral van haar werken die zijn uitgevoerd in terracotta ben ik bijzonder onder de indruk. 

Zoals het tableau (weet niet of het de juiste benaming is, maar ik noem het maar zo) Onderweg. Je ziet reizigers, de een met een staf, de ander met een rugzak, volgende figuren gearmd… De kunstenares laat zelf in het midden of de reizigers onderweg zijn naar een (metro)station, of juist aankomen en waarheen ze gaan.
En de tafel Het Laatste Avondmaal. Abstract, maar ze legt – in een begeleidende film – uit dat het bord dat leeggegeten is van Jezus is, de omgevallen beker met wijn van Judas en verderop ligt de sleutels van Petrus. Heb haar werken twee keer bekeken vandaag. Eerst zonder te weten hoe en waarom, de tweede keer na het filmpje, zodat je weet wat je ziet, of moet zien.

Bij de werken van haar overleden echtgenoot Cascella gaat het vooral om voorstudies  van zijn vele opdrachten. Niet te zien, althans ik heb het niet ontdekt, is het ‘maquette’ van zijn bijzondere werk voor Auschwitz (1967). Met die opdracht werd zijn naam gevestigd. Waar Cordelia vooral met terracotta bezig is, werkte Pietro (zoals zijn voornaam al doet vermoeden met de Italiaanse natuursteen travertijn of travertin. En verder met gips en een enkele keer met marmer.

De derde tentoonstelling – ja, je krijgt waar voor je geld – is die met werken van de Nederlandse kunstenaar Paul Grégoire (1915 – 1988). Veel werk met golvende lijn: arabesk, de stijl waarmee hij beroemd is geworden. Figuratieve abstracte kunst. Is niet altijd aan mij besteed, maar hier klopt het. Werk van hem in het groot is onder andere te zien in Eindhoven. Het bevrijdingsmonument hier uit 1954 is van zijn hand.

Arabesk

Toch kan zijn werk hier op de tentoonstelling in Beelden aan Zee mij minder bekoren dan de twee andere exposities. Het zal wel komen door de veelheid dat geboden wordt. Ik zal dus nog een keer terug moeten – de tentoonstellingen zijn nog te bezoeken tot in volgorde van de hierboven geschreven indrukken 8 februari volgend jaar en 19 september en 3 oktober dit jaar. Maar terugkeren naar Beelden aan Zee is zeker geen straf. Wat een fantastisch museum. 

Bekijk hieronder een filmpje vol foto’s van de beelden die ik vandaag heb gezien.

Varen door mijn geboortestad

Toevalstreffer. Had de bedoeling om na de kerk naar het Maritiem Museum in Rotterdam te gaan. Altijd leuk om te bezoeken, zowel het binnendeel (nu met de fraaie tentoonstelling Maritieme Meesterwerken, een samenwerking met Museum Boijmans Van Beuningen) als het buitendeel in de Leuvehaven.

Bij het boeken van een tijdslot zag ik op de site van het Maritiem Museum dat er op bepaalde dagen, waaronder de zondag, nu ook vaartochten zijn met historische schepen. Gelijk geboekt, want met het zeer fraaie weer, zou dat geen straf zijn.

En dat is uitgekomen. Ruim anderhalf uur varen van de Leuvehaven via de Nieuwe Waterweg naar de Waalhaven. Net niet naar Heijplaat, de Rotterdamse wijk waar mijn ouders en grootouders hebben gewoond.

Kleine groep mensen, verdeeld over voor- en achterdek van de stoomsleper Pieter Boele. Daterend uit 1893 en gebouw op de scheepswerf van de naamgever in Slikkerveer.

Ondanks de leeftijd ziet de sleepboot er nog in perfecte conditie uit. Dat kan ook niet anders, daar zorgen de 25 vrijwilligers van de Stichting Dordt in Stoom wel voor.

Dockyard
Mijn vader zou ongetwijfeld even een kijkje hebben willen nemen in de machinekamer, zoals hij dat ook deed op de Dockyard V ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw, toen die stoomsleepboot in Gouda lag (en je ook kon meevaren) tijdens de Goudse Havendagen.

Terug naar de Nieuwe Waterweg. Het was bijzonder goed toeven aan boord. Zon, een windje en meer dan genoeg om naar te kijken onderweg. Zowel (grote) schepen als bouwwerken aan de wal aan weerszijden.

ss Rotterdam
Als bonus voer de Pieter Boele op de terugweg de Maashaven in, om goed zicht te hebben op de ss Rotterdam, het voormalige vlaggenschip van de Holland Amerika Lijn dat ligt afgemeerd aan het Tweede Katendrechtse Hoofd. Het schip, waaraan mijn opa nog heeft gewerkt op de RDM, de Rotterdamse Droogdok Maatschappij.

Kortom, een welbestede middag. Als meevaren met een historisch schip volgende maand nog steeds mogelijk is, ga ik nog een keertje mee!

Bekijk hieronder een filmpje van de vaartocht van vanmiddag. Daaronder een kleine serie met nog wat foto’s.

Oog in oog met de prehistorie

Botten, botten en nog een botten. Prehistorische nog wel. Vandaag voor het eerst bezoek gebracht aan Naturalis in Leiden. Indrukwekkend.

Officieel Naturalis Biodiversity Center, Nederlands Centrum voor Biodiversiteit Naturalis, dat in zijn oorsprong teruggaat tot 1820 . Het is een onderzoeksinstelling met een museum er aan vastgepakt. Dat laatste klinkt doet het gebouw geen eer aan. Prachtig complex, op loopafstand van het NS-station.

Bureau De Neutelings Riedijk Architecten (ook bekend van het Scheepvaart en Transport College in Rotterdam en Beeld en Geluid in Hilversum)  ontwierp de nieuwbouw van het museum die in 2019 geopend werd.

Het ontwerp omvatte naast publiek toegankelijke tentoonstellingszalen en een bibliotheek, ook een expeditieruimte, laboratoria, kantoorruimten en een collectietoren met een hoogte van 62 meter.

Vanuit het atrium, direct bij binnenkomst, kijk je helemaal naar boven. Negen verdiepingen hoog als je het toprestaurant met balkon meetelt. flink trappen lopen, want vanwege de coronaregels zijn de liften alleen toegankelijk voor rolstoelgebruikers.

Trappen

De collectie van Naturalis is echter het op en neer op de trappen meer dan waard. Een prachtige collectie opgezette dieren. Bijna op aaiafstand. Goed te fotograferen. Je kijkt je ogen uit.

Het meest bijzondere zijn natuurlijk de skeletten van dinosaurussen. Alleen waar bij opgravingen delen zijn vergaan of nooit gevonden is sprake van een reconstructie. De rest is authentiek, al worden botten wel – zichtbaar – bij elkaar gehouden door stroken staal. Dat laatste vergeet je als je bijvoorbeeld oog in oog staat met de tyrannosaurus T-Rex of Trix die pas in 2013 werd gevonden in South Dakota (VS). 

Naar ik heb begrepen is wat je als bezoeker te zien krijgt maar een deel van de collectie is. Er zijn bijna 42 miljoen (je leest het goed, het is geen tikfout) objecten. 

Terug

Net als bij mijn eerste bezoek enkele jaren geleden aan het Rijksmuseum in Amsterdam, is er in Naturalis teveel te zien om in één keer te bevatten. Ik ga zeker een keer terug dit jaar om opnieuw te genieten van het gebouw en de collectie. Een topmuseum!