Griezelen en genieten in het Rijksmuseum

Amsterdam staat voor mij vaak synoniem met het Rijksmuseum. Ben daar graag. Nee, de Nachtwacht heb ik onderhand wel gezien. Maar er is zoveel meer moois. Dit keer genoten van de tentoonstelling Clara en de Onderkruipsels.

Reden voor het bezoek vandaag is er niet echt. Of het moet zijn dat ik voor het einde van het jaar nog aantal vakantiedagen moet opmaken en ervoor heb gekozen dat met een aantal aaneensluitende maandagen te doen. 

De grote collectie is altijd te zien, dus bij binnenkomst eerst koers gezet naar de tentoonstelling. Had al over gehoord in een radioprogramma dat het zo mooi was allerlei kunstwerken met insecten, padden en andere onderkruipsels bij elkaar te zien. Ben niet teleurgesteld. Het griezelen valt mee. Wel bewondering hoe kunstenaars in verschillende uitingen die kleine beestje hebben vorm gegeven. 

En natuurlijk ook de grote schilderijen zoals Het hoofd van Medusa (zie foto boven dit verhaal). Het verhaal van de Medusa, een figuur uit de Griekse mythologie.  Gedood en onthoofd na conflicten. Het werk is uitgeleend door Kunsthistorisch museum in Wenen, dus een buitenkansje het hier te zien. 

Alleen kunst kan het afstotelijke aantrekkelijk maken, vermeldt het kaartje het schilderij.  Dat klopt wel. Het ziet er vreemd uit, maar is een prachtig werk van Peter Paul Rubens.

Bij de tentoonstelling hoort een podcast die je hier kunt beluisteren.

Clara

Vrolijker is het tweede deel van de tentoonstelling, Clara. Het draait om de gelijknamige neushoorn, een dier dat tot 1515 nog nooit in Europa was gezien. De expositie toont meer afbeeldingen van neushoorn, maar die waren vooral op fantasie gebaseerd, want in het echt kwam het dier hier dus voor die tijd niet voor. 

Clara werd, toen ze slechts een maand oud was, in 1738 door Jan Albert Sichterman in huis genomen, nadat Indische jagers haar moeder hadden gedood. Sichterman was directeur van de VOC-vestiging in de Bengalen. Clara werd tam en mocht vrij rondlopen in en om het huis van Sichterman.

In 1740 toen het dier te groot was geworden om nog als huisdier te houden schonk Sichterman Clara aan Douwe Mout van der Meer, kapitein van het schip de Knappenhof, die Clara vervolgens meenam naar Nederland en er eerst 17 jaar mee toerde door Europa. .

Behalve het beeld van Clara zijn er ook tekeningen en andere uitbeeldingen van neushoorns te zien. Een genoegen om naar te kijken.

Bedreigde zwaan

Na deze bijzondere tentoonstelling gewoon genoten van het ander moois dat ‘het Rijks’ te bieden heeft. Weer ademloos zitten kijken naar twee topwerken van Rembrandt Marten en Oopjen. Al vaker aanschouwd, maar elke keer ontdek je toch weer iets nieuws.

Hetzelfde geldt voor De bedreigde zwaan, een werk van Jan Asselijn. Naar ik heb begrepen is dit het allereerste schilderij dat in het bezit kwam van het museum. Indrukwekkend, maar dankzij de vertelling via de app van het museum ontdek ik nu links onderin een hond, de reden waarom de zwaan haar vleugels spreidt om ‘de vijand’ angst in te boezemen. En natuurlijk is ook de politieke boodschap die aan het schilderij wordt toegeschreven mooi.

Omgekeerde Beeldenstorm

Een aanrader voor iedereen die de Beeldenstorm uit 1566 eens op een andere manier wil beleven: de altaarstukken uit de vroegere katholieke St.-Janskerk in Gouda die voor een paar maanden even ‘thuis’ zijn.

Tijdens de Beeldenstorm in 1566 werden in verschillende steden in Europa, waaronder in Nederland, religieuze beelden en liturgische gebruiksvoorwerpen in katholieke kerken verwoest. Kunstschatten idem, of ze werden verpatst. 

De St.-Janskerk in Gouda ontsprong de dans, na een dringend appèl van het toenmalige stadsbestuur. Dat ging prat op de verdraagzaamheid van de Gouwenaars. De vrijheid van de ander beschadig je niet – een belangrijke les. 

Met succes: de kunstschatten werden in veiligheid gebracht, waaronder vijf altaarstukken die later in Museum Gouda belandden. Daar zijn ze sinds 1872 (toen Gouda 600 jaar stadsrechten vierden; het jubileum werd aangegrepen als moment om de historische stukken op te snorren en samen te brengen, waaronder de altaarstukken. Zo ontstond twee jaar later het Museum Gouda) nog steeds te bewonderen.  De schilderijen van Pieter Pietersz. en Pieter Pourbus behoren tot de topstukken van het vlakbij de kerk gevestigde museum.

Gouda750

En nu zijn ze dus terug in de St.-Jan. Niet voor altijd, maar voor enkele maanden. Deze ‘Omgekeerde Beeldenstorm’ is onderdeel van Gouda750, de viering van 750 jaar stadsrechten. Doordat dergelijke monumentale schilderijen alleen in Gouda bewaard zijn gebleven, is dat uniek voor Nederland.

‘Beleef het wonder van Gouda’ heet de tentoonstelling, want dat is het eigenlijk. Een wonder is het dus ook dat al die altaarstukken bewaard zijn gebleven en nu enkele maanden de kerk meer eventjes een katholiek aanzien geven. 

En beleven doe je het ook. De altaarstukken hangen in de kerk niet aan muren, maar op plekken waar eeuwen geleden altaren stonden. In de hoogtijdagen van de katholieke functie van de kerk waren er bijna twintig (!) alteren in de kerk, waaronder her hoofdaltaar in het koorgedeelte, gewijd aan Johannes de Doper, de beschermheilige van de kerk en de schutspatroon van Gouda. Om het katholieke beeld te completren hangt er een klein beetje een wierooklucht in de buurt van een enkel altaarstuk. 

Cartons

Beleef het Wonder van Gouda is een dubbeltentoonstelling. De kapel van het museum, waar de altaarstukken gewoonlijk hangen, zijn nu werktekeningen of cartons van de gebrandschilderde ramen in de St.-Jan te bewonderen. Ook al een unieke schat van Gouda. De tekeningen zijn op ware grootte gemaakt, schaal 1:1 dus. Een bijzondere kans om ze te bewonderen in deze setting, want na de tentoonstelling gaan ze weer terug in de kluizen van de kerk.

Complimenten voor de opzet van de dubbele tentoonstelling. Zowel in de kerk als in museum is er een audiotour, een videotour met gebaren en op gezette tijden zijn er gidsen (in historische kledij) die tegen een extra bijdrage een uitleg verzorgen. Volgens mij wordt het mede door de vele publiciteit en social media een drukte van belang voor zowel kerk als museum deze zomer.

Hieronder twee filmpjes, waaronder een met meer foto’s da die ik op deze weblog laten zien vanwege ruimtebeperkingen. 

Op het dak van de kerk

Vanochtend op het dak van de St.-Janskerk in Gouda gelopen. Fantastisch. Wel wat heiig aan de horizon, dus niet al te best zicht op Rotterdam.

De wandeling over het dak is een bijkomend onderdeel van de voering Gouda 750 jaar stadsrechten.

Bijkomend, want er moest toch al een flinke steiger worden gebouwd aan de kerk vanwege renovatie kleinere toren halverwege de kerk. Door die steigers groter te maken, is er nu tot half september voor het publiek de mogelijkheid het dak te betreden,

Je moet geen hoogtevrees hebben en het weer moet je gunstig gezind zijn voor een uitzicht richting Rotterdam en Utrecht bijvoorbeeld. Maar het zicht vanaf grote hoogte op Gouda zelf en natuurlijk ook op mijn eigen huis (op steenworp afstand van de kerk) is al prachtig.

Voor 8,45 euro mag je in de kerk via de trap langs het grote orgel naar het dak en via de goot naar het platform rond het kleine torentje. Kerk werkt met een tijdslot om te voorkomen dat het te druk wordt boven. Maar eenmaal boven wordt je niet opgejaagd, je hebt meer dan voldoende tijd om om je heen te kijken en te fotograferen en te filmen.

Zo gaaf, ik ga deze zomer nog wel een paar keer naar boven.

Bekijk hieronder een filmpje van vanochtend:

Zelden zo onder de indruk geweest van beeldbouwkunst

Een knipoog naar de Griekse en Romeinse oudheid. Geen kopie proberen te maken van beelden uit het verleden, maar er een moderne twist aan geven. Ik was vandaag bijzonder onder de indruk van beelden van Igor Mitoraj in museum Beelden aan Zee in Scheveningen.

Ben hier vorig jaar bij toeval verzeild geraakt na het lezen van een artikel over dit bijzondere museum. In 1994 gesticht door  het verzamelaarsechtpaar Theo Scholten en Lida Scholten-Miltenburg. Beelden aan Zee richt zich als enige museum in Nederland exclusief op moderne en hedendaagse, (inter)nationale beeldhouwkunst. 

Naast de omvangrijke vaste collectie, zijn er wisselende tentoonstelling. Vandaag heb ik er drie bezocht: in de twee ruimten binnen en de plateaus op duinniveau. 

De eerste – en daar kun je bij binnenkomst echt niet omheen – met de soms meer dan levensgrote werken van Igor Mitoraj (1944 – 2014). 

De kunstenaar (geboren in het Saksische Oederan) bracht zijn werkzame leven grotendeels in Italië door waar hij lange tijd woonde in Pietrasanta, het bekende Toscaanse beeldhouwersdorp bij de eveneens marmergroeven van Carrara.

Klassieke oudheid
Geïnspireerd door de schoonheid van de klassieke oudheid maar met een eigentijds inzicht in de menselijke conditie creëerde Mitoraj vele monumentale sculpturen in brons en marmer.
Regelmatige bezoekers aan de Scheveningse boulevard kennen zonder het te weten mogelijk een van zijn werken:  het grote masker bovenop het duin bij het museum. Binnen zijn meer werken in dezelfde sfeer te aanschouwen. Maar ook werken in marmer.
Heel boeiend allemaal om naar te kijken. Hoe boeiend? Nou, zo op het oog is de zaal niet zo groot, maar als je alle beelden – het zijn er bijna 50 – tot je wilt nemen, ben je zo een uur verder. Genieten met een hoofdletter G. Ben zelden zo onder de indruk geweest van beeldbouwkunst.

Ik vertelde hierboven al dat de een aantal beelden groot is. Daar kwamen de samenstellers van de tentoonstelling zelf al achter bij de inrichting. Vanwege corona kon men niet naar het Mitoraj Atelier in Pietrasanta en moest met het doen met foto’s en omschrijvingen. Op basis daarvan werd een maquette gemaakt voor de inrichting. Die bleek dus in de praktijk niet te kloppen. In allerijl moest de bedachte inrichting worden aangepast.

Terracotta

En als je de schoonheid van al die kunstwerken tot je hebt laten inwerken, beland je in de volgende tentoonstelling in Beelden aan Zee. Of eigenlijk twee. De werken van Pietro Cascella (1921 – 1988) en Cordelia von den Steinen (1941 – ). De laatste is nog steeds actief als kunstenares en is zelf betrokken geweest bij de opbouw van deze expositie. Vooral van haar werken die zijn uitgevoerd in terracotta ben ik bijzonder onder de indruk. 

Zoals het tableau (weet niet of het de juiste benaming is, maar ik noem het maar zo) Onderweg. Je ziet reizigers, de een met een staf, de ander met een rugzak, volgende figuren gearmd… De kunstenares laat zelf in het midden of de reizigers onderweg zijn naar een (metro)station, of juist aankomen en waarheen ze gaan.
En de tafel Het Laatste Avondmaal. Abstract, maar ze legt – in een begeleidende film – uit dat het bord dat leeggegeten is van Jezus is, de omgevallen beker met wijn van Judas en verderop ligt de sleutels van Petrus. Heb haar werken twee keer bekeken vandaag. Eerst zonder te weten hoe en waarom, de tweede keer na het filmpje, zodat je weet wat je ziet, of moet zien.

Bij de werken van haar overleden echtgenoot Cascella gaat het vooral om voorstudies  van zijn vele opdrachten. Niet te zien, althans ik heb het niet ontdekt, is het ‘maquette’ van zijn bijzondere werk voor Auschwitz (1967). Met die opdracht werd zijn naam gevestigd. Waar Cordelia vooral met terracotta bezig is, werkte Pietro (zoals zijn voornaam al doet vermoeden met de Italiaanse natuursteen travertijn of travertin. En verder met gips en een enkele keer met marmer.

De derde tentoonstelling – ja, je krijgt waar voor je geld – is die met werken van de Nederlandse kunstenaar Paul Grégoire (1915 – 1988). Veel werk met golvende lijn: arabesk, de stijl waarmee hij beroemd is geworden. Figuratieve abstracte kunst. Is niet altijd aan mij besteed, maar hier klopt het. Werk van hem in het groot is onder andere te zien in Eindhoven. Het bevrijdingsmonument hier uit 1954 is van zijn hand.

Arabesk

Toch kan zijn werk hier op de tentoonstelling in Beelden aan Zee mij minder bekoren dan de twee andere exposities. Het zal wel komen door de veelheid dat geboden wordt. Ik zal dus nog een keer terug moeten – de tentoonstellingen zijn nog te bezoeken tot in volgorde van de hierboven geschreven indrukken 8 februari volgend jaar en 19 september en 3 oktober dit jaar. Maar terugkeren naar Beelden aan Zee is zeker geen straf. Wat een fantastisch museum. 

Bekijk hieronder een filmpje vol foto’s van de beelden die ik vandaag heb gezien.

Varen door mijn geboortestad

Toevalstreffer. Had de bedoeling om na de kerk naar het Maritiem Museum in Rotterdam te gaan. Altijd leuk om te bezoeken, zowel het binnendeel (nu met de fraaie tentoonstelling Maritieme Meesterwerken, een samenwerking met Museum Boijmans Van Beuningen) als het buitendeel in de Leuvehaven.

Bij het boeken van een tijdslot zag ik op de site van het Maritiem Museum dat er op bepaalde dagen, waaronder de zondag, nu ook vaartochten zijn met historische schepen. Gelijk geboekt, want met het zeer fraaie weer, zou dat geen straf zijn.

En dat is uitgekomen. Ruim anderhalf uur varen van de Leuvehaven via de Nieuwe Waterweg naar de Waalhaven. Net niet naar Heijplaat, de Rotterdamse wijk waar mijn ouders en grootouders hebben gewoond.

Kleine groep mensen, verdeeld over voor- en achterdek van de stoomsleper Pieter Boele. Daterend uit 1893 en gebouw op de scheepswerf van de naamgever in Slikkerveer.

Ondanks de leeftijd ziet de sleepboot er nog in perfecte conditie uit. Dat kan ook niet anders, daar zorgen de 25 vrijwilligers van de Stichting Dordt in Stoom wel voor.

Dockyard
Mijn vader zou ongetwijfeld even een kijkje hebben willen nemen in de machinekamer, zoals hij dat ook deed op de Dockyard V ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw, toen die stoomsleepboot in Gouda lag (en je ook kon meevaren) tijdens de Goudse Havendagen.

Terug naar de Nieuwe Waterweg. Het was bijzonder goed toeven aan boord. Zon, een windje en meer dan genoeg om naar te kijken onderweg. Zowel (grote) schepen als bouwwerken aan de wal aan weerszijden.

ss Rotterdam
Als bonus voer de Pieter Boele op de terugweg de Maashaven in, om goed zicht te hebben op de ss Rotterdam, het voormalige vlaggenschip van de Holland Amerika Lijn dat ligt afgemeerd aan het Tweede Katendrechtse Hoofd. Het schip, waaraan mijn opa nog heeft gewerkt op de RDM, de Rotterdamse Droogdok Maatschappij.

Kortom, een welbestede middag. Als meevaren met een historisch schip volgende maand nog steeds mogelijk is, ga ik nog een keertje mee!

Bekijk hieronder een filmpje van de vaartocht van vanmiddag. Daaronder een kleine serie met nog wat foto’s.

Oog in oog met de prehistorie

Botten, botten en nog een botten. Prehistorische nog wel. Vandaag voor het eerst bezoek gebracht aan Naturalis in Leiden. Indrukwekkend.

Officieel Naturalis Biodiversity Center, Nederlands Centrum voor Biodiversiteit Naturalis, dat in zijn oorsprong teruggaat tot 1820 . Het is een onderzoeksinstelling met een museum er aan vastgepakt. Dat laatste klinkt doet het gebouw geen eer aan. Prachtig complex, op loopafstand van het NS-station.

Bureau De Neutelings Riedijk Architecten (ook bekend van het Scheepvaart en Transport College in Rotterdam en Beeld en Geluid in Hilversum)  ontwierp de nieuwbouw van het museum die in 2019 geopend werd.

Het ontwerp omvatte naast publiek toegankelijke tentoonstellingszalen en een bibliotheek, ook een expeditieruimte, laboratoria, kantoorruimten en een collectietoren met een hoogte van 62 meter.

Vanuit het atrium, direct bij binnenkomst, kijk je helemaal naar boven. Negen verdiepingen hoog als je het toprestaurant met balkon meetelt. flink trappen lopen, want vanwege de coronaregels zijn de liften alleen toegankelijk voor rolstoelgebruikers.

Trappen

De collectie van Naturalis is echter het op en neer op de trappen meer dan waard. Een prachtige collectie opgezette dieren. Bijna op aaiafstand. Goed te fotograferen. Je kijkt je ogen uit.

Het meest bijzondere zijn natuurlijk de skeletten van dinosaurussen. Alleen waar bij opgravingen delen zijn vergaan of nooit gevonden is sprake van een reconstructie. De rest is authentiek, al worden botten wel – zichtbaar – bij elkaar gehouden door stroken staal. Dat laatste vergeet je als je bijvoorbeeld oog in oog staat met de tyrannosaurus T-Rex of Trix die pas in 2013 werd gevonden in South Dakota (VS). 

Naar ik heb begrepen is wat je als bezoeker te zien krijgt maar een deel van de collectie is. Er zijn bijna 42 miljoen (je leest het goed, het is geen tikfout) objecten. 

Terug

Net als bij mijn eerste bezoek enkele jaren geleden aan het Rijksmuseum in Amsterdam, is er in Naturalis teveel te zien om in één keer te bevatten. Ik ga zeker een keer terug dit jaar om opnieuw te genieten van het gebouw en de collectie. Een topmuseum!

Nachtwacht in volle glorie

De Nachtwacht in volle glorie. Wie er op tv al iets van gezien heeft, of het verhaal heeft gelezen in het AD, weet waar ik het over heb. Voor de rest: de Nachtwacht van Rembrandt in het Rijksmuseum zoals velen het hebben gezien, is 300 jaar geleden verminkt.

In 1642 geschilderd voor de nieuwe feestzaal in de Kloveniersdoelen. Dit was een van de drie hoofdkwartieren van de Amsterdamse schutterij, de burgerwacht van de stad.
Rembrandt was al bijna 50 jaar dood toen de Nachtwacht rond 1715 werd verplaatst naar het toenmalige stadhuis (mi Paleis op de Dam). Het was te groot voor een muur tussen twee deuren, dus werd het werk links en rechts ingekort. De repen zijn mogelijk in de vuilnisbak verdwenen, in elk geval nooit teruggevonden.

Kopie
Dankzij een kopie van de Nachtwacht, tussen 1642 en 1655 geschilderd door Gerrit Lundens – in opdracht van waarschijnlijk Frans Banninck Cocq (op de Nachtwacht de man met de rode sjerp) – is wel bekend wat links en rechts op de missende stukken van de Nachtwacht gestaan heeft. Het gaat onder andere om twee schutters aan de linkerzijde. Voor de vergelijking: ook de kopie van Lundens hangt in het Rijksmuseum.

Door lang onderzoek en met behulp van moderne computertechnieken of kunstmatige intelligentie, is een reconstructie gemaakt van de ontbrekende stukken links en rechts van de Nachtwacht.

Op tv ziet de operatie er indrukwekkend uit en het verhaal in de krant is boeiend om te lezen, maar er gaat niets boven het echie. Dus vandaag naar 020 getogen om met eigen ogen de Nachtwacht in volle glorie te aanschouwen. Het is sowieso geen straf om door het museum te dwalen. Behalve de werken van de grote Nederlandse en Vlaamse schilders, is het gebouw zelf ook indrukwekkend.

Tekst gaat verder onder de afbeeldingen

Terug naar de Nachtwacht. De panelen links en rechts zijn gelukkig niet helemaal vervlochten met het eeuwen oude doek. Je ziet de scheidslijn tussen het oorspronkelijke werk en de toevoegingen. Dat maakt het zo mogelijk nog indrukwekkender.

Glazen kooi
Geboeid er wel een half uur naar staan kijken. Af en toen even opzij, zodat ook andere bezoekers zo dicht mogelijk bij het schilder kunnen komen. Niet te dichtbij, want sinds de start van de voorbereidingen van de grote restauratie bevindt de Nachtwacht zich in een grote glazen kooi. Vandaar ook weerspiegelingen op de foto boven in dit verhaal.

Ga in mijn vakantie nog een keer terug. Wie het ook wil zien: de Nachtwacht in volle glorie is maar een paar maanden te zien.

Genieten in het Openluchtmuseum

Dag 2 van mijn eigen Museumweekeinde doorgebracht in het Openluchtmuseum in Arnhem. Schitterend weer, een groot verschil met zaterdag. 

De verplichting een tijdslot te nemen pakt weer goed uit. Niet te druk (jammer voor het museum, maar fijn voor de bezoeker), dus ruimte genoeg om rustig rond te kijken. En foto’s te maken zonder lang te wachten tot mensen uit beeld zijn verdwenen.

Trams
Bijzonder genoten van het rondrijden van meer verschillende trams door het park dan ooit. Het museum viert dit jaar dat er 25 jaar lang hier trams rondrijden. Naast die van de RET kan nu dus ook een ritje worden gemaakt met Haagse trams.

De oude gebouwen, molens, bruggen en ambachten blijven elk bezoek weer boeiend.
En met het zeer zachte, zonnige weer is het geen straf her en der even op een bankje neer te strijken.

Het was niet mijn eerste bezoek aan het Openluchtmuseum en zeker ook niet het laatste.

Hieronder een fimpje van de tramritten vandaag. En daaronder nog een fotoblok

Coronabeperkingen voor de Zuiderzee

Voor het eerst in vier jaar tijd vandaag bezoek gebracht aan het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

Uiteraard leuk omdat dit soort uitjes weer mogelijk zijn dankzij de coronaversoepelingen. Deed het ook vanwege het voorspelde mooie weer. En ik ken mezelf, voor ik het weet zit ik toch groot deel van de dag binnen achter de pc.

Nou, dat van dat zonnige weer is niet uitgekomen. Het was vooral bewolkt. Het mocht de pret niet drukken. Fantastische kennismaking met schepen en gebouwen in dit museum.

Net als voor andere musea en bijvoorbeeld dierentuinen geldt dat je een tijdslot moet boeken waarop je naar binnen mag. Coronabeperkingen voor de Zuiderzee… 

Hoepel
Nou, volgens mij waren vandaag voor het Zuiderzeemuseum lang niet alle tijdsloten uitverkocht. Het was lekker rustig. Het kostte geen enkele moeite ergens 1,5 meter afstand te bewaren. Alleen bij de pleinen waar kinderen spelletjes kunnen doen was het wat drukker, maar touwtje springen en de hoepel zijn toch niet aan mij besteed…

Voor het museum is de rust jammer natuurlijk, maar de situatie bood mij de gelegenheid in alle rust te kuieren langs de gebouwen en in de huisjes van rond de voormalige Zuiderzee een kijkje te nemen.
Een heerlijke authentieke sfeer. Genieten van het verleden, wat bewaard is gebleven bij de overgang van Zuiderzee naar Waddenzee. Niet alleen gebouwen, maar ook ambachten als netten boeten, het tanen van netten en zeilen. En die kinderspelen dus.

Binnenmuseum
De corona versoepelingen geven het Zuiderzeemuseum nog niet alle vrijheid. Het binnenmuseum blijft nog gesloten. Ach, dan heb ik later reden om nog eens naar dit museum te gaan. Tot die tijd doe ik het met een virtuele rondleiding daar.

Om de horeca te steunen heb ik het bezoek afgesloten met een glaasje wit op een van de terrassen in het museum.

Hieronder een filmpje van mijn bezoek aan het Zuiderzeemuseum

Privétentoonstelling museum

Eigen schuld, verkeerd voorbereid voor bezoek aan Mauritshuis Den Haag voor de tentoonstelling Alleen met Vermeer. Dacht dat je alleen (of in zeer klein gezelschap) enkel werken van Johannes Vermeer zou kunnen bewonderen in een zaal. Het blijkt om één doek te gaan, Gezicht op Delft.

(Verhaal gaat verder onder deze collage)

Toegegeven. Het is een prachtig werk van de schilder (1632 – 1675). Het is een van de 36 schilderijen die van hem bekend zijn en waarvan er 3 in het Mauritshuis hangen. Naast het Gezicht op Delft ook Diana en haar Nimfen en natuurlijk het Meisje met de parel.

Het is mooi om in je uppie alles van het werk in je op te nemen. Maar een ruimte met maar één doek en verder niets is wel erg miniem. Had er dan nog wat borden gehangen met uitleg over de schilder, zijn techniek of zo. Ik miste – als niet-Delftenaar – ook een bord/silhouet met duiding van de gebouwen die op het doek te zien zijn.

Ik was zo verbaasd over de aanwezigheid van slechts één schilderij in de zaal, dat ik achter de wand wilde kijken of er nog meer werken hingen. Hup, daar ging het alarm af…

Na een kleine tien minuten had ik het hier wel gezien. Nogmaals het kwam door slecht voorbereiding. Het museum zegt op de website dat alleen het schilderij Gezicht op Delft is te zien in deze tentoonstelling.

Tijdslot
Wat het Mauritshuis wel beter kan doen is het omgaan met het tijdslot. Ik had ticket voor 11.00 uur. Zat om 10.45 uur op bank te wachten en kon op scherm zien dat de zaal helemaal leeg was. Dan had de suppoost wel iets soepeler kunnen omgaan met het aanvangstijdstip. Bij verlaten zaal stond er ook niemand te wachten, dus dit toelatingsbeleid kan nog wel even opnieuw worden bekeken.

Het is – waarschijnlijk vanwege de coronabeperkingen – sowieso stil in het museum deze ochtend. Er lopen volgens mij meer suppoosten rond dan bezoekers. Eigenlijk geldt ‘Alleen met Vermeer’ zo eigenlijk ook voor tal van andere meesters

Los van bovenstaande blijft het Mauritshuis een bezoek meer dan waard. Fraaie werken van Rembrandt, Jacob van Ruisdael, Peter Paul Rubens, Frans Hals, Jan Steen. Ik heb er weer van genoten.

Hieronder nog drie werken die in het Mauritshuis hangen: Lofzang van Simeon, Zoals de ouden zongen piepen de jongen en de Zondeval.