Concert bij het ochtendgloren

Gregoriaanse gezangen in de vroeg ochtend van paaszaterdag. Een mooi concert en jaarlijkse traditie van Schola Cantorum Karolus Magnum op een bijzondere locatie.

Heb het eerder bijgewoond, maar de laatste keer is al weer even geleden. Dus vandaag om 05.15 uur (ja, je leest het goed) koers gezet naar de Overasseltse Vennen (niet ver van Nijmegen), waar het mannenkoor optreedt bij de koortsboom en de ruïne van de St.-Walrick kapel.

De kapel is gebouwd in de 15e eeuw. Eeuwen eerder al stond er al een benedictijner klooster. Op deze plek zou Karel de Grote in het jaar 777 genezing hebben gevonden op voorspraak van de heilige Willibrord.

De betekenis van deze heilige plek en de nabije koortsboom is de laatste honderd jaar alsmaar toegenomen. Mensen overal vandaan hangen aan de takken van de koortsboom lapjes die afkomstig zijn van de kleding van ernstig zieken, en bidden voor hun genezing.

Een bijzonder plek dus voor een concert. En ondanks het vroege tijdstip (het eerste gezang klinkt reeds om 07.00 uur) zijn er naar ik schat zo’n tweehonderd mensen. De organisatie is geweldig. Niemand, een enkeling daargelaten, verstaat de teksten van de Gregoriaanse gezangen, maar het koor heeft programmaboekjes met naast de teksten in het Latijn de vertaling in het Nederlands.

Processie
Het moois is dat iedereen met elkaar praat, maar zodra de in monnikskledij gestoken zangers al zingend in processie vanuit het niets naar de kapel komen, verstommen de gesprekken en wordt het schouwspel in stilte gadegeslagen.

De eerste liederen worden bij de koortsboom gezongen, met als eerste een lofzang op de koortsboom: Sanitatem aegris (Jij schenkt gezondheid aan de zieken) en de rest in de ruïne van de kapel zelf. Verder verschillende paasliederen over de Opstanding (‘Haec dies’). Tijdens het slotlied vertrekt het koor weer al zingend.

Vijf kwartier van Gouda naar Overasselt en ook weer terug voor een optreden van drie kwartier. Het was het weer waard.

Wie wat van de liederen wil horen, bekijken het filmpje hieronder.

Goede opmaat naar de Stille week

De ‘Goede week’, heet de week tussen Palmzondag en Pasen. In een druk leven ervaar je dat amper, maar de Matthäus Passion zet je wel op het juiste spoor. En in het echt sta in dit werk van Bach meer stil bij de laatste dagen van Jezus voor zijn kruisiging, dan bij het luisteren kijken op tv, Spotify of andere uitingen.

De afgelopen jaren heb ik dit – in mijn ogen – bijna 300 jaar oude meesterwerk van Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) verschillende keren bijgewoond en steeds in de Laurenskerk in Rotterdam. Waarom juist voor deze kerk? Wel, hier wordt de Matthäus Passion uitgevoerd in de zetting zoals Bach het heeft gemaakt: voor een cantatedienst. Geen concert dus, maar een ‘muzikale preek in een kerkdienst‘.

In de Laurenskerk wordt de oratorium – in twee delen – dus vooraf gegaan door drempelgebed, samenzang, schriftlezing door de predikant van ‘de  Laurens’, ds. Harold Schorren.
Na de pauze (lunchtijd) opnieuw schriftlezing en samenzang en aan het einde gebeden (inclusief het Onze Vader) en zegen. Maar de bijna drie uur durende uitvoering van de Matthäus Passion domineert het geheel wel. Aan de vreemdeling wordt op schermen gevraagd niet te applaudisseren.

De Matthäus Passion wordt hier uitgevoerd door het Laurensorkest, de Laurenscantorij (beide zoals het hoort bij dit werk in twee zettingen), zes solisten en in het eerste deel ook de hoge stemmen van het jeugdkoor Young Voices. Samen onder leiding van dirigent Wiecher Mandemaker.

Kerkdeur
Ik zorg er steeds voor om al heel vroeg naar Rotterdam te gaan. De cantatedienst begint om 10.30, maar voor een goede zitplaats moet je er al vroeg bij zijn. Dus stond ik weer om 08.30 uur met anderen te wachten voor de grote kerkdeur die om 09.00 uur open ging. Eenmaal binnen naar de voorste rij halverwege de kerk in het koorgedeelte. Voordeel van een plek hier is dat het koorgedeelte iets verhoogd is. Je hebt dus geen last van mensen voor je.

En vanaf die stoel dus genoten van de prachtige muziek. De openingsmuziek in het eerste deel brengt me al in vervoering. Schitterende ‘stemmen’ van de verschillende instrumenten: viool, cello, hobo, fagot en dwarsfluit. En dat wordt direct overtroffen door de eerste koorzang

Kommt ihr Töchter helft mir klagen.
Sehet—wen?—den Bräutigam,
Seht ihn—wie?—als wie ein Lamm,
Sehet—was?—seht die Geduld,
Seht—wohin?—auf unsre Schuld.
Sehet ihn aus Lieb’
und Huld Holz zum Kreuze selber tragen.

En wat later die prachtige aria (alt, begeleid door twee fluiten) Buß und Reu’

Boete en smart breken het zondige hart.
Geef toch, dat de tranen van mijn ogen
voor U zoete balsem wezen mogen, o trouwe Jezus.

Ik ga hier niet de gehele tekst plaatsen. De liefhebber kan die vinden door op deze link te klikken.

Nou, alleen het slot dan nog, het Wir setzen uns mit Tränen nieder/Ruhe sanfte, sanfte ruh!, als Jezus in het graf is geplaatst.

Wir setzen uns mit Tränen nieder
Und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh!
Ruht, ihr ausgesognen Glieder,
Ruhet sanfte, ruhet wohl!
Euer Grab und Leichenstein
Soll dem ängstlichen Gewissen
Ein bequemes Ruhekissen
Und der Seelen Ruhstatt sein.
Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein.
Wir setzen uns mit Tränen nieder,
Und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh!

Na de slotwoorden van dit lied blijft het doodstil in de kerk. Zo blijft dat lied (door beide koren) en de Matthäus Passion hangen in je hoofd. Een goede opmaat naar de Stille week.

Voor wie de Matthäus Passion wil zien en horen, maar er niet voor naar een live uitvoering wil gaan, hieronder een fraaie versie door de Nederlandse Bachvereniging, opgenomen in april 2014 in de Grote Kerk in Naarden.
Van YouTube, dus er zal om de haverklap wel reclame voorbij komen.

Onverwachts naar oratorium

Het voordeel als je pensionado bent. ’s Morgens na het lezen van een goed recensie besluiten dat je het concert die avond zelf wilt bijwonen. Kaartje boeken en je onderdompelen in de fantastische muziek van het oratorium Esther van Georg Friedrich Händel.

Had al eerder gelezen over deze uitvoering van het muziekstuk door het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir onder leiding van de net 80 jaar geworden Ton Koopman. De recensie vanochtend in Trouw overtuigde me: ik moet dit zelf gaan beluisteren. Gelukje: er waren nog kaartjes voor de uitvoering in Amare in Den Haag.

Esther is gebaseerd op het gelijknamige Bijbelboek. Het vertelt het verhaal van de joodse wees Esther, die koningin van Perzië wordt en haar volk weet te redden van een brute slachting door de kwaadaardige Haman. 

De muzikale versie van Händel is wel aangepast voor de uitvoering door het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir. Koopman heeft voor deze uitvoering speciaal een nieuwe editie samengesteld, die bestaat uit een combinatie van een heel vroege versie van Händels werk uit 1720 en de grootschaliger versie uit 1732.

Trompetten
Dat heeft geleid tot de toevoeging koorgedeelte Blessed are all they that fear the Lord, aan het einde van de tweede akte. Hoe prachtig de solisten (met name de sopraan Julia Lezhneva in de rol van Esther) ook zijn, het koor, begeleid door het orkest met in dit deel ook de trompetten is fantastisch.

Herkenbaar ook dit laatste stukje, want het is deels afkomstig uit de anthem Zadok the priest, geschreven voor de kroning van George II in 1727,

Eenzelfde muzikale ontlading is er aan het einde: The Lord our enemy has slain, een van Händels meeste uitgebreide en feestelijke slotkoren. En vanavond weer met vol orkest.
God save the king,
Long live the king,
May the king live forever.

Amen, alleluja, amen!

Alle lof
Ben nooit zo van het lang aanhouden van een applaus, maar vanavond wel. Wat een prachtig en heerlijk muzikaal feestje. Alle lof voor koor en orkest. O ja, en voor de solisten natuurlijk.

Mount Lebanon his firs resigns,
Descend, ye Cedars, haste ye Pines,
To build the temple of the Lord,
For God his people has restor’d.
For ever blessed be thy holy name,
Let heav’n and earth his praise proclaim
.

Heb gelezen dat in dit feestjaar van Koopman er nog twee werken op het programma staan: Deborah en Athalia. Dat moet ik in de gaten houden.

Canto Ostinato 2024

Na twee jaar weer naar uitvoering geweest van Canto Ostinato van de componist Simeon ten Holt. Je moet van deze tonale, minimalistische muziek houden, maar als dat het geval verveel je je 1.45 uur niet in Orgelpark in Amsterdam.

Het was even haasten na de kerkdienst in Rotterdam. Avondmaaldienst en die duurt altijd langer dan een gewone kerkdienst. Dus geen koffiedrinken na afloop maar direct de deur uit om met het openbaar vervoer op tijd in Orgelpark te zijn, de uit 1918 daterende vroegere (gereformeerde) Parkkerk naast het Vondelpark. Daar is het orgel nu niet in dienst van de kerk, maar de kerk in dienst van het orgel. Of eigenlijk orgels, want het gebouw aan de Gerard Brandtstraat telt er nogal wat.

Barokorgel
Het mooiste orgel vind ik toch wel het in 2018 in gebruik genomen Utopa Barokorgel. Wie het fraaie houten orgelfront met al die pijpen aanschouwt (zie foto boven dit verhaal), denkt met aan een oeroud, goed geconserveerd orgel te maken te hebben. Niets is minder waar. Het is een 21ste eeuws orgel, dat zelf via een computersysteem bespeeld kan worden. Maar het klinkt toch majestueus.

Vandaag wordt dit instrument opnieuw bespeeld door Aart Bergwerff, die ook de andere orgels en de vleugel gebruikt, net zoals pianist Jeroen van Veen ook achter de orgeltoetsen is te vinden. Door het tijdens het concert van speeltoestel te wisselen, is er voor het oog ook wat te doen.

Minstens mooi klinkt het al even moderne (gebouwd in 2009) en indrukwekkende Verschueren-orgel op een van de andere balkons van de kerk, zie foto hieronder. Ik zit er vandaag met mijn rug naar toe, dus moet het alleen met het geluid doen. Maar goed, dit orgel is toch niet zo fraai gedecoreerd als het Utopa-orgel.

Perpetuum
Canto Ostinato ging in 1979 in première in het Noord-Hollandse Bergen, de woonplaats van Ten Holt . Kort daarvoor kreeg het pas die naam. De componist had het eerder als werktitel Perpetuum gegeven.

Die oude naam geeft wel aan wat je van het werk kunt verwachten. Veel herhalingen (zo vaak als de uitvoerenden het maar afspreken met een hoofdknik) van de verschillende secties of delen, waardoor de totale uitvoering in tijd kan wisselen. Nu dus 1.45 uur.

Trompet
Ook kan gekozen worden voor verschillende instrumenten. Zo werd het twee jaar geleden uitgevoerd door Aart Bergwerff op vleugel en Eric Vloeimans op trompet. Wat niet aan mij is besteed, zijn de uitvoeringen in het land waarbij de bezoekers liggend op een yogamatje kunnen luisteren.

Laat mij maar gewoon zitten op een stoel en zo genieten van de muziek die na al die uitvoeringen hier in Amsterdam mij nog nooit verveelt.
Uiteraard na afloop wel even nagenoten met een glaasje witte wijn in de fraaie foyer voor ik per tram, metro en trein terugkeer naar Gouda.

Mijn keuze voor het nieuwe schouwburgseizoen

Mijn keuze voor het nieuwe theaterseizoen, met op het laatste moment nog een verrassende ontdekking in het genre muziek. Verderop in dit verhaal een toelichting daarop. En nu maar afwachten welke voorstellingen worden toegekend.

08/10: Antigone (toneel, Het Nationale Theater met Mark Rietman)
20/11: Dolf Jansen
12/12: Dilana Smith (rock zangeres)
19/12: Waverly Gallery (toneel, met Anne Wil Blankers)
28/01: Bert Visscher
13/02: Lebbis
20/03: BV Vastgoed (toneel, Toneelgroep Maastricht)

Ben groot liefhebber van toneel, dus blij dat ik weer drie zo op het oog stukken heb ontdekt in de brochure voor het seizoen 2024 – 2025 van de Goudse Schouwburg.

De eerste (en ook mijn eerste voorstelling in het nieuwe seizoen) op 8 oktober is Antigone. Een klassieke tragedie, gebaseerd op de Griekse mythologie. Het motto van het stuk: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen (maar wat is verstandig handelen?) en de goden niet tarten (maar wat is de goden tarten?). Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.

De tweede, op 19 december met Anne Wil Blankers, is Waverly Gallery. Een, volgens de omschrijving krachtig, aangrijpend en vaak hilarisch verhaal over de laatste jaren van gulle en praatgrage grootmoeder (Blankers). Zij is nog altijd eigenaresse van een kleine kunstgalerie en kampt met de nietsontziende ziekte Alzheimer. Het stuk vertelt over haar strijd om haar onafhankelijkheid te behouden en het effect van haar achteruitgang op haar familie,

Verkoopwedstrijd
De derde (en mijn afsluiting van het seizoen in de Goudse Schouwburg) is op 20 maart: BV Vastgoed door Toneelgroep Maastricht. zwarte komedie waarin mensen wanhopig strijden voor hun baan en bestaan in een wereld die draait om geld.
Op het makelaarskantoor BV Vastgoed worden de medewerkers door de directie onderworpen aan een verkoopwedstrijd. De twee beste verkopers krijgen een bonus, de rest wordt ontslagen. Dit zorgt ervoor dat er een strijd ontstaat waarin alleen de sterkste overleeft.

Ook in de rest van mijn keuze heb ik veel zin. Logisch eigenlijk, anders had ik de voorstellingen niet geboekt…

Dolf Janssen (20 november) is altijd goed voor een avond voor gulle lach en nadenken. Je moet wel constant alert zijn bij deze spraakwaterval.

Dolf vraagt zich in deze oudejaars voorstelling Ongewone Nederlander af: als de gewone Nederlander bestaat, hoe ziet dat er dan uit, qua kleding en kapsel en wat er op je barbecue ligt. En, zeker zo belangrijk, wat betekent het als je het níet bent? Als je niet aan De Normen Der Gewone Nederlander voldoet…? 

Veel is nu nog niet bekend. Hij haakt uiteraard in op de actualiteit zoals het nieuwe kabinet, de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten en tja, daar is nu nog weinig over bekend.

Rockzangeres
Dan de verrassing dit seizoen voor mij: de Zuid-Afrikaanse rockzangeres Dilana Smith (10 december).

Nooit van haar gehoord, maar ze gaf een kort optreden afgelopen maandag tijdens de seizoenprestatie in de schouwburg. Wat een leuk mens en wat een stem.

Een optreden met nummers van onder andere Tina Turner, Janis Joplin of Cyndi Lauper. Tussen de nummers door vertelt ze in een charmante mengelmoes van Nederlands, Engels en Zuid-Afrikaans over opmerkelijke paralellen tussen haar roerige leven en dat van haar heldinnen.

Waar ik ook ongelooflijk naar uitkijk, is Bert Visscher op 28 januari. Hij heeft een tijd niet in de theaters gestaan, maar keert terug. Met deels een terugblik, lees: oud materiaal. Van Barbie Ken tot bloemschikken en van de klushoek (de helm !) tot de stotterende man van motorclub No Calendar..
Samen met nieuwe idioterie en materiaal dat het nooit heeft gehaald. Visscher: ,,Het moet het wel een typische Visscheravond worden.’’

Nog één avond cabaret dit nieuwe seizoen, op 13 februari: Lebbis. Over het programma is nu nog niet meer bekend dan de titel: Spaanse kussen. Geeft niet, ik laat me graag verrassen.

UPDATE 6 juni: Trouwfeest op 20 november. Dus avondje Dolf Jansen gaat niet door. Ik weet het, wat is er nog leuker dan een avondje Dolf Jansen. Maar ik wil de bruid niet teleurstellen…

Weetjes waar je verder weinig aan hebt, leveren nu twee chocolade paaseitjes op

Een van mijn favoriete muziekprogramma’s op tv is Podium Klassiek. Ben al paar keer bij de semi-live uitzending geweest, maar dit keer niet met legen handen huiswaarts gekeerd naar afloop.

Podium Klassiek is, zoals de naam al doet vermoeden een programma met klassieke muziek. Sinds Paul Witteman (vandaar de vroeger naam Podium Witteman) heeft plaatsgemaakt voor zijn co-presentator en nu vaste presentator Floris Kortie, is er iets meer plaats voor min of meer hedendaagse muziek.

Ben al – ook toen Paul Witteman het programma met zijn zeer grote Bach kennis nog presenteerde – al paar keer naar de uitzending vanuit Studio Hallen in Amsterdam geweest. Je schrijft je van tevoren in, wacht of je bent ingeloot, maar kent dan nog niet de inhoud van het programma.

Zo ook deze zondag. Een gelukje. Een van mijn favoriete trompettisten, Eric Vloeimans komt.
Dit keer met mooie muziek samen met de Syrische klarinettist Kinan Azmeh. Eerst de muziekkeuze van de laatste. En aan het einde van de uitzending brengen ze een heerlijk swingend stuk jazz. Kan bijna niet stil blijven zitten op mijn klapstoel.

Ook de rest van het programma was fantastisch. Nog een swingend nummer uit de oude doos (Puttin’ on The Ritz, met jazzzanger Minne in ’t Hout) en fraai strijkerkergeluid van het New European Ensemble.

Food Hall

‘k Ga er alleen heen, maar dat heeft één nadeel. Na afloop lijkt het me leuk eten in de zeer drukke Food Hallen. Het is altijd druk. Als je al een plekje vindt en je stoel reserveert door je jas en rugzak er op achter te laten, zul je net zien dat als je je eten en drinken aan een van de winkeltjes hebt gehaald, diezelfde jas en tas verdwenen zijn…

Waarom dan die paaseitjes bovenaan dit verhaal? In de opbouw naar de uitzending speelt pianist Cor Bakker het begin van enkele melodietjes en het aanwezige publiek mag raden wat het is.

De winnaar krijgt een kleine traktatie. Op deze Eerste Paasdag zijn het chocolade-eitjes. Ik heb één liedje goed: Merck toch hoe sterck….

En omdat ik er gelijk aan toevoeg dat dit uit Valerius Gedenckclanck komt, win ik twee van die paaseitjes. Een weetje waar je op andere momenten weinig aan hebt, maar nu dus wel.

Het weetje is wel beperkt. Toen ik via WhatsApp vrienden dit vertelde, vroeg een van hen om welke Nederlandse stad het gaat in dit lied. Voor het antwoord moest ik bij Google te rade gaan: Bergen op Zoom.

De chocolade-eitjes staan/liggen als een trofee op de planken met woordenlijsten en -boeken. Tot iemand langskomt en ze opeet…

Zolang de link werkt, is de uitzending van vanavond hier terug te kijken:

Far side of the world, maar dan dicht bij huis

Na bijna vijf jaar weer live optreden meegemaakt van de Schotse rockformatie Tide Lines. Destijds in Inverness bij toeval, nu bewust gekozen. Geen spijt van de reis en de lange wachttijd in de rij.

Het concert vanavond was in Paradiso in Amsterdam (daarover later meer), dus binnen. De vorige keer was 31 december 2018 tijdens Oudejaarsavond of Hogmanay in het Northern Meeting Park aan de oever van de rivier Ness in Inverness wel anders. In de open lucht dus en koud. Ging voor Hogmany zelf en wilde me laten verrassen door de muziek. Na de opzwepende muziek van The Trad Project en Blazin Fiddlers kwam daar voor mij de beste band van de nacht: Tide Lines. (foto hieronder)

Waarom? Wel, leadzanger Robert Robertson (voorheen zanger bij een andere goede band Skipinnish) heeft dezelfde hoge tenorstem als Donny Munroe, de vroegere leadzanger van die andere band waar ik dol op was, Runrig.

Ik was niet de enige onder de circa tienduizend bezoekers van deze Hogmany die onder de indruk was. De volgende ochtend tijdens het ontbijt in de jeugdherberg werd er druk en vol lof over nagepraat.

Een paar weken geleden zag ik via social media voorbij komen dat Tide Lines in Amsterdam zou optreden. Geen moment geaarzeld en gelijk ticket geboekt voor het optreden in Paradiso in Amsterdam.

Bijna vooraan

Daar niet zo druk als in Inverness. Het vijf kwartier durende concert was in de (kleine) bovenzaal. Was ondanks de lange wachtrij (veel jongelui voor een ander optreden in de grote zaal) redelijk op tijd binnen. Zo op tijd zelfs, dat ik bijna vooraan stond. 

Nou houd ik van de muziek van Tide Lines en van enkele andere Schotse bands, maar om nou te zeggen dat ik de teksten van de nummers ken… In de wachtrij buiten informeerde een fan uit Groningen wat mijn favoriete nummer was. Daar moest ik het antwoord op schuldig blijven. En binnen tijdens het concert werden de refreinen van nummers massaal meegezongen door het hossende publiek. Behalve dus door mij. Niet meezingen. Ook niet meehossen. Dat laatste zal mijn calvinistische opvoeding wel debet aan zijn. Alleen van het slotnummer kende ik het refrein: Far side of the world (Dance with a Highland girl). Bekijk en beluister het op onderstaand YouTube filmpje.

Heerlijk om de groep in Nederland te horen. En begin april treedt Tide Lines wederom op in Amsterdam. Dan in het kleine zusje van Paradiso: Bitterzoet. Kaartje heb ik al gekocht! In de tussentijd doe ik het met de muziek van Tide Lines op Spotify.

Sodemieter op met steeds weer ‘Gouda laat je horen’

Heerlijke avond met Ierse muziek van de Kilkennys. OK, Schotse muziek heeft mijn voorkeur, vooral de folk, maar dit komt als ‘second best’.

De viermansformatie is eind jaren negentig opgezet door twee schoolvrienden uit de Ierse stad waar de groep haar naam aan heeft ontleend. The Kilkennys brengt eigen werk, maar ook werk van anderen. Ook vanavond ontbreken evergreens als Whiskey in the jar van The Dubliners en Some say the devil is dead (Some say the devil is dead, the devil is dead, the devil is dead
Some say the devil is dead and buried in Killarney
More say he rose again, more say he rose again, more say he rose again
And joined the British army
) van Wolfstone niet.

En natuurlijk wordt ook Molly Malone ten gehore gebracht, het ‘volkslied’ van Dublin. En we mogen de refreinen meezingen (‘Alive, alive, oh, Alive, alive, oh, Crying, “Cockles and mussels, alive, alive, oh‘). Altijd leuk. 

Uilleann pipes
Allemaal prachtig uitgevoerd door fantastische stemmen, heerlijke muziek op gitaren, banjo’s en natuurlijk de Ierse instrumenten bij uitstek, de Uilleann pipes en de bodhrán.
En vanaf de zitplaats op rij 1 goed zicht op het bespelen van de instrumenten.

Het enige dat me al snel tegenstaat tijdens het concert is het om de haverklap vragen of Gouda er zin in heeft en ‘Gouda laat je horen’. Sodemieter op. Een of twee keer is leuk, maar meer niet.

De voorstelling in de Goudse Schouwburg, samen bezocht met A. B., besloten met een lekker glaasje Talisker whisky

Over paar weken wel Schotse muziek, dan in Paradiso in Amsterdam. Daar speelt de Schotse groep Tidelines, die ik voor het eerst hoorde tijdens Hogmany in Inverness in 2018.

Purcell goes celtic

Verrassend concert vanavond in theater Kunstmin in Dordrecht. Drie zeer getalenteerde Ierse folk muzikanten die hun Keltische muziek lieten samensmelten met werken van 17e -eeuwse componist Henry Purcell. Zijn barokmuziek ging moeiteloos over in bijvoorbeeld de opzwepende tonen uit de uilleann pipes (Ierse doedelzak) van de 18-jarige Cian Smith.

De kruisbestuiving van zo op het oog, of beter op het gehoor, twee totaal verschillende muziekstijlen is geen toeval. Het is een project van pianist/componist Julian Schneemann met het Nederlands Blazers Ensemble (NBE).

Hij vertelde afgelopen zondag in het tv-programma Podium Klassiek (altijd +1 als het om verrassende muziek gaat) dat als je goed luistert er veel raakvlakken zijn in de werken van Purcell en de Ierse Keltische muziek. Purcell hoorde veel volksmuziek om zich heen, en omgekeerd putten de volksmusici dankbaar uit de serieuze muziek.

,,Veel muziek van Purcell wordt gevormd door liederen en dansen die vergelijkbaar zijn met de Ierse airs, jigs en reels.’’

Wat in de uitzending zondag ten gehore werd gebracht was voor mij direct reden een kaartje te kopen voor een van de concerten van het NBE met de drie Ierse muzikanten. In Dordrecht dus.

Polka
Drie Ierse muzikanten inderdaad. In de zaal kun je een speld horen vallen als Piaras Ó Lorcáin/Pearse Larkin (20) met zijn donkere stem begint te zingen. En het waarschijnlijk wel 100 jaar oude lied dat hij zondag zong ‘Seán Gabha’, zingt hij nu weer. En al snel met een ‘koor’ van de NBE-muzikanten.

Het lied gaat naadloos over in ‘Lone mountain’, uit de opera Dido and Aeneas van Purcell. En als derde deel weer een Ierse traditional, Julia Clifford’s polka van de naamgeefster van dit stukje. Hier voegt de uilleann pipes zich er bij. En in een volgend nummer bespeelt Smith een fluit. Prachtig.

Robbie Walsh is de derde muzikant op zijn bodhrán, de Ierse trommel. Een solostuk uiteraard, maar verder vooral ondersteunen aan de rest van alle muziek vanavond.

En een viool mag niet ontbreken bij celtic folk. Daarin werd vanavond voorzien door Emmy Storms.

En nu lijkt het net alsof het me vanavond alleen om de keltische kant van het muziekprogamma is gegaan. Niets is minder waar. De muzikanten van het Nederlands Blazers Ensemble (onder leiding van Barty Schneemann) brengen fantastische muziek ten gehore, ook zonder de Ieren.

Het enthousiasme bij het spelen van de werken van Purcell spat er vanaf. Juist door de verschillende instrumentgroepen voor het voetlicht te brengen, maak je op een perfecte manier kennis met wat het NBE allemaal in huis heeft. Petje af.

Over Kunstmin: ben verwend met de prachtige Goudse Schouwburg, maar wat een fantastisch gebouw is het theater van Dordrecht.

Sinds de opening in 1890 wel een paar keer (grondig) verbouwd, maar de allure van de grote zaal is behouden gebleven. Een genot om juist hier het concert te hebben bijgewoond.

Hieronder het optreden van NBE met de Ieren op 5 november 2023:

Trompet geeft Canto Ostinato een jazzy gevoel

Al verschillende uitvoeringen van Canto Ostinato, bekende werk van de componist Simeon ten Holt bijgewoond, maar nog nooit een met trompet. Het spel van Eric Vloeimans, die toch vooral bekend is op jazzgebied, geeft een schitterende nieuwe invulling aan het circa 50 jaar oude muziekstuk.

Vloeimans was niet alleen te horen vanmiddag in Het Orgelpark in Amsterdam. Sterker nog, het idee was afkomstig van Aart Bergwerff, de organist die al jaren nauw betrokken is bij het Min of Meer Minimalfestival. Hij probeert elk jaar een nieuwe invulling te geven aan Canto Ostinato. Dit keer dus met Vloeimans die net als hij is opgeleid aan het conservatorium in Rotterdam.

Ben dol op het trompetspel van Vloeimans, houd van Canto Ostinato, dus de middag zou bi voorbaat niet stuk kunnen bij mij. En ik ben niet teleurgesteld. Met 5 kwartier wel een korte uitvoering van het stuk, maar wat klonk het heerlijk. De bekend in de oren klinkende maten en dan doordrenkt –niet continu, maar toch- met de muziek van de trompet. De ene keer heeeeel zacht, dan weer een flinke uithaal. Geweldig.

In Canto Ostinato worden delen steeds herhaald (vandaar de oorspronkelijke titel Perpetuum mobile). Een van de muzikanten (Bergwerff meestal en ook nu weer) met een hoofdknik aangeeft dat een stukje van zestien maten voor het laatst wordt ingezet. In de bewerking van Bergwerff voor vanmiddag zijn – voor de trompet – wat aanpassingen gedaan. ,,Voor de puristen onder u, niet alle noten zijn van Ten Holt’’, meldde hij voor aanvang van het concert maar even.’’

Radio
Ben een liefhebber van Canto Ostinato sinds ik een deel van het werk bijna 15 jaar geleden op de radio hoorde (‘Een goedemorgen met’, op Hilversum 4). Kort daarna de cd aangeschaft en met deze zondag er bij geteld nu al vijf keer live gehoord.

Bijzonder blijft toch het door Elbertse Orgelbouwers uit Soest vervaardigd, computergestuurd klavier (dus geen elektronisch orgel!) waarmee Bergwerff de verschillende orgels in het Orgelpark ‘aanstuurt’. Een bijna futuristisch ogend systeem. Het oog wil ook wat, nietwaar?

Het concert vanmiddag was een cadeautje voor mezelf, omdat ik op deze datum in 1975 hier in Amsterdam mijn eerste schreden zette op het journalistieke pad (schoolkrant niet meegerekend) En juist op deze dag is ook mijn vakantie begonnen die duurt tot de ingangsdatum van mijn pensioen medio december. Dit alles uiteraard luister bijgezet met een goed glas whisky na afloop thuis.