Terug naar de Buiten Hebriden

Een hernieuwde kennismaking met de Buiten Hebriden in Scotland. Ben decennialang niet meer op Harris en Lewis geweest. Tijd dus om die twee gekoppelde eilanden weer eens te bezoeken. Met natuurlijk de staande stenen van Callanish.

De eerste stop is zoals gebruikelijk Edinburgh. O nee, eerst nog wat boodschappen afleveren in Earlston, iets zuidelijker. Maar dan toch de hoofdstad van Scotland. Bij vrienden logeren. Met ze eten en drinken in volgens mij een van de mooiste pubs van de stad The Standing Order, in een voormalige bankgebouw.

Bezoek voelt als vertrouwd. Weet de benodigde buslijnen al uit mijn hoofd, dagkaart zit in de busApp en hoeft niet te zoeken naar de twee musea die op mijn lijstje staan.

Daarna is het tijd de grote stad te verlaten. Via de snelweg gaat het langs Glasgow naar Troon voor de oversteek naar Arran. Vorig jaar voor het eerst geweest en wil daar per se weer naar toe.

Een van de doelen is Coire Fhionn Lochan (Gaelic voor ‘het meer met het witte strand’). Buienradar geeft aan dat het aan einde ochtend/begin van de middag nog een klein beetje gaat regen. Nou, het was de naam hun niet waard, dus al snel richting Thundergay (ongeveer 10 km vanaf de camping) voor wandeling van een kleine anderhalf uur naar het meer.

Petje
Volop zon, de temperatuur loopt op en de verleiding is groot de voorraad drinkwater snel op te maken. Bijkomende pech: al snel ontdek ik dat ik mijn petje ben verloren. Denk el te weten waar. Dus aan een vrouw die al aan de afdaling is begonnen vraag ik om te kijken of ze petje tegenkomt en zo ja om die bij mijn auto te leggen. Bij terugkomst bij mijn auto aan einde middag ligt petje daar. Hulde voor die vrouw.

Na het nodige klimwerk, bereik ik na bijna anderhalf uur Coire Fhionn Lochan. En net als vorig jaar ben ik overweldigd door het uitzicht. OK, je bent na de klimwandeling blij dat je het doel al hebt bereikt, maar toch… Wat een schoonheid. Geen TikTok rijen. Er zijn bijna geen mensen hier. Eerst uurtje, zittend op een ‘duinpunt’, genoten van het uitzicht. Kan dit iedereen aanraden. De overtreffende trap van mooi uitzicht en volkomen rust.

Rond 17.00 uur terug op de camping. Wat Irn-Bru drinken, douchen en daarna een ‘wee dram’ (of twee, of drie). Voordeel van de camping in Lochranza op Arran: mensen komen hier voor de wandelingen in de heuvels, of een overnachting tijdens hun fietstocht door Scotland. Het is dus geen feestcamping met muziek tot diep in de nacht. Eten, wat drinken en krachten opdoen voor de volgende dag.

Morgen naar de Standing Stones, iets ten zuiden van het meer met het witte strand. Een tocht van drie keer niks, dus misschien kan ik in de ochtend begin maken met een van de drie Rebus boeken die ik bij me heb. Rebus, hoor ik u zeggen? Ja, het is Baantjer (wel veel beter geschreven), maar dan Edinburgh/Fife als belangrijkste locatie i.p.v. Amsterdam.

Schrift
Machrie Moor voor de staande stenen dus. Niemand weet hoe lang ze staan, wel dat het ergens tussen de 4.000 en 5.000 jaar moet zijn. Niemand heeft ook ooit het bewijs gevonden naar het doel. Aannames zijn er genoeg. Iets met godsdienst, de stand van de zon en de maan en noem maar op. De bewoners van ruim 4.000 jaar geleden hadden geen schrift, dus van enige overlevering is geen sprake.

Heb al meer stone circles bezocht (op Lewis, op Orkney), maar deze valt op door de wijdte. Behalve de drie die je vaak op foto’s ziet van Machrie Moor (vernoemd naar de Machrie Glen), zijn maar een deel van het geheel. In totaal zijn er zes cirkels, alleen niet allemaal als zodanig herkenbaar. En dan is er, als eerste vanaf de parkeerplaats een heuvel die een graftombe herbergt. Een grote, wijde cirkel met, voor zover bekend, maar één grafkist.

Al met al het bezoek meer dan waard. Al kom je wel wat gekkies tegen. Mensen die in een soort stille aanbidding hier gaan zitten, lang een standing stone aanraken, kennelijk in de verwachting dat er dan positieve (?) krachten in het lichaam doorkomen. Ik kijk het meewarig aan. Het zal wel komen door mijn Calvinistische roots…

Koffie
De dag erna, of eigenlijk de nacht al, begon met regen. En wind, dus oordoppen in om te kunnen slapen. In de ochtend tussen de buien door eerst koffie (de dag kan niet zonder beginnen!), ontbijt, douchen en de afwas. Daarna tijd om naar de kerk te gaan, St. Bride’s hier in Lochranza.

Ben er vorig jaar ook geweest. Kleine kerk, iets meer dan driehonderd jaar oud. Had gehoopt de nieuwe predikant, Rev. Dr Knowledge Zinduru, te horen preken. Helaas voor mij gaat hij deze zondag voor in een van de anderen kerkgebouwen op het eiland.

Na het doen van een paar boodschappen in Brodrick, de middag op de camping doorgebracht. Het plenst weer en om nou een autorit te maken in de regen, vind ik niet een aantrekkelijk idee. Kort na 14.00 uur wordt het droog en komt de zon zo waarlijk tevoorschijn.

Rest van de middag genieten van die zon. Buiten wel met windjack aan. En wat later op radio BBC4 luisteren naar een hoorspel. Wil dat thuis ook regelmatig doen, maar in de praktijk komt daar bar weinig van terecht. Nu dus wel. Borreltje erbij. Daarna eten koken. Nou ja, koken… ik heb ik Brodrick een ‘ping’ maaltijd gekocht. Deze camping heeft een magnetron, dus die kans moet ik niet voorbij laten gaan.

Mull
Volgende koers gezet naar ander eiland: Mull. De meest voor de hand liggende route is na de veerboot naar Kintyre te hebben genomen, in Oban de volgende veerboot naar Craignure op Mull te pakken. Helaas, zag ik het afgelopen weekeinde al dat er maandag geen plek is voor mijn auto op alle afvaarten, de aller vroegste daargelaten. Kleine veerboot ontdekte ik later, dus beperktere capaciteit. Dus bij passeren Oban doorgereden naar Corran. Met kleine regionale veerboot naar Morvern en weer afzakken per auto naar Lochaline, om vandaar een ander veerbootje te pakken naar Mull.

Het omrijden is geen straf. Vooral de rit over Morvern is altijd weer schitterend. Uiteindelijk tegen de klok van vier (lokale tijd) aangekomen op mijn camping. Ik kom hier al jaren en gelukkig is mijn favo kampeerplek vlak langs de baai weer beschikbaar. Veel wind, dat wel, maar dat maakt het alleen maar leuk.

Eerste rit hier gaat naar Iona. Uurtje rijden. Het lijkt daardoor een flinke afstand, maar harder dan zo’n 70 tot 80 km per uur kun je niet op de vaak bochtige en enkelbaanswegen waar je ook nog eens vaak moet stoppen voor tegenliggers. Niet goed voor het gemiddelde benzineverbruik…

Iona
Veerboot Fionnphort naar Iona (vaartijd vijf minuten) is vol Amerikaanse toeristen die nu al het hoogste woord hebben met elkaar. Eenmaal aan land verlies ik ze gelukkig snel uit het oog. Dat scheelt een hoop gekwetter. En wat denk je. Al vanaf halverwege de autorit is het vrijwel droog en al die tijd dat ik op Iona ben, is er geen druppel regen gevallen. Af en toe komt zelfs de zon tevoorschijn.

Ben al vaker op Iona geweest, maar ook nu weer vermaak ik me prima. Ik geniet van de ruïnes van het nonnenklooster en natuurlijk van de Iona Abbey, de ‘hoofdattractie’, zoals ik het zo mag zeggen, van het eiland. Het is een beetje het Taizé van Schotland, maar dan zonder monniken.

Ook Lochbuie, het gebied aan het gelijknamige zeeloch Loch Buie, kan weer rekenen op een bezoek van mij. Altijd weer mooie rit, vooral het deel langs Loch Spelve. Zoveel verschillende tinten groen en wat een rust. Het uiteindelijke doel hier is toch Lochbuie zelf en dan vooral het enige overgebleven deel van Castle Moy.

De toren is niet zo indrukwekkend, maar de omgeving des te meer. Prachtig in het landschap, met de zee op de achtergrond. Bij aankomst ‘druk’ (wel tien mensen), maar na kwartiertje is iedereen weg en kan ik, gezeten op een rotsblok genieten.

Fish & chips
Daarna tot aan camping. via dezelfde route langs camping naar Tobermory, de hoofdplaats van Mull. Altijd weer leuk om de huizen in verschillende pasteltinten te zien aan de havenkant. Had gehoopt weer fish & chips te scoren bij de verkoopdagen bij de pier. Is volgens mij de enige verkoopwagen met jaarsticker van wegrestaurantsysteem Les Routiers. Prince Charles (toen nog) is hier eens aan de balie geweest. Helaas, oude verkoopwagen weg. Nieuwe, veelkleurige maar zonder de sticker is er voor in de plaats gekomen. Tja, dan is de lol er voor mij wel van af.

De laatste dag hier is bestemd voor het puffineiland Lunga (Tresnish Isles) Had tot een jaar of vijftien of twintig nog nooit van de puffins of in het Nederlands papegaaiduikers gehoord, laat staan ze gezien. Meer over de puffins verderop in dit verhaal.

Het ging me de eerste keer om bezoek aan Staffa en dan vooral Fingal’s Cave. Had het verhaal gehoord over de componist Felix Mendelssohn die hier in 1829 was en zo onder de indruk was van het geluid en het beeld van de golven in de cave of grot, dat hij er een jaar later zijn Ouverture on the Hebrides op componeerde. In elke cd die je kunt vinden, staat bij het stuk altijd tussen haakjes ‘Fingal’s Cave’.

Dat stuk moest, vond ik, maar eens te plekke worden beluisterd. Met dank aan de kenner van klassieke muziek bij Music Store in Gouda een puike cd gescoord en meegenomen op vakantie. Boottrip geboekt. Een werkelijk unieke belevenis. De prachtige muziek paar keer achter elkaar beluisterd op de plek waar het stuk op is gebaseerd. Die muziek in de ‘oortjes’ met op de achtergrond het geluid van de golven en het zicht op die reusachtige zestig miljoen jaar oude basaltkolommen… Ik toon niet vaak tranen, maar toen hield ik het toch niet helemaal droog.

Puffins
Leuk, maar de tocht gaat dus niet alleen naar Staffa. Na een uur op dit eiland te hebben vertoefd, zet de boot van Turus Mara koers naar Lunga voor twee uurtjes puffins kijken. OK, vooruit dan maar. Ik heb mijn doel bereikt, dus…

Nou, mis dus. Ik zag de papegaaiduikers en ik was verkocht. Wat een ontzettend leuke vogels. De clowns van de zee, worden ze genoemd. Dat klopt wel. Wie +++ chagrijnig is, is hier binnen één minuut genezen. Honderd procent garantie.

Kortom, het volgende jaar de trip opnieuw geboekt. OK, opnieuw genoten van Mendelssohn muziek, maar nu toch steeds voor de puffins. En dus ook vandaag weer. Twee uur lang gemiddeld van deze kleine, bijzonder (water)vogels. Een drukte van belang. Er zijn nog geen of heel weinig jonkies, dus de toekomstige ouders zijn druk bezig met de grote schoonmaak van de nesten in de grond en het aanbrengen van nestmateriaal.

Het volgende doel is het jaarlijkse bezoek aan het eiland Skye. Met de pont over van Fishnish naar Lochaline. Ondanks de (lichte) regen een mooie rit over Morvern naar Ardgour (weer een pont) naar Fort William. Daar even de benen strekken, kopje thee, boodschappen en tanken. Daarna in éėn ruk door naar Skye.

Storm
Inspannende rit, want het regent flink en het verkeer rijdt langzaam. Na dik twee uur op Sligachan, mijn favo camping op het eiland Skye. Nou, dit keer niet zo favo. Het regent aan een stuk door en het stormt ook nog. Bij vrienden Han en Wilma die hier al zijn met hun caravan even bijgepraat en gehoopt dat de wind wat gaat liggen en de regen stopt.

Niet dus. Omdat tent toch al even moet staan om door te waaien voor matrasje, slaapzak en de rest naar binnen kunnen, toch maar de stoute schoenen aangetrokken en een poging gewaagd. Zo erg als nu heb ik het nog niet meegemaakt met het opzetten van de tent. De ‘footprint’ van de tent verstopt zich en het lukt me niet om de juiste volgorde van footprint, binnentent, buitentent voor elkaar te krijgen. Han komt helpen. Uiteindelijk zit alles in de juiste volgorde en zitten de tentstokken in positie.

Dan blijken de binnenste delen van de scheerlijnen in elkaars vaarwater te zitten en wel zo strak nu de stokken in positie zijn, dat er niks mee te beginnen is. Inmiddels zijn mijn broek, sokken en schoenen doorweekt, dus ik besluit de tent weer af te breken en op te bergen. Morgen een nieuwe poging als, naar ik hoop, er beduidend minder wind is.

Snel even droge kleren aangetrokken en op internet een slaapplek in een jeugdherberg gezocht. Dat hebben kennelijk meer mensen gedaan. Zowel in Broadford als Portree is geen bed beschikbaar. Uiteindelijk wel (het laatste bed hoor ik later) in Glenbrittle. Eén voordeeltje. Door de vele regen zijn de watervallen en rivieren overvol, wat een spectaculair beeld oplevert.

De volgende ochtend terug naar de camping. H + W zijn al vertrokken voor een wandeling. Het waait hier nog steeds flink, maar in de loop van de middag toch maar poging gewaagd tent op te zetten. Kan ie droog waaien. Helaas krijgt de wind er steeds vat er op, met als uiteindelijk resultaat dat een breuk in een van de delen van de langste stok. Op naar Portree. Daar geen nieuwe tentstok te krijgen, want te kleine kampeerzaak om de een voorraad verschillende lengtes aan tentstokken op na te houden. Meedenkende medewerkster adviseert een ‘splint’ te nemen en die over gebroken deel te schuiven, zonodig na eerst een laagje duckttape.

Op tijd vertrokken van de camping voor de circa 45 minuten durende rit naar het beginpunt. Je weet immers maar nooit hier of het weer toch omslaat… Dat doet het niet. Wel een voordeel, het is in de ochtend niet druk. Weinig wandelaars voor en achter mij. In alle rust, met alleen het geluid van de wind en waterstroompjes ongeveer anderhalf uur gelopen over de heuvels.

Strathaird
De enige dag dat het gegarandeerd droog blijft hier op Skye, besloten in Strathaird te gaan lopen. Twee jaar geleden ontdekt, maar toen te weinig tijd en vorig jaar veel regen. Ditmaal dus de kans om het gebied bij mooi weer te ontdekken.

Frisse lucht in de longen (luchtverontreiniging bestaat hier niet), het is een genot. Op het hoogtepunt (letterlijk) gestopt om zittend op een rotsblok van het fantastische uitzicht te genieten. Ik kan verder en afdalen naar de zee, maar dat vind ik overdreven. Een mens moet zijn grenzen kennen…

Na de lange rustpauze terug richting auto, via dezelfde route. Nu al drukke met tegenliggers die nog richting zee (of niet) gaan. Dat kan dus nog druk worden. Blij dat ik dat niet hoef mee te maken. Heb genoten van deze wandeling. Die blijft in mijn Skye lijstje staan.

Engels ontbijt
Volgende dag naar Uig aan de andere kant van Skye voor de overtocht naar Harris en Lewis. Op camping niet ontbeten, want aan boord van de veerboot is een echt Engels ontbijt verkrijgbaar.

De tijd heeft hier duidelijk niet stilgestaan. Goede weg naar Stornoway, de hoofdplaats van Lewis. Camping Laxdale, aan de rand van de stad, verwelkomt me met weinig wind en een zonnetje (een graad of 15), prima omstandigheden om na het stormachtige verblijf op Skye de tent eens goed te laten drogen, na te lopen en op te zetten zoals het hoort. [voor Han: het is weer gelukt met de gerepareerde lange tentstok].

Sligachan campsite op Skye heeft de charme dat je midden in het berggebied staat (het oog wil ook wat), maar de faciliteiten op Laxdale zijn een stuk beter. Goede voorzieningen (zie foto’s), puike wifi en opgeteld goedkoper dan Sligachan. Hier houd ik het wel een paar dagen uit. Ben van plan tot vrijdag te blijven op Harris en Lewis, maar omdat ik hier al ruim dertig jaar niet ben geweest, heb ik ook een druk programma: standing stones Callanish, Rodel (zuidpunt Harris), Stornoway zelf natuurlijk, wat wandelingen. En de afstanden zijn groot op de twee gekoppelde en lang gerekte eilanden.

Eerste doel op Lewis is Callanish. Callanish, dat zijn de standing Stones (staande stenen) of stone circle. Formaties die je op meer plekken in het Verenigd Koninkrijk (de bekendste is natuurlijk Stonehenge) tegenkomt, maar in Scotland beduidend meer. Heb er de afgelopen decennia meerdere bezocht (Orkney, Mull), maar deze op het eiland Lewis (Buiten Hebriden) is toch wel de meest indrukwekkende.

Ruim dertig jaar geleden toen ik hier was, heb ik ze een voor een op dia gezet. Waarom? Geen idee meer. Heb niet eens een diaprojector. Genoeg over het verleden. Vandaag dus voor de gewone foto’s en wat filmpjes erheen.

Nee, dat is niet helemaal waar. Ik wil ook gewoon genieten van dit duizenden jaar oude mysterie. Waarom zijn die stenen hier zo neergezet? Iets met religie? Plaatsing in relatie met de zon of de maan? In elk geval: waarom? Er zijn tal van logisch klinkende theorieën, maar het juiste antwoord is nooit gevonden. De mensen die toen op Lewis woonden, kenden geen schrift, dus steekhoudende verklaringen anno 2025 zijn er gewoonweg niet. Het enige dat vaststaat, dankzij opgravingen, is dat in het centrum van de stone circle een grafruimte was. Maakt niet uit, de standing stones van Callanish blijven gewoon indrukwekkend.

Vuurtoren
Daarna een uur lang in noordelijke richting naar Butt of Lewis. Naar de vuurtoren op het noordelijkste puntje van dit eiland. Net als de rest van Lewis dus ook al dik dertig jaar geleden dat ik hier was. Samen met A. en zijn broer J. en vrienden W. en A.

Rondgelopen om de vuurtoren en het bijbehorende complex en langs de zee die tegen de rotsen beukt. Nauwelijks mensen hier.

Doel twee van verblijf op Lewis en Harris is St. Clements Church in/bij Rodel op de zuidpunt van Harris.

Niet overvaren, want Lewis en Harris zijn aan elkaar geplakt. Toch nog een rit van anderhalf uur vanuit Stornoway want de twee eilanden zijn samen langgerekt en al mag je op een groot deel 60 miles/hour rijden, in de praktijk haal je dat niet, net als vrijwel overal in de Highlands. Maar het is vakantie, dus ik maal er niet om.

Op Harris eerst nog zijweg ingeslagen naar Drinishader. Een vlek van drie keer niks, maar decennia geleden stond ik hier met vrienden op een wel heel bijzondere camping. Veld was OK, maar douchen deed je in een omgebouwde caravan die – laat ik het voorzichtig zeggen – niet helemaal waterpas stond. Bordje dorpsnaam gevonden, maar een verwijzing naar de camping niet.

Opperhoofd
Doorgereden naar het zuiden, deels langs de kust met prachtige stranden. Te koud en te nat om daar te vertoeven; dus door naar het zuiden. St. Clements Church heeft een eeuwenoude historie. De kerk werd gesticht door Alasdair MacLeod van Dunvegan en Harris, het achtste opperhoofd (chieftain) van clan MacLeod. Hij stierf in 1547 en zijn opmerkelijke graf is nog steeds te zien in de nis van de kerk.

Weinig bezoekers vandaag (je komt hier ook niet toevallig voorbij), dus genoeg tijd om zonder mensen die in beeld lopen (EN ZONDER HUN GEKWEK!!!) te filmen. Blijf op Harris en Lewis tot maandagochtend heel vroeg. Moet uiterlijk 06.35 uur bij de incheckbalie van de veerboot naar Skye zijn en de rit van de camping daar naar toe is bijna een uur. Gelukkig ben ik altijd vroeg wakker.

Op aanraden (zacht uitgedrukt) van eigenaresse van de camping ook nog bezoek gebracht aan Museum & Tasglann nan Eilean, het ‘museum van het eiland’. Veel informatie over de rijke historie van Lewis en als topper een paar van de originele Lewis chessmen. De tientallen schaakstukken uit de twaalfde eeuw (eigenlijk niet alleen schaakstukken, maar ook voorwerpen voor andere bordspellen zoals backgammon), zijn vermoedelijk van Noorse afkomst, gemaakt van walrusivoor en in 1831 ontdekt in vermoedelijk Mealista, behorend tot Uig op het eiland Lewis.

Lewis chessmen
De meeste stukken zijn te vinden in musea in Londen en Edinburgh, maar een paar dus onmin het museum op het eiland waar ze zijn gevonden. Kende het verhaal over de Lewis chessmen wel, maar om een aantal nu in het echt te zien op het eiland waar ze bijna twee eeuwen geleden zijn gevonden, is wel heel bijzonder.

Daarna, zag de plek voorbij komen op een van de info-borden in het museum, koers gezet naar Bernera. Mooie trip door het altijd weer verrassende landschap van Lewis. En weer deels over enkelbaanswegen, dus harder dan iets minder dan 70 km/u werd het niet. Maar ik heb geen haast.

In Bernera (nou ja, kun je spreken van ‘in’? Het is een vlek van drie keer niks!) achter de begraafplaats, op steenworp afstand van het fraaie strand Bosta Beach bevindt zich de Bosta (Bostadh, oud Noors voor boerderij) Iron Age House. Een van de overgebleven huizen uit 800 – 400 jaar voor Christus van een dorpje dat in 1992 is herontdekt. Zand Weet nog niet zeker of ik naar het echte huis kijk, of naar een replica. Er is geen rondleider op zaterdag. Volgens Wikipedia zijn de originele huizen terug verstopt onder het zand. Hoe dan ook krijg je wel een idee over de eeuwenoude bouwstijl. En dat is toch ook leuk.

Brug over oceaan
Nog langs, ja echt, oude brug gereden op weg naar Bernera. Het gebied ligt aan de andere kant van Loch Roag. De oorspronkelijk brug die dus echt over de Atlantische Oceaan ligt, is gebouwd in 1953 en was, zo wordt gezegd, de eerste voorgespannen betonnen brug in Europa. Zo leer je weer eens wat. Vanwege de verkeersdrukte (ja, zelfs hier), is er naast ongeveer twintig jaar geleden een nieuwe brug gebouwd. Moest parkeren om een fit te maken van de oude brug en zag dat er ook nog wat staande stenen in de nabijheid staan. Dus tja…

Voor de zondag heb ik, behalve kerkbezoek, geen plannen. Totdat ik op Google Maps keek en ten oosten van Stornoway nog een leuk stukje zag voor een korte rit, want om de hele middag op de camping door te brengen… Foto’s bij de punt Gary Beach zagen er veelbelovend uit. Zo te zien een rotsmassief waar je doorheen kunt lopen. En met het aardige weer van vandaag, moeten daar toch mooie foto’s te maken zijn.

Maar eerst de kerkdienst dus. In de High Kirk van Stornoway. Hert lijkt me beduidend minder druk bezocht dan mijn Schotse kerk in Rotterdam, maar schijn bedriegt. Bij het uitgaan van de kerk, zie ik nog flink wat mensen de trap afkomen van de gaanderij. Wel weinig jeugd. Dan ben ik in mijn kerk toch wel verwend. Hoopte de voorganger te horen die ik op de website zag, ene MacLeod. Een Schotsere achternaam bestaat niet. Helaas er is een andere predikant vandaag.

Later in de middag op de camping vraagt de beheerster/eigenaresse wat ik vandaag heb gedaan. Vertelde haar dat ik eerst naar de kerk ben geweest. ,,O, welke?’’ En na mijn antwoord zegt ze dat haar man daar predikant is. Ze blijkt dus mevrouw MacLeod te zijn. Dus even wat kerkinfo uitgewisseld met haar.

Welkom
Hoorde dat Stornoway drie Church of Scotland gemeenten kent (High kirk, Martin’s Memorial en St. Columba), die alle drie apart zijn. Een verder zeer groot verschil met mijn kerk: behalve het hartelijke welkom bij binnenkomst, worden bezoekers aan zichzelf overgelaten. Eén persoon vraagt nog waar ik vandaan kom en als hij Rotterdam hoort als de stad waar jij kerk is gevestigd, vertelt hij alleen maar dat ik met een cruise in Rotterdam geweest… Koud!

Dus een extra hulde voor het Welcome team van mijn kerk en alle mensen die bij de koffie/thee na afloop op de bezoekers afschieten en – weten we uit de reacties – een onvergetelijke indruk achterlaten.

Daarna dus naar Gary Beach. Mooie (korte) rit, maar het eindpunt is fenomenaal. Zie de foto hiernaast.

Geluk bij een ongeluk, de mooie rotsformaties kun je alleen bezoeken bij eb. En dat is het vanmiddag. De rotsen zien er indrukwekkend uit. Vooral die ene die ik al op de foto’s zag, waar je doorheen kunt lopen.

Aan de voetsporen in het zand te zien, ben ik vandaag niet de enige die dat doet. Het is een uithoek van Lewis, dus echt druk kun je het niet noemen. Er zijn hier meer plekken langs de oostkust met fraaie stranden, waaronder een breed stuk dat aantrekkingskracht uitoefent op surfers. Misschien het daarom bij deel dat ik bezoek relatief rustig. Alle gelegenheid dus om volop foto’s en filmpjes te maken zonder dat mensen het beeld verstoren.

Tegen drie uur terug op de camping. Borrel, Polarsteps bijwerken en alvast uit de tent halen wat vannacht niet echt noodzakelijk is. Morgenochtend tegen half vijf tent inpakken. Wil uiterlijk een uur later hier wegrijden om op tijd te zijn voor het inchecken voor de veerboot van Tarbert naar Uig op Skye. Vandaar gaat het via Inverness (boodschappen, tanken) naar Cannich in Glen Affric.

Tentstok
Vanaf aankomst op Skye rijd ik in ongeveer drie uur Vandaar in drie uur, ex stops, naar Inverness. Dat is ‘om’ als ik naar Glen Affric wil, maar in Inverness moet ik eerst campingzaak Go Outdoors voor reparatieset voor tentstok. De langste stok, die overdwars gaat, heeft de storm op Skye eerder niet overleefd. Een koppelstukje (‘stint’) over het gebroken stokstuk bracht uitkomst. Maar wil wel weer een normale tentstok.

In de tentzak zitten nog stokdelen van een vorige tent van hetzelfde merk (Exped, Zwitserland) En die hebben dezelfde lengte. Dus alleen nieuw elastiek (die oude heeft geleden onder de breuk van de tentstok); klusje voor op de camping. En aangezien het daar droog is, is de reparatie een fluitje van een cent.

Blijf hier tot in elk geval donderdag, misschien wat langer, om van hieruit in elk geval diep Glen Affric in te duiken voor een mooie wandeling. En ook Fort George, niet ver van Inverness staat op programma. Was daar vorig jaar voor het eerst, maar toen regende het. Dus met een beetje geluk…

Als ik in Glen Affric kampeer, moet ik altijd een van de mooiste plekken hier bezoeken: het water dat vanuit Loch Affric via de River Affric en Loch Ben a’ Mheadhain naar de dam (‘witte steenkool’) stroomt.

Aan het einde van een enkelbaansweg, een half uur rijden vanaf de camping in Cannich. Voorwaarde die ik mezelf altijd stel, is dat het mooi weer model zijn. Hier vertoeven in de regen biedt niets. Maar vandaag overheerst de zon. En met een graad of 17 is het ook warmer dan de afgelopen twee weken.

Op tijd op pad gegaan, want Weeronline geeft voor vanmiddag regen op. Dat laatste blijkt mee te vallen. Pas kort na 15.30 uur drijft grijze bewolking over. Maar toen was mijn ochtendprogramma al afgelopen. Ik bezoek de watermassa die hier stroomt elk jaar en het verveelt nog steeds niet. Natuurlijk weer foto’s en filmpjes gemaakt  en daarna gezeten op een rotsblok genoten van de schone en ook luidruchtige natuur. Vervolgens nog even ook genoten (want zonder geluid van een watermassa) weer genoten van het schitterende Loch Beinn a’ Mheadhain. Er zijn een paar picknicktafels met een randje voor de barbecue, maar de tafels zijn gelukkig nog leeg. Wat een rust.

Stroom
Kort na 15.00 uur terug op de camping. Het is nog warm buiten, dus als eerste de stroom aangesloten, zodat de koelbox kan loeien. Daarna eerst een colaatje en vervolgens de borrel. De komende dagen blijft de camping in Cannich mijn uitvalsbasis. Nog een (herhalings)bezoek aan een schitterende glen en ook aan Fort George, ten oosten van Inverness. Daar was ik vorig jaar vooraf het eerst, maar toen regende het. Dus nieuwe kans op mooiweerfoto’s. Ja, voeg ik er aan toe, de vooruitzichten qua weer zijn goed.

Op het programma dit jaar staat ook een treinreis. Niet zomaar een. TV-programma Great Railway Journeys of the world in 1981, was voor mij de reden een jaar later voor de allereerste keer naar Scotland te gaan. De reis voert van Inverness via de mooiste landschappen naar de eindbestemming Kyle of Lochalsh, aan de westkust van het vasteland, vlakbij (nu) de hoge brug naar het eiland Skye.

De route is me niet vreemd. Sterker nog, ik heb ‘m deze week per auto al gedaan toen ik van Lewis via Skye naar Inverness ging. Maar ja, dan moet je ook op de weg letten (deel enkelbaans met passeerplaatsen) en dan ‘zie’ je toch minder dan vanuit de trein.

Vanaf Dingwall is de treincoupé bijna vol. Daar is een grote groep ingestapt. Gelukkig ben ik zo verstandig geweest bij boeken van ticket gratis een zitplaats te reserveren voor zowel de heen- als de terugreis.

Naarmate de reis van ruim 2,5 uur vordert, neemt de bewolking toe. Geen zon meer, maar uiteindelijk zelfs donkergrijs. Dacht even dat het zou gaan regenen, maar de nattigheid bleef gelukkig uit.

1982
Ik geniet van het uitzicht, zeker het deel rond Achnasheen en Strathcarron, de belangrijkste reden voor de reis van vandaag. Na ruim veertig jaar weet ik het niet precies meer, maar het landschap hier moet voor mij de reden zijn geweest in 1982 naar Scotland te gaan.

Eindpunt Kyle of Lochalsh komt in zicht. Anders dan in de Great Railway Journeys of the World, heb ik geen tijd voor bezoek aan het Kyle of Lochalsh hotel. Met toen nog uitzicht op de veerboot naar Skye, nu de brug. Tien minuten na aankomst klinkt het elektronische fluitje van de conducteur voor vertrek terug naar Inverness. Nu gelukkig een zitplaats aan de linkerzijde van de rijrichting, zodat ik het landschap van de andere zijde kan aanschouwen. Weer andere beelden. En hoe meer we oostwaarts rijden, hoe dunner de bewolking wordt. Voorbij Beauly wordt de lucht meer en meer blauw en eenmaal in Inverness zelfs strakblauw. Na vijftig autominuten ben ik terug op de camping in Cannich. Met borrel aan de picknicktafel naast de auto constateer ik: een welbestede dag.

En dan Fort George, ten oosten van Inverness, vlakbij de luchthaven. Vorig jaar een verregend bezoek, dus nu met het toch wel prachtigste weer deze dag dat je je kunt voorstellen in Scotland opnieuw naar Fort George. In 2024, het eerste jaar van mijn pensioen, was ik zes weken (!) in Scotland en had dus overal langer de tijd om rond te kijken. Een van die extra’s op de route vanaf Dornoch richting het zuiden naar Inverness was Fort George.

Een fort, zoals de naam al zegt, dat deels open is voor publiek (museum en buiten rondlopen) en een garnizoen van het derde batallion van de Schotse legereenheid The Black Watch. Je loopt dus min of meer in een levend museum. Het betekent wel dat je bepaalde gebouwen niet binnen mag, omdat ze nog in gebruik zijn. Niet alleen de verblijven van de soldaten, maar bijvoorbeeld ook de officer’s mess.

Een gelukje heb ik vandaag. In een van de gebouwen wordt, met de ramen open, door de doedelzakken van The Black Watch geoefend voor hun optreden (drie weken lang, elke dag) tijdens de Edinburgh Military Tattoo in augustus. Zie het filmpje hieronder dat ik via YouTube heb gemaakt.

Fort
Het ging me vandaag vooral om het maken van foto’s en filmpjes hier na de regen van vorig jaar. En met de blauwe luchten en enkele witte (schapen)wolken is dat voor mij prima gelukt. De gebouwen zelf zijn indrukwekkend. Ze ogen door de strakke indeling als een echt fort. En de kanonnen bovenop de kantelen (?). Ook de kapel (‘Church of Scotland’, dat doet mij uiteraard deugd!) is indrukwekkend. De militairen tonen zich niet afstandelijk tegenover de bezoekers, integendeel. Een vriendelijk woord, het klinkt extra mooi op deze zonnige, warme dag.

De laatste standplaats dit jaar is Kinlochleven bij Rannoch Moor/Glencoe. Weer de jaarlijkse wandeling naar Peters Rock op Rannoch Moor. Het rotsblokje is vernoemd naar Peter J Trowell die hier vlakbij bijna een halve eeuw geleden in de winter verdronk in Loch Ossian. De naam Peters Rock verwijst naar een plaquette op de rots met daarop zijn naam en een gedichtje dat al een paar decennia inmiddels mijn levensmotto is:


I have a friend a song and a glass
Gaily long lifes road I pass
Joyous and free out of doors for me
over The Hills in the morning

Niet alleen hierom blijft de herinnering aan deze Engelsman hier levend. Peters Rock staat op elke Ordnance Survey kaart (gedetailleerde landkaart) van dit gebied vermeld, omdat hier vlakbij het pad van Corrour/Loch Ossian afbuigt in de richting van Rannoch.

Meestal blijf ik zolang mogelijk hier zitten, maar vanwege de miezer/drizzle houd ik het na tien minuten voor gezien. Hoef me dus niet te haasten op de terugweg naar het station (station… nou ja, halte). In het verleden heb ik wel eens moeten doorstappen op de heuvels, want als je de trein van 15.24 uur naar Fort William mist, moet je een kleine zes uur (!) wachten op de volgende… Al met al toch weer een heerlijke wandeling op Rannoch Moor.

Parkeren
Prachtig weer vandaag, dus de tocht naar en in Glen Nevis stonden het programma. Niet tijdrovend, dus niet zo vroeg van de camping vertrokken. Dat was een misrekening. De parkeerplaats bij de toegang tot de gorge naar de glen was overvol. Dus – met moeite – kunnen keren en terug richting Fort William.

Dus alternatief programma: Castle Tioram, aan de westkust. Een fraaie rit die langs Glenfinnan (hallo Harry Potter!) richting Mallaig voert. Bij gehucht Lochailort naar het zuiden en over een enkelbaansweg met uitwijkplaatsen naar Loch Moidart.

SatNav geeft in de buurt aan dat ik nog rechtdoor moet rijden, maar volgens mij klopt dat niet. Dus rechtsaf geslagen. Na paar miles er achter gekomen dat de SatNav het toch bij het rechte eind had.

Hoe dan ook de parkeerplaats gevonden en na een korte wandeling de ruïne bereikt. Staat op het mini-eiland Tioram (vandaar de kasteelnaam) en is alleen bij eb te bereiken. Ik heb geluk. En het weer (blauwe lucht en wat schapenwollen) ertegenaan werkt mee. Prima voor het maken van foto’s en wat filmpjes.

Hier tijdje gebivakkeerd en genoten van de rust (beduidend stiller!!! dan Glen Nevis vanochtend) en het uitzicht later in de middag de weg vervolgd richting Strontian (geen nette naam ik weet het, maar het gehucht heet echt zo) naar Ardgour voor de pont naast Neither Lochaber en door naar de camping.

Gorge
Na de mislukking van de vorige dag vandaag extra vroeg (08.30 uur) vanuit Kinlochleven koers gezet naar Glen Nevis. Uurtje rijden, dus ik ben benieuwd.

Gelukkig, bij aankomst plekken zat om mijn auto probleemloos te parkeren. Dat belooft wat. Bergschoenen aan gedaan, alles meegenomen in de rugzak wat welkom is als het weer toch omslaat en de midges denken dat het kerstmaal in aantocht is en op pad. Kan de route na al die jaren eigenlijk wel dromen. Hoewel, de natte plekken/oversteken uit mijn herinnering van vorig jaar zijn bijna droog. Dat maakt de tocht door de gorge of gleuf langs de bergwand naar de eigenlijke glen gemakkelijker.

Net als andere jaren kan ik een ‘wow’ niet onderdrukken als ik na de gorge in het dal kom. Het weer is fantastisch. De zon toont de bergwanden en het neerstromende water van de waterval in hun mooiste glorie. En omdat ik al rond 09.30 uur arriveerde, is het nog zeer rustig in het dal. Mijn (in mijn ogen) beste foto staat boven dit verhaal.

Uiteraard eerst weer genoten van de aankomst in het dal, dan luisteren naar de wind en het water; de zon die glinstert over het water van toch min of meer het begin van de River Nevis. Na een half uur genoten te hebben van het uitzicht bij de staaldraadbrug en de paar mensen die er zijn die de oversteek over het water via die drie-draden-brug maken, loop ik verder het dal in.

Ik weet uiteraard al waar ik heen ga. De restanten van een paar gebouwtjes paar honderd meter (een kilometer?) verderop. Zeeeeeer rustige plek Er komen nauwelijks mensen (de meesten blijven bij het beginpunt’) zodat je letterlijk in alle stilte kunt genieten van het uitzicht. Mijn laatste wandeling in de Schotse Hooglanden dit jaar.

Limonade
Na de afdaling (en soms klimwerk) terug bij de auto, op naar de supermarkt in Fort William voor de eerste serie boodschappen (limonade, echt waar!) voor thuis. En natuurlijk de kalenders 2026. Daarna op de camping de auto heringericht, zodat alles nu en vanaf laatste stop in Earlston een goede plek heeft.

In Earlston logeer ik een nacht bij vrienden. Daar staan ook al paar tassen met boodschappen klaar die afgeleverd moeten worden in Rotterdam. En dan zit de vakantie 2025 er al weer op. Nog de overtocht naar Nederland (IJmuiden), met zeer goed eten aan boord.

Hieronder enkele filmpjes:

Weer een ietsepietsie journalistieke klus

Het is, na instemming General Assembly (synode) van de Church of Scotland vanochtend nu officieel: ben benoemd tot lid van de Advisory Committee (adviesraad) van het maandblad van de Church of Scotland, Life and Work.

Zit een mooie uitdaging in voor mij. De print editie kost de Church of Scotland steeds meer geld. En dat wordt in deze tijd niet meer verantwoord geacht. Er is dus een transitie nodig naar steeds meer online abonnementen.

Bij de krant heb ik een beetje vergelijkbare transitie meegemaakt. Ik hoop vooral bij te dragen hoe je jongeren in de kerk kunt aanspreken voor het magazine. Dus meer verhalen die die doelgroep aanspreekt.

En nee, het betekent niet met enige regelmaat voor overleg naar Edinburgh. Weet al uit vooroverleg eerder dit jaar dat het allemaal online wordt gedaan.

Gewoon, omdat het kan

Gewoon omdat het kan, klopt wel aardig voor mijn eendaags bezoek aan Edinburgh. Heerlijke oude stad om doorheen te lopen. En dat voor heen en terug per vliegtuig voor net iets meer dan 100 euro.

Zat eerder dit jaar gewoon eens rond te neuzen op internet en kwam er achter dat als je zeer flexibel bent qua vliegdag, je voor een habbekrats van Schiphol (helaas niet meer vanaf Zestienhoven) naar de Schotse hoofdstad Edinburgh kunt vliegen.

Dat leek me wel wat. Dan wel in het voorjaar gaan, zodat je al wat meer van het daglicht kunt genieten en de ergste kou ook verdwenen is.

Kwam uit op deze dinsdag. ’s Morgens om 07.30 uur weg (dank aan zus Y. die me naar de luchthaven heeft gebracht in alle vroegte) en ongeveer twaalf uur later terug naar Nederland.

Wat ik toen nog niet wist uiteraard, was het prachtige weer vandaag. Volop zonneschijn, met alleen in de ochtend paar wolkjes. En met 15 gaden een zeer aangename temperatuur om door het oude centrum te wandelen.

Ontbijt
Ben elk jaar aan het begin van mijn zomervakantie hier wel een dag, soms twee. Het verveelt echter nooit. Ik geniet van de oude gebouwen. St. Giles Cathedral (de hoofdkerk van mijn Schotse kerk), een goed en stevig ontbijt om de dag mee te beginnen (bacon, eggs, sausage, baked beans…) en uiteraard een bezoek aan een pub.

Het nuttige met het aangename verenigd. Vanochtend na het ontbijt in The Booking Office vlakbij het grote Waverly treinstation, per stadsbus naar de evangelische boekenzaak Faith Mission gegaan om daar twee exemplaren op te halen van het reeds bestelde supplement God welcomes all van het liedboek van mijn kerk op te halen.

En aan het begin van de middag een gesprek met iemand van de media-afdeling van de Church of Scotland om eens kennis te maken. Via email heb ik al regelmatig contact met ze, vanwege mijn rol als coördinator communicatie en publiciteit van de internationale classis.

Pub
Na nog een rondje Princess Street Gardens naar de pub Alexander Graham Bell in George Street voor wat biertjes met Edinburghse vriend L. S. Altijd gezellig. En de Abbot Ale is zeer goed te drinken.

Dat vliegretour zo goedkoop is, komt ook door te kiezen voor Easyjet. OK, je zit wat opgepropt in het toestel, maar dat mag de pret niet drukken. En het is slechts een kleine anderhalf uur vliegen. Als ik een dagje Maastricht doe, ben ik langer onderweg.

Nog een voordeel: het is maar een dag, dus behalve een rugzak gaat er niks mee. Na aankomst, zowel in Edinburgh als vanavond op Schiphol, ben je zo het luchthavengebouw uit.

Niet gelijk morgen, maar misschien dat ik in het najaar of zo nog eens een dagje Edinburgh doe.

Hieronder een kort filmpje van vandaag. Met live doedelzakmuziek op de achtergrond.

Braveheart, freedom en een whisky

Vanavond op RTL7 de film Braveheart. Een Schotse film – zo zie ik het – die om twee redenen altijd mijn grote interesse zal houden.

Het was halverwege de jaren negentig dat ik weer eens Glen Nevis (Lochaber, vlakbij Fort William) in ging en links van de weg een dorpje meende te zien. Het bleek de set van een film die daar deels werd opgenomen. Braveheart dus, met Mel Gibson in de hoofdrol. Zie foto hieronder (© Schotlandganger A. B.).

Het was niet voor het eerst dat ik zoiets meemaakte. Enkele jaren eerder was ik met vriend G.P. in Glencoe, ten zuiden van Lochaber.
Bij het afdalen van met de skilift zagen we staande stenen of standing stones. Die kenden we (denk aan Stonehenge in Engeland of Callanish op het eiland Lewis), maar niet in deze regio. Ja, maar ze waren er toch. Dat kan niet, ja, maar we zien ze wel…
Ze bleken, toen we op onderzoek uit gingen, van piepschuim te zijn. Het decor voor die andere geweldige film: Rob Roy.

Referendum
Braveheart dus. In 1997 was er het ‘devolution referendum’ in Scotland en een meerderheid van de Schotten koos voor onafhankelijkheid. Dat leidde tot grote feestvreugde tijdens de jaarwisseling. Daarover zo meer.

Ik had me in de zomer van 1996 voorgenomen eens een jaarwisseling met streetparty mee te maken in Edinburgh. Groot straatfeest in Princes Street en omgeving. Helaas, vanwege de grote drukte moest je voortaan tig keer je stamkroeg in centrum Edinburgh hebben bezocht dat jaar om voor een ticket in aanmerking te komen.

Perskaart
Dus voor het eerst in mijn leven mijn status als journalist misbruikt. Perskaart (en partnerkaart voor in Edinburgh woonachtige vriendin K.S.) om het mee te maken. Inclusief toegang met drank en hapjes in het toen nog bestaande Overseas League House in Princes Street.

Tegen middernacht het dakterras op. En daar hoorde ik de vraag die in de film door Braveheart aan zijn legers wordt gesteld. Wat willen jullie: onderdrukt blijven door de Engelsen of freedom? FREEDOM, scanderen zijn aanhangers.

En toen die avond van 31 december 1996 een paar minuten voor de overgang naar 1997 klonk de vraag uit de speakers op straat: wat hebben wij gekregen dit jaar? FREEDOM scandeerden nu meer dan 100.000 mensen in Princes Street. Je voelde op het dak het geluid toenemen, door mijn voeten, mijn benen, naar boven. Freedom, freedom, freedom!

Dat moment, dat gevoel zal ik nooit vergeten. En elke keer als ik de film Braveheart zie, denk ik daar aan terug. Met – net als toen – een wee dram in de hand.

Slaìnte!

Als in een snoepwinkel

Het is weer even doorwerken – of eigenlijk doordrinken – geweest, maar deze zondagmiddag zestien whisky’s geproefd uit Schotland, Ierland, België en ook Nederland. Het International Whiskyfestival in Den Haag was weer een groot succes.

Of eigenlijk vijftien-en-een-half, want de Torabhaig Allt Gleann Legacy Series Batch strength (61,1 procent alcohol) giet ik deels in een flacon om thuis te proeven. Waarom? Wel, heb al twee flessen van de Torabhaig distilleerderij op het eiland Skye in Schotland, waaronder de Allt Gleann Legacy. Die is 40 procent alcohol. Enige verschil is dus het alcoholpercentage. Op een mooie, rustige avond ga ik ze na elkaar drinken om te vergelijken.

Het whiskyfestival in de Grote kerk in Den Haag bezoek ik al enkele decennia, waarvan de langste tijd met neef D. Als in een snoepwinkel rondkijken en bij nieuwe vondsten het glas omhoog houden en er een bodempje in laten schenken. Ruiken, proeven, ervaringen delen met D. en soms andere bezoekers. En dat dus zo’n vier uur lang.

Dronken
Nee, dronken zijn we niet geworden. Omgerekend naar normale hoeveelheden whisky hebben we ongeveer vijf glazen gedronken, al is een aantal hoog in alcoholpercentage. . Bovendien kom je hier niet om dronken te worden. Dan werkt een goedkope fles drank bij de slijter beter… Entree is bijna vijftig euro en voor de niet-standaard whisky’s betaal je al snel twee tot vijf euro. Voor een bodempje dus.

Die prijzen weerhouden ons zoals je merkt aan het aantal glaasjes dat we hebben weggewerkt. Tot de bijzondere en types merken die we hebben geproefd noem ik hier naast de Allt Gleann (genoemd naar een van de twee waterbronnen van de distilleerderij) van Torabhaig, de Bus whisky uit het Nederlandse Brabant, een fantastische Ardnamurchan cask strength (58,3 procent), een 18 jaar oude Aberfeldy (43 procent alc.), de Arranversie van Provenance (8 jaar, 46 proc. alc.), de Tomatin Cu Bòcan (46 proc.), Glen Dalough, de Arran Quarter cask (56 proc.), de Corriecravio edition van Lagg. Deze heb ik thuis ook, maar die op het festival heeft een alcoholpercentage van 58, terwijl die thuis 55 procent telt.

De lijst gaat nog even door: Gouden Carolus uit België. Ja, het merk ken je misschien van het bier van hetzelfde bedrijf. Verder de Ma-Talla Terra van de Morrison distilleerderij op het eiland Islay (46 proc.).

Bijzonder is de Ierse whisky van Lambay. We proeven er twee: de standaard blend en een bijzondere, driemaal gedistilleerde 2021 Limited edition, gerijpt op cognacvaten.

Puffin
Het gelijknamige eiland Lambay ligt een paar kilometers uit de kust van Dublin. Natuurbehoud speelt een belangrijke rol. Buitenstaanders zijn niet welkom in dit natuurgebied, behalve via enkele georganiseerde wandeltochten. De Ierse whisky kan bij mij al niet stuk, want het voert mijn favoriete zeevogel de papegaaiduiker of puffin die er voorkomt op het etiket. Los van het etiket: zeker de limited edition is niet te versmaden.

Een heel mooie ontdekking is ook Nc’Nean, een organic malt van de rand van Morvern, in het uiterste westen van het vasteland van Schotland. Een kleine distilleerderij, verscholen in de heuvels bij Drimnin. Alleen te bezoeken op afspraak.

De standaard Nc’Nean (de naam verwijst naar een figuur uit Schotse legendes) is heerlijk. We besluiten aan het einde van het festival hier nog eens langs te gaan om een flaconnetje te laten vullen om thuis nog eens na te genieten. De keus valt ter plekke op een andere Nc’Nean, de Hunters Orchard Cobblers. Het is een mix van malts die op verschillende vaten hebben gerijpt, met voor tweetende op die van rode wijn. Benieuwd wat we er van vinden.

Arran, een aangename verrassing na 40 jaar Scotland

Na ruim 40 jaar in Scotland te hebben rondgestruind toch wat nieuws ontdekken? Jazeker. Dit jaar ben ik voor het eerst op het eiland Arran geweest. En niet voor het laatst. Alleen Coire- Fhionn Lochan is al voor verhaling vatbaar.

Een zeer nat welkom voor mij hier. Tent op camping in gehucht Lochranza opgezet in de regen. Door open autoportier en achterklep is het in de auto niet helemaal droog gebleven. 

Volgende dag Arran grote lijnen verkend. TomTom wel aan, maar geen route uitgestippeld. Gewoon rijden en genieten van het uitzicht. Paar keer gestopt om foto’s te maken. Begon met flinke bewolking en zelfs (mot)regen, maar naarmate de dag vorderde kwam er blauwe lucht te voorschijn en werd het zelfs aangenaam warm. Daarvan ff genoten bij Blackwaterfoot. In de loop van de middag een privérondleiding gehad (niet omdat ik belangrijk ben, maar er waren geen andere bezoekers) bij distilleerderij Lagg.

Zou 1,5 uur duren, maar het werd langer. De gids vertelde graag en veel omdat hij werkte dat ik wel een beetje verstand van whisky heb zoals hij ook aan mijn vragen merkte. De tour besloten met een ‘nosing’ van een New Make Spirit (63,5 procent alcohol), een Kilmory Edition (46 procent.), een Corriecravie Edition Sherry Finish (55 procent.) en een Distillery Exclusive (51,1 procent) aangezien ik nog moest rijden.

Kleine flesjes
Kreeg de inhoud van de vier glaasjes mee in kleine flesjes zodat ik ze later op de camping kan proeven. Dat zie je bij steeds meer distilleerderijen. Er wordt rekening gehouden dat bezoekers nog moeten rijden en de alcohollimiet om het achter stuur te mogen zeer laag is, lager zelfs dan in Engeland. Aangezien ik de enige bezoeker was tijdens deze rondleiding, werden de flesjes ook nog eens tot de rand gevuld. 

De dag erna stuk naar Coire-Ffionn Lochan gelopen. Het loch (de reden voor de trip naar Arran) niet gehaald. Te laat begonnen, koud en veel wind en verkeerde trui aan. Maar deel dat ik heb gelopen was zeer de moeite waard. Gaat later bij goed weer in de herhaling.

Zondag is vaste prik voor mij om een lokale of regionale kerk te bezoeken. Nu dus die in Lochranza, op 5 minuten lopen van de camping. Klein kerkgebouw dat vandaag bevolkt wordt door dertien personen, inclusief de voorganger, ouderling, organist en dit Nederlandse lid van de Scots International Church Rotterdam. De dienst zelf is kort. Met 55 minuten sta ik al buiten. Vervolgens via de zuidkant van Arran teruggereden naar de camping.

Onderweg in Blackwaterfoot zie ik iets dat we in Nederland niet kennen. Had al eerder hier overal bushokjes gezien met echte stoelen en soms een tafeltje. Nu zie ik in het bushokje hier een echtpaar een tafelkleedje over de tafel heeft gelegd en daarop wat te eten en te drinken. Ze zitten daar dus echt te lunchen…

When on Arran…
Arran distillery tegenover mij camping kan ik niet overslaan natuurlijk. De gids geniet zichtbaar van de echt geïnteresseerde detailvragen van de bezoekers. Dat blijkt ook wel uit de duur van de rondleiding en proeverij. Gepland is 1,5 uur, maar het werd dik 2 uur. 
Aan einde proeverij krijgen we nog een proefglaasje van de Cream Liqueur. Vergeet Baileys! Dit is zoveel lekkerder. Maar misschien ben ik nu bevooroordeeld. Wel flessen gekocht natuurlijk. De verrassende Cream Liqueur, met de 10 jaar oude Arran als basis en in de sectie Malts de sherry cask.  Een aanwinst waar ik terug in Nederland nog eens lang van ga genieten. 
Slaìnte. Of proost, ‘op het leven’, zoals de vertaling van de Gaelic uitdrukking luidt. 

Ben Fogle
De volgende dag is het goed weer en heb ik ruim de tijd voor de wandeling naar Coirie Fhionn Lochan. De naam zei me tot ongeveer een half jaar geleden niets, tot ik op de BBC de documentaire Schotlands Secret Islands zag met Ben Fogle. Hij was op Arran, een eiland waar ik in al die ruim veertig jaar dat ik mijn vakanties doorbreng in Scotland nog nooit geweest.

Altijd leuk om iets nieuws te zien, maar het hoogtepunt in de uitzending was zijn wandeling naar Corie Fhionn Lochan. Coirie wat??? De naam is, hoe dat het ander Gaelic. Coirie is een corrie of kleine vallei, een Lochan een meer en Fhionn betekent wit. Dat laatste slaat op het witte kiezelsteentjesstrand langs twee kanten van het meer. Een genot om te zien op tv, maar ik wil het wel zelf zien…

Vandaag dus. Zaterdagmiddag al klein stuk van de route verkend, maar nu naar het doel zelf. De wandeling zelf is goed te doen. Volgens de website Walkinghighlands staat ere ongeveer vijf kwartier vormen is de totale stijging ruim driehonderd meter. Dat is prima. Wat er niet bij werd vermeld dat vooral in begin en op tweederde de stijging even flink is…

Heerlijke wandeling. Zonnetje, beetje wind, een graad of 14 en wat een uitzicht. Kintyre en Kilbrannan Sound zijn te zien, de westelijke arm van de Firth of Clyde tussen Kintyre en Arran. Rechts, later links klatert het water naar beneden. De vijf kwartier (exclusief een paar stops) vliegen spreekwoordelijk voorbij.

Stil
En dan, na de laatste stijging sta ik ineens oog in oog met Coirie Fhionn Lochan. Ik kan mijn geluk niet op. In het echt is het duizend keer mooier dan op tv. De zon maakt het witte strand nog witter. En behalve de wind en een paar vogels is het helemaal stil. Voor ik foto’s en filmpjes maak ga ik eerst ruim een half uur stil zittend genieten van dit uitzicht. Man, man, man, wat indrukwekkend. Overweldigend.

Na nog een uur de terugweg aangevangen. Net op tijd, want al snel komen de eerste van in totaal vijf mensen en een hond de heuvel op. Terug op de camping en met een wee dram nog nagenietend van de trip, neem ik me al voor dat deze wandeling volgend jaar in de herhaling gaat.

Goede voorzieningen
Bepaald geen straf, want behalve deze tocht, is er nog zoveel meer te ontdekken, zoals het naastgelegen Holy Island, formaties staande stenen. En Arran zelf is een prima plek. Niet zo druk en zeker niet zo vol van toeristen als veel andere stukken van Scotland, zoals Mull waar ik donderdag heen ga.

En Lochranza campsite is een prima plek om te vertoeven. Goede voorzieningen, zeer behulpzaam personeel. Alleen de pub is een kwartier lopen en een volwaardige supermarkt vergt een autorit van bijna een half uur. Ach…

Na Arran is Mull (weer) aan de beurt. Veel enkelbaanswegen. Altijd goed opletten, niet allen voor tegemoetkomend verkeer of automobilisten die je willen inhalen (daar zijn de ‘passing places’ voor), maar ook voor de kuilen in het niet zelden slechte wegdek. Beetje laveren dus en onderwijl ook nog genieten van het uitzicht.

Slechts één doel vandaag (OK, twee als je de pint in de pub meerekent): Art in Nature. Een bossige omgeving met kunstwerken die zijn gemaakt van onder andere wilgentakken en spullen die zijn gevonden op het nabijgelegen strand van Calgary.

Fingals Cave
Een bijna vast onderdeel van mijn verblijf op Mull de laatste tien jaar of meer: de boattrip naar Staffa en Lunga. Eerste keer dat ik dit uitje boekte was vanwege dat eerste eiland. Had gelezen of gehoord dat de componist Mendelssohn er is geweest en zo onder de indruk was dat hij er zijn Ouverture on the Hebrides op baseerde. Bij elke uitgave die je hoort, staat tussen haakjes ‘Fingals Cave’.

En die naam verwijst naar de grot waar het zeewater met grote heftigheid in- en uitstroomt.  De wanden en het plafond bestaan uit enorme zeskantige basaltblokken. Ontstaan door het afkoelende lava na een vulkaanuitbarsting miljoenen jaren geleden.

Elke keer hoop ik zo snel mogelijk langs de wand naar de cave te gaan, om zo lang mogelijk in stilte te genieten van het overweldigende geraas van het water. En natuurlijk het liefst met de muziek op mijn koptelefoon.

Puffins
De boattrip voorziet ook in een bezoek aan Lunga voor papegaaiduikers of puffins (waar de naam van mijn weblog naar verwijst). Clowneske kleine (water)vogels die daar bij honderden of meer (net als elders langs de Schotse kust en ook IJsland) in het voorjaar aan land komen om te nestelen. Leuke beestjes en als je voorzichtig doet en laag bij de grond blijft, kun je ze heel dicht naderen. Heb weer tientallen foto’s en filmpjes gemaakt. Waarom? Geen idee. Misschien gewoon om ze op een regenachtige dag thuis nog eens te bekijken op groot scherm.

Een bezoek aan Mull is voor mij niet compleet zonder op zondag de oecumenische kerkdienst te hebben bijgewoond in de abbey van naastgelegen eiland Iona. Verhaal wil dat vanaf Iona de kerstening van noord Europa is begonnen, met de monnik st. Columba die vanuit Ierland hier terecht was gekomen als grondlegger.

Zoals altijd volle bak hier voor de kerkdienst. Mooie liturgie. Preek (door predikante uit Canada) over Marcus 4, waarin de discipelen met Jezus per boot een meer zullen oversteken. Een storm steekt op en de discipelen raken in paniek en maken Jezus die ligt te slapen wakker. Het voert te ver hier om de highlights van de preek uit de doeken te doen. Wie interesse heeft, moet me maar eens benaderen.

Lochbuie
Een bezoek aan Mull is voor mij niets compleet zonder een rit naar Lochbuie. Zeeloch met kasteelruïne Moy. Ben hier vaker geweest, maar het blijft een mooi bezoek.Een ruïne zoals gezegd, maar jaren geleden wel deels gerestaureerd met onder andere een forse bijdrage van wat wij de Postcodeloterij o.d. zouden noemen. Torenachtig kasteel en niet zonder reden. Moy ligt aan een zeeloch, dus vanuit de hoogte kon je de vijand zien naderen.

Daarna, op kleine kilometer afstand, een stone circle. Kleiner, minder indrukwekkend misschien enkele minder bezoekers dan Stonehenge in Engeland, of Callanish op het Schotse eiland Lewis of Ring of Brodgar op Orkney.

Veel rustiger (lees: helemaal niemand) dus TOP! OK, je moet ff zoeken. Geen duidelijke routebeschrijving (‘volg de witte stenen’) en je loopt over/door zompig hoogveen. Het is de wandeling waard. En ach, die broek en bergschoenen drogen wel weer…

Iona
Voor de laatste dag op Mull zijn de weersvooruitzichten goed: droog, maar niet warm en een beetje [!] veel wind, dus nogmaals naar Iona. Niet voor een kerkdienst dit keer, maar voor een simpele maar mooie wandeling. 

Vorig jaar naar St. Columba’s Bay gelopen, op de zuidwestkust van Iona, nu naar het noorden. Vanaf de veerpont al vaak vaag in de verte een wit strand gezien, dus dat is vandaag het doel. Bepaald geen zware tocht. Redelijk vlak, alleen uitkijken voor de schapendrollen in de weilanden. What else is new for Scotland…

Het  beloofde uitzicht vanaf de pont stelt bepaald niet teleur. Maagdelijk witte stranden, zeer schoon en helder zeewater. Foto’s die ik via WhatsApp deelde met vrienden leverde reacties op als ‘Het lijkt wel Griekenland’, of ‘Net Mallorca’. Nou, hier stond je vandaag niet in korte broek en T-shirt… Wel zeer veel rust en ik weet niet of je dat ook hebt op de stranden in Griekenland en Spanje.

Storm
Op naar Skye. Net over de hoge brug tussen het vaste land en het eiland komt de regen. Gelukkig niet lang, want hoe dichter ik de camping op Sligachan nader, hoe droger het wordt. Bij aankomst voor de zekerheid eerst de tent maar opgezet, want je weet maar nooit. En ook maar extra check of de tent stormvast aan de grond staat. 

Niet overbodig, want in de loop van de nacht begint het te stormen en (weer) te regenen. Dat wordt dus geen wandeling op eerste dag Skye. Weersvooruitzicht bekeken op internet voor Skye. En wat blijkt: als ik dacht dat deze windsterkte al flink was, de komende dagen wordt het erger. Daar ga ik mijn tent niet aan wagen, besluit. Dus voor twee nachten jeugdherberg in Broadford geboekt. Tent inpakken was nog een dingetje in de vliegende storm, maar het is me gelukt.

De volgend dag staat een wandeling op het programma die ik twee jaar geleden bij toeval ontdekte: Strathaird, tussen Loch Slapin en Loch Scavaig. Geen zware wandeling qua stijging. Je gaat wel omhoog, maar zeer geleidelijk.

Storm
De wandeling niet helemaal afgemaakt. Op een hoog punt zag ik dat laatste deel nog wel eens drie kwartier zou duren (en dus ook nog eens terug) en de regen en de storm namen in omvang toe. De tocht gaat dus volgend jaar in de herhaling bij iets beter weer.

Tweede deel van de middag een hernieuwd bezoek aan Torabhaig, die sinds 2017 bestaat. Twee jaar geleden ook geweest en was onder de indruk van de mooie malt die hier wordt gemaakt. Een kleine distilleerderij: twee koperen ketels. Een voor de low wines (het begin destillaat) en de spirit still (voor het zuivere eindproduct).

Alles wat hier wordt gemaakt blijft malt whisky. Er wordt niet geproduceerd voor de blend industrie zoals Famous Grouse, Glen Talloch, White & Mackay en noem maar op. En omdat het nog een jonge distillery is, worden er nog nieuwe ‘smaken’ gemaakt. Een reden voor mij om terug te keren, want de Cnoc Na Moine (gerijpt op sherryvaten Oloroso en Pedro Ximenez) is werkelijk een fantastische ontdekking. Dus na afloop een fles aangeschaft.

Hoorde hier trouwens dat malt whisky pas iets is sinds Glenfiddich er in de jaren zestig van de vorige eeuw mee begon. Tot die tijd werd alles gebruikt om blended whisky te maken.  Had eerder deze vakantie op Arran al wel gehoord dat tot ik weet niet wanneer whisky alleen een product voor Scotland (of Ierland) was. Europa had zo zijn eigen dranken, wijn, jenever, sherry, schnaps, etc. Maar op enig moment werd whisky ‘hip’. The rest is history…

Het belooft droog te blijven, dus na het online volgen van de dienst van mijn kerk in Rotterdam op pad naar Neist Point. Ben er vaker geweest, maar de wandeling naar deze oud vuurtoren van Robert Stevenson. Je ziet qua bouwstijl vergelijkbare vuurtorens in Scotland en dat klopt. Stevenson (1772 – 1850) heeft er veel zo niet alle gebouwd in dit land. 

Het wordt al rijdende steeds zonniger en bij aankomst bij Neist Point vooral blauwe lucht. Een verademing na een paar dagen wolkenvelden, regen en storm. Dus de bergschoenen aan en op weg naar de vuurtoren. Wel verraderlijk. Groot deel van de wandeling (over het deels betonnen pad  dat ooit is aangelegd voor het personeel van de vuurtoren) gaat omlaag. Als je na verloop van tijd omkijkt, weet je dat je op de terugweg dus weer he-le-maal omhoog moet…

Misthoorn
Maar het is het waard. De vuurtoren zelf, de grote misthoorn en het uitzicht zijn fenomenaal. Zoals gezegd ben ik hier vaker geweest, maar het blijft een feestje om hier te lopen.

Bijzonder is het veld met gestapelde stenen. Geen idee wie er heel veel jaren mee begonnen is. Ook geen idee of er een bedoeling/betekenis achter zit. Ik vermoed – ik laat me graag verbeteren- dat de torentjes de vuurtoren verbeelden. Hoe dan ook, leuk om te zien.

Het volgende doel is Applecross. Sta elk jaar op de camping daar, omdat beneden aan het water de Applecross Inn is, pub/restaurant beroemd om verse vismaaltijden.
Dat ik alleen maar hier kom voor het vismenu van de Inn is niet helemaal waar. De tocht via of eigenlijk vanaf Loch Carron is schitterend. Veel stijging met haarspeldbochten op de Applecross Pass en dat op een enkelbaansweg. Altijd maar hopen dat de tegenligger de code kent dat stijgend verkeer voorrang heeft op dalend verkeer.

Mist
Het tweede mooie is dat als je helemaal boven op de berg Bealach na Ba bent en voor je aan de afdaling naar Applecross begint je een schitterend uitzicht hebt. Nu dus niet, want de top is in een dikke mist gehuld. Zo dicht, dat ik aan voorzijde auto alle lampen aan heb die mijn Mazda maar te bieden heeft.

Gelukkig ben ik altijd vroeg wakker (zo rond 05.00 uur), dus geen moeite de ochtend van vertrek vroeg op te staan. Moest ook wel. Wil rond 07.00 uur (eerder gaat slagboom camping Applecross niet omhoog) of 07.30 uur wegrijden om de middagferry naar Orkney te halen.

De lange autorit begint met de tocht over de Beachlach na Ba, met nu via de haarspeldbochten naar beneden. Eenmaal beneden rijdt het een stuk beter. Geen mist meer; af en toe regen. Muziekje aan, cruise controll, het rijdt lekker door. Met een paar stops om de benen te strekken en (bij Wick) de tank nog even goedkoop vol te gooien, ben ik kort na 12.30 uur bij Gills Bay in het noorden van mainland  Scotland. Het lot is mij gunstig gezind. Er is nog plek op de catamaran van de Pentland Ferries die een uur later vertrekt naar St. Margarets Hope op Orkney. 

Verkiezingskoorts
Na rustige overtocht gelijk koers gezet naar de camping in Deerness. Beheerster Linda, die ik al jaren ken en zij herkent mij inmiddels ook goed, komt net aanrijden. ,,Ik zag een zwarte auto met Nederlands kenteken, dus…’’.  

Een van de doelen is om vandaag – donderdag 4 juli – iets van de verkiezingskoorts mee te maken, maar dat valt tegen. Ik zie her en der ‘polling station’, maar van enige spanning is niets te merken. Geen nood, want het eigenlijke programma vandaag is, zeker nu de zon maar blijft schijnen, de Ring of Brodgar. De Standing Stones van Orkney. Altijd weer leuk om hier rond te lopen en foto’s te maken.Er zijn vermoedens (iets met de goden, of de stand van de sterren), maar er is niets op schrift overgeleverd uit de periode van wel 5.000 jaar geleden, dus het blijft allemaal gissen.

Hoge, zware stenen die rechtop staan. In een cirkel, zoals de naam al doet vermoeden. En bij Brodgar, het ‘gat’ waar het tweede deel van de naam naar verwijst. Het is hier nog niet echt het toeristenseizoen, dus de drukte valt mee. Als ik hier foto’s maak, wil ik geen mensen in beeld hebben lopen. Gelukt!

Eb
Daarna, als vaker, door naar Earls Palace, ooit een imposant kasteel,  nu een ruïne, maar het bezoeken altijd waard. De grote verrassing kwam daarna. Net als anders doorgereden naar Brough Head. Nooit naar het eiland geweest, want het is alleen bij eb – te voet- bereikbaar. En laat het nu net eb zijn…

Hier vindt je geschiedenis van wel 2.000 jaar oud. De restanten van Noorse nederzettingen en van een klooster inclusief kerk/kapel. En niks ‘kijken, niet aanraken’. Je loopt er gewoon tussendoor en gaat even zitten op een duizenden jaren oud overblijfsel. Je kunt je even wanen in die tijd. Je kijkt naar de zee en beseft dat die Noormannen en monniken ook zo naar het water hebben gekeken.

Vikingen
Elders op Orkney weer iets nieuws: Broch of Gurness, een oude nederzetting van de Vikingen, de vroegste bewoners van dit gebied. Ook hier weer restanten die bewaard zijn gebleven en goed zijn onderhouden. Je loopt hier door de eeuwenoude ‘straten’. Gaat zitten op een muurtje en bedenkt dat hier een paar duizend jaar geleden mensen misschien net zo hebben gezeten.

En het mooiste? Net als op zoveel plekken in Scotland, kom ik na meer dan veertig jaar dus toch weer enkele nieuwe plekken tegen die het waard zijn te bezoeken. Het leert me dat ik hier de komende jaren ook nog volop kan genieten. Genieten van hernieuwde kennismaking met bekende locaties en nieuwe ontdekken.
Scotland verveelt nooit!

Yesnaby
Een bezoek aan de Orkney eilanden is voor mij nooit compleet zonder een wandeling op Yesnaby, aan de westkust van het mainland. 
Lopend langs de cliffs, met vrijwel constant het geluid van de golven die op de rotsen van de kust en in zee beuken. Het blijft na al die jaren toch steeds weer zeer indrukwekkend. Het maakt je klein, om het zo te zeggen.

Zoals bij veel andere wandelingen die ik maak, beperken veel bezoekers zich tot de eerste paar honderd meter. Dan hebben ze de golven gezien en gehoord. Heb het gebied verder goeddeels voor mij alleen.
Slechts een handjevol wandelaars gaat de paar km zuidwaarts langs de kust om de ‘castle’ te zien, de rotspunt in zee. Het is geen kasteel geweest; de naam verwijst alleen naar de verschijningsvorm. Ik ben altijd weer onder de indruk hoe de golven – tevergeefs- proberen de castle van zijn poten te ontdoen. Hier dan ook weer een half uur of zo gezeten om te zien of het dit keer wel lukt…

Krijgsgevangenen
Na de kerkdienst in St. Magnus Cathedral in Kirkwall op zondag naar de Churchill Barriers; verbindingsdammen en -wegen tussen een paar van de eilanden aan de zuidkant. 

Gebouwd vanaf 1940 in opdracht van Winston Churchill, destijds de hoogste baas van de marine (‘Lord of the Admiralty’). Reden was dat de Duitse marine de wateren hier bij Scapa Flow gebruikten als snelle doorvoer naar het noorden van mainland Scotland. Eer was al een Brits schip, de HMS Royal Oak, getorpedeerd, met het verlies van 834 manschappen aan Britse zijde. De barriers moesten een herhaling van die doorsteek van de Duitsers voorkomen.

Voor het werk werden Italiaanse krijgsgevangenen ingezet. Dat mocht volgens internationale oorlogsregels natuurlijk niet. Daar had Churchill wat op gevonden. De dammen zijn niet gebouwd om de vijand tegen te houden, maar om de verschillende eilanden in dit deel van Orkney met elkaar te verbinden. Er ligt, zichtbaar, nog aantal scheepswrakken in de buurt van de verschillende dammen en die zijn nu in de zomer een zeer gewilde plek voor sportduikers. 

De aanwezigheid van de krijgsgevangenen hier is nog zichtbaar in de Italiaan Chapel. De krijgsgevangenen verbleven in nissen hutten op Holm. Een van de gebouwen had op enig moment geen functie meer. De Italianen kregen toestemming daar een kerk van te maken. De muur- en plafondschilderingen zijn indrukwekkend. Hadden de Italianen niet zelf bedacht (t, maar afgekeken van een ansichtkaart die een van de moeder# had gestuurd. Na tachtig jaar is het nog intact. Voor wie ooit naar Orkney gaat, het is een bezoek waard.

Kasteel
Na Orkney is het tijd om af te zakken. Niet weer een lange autorit. Stop nu halverwege in Dornoch.

Daar in de buurt bezoek gebracht aan Dunrobin castle. Het bezoek meer dan waard. Je krijgt waar voor je geld (14.50 pnd). Een route door wel achttien zalen/kamers met meubilair, muziekinstrumenten, uniformen, gedekte tafels met veel zilverwerk, boeken en nog veel meer. Een lust voor het oog. Een duidelijke route met eenrichtingsverkeer. Maar aan het einde kun je weer opnieuw beginnen als je wilt.

Wie binnen uitgekeken is, kan buiten naar de schitterend aangelegde tuin. Van die kant heb je mooi zicht op het kasteel zelf. Alles is Franse stijl. Dunrobin castle zou zo in Frankrijk steen voor steen afgebroken kunnen zijn en hier weer zijn opgebouwd. 

En dan de falconry, achter in de tuin. De valkenier demonstreert het vliegen, prooi vangen en geeft een uitvoerige uitleg van twee van de zeventien vogels die hier huizen, een havik en een valk. Mooi om die vogels door de lucht te zien gaan en precies op tijd terugkeren om een ‘prooi’ te vangen. Na afloop ruim de tijd om de vogels van dichtbij op de foto te zetten.

De volgende dag naar het zuiden, bij Inverness naar het oosten gereden. Had bij de voorbereidingen van deze vakantie al bedacht naar Fort George, net buiten het dorp Ardersier, te gaan. Een fort met een zeer lange en rijke militair3 geschiedenis, of traditie zo u wilt.

Jacobieten
Het uit de achttiende eeuw daterende fort kwam de kort na de opstand van de Jacobieten (april 1746): op dit schiereiland in de Moray Firth. In 1881 werd het fort het depot van het regiment Seaforth Highlanders en bleef dat tot dat regiment in 1961 opging in de Queen’s Own Highlanders. Later volgden nog meer fusies tot in 2006 die van de Royal Regiment of Scotland.

In het fort, dat nog steeds in gebruik is en dus soldaten herbergt, kan een deel van de schitterende bebouwing worden bezocht. Er is een fraai museum waar die geschiedenis nog eens via video’s wordt verteld en waar je tastbare herinneringen (al mag je ze niet aanraken!) ziet als vaandels, uniformen, geschenken en nog veel meer. 

Daarna in de regen via Inverness naar Cannich in Glen Affric. Halverwege de rit Inverness – Cannich stopt het met regenen, zodat ik bij aankomst de tent droog kan opzetten en inruimen.  Leuke van het jaarlijks hier kamperen is, dat je wordt herkend door de eigenaar (in dit geval zijn zoon). 

Komende dagen genieten van de natuur hier. De volgende dag kans op brekende bewolking en wat zonneschijn, geen regen en nauwelijks wind, dus gelijk maar naar Glen Cannich en Mullardoch. Maar niet nadat ik in café van de camping een stevig ontbijt naar binnen heb gewerkt. Een echt Brits ontbijt, dus inclusief een flinke schijf bloedworst. 

Enkelbaansweg
Glen Cannich en de Mullardoch hydrodam zijn erg ver weg van het dorp Cannich, maar omdat je vrijwel nergens harder kunt dan zo’n 35 – 40 km per uur, is het nog een stevige rit. En niet te vergeten een regelmatige stop om van het uitzicht te genieten. De enkelbaansweg is te onoverzichtelijk om al rijdende uitgebreid om je heen te kijken. 

De zon komt inderdaad regelmatig tevoorschijn, dus bij elke stop is het weer genieten van de schoonheid van dit gebied. En heerlijk rustig, Behalve de enkele passant aan het begin van de route, kom ik in het dal niemand tegen.

Volgende dag naar het dal Glen Affric. Altijd als ik hier kampeer, ga ik hierheen. Het blijft een schitterend gebied. Vandaag al helemaal, want het is uitzonderlijk rustig. Het gebied met een doodlopende weg, met drie stopplaatsen, waarvan de eerste, Dog Falls, je al gelijk in de juiste stemming brengt. Prachtige natuur en veel watergeluid. Dan door naar de derde stop, River Affric. Geen zware wandeling, maar vanwege de soms/vaak natte stenen aan de oever toch de bergschoenen aangedaan, want goed profiel. Better safe than sorry! 

Feestje

Weer heerlijk om hier weer rond te struinen. Heb hier met regen, zonneschijn en bijna elk ander weertype dat je kunt bedenken (OK, geen storm en sneeuw) gewandeld en het blijft elke keer weer net als nieuw. Nu bewolkt, droog, weinig wind en niet koud, dus een feestje. En ook weinig passanten, dus volop rust om van de natuur te genieten.

Tot slot naar de tweede, middelste stopplek, Loch Benin a’ Mheadhain. Prachtig uitzicht op het gelijknamige loch of meer. Hier niet het geluid van stromend water, dus absolute stilte. Als stadsmens maak ik dat thuis nooit mee.

Culloden
Een nieuwe dag met weer iets nieuws. Een bezoek aan een heus slagveld: Culloden. Hier, een paar kilometer ten oosten van Inverness werd op 16 april 1746 slag geleverd tussen de Schotse aanhangers (Jacobieten) van ‘Bonny Prince Charles (die een onafhankelijk, dus vrij Schotland voor ogen had en ook de troon van zijn vader terug wilde) en het Engelse leger onder leiding van de Duke of Cumberland. De laatste won het gevecht, maar wel met 700 doden aan de kant van zijn leger. De Jacobieten hadden ruim twee keer zoveel doden te betreuren. Met de veldslag kwam een einde aan de opstand van de Jacobieten.

Op ‘Battlefield Culloden’, kun je de geschiedenis herbeleven in gesproken en geschreven woord en beeld. Er is een goed museum. Slingerend door het gebouw maak je aan de linkerkant van de looproute kennis met het verhaal van de Engelsen en rechts dat van de Jacobieten.

Uiteindelijk kom je buiten en loop je dus echt over het slagveld zelf. Verspreid in het gebied moeten nog slachtoffers in de grond liggen. Op informatieborden wordt de bezoekers gevraagd hier dan ook met respect rond te lopen.

De familieverbanden of clans zoals dat in Schotland heet, waartoe de 1.500 Schotse slachtoffers behoorden, zijn genoemd op ‘grafstenen’ in het veld. Waar de linies van beide partijen stonden, zijn blauwe (Jacobieten) en rode (de Engelsen) vlaggen neergezet.
Al met al zeer informatief.

Geneve
Zondag weer een kerkbezoek. Dit keer in Beauly. De dichtstbijzijnde kerk van de Church of Scotland 25 autominuten vanaf de camping), maar keuze ook om een andere reden.

De voorganger ken ik nog uit de tijd dat hij predikant was in Genève en we elkaar tegenkwamen bij vergaderingen (tweemaal per jaar) tijdens de classisvergaderingen/presbytery meetings ergens in Europa. 
Leuk om hem en zijn vrouw na afloop nog even te spreken. En o.a. de groeten te brengen van het dagelijks bestuur van de presbytery waarmee ik de vorige week nog had vergaderd via Zoom. 
Dacht hem nog even te verrassen met de laatste ontwikkelingen rond de kerk in Genève, maar hij blijkt daar nog zijn voelhoorns te hebben. 

Na een goede nachtrust op weg naar Lochaber/Rannoch Moor/Glencoe. Een stop bij Fort Augustus om weer even te genieten van het passeren van een jacht door de vijf aan elkaar geschakelde sluizen tussen het Caledonian Canal en Loch Ness. Veel sluizen, maar er is dan ook een groot verval tussen het kanaal en het meer.

West Highland Way
Doorgereden naar mijn eindbestemming voor vandaag Kinlochleven. Mini-camping en daardoor al veel beter dan die grote in Fort William. En leuk vermaak. Heb zelf bijna 40 jaar geleden met W.P. de West Highland Way (van net ten oorden van Glasgow naar Fort William, >20 km per dag, met bepakking) gelopen. En dan is het nu leuk om – met een whisky in de hand – al die afgepeigerde routelopers te zien arriveren. Een voordeel: al die lopers willen na aankomst douchen en niet de volgende ochtend voor begin van de laatste etappe. En laat ik dan juist graag lang onder de douchekop staan.

Hiervandaan staan nog twee wandelingen op het programma: Glen Nevis en Rannoch Moor. O ja en ik heb nog koffie-afspraak vlakbij Fort William bij de predikant van de allereerste Church Of Scotland gemeente die ik in1982 bezocht. Daar kijk ik zeker naar uit. 

Plaquette
Qua wandeling als elk jaar Peters Rock. Een soort pelgrimage. Peters Rock is een markering op elke landkaart van de Ordnance Survey, zeg maar de standaard landkaarten in het VK als het gaat om autoritten en wandelingen.
De wandeling begint op het stationnetje Corrour, vanaf mijn camping in Kinlochleven eerst een half uur met de auto naar Fort William en dan een treinrit van vijftig minuten. 

Daar midden in de stilte (behalve wat mensen die ook uitstapten op het station, ben ik op twee fietsers na de hele dag niemand tegengekomen) loop je te genieten. Alleen jij, wat vogels en de wind. O ja, en het betoverend mooie landschap.

De wandeling voert in een lichtje zonnetje en met wind mee over de heuvels. Een goed pad, zeker nu het hier al dagen droog is en je dus niet hink-stap moet proberen modderpoeltjes of plassen te ontwijken. 

Ik weet na zoveel jaar dat ik hier kom dat ik op de heenweg wel een beetje moet doorlopen. Ik moet uiterlijk 15.15 uur terug zijn op het station, want als ik de trein van 15.24 uur naar Fort William mis, moet ik 6 uur (!) wachten op de volgende. Dus een uur (of wat langer) naar Peters Rock, daar een half uur of zo genieten en dan weer in een uur terug.

Onder het ijs verdwenen
Peters Rock is vernoemd naar Peter J. Trowell, een Engelse beheerder/gastheer van jeugdherbergen. In de winter van 1978 – 1979 was hij hier. Ik heb daar twee lezingen over gevonden. De ene verhaalt van een vakantie in de stilte, de andere over klusjes die hij hier zou uitvoeren.

Hoe dan ook, er is iets vreselijks misgegaan. Het meer of loch was bevroren en hij is op enig moment onder het ijs verdwenen. Zijn lichaam werd pas in het vroege voorjaar gevonden toen het ijs begon te smelten. Trowell is in Engeland begraven, maar bij Peters Rock is een plaquette aangebracht op een rotsblok. Peters Rock dus.

En waarom staat dat rotsblok met plaquette juist hier? Wel, als je van Corrour naar Rannoch loopt, maakt het pad hier vlakbij een bocht naar rechts. Een markering dus. Op de plaquette staat behalve zijn naam, geboorte- en vermoedelijke overlijdensdatum een kort gedicht. Dat gedichtje is al jaren mijn levensmotto. En dus moet ik elk jaar als ik in Scotland ben, hier even naar toe. Bovendien, zeker op een dag als vandaag, is het hier echt genieten van de rust enger uitzicht. Als de treinen elk uur op Corrour zouden stoppen, zou ik er zeker langer blijven zitten dan het half uur dat nu kan.

Het gedicht op de plaquette:
I have a friend a song and a glass 
Gaily along lifes road I pass 
Joyous and free out of doors for me 
Over the hills in the morning

Glen Nevis is het volgende doel. Een schitterend gebied. Elke keer dat ik dit dal in ga beschouw ik als een feestje. Dat begint al kort na het parkeren van de auto. Het pad voert onder andere langs een gorge met links een bergwand en rechts een diepe afgrond waar rivierwater hard stroomt langs de andere bergwand. Het geluid van het water boezemt ontzag in. Of nederigheid. 

Staaldraadbrug
Dan, na nog een minuut of vijftien ontwaart zich het dal of de glen. Breed, kiezelstrand. Schoonheid zover het oog reikt. Door lopend doemt al snel de waterval Steall Falls op. Naar rechts kijkend lokt de staaldraadbrug over het water me.
Vandaag heb ik de verleiding kunnen weerstaan om naar de overkant te gaan. Laten we zeggen dat het te druk was en ik niet achteraan de rij wilde wachten…

Veel liever sla ik, na hier een minuut of tien weer van het uitzicht op de omgeving en de waterval te hebben genoten, linksaf. Verder het dal in. Het mooie is elk jaar weer de wetenschap dat veel mensen na bij de staaldraadbrug te zijn geweest nog ff doorlopen, maar dan al snel weer richting hun auto gaan. Een tweede groep loopt nog een stukje door naar een wat breder kiezelsteentjesstuk iets verderop. Daarna wordt het stiller en stiller qua wandelaars. 

Haggis
En daar ga ik voor. Paar mooie punten om weer even te stoppen en van het uitzicht te genieten. Alleen met het geluid van de wind, wat vogels en ergens achter mij weer een waterval(letje).

Ik zou het pad helemaal kunnen vervolgen tot het Blackwater reservoir (een kunstmatig meer voor de opwekking van elektriciteit of ‘witte steenkool’) en dan daar afdalen naar de camping. Maar ja, dan moet ik daarna weer helemaal naar de carpark in Glen Nevis om mijn auto op te halen… Dus omgekeerd en via Fort William terug naar de camping.

Dan zit de vakantie er al weer bijna op. Aan het slot van deze zes weken nog naar Earlston in de Borders. Daar spullen ophalen voor Rotterdam.

Maar vrienden Jean en Jimmy hebben ook beloofd mijn te verwennen met een goede warme maaltijd (met haggis!) en een stevig ontbijt op de laatste dag als ik na de kerkdienst richting veerboot ga. Dus bacon, eggs, haggis, bloedworst, baked beans.

Nou, daar houd ik het gemakkelijk op tijd tot het avondeten aan boord van de veerboot naar IJmuiden. Dank Jean!

Hieronder enkele filmpjes van de vakantie dit jaar. Geniet ervan, net als ik heb gedaan.

Rugby, bier, bacon and eggs, vrienden: een heerlijk lang weekeinde Edinburgh

Voordeel voor  pensionado: je kunt er zomaar een even een paar dagen tussenuit zonder vakantiedagen op te nemen. Dus van donderdag tot en met vandaag in Edinburgh vertoefd.

Nooit een straf om daar te zijn. Weet mijn weg daar na zoveel jaar wel te vinden. Had dit keer geen speciaal doel. Gewoon, paar dagen door de stad kuieren en musea en pubs bezoeken. Ontbijten met goede bacon and eggs (met ‘black pudding’, zie foto verderop), bijkletsen met vrienden K. en L. die daar wonen en bij wie ik als zo vaak logeerde. Onder het genot van wat bier en een maaltijd is dat toch wat leuker dan via Facebook en WhatsApp.

Vrienden verrast met kleine hoeveelheid Nederlandse boodschappen (drop, mueslibollen en pepitamix [van Lidl]).

Eerste volledige dag (vrijdag) benut met stadswandeling en bezoek aan St. Giles Cathedral (de ‘High kirk of Edinburgh’) en de National Galleries of Scotland.

Skating Minister
Dat museum vooral aangedaan om weer even te genieten van het schilderij The Skating Minister (de schaatsen predikant). Een schilderij met een Nederlandse link.
De afgebeelde Rev. Robert Walker heeft als kind leren schaatsen in Rotterdam, waar zijn vader predikant was van mijn kerk.

De jonge Walker is blijven schaatsen in Edinburgh waar hij zelf predikant werd. En dat trok de aandacht van de schilder Henry Raeburn. Uiteraard de elektronische knip tevoorschijn gehaald om een hoeveelheid souvenirs te kopen.

Na het snuiven aan de cultuur, maar even de pub in voor een pint bier. Daarna met mijn Edinburghse vrienden gegeten in restaurant van pub Deacon Brodie op de Royal Mile.
Uiteraard fish and chips en – vooraf gecheckt of het er was – Cranachan als toetje. Al jaren mijn favo dessert in Scotland, zoals biest dat in Nederland is.

Bacon and eggs
Dat over de toetjes. Voor het ontbijt elke ochtend deur uit voor een bacon and eggs, maar op zaterdag zelfs een met black pudding/pudding. Een traktatie!

Drie keer dit weekeinde dus. Zal best slecht zijn voor het cholesterolgehalte in mijn lijf, maar lekker!!!

En daarna steevast koers gezet naar de nieuwe Starbucks in Princes Street.
De enige koffieketen met filterkoffie (veel beter of minder slecht zo je wilt voor je cholesterol!) en hier dan ook nog met schitterend uitzicht op Edinburgh Castle.

Zaterdag uren doorgebracht in het National Museum of Scotland, net ten zuiden van de Royal Mile. Jaren geleden dat ik daar binnen was geweest. De nieuwbouw ondergronds nog nooit gezien zelfs. Prachtig ‘verhaal’ over de historie van Schotland vanaf de oudheid. Indrukwekkend.
Het oude gedeelte is zeer ruim en thematisch van opzet. Zo ‘verdwaal’ je niet in het museale aanbod.

En daarna met de lift naar het Roof Terrace. Met het zeer fraaie Februari weer geen straf. Prachtig uitzicht vanaf het dak over het dak, met indrukwekkende aanblik op het kasteel van Edinburgh. Zie foto boven dit artikel

Net als bij het Rijksmuseum gaat het niet alleen om de collectie die er te bewonderen is, maar dus ook om het uit 1866 daterende gebouw zelf. Een prachtige, lichter ruimte met vides, fraai vorm gegeven radiatoren, sierlijke trappen. Pas als je de vele zijzalen instapt, ontdek je hoe groot dit museum is.

Er is bijna teveel om van te genieten, dus ik moet komende zomer of later nog eens terug.

Moe van het lopen – elk excuus – naar de pub Greyfriars Bobby aan de overkant van de straat, voordat ik de bus terug naar het logeeradres neem.

6Nations rugby
Het is het weekeinde van de belangrijkste rugbywedstrijd tussen Schotland en Engeland. Het 6landentournooi waaraan Engeland, Schotland, Wales, Ierland, Frankrijk en Italië aan meedoen, kent daarbinnen nog die om de Calcutta cup tussen Engeland en Schotland. Die wedstrijd gaat terug tot 1872 in – inderdaad – Calcutta in India.

Vandaag speelt Engeland in het Murryfield stadion in Edinburgh. De Schotten zetten alles op alles om de Calcutta cup voor de vierde keer op rij te winnen.

In centrum van Edinburgh is het aardig vol met fans van beide landen of teams, maar het gaat er zeer gemoedelijk aan toen. Rugby kent geen hooligans.

Heb geen kaartje voor de wedstrijd, maar dat geeft niet. De game bekeken in het clubhuis van de rugbyclub tegenover mijn logeeradres. Geweldige middag/avond met uiteraard wat pinten bier.

Vakantie of niet, op zondag ga ik ter kerke. Vandaag in de ‘High kirk of Edinburgh’, St. Giles Cathedral, op de Royal Mile. Het is de hoofdkerk van mijn kerkgenootschap, de Church of Scotland.

Terwijl ik naar een goede zitplek loop, passeer ik een bekend gezicht. Het is Rev. Dr. George Whyte, die ik twee keer een week heb meegemaakt tijdens synodevergaderingen van mijn kerk, als afgevaardigde namens mijn classis. Hij was eerste scriba of ‘Principal clerk‘ en nu Interim Moderator, zeg maar de waarnemende leider van de congregation. Hij gaat vandaag voor in de dienst.

Verbond
Daarentegen heeft deze gemeente een geweldig kerkkoor en een schitterend orgel.

Mooie dienst waar het in de preek van Rev. Dr. George Whyte ging om het verbond tussen God en mensen, waarbij mensen al sinds mensenheugenis dat vaak beschouwen als eenrichtingsverkeer: van God tot de mensen.
Op de foto zie je mij in rechterdeel links op de tweede rij. 🙂

Verschil met mijn eigen kerk in Rotterdam? St. Giles Cathedral is stukken groter dan het gebouw in Rotterdam, maar het aantal kerkgangers is hier beduidend kleiner. Laat ik het zo zeggen, als iedereen van mijn kerk een zondag daar zou kerken, zou het een volle bak zijn… Met net geen vijftig minuten ook wel een korte kerkdienst.

De citytrip is bijna ten einde, maar niet dat in de middag met K. en L. in pub The Playfair nog even de 6Nations rugbywedstrijd Frankrijk-Italië heb gekeken. Direct na afloop per tram naar het vliegveld voor de terugreis.

Over de vliegruizen heen en terug: Zestienhoven is een zeer relaxte luchthaven. Beduidend minder groot dan Schiphol, waardoor je niet het idee hebt dat je al halverwege de trip naar Schotse hoofdstad bent als je bij de gate aankomt.

Edinburgh is een groter vliegveld dan Zestienhoven, maar heeft een ander zeer groot nadeel. De security check dateert nog uit de Middeleeuwen. Waar op luchthavens als die in Nederland alles in de koffer en rugzak kan blijven dankzij de moderne X-Ray machines, moeten in Edinburgh (en vrijwel zeker ook elders in het VK) de laptop en flesjes met vloeistof apart worden aangeboden ter controle.

Vuilnisbak
Waar ik op de heenreis geen enkel probleem ondervond met de flesjes shampoo, douchegel en aftershave, kijkt in Edinburgh de controledame (geen bitch, maar toch…) zeer boos. ,,U heeft veel meer bij u dan 100 ml!’’
Natuurlijk antwoord ik niet met een ,,Nou en?’’, want voor je het weet duurt de check nog langer en mis je het vliegtuig terug naar de moderne wereld. Dus shampoo en doucheschuim maar achtergelaten. Ruikt de vuilnisbak daar ook eens lekker… 🙂

Bovendien heeft klagen geen enkele zin. De dame kan er niets aan doen dat de apparatuur en de regels eeuwen oud zijn. Dat is beleid van de Britse overheid en die heeft lak aan reizigers op de haar luchthavens.

Gelukkig is het met de ferry van Newcastle naar IJmuiden die ik in de zomer neem stukken beter geregeld. En die overtocht komt weer in juni(heen) en juli (terug). Voor nu kijk ik terug op een heerlijk weekeinde in Edinburgh. Iets om lang op te teren.

Far side of the world, maar dan dicht bij huis

Na bijna vijf jaar weer live optreden meegemaakt van de Schotse rockformatie Tide Lines. Destijds in Inverness bij toeval, nu bewust gekozen. Geen spijt van de reis en de lange wachttijd in de rij.

Het concert vanavond was in Paradiso in Amsterdam (daarover later meer), dus binnen. De vorige keer was 31 december 2018 tijdens Oudejaarsavond of Hogmanay in het Northern Meeting Park aan de oever van de rivier Ness in Inverness wel anders. In de open lucht dus en koud. Ging voor Hogmany zelf en wilde me laten verrassen door de muziek. Na de opzwepende muziek van The Trad Project en Blazin Fiddlers kwam daar voor mij de beste band van de nacht: Tide Lines. (foto hieronder)

Waarom? Wel, leadzanger Robert Robertson (voorheen zanger bij een andere goede band Skipinnish) heeft dezelfde hoge tenorstem als Donny Munroe, de vroegere leadzanger van die andere band waar ik dol op was, Runrig.

Ik was niet de enige onder de circa tienduizend bezoekers van deze Hogmany die onder de indruk was. De volgende ochtend tijdens het ontbijt in de jeugdherberg werd er druk en vol lof over nagepraat.

Een paar weken geleden zag ik via social media voorbij komen dat Tide Lines in Amsterdam zou optreden. Geen moment geaarzeld en gelijk ticket geboekt voor het optreden in Paradiso in Amsterdam.

Bijna vooraan

Daar niet zo druk als in Inverness. Het vijf kwartier durende concert was in de (kleine) bovenzaal. Was ondanks de lange wachtrij (veel jongelui voor een ander optreden in de grote zaal) redelijk op tijd binnen. Zo op tijd zelfs, dat ik bijna vooraan stond. 

Nou houd ik van de muziek van Tide Lines en van enkele andere Schotse bands, maar om nou te zeggen dat ik de teksten van de nummers ken… In de wachtrij buiten informeerde een fan uit Groningen wat mijn favoriete nummer was. Daar moest ik het antwoord op schuldig blijven. En binnen tijdens het concert werden de refreinen van nummers massaal meegezongen door het hossende publiek. Behalve dus door mij. Niet meezingen. Ook niet meehossen. Dat laatste zal mijn calvinistische opvoeding wel debet aan zijn. Alleen van het slotnummer kende ik het refrein: Far side of the world (Dance with a Highland girl). Bekijk en beluister het op onderstaand YouTube filmpje.

Heerlijk om de groep in Nederland te horen. En begin april treedt Tide Lines wederom op in Amsterdam. Dan in het kleine zusje van Paradiso: Bitterzoet. Kaartje heb ik al gekocht! In de tussentijd doe ik het met de muziek van Tide Lines op Spotify.

Whisky Galore 2023

De jaarlijkse onderdompeling in veel, voornamelijk malt whisky’s vanmiddag in de Grote kerk in Den Haag. Uiteraard weer met neef  D. We proefden er 18.

Whisky Galore (Gaelic voor ‘whisky in overvloed’) dus!
Schrik niet, het zijn geen bellen die worden ingeschonken, Het gaat om kleine hoeveelheden die je bij de tientallen stands krijgt aangeboden. Omgerekend heb ik zes gewone glaasjes naar binnen gewerkt in de vier uur die het festival deze zondagmiddag te bezoeken is. Al met al toch hard werken. Maar iemand moet het doen…

Je gaat er niet heen om dronken te worden. Dan zijn een paar goedkope flessen blend van de slijter vanuit de portemonnee geredeneerd beter.

Een ticket kost bijna 50 euro. Standaard whisky’s zijn vervolgens gratis te proeven, maar je gaat voor de exclusievere series van de distilleerderijen uit Schotland en andere landen, Nederland inbegrepen. 

De organisatie van het Internationaal Whiskyfestival is als altijd goed voor elkaar. De crew van het festival zorgt dat waterkoeler gevuld zijn en overal staan mandjes met stukken stokbrood, zodat je om de paar glaasjes even de mond kunt ‘schoonmaken’.

En om het wachten tot de deuren van de Grote Kerk open gaan, gaat een doedelzakspeler de rij langs. De totale opzet maakt dat ik dit whiskyfestival al meer dan 20 jaar bezoek.

Orgel

Het festival in de Grote Kerk (voorheen Sint Jacobuskerk) is een prachtige ambiance om te proeven en praatjes aan te knopen met gelijkgestemden. Het is volle bak, maar niet te druk, omdat het festival (dat al op vrijdagavond begint) voor elke sessie een x-aantal bezoekers toelaat. Het blijft dus goed te doen. Bij binnenkomst kort na 13.00 uur al gelijk in Schotse stemming gekomen, door het Schotse volkslied O Flower of Scotland en Highland Cathedral op het hoofdorgel. Zie filmpje onderaan dit verhaal.

Glaskoord om de nek, proefglaasje er in vastgezet en het feest kan beginnen. Had ik al vermeld dat ik er vanmiddag 18 heb geproefd? Achtereenvolgens:

Talisker Parley Wilder Seas (gerijpt op XO-cognacvaten)

Caisteal Chamuis

Caisteal Chamuis 12y

Dewar’s 18y (blend)

Bus (uit Brabant)

Tomintoul Pedro Ximénez sherry cask finish

The Glenturret Triple wood 2023 release

Slyrs Rum cask (uit Duitsland)

Tullibardine 225 Sauternes

10 Bruichladdich 12y (Collective series 190410002)

11 Stobcross Clyde

12 Ardnamuchan AD cask strength release

13 Cley single malt (Rotterdam)

14 Smokehead Rum cask Rebel

15 Big Peat sherry cask finish (Islay blended malt)

16 Tomatin 10y Provenance single cask (Douglas Laing)

17 Bruidchladdich Octomore 14.2

18 Highland Park Dragon legend  (10y)

Sinaasappel

Proeven, vergelijken, genieten. Ontdekken dat de een iets van sinaasappel smaak heeft, bij de ander de smaak van het rumvat waarin de whisky een tijd lang opgeslagen is geweest nog duidelijk of zeer duidelijk aanwezig is. En als je nipt aan de Highland Park en je praat met de standhoudster over Orkney (ze is er echt geweest en verhaalt van haar met mij gedeelde liefde voor Yesnaby), smaakt de inhoud van het proefglaasje ineens anders…

Twee bijzondere whisky’s van vanmiddag zullen me extra bijblijven. De Glenturret Triple wood 2023 release wordt nog een keer in het glas gegoten. Die gaat in flaconnetje mee naar huis. Als we de toekijkende standhouder vertellen dat we elk jaar de meest opvallende whisky meenemen om thuis na te genieten, schenkt hij het flaconnetje even tot de rand toe vol. Aardig gebaar. Zeer gewaardeerd.

Ook de Talisker Parley Wilder Seas van het eiland Skye die we vanmiddag als eerste hebben geproefd, heeft indruk gemaakt. Zoveel, dat ik na afloop een fles (met korting nog steeds 75 euro) heb aangeschaft. Die blijft nog dicht tot Kerst.

Wat rest, is alvast een kaartje aanschaffen voor het festival van november volgend jaar, de 25ste editie. 

Slaìnte!

Hieronder fotoserie van de whisky’s die ik vandaag heb geproefd:

En hier het filmpje met de Schotse muziek op het orgel van de Grote Kerk: