Goed vooruitzichten voor het zuiden van het land, dus vandaag weer eens koers gezet naar Limburg. Hoofddoel de mergelgrotten in de St. Pietersberg. Dan niet de grote, drukke grotten in Maastricht of Valkenburg, maar de kleine, stille in Ternaaien (België).
Al eerder gedaan, Twee vliegen in één klap. De grotten van zoals hert hier heet Montagne Saint-Pierre, zelf natuurlijk maar ook de reis erheen. Trein naar Eijsden (tien minuten vanaf Maastricht), dwars door dat stadje naar de Maas wandelen (met halverwege een kop koffie op het terras), een overtocht met het voet- en fietsveer naar Ternaaien. Dan opnieuw een wandeling dwars door het stadje en dan de brug over het Albertkanaal.
De grond naar de grotten is kurkdroog, want de wandeling omhoog met gewone schoenen gemakkelijk maakt. Weet precies waar ik heen wil. Natuurlijk een paar van de lage grotten in, maar ook op het enige bankje hier zitten in de stralende, warme zon genieten van het uitzicht over het kanaal.
Zoals gezegd: heerlijk rustig. Eenmaal een man met twee honden gezien, later nog een stel aan de wandel en bij terugkeer naar beneden een klein gezin.
Verder alleen stilte. Je kunt het slechter treffen op een zomerse dag eind september.
En tja, als je dan toch in Zuid-Limburg bent, ook maar even Maastricht in, om deze heerlijke dag te besluiten met een glas (OK, twee) Royale Martinus op – kan dat na al die jaren wel zeggen – het terras van mijn stamcafé Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein . De trein brengt me toch terug naar Gouda.
Hieronder eerst een filmpje over de zonnige overtocht over de Maas tussen Eijsden en Ternaaien (B). Daronder een kijkje in de mergelgrotten.
Met de F1 races op Zandvoort voor de deur: Je zult het niet geloven, maar het is echt waar: in de jaren negentig ben ik in de befaamde/beruchte Tarzanbocht op Circuit van Zandvoort tijdens een skeelerevenement waar ik met mijn nichtje D. aan deelnam vreselijk op mijn plaat gegaan. Een spagaat waar menig balletdanser jaloers op zou zijn.
Pijnlijk, vooral letterlijk, maar ja, als je valt dan doet het ‘au’. De volgende dag gewoon aan het werk. Pijntjes? Niet zeuren! Op de redactie van de krant ging het in de loop van de ochtend wel slechter met me. Misschien toch even langs de huisarts. Voor de zekerheid…
Even later de vraag aan mijn collega om mij daar even heen te brengen, want ik weet niet of het verstandig is om zelf te rijden. Collega ziet me en zegt: we gaan helemaal niet naar de huisarts, ik rijd je naar de EHBO-afdeling van het ziekenhuis Toen heette dat nog niet Spoedeisende hulp.
112 Hij had zijn autosleutels nog niet gepakt of ik ging onderuit. In katzwijm. Had nog net het besef om op de grond te gaan zitten met rug tegen kast en muur. 112 gebeld en per ambulance naar het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda. Wat bleek: door de spagaat was een ader gesprongen in een bovenbeen ter hoogte van het kruis en door het lopen was er uiteindelijk zoveel bloed uit mijn directe systeem gevloeid dat ik in een shock was geraakt.
Met rust en zo is alles goed afgelopen. Het betekende wel het einde van mijn skeeleravonturen. De skeelers, gehavende knieschermers en handschoentjes liggen nog op een plank in de garagebox. Stille getuigen van mijn laatste sportieve activiteit.
Stond al even op mijn lijstje, maar door corona was het complex niet toegankelijk. Vandaag dan binnen geweest in het 300 jaar oude fort Sint Pieter in Maastricht.
Het fort rijst op aan de zuidkant van de Limburgse hoofdstad. Een jaar geleden zag ik vanuit het Monseigneur Nolenspark, bij de voormalige Tapijnkazerne iets dat luiken leken van een groot gebouw. Hoog bovenop een heuvel. Na erheen te zijn gelopen, ontdek ik het fort.
En geen luiken, maar kanonsgaten of zo. Een fort, leerde ik van een informatiebord. Rondom gelopen. Rondleidingen waren er niet vanwege corona; de boel was op slot.
Nu dan de kans gekregen om onder leiding van een gids van Maastricht Underground het complex uit begin 1700 te betreden.
Belegerd Het fort is ooit gebouwd om de Fransen die oprukten naar de stad Maastricht tegen te houden. Door de eeuwen heen is vestingstad Maastricht talloze malen belegerd en veroverd. De Sint-Pietersberg net buiten de stad is daar meermalen bij betrokken, meldt Natuurmonumenten, de huidige eigenaar van het complex.
De directe aanleiding om er een fort te bouwen is het beleg van 1673 door Lodewijk XIV, de Franse Zonnekoning. De stad wordt dan vanaf de berg beschoten. Stadscommandant Daniël Wolf van Dopff begint daarna aan de bouw van een stenen, vijfhoekig fort met maar liefst twaalf geschutsopstellingen. In 1794 belegeren de Fransen de stad opnieuw. Vergeefs proberen zijn dan het fort op te blazen vanuit een gang in de Sint-Pietersberg. Het fort blijft ongedeerd, maar stad en dorp moeten zich uiteindelijk toch overgeven.
De Fransen blijken rond 1815 een ander fort (fort Willem I, op de Caberg), meer aan de noordkant van Maastroicht wel te kunnen passeren. Daar wordt nu mogelijk nog wel eens gevochten. In dit fort is thans een studentenvereniging gehuisvest…
Kruitdampen Terug naar fort Sint Pieter. Gids Thom vertelt over de wijze waarop vanuit het complex de vijand werd tegengehouden door 400 soldaten met kanonnen en musketten. De kanonnen staan er nog, maar zo verklapt de gids, ze zijn niet origineel. Te zien zijn kanonnen uit Zeeland. Toen daar een fort niet meer nodig was, hebben ze eerst dienst gedaan als afmeerpalen in een haven en sinds een jaar of tien, twintig hier neergezet om de geschiedenis van het fort te doen herleven.
De gids vertelt ook dat hoewel het fort in slechts een half jaar (!) is gebouwd, het wel een serieus bouwwerk is. Er is over van alles nagedacht. Om kruitdampen af te voeren was er zelfs een ventilatiesysteem.
Het fort is later verstevigd ofwel hoger gemaakt. Een tweede fort dus eigenlijk. En tijdens een rondleiding mag je helemaal naar boven.
Daar ontdek je de laatste militaire toevoeging van nog geen 100 jaar geleden: een ronde uitkijkpost met ramen. Gebouwd aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. Het is voor zover bekend nooit in gebruik geweest.
Nadat het fort niet meer nodig was voor de verdediging van de stad, is het in verval geraakt. Het werd in 1867 verkocht (als opslagruimten), de bovenste geschutstellingen moesten worden vernietigd. In 1936 kwam er een feestgelegenheid. In 2012 is het complex gerestaureerd en is nu samen met het omringende park een toeristische trekpleister.
Bewust kiest men ervoor bij de restauratie bepaalde delen niet te reconstrueren maar ruïne te laten. Zo blijft de geschiedenis zichtbaar en is er ook plaats voor bijzondere planten en dieren.
Verdrag Helemaal boven wappert de vlag van Maastricht: een rood veld met een witte ster. Niet zomaar, aldus de gids. Het is herleidbaar tot het Verdrag van Maastricht in 1843, toen de Nederlanden werden opgesplitst tussen wat nu Nederland en België is.
België kreeg Antwerpen en Brussel, maar Maastricht moest bij Nederland horen werd afgesproken. Zeer tegen de zin in van de Maastrichtenaren die liever bij de zuiderburen wilden horen. De Maastrichtse vlag symboliseert de afkeer tegen het besluit.
De Nederlandse driekleur gaat hier alleen op Nederlandse nationale feestdagen in top. E als eerbetoon aan de Franse voor wie het fort is gebouwd, gaat de Franse vlag op 14 juli (quatorze juillet) in top.
Vanaf de top van het fort toont de gids nog even hoe Maastricht min of meer omsloten wordt door België. Alle windmolens die je rond de stad ziet, staan allemaal op het grondgebied van de zuiderburen.
Niet onvermeld mag blijven dat deze zaterdag een prima dag is voor een bezoek aan het fort. Stad en ommeland schitteren onder een strakblauwe hemel en een heerlijke temperatuur. Het maakt het bezoek alsmede de wandeling erheen tot een feestdag.
Terras En als ik dan toch een feestje met mezelf vier aan het einde van mijn vakantie, moet er ook gegeten en gedronken worden.
Dat doe ik als altijd op het terras van café Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein. Een Maastrichts biertje (nou ja, twee) Royale Martinus en het typische Limburgse streekgerecht zoervleis.
Doel van de dagtocht was Miniatuur Walcheren, maar Het had niet meer de aantrekkingskracht die ik als kind had. Het valt in het niet bij Madurodam.
Meer dan een halve eeuw geleden dat ik er was (toen nog op een andere plek in Middelburg), dus herinneringen aan de miniatuur-uitvoering van het eiland Walcheren heb ik niet. Toch leek het me aardig deze stralende donderdag uit te kiezen voor een hernieuwde kennismaking.
De eerste aanblik is mooi. Ook al herken ik behalve de Lange Jan en de Abdij van Middelburg geen der gebouwen, het is leuk om het eiland in het klein te zien.
Een tweede rondgang toont echter dat onderhoud hier dringend noodzakelijk is. Het mini-eiland heeft betere tijden gekend. Scheuren tussen de delen van verschillende gebouwen, ontbrekende figuren, een deel van een kermisattractie, afgebladderde verf…
Voor kinderen (en daar is het park natuurlijk primair voor bedoeld) maakt het ongetwijfeld niet uit. Maar kom op Miniatuur Walcheren, of Mini Mundi zoals het nu heet, wees eens trots op je collectie en doe er wat aan! Ik vermoed zomaar dat het echte Walcheren er een stuk beter aan toe is.
Voor de kinderen is er nog genoeg te beleven in het attractiepark. Een naastgelegen speeltuin zo groot als Miniatuur Walcheren zelf, een rondrit met een treintje. Ouders hebben … uhhh geen kind aan het grut hier. De alleenreizende volwassene heeft het echter na een kleine twee uur wel bekeken.
Kloostergang En dus keer ik te voet (40 minuten) terug richting centrum van het echte Middelburg.
Wie even de rust zoekt, is de Abdij van Middelburg een mooie plek. Vroeger het het klooster van de norbertijnen, nu het domein van het provinciebestuur en het Zeeuws Museum.
Zeker op deze marktdag een levendige binnenstad, een keur aan terrassen. Die terrassen zijn vol.
Een paar jaar geleden al eens geweest. Nu zag ik mensen een openstaande deur passeren. Ben ze gevolgd en kwam nu terecht in de kloostergang. Een fraaie binnenplaats waar stilte heerst. Een genot om een kwartiertje op een bankje te zitten.
Ook bijzonder is de binnenplaats van het oude stadhuis en vleeshal, nu het domein van University College Roosevelt.
Inderdaad, vernoemd naar de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, wiens voorouders uit Zeeland (Tholen) afkomstig zijn. Een buste van hem was er al (in een museum) en in de jaren tachtig is er een bijgekomen van zijn vrouw. Ze zijn nu te bewonderen op de binnenplaats.
Park Miniatuur Walcheren was tot 2009 gevestigd vlakbij dit deel van de stad. Daar is nu het Molenwater Park, maar op Google Maps zie ik de contouren van wat mini-Walcheren moet zijn geweest te zien. Dat maakt dat ik een volgend bezoek aan de Zeeuwse hoofdstad in gedachten houd.
Niet alleen daarom hoor. Heb bij café De Zaak (Pottenmarkt) genoten van het Zeeuwse bier Zeeuwsche Zonneschijn (heel toepasselijk voor deze dag). Een lekkere bite, een zuurtje, zes procent alcohol. Heerlijk dorstlessend. De kroegbaas vertelde dat hij meer bieren van de lokale brouwerij Baardaap heeft. Dus moet ik proefondervindelijk ontdekken of die net zo lekker zijn…
Hieronder eerst een filmpje van Miniatuur Walcheren. Het tweede, korte filmpje laat je kennismaken met de stilte in de kloostertuin van de Abdij van Middelburg.
Dankzij (?) corona al mijn dertiende museumbezoek dit jaar. Het Teylersmuseum in Haarlem. Geen verkeerde keuze. Daarmee treed ik in de voetsporen van de Franse keizer Napoleon die hier 210 jaar geleden ook de collectie bewonderde.
Het Teylersmuseum (‘Museum van de Verwondering’), vernoemd naar zijn stichter Pieter Teyler van der Huls, dateert uit 1778 en is daarmee het oudste museum van ons land dat ook nog eens in hetzelfde (wel uitgebouwde) gebouw is gevestigd.
En net als met het Rijksmuseum in Amsterdam is dat een van de pluspunten van dit museum.
Zo mooi als de collecte (alleen al de zeer uitgebreide collectie fossielen en mineralen) is, het gebouw is dat zo mogelijk nog meer. En dan in het bijzonder het interieur. De houten/glazen vitrines ademen geschiedenis. Zeer oud en daardoor zeer mooi. Alles nog in originele staat. Een lust voor het oog.
Wie na de indrukwekkende entreeruimte de eerste zalen bereikt, zal de kasten misschien niet direct opwindend vinden. Dat verandert in de Ovale zaal. Een prachtige ruimte vol kasten met de mooiste instrumenten die je je maar kunt voorstellen.
Oogverblindend Zeer oud, dus aanraken is er niet bij. Wie zich nu verbaast over wat de pc en internet vermogen, moet een paar eeuwen geleden net zo hebben gereageerd bij de (wetenschappelijke) instrumenten die hier worden getoond. En als het aanbod in de kasten dreigt te vervelen, gaat je oog omhoog door de ovale ruimte. Wat een geweldig gebouw.
Net zo indrukwekkend om te zien is de collectie schilderijen, penningen en munten. Het is oogverblindend allemaal.
Zoals na mijn eerste bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam, moet ik ook hier nog een keer terug gaan. De collecte en het gebouw waren teveel om met één bezoek af te doen.
Bonus vandaag: een afsluitende lunch in het museumcafé met de in Haarlem woonachtige zus E.
Na bezoek aan vestingstad Gorinchem vier maanden geleden en Heusden in februari besloten vandaag vestingstad Naarden met een bezoek te vereren. Deze wint het van de andere twee…
Wellicht door de omvang, het lommerrijke gebied waar vooral stilte heerst, is een bezoek aan de vestingwallen (onderdeel van de Hollandse Waterlinie) in Naarden een bezoek meer dan waard. Geparkeerd nabij de weekmarkt en dan een willekeurig pad omhoog langs een van wallen en je hebt meteen de stadse drukte achter je gelaten. Een oase van rust.
Lopen en nog eens lopen, het beeld verandert steeds. Het is een vesting met dubbele stadswallen, een vestinggracht, bastions, stadspoorten en verschillende functionele gebouwen (deels uit de zeventiende eeuw stammend) als wapenopslag of soldatenverblijf. Dit is pas een vestingstad met een hoofdletter V.
Een aantal gebouwen is nu in gebruik als bijvoorbeeld atelier of restaurant.
Stadhuis Ook binnen de vestingstad zelf valt genoeg te zien. Zoals de Sint-Vituskerk (bij het grote publiek vooral bekend vanwege de jaarlijkse uitvoering van Bachs Matthäus Passion) en het stadhuis uit 1601.
Mooie trouwzaal, maar die kan natuurlijk niet tippen aan die in het stadhuis van Gouda…
Gelet op de weersvoorspelling voor vandaag niet de complete omtrek van de vestingwerken bezocht. De rest bekijk ik een volgende keer. Het is toch al geen straf wat uren door te brengen in Naarden.
Al eens langsgelopen als ik in Rotterdam was, maar nu naar binnen: Miniworld. Fantastisch om te zien en zelfs mijn geboorteplek gezien: de Breepleinkerk.
OK, de echte plek waar mijn wiegje stond, ontbreekt in de, ja, hoe noem ik het: Rotterdamse overdekte miniversie van Madurodam, Klein 010?
De reden om de Breepleinkerk ‘op Zuid’ hier te plaatsen is de orgelzolder, de plek achter het kerkorgel waar in de Tweede Wereldoorlog onderduikers zaten verstopt.
Ik ben geboren in de kosterswoning aan de zijde van de Van Malsenstraat. Is nog steeds verbonden met de kerk, maar in het schaalmodel ontbreekt het huis.
Niettemin leuk om de plek hier terug te zien. Ben jaren geleden tijdens jubileum van de kerk, met mijn oudste zus nog kosterswoning in geweest en gezien waar mijn wiegje heeft gestaan. Een bijzonder moment.
Fyra Genoeg gemijmerd. Bij binnenkomst in Miniworld had ik geen idee de kerk te zien. Ik ging om de treintjes te zien rijden. Nou, daar ben ik niet in teleurgesteld. Trains galore! om het in het Schots te zeggen.
Ze rijden af en aan over de banen in de grote zaal van Miniworld. Treinen van nu, oude al lang uit de dienst genomen rijtuigen, veel goederentreinen die horen bij een grote havenstad. En de enige Fyra die nog steeds in Nederland rijdt, vind je hier.
Mooie schaalmodellen verder van bekende Rotterdamse eyecatchers, zoals de Erasmusbrug, stadion Feyenoord (de Kuip), Ahoy, diergaarde Blijdorp, de gebouwen van de Maastunnel, Euromast, de haven, Euromast, het Noordereiland, de kubuswoningen, Hofplein.
En het in mijn ogen mooiste station van Nederland: Rotterdam Centraal.
RDM Wat ik mis? Als kleinzoon van de medebouwer bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) had ik graag een schaalmodel van de ss Rotterdam hier gezien. En al komt er geen trein, waar is vliegveld Zestienhoven? En het beeld van Erasmus? En wordt het ook geen tijd voor de Markthal?
Wil hiermee absoluut niet de indruk wekken dat ik teleurgesteld ben in wat hier allemaal te zien is. Miniatuur Rotterdam is groots!
Miniworld heeft de zaken perfect voor elkaar. Wie thuis een modelspoorbaan heeft gehad, zal niet snappen dat de treinenloop hier zo goed geregeld is. Er is een heus gecomputeriseerd bedieningscentrum. Van daaruit worden ook ‘dag en nacht’ geregeld.
De modelspoorbanen in al die verschillende afbeeldingen zijn leuk bij daglicht, maar het is ook mooi om delen van Rotterdam bij avond (inclusief avondrood) en nacht te zien. En goed aangegeven, zodat niemand in paniek hoeft te raken als het licht wordt getemperd.
Tijdslot Net als dierentuinen, musea en dergelijke werkt ook Miniworld met een tijdslot systeem. Hier heb je maximaal twee uur de tijd om rond te lopen. Twee uur? Ik heb halverwege het gevoel dat ik nog maar net binnen ben. De tijd vliegt…
De website vermeldt dat er niet zo nauw wordt gekeken hoe lang je binnen bent als het meevalt met de drukte. Vandaag heb ik in elk geval geen moment het gevoel gehad opgejaagd te worden. Waarschijnlijk wordt pas ‘opgetreden’ als bij de entree een lange rij wachtenden staat.
Dan nog, zal het allemaal prima verlopen, want de medewerkers die ik zie vandaag, zijn juist zeer voorkomend. Zelfs bij het verlaten van Miniworld klinkt het: Nog een prettige dag. Tot ziens! Kijk, dan voel je je zelfs bij vertrek nog zeer welkom.
Bekijk hieronder een filmpje van vandaag. Scroll er lekker doorheen, want de totale lengte is bijna een kwartier. Geeft wel aan hoe ik mij hier heb vermaakt.
Om goed vakantiegevoel te krijgen een lang weekeinde naar Friesland geweest. Geen Scotland dit jaar (door de coronainreisregels en de hoge besmettingsgraad daar heb ik mezelf geen groen licht gegeven), maar wel paar weken vrij.
Om te voorkomen dat ik zeker de eerste dagen steeds achter de pc zou kruipen, bewust gekozen voor een lang weekeinde weg. Pas lang na hotelboeking bedacht dat ik er nog een week bij zou nemen. Ervoor dus. Die dagen benut met andere uitstapjes. Nu dus Friesland met bezoek aan Joure, Stavoren, Makkum en standplaats Workum.
De weersvooruitzichten waren niet best, maar uiteindelijk is het met de regen best meegevallen. Zeker de zaterdag met buitenactiviteiten was prima.
Zoals in Stavoren. Had hier deze dag met vrienden moeten zijn om ‘ons’ Ljouwerter skûtsje aan te moedigen in de SKS race op het IJsselmeer. Maar ja, skûtsjesilen afgelast vanwege corona.
Toch maar even traditiegetrouw over de dijk gelopen. Altijd leuk om te doen, zeker als het flink waait. Het stadje is relatief rustig. Wel veel bootjes in de oude haven, maar het is niet de drukte die je hier met het skûtsjesilen hebt. Natuurlijk even langs het beeld van het Vrouwtje van Stavoren gelopen.
Kitesurfen
In de middag in standplaats Workum naar het strand geweest. Al eerder overnacht in deze Friese stad, maar nooit verder geweest dan de route hotel < – > centrum (terras, restaurant). Bonus, want op het strand van het IJsselmeer is het een drukte van belang. Kitesurfers die zich opmaken om het beste van de wind te hebben op het water. Kleurrijk schouwspel.
De surfers gaan met flinke snelheden over het water. Mij zul je zoiets niet zien doen (‘ik heb last van mijn knie, maar weet nog niet welke’), maar fantastisch om gade te slaan. Zelf kijken? Er is een streaming webcam, gericht op het strand. Wie weet zie je ze gaan…
Deze zaterdag was overigens de tweede dag van het verblijf in Friesland. Vrijdag bezoek aan Joure. Doel: Museum Joure. Eigenlijk is het een verzameling musea, waaronder dat van Douwe Egberts. Leuk om even in de geschiedenis van mijn werkkoffie te duiken.
Klokken
In andere gebouwen bevindt zich onder andere het museum dat gewijd is aan de Friese klokkenmakerijen. Stoeltjesklokken, staartklokken en noem maar op.
De een geeft alleen de tijd aan, een andere heeft ook bewegende taferelen, soms Bijbels van aard. Zoals Abraham die zijn zoon zal offeren (foto links) en het Salomonsoordeel.
De klokken geven verschillende tijden aan, zodat ze niet allemaal tegelijk het hele uur aan geven…
Minstens zo leuk is de drukkerij, met drukpersen uit lang vervlogen tijden. De geur van de inkt doet me terugdenken aan de eerste jaren bij Rijn en Gouwe, eind jaren zeventig/begin jaren tachtig. Na de avonddienst moest er soms nog een foto naar de drukkerij in Den Haag worden gebracht, of later in Rotterdam. Als je door die gebouwen liep, rook je de inkt van de drukpersen waarop de kranten werden gedrukt.
Het bijwonen van de kerkdienst in de Grote of Sint-Gertrudiskerk op zondag leek een domper te worden. De ouderling van dienst deed de mededelingen aan het begin van de kerkdienst in het Fries. Ik vreesde dat de gehele dienst in die taal zou worden gehouden. En op een enkel woordje na, spreek en versta ik die taal niet… Gelukkig was de dienst in het Nederlands, op één lied na.
Makkum
De rest van de zondag gebruik om de regio te doorkruisen. Makkum, Oudega, Ferwoude, Gaast, Gaastmeer, Idsegahuizum en nog wat dorpen waarvan ik het bestaan niet kende.
Zowel zaterdag als zondag afgesloten met heerlijke etensmalen in restaurant De Gulden Leeuw.
De Gulden Leeuw
Eerst borrelen op het terras (uiteraard Berenburg van de Weduwe Joustra), daarna aan een tafel bij het raam. Prima eten, lekkere wijn (een Spaanse grenache, aanrader) goede, attente bediening. Helemaal niets op aan te merken.
Als ik het dan toch over eten heb: overnachtingsplek Gast Inn biedt behalve goede kamers, ook een heerlijk ontbijtbuffet. Voor iemand die de lunch altijd overslaat (uitzonderingen daargelaten), is een goed ontbijt essentieel. Geen bacon and eggs, maar genoeg keus om met een volle maag op pad te gaan.
De laatste dag van dit lange weekeinde koers gezet naar Lelystad, voor een hernieuwde kennismaking met Aviodrome, het luchtvaartmuseum naast vliegveld Lelystad. Wel heel druk vandaag. Toch genoeg ruimte om te genieten van oude vliegtuigen en bijvoorbeeld de kopie van het oude luchthavengebouw van Schiphol.
Friesland en de Noordoostpolder zijn geen Scotland, maar hebben me toch voldoende vakantiegevoel gegeven.
Een knipoog naar de Griekse en Romeinse oudheid. Geen kopie proberen te maken van beelden uit het verleden, maar er een moderne twist aan geven. Ik was vandaag bijzonder onder de indruk van beelden van Igor Mitoraj in museum Beelden aan Zee in Scheveningen.
Ben hier vorig jaar bij toeval verzeild geraakt na het lezen van een artikel over dit bijzondere museum. In 1994 gesticht door het verzamelaarsechtpaar Theo Scholten en Lida Scholten-Miltenburg. Beelden aan Zee richt zich als enige museum in Nederland exclusief op moderne en hedendaagse, (inter)nationale beeldhouwkunst.
Naast de omvangrijke vaste collectie, zijn er wisselende tentoonstelling. Vandaag heb ik er drie bezocht: in de twee ruimten binnen en de plateaus op duinniveau.
De kunstenaar (geboren in het Saksische Oederan) bracht zijn werkzame leven grotendeels in Italië door waar hij lange tijd woonde in Pietrasanta, het bekende Toscaanse beeldhouwersdorp bij de eveneens marmergroeven van Carrara.
Klassieke oudheid Geïnspireerd door de schoonheid van de klassieke oudheid maar met een eigentijds inzicht in de menselijke conditie creëerde Mitoraj vele monumentale sculpturen in brons en marmer. Regelmatige bezoekers aan de Scheveningse boulevard kennen zonder het te weten mogelijk een van zijn werken: het grote masker bovenop het duin bij het museum. Binnen zijn meer werken in dezelfde sfeer te aanschouwen. Maar ook werken in marmer. Heel boeiend allemaal om naar te kijken. Hoe boeiend? Nou, zo op het oog is de zaal niet zo groot, maar als je alle beelden – het zijn er bijna 50 – tot je wilt nemen, ben je zo een uur verder. Genieten met een hoofdletter G. Ben zelden zo onder de indruk geweest van beeldbouwkunst.
Ik vertelde hierboven al dat de een aantal beelden groot is. Daar kwamen de samenstellers van de tentoonstelling zelf al achter bij de inrichting. Vanwege corona kon men niet naar het Mitoraj Atelier in Pietrasanta en moest met het doen met foto’s en omschrijvingen. Op basis daarvan werd een maquette gemaakt voor de inrichting. Die bleek dus in de praktijk niet te kloppen. In allerijl moest de bedachte inrichting worden aangepast.
Terracotta
En als je de schoonheid van al die kunstwerken tot je hebt laten inwerken, beland je in de volgende tentoonstelling in Beelden aan Zee. Of eigenlijk twee. De werken van Pietro Cascella (1921 – 1988) en Cordelia von den Steinen (1941 – ). De laatste is nog steeds actief als kunstenares en is zelf betrokken geweest bij de opbouw van deze expositie. Vooral van haar werken die zijn uitgevoerd in terracotta ben ik bijzonder onder de indruk.
Zoals het tableau (weet niet of het de juiste benaming is, maar ik noem het maar zo) Onderweg. Je ziet reizigers, de een met een staf, de ander met een rugzak, volgende figuren gearmd… De kunstenares laat zelf in het midden of de reizigers onderweg zijn naar een (metro)station, of juist aankomen en waarheen ze gaan. En de tafel Het Laatste Avondmaal. Abstract, maar ze legt – in een begeleidende film – uit dat het bord dat leeggegeten is van Jezus is, de omgevallen beker met wijn van Judas en verderop ligt de sleutels van Petrus. Heb haar werken twee keer bekeken vandaag. Eerst zonder te weten hoe en waarom, de tweede keer na het filmpje, zodat je weet wat je ziet, of moet zien.
Bij de werken van haar overleden echtgenoot Cascella gaat het vooral om voorstudies van zijn vele opdrachten. Niet te zien, althans ik heb het niet ontdekt, is het ‘maquette’ van zijn bijzondere werk voor Auschwitz (1967). Met die opdracht werd zijn naam gevestigd. Waar Cordelia vooral met terracotta bezig is, werkte Pietro (zoals zijn voornaam al doet vermoeden met de Italiaanse natuursteen travertijn of travertin. En verder met gips en een enkele keer met marmer.
De derde tentoonstelling – ja, je krijgt waar voor je geld – is die met werken van de Nederlandse kunstenaar Paul Grégoire (1915 – 1988). Veel werk met golvende lijn: arabesk, de stijl waarmee hij beroemd is geworden. Figuratieve abstracte kunst. Is niet altijd aan mij besteed, maar hier klopt het. Werk van hem in het groot is onder andere te zien in Eindhoven. Het bevrijdingsmonument hier uit 1954 is van zijn hand.
Arabesk
Toch kan zijn werk hier op de tentoonstelling in Beelden aan Zee mij minder bekoren dan de twee andere exposities. Het zal wel komen door de veelheid dat geboden wordt. Ik zal dus nog een keer terug moeten – de tentoonstellingen zijn nog te bezoeken tot in volgorde van de hierboven geschreven indrukken 8 februari volgend jaar en 19 september en 3 oktober dit jaar. Maar terugkeren naar Beelden aan Zee is zeker geen straf. Wat een fantastisch museum.
Bekijk hieronder een filmpje vol foto’s van de beelden die ik vandaag heb gezien.
De Nachtwacht van Rembrandt is wellicht het beroemdste schuttersstuk. Maar ook Gouda kent zo’n schilderij. En het Frans Halsmuseum. Daar vandaag geweest, vanwege een tentoonstelling met verschillende schuttersstukken.
Het doek met de Goudse schutters (zeg maar: vroege voorloper van de gemeentepolitie of misschien beter: de boa’s) is een van de pronkstukken van Museum Gouda. Geschilderd door Ferdinand Bol, de meesterleerling van Rembrandt.
Het werk dat de Goudse krijgsraad voorstelt, hing vroeger in het gebouw van de schutterij, de St. Jorisdoelen aan de Lange Tiendeweg, op steenworp afstand van mijn huis. En alweer decennia lang in het stadsmuseum.
Nachtwacht Vaak gekeken naar het geschilderde tafereel. En enkele jaren geleden Rembrandts eigen geschilderde schuttersstuk, de Nachtwacht in het Rijksmuseum gezien. Nu de tentoonstelling dus met de schuttersstukken in het Frans Halsmuseum in Haarlem, locatie Hof.
Prachtig om, dit soort groepsportretten van de voorlopers van de boa’s in hun statige kledij bij elkaar te zien. De zaal is ruim genoeg om de bezoekers voldoende afstand tot elkaar te laten houden. Een audiotour geeft achtergronden en wijst op details in de doeken.
Laat de kindekens tot mij komen, Frans Halsmuseum
Denk wel dik een half uur gekeken te hebben naar de schilderijen. Rondjes lopen door de zaal, zittend op een van de banken en steeds weer een nieuw detail te ontdekken.
Ook de rest van de schilderijen in deze locatie van het Frans Halsmuseum (zoals Laat de kindekens tot mij komen, foto links) kunnen me bekoren in de paar uur dat ik hier ben.
Dat kan ik niet zeggen van het museumdeel (Hal) naast de St. Bavo in de binnenstad. Moderne kunst, kleine ruimte. Had het daar met een klein half uur wel bekeken.