Eindelijk weer een avond in het café

Eindelijk dan toch weer in het café vanavond. Nou ja, een virtuele dan, via Zoom. Uit de inzendingen onder de 115 bezoekers is de naam van het etablissement Avondslok geworden.

Het café komt naar me toe vanuit Maastricht. De drank en de hapjes zijn midden in de week vanuit de Limburgse hoofdstad al thuisgebracht via de postbode. 

Nee, ik heb niet te diep in het glaasje gekeken. Het is de voorstelling Kroegverhalen door Toneelgroep Maastricht

,,In deze vervreemdende tijd van isolement en social-distancing wordt het verlangen naar collectieve ervaringen met de dag groter’’, zegt het gezelschap. ,,De beste plek voor een collectieve ervaring is het theater of het café. Die twee worden in Kroegverhalen gecombineerd.

,,De avond is feitelijk geen voorstelling, eerder een ontmoeting. Het concept is zo simpel als een gewone avond in de kroeg: er zijn mooie verhalen, lekkere hapjes en drankjes, er is goede muziek en de gelegenheid met elkaar te praten. Toneelgroep Maastricht (TM) hoopt met Kroegverhalen een beetje ontroering, verstrooiing en verbondenheid te brengen aan allen die dat op dit moment moeten missen.’’

De voorstelling is gebaseerd op Kronkels van journalist, schrijver en dichter Simon Carmiggelt (1913 – 1987), die sinds oktober 1946 een column had in dagblad Het Parool. Ik ken ze vooral van de uitzendingen op televisie. Als Kronkel (zijn pseudoniem) verhaalde hij wat hij hoorde en meemaakte in een Amsterdams café, of elders in de stad. 

De uur durende voorstelling van Toneelgroep Maastricht, met Michel Sluysmans in de rol van de verteller. Hij noemt Carmiggelt op de website van TM ‘de meester van het korte verhaal over de eenvoudige mens’. ,,Beter dan Carmiggelt’s kroegverhalen krijg je het niet.’’

Sluysmans doet geen poging Carmiggelt te imiteren. Het verteltempo ligt hoger. De zeven kroegverhalen die hij vertelt, gezeten aan de toog van Avondslok (de naam is gekozen uit de inzendingen via de chatfunctie van Zoom), zijn wel op dezelfde manier opgebouwd. Ze worden afgewisseld met wat muziek van het gelegenheids countryduo Polly en Bruce (actrice Sanne Samina Hanssen en muzikant Woody Veneman). 

Toneelgroep Maastricht maakt er geen eenrichtingsverkeer van. Via Zoom kunnen de toeschouwers ook elkaar zien in de gallery. Wel zijn tijdens de voorstelling de microfoons van de bezoekers op mute gezet. Wel mogen ze open als Sluysmans een paar mensen naar eigen kroegbelevenissen vraagt, of tijdens het meezingen met tussenlied The wild rover.

En ook na afloop. Na de voorstelling blijft Zoom aan staan en wie wil kan met de andere bezoekers napraten. Net zoals in een echt theater. alles opgeteld ben ik zeer te spreken over de voorstelling.

OK, er gaat niets boven echt schouwburgbezoek, maar het is veel en veel beter dan zomaar iets op tv bekijken. De interactie, het genieten van de vanuit Maastricht aangeleverde borrelbox, maken deze Kroegverhalen tot een zo volwaardig als mogelijke theateravond in coronatijd. Complimenten dus voor Toneelgroep Maastricht.

Hieronder een YouTube-filmpje ‘Achter de schermen’ bij Kroegverhalen. En daaronder een tv-aflevering van Kronkels door Simon Carmiggelt.

De geschiedenis leeft in Heusden

Met broer F. vandaag een bezoek gebracht aan de vestingstad Heusden in Noord-Brabant.

Nog nooit geweest. Wist amper van het bestaan. De naam misschien wel eens gehoord, maar dat het een vestingstad is, wist ik al helemaal niet. Kwam op het idee door de NTR-serie De strijd om het Binnenhof. In de aflevering over Rutger Jan Schimmelpenninck komt Heusden in beeld. (Weet niet hoelang de uitzending is te zien op NPO Start) Met (lucht)opnamen van de vestingwerken en de historische binnenstad wordt verhaald hoe de stad in 1787 de burgemeester afzet, de kant kiest van de Patriotten, het begin van een revolutie.

Nou, voor even dan. De dwarsgezeten Prins van Oranje riep de hulp in van het Pruisische leger dat in Nederland waar de Patriottische opstand gaande was, flink heeft huisgehouden. In onder andere Heusden was sprake van heuse plunderingen.

De beelden van de stad deden mij de plaatsnaam noteren voor een dagbezoek. Vandaag dus. De auto geparkeerd op de Tramhaven en van daaruit met de klok mee de omwalling rondgelopen. Beetje modderig, want de smeltende sneeuw van vorige week heeft haar sporen nagelaten.

Niet alles is origineel. Een oude uit België afkomstige standerdmolen is pas in 1971 hier gebouwd, net als later (zie foto boven dit verhaal) twee identieke, nieuwe exemplaren. Gemalen wordt er niet, Op gezette tijden draaien ze ‘voor de prins’. En het vroegere ziekenhuis is nergens te bekennen. Alleen de naam Gasthuisstraat herinnert er nog aan. Hetzelfde geldt voor de Synagogestraat. Geen synagoge te bekennen.

Met plezier loop je over de steile, voetgangersbrug over de haventoegangen. Je raakt de kanonnen aan die op de verschillende bolwerken staan. En de opgemetselde contouren van een oude stadsmuur met stadspoort is ook het bekijken waard.

En geniet ook van de moderne kunst, zoals de Zandloper, op het Zuiderbolwerk en de Gevelkijker (foto rechts), in de Pelestraat, ter herinnering aan de decennia lange restauratie van gevels in de stad..

Heusden is klein, maar wil laten zien dat het groot is in gevoel voor zijn geschiedenis. Gevels zien er overweldigend uit. En waar een kleinere Catharijnekerk (niet te verwarren met die eerder genoemde op een andere plek in de stad) staat, valt in stenen in de grond de omvang van een vroegere kerk te zien.

Historisch niet verantwoord, maar toch wel leuk om te bezoeken en te fotograferen is de reconstructie uit 1987 van het uit de twaalfde eeuw stammende kasteel van Heusden (foto hieronder). Kennelijk een geliefde plek voor de Heusdenaren in combinatie met de speeltuin die er bij ligt.

De omwalling van Heusden is ook het aanzien waard. Je krijgt een goed beeld van stad en ommeland en de Bergsche Maas. Je kijkt de historie in. Door de relatief beperkte omvang van Heusden is niets ver weg.

Nadeel van het bezoek aan Heusden vandaag is dat vanwege de coronamaatregelen alle horeca dicht is. Een kopje koffie of een frisje op een terras in de historische binnenstad zit er dus niet in.
Reden dus om na het coronatijdperk Heusden nogmaals te bezoeken.

Hieronder een filmische impressie van het bezoek aan Heusden.

Sneeuwpret

Eindelijk dan echt winter in Gouda. Sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Of we de beloofde 20 cm hebben gehaald, weet ik niet. Maar feeëriek is het wel vanochtend in de binnenstad als geheel en mijn voortuin in het bijzonder.

Jammer dat vanochtend vroeg een veegauto van stadsreiniging Cyclus al als een dolle rondjes rond het stadhuis reed. Voor de eerste mensen die zich rond 07.00 uur met kinderen en sleetje naar de Markt spoeden is dat een domper.

Gelukkig is het vrijwel onophoudelijk blijven sneeuwen – niet van die dikke vlokken, maar stuifsneeuw – waardoor de Markt toch al snel weer helemaal wit kleurt.

De Markt is niet de enige plek waar het sneeuwvermaak – inclusief sneeuwballen gooien – is vanochtend. Het is ook volop sleetje rijden in het Houtmansplantsoen. Roetsjen vanaf de zeedijk (ter hoogte van de molen die in mijn filmpje – zie onder – zichtbaar is), kinderen en hun ouders lijken er geen genoeg van te krijgen.

En ik ben niet de enige die vanochtend al voor 07.00 uur buiten aan het fotograferen en filmen is. Op tal van vooral Anton Pieckachtige plekken is het druk met mensen met de camera in de aanslag.

En nog belangrijker: na veel sikkeneurigheid rond corona is het vandaag winterfeest in Gouda.
Iedereen naar buiten voor gratis sneeuwpret.

Fort Sint Pieter

Voor het weer had ik niet naar Maastricht gehoeven. Ondanks de – niet voorziene – bewolking was het stadsbezoek de moeite waard. De looproute weer wat verder uitgebreid. Nu een bezoek aan Fort Sint Pieter, een dik 300 jaar oud rijksmonument net buiten de binnenstad.

Had geen idee dat Maastricht een fort heeft – ik ga meestal op de bonnefooi naar de Limburgse hoofdstad en zie wel waar bij toeval ik terecht kom. Nu werd mijn aandacht er naar getrokken toen ik vanaf de stadsmuur in de verte boven op een heuvel iets van een fort meende te ontwaren.

Aangezien er toch geen gelegenheid was vandaag om een terras te bezoeken, maar de kant op te lopen van het fort, nog niet wetende of het een lange of korte wandeling zou worden. Dat laatste, zo bleek.

Vanwege corona is het fort zelf niet te bezoeken, dus vandaag er maar omheen gelopen. Ziet er imposant uit.
De buitenkant alleen al doet mij besluiten hier nog eens naar toe te gaan in de tijd dat beheerder Natuurmonumenten weer bezoekers toelaat om een kijkje binnen te nemen en wat meer over het verleden te horen dan op internet is te vinden. Ben vanaf eind maart twee weken vrij, dus wie weet…

De parkeerplaats is overvol, dat me doet vermoeden dat mensen voor meer dan alleen voor het fort komen. Dat klopt. Lopend op een hoge omwalling/muur zie ik wandelaars in het groene gebied in de nabijheid.

Op een kaart thuis ontdek ik dat het zelfs een zeer uitgestrekt gebied is. Dat moet ik een volgende keer ook maar eens ontdekken. Dan desnoods maar wat korter op het terras…

Hieronder een kort filmpje over het fort

Meer dan koek in Deventer

Zeer zonnige dag voorspeld, dus hup met de trein voor stadsbezoek. Dit keer aan Deventer. De stad van de Deventer koek, maar nog zoveel meer.

Ben er in januari 2017 al eens geweest. Destijds de bekendste gebouwen bekeken en met veerpont naar de overzijde van de IJssel om de Bolswerkmolen op de kiek te zetten. Dat nu weer gedaan (zie foto links hierboven) , alleen niet met de pont over, maar te voet via de Wilhelminabrug.

Vanaf deze kant van de rivier heb je – zeker op een zonnige dag als vandaag – schitterend uitzicht op Deventer, met de toren van de Lebuinuskerk als niet te missen kenmerk van de stad. Zie de foto hierboven.

Voor de terugtocht met de pont naar het centrum van Deventer even vertoefd in het Worpplantsoen en de uit 2012 daterende muziekkoepel (goede kopie van de 1955 gesloopte octogonale versie) van Nering-Bögel. De koepel zelf is niet bijzonder, maar aan de binnenzijde is tegen het plafond de geschiedenis van de ijzergieterij en machinefabriek van die naam.

Aan de stadzijde rondwandeling gemaakt in de driehoek tussen de IJssel en de Wilhelminabrug. En al wandelend was ik ineens bij de Muntentoren. Een oud stukje Deventer dat verstopt lijkt alsof de stad niet trots is op dit bouwwerk. Minstens zo onopvallend en verscholen is de oude waterpomp tegen een muur.

En even rondgekeken in de fraaie Bergwegkerk. Niet meer in gebruik als godshuis, maar ‘podium’ voor concerten en dergelijke. Bijzonder fraai om hier rond te lopen als het zonlicht door de ramen langs de pilaren schijnt.

Verder genoten van fraaie versieringen aan gebouwen, zoals de een verwijzing naar de ‘koperen ketel’, waarin in vroeger tijden valsemunters levend in de komende olie werden gekookt. De ketel zelf hangt nu in het museum de Waag, vanwege de kwetsbaarheid.


Een gevelsteen gewijd aan Sint Nicolaas, het snijraam Davo verdedigt zijn burcht en nog veel meer. Er moeten nog zoveel meer gevelstenen en snijramen te vinden zijn in Deventer, dat er alle aanleiding is nog eens terug te keren.

Bekijk hieronder een filmpje van het bezoek aan Deventer.

Privétentoonstelling museum

Eigen schuld, verkeerd voorbereid voor bezoek aan Mauritshuis Den Haag voor de tentoonstelling Alleen met Vermeer. Dacht dat je alleen (of in zeer klein gezelschap) enkel werken van Johannes Vermeer zou kunnen bewonderen in een zaal. Het blijkt om één doek te gaan, Gezicht op Delft.

(Verhaal gaat verder onder deze collage)

Toegegeven. Het is een prachtig werk van de schilder (1632 – 1675). Het is een van de 36 schilderijen die van hem bekend zijn en waarvan er 3 in het Mauritshuis hangen. Naast het Gezicht op Delft ook Diana en haar Nimfen en natuurlijk het Meisje met de parel.

Het is mooi om in je uppie alles van het werk in je op te nemen. Maar een ruimte met maar één doek en verder niets is wel erg miniem. Had er dan nog wat borden gehangen met uitleg over de schilder, zijn techniek of zo. Ik miste – als niet-Delftenaar – ook een bord/silhouet met duiding van de gebouwen die op het doek te zien zijn.

Ik was zo verbaasd over de aanwezigheid van slechts één schilderij in de zaal, dat ik achter de wand wilde kijken of er nog meer werken hingen. Hup, daar ging het alarm af…

Na een kleine tien minuten had ik het hier wel gezien. Nogmaals het kwam door slecht voorbereiding. Het museum zegt op de website dat alleen het schilderij Gezicht op Delft is te zien in deze tentoonstelling.

Tijdslot
Wat het Mauritshuis wel beter kan doen is het omgaan met het tijdslot. Ik had ticket voor 11.00 uur. Zat om 10.45 uur op bank te wachten en kon op scherm zien dat de zaal helemaal leeg was. Dan had de suppoost wel iets soepeler kunnen omgaan met het aanvangstijdstip. Bij verlaten zaal stond er ook niemand te wachten, dus dit toelatingsbeleid kan nog wel even opnieuw worden bekeken.

Het is – waarschijnlijk vanwege de coronabeperkingen – sowieso stil in het museum deze ochtend. Er lopen volgens mij meer suppoosten rond dan bezoekers. Eigenlijk geldt ‘Alleen met Vermeer’ zo eigenlijk ook voor tal van andere meesters

Los van bovenstaande blijft het Mauritshuis een bezoek meer dan waard. Fraaie werken van Rembrandt, Jacob van Ruisdael, Peter Paul Rubens, Frans Hals, Jan Steen. Ik heb er weer van genoten.

Hieronder nog drie werken die in het Mauritshuis hangen: Lofzang van Simeon, Zoals de ouden zongen piepen de jongen en de Zondeval.

Feestje met mezelf

Feestje met mezelf vandaag. Precies 45 jar geleden, op 1 oktober 1975, stapte ik via de deur die op bovenstaande foto staat, de journalistiek binnen.

Werd aangesteld als redacteur bij het vaktijdschrift voor de supermarkt en de groothandel in voedings- en genotmiddelen, Distrifood. Of eigenlijk ook bij Foodpress, dat voor diezelfde groothandels was/is voor en de voedings- en genotmiddelenindustrie. Met tal van andere vaktijdschriften behoorden beide bladen tot uitgeverij Diligentia, onderdeel van VNU Business Publications.

Een heel ander tijd was het. Internet bestond nog niet. Nieuws kwam binnen per post, telex en ouderwetse telefoon met draaischrijf (de grijze T65 voor de kenners). Vreemd voor mij ook om als 18-jarige vanuit Gouda elke ochtend met de trein van 07.10 uur naar de grote stad Amsterdam te reizen. En ’s middags om 17.00 uur terug naar huis.

Schoolkrant

Hoe daar terechtgekomen? Ach, ik werkte al vanaf mijn twaalfde in de vakanties en later ook op de zaterdag in de supermarkt, A&O aan de Dunantsingel in Gouda. Kreeg daar elke week Distrifood mee. En daar stond de vacature voor leerling-journalist in. Ze zochten iemand met ervaring in het levensmiddelenvak. Nou, dat had ik wel. De baan sprak mij aan, want al stond het in geen verhouding tot het latere werk, ik hield van het schoolvak Nederlands en was al paar jaar (hoofd)redacteur van de schoolkrant.

Op eenhoog, maar geen raamplek voor de krullenjongen natuurlijk.

De leerschool in Amsterdam was hard, maar mijn ziel- en zaligheid lag zo in het beroep, dat ik het na drie jaar niet meer kon aanzien dat een mooi verhaal dat ik had pas na een week bij de lezer van Distrifood of Foodpress terecht kwam.

Daaraan werd tegemoet gekomen toen ik in oktober 1978 de overstap maakte naar het dagblad, Rijn en Gouwe. De eerste willen zijn met het nieuws werd ondersteund door het hebben van een concurrent, Goudsche Courant. Rijn en Gouwe groeide en groeide. En al die jaren veel leuke collega’s gehad.

Sinds 2005 zijn beide kranten opgegaan in AD Groene Hart. Daar werk ik nog steeds met veel plezier.
De laatste jaren is het vak nog aantrekkelijker geworden door de opkomst van website en app. Nieuws dat zich nu afspeelt, kan over een paar minuten met foto en al online staan. Ik hoop het tot mijn pensioen (over dik drie jaar) te mogen blijven doen.
Dan dus 48 jaar in het vak. Net geen rond getal om afscheid te nemen. Tenzij ik die paar jaar schoolkrant er bij optel.

Paraplu

Terug naar vandaag. Het moest een feestje zijn, beetje rondkuieren door de Tesselschadestraat en omgeving, niet ver van het Leidseplein. Net als toen met de stoptrein van Gouda naar Amsterdam en de tram van Amsterdam CS via de Nieuwezijds Voorburgwal en de Leidsestraat naar het Leidseplein.

De regen verziekt dat een beetje. Ik dool wat rond onder mijn paraplus en maak foto’s van de gebouwen waar Diligentia gevestigd was.
Uitgevonden welk bedrijf in het deel van het geschakelde pand zit en erheen gebeld. Dame aan telefoon hoort mijn verhaal aan, zou het leuk vinden om mijn oude werkkamer te tonen, maar ja, door corona werkt iedereen thuis, dus… Post-corona ben ik van harte welkom, maar ja, het ging mij op deze 1 oktober.

Dus terug naar huis om met mooi glas whisky mijn eigen feestje voort te zetten.

Een Goudse schilderij in Dordrecht

Tijdens vorig bezoek aan Dordrecht kwam het er nu vandaag. Vandaag wel naar het Dordrechts Museum.

Veel schilderijen van bekende meesters. Speciaal genoten van de tentoonstelling met werken van Willem Bastiaan Tholen. Vooral mooie landschappen, stads- en dorpsgezichten en watergezichten met boten op de rivier en de Zuiderzee.

Ik ontdek halverwege een schilderij (zie bovenaan dit verhaal) dat ik meen te herkennen van Museum Gouda. Het klopt. Het doek met de lezende zusjes Elisabeth en Dora Arntzenius uit 1895 maakt deel uit van de Arntzeniuscollectie in Gouda. Paul Arntzenius was verzamelaar van de Haagse School en de School van Barbizon. In 1964 schonk hij zijn gehele collectie aan Museum Gouda.

De lezende zusjes (met Dora links) is voor de overzichtstentoonstelling van Tholen door het Goudse museum uitgeleend aan het Dordrechts Museum.

Daarna nog even teruggekeerd naar het museum van mijn vorige bezoek aan Dordt, Hof van Nederland. Speciaal voor de film die daar continu getoond wordt over de Eerste Vrije Statenvergadering van Holland in 1572.

Grappig dat de setting eerst in het heden is (met het NOS Journaal over oproer in Dordrecht. Pas gaandeweg verplaatst de film zich naar 1572. Na afloop gaat het filmdoek omhoog en zie je de tafels met borden, glazen uit de film. Je kunt er op weg naar de uitgang van de zaak omheen lopen. Je stapt als het ware eventjes 1572 in…

Weer dagje ondergedompeld in onze historie

Het Openluchtmuseum in Arnhem verveelt me nooit. Sinds mijn jeugd tot het voorjaar van 2018 niet geweest. Daarna, met de Museumjaarkaart op zak, wel vijf keer. Steeds weer iets nieuws te ontdekken, al gaat het soms maar om een detail in een gebouw waar ik vaker in ben geweest.

Wel een museum dat je beetje moet plannen qua weer. Niet leuk om hele dag in de (stromende) regen door te brengen. Maar vandaag bof ik. OK,  niet zomers warm, maar droog, dus goed genoeg om een paar uur door het park te slenteren.

Ik geef toe, zonder de Museumjaarkaart zou ik er niet weer heengegaan zijn en zonder mijn Voordeelurenkaart van de NS misschien ook niet. De museumkaart kost me 60 euro per jaar. Heb er alleen al in 2020 21 keer gebruik van gemaakt. De aanschaf heb ik er dus al lang en breed uit.

Nou, geniet van de foto’s (ook in YouTube fomat) en het filmpje hieronder.

Filmpje

Foto’s