Limburg heeft me weer verrast

Vandaag naar Steyl geweest. Steyl? Ja, ik had er tot voor een paar dagen ook nooit van gehoord. Kloosterdorp in de gemeente Venlo, met een schitterend Missiemuseum. Vooral het cabinet met vlinders is indrukwekkend.

Een van de voordelen van gepensioneerd zijn is dat je tijd hebt om naar plekken in Nederland te reizen waar je nog nooit van hebt gehoord, laat staan bent geweest. Zoals Steyl dus, een dorpje in het noordelijk deel van Limburg, pal aan de Maas.

Bij toeval kwam ik deze week een verhaal over het Missiemuseum in dit dorpje tegen. Het omvat een verzameling opgezette dieren, aardewerk, religieuze voorwerpen uit Afrika, Azië en verder.

Allemaal verzameld door paters in den vreemde, die op hun spullen opstuurden of meenamen naar Nederland. Naar Steyl, waar de Duitse priester Arnold Janssen in 1875 een congregatie had opgezet. In 1879 gaan de eerste missionarissen naar China. Vanuit dat land komen de eerste voorwerpen naar Steyl. Missionarissen worden naar meerdere landen gezonden en de verzameling voorwerpen groeit en dit wordt de basis van het huidige museum. Doel was de toekomstige missionarissen en de bezoekers van het museum meer informatie geven over verre landen en culturen.

Vlinders
Wanneer broeder Berchmans, een groot natuurliefhebber, vanuit Brazilië terugkeert, krijgt hij het beheer over het museum. In Brazilië is hij gefascineerd geraakt door vlinders en insecten. Hij ontwikkelt zich tot een vlinderkenner van naam en faam. Tot driemaal toe valt hem de eer te beurt dat nieuw ontdekte vlindersoorten naar hem zijn vernoemd. Van één soort (de Ornithoptera Lydius Bergmansi) is nog steeds een exemplaar te zien in de insectenkamer van het museum.

Voor het museum verzamelt hij daarnaast vele diersoorten uit de hele wereld. Zendingen, die maanden onderweg zijn geweest over zee en die de meest uiteenlopende zaken bevatten, zoals maskers, voorouderbeelden, kleding, wapens, wandkleden, serviesgoed, geprepareerde dieren, worden gerubriceerd en tentoongesteld door Conservator broeder Berchmans.

De verzameling groeit en groeit. De ‘museumkamer’ in het missiehuis wordt te klein en er komt een echt museum dat in 1931 wordt geopend. Ter ere van Berchmans komt zijn verzameling vlinders in een aparte kamer of kabinet. Hier al die vlinders bij elkaar te zien is een lust voor het oog. Het zijn vooral de grote exemplaren die de moeite waad zijn om te bekijken. Zulke grote kennen we in Nederland niet.

Vitrines
Ook de verzameling opgezette dieren (vogels, antilopen en noem maar op) is indrukwekkend. Er is zoveel dat de vitrines tot aan het plafond reiken. En dan al die voorwerpen uit zowat alle delen van de wereld. Een lust voor het oog.

Er is zoveel te zien, dat ik al snel besluit nog eens terug te keren naar Steyl. Liefst weer op een zonnige dag, zodat ik ook weer kan genieten van het fraaie dorpje aan de oever van de Maas.

Het museum is relatief klein, dus een hele dag breng je hier niet door. Daarom per bus terug naar Venlo en daar, tegenover het NS-station, het Limburgs museum bezocht. Ook nog nooit geweest.

Mooie, uitgebreide tentoonstelling van de oudste geschiedenis van Limburg die 250.000 jaar terug gaat. Een boeiend en rijk overzicht (inclusief de opkomst en teloorgang van de kolenmijnen) krijg je in de Historoscoop. Foto’s en filmpjes die aaneensluitend het verhaal vertellen. Zittend op een draaistoel kun je alle kanten opkijken en ook luisteren naar de interessante geschiedenis, verteld door Huub Stapel. Een vertoning van 25 minuten die geen seconde verveelt.

Bruggenbouw
Verder een overzicht van voorwerpen, verbeeldingen van hoe dorpjes er uitgezien moeten hebben eeuwen geleden. Van Neanderthalers tot stedelingen. De Romeinse tijd krijgt uitgebreid aandacht, met onder aandacht voor bijvoorbeeld de bruggenbouw die ze hierheen brachten, maar ook de Bronstijd. En volop archeologische vondsten, waaronder een kelder in Venlo. Zie foto hieronder.

Limburg, of in elk geval dit museum, wil graag vertellen dat het Limburg is waar de geschiedenis van Nederland is begonnen. Hier vestigden zich de eerste mensen, zoals boeren. Hier kwamen de Romeinen het land binnen, leefde de eerste christenen en ontstonden de eerste steden, klinkt het lovend.

En in een aparte ruimte aandacht voor Feesten. Niet alleen carnaval, maar ook de schuttersfeesten en de christelijke feesten, zoals de doop.

Ook hier moet ik naar terug. Al is het alleen maar voor de tentoonstelling die in oktober begint, Bourgondiërs in Limburg. Limburg heeft me weer verrast.

Ljouwert Boppe 2025

Net als eerdere jaren met enkele vrienden afgelopen weekeinde het sk6utsjesilen in Friesland bijgewoond. Slechts één wedstrijd, want die van zaterdag op het IJsselmeer is niet doorgegaan.

Tja, het blijven platbodems die zeker bij het ronden van de boeien in het wedstrijdveld op een kluitje en met flinke snelheid gaan. Bijkomend probleem op IJsselmeer dit keer is dat de wind van vrijdag op zaterdag is gaan draaien, wat tot een vervelende golfslag leidde. Veiligheid voor alles, dus is bij de bespreking op zaterdagochtend besloten dat de wedstrijd niet doorgaat.

We hoorden dat toen we bij deel bemanning en de partners waren aan boord van het volgschip Vrouwe Nieske. Daar gaan we altijd op de koffie en leveren daar stroopwafels en snippers af als krachtvoer voor de komende wedstrijden. Elk jaar weer. Sommige tradities moet je in ere houden toch?

Jopie Huisman
Na het bezoek alternatief programma bedacht, met onder andere een bezoek aan het Jopie Huisman museum in Workum, onze standplaats dit weekeinde.

Jammer, maar begrijpelijk. Maandag op het Heegermeer loerde afstel ook om de hoek, vanwege slechter weer met kans op flinke windstoten in de tweede helft van de middag. Dat kon worden opgelost door de wedstrijd een uur eerder te laten beginnen. Die wedstrijd hebben we wel kunnen zien.

Het zijn niet de enige twee reizen waarvoor naar Friesland is afgereisd. De eerste wedstrijd op de Wijde Ee hebben we gadegeslagen vanaf de rondvaartboot Marprinces van Rondvaardij Princenhof.
En afgelopen woensdag ben ik in mijn uppie vanuit Gouda nog naar Terherne gegaan. De wedstrijd daar op het Sneekermeer liet zien hoe gevaarlijks het skûtsjesilen toch kan zijn. Flinke aanvaring tussen drie schepen, met enkele gewonden tot gevolg. Een schipper moest zelfs enkele nachten in het ziekenhuis doorbrengen.

Scheepsbouw
Waarom ik naar het skûtsjesilen ga? Ik kom toch niet uit een scheepvaartfamilie? OK, mijn grootvader en vader hebben in de scheepsbouw gewerkt, maar dat is toch anders.

Wel, ooit via via gevraagd lid te worden van de donateursclub van het Ljouwerter (Leeuwarden) skûtsje. Was ontzetten leuk om zelf ook eens mee te zeilen op zo’n skûtsje, al was dat niet tijdens een wedstrijd. Gelukkig maar voor de bemanning van Ljouwert.

Wat het me heeft gebracht is enige kennis over de geschiedenis van het skûtsje, het skûtsjesilen, de terminologie en heerlijke dagen in het prachtige Friesland. Een welkom uitje in de zomerperiode.

Op zondag zijn er nooit wedstrijden, dus dan gaan we gevijven naar een ander programma. Dit keer Joure, met bezoek aan Museum Joure, met daarin onder andere aandacht aan de geschiedenis van Douwe Egberts. Informatie over koffie, thee en tabak. De groei van het bedrijf, de geschenken waarvoor je kon sparen, enzovoorts. Ook interessant waren de andere gebouwen met Friese staartklokken en een drukkerij. Al met al zeer gezellig en leerzaam.

Workum
Overnachten doen we de laatste jaren in het historische Workum. Prima hotel daar. Goede slaapkamers en een uitmuntend ontbijt. En dat op steenworp afstand van de sluis. Gezellig centrum ook, met prima restaurant voor ons zaterdagse diner.

De rest van de wedstrijden skûtsjesilen bekijk ik op tv en online (Omroep Fryslân). Alleen vandaag (maandag) niet, want vanwege de verwachte wind, is de wedstrijd van Elahuizen ook afgelast.

Het klassement tot en met maandag staat hieronder. Ljouwert zesde dus. Skûtsjesilen 2025 gaat door tot en met vrijdag. Dan is de laatste wedstrijd op het Sneekermeer bij Sneek. En daaronder filmpje van de wedstrijd op het Sneekermeer bij Terherne. En daaronder filmpje met fotocollage Workum en een met Stavoren.

Terug naar de Buiten Hebriden

Een hernieuwde kennismaking met de Buiten Hebriden in Scotland. Ben decennialang niet meer op Harris en Lewis geweest. Tijd dus om die twee gekoppelde eilanden weer eens te bezoeken. Met natuurlijk de staande stenen van Callanish.

De eerste stop is zoals gebruikelijk Edinburgh. O nee, eerst nog wat boodschappen afleveren in Earlston, iets zuidelijker. Maar dan toch de hoofdstad van Scotland. Bij vrienden logeren. Met ze eten en drinken in volgens mij een van de mooiste pubs van de stad The Standing Order, in een voormalige bankgebouw.

Bezoek voelt als vertrouwd. Weet de benodigde buslijnen al uit mijn hoofd, dagkaart zit in de busApp en hoeft niet te zoeken naar de twee musea die op mijn lijstje staan.

Daarna is het tijd de grote stad te verlaten. Via de snelweg gaat het langs Glasgow naar Troon voor de oversteek naar Arran. Vorig jaar voor het eerst geweest en wil daar per se weer naar toe.

Een van de doelen is Coire Fhionn Lochan (Gaelic voor ‘het meer met het witte strand’). Buienradar geeft aan dat het aan einde ochtend/begin van de middag nog een klein beetje gaat regen. Nou, het was de naam hun niet waard, dus al snel richting Thundergay (ongeveer 10 km vanaf de camping) voor wandeling van een kleine anderhalf uur naar het meer.

Petje
Volop zon, de temperatuur loopt op en de verleiding is groot de voorraad drinkwater snel op te maken. Bijkomende pech: al snel ontdek ik dat ik mijn petje ben verloren. Denk el te weten waar. Dus aan een vrouw die al aan de afdaling is begonnen vraag ik om te kijken of ze petje tegenkomt en zo ja om die bij mijn auto te leggen. Bij terugkomst bij mijn auto aan einde middag ligt petje daar. Hulde voor die vrouw.

Na het nodige klimwerk, bereik ik na bijna anderhalf uur Coire Fhionn Lochan. En net als vorig jaar ben ik overweldigd door het uitzicht. OK, je bent na de klimwandeling blij dat je het doel al hebt bereikt, maar toch… Wat een schoonheid. Geen TikTok rijen. Er zijn bijna geen mensen hier. Eerst uurtje, zittend op een ‘duinpunt’, genoten van het uitzicht. Kan dit iedereen aanraden. De overtreffende trap van mooi uitzicht en volkomen rust.

Rond 17.00 uur terug op de camping. Wat Irn-Bru drinken, douchen en daarna een ‘wee dram’ (of twee, of drie). Voordeel van de camping in Lochranza op Arran: mensen komen hier voor de wandelingen in de heuvels, of een overnachting tijdens hun fietstocht door Scotland. Het is dus geen feestcamping met muziek tot diep in de nacht. Eten, wat drinken en krachten opdoen voor de volgende dag.

Morgen naar de Standing Stones, iets ten zuiden van het meer met het witte strand. Een tocht van drie keer niks, dus misschien kan ik in de ochtend begin maken met een van de drie Rebus boeken die ik bij me heb. Rebus, hoor ik u zeggen? Ja, het is Baantjer (wel veel beter geschreven), maar dan Edinburgh/Fife als belangrijkste locatie i.p.v. Amsterdam.

Schrift
Machrie Moor voor de staande stenen dus. Niemand weet hoe lang ze staan, wel dat het ergens tussen de 4.000 en 5.000 jaar moet zijn. Niemand heeft ook ooit het bewijs gevonden naar het doel. Aannames zijn er genoeg. Iets met godsdienst, de stand van de zon en de maan en noem maar op. De bewoners van ruim 4.000 jaar geleden hadden geen schrift, dus van enige overlevering is geen sprake.

Heb al meer stone circles bezocht (op Lewis, op Orkney), maar deze valt op door de wijdte. Behalve de drie die je vaak op foto’s ziet van Machrie Moor (vernoemd naar de Machrie Glen), zijn maar een deel van het geheel. In totaal zijn er zes cirkels, alleen niet allemaal als zodanig herkenbaar. En dan is er, als eerste vanaf de parkeerplaats een heuvel die een graftombe herbergt. Een grote, wijde cirkel met, voor zover bekend, maar één grafkist.

Al met al het bezoek meer dan waard. Al kom je wel wat gekkies tegen. Mensen die in een soort stille aanbidding hier gaan zitten, lang een standing stone aanraken, kennelijk in de verwachting dat er dan positieve (?) krachten in het lichaam doorkomen. Ik kijk het meewarig aan. Het zal wel komen door mijn Calvinistische roots…

Koffie
De dag erna, of eigenlijk de nacht al, begon met regen. En wind, dus oordoppen in om te kunnen slapen. In de ochtend tussen de buien door eerst koffie (de dag kan niet zonder beginnen!), ontbijt, douchen en de afwas. Daarna tijd om naar de kerk te gaan, St. Bride’s hier in Lochranza.

Ben er vorig jaar ook geweest. Kleine kerk, iets meer dan driehonderd jaar oud. Had gehoopt de nieuwe predikant, Rev. Dr Knowledge Zinduru, te horen preken. Helaas voor mij gaat hij deze zondag voor in een van de anderen kerkgebouwen op het eiland.

Na het doen van een paar boodschappen in Brodrick, de middag op de camping doorgebracht. Het plenst weer en om nou een autorit te maken in de regen, vind ik niet een aantrekkelijk idee. Kort na 14.00 uur wordt het droog en komt de zon zo waarlijk tevoorschijn.

Rest van de middag genieten van die zon. Buiten wel met windjack aan. En wat later op radio BBC4 luisteren naar een hoorspel. Wil dat thuis ook regelmatig doen, maar in de praktijk komt daar bar weinig van terecht. Nu dus wel. Borreltje erbij. Daarna eten koken. Nou ja, koken… ik heb ik Brodrick een ‘ping’ maaltijd gekocht. Deze camping heeft een magnetron, dus die kans moet ik niet voorbij laten gaan.

Mull
Volgende koers gezet naar ander eiland: Mull. De meest voor de hand liggende route is na de veerboot naar Kintyre te hebben genomen, in Oban de volgende veerboot naar Craignure op Mull te pakken. Helaas, zag ik het afgelopen weekeinde al dat er maandag geen plek is voor mijn auto op alle afvaarten, de aller vroegste daargelaten. Kleine veerboot ontdekte ik later, dus beperktere capaciteit. Dus bij passeren Oban doorgereden naar Corran. Met kleine regionale veerboot naar Morvern en weer afzakken per auto naar Lochaline, om vandaar een ander veerbootje te pakken naar Mull.

Het omrijden is geen straf. Vooral de rit over Morvern is altijd weer schitterend. Uiteindelijk tegen de klok van vier (lokale tijd) aangekomen op mijn camping. Ik kom hier al jaren en gelukkig is mijn favo kampeerplek vlak langs de baai weer beschikbaar. Veel wind, dat wel, maar dat maakt het alleen maar leuk.

Eerste rit hier gaat naar Iona. Uurtje rijden. Het lijkt daardoor een flinke afstand, maar harder dan zo’n 70 tot 80 km per uur kun je niet op de vaak bochtige en enkelbaanswegen waar je ook nog eens vaak moet stoppen voor tegenliggers. Niet goed voor het gemiddelde benzineverbruik…

Iona
Veerboot Fionnphort naar Iona (vaartijd vijf minuten) is vol Amerikaanse toeristen die nu al het hoogste woord hebben met elkaar. Eenmaal aan land verlies ik ze gelukkig snel uit het oog. Dat scheelt een hoop gekwetter. En wat denk je. Al vanaf halverwege de autorit is het vrijwel droog en al die tijd dat ik op Iona ben, is er geen druppel regen gevallen. Af en toe komt zelfs de zon tevoorschijn.

Ben al vaker op Iona geweest, maar ook nu weer vermaak ik me prima. Ik geniet van de ruïnes van het nonnenklooster en natuurlijk van de Iona Abbey, de ‘hoofdattractie’, zoals ik het zo mag zeggen, van het eiland. Het is een beetje het Taizé van Schotland, maar dan zonder monniken.

Ook Lochbuie, het gebied aan het gelijknamige zeeloch Loch Buie, kan weer rekenen op een bezoek van mij. Altijd weer mooie rit, vooral het deel langs Loch Spelve. Zoveel verschillende tinten groen en wat een rust. Het uiteindelijke doel hier is toch Lochbuie zelf en dan vooral het enige overgebleven deel van Castle Moy.

De toren is niet zo indrukwekkend, maar de omgeving des te meer. Prachtig in het landschap, met de zee op de achtergrond. Bij aankomst ‘druk’ (wel tien mensen), maar na kwartiertje is iedereen weg en kan ik, gezeten op een rotsblok genieten.

Fish & chips
Daarna tot aan camping. via dezelfde route langs camping naar Tobermory, de hoofdplaats van Mull. Altijd weer leuk om de huizen in verschillende pasteltinten te zien aan de havenkant. Had gehoopt weer fish & chips te scoren bij de verkoopdagen bij de pier. Is volgens mij de enige verkoopwagen met jaarsticker van wegrestaurantsysteem Les Routiers. Prince Charles (toen nog) is hier eens aan de balie geweest. Helaas, oude verkoopwagen weg. Nieuwe, veelkleurige maar zonder de sticker is er voor in de plaats gekomen. Tja, dan is de lol er voor mij wel van af.

De laatste dag hier is bestemd voor het puffineiland Lunga (Tresnish Isles) Had tot een jaar of vijftien of twintig nog nooit van de puffins of in het Nederlands papegaaiduikers gehoord, laat staan ze gezien. Meer over de puffins verderop in dit verhaal.

Het ging me de eerste keer om bezoek aan Staffa en dan vooral Fingal’s Cave. Had het verhaal gehoord over de componist Felix Mendelssohn die hier in 1829 was en zo onder de indruk was van het geluid en het beeld van de golven in de cave of grot, dat hij er een jaar later zijn Ouverture on the Hebrides op componeerde. In elke cd die je kunt vinden, staat bij het stuk altijd tussen haakjes ‘Fingal’s Cave’.

Dat stuk moest, vond ik, maar eens te plekke worden beluisterd. Met dank aan de kenner van klassieke muziek bij Music Store in Gouda een puike cd gescoord en meegenomen op vakantie. Boottrip geboekt. Een werkelijk unieke belevenis. De prachtige muziek paar keer achter elkaar beluisterd op de plek waar het stuk op is gebaseerd. Die muziek in de ‘oortjes’ met op de achtergrond het geluid van de golven en het zicht op die reusachtige zestig miljoen jaar oude basaltkolommen… Ik toon niet vaak tranen, maar toen hield ik het toch niet helemaal droog.

Puffins
Leuk, maar de tocht gaat dus niet alleen naar Staffa. Na een uur op dit eiland te hebben vertoefd, zet de boot van Turus Mara koers naar Lunga voor twee uurtjes puffins kijken. OK, vooruit dan maar. Ik heb mijn doel bereikt, dus…

Nou, mis dus. Ik zag de papegaaiduikers en ik was verkocht. Wat een ontzettend leuke vogels. De clowns van de zee, worden ze genoemd. Dat klopt wel. Wie +++ chagrijnig is, is hier binnen één minuut genezen. Honderd procent garantie.

Kortom, het volgende jaar de trip opnieuw geboekt. OK, opnieuw genoten van Mendelssohn muziek, maar nu toch steeds voor de puffins. En dus ook vandaag weer. Twee uur lang gemiddeld van deze kleine, bijzonder (water)vogels. Een drukte van belang. Er zijn nog geen of heel weinig jonkies, dus de toekomstige ouders zijn druk bezig met de grote schoonmaak van de nesten in de grond en het aanbrengen van nestmateriaal.

Het volgende doel is het jaarlijkse bezoek aan het eiland Skye. Met de pont over van Fishnish naar Lochaline. Ondanks de (lichte) regen een mooie rit over Morvern naar Ardgour (weer een pont) naar Fort William. Daar even de benen strekken, kopje thee, boodschappen en tanken. Daarna in éėn ruk door naar Skye.

Storm
Inspannende rit, want het regent flink en het verkeer rijdt langzaam. Na dik twee uur op Sligachan, mijn favo camping op het eiland Skye. Nou, dit keer niet zo favo. Het regent aan een stuk door en het stormt ook nog. Bij vrienden Han en Wilma die hier al zijn met hun caravan even bijgepraat en gehoopt dat de wind wat gaat liggen en de regen stopt.

Niet dus. Omdat tent toch al even moet staan om door te waaien voor matrasje, slaapzak en de rest naar binnen kunnen, toch maar de stoute schoenen aangetrokken en een poging gewaagd. Zo erg als nu heb ik het nog niet meegemaakt met het opzetten van de tent. De ‘footprint’ van de tent verstopt zich en het lukt me niet om de juiste volgorde van footprint, binnentent, buitentent voor elkaar te krijgen. Han komt helpen. Uiteindelijk zit alles in de juiste volgorde en zitten de tentstokken in positie.

Dan blijken de binnenste delen van de scheerlijnen in elkaars vaarwater te zitten en wel zo strak nu de stokken in positie zijn, dat er niks mee te beginnen is. Inmiddels zijn mijn broek, sokken en schoenen doorweekt, dus ik besluit de tent weer af te breken en op te bergen. Morgen een nieuwe poging als, naar ik hoop, er beduidend minder wind is.

Snel even droge kleren aangetrokken en op internet een slaapplek in een jeugdherberg gezocht. Dat hebben kennelijk meer mensen gedaan. Zowel in Broadford als Portree is geen bed beschikbaar. Uiteindelijk wel (het laatste bed hoor ik later) in Glenbrittle. Eén voordeeltje. Door de vele regen zijn de watervallen en rivieren overvol, wat een spectaculair beeld oplevert.

De volgende ochtend terug naar de camping. H + W zijn al vertrokken voor een wandeling. Het waait hier nog steeds flink, maar in de loop van de middag toch maar poging gewaagd tent op te zetten. Kan ie droog waaien. Helaas krijgt de wind er steeds vat er op, met als uiteindelijk resultaat dat een breuk in een van de delen van de langste stok. Op naar Portree. Daar geen nieuwe tentstok te krijgen, want te kleine kampeerzaak om de een voorraad verschillende lengtes aan tentstokken op na te houden. Meedenkende medewerkster adviseert een ‘splint’ te nemen en die over gebroken deel te schuiven, zonodig na eerst een laagje duckttape.

Op tijd vertrokken van de camping voor de circa 45 minuten durende rit naar het beginpunt. Je weet immers maar nooit hier of het weer toch omslaat… Dat doet het niet. Wel een voordeel, het is in de ochtend niet druk. Weinig wandelaars voor en achter mij. In alle rust, met alleen het geluid van de wind en waterstroompjes ongeveer anderhalf uur gelopen over de heuvels.

Strathaird
De enige dag dat het gegarandeerd droog blijft hier op Skye, besloten in Strathaird te gaan lopen. Twee jaar geleden ontdekt, maar toen te weinig tijd en vorig jaar veel regen. Ditmaal dus de kans om het gebied bij mooi weer te ontdekken.

Frisse lucht in de longen (luchtverontreiniging bestaat hier niet), het is een genot. Op het hoogtepunt (letterlijk) gestopt om zittend op een rotsblok van het fantastische uitzicht te genieten. Ik kan verder en afdalen naar de zee, maar dat vind ik overdreven. Een mens moet zijn grenzen kennen…

Na de lange rustpauze terug richting auto, via dezelfde route. Nu al drukke met tegenliggers die nog richting zee (of niet) gaan. Dat kan dus nog druk worden. Blij dat ik dat niet hoef mee te maken. Heb genoten van deze wandeling. Die blijft in mijn Skye lijstje staan.

Engels ontbijt
Volgende dag naar Uig aan de andere kant van Skye voor de overtocht naar Harris en Lewis. Op camping niet ontbeten, want aan boord van de veerboot is een echt Engels ontbijt verkrijgbaar.

De tijd heeft hier duidelijk niet stilgestaan. Goede weg naar Stornoway, de hoofdplaats van Lewis. Camping Laxdale, aan de rand van de stad, verwelkomt me met weinig wind en een zonnetje (een graad of 15), prima omstandigheden om na het stormachtige verblijf op Skye de tent eens goed te laten drogen, na te lopen en op te zetten zoals het hoort. [voor Han: het is weer gelukt met de gerepareerde lange tentstok].

Sligachan campsite op Skye heeft de charme dat je midden in het berggebied staat (het oog wil ook wat), maar de faciliteiten op Laxdale zijn een stuk beter. Goede voorzieningen (zie foto’s), puike wifi en opgeteld goedkoper dan Sligachan. Hier houd ik het wel een paar dagen uit. Ben van plan tot vrijdag te blijven op Harris en Lewis, maar omdat ik hier al ruim dertig jaar niet ben geweest, heb ik ook een druk programma: standing stones Callanish, Rodel (zuidpunt Harris), Stornoway zelf natuurlijk, wat wandelingen. En de afstanden zijn groot op de twee gekoppelde en lang gerekte eilanden.

Eerste doel op Lewis is Callanish. Callanish, dat zijn de standing Stones (staande stenen) of stone circle. Formaties die je op meer plekken in het Verenigd Koninkrijk (de bekendste is natuurlijk Stonehenge) tegenkomt, maar in Scotland beduidend meer. Heb er de afgelopen decennia meerdere bezocht (Orkney, Mull), maar deze op het eiland Lewis (Buiten Hebriden) is toch wel de meest indrukwekkende.

Ruim dertig jaar geleden toen ik hier was, heb ik ze een voor een op dia gezet. Waarom? Geen idee meer. Heb niet eens een diaprojector. Genoeg over het verleden. Vandaag dus voor de gewone foto’s en wat filmpjes erheen.

Nee, dat is niet helemaal waar. Ik wil ook gewoon genieten van dit duizenden jaar oude mysterie. Waarom zijn die stenen hier zo neergezet? Iets met religie? Plaatsing in relatie met de zon of de maan? In elk geval: waarom? Er zijn tal van logisch klinkende theorieën, maar het juiste antwoord is nooit gevonden. De mensen die toen op Lewis woonden, kenden geen schrift, dus steekhoudende verklaringen anno 2025 zijn er gewoonweg niet. Het enige dat vaststaat, dankzij opgravingen, is dat in het centrum van de stone circle een grafruimte was. Maakt niet uit, de standing stones van Callanish blijven gewoon indrukwekkend.

Vuurtoren
Daarna een uur lang in noordelijke richting naar Butt of Lewis. Naar de vuurtoren op het noordelijkste puntje van dit eiland. Net als de rest van Lewis dus ook al dik dertig jaar geleden dat ik hier was. Samen met A. en zijn broer J. en vrienden W. en A.

Rondgelopen om de vuurtoren en het bijbehorende complex en langs de zee die tegen de rotsen beukt. Nauwelijks mensen hier.

Doel twee van verblijf op Lewis en Harris is St. Clements Church in/bij Rodel op de zuidpunt van Harris.

Niet overvaren, want Lewis en Harris zijn aan elkaar geplakt. Toch nog een rit van anderhalf uur vanuit Stornoway want de twee eilanden zijn samen langgerekt en al mag je op een groot deel 60 miles/hour rijden, in de praktijk haal je dat niet, net als vrijwel overal in de Highlands. Maar het is vakantie, dus ik maal er niet om.

Op Harris eerst nog zijweg ingeslagen naar Drinishader. Een vlek van drie keer niks, maar decennia geleden stond ik hier met vrienden op een wel heel bijzondere camping. Veld was OK, maar douchen deed je in een omgebouwde caravan die – laat ik het voorzichtig zeggen – niet helemaal waterpas stond. Bordje dorpsnaam gevonden, maar een verwijzing naar de camping niet.

Opperhoofd
Doorgereden naar het zuiden, deels langs de kust met prachtige stranden. Te koud en te nat om daar te vertoeven; dus door naar het zuiden. St. Clements Church heeft een eeuwenoude historie. De kerk werd gesticht door Alasdair MacLeod van Dunvegan en Harris, het achtste opperhoofd (chieftain) van clan MacLeod. Hij stierf in 1547 en zijn opmerkelijke graf is nog steeds te zien in de nis van de kerk.

Weinig bezoekers vandaag (je komt hier ook niet toevallig voorbij), dus genoeg tijd om zonder mensen die in beeld lopen (EN ZONDER HUN GEKWEK!!!) te filmen. Blijf op Harris en Lewis tot maandagochtend heel vroeg. Moet uiterlijk 06.35 uur bij de incheckbalie van de veerboot naar Skye zijn en de rit van de camping daar naar toe is bijna een uur. Gelukkig ben ik altijd vroeg wakker.

Op aanraden (zacht uitgedrukt) van eigenaresse van de camping ook nog bezoek gebracht aan Museum & Tasglann nan Eilean, het ‘museum van het eiland’. Veel informatie over de rijke historie van Lewis en als topper een paar van de originele Lewis chessmen. De tientallen schaakstukken uit de twaalfde eeuw (eigenlijk niet alleen schaakstukken, maar ook voorwerpen voor andere bordspellen zoals backgammon), zijn vermoedelijk van Noorse afkomst, gemaakt van walrusivoor en in 1831 ontdekt in vermoedelijk Mealista, behorend tot Uig op het eiland Lewis.

Lewis chessmen
De meeste stukken zijn te vinden in musea in Londen en Edinburgh, maar een paar dus onmin het museum op het eiland waar ze zijn gevonden. Kende het verhaal over de Lewis chessmen wel, maar om een aantal nu in het echt te zien op het eiland waar ze bijna twee eeuwen geleden zijn gevonden, is wel heel bijzonder.

Daarna, zag de plek voorbij komen op een van de info-borden in het museum, koers gezet naar Bernera. Mooie trip door het altijd weer verrassende landschap van Lewis. En weer deels over enkelbaanswegen, dus harder dan iets minder dan 70 km/u werd het niet. Maar ik heb geen haast.

In Bernera (nou ja, kun je spreken van ‘in’? Het is een vlek van drie keer niks!) achter de begraafplaats, op steenworp afstand van het fraaie strand Bosta Beach bevindt zich de Bosta (Bostadh, oud Noors voor boerderij) Iron Age House. Een van de overgebleven huizen uit 800 – 400 jaar voor Christus van een dorpje dat in 1992 is herontdekt. Zand Weet nog niet zeker of ik naar het echte huis kijk, of naar een replica. Er is geen rondleider op zaterdag. Volgens Wikipedia zijn de originele huizen terug verstopt onder het zand. Hoe dan ook krijg je wel een idee over de eeuwenoude bouwstijl. En dat is toch ook leuk.

Brug over oceaan
Nog langs, ja echt, oude brug gereden op weg naar Bernera. Het gebied ligt aan de andere kant van Loch Roag. De oorspronkelijk brug die dus echt over de Atlantische Oceaan ligt, is gebouwd in 1953 en was, zo wordt gezegd, de eerste voorgespannen betonnen brug in Europa. Zo leer je weer eens wat. Vanwege de verkeersdrukte (ja, zelfs hier), is er naast ongeveer twintig jaar geleden een nieuwe brug gebouwd. Moest parkeren om een fit te maken van de oude brug en zag dat er ook nog wat staande stenen in de nabijheid staan. Dus tja…

Voor de zondag heb ik, behalve kerkbezoek, geen plannen. Totdat ik op Google Maps keek en ten oosten van Stornoway nog een leuk stukje zag voor een korte rit, want om de hele middag op de camping door te brengen… Foto’s bij de punt Gary Beach zagen er veelbelovend uit. Zo te zien een rotsmassief waar je doorheen kunt lopen. En met het aardige weer van vandaag, moeten daar toch mooie foto’s te maken zijn.

Maar eerst de kerkdienst dus. In de High Kirk van Stornoway. Hert lijkt me beduidend minder druk bezocht dan mijn Schotse kerk in Rotterdam, maar schijn bedriegt. Bij het uitgaan van de kerk, zie ik nog flink wat mensen de trap afkomen van de gaanderij. Wel weinig jeugd. Dan ben ik in mijn kerk toch wel verwend. Hoopte de voorganger te horen die ik op de website zag, ene MacLeod. Een Schotsere achternaam bestaat niet. Helaas er is een andere predikant vandaag.

Later in de middag op de camping vraagt de beheerster/eigenaresse wat ik vandaag heb gedaan. Vertelde haar dat ik eerst naar de kerk ben geweest. ,,O, welke?’’ En na mijn antwoord zegt ze dat haar man daar predikant is. Ze blijkt dus mevrouw MacLeod te zijn. Dus even wat kerkinfo uitgewisseld met haar.

Welkom
Hoorde dat Stornoway drie Church of Scotland gemeenten kent (High kirk, Martin’s Memorial en St. Columba), die alle drie apart zijn. Een verder zeer groot verschil met mijn kerk: behalve het hartelijke welkom bij binnenkomst, worden bezoekers aan zichzelf overgelaten. Eén persoon vraagt nog waar ik vandaan kom en als hij Rotterdam hoort als de stad waar jij kerk is gevestigd, vertelt hij alleen maar dat ik met een cruise in Rotterdam geweest… Koud!

Dus een extra hulde voor het Welcome team van mijn kerk en alle mensen die bij de koffie/thee na afloop op de bezoekers afschieten en – weten we uit de reacties – een onvergetelijke indruk achterlaten.

Daarna dus naar Gary Beach. Mooie (korte) rit, maar het eindpunt is fenomenaal. Zie de foto hiernaast.

Geluk bij een ongeluk, de mooie rotsformaties kun je alleen bezoeken bij eb. En dat is het vanmiddag. De rotsen zien er indrukwekkend uit. Vooral die ene die ik al op de foto’s zag, waar je doorheen kunt lopen.

Aan de voetsporen in het zand te zien, ben ik vandaag niet de enige die dat doet. Het is een uithoek van Lewis, dus echt druk kun je het niet noemen. Er zijn hier meer plekken langs de oostkust met fraaie stranden, waaronder een breed stuk dat aantrekkingskracht uitoefent op surfers. Misschien het daarom bij deel dat ik bezoek relatief rustig. Alle gelegenheid dus om volop foto’s en filmpjes te maken zonder dat mensen het beeld verstoren.

Tegen drie uur terug op de camping. Borrel, Polarsteps bijwerken en alvast uit de tent halen wat vannacht niet echt noodzakelijk is. Morgenochtend tegen half vijf tent inpakken. Wil uiterlijk een uur later hier wegrijden om op tijd te zijn voor het inchecken voor de veerboot van Tarbert naar Uig op Skye. Vandaar gaat het via Inverness (boodschappen, tanken) naar Cannich in Glen Affric.

Tentstok
Vanaf aankomst op Skye rijd ik in ongeveer drie uur Vandaar in drie uur, ex stops, naar Inverness. Dat is ‘om’ als ik naar Glen Affric wil, maar in Inverness moet ik eerst campingzaak Go Outdoors voor reparatieset voor tentstok. De langste stok, die overdwars gaat, heeft de storm op Skye eerder niet overleefd. Een koppelstukje (‘stint’) over het gebroken stokstuk bracht uitkomst. Maar wil wel weer een normale tentstok.

In de tentzak zitten nog stokdelen van een vorige tent van hetzelfde merk (Exped, Zwitserland) En die hebben dezelfde lengte. Dus alleen nieuw elastiek (die oude heeft geleden onder de breuk van de tentstok); klusje voor op de camping. En aangezien het daar droog is, is de reparatie een fluitje van een cent.

Blijf hier tot in elk geval donderdag, misschien wat langer, om van hieruit in elk geval diep Glen Affric in te duiken voor een mooie wandeling. En ook Fort George, niet ver van Inverness staat op programma. Was daar vorig jaar voor het eerst, maar toen regende het. Dus met een beetje geluk…

Als ik in Glen Affric kampeer, moet ik altijd een van de mooiste plekken hier bezoeken: het water dat vanuit Loch Affric via de River Affric en Loch Ben a’ Mheadhain naar de dam (‘witte steenkool’) stroomt.

Aan het einde van een enkelbaansweg, een half uur rijden vanaf de camping in Cannich. Voorwaarde die ik mezelf altijd stel, is dat het mooi weer model zijn. Hier vertoeven in de regen biedt niets. Maar vandaag overheerst de zon. En met een graad of 17 is het ook warmer dan de afgelopen twee weken.

Op tijd op pad gegaan, want Weeronline geeft voor vanmiddag regen op. Dat laatste blijkt mee te vallen. Pas kort na 15.30 uur drijft grijze bewolking over. Maar toen was mijn ochtendprogramma al afgelopen. Ik bezoek de watermassa die hier stroomt elk jaar en het verveelt nog steeds niet. Natuurlijk weer foto’s en filmpjes gemaakt  en daarna gezeten op een rotsblok genoten van de schone en ook luidruchtige natuur. Vervolgens nog even ook genoten (want zonder geluid van een watermassa) weer genoten van het schitterende Loch Beinn a’ Mheadhain. Er zijn een paar picknicktafels met een randje voor de barbecue, maar de tafels zijn gelukkig nog leeg. Wat een rust.

Stroom
Kort na 15.00 uur terug op de camping. Het is nog warm buiten, dus als eerste de stroom aangesloten, zodat de koelbox kan loeien. Daarna eerst een colaatje en vervolgens de borrel. De komende dagen blijft de camping in Cannich mijn uitvalsbasis. Nog een (herhalings)bezoek aan een schitterende glen en ook aan Fort George, ten oosten van Inverness. Daar was ik vorig jaar vooraf het eerst, maar toen regende het. Dus nieuwe kans op mooiweerfoto’s. Ja, voeg ik er aan toe, de vooruitzichten qua weer zijn goed.

Op het programma dit jaar staat ook een treinreis. Niet zomaar een. TV-programma Great Railway Journeys of the world in 1981, was voor mij de reden een jaar later voor de allereerste keer naar Scotland te gaan. De reis voert van Inverness via de mooiste landschappen naar de eindbestemming Kyle of Lochalsh, aan de westkust van het vasteland, vlakbij (nu) de hoge brug naar het eiland Skye.

De route is me niet vreemd. Sterker nog, ik heb ‘m deze week per auto al gedaan toen ik van Lewis via Skye naar Inverness ging. Maar ja, dan moet je ook op de weg letten (deel enkelbaans met passeerplaatsen) en dan ‘zie’ je toch minder dan vanuit de trein.

Vanaf Dingwall is de treincoupé bijna vol. Daar is een grote groep ingestapt. Gelukkig ben ik zo verstandig geweest bij boeken van ticket gratis een zitplaats te reserveren voor zowel de heen- als de terugreis.

Naarmate de reis van ruim 2,5 uur vordert, neemt de bewolking toe. Geen zon meer, maar uiteindelijk zelfs donkergrijs. Dacht even dat het zou gaan regenen, maar de nattigheid bleef gelukkig uit.

1982
Ik geniet van het uitzicht, zeker het deel rond Achnasheen en Strathcarron, de belangrijkste reden voor de reis van vandaag. Na ruim veertig jaar weet ik het niet precies meer, maar het landschap hier moet voor mij de reden zijn geweest in 1982 naar Scotland te gaan.

Eindpunt Kyle of Lochalsh komt in zicht. Anders dan in de Great Railway Journeys of the World, heb ik geen tijd voor bezoek aan het Kyle of Lochalsh hotel. Met toen nog uitzicht op de veerboot naar Skye, nu de brug. Tien minuten na aankomst klinkt het elektronische fluitje van de conducteur voor vertrek terug naar Inverness. Nu gelukkig een zitplaats aan de linkerzijde van de rijrichting, zodat ik het landschap van de andere zijde kan aanschouwen. Weer andere beelden. En hoe meer we oostwaarts rijden, hoe dunner de bewolking wordt. Voorbij Beauly wordt de lucht meer en meer blauw en eenmaal in Inverness zelfs strakblauw. Na vijftig autominuten ben ik terug op de camping in Cannich. Met borrel aan de picknicktafel naast de auto constateer ik: een welbestede dag.

En dan Fort George, ten oosten van Inverness, vlakbij de luchthaven. Vorig jaar een verregend bezoek, dus nu met het toch wel prachtigste weer deze dag dat je je kunt voorstellen in Scotland opnieuw naar Fort George. In 2024, het eerste jaar van mijn pensioen, was ik zes weken (!) in Scotland en had dus overal langer de tijd om rond te kijken. Een van die extra’s op de route vanaf Dornoch richting het zuiden naar Inverness was Fort George.

Een fort, zoals de naam al zegt, dat deels open is voor publiek (museum en buiten rondlopen) en een garnizoen van het derde batallion van de Schotse legereenheid The Black Watch. Je loopt dus min of meer in een levend museum. Het betekent wel dat je bepaalde gebouwen niet binnen mag, omdat ze nog in gebruik zijn. Niet alleen de verblijven van de soldaten, maar bijvoorbeeld ook de officer’s mess.

Een gelukje heb ik vandaag. In een van de gebouwen wordt, met de ramen open, door de doedelzakken van The Black Watch geoefend voor hun optreden (drie weken lang, elke dag) tijdens de Edinburgh Military Tattoo in augustus. Zie het filmpje hieronder dat ik via YouTube heb gemaakt.

Fort
Het ging me vandaag vooral om het maken van foto’s en filmpjes hier na de regen van vorig jaar. En met de blauwe luchten en enkele witte (schapen)wolken is dat voor mij prima gelukt. De gebouwen zelf zijn indrukwekkend. Ze ogen door de strakke indeling als een echt fort. En de kanonnen bovenop de kantelen (?). Ook de kapel (‘Church of Scotland’, dat doet mij uiteraard deugd!) is indrukwekkend. De militairen tonen zich niet afstandelijk tegenover de bezoekers, integendeel. Een vriendelijk woord, het klinkt extra mooi op deze zonnige, warme dag.

De laatste standplaats dit jaar is Kinlochleven bij Rannoch Moor/Glencoe. Weer de jaarlijkse wandeling naar Peters Rock op Rannoch Moor. Het rotsblokje is vernoemd naar Peter J Trowell die hier vlakbij bijna een halve eeuw geleden in de winter verdronk in Loch Ossian. De naam Peters Rock verwijst naar een plaquette op de rots met daarop zijn naam en een gedichtje dat al een paar decennia inmiddels mijn levensmotto is:


I have a friend a song and a glass
Gaily long lifes road I pass
Joyous and free out of doors for me
over The Hills in the morning

Niet alleen hierom blijft de herinnering aan deze Engelsman hier levend. Peters Rock staat op elke Ordnance Survey kaart (gedetailleerde landkaart) van dit gebied vermeld, omdat hier vlakbij het pad van Corrour/Loch Ossian afbuigt in de richting van Rannoch.

Meestal blijf ik zolang mogelijk hier zitten, maar vanwege de miezer/drizzle houd ik het na tien minuten voor gezien. Hoef me dus niet te haasten op de terugweg naar het station (station… nou ja, halte). In het verleden heb ik wel eens moeten doorstappen op de heuvels, want als je de trein van 15.24 uur naar Fort William mist, moet je een kleine zes uur (!) wachten op de volgende… Al met al toch weer een heerlijke wandeling op Rannoch Moor.

Parkeren
Prachtig weer vandaag, dus de tocht naar en in Glen Nevis stonden het programma. Niet tijdrovend, dus niet zo vroeg van de camping vertrokken. Dat was een misrekening. De parkeerplaats bij de toegang tot de gorge naar de glen was overvol. Dus – met moeite – kunnen keren en terug richting Fort William.

Dus alternatief programma: Castle Tioram, aan de westkust. Een fraaie rit die langs Glenfinnan (hallo Harry Potter!) richting Mallaig voert. Bij gehucht Lochailort naar het zuiden en over een enkelbaansweg met uitwijkplaatsen naar Loch Moidart.

SatNav geeft in de buurt aan dat ik nog rechtdoor moet rijden, maar volgens mij klopt dat niet. Dus rechtsaf geslagen. Na paar miles er achter gekomen dat de SatNav het toch bij het rechte eind had.

Hoe dan ook de parkeerplaats gevonden en na een korte wandeling de ruïne bereikt. Staat op het mini-eiland Tioram (vandaar de kasteelnaam) en is alleen bij eb te bereiken. Ik heb geluk. En het weer (blauwe lucht en wat schapenwollen) ertegenaan werkt mee. Prima voor het maken van foto’s en wat filmpjes.

Hier tijdje gebivakkeerd en genoten van de rust (beduidend stiller!!! dan Glen Nevis vanochtend) en het uitzicht later in de middag de weg vervolgd richting Strontian (geen nette naam ik weet het, maar het gehucht heet echt zo) naar Ardgour voor de pont naast Neither Lochaber en door naar de camping.

Gorge
Na de mislukking van de vorige dag vandaag extra vroeg (08.30 uur) vanuit Kinlochleven koers gezet naar Glen Nevis. Uurtje rijden, dus ik ben benieuwd.

Gelukkig, bij aankomst plekken zat om mijn auto probleemloos te parkeren. Dat belooft wat. Bergschoenen aan gedaan, alles meegenomen in de rugzak wat welkom is als het weer toch omslaat en de midges denken dat het kerstmaal in aantocht is en op pad. Kan de route na al die jaren eigenlijk wel dromen. Hoewel, de natte plekken/oversteken uit mijn herinnering van vorig jaar zijn bijna droog. Dat maakt de tocht door de gorge of gleuf langs de bergwand naar de eigenlijke glen gemakkelijker.

Net als andere jaren kan ik een ‘wow’ niet onderdrukken als ik na de gorge in het dal kom. Het weer is fantastisch. De zon toont de bergwanden en het neerstromende water van de waterval in hun mooiste glorie. En omdat ik al rond 09.30 uur arriveerde, is het nog zeer rustig in het dal. Mijn (in mijn ogen) beste foto staat boven dit verhaal.

Uiteraard eerst weer genoten van de aankomst in het dal, dan luisteren naar de wind en het water; de zon die glinstert over het water van toch min of meer het begin van de River Nevis. Na een half uur genoten te hebben van het uitzicht bij de staaldraadbrug en de paar mensen die er zijn die de oversteek over het water via die drie-draden-brug maken, loop ik verder het dal in.

Ik weet uiteraard al waar ik heen ga. De restanten van een paar gebouwtjes paar honderd meter (een kilometer?) verderop. Zeeeeeer rustige plek Er komen nauwelijks mensen (de meesten blijven bij het beginpunt’) zodat je letterlijk in alle stilte kunt genieten van het uitzicht. Mijn laatste wandeling in de Schotse Hooglanden dit jaar.

Limonade
Na de afdaling (en soms klimwerk) terug bij de auto, op naar de supermarkt in Fort William voor de eerste serie boodschappen (limonade, echt waar!) voor thuis. En natuurlijk de kalenders 2026. Daarna op de camping de auto heringericht, zodat alles nu en vanaf laatste stop in Earlston een goede plek heeft.

In Earlston logeer ik een nacht bij vrienden. Daar staan ook al paar tassen met boodschappen klaar die afgeleverd moeten worden in Rotterdam. En dan zit de vakantie 2025 er al weer op. Nog de overtocht naar Nederland (IJmuiden), met zeer goed eten aan boord.

Hieronder enkele filmpjes:

Mijn theaterkeuze 2025 – 2026

Gelukkig weer wat mooie toneelvoorstellingen in seizoen 2025 – 2026 in de Goudse Schouwburg. Daar dus vooral een keuze in gemaakt. Onder andere twee stukken van Tsjechov.

06/11: Peter Pannekoek (‘k sta op wachtlijst voor 6, 7 en 8 nov)
21/11: Dolf Jansen
18/02: Anne Wil Blankers, Hans Croiset: Liefdesbrieven (toneel)
14/04: Ivanov (Tsjechov, toneel)
19/05: Blanche (toneel)
27/05: Oom Wanja (Tsjechov, toneel)

Weer een ietsepietsie journalistieke klus

Het is, na instemming General Assembly (synode) van de Church of Scotland vanochtend nu officieel: ben benoemd tot lid van de Advisory Committee (adviesraad) van het maandblad van de Church of Scotland, Life and Work.

Zit een mooie uitdaging in voor mij. De print editie kost de Church of Scotland steeds meer geld. En dat wordt in deze tijd niet meer verantwoord geacht. Er is dus een transitie nodig naar steeds meer online abonnementen.

Bij de krant heb ik een beetje vergelijkbare transitie meegemaakt. Ik hoop vooral bij te dragen hoe je jongeren in de kerk kunt aanspreken voor het magazine. Dus meer verhalen die die doelgroep aanspreekt.

En nee, het betekent niet met enige regelmaat voor overleg naar Edinburgh. Weet al uit vooroverleg eerder dit jaar dat het allemaal online wordt gedaan.

Tornado: nieuw zicht op Rotterdam

Gelokt door de vormgeving van de uitkijktoren boven de honderd jaar oude havenloods San Francisco, vandaag koers gezet naar wat nu het Kunstmuseum Migratie heet, in Rotterdam.

Weet niet of ik de enige ben, maar het museum zelf is tweede keus voor mijn bezoek aan Fenix op Katendrecht. De echte aandachtstrekker is het futuristisch vorm gegeven, zilverkleurige uitkijkplatform Tornado. Al van afstand van het museum kan het niet worden gemist. Het heeft iets weg van een glijbaan in een zwemparadijs, maar vanaf de begane grond in het museum is hetde ‘huls’ van het trappenhuis tot bovenin.

Maar eerst het vorige week door koningin Maxima geopende museum zelf. De 130 meter lange loods uit 1923 stond al decennia leeg en heeft nu een nieuwe functie. Van binnen aangepast aan de functie museum, maar de oude constructie is wel goed zichtbaar gebleven.

De ruimten zijn niet volgestouwd met kunst (behalve dan het ‘Kofferdoolhof’ op de begane grond), waardoor de tentoon gestelde werken goed tot hun recht komen. Hetzelfde gevoel heb ik altijd in Beelden aan Zee in Scheveningen, je krijgt er geen claustrofobische gevoelens.

Bus
Het meest tot de verbeelding sprekende object in de openingstentoonstelling op de eerste verdieping, is de bus van de Amerikaanse kunstenaar Red Grooms. Klein, dus een voor een naar binnen om te kijken en foto’s te maken. Leuk detail is dat je naast een vrouw die zich staande lijkt te houden door haar hand in een lus boven haar hoofd te steken, kunt staan. Jouw hand ook in een lus en dan op de foto… Heb ik uiteraard ook gedaan en rondgestuurd via de socials.

Bijzonder is ook een deel van de Berlijnse Muur. En bij het zien van giga grote blauwe slippers kun je een glimlach niet onderdrukken. Alles goed zichtbaar, want het museum kent grote, hoge ramen, dus er kan veel daglicht naar binnen.

Het Kofferdoolhof op de begane gronde bleef je het best met de audiotour. Bij een aantal de zeer vele gestapelde koffers, krijg je het verhaal achter de koffers, of eigenlijk de eigenaar ervan te horen.
Al met al een mooi museum, waar je een uitgebreid beeld krijgt van migratie is al haar facetten.

Maar zoals eerder in het verhaal geschreven, ging het me vandaag vooral om de Tornado van de Chinese architect Ma Yansong, het uitkijkplatform op het dak. Via twee deels in elkaar overlopende trappen kun je omhoog. Een klim, maar door de vormgeving zijn die klim en later de afdaling zeer leuk. En voor wie het toch teveel moeite is, is er een lift.

Holland Amerika Lijn
Een nieuwe manier om op 22 meter hoogte over een deel van Rotterdam uit te kijken. Van de Euromast tot de Erasmusbrug, de Nieuwe Maas, uiteraard het iconische gebouw van de Holland Amerika Lijn. Onder je zie de containerschepen varen, net als de rondvaartboten van d Spido en de watertaxi.

Dat ik juist vandaag hier ben, is geen toeval. Het is schitterend weer, dus bepaald geen straf om dik een uur hier van het uitzicht te genieten. Zal dus vast nog wel een keer gaan.

Nu kost het je nog vijftien euro, maar volgens de website zal uiteindelijk ook de Museumjaarkaart hier geldig zijn.

Hieronder nog een filmpje, gemaakt vanaf het uitkijkplatform van de Tornado.

Op reis door het oude Egypte

Nee, ik ga uiteraard alleen in Scotland op vakantie. Vandaag me toch even ondergedompeld in het rijk der farao’s. In Fabriques des Lumières in Amsterdam. Waanzinnig om naast metershoge figuren en bouwwerken in het oude Egypte te zijn.

Ben eerder in Fabriques des Lumières in de oude Westergasfabriek geweest. Toen voor Hollandse Meesters, met een fantastische bewegende tentoonstelling gebaseerd op schilders als Rembrandt, Vermeer en Van Gogh. Letterlijk met een heel andere blik kijken naar de werken van die wereldberoemde schilders.

Nu dus met grote verwachtingen opnieuw naar Fabriques des Lumières voor ‘Het Rijk der farao’s, een immersieve reis door het oude Egypte’.

Je onderdompelen in het oude Egypte is een understatement vandaag. De bewegende projecties op de muren, installaties en vloeren brengen Egypte en zijn farao’s mooi tot leven. Alsof de tijdmachine drieduizend jaar teruggaat en je meeneemt.

Zuilengalerij
Je dwaalt door de zuilengalerij van een majestueuze tempel en ontdekt de kolossale beelden van farao Ramses II in de gevel van zijn tempel in Aboe Simbel en de gedetailleerde gevel van de tempel gewijd aan zijn vrouw Nefertari.

Wanneer de levenscyclus tot een einde komt, word je uitgenodigd het hiernamaals te betreden. De negen goden van de Enneade verwelkomen je in de eeuwigheid. 

De geluidseffecten zijn mooi, zoals het gedreun als blokken steen op elkaar worden gestapeld voor de bouw van een Pyramide van Gizeh. Die ziet het bouwwerk door stofwolken heen steeds groter, steeds indrukwekkender worden. Ook de muziek is zeer passend. Maar van de organisatie achter Fabriques des Lumières.

En zoals bij de vorige tentoonstelling, de beelden moeten voor zichzelf spreken terwijl je zit, staat of loopt.
In een bijzaal van het complex is uitleg te vinden op enkele elektronische panelen. En er is, om je thuis voor te bereiden op je bezoek, een podcast te vinden op de website van de organisaties.

Egyptoloog
Niet dat je na het bezoeken van deze tentoonstelling gelijk een Egyptoloog bent. Daardoor is de ‘reis’ van 35 minuten veel te kort. Maar juist door de metershoge figuren en gebouwen raak je wel in de ban. Meer dan bij het kijken naar de Egypte documentaires op tv.

Net als bij de Hollandse Meesters, is er nog een tweetal tentoonstellingen aan vastgekoppeld in een soort Cineacformule.
De eerste met schilderijen is mooi, de tweede die wat weg heeft van een caleidoscoop, spreekt me veel minder aan. Dus gewoon geduldig wachten op de nieuwe opkomst van de farao’s…

De kleine foto’s in dit verhaal komen van de website van Fabriques des Lumières, want het licht was soms toch wat te beperkt voor het cameradeel van mijn mobiele telefoon.

Hieronder nog een filmpje van een deel van de tentoonstelling, op twee locaties gemaakt.

Wel benieuwd hoe lang filmpje zichtbaar blijft, want YouTube heeft nogal eens de neiging zoiets te verwijderen vanwege rechten op de muziek die hoorbaar is.

2 jaar eerste rang Kaarsjesavond

Het stadhuis op de Markt in Gouda wordt grondig gerestaureerd. De werkzaamheden beginnen in augustus en duren twee jaar. Dat heeft onder andere gevolgen voor Kaarsjesavond, of Gouda bij Kaarslicht, zoals het officieel heet.

Zolang ik aan de Markt woon (al meer dan veertig jaar) doe ik vrijwel elk jaar mee aan Kaarsjesavond. Uitzonderen waren de avonden dat ik moest werken.

Bewoners krijgen gratis kaarsen die in de bij de woning behorende standaards kunnen worden gezet. Voorwaarde is wel dat je de kaarsen aansteekt en de elektrische verlichting dooft. Samen met andere bewoners en ondernemers aan de Markt en uiteraard de gemeente (stadhuis, straatverlichting) zelf draag ik zo bij aan een feeërieke of sprookjesachtige avond.

Eén nadeel: als de kaarsen in mijn raamkozijn branden, kan ik de kerstboom niet zien, want mijn gezicht zou te dicht bij de vlammen van de twintig (!) kaarsen komen.

Ster
Dat zal de komende twee jaar anders zijn. Voor de grote restauratie van het stadhuis, wordt rondom dat rijksmonument een grote bouwplaats ingericht. Die neemt ook het complete marktplein voor het stadhuis (in Gouda beter bekend als de ‘ster’, vanwege het motief van de gekleurde keitjes) in beslag.

Op informatiebijeenkomst van de gemeente hoorde ik vanavond dat de kerstboom daar dus twee jaar niet kan staan. Het alternatief is het plein tussen het stadhuis en de Waag. Laat ik daar nou recht tegenaan kijken. Ik zit dus twee jaar eerste rang. Leuk!

Er zijn nog wat aanpassingen rond het stadhuis, maar die zijn – in elk geval voor mij – minder ingrijpend. Zo zal de schaatsbaan die na Kaarsjesavond verrijst, moeten uitwijken, want die kan niet rond het stadhuis worden aangelegd. Voor Dodenherdenking (het monument van Gouda zit in de westelijke zijgevel van het stadhuis), worden mogelijk een paar hekken voor die dag verwijderd. De kermis (wellicht wat kleiner) en de warenmarkt moeten wat inschikken.

Legenda bij de tekening hierboven: oranje vlak is het stadhuis. 1: de ‘ster’, waar de kerstboom altijd staat. 2: 2 jaar lang de alternatieve plek voor de boom. 3: het oorlogsmonument. 4: is eigenlijk net buiten de tekening en geeft de locatie van mijn appartement weer.

Levend leslokaal
Welk bouw- en restauratiebedrijf de klus mag klaren, is nog niet bekend. Er zijn vijf bedrijven die uit een voorselectie tevoorschijn zijn gekomen waarmee de gemeente in gesprek is. De ‘gunning’ is dus nu nog niet bekend en dus ook niet wat de prijs is die in rekening wordt gebracht bij het stadsbestuur.

Wel zijn twee mooie eisen gesteld aan de bedrijven. Een is dat het project een ‘levend leslokaal’ moet zijn, waarbij dus leerlingen van onderwijsinstellingen in Gouda en omgeving een mooie kans krijgen mee te werken aan een restauratieklus in hun eigen stad/regio.

De tweede is verduurzaming. Zo komt er een koude- warmteopwekking uit de grond rond het stadhuis. En het stadhuis wordt aardgasvrij.

De restauratie betreft niet alleen de buitenzijde van het rijksmonument. Ook de binnenkant wordt grondig onder handen genomen. Niet in de laatste plaats voor een nieuw of ander gebruik van het gebouw. En slijtage aan bijvoorbeeld vloeren wordt weggewerkt. Ook de wandbekleding in de trouwzaal wordt gerestaureerd.

Het duurt allemaal twee jaar zoals gezegd, maar dan heb je ook wat.

Breaking waves in 86.000 driehoekjes

Stond al een paar weken op mijn lijstje en vandaag erheen: Braking waves in museum Beelden aan Zee. Indrukwekkende installatie van Nederlandse kunstenares Ana Oosting. Eén, ruimte vullend werk; het verveelt geen moment. En het is nog wel haar eerste grote museale solotentoonstelling. Petje af!

Nooit van Oosting gehoord, maar zag de aankondiging van de tentoonstelling en die had gelijk een grote aantrekkingskracht op mij. Het echt is veel mooier dan de foto’s bij de aankondiging en ook de foto hierboven. Zie onderaan het filmpje om echt een indruk te krijgen van het continu bewegende kunstwerk.

Heb het wel vaker dat de omschrijving van kunst me te zweverig is. Ook nu weer. Dit van de website van Beelden aan Zee:

Het werk van de Nederlandse kunstenaar Ana Oosting (1985) benadrukt de onderlinge verbondenheid van alle levende wezens, zowel menselijke als meer-dan-menselijke entiteiten. Haar benadering reikt verder dan de levende wereld. Met behulp van uiterst nauwkeurige patronen van zorgvuldig gemaakte, herhalende ‘waterbom-vouwen’ laat zij haar materialen tot leven komen. Ze belichaamt het idee dat zelfs niet-levende materie kan reageren en handelen, in plaats van slechts een object te zijn dat aan de menselijke wil onderworpen is. Oosting maakt werk met materialen, in plaats van werk van materialen. 

Draak
Het zal wel. Ik wil er gewoon van genieten. En daarin word ik niet teleurgesteld. Tien lange rijen papieren… ja wat? Het lijkt wel een in wit uitgevoerde draak van het Chinese Nieuwjaar. Maar het zijn de golven van de zee. Tien rijen, die bewegen of zweven door katrollen die aan het plafond van de grote tentoonstellingszaal hangen.

Niet zomaar wat bewegende rijen. Er is een studie aan vooraf gegaan met hulp van de TU Delft over hoe golven ‘werken’.
En dus zie je achteraan de langzaam en breed bewegende golf en vooraan de golf die hoog boven de rest uittorent, versterkt door de weerstand van de bodem van de zee.

In een filmpje in een zijzaal vertelt Oosting (1985) over de achtergrond van het project en vooral over hoe ze het concept heeft uitgewerkt. En wat je in de zaal uiteraard niet ziet, toont de film hoe die tien rijen golven hier zijn geplaatst. Dat alleen is al een kunstwerk op zichzelf.

Vouwtechniek
Over het vouwen van het dikke papier in samenvallende driehoeken is lang nagedacht. Deze uitvoering is niet iets dat Oosting alleen heeft gedaan. Dat zou ook wel veel werk zijn geweest, want opgeteld zijn het 86.000 driehoekjes. Leuk extraatje van het museum: op een tafel liggen vellen dik papier, waarmee je zelf aan de slag kunt met vouwtechniek.

Denk dat ik voor 8 juni als de tentoonstelling eindigt nog wel een keer deze installatie gaan bewonderen. En dat zouden jullie ook moeten doen. Het is sowieso geen straf Beelden aan Zee te bezoeken. De tentoonstellingen hier zijn altijd zeer verrassend.

Hieronder het beloofde filmpje.

Op bezoek in het huis van Rembrandt

Dichter bij het leven en werken van Rembrandt kun je waarschijnlijk komen. Lopen door zijn woning in Amsterdam. Vandaag gedaan. Weliswaar om een andere reden, maar toch wel leuk om in zijn woonkamer en atelier te vertoeven.

Rembrandt woonde na Leiden van 1631 tot zijn dood in 1669 in Amsterdam, waarvan bijna 20 jaar in dit huis aan de Jodenbreestraat. Er woonden verschillende mensen in zijn buurt: kunstenaars, kooplieden, immigranten; arm en rijk naast elkaar. Veel van die mensen zie je terug in zijn schilderijen, tekeningen en etsen.

Je verwacht bij binnenkomst in het museum niet in de vroegere woning van Rembrandt te staan. Er is een modern gebouw tegenaan gebouwd, waar zich behalve de entree, winkel en garderobe  ook de ruimten zijn voor wisselende tentoonstellingen. Daarover later meer.

Via een trapje komt in het eigenlijke huis van Rembrandt terecht. Je loopt er door zijn woonkamer, annex slaapkamer, de vroegere entree (‘voorhuis’), de keuken, zijn atelier, het atelier voor zijn leerlingen.

Faillissement
De ruimten zijn origineel, de inrichting niet. Rembrandt moet vanwege zijn faillissement in 1653 het huis verlaten.

De inventaris wordt door de schuldeisers verkocht. Daardoor, meldt het Rembrandthuis, is wel bekend welke goederen Rembrandt hier had. Dat was veel, wnat hij was een verwoed verzamelaar en spendeerde er veel geld aan. Mogelijk reden voor zijn faillissement. Van de verkoop van de spullen is een nauwgezette inventarislijst bewaard gebleven.

Ben een liefhebber van de werken van Rembrandt en kijk daar ook altijd graag naar in het Rijksmuseum, maar om doeken hier in het huis te zien waar ze zijn vervaardigd, geeft wel een extra dimensie.

Mijn enige fout vandaag: het is vakantietijd, dus het is dringen in de nauwe ruimten. Nog maar een keer hierheen, op een maandagochtend om 10.00 uur als het Rembrandthuis open gaat.

Samuel van Hoogstraaten
Zoals hierboven geschreven, was het Rembrandthuis als zodanig niet de reden voor mijn bezoek vandaag. Dat was de tentoonstelling (in die nieuwe vleugel dus) De illusionist. Samuel van Hoogstraten.

Had in verhalen in de krant al een schilderij van Van Hoogstraaten (1627-1678), een leerling van Rembrandt, gezien dat mijn bijzondere aandacht trok. Het doek Oude man in een venster. Het lijkt alsof de oude man uit het schilderij tevoorschijn komt. Een optische illusie. Van Hoogstraaten deed dat vaker en behaalde daarmee internationale successen. Bijzonder dat het schilderij hier te zien is. Het is voor de tentoonstelling uitgeleend door het Kunsthistorisches Museum Wenen.

Het lukt me door het licht vanaf het plafond en de glazen beschermingskast niet een goede foto te maken met mijn telefoon, dus hiernaast een afdruk van de website van het Rembrandthuis.

Verder veel schilderijen die in andere samenstellingen maar zelfde thema die ook bekend zijn van andere schilders, zoals de Bijbelse voorstellingen als Aanbidding van de koningen en De ongelovige Thomas.

En verder stillevens (niet mijn favoriete categorie) en portretten: hoofden en personen  ten voeten uit.

Al met al een boeiende tentoonstelling, de reis naar Amsterdam weer meer dan waard.