Concert bij het ochtendgloren

Gregoriaanse gezangen in de vroeg ochtend van paaszaterdag. Een mooi concert en jaarlijkse traditie van Schola Cantorum Karolus Magnum op een bijzondere locatie.

Heb het eerder bijgewoond, maar de laatste keer is al weer even geleden. Dus vandaag om 05.15 uur (ja, je leest het goed) koers gezet naar de Overasseltse Vennen (niet ver van Nijmegen), waar het mannenkoor optreedt bij de koortsboom en de ruïne van de St.-Walrick kapel.

De kapel is gebouwd in de 15e eeuw. Eeuwen eerder al stond er al een benedictijner klooster. Op deze plek zou Karel de Grote in het jaar 777 genezing hebben gevonden op voorspraak van de heilige Willibrord.

De betekenis van deze heilige plek en de nabije koortsboom is de laatste honderd jaar alsmaar toegenomen. Mensen overal vandaan hangen aan de takken van de koortsboom lapjes die afkomstig zijn van de kleding van ernstig zieken, en bidden voor hun genezing.

Een bijzonder plek dus voor een concert. En ondanks het vroege tijdstip (het eerste gezang klinkt reeds om 07.00 uur) zijn er naar ik schat zo’n tweehonderd mensen. De organisatie is geweldig. Niemand, een enkeling daargelaten, verstaat de teksten van de Gregoriaanse gezangen, maar het koor heeft programmaboekjes met naast de teksten in het Latijn de vertaling in het Nederlands.

Processie
Het moois is dat iedereen met elkaar praat, maar zodra de in monnikskledij gestoken zangers al zingend in processie vanuit het niets naar de kapel komen, verstommen de gesprekken en wordt het schouwspel in stilte gadegeslagen.

De eerste liederen worden bij de koortsboom gezongen, met als eerste een lofzang op de koortsboom: Sanitatem aegris (Jij schenkt gezondheid aan de zieken) en de rest in de ruïne van de kapel zelf. Verder verschillende paasliederen over de Opstanding (‘Haec dies’). Tijdens het slotlied vertrekt het koor weer al zingend.

Vijf kwartier van Gouda naar Overasselt en ook weer terug voor een optreden van drie kwartier. Het was het weer waard.

Wie wat van de liederen wil horen, bekijken het filmpje hieronder.

Luisteren naar De Nachtwacht

Altijd als ik in het Rijksmuseum ben, kijk ik even bij De Nachtwacht, het beroemde schilderij van Rembrandt van Rhijn. Een groepsportret van de schutterij (voorloper politie) van Amsterdam. Vandaag heb ik ze voor het eerst horen praten, in interview met Coen Verbraak.

Het klinkt raar, maar toch klopt het wel. Heb vanochtend de film Praten met De Nachtwacht gezien in Cinerama in Rotterdam.

Eigenlijk is de film een documentaire waarin journalist Coen Verbraak enkele personages op het bijna vierhonderd jaar oude doek interviewt. Kapitein Frans Banninck Cocq, luitenant Willem van Ruytenburgh, de vaandeldrager; ze komen allemaal aan tafel in een hedendaagse setting. Ook Rembrandt zelf schuift aan, alsmede zijn eerste vrouw Saskia, het meisje in het geel op De Nachtwacht. Luisteren dus naar De Nachtwacht.

Hun terugblik op het maken van het immens grote doek en iets over hun achtergrond en hun rol in de schutterij van Wijk II (het Amsterdam ten noorden van de Nieuwe Kerk, tussen Damrak en Singel tot aan de Lieve Vrouwensteeg) komt zeer fraai, intens en soms zelfs zeer humoristisch over het voetlicht.

Ten voeten uit
Zo blijkt een aantal schutters helemaal niet tevreden met het resultaat, ze vertellen hoeveel geld ze hebben moeten betalen om op het doek te mogen komen (de luitenant met 400 gulden het meest, omdat hij ‘ten voeten uit’ op de voorgrond staat), de verzinsels van Rembrandt: de hoed van de luitenant is niet van de schutter, maar had Rembrandt zelf klaar gelegd. De kapitein had eigenlijk een blauwe sjerp gewild (dat hoorde bij zijn positie), maar blauwe verf was duur en dus zou hij veel meer dan 100 gulden hebben moeten betalen.

De tamboer is boos, omdat hij te lang in een onnatuurlijke houding had moeten poseren. En zo passeren nog meer narrige opmerkingen over Rembrandts werk de revue. En ook dat anders dan het doek lijkt te zeggen, de schutters los van elkaar zijn geportretteerd in het atelier van Rembrandt.

Indrukwekkend is het verhaal van Rembrandts vrouw Saskia die drie van hun kinderen al op zeer jonge leeftijd (enkele maanden) heeft moeten verliezen. De antwoorden komen niet uit een scripts. De acteurs hebben zich verdiept in het leven van hun personage en improviseren eigenlijk. Zeker bij Saskia is dat in haar emotionele verhaal zeer indrukwekkend. En hoewel het improviseren is, zijn alle teksten wel historisch verantwoord. Er is veel onderzoek voorafgegaan aan de film.

Lamlul
Ook Rembrandt zelf (subliem gespeeld door Ramsey Nasr) komt uitgebreid aan het woord. Hij wordt zelfs boos als hij hoort dat het schuttersstuk bekend staat als De Nachtwacht, vanwege de donkere setting. Met kapitein Banninck Cocq heeft hij weinig op (,,de lamlul’’).

En hij ontploft bijna als hij hoort dat links en boven van het schilderij later toen het in het stadhuis (nu paleis) op de Dam werd gehangen stukken zijn afgesneden om het passend te maken. De schutters op hun beurt zijn weer boos dat Rembrandt zichzelf ook in het schilderij heeft geplaatst. Dat wisten ze niet… En iedereen is verbaasd dat het doek dat zij kennen als ‘Officieren en andere schutters van wijk II in Amsterdam, onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch‘, nu de naam De Nachtwacht draagt.

Bekijken
De Nachtwacht (kosten 1600 gulden, destijds een fors bedrag) was bedoeld voor de grote zaal van de schutterij en de personages zijn dan ook hooglijk verbaasd dat het nu met andere werken van Rembrandt in het Rijksmuseum hangt en dat er vijftig miljoen bezoekers van over de hele wereld naar komen kijken. Saskia: ,,Om te kopen?’’ Verbraak: ,,Nee, om het te bekijken.’’)

Hulde niet alleen voor de acteurs die de schutters en Saskia spelen, maar zeker ook voor Coen Verbraak. Hij is als journalist in de film gewoon helemaal zichzelf in Praten met De Nachtwacht. Zijn verschijning is de film en de setting lijken op die van Kijken in de ziel: twee mensen, een tafel ertussen, een karaf water en glazen binnen handbereik. Die glazen en waterkan zijn ook in de film aanwezig.

De film (duur 75 minuten) is het bekijken meer dan waard. En wie De Nachtwacht al eens of vaak in het echt heeft gezien, kijkt de volgende keer met heel andere ogen naar dit beroemde werk van Rembrandt.

Hieronder de trailer van de film.

Schitterend, maar te druk

Aangestoken door lovende door voorverhalen recensies in kranten, vanochtend koers gezet naar Amsterdam voor de tentoonstelling Van Rembrandt tot Vermeer, meesterwerken van The Leiden Collection. Prachtige schilderijen, wel iets teveel portretten voor mij en ook te druk.

The Leiden Collection is een collectie kunstwerken uit de zeventiende eeuw van niet alleen Rembrandt en Vermeer, in privé bezit van de Frans-Amerikaanse zakenman en verzamelaar Thomas Kaplan en zijn vrouw Daphne.


Geen verzameling die gedoemd is te verblijven in kluizen om zodoende onttrokken te blijven aan het oog van kunstliefhebbers. Het echtpaar wil juist dat het publiek kennis kan nemen van de vele werken die ze in bezit hebben.

Voor de tentoonstelling in H’Art Museum (voorheen Hermitage) in Amsterdam zijn van de circa 250 werken de collectie van de Kaplans telt er achttien (waaronder 1 tekening van Rembrandt) van onder andere  Gerard ter BorchCaspar Netscher, Ferdinand Bol en Paulus Lesire.

Tijdsbeeld
Een fraai overzicht, mooi gerubriceerd en per schilderij een duidelijk uitleg over de makers (bijvoorbeeld dat Rembrandt de basis heeft gelegd en zijn leerlingen het hebben afgemaakt), het tijdsbeeld en een verwijzing naar details. H’Art heeft er echt werk van gemaakt de werken uit de Leiden Collection goed over het voetlicht te brengen bij de bezoeker.

Domper voor mij vandaag is wel dat het ondanks een tijdslot waar het museum mee werkt, het toch weer druk was en je niet te lang vlak voor een schilderij kon blijven staan om alle details tot je te nemen. En behalve portretten had ik nog wel wat meer werken willen zien. Bijvoorbeeld, als de collectie die telt, landschappen, enzovoorts.

Dat laatste kan ik niet zo snel achterhalen. Aan het eerste kan ik wel wat aan doen. De tentoonstelling is nog tot in de loop van augustus te bezoeken.
Dus ik hoop dat tegen die tijd het nieuwe er een beetje van af is en ik de schilderijen in alle rust, of in elk geval in meer rust kan bewonderen. Een herbezoek is de tentoonstelling Van Rembrandt tot Vermeer, meesterwerken van The Leiden Collection zeker waard.

Hieronder een filmpje met een aantal van de werken op de tentoonstelling.

Goede opmaat naar de Stille week

De ‘Goede week’, heet de week tussen Palmzondag en Pasen. In een druk leven ervaar je dat amper, maar de Matthäus Passion zet je wel op het juiste spoor. En in het echt sta in dit werk van Bach meer stil bij de laatste dagen van Jezus voor zijn kruisiging, dan bij het luisteren kijken op tv, Spotify of andere uitingen.

De afgelopen jaren heb ik dit – in mijn ogen – bijna 300 jaar oude meesterwerk van Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) verschillende keren bijgewoond en steeds in de Laurenskerk in Rotterdam. Waarom juist voor deze kerk? Wel, hier wordt de Matthäus Passion uitgevoerd in de zetting zoals Bach het heeft gemaakt: voor een cantatedienst. Geen concert dus, maar een ‘muzikale preek in een kerkdienst‘.

In de Laurenskerk wordt de oratorium – in twee delen – dus vooraf gegaan door drempelgebed, samenzang, schriftlezing door de predikant van ‘de  Laurens’, ds. Harold Schorren.
Na de pauze (lunchtijd) opnieuw schriftlezing en samenzang en aan het einde gebeden (inclusief het Onze Vader) en zegen. Maar de bijna drie uur durende uitvoering van de Matthäus Passion domineert het geheel wel. Aan de vreemdeling wordt op schermen gevraagd niet te applaudisseren.

De Matthäus Passion wordt hier uitgevoerd door het Laurensorkest, de Laurenscantorij (beide zoals het hoort bij dit werk in twee zettingen), zes solisten en in het eerste deel ook de hoge stemmen van het jeugdkoor Young Voices. Samen onder leiding van dirigent Wiecher Mandemaker.

Kerkdeur
Ik zorg er steeds voor om al heel vroeg naar Rotterdam te gaan. De cantatedienst begint om 10.30, maar voor een goede zitplaats moet je er al vroeg bij zijn. Dus stond ik weer om 08.30 uur met anderen te wachten voor de grote kerkdeur die om 09.00 uur open ging. Eenmaal binnen naar de voorste rij halverwege de kerk in het koorgedeelte. Voordeel van een plek hier is dat het koorgedeelte iets verhoogd is. Je hebt dus geen last van mensen voor je.

En vanaf die stoel dus genoten van de prachtige muziek. De openingsmuziek in het eerste deel brengt me al in vervoering. Schitterende ‘stemmen’ van de verschillende instrumenten: viool, cello, hobo, fagot en dwarsfluit. En dat wordt direct overtroffen door de eerste koorzang

Kommt ihr Töchter helft mir klagen.
Sehet—wen?—den Bräutigam,
Seht ihn—wie?—als wie ein Lamm,
Sehet—was?—seht die Geduld,
Seht—wohin?—auf unsre Schuld.
Sehet ihn aus Lieb’
und Huld Holz zum Kreuze selber tragen.

En wat later die prachtige aria (alt, begeleid door twee fluiten) Buß und Reu’

Boete en smart breken het zondige hart.
Geef toch, dat de tranen van mijn ogen
voor U zoete balsem wezen mogen, o trouwe Jezus.

Ik ga hier niet de gehele tekst plaatsen. De liefhebber kan die vinden door op deze link te klikken.

Nou, alleen het slot dan nog, het Wir setzen uns mit Tränen nieder/Ruhe sanfte, sanfte ruh!, als Jezus in het graf is geplaatst.

Wir setzen uns mit Tränen nieder
Und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh!
Ruht, ihr ausgesognen Glieder,
Ruhet sanfte, ruhet wohl!
Euer Grab und Leichenstein
Soll dem ängstlichen Gewissen
Ein bequemes Ruhekissen
Und der Seelen Ruhstatt sein.
Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein.
Wir setzen uns mit Tränen nieder,
Und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh!

Na de slotwoorden van dit lied blijft het doodstil in de kerk. Zo blijft dat lied (door beide koren) en de Matthäus Passion hangen in je hoofd. Een goede opmaat naar de Stille week.

Voor wie de Matthäus Passion wil zien en horen, maar er niet voor naar een live uitvoering wil gaan, hieronder een fraaie versie door de Nederlandse Bachvereniging, opgenomen in april 2014 in de Grote Kerk in Naarden.
Van YouTube, dus er zal om de haverklap wel reclame voorbij komen.

Nog nooit zoveel emotie van een lijdende Jezus gezien

De Kremer collectie in Stedelijk Museum Alkmaar. Werken van de grote en schatrijke verzamelaar George Kremer. Niet zijn schilderijen van onder andere Rembrandt, Frans Hals, Albert Cuyp, Pieter de Hooch en meer weggestopt in depot, maar juist bedoeld om ze overal tentoon te stellen zodat het publiek er kennis van kan nemen. Het bezoek meer dan waard.

Zo af en toe (meer toe dan af gelukkig), kom je aankondigingen tegen in kranten of op tv van tentoonstellingen die een bezoek waard zijn. Vandaag dus in Alkmaar. Daar, in het Stedelijk Museum, is de expositie met werken van verschillende Hollandse meesters te bezoeken.

De 48 tentoongestelde werken zijn in bezit van de Kremer Collectie, een sinds 1995 opgebouwde kunstverzameling van de steenrijke George en Ilone Kremer. Stuk voor stuk geweldige stukken, al heb ik niet zoveel met stillevens, maar des temeer met de verhalende werken en portretten.

Geldwisselaar
In het doek uit 1629/1632 van Matthias Stom (1600 –1681) komt dat verhaal echt tot leven. Indrukwekkende expressies. De geldwisselaar die in haast zijn geld bijeen raapt, de angst op het gezicht van de man die de gesel van Jezus zijn kant ziet opkomen, de verkoper van een kip die het hazenpad kiest. Anderen die er angstig (goed te zien op hun gezichten) al net zo snel vandoor gaan.
Wonderschone details. Elk gezicht heeft een andere expressie. Als ik journalist in die tijd was geweest, had ik daar bij willen zijn! Wie het Bijbelverhaal kent, ziet het hier de ‘Tempelreiniging’zeer goed uitgebeeld. Een zeer krachtig werk.

Een tweede doek dat ik, zeker in de Stille Week, met meer dan ontzag heb bekeken is Christus aan de zuil van Jan Lievens. (1607 – 1674).

De expressie op het gezicht van de lijdende Jezus is wat mij betreft ongeëvenaard. Dichtbij het doek zie je zelfs de tranen in de ogen van Jezus. Bloed druppelt vanonder de doornenkroon. Links op het doek kijkt een soldaat toe.

Er bestaan heel veel schilderijen van de kruisiging van Jezus en wat er in de laatste dagen daarvoor gebeurde, maar ik heb nergens zoveel emotie in een doek gezien als hier. Gelukkig staat er een bankje bij het schilderij en kun je rustig langdurig naar dit wonderschone werk kijken.  

Barmhartige Samaritaan
Minder indrukwekkend, maar het aanzien zeker toch waard is de Berouwvolle Petrus, van Gerrit van Honthorst. Met gevouwen handen en de sleutels van de eeuwige stad op tafel. Hetzelfde geldt voor de Barmhartige Samaritaan van Pieter Lastman.

In de min of meer niet-religieuze categorie zijn er ook fraaie ontdekkingen. Zo is er het schilderij van een boerderij van Abraham Bloemaert.

Dat blijkt na voltooiing te zijn versneden. Zodoende ontbreekt rechts een varkensstal met daar de Verloren zoon uit een va de parabels van Jezus. Die is wel te zien in de ontwerptekening die ook te zien is.

Dat de Kremers oog voor kunst hebben, komt wat mij betreft tot uiting in het werk van een landschap met koeien. Een echt Hollands gezicht van grazende en rustende runderen, door de Kremers voor het eerst gezien op een tentoonstelling in Boedapest..

Er waren twijfels of dit wel een echt werk van Albert Cuyp was. De Kremers hielden vol en na verwerving bleek uit onderzoek dat George en Ilona het bij het rechte eind bleken te hebben.

Audiotour
Ik zal hier niet alle werken van de tentoonstelling beschrijven. Daarvoor zijn het er teveel. Ga zelf kijken. Dat kan nog tot 1 juni. Geniet ook van de audiotour met daarin de bijdragen van George en Ilone Kremer zelf.
Ze vertellen bij elk werk dat de revue passeert wat dit doek voor ze betekent en waarom ze dit aan hun collectie hebben toegevoegd. Een van de betere audiotours die ik ooit heb gehoord in een museum. En wellicht komen de schilderijen van de Kremer collectie later terug als eeuwigdurende bruikleen.

Sowieso is een bezoek aan Almaar een feestje. Zelfs als er geen vrijdagse toeristische kaasmarkt is.

Spelen, ook voor grote mensen

Stond al even op mijn lijstje Dagtochten en vandaag, want zeer prachtig weer, naar Deventer. Al paar keer in deze stad geweest. Heerlijk om doorheen te lopen en met de voet-/fietspont naar het Worpplantsoen, de verborgen parel van Deventer. Maar het eigenlijke doel vandaag is het Speelgoedmuseum.

Benieuwd of er speelgoed te vinden is dat ik herken uit mijn eigen jeugd. Nou, daarin ben ik niet teleurgesteld in dit Speelgoedmuseum. Speelgoed, spelletjes, jeugdboeken (Hallo Dik Trom!). Een feest der herkenning.

Was als kind al dol op speelgoed autootjes (wie niet). Heb me vandaag verlekkerd aan de vitrines vol Dinky Toys en Matchbox. En he, daar is dat bijzondere vliegtuig uit de tv-serie Thunderbirds. “5, 4, 3, 2, 1 … Thunderbirds Are Go...” .

En ook de Schuco autootjes die over een wat ik maar noem spiraalbaan reden. Heb die zelf niet gehad, maar mijn oudere broers wel.

Meccano
Hetzelfde geldt voor het ijzeren constructie speelgoed Meccano. Al was ook dat van een van mijn broers, hier heb ik heel veel mee gebouwd. Net als later de houten versie van SIO. Kennelijk wat te duur of zo. Mijn vader heeft er zelf van hout nog een veelvoud van gemaakt voor me. Eindeloos veel speelplezier.

En qua speeltjes is er in dit museum in Deventer natuurlijk Mens-erger-je-niet te vinden. Dat heb ik zelfs als volwassene nog heel vaak gespeeld met mijn moeder en ook met de vroegere oppas en goede vriendin Mientje. Het spel kende een familievariant: dammetjes.
Daar mocht je dan niet voorbij. Ook jij niet met de eigen kleur pionnetjes. Je mocht wel de dam vergroten. Er ontstond dan al snel een file achter de dammetjes, waardoor het spel heel lang kon duren.

In de film- en fotohoek maar bescheiden aandacht voor één  View-Master. De kijker voor stereofoto’s. Heb er zelf nog een (ooit als kind gekregen), met tal van schijfjes. Heb ik nog steeds. Misschien maar eens tevoorschijn halen.

Verder veel poppenhuizen, Barbies en noem maar op. Daar snel voorbij gelopen. Wel gekeken naar de modelspoorbaan. Maar als je in Miniworld in Rotterdam bent geweest, valt deze wel wat tegen. Maar laat dat geen reden zijn deze zaal over te slaan als je hier op bezoek komt.

Knikkerbaan
Al het waardevolle oude speelgoed staat in vitrines, maar voor kinderen (en hun ouders!) zijn er ook volop interactieve mogelijkheden. Dozen vol bouwblokken om maar wat te noemen.
Het mooiste, op een van zolders van de twee gekoppelde oude pakhuizen in het centrum van de stad is de reusachtige knikkerbaan, een ‘installatie’ zouden we dat nu noemen, van de Zwitsers-Duitse kunstenaar Hans-Martin Wagner.

Door zelf te draaien aan een van de twee wielen komt de knikkerbaan boven je hoofd in beweging. Via allerlei doorzichtige buizen gaan de ballen heen en weer. Omhoog, opzij en mat een vaart omlaag. Geweldig om te zien. Zie filmpje onderaan dit verhaal.

Een museum dat het bezoek waard is. Zeer vriendelijk personeel, een audiotour met goede uitleg.
En zeker in dit jaar van 80 jaar bevrijding ook veel aandacht voor spelen en spellen in de Tweede Wereldoorlog, zoals het Verduisteringsspel en het Onderduikspel. Het museum wil maar duidelijk maken: spelen is van alle tijden, ook in tijden van oorlog. 80 Jaar geleden en waarschijnlijk ook nu nog.

Park
Zoals gezegd was het bezoek aan het Speelgoedmuseum de hoofdreden vandaag naar Deventer te gaan. Nee, geen Deventer koek aangeschaft. Wel vanwege het schitterende weer (volop zon, dik 20 graden Celsius) genoten van de stad zelf. Met het voet-/fietsveer naar de overkant van de IJssel en daar genoten van de stilte en de zon in het Worpplantsoen.

Veel drukte met passagiers op de tocht van zo’n twee minuten. De meesten gaan per fiets de omgeving in, op zoek naar hun geparkeerde auto in de nabijheid. Een paar stappen verder sta je in het, naar het schijnt, oudste wandelpark van Nederland. En daar is bijna geen mens te bekennen vandaag. Ongelooflijk! Dus uurtje van de stilte en de zon genoten aleer de treinreis terug naar Gouda te aanvaarden.

Filmpje van de knikkerbaan in Speelgoedmuseum Deventer:

Gewoon, omdat het kan

Gewoon omdat het kan, klopt wel aardig voor mijn eendaags bezoek aan Edinburgh. Heerlijke oude stad om doorheen te lopen. En dat voor heen en terug per vliegtuig voor net iets meer dan 100 euro.

Zat eerder dit jaar gewoon eens rond te neuzen op internet en kwam er achter dat als je zeer flexibel bent qua vliegdag, je voor een habbekrats van Schiphol (helaas niet meer vanaf Zestienhoven) naar de Schotse hoofdstad Edinburgh kunt vliegen.

Dat leek me wel wat. Dan wel in het voorjaar gaan, zodat je al wat meer van het daglicht kunt genieten en de ergste kou ook verdwenen is.

Kwam uit op deze dinsdag. ’s Morgens om 07.30 uur weg (dank aan zus Y. die me naar de luchthaven heeft gebracht in alle vroegte) en ongeveer twaalf uur later terug naar Nederland.

Wat ik toen nog niet wist uiteraard, was het prachtige weer vandaag. Volop zonneschijn, met alleen in de ochtend paar wolkjes. En met 15 gaden een zeer aangename temperatuur om door het oude centrum te wandelen.

Ontbijt
Ben elk jaar aan het begin van mijn zomervakantie hier wel een dag, soms twee. Het verveelt echter nooit. Ik geniet van de oude gebouwen. St. Giles Cathedral (de hoofdkerk van mijn Schotse kerk), een goed en stevig ontbijt om de dag mee te beginnen (bacon, eggs, sausage, baked beans…) en uiteraard een bezoek aan een pub.

Het nuttige met het aangename verenigd. Vanochtend na het ontbijt in The Booking Office vlakbij het grote Waverly treinstation, per stadsbus naar de evangelische boekenzaak Faith Mission gegaan om daar twee exemplaren op te halen van het reeds bestelde supplement God welcomes all van het liedboek van mijn kerk op te halen.

En aan het begin van de middag een gesprek met iemand van de media-afdeling van de Church of Scotland om eens kennis te maken. Via email heb ik al regelmatig contact met ze, vanwege mijn rol als coördinator communicatie en publiciteit van de internationale classis.

Pub
Na nog een rondje Princess Street Gardens naar de pub Alexander Graham Bell in George Street voor wat biertjes met Edinburghse vriend L. S. Altijd gezellig. En de Abbot Ale is zeer goed te drinken.

Dat vliegretour zo goedkoop is, komt ook door te kiezen voor Easyjet. OK, je zit wat opgepropt in het toestel, maar dat mag de pret niet drukken. En het is slechts een kleine anderhalf uur vliegen. Als ik een dagje Maastricht doe, ben ik langer onderweg.

Nog een voordeel: het is maar een dag, dus behalve een rugzak gaat er niks mee. Na aankomst, zowel in Edinburgh als vanavond op Schiphol, ben je zo het luchthavengebouw uit.

Niet gelijk morgen, maar misschien dat ik in het najaar of zo nog eens een dagje Edinburgh doe.

Hieronder een kort filmpje van vandaag. Met live doedelzakmuziek op de achtergrond.

Stadswandeling Maastricht

Na vier dagen intensief voor mijn kerk in de weer te zijn geweest met overleggen, schrijven, mailen, mezelf vandaag getrakteerd op een dagje Zuid-Limburg. Plan wel moeten bijstellen, want twee ideeën zijn ondanks de zonneschijn in het water gevallen.

Kom graag in Maastricht en omgeving. Vooral de Limburgse hoofdstad zelf met zijn Bourgondische levensstijl kan me bekoren. Voor vandaag bedacht om met de trein door te reizen naar Eijsden, dan dwars door het dorp naar de Maas en dan met het voerveer over naar Lanaaien, of Lanaye op zijn Frans (want Wallonië), om vervolgens langs het water terug te lopen naar Maastricht.

Helaas, in de trein naar Maastricht ontdekte ik dat het voetveer pas weer in april vaart. Alternatief bedacht: Visé, een paar treinmunten zuidelijk van Eijsden. Daar stak Arriva een stokje voor. Problemen met het treinstel. Dat zou betekenen dat ik bijna een uur moest wachten op de volgende trein.

Nou ja, dan maar weer een heerlijke stadswandeling door Maastricht zelf, na eerst koffie te hebben gedronken op terras van De la Bourse aan de Markt.

Rondeel
Stadswandeling Maastricht is geen straf. Vele van de bouwkundige historie is bewaard gebleven, of goed gerestaureerd. Laat me weer verrassen door een fraaie gevelsteen nabij het VVV-kantoor aan de Muntstraat.

Uiteraard even gekeken of het herstel van de stadswal en rondeel De Vijf Koppen vordert. Een deel van dit historische verdedigingswerk is deze maand precies vijf jaar geleden deels ingestort.

Daarna elders op de stadsmuur van de zon genoten en via de Hellepoort langzaam richting het Onze Lieve Vrouweplein gegaan, om daar in alle rust op het terras van mijn favoriete café hier, Charlemagne, van twee glaasjes witte wijn te genieten.

Zoals aan het begin gemeld, ging de wandeling vanuit Lanaaien/Lanaye naar Maastricht niet door vandaag, maar wie mij kent, weet dat ik deze zomer nog wel een keer koers zet Zuid-Limburg. Wat in het vat zit…

Filmpje:

Kerk en Bastille in één weekeinde

Lang weekeinde Parijs. Geen tijd om te stad zelf te bezoeken, want dagen vrijwel volgepropt met vergaderingen. Gelukkig maar, ik heb he-le-maal niks met Parijs. Er wonen teveel Fransen…

Gelukkig had ik dit weekeinde weinig met Fransen te maken. OK, personeel van het Ibis hotel en zo, maar verder contact met mensen uit verschillende (Europese) steden, zoals Lissabon, Rome, Warwick (Bermuda), Colombo (SriLanka), Geneve, Lausanne, Lissabon, Amsterdam, Brussel, Rotterdam en OK, Parijs.

Het was de halfjaarlijkse bijeenkomst van de International Presbytery (classis) van mijn kerk, de Church of Scotland. Ik ben al ruim twintig jaar lid van een van de gemeenten van dat protestantse kerkgenootschap: de Scots International Church Rotterdam (SICR).

Kerkvisitatie
Een weekeinde vol vergaderingen over financiën, gebouwenbeheer, missie, kerkvisitatie en nog meer. Zelf ben ik samenroeper en daarmee ook rapporteur van de commissie kerkvisitatie, of zoals dat in Schotse kerkbegrippen heet de Superintendence and Ministry Committee.

Die commissie regelt onder andere dat elke kerk in de classis elke vijf jaar een bezoek krijgt van een team uit de classis om te overleggen over onder andere – alweer –de lokale financiën, gebouwenbeheer, de stand van zaken in de kerkelijke gemeente, het wel en wee van de predikant en nog meer.

Heb zelf ook al een paar van die weekeindebezoeken afgelegd en doe dat in 2026 opnieuw. In Rome dan.

En ook coördineer ik voor de presbytery dat we publiciteit genereren in de Church of Scotland en het maandblad van de kerk, Life and Work. Mooi om te doen allemaal, zeker nu ik er als pensionado meer tijd voor heb.

Bastille
Behalve vergaderingen biedt zo’n classisbijeenkomst ook de gelegenheid om de andere leden van het gezelschap te spreken tijdens pauzes, tijdens het eten en aan de bar.

De afsluiting van het vergaderweekeinde is altijd de kerkdienst op zondag in de gastkerk, dus nu de Scots Kirk Paris.

Tussen de vergaderingen dit weekeinde door wel even de tijd genomen om de benen te strekken in de omgeving van het hotel, zoals naar het ‘Juli monument’ op de Place de la Bastille.
En op zondag naar metrostation via een uitgebreide warenmarkt (veel vis, kaas en groenten) op de ruime ‘middenberm’ van de Boulevard Richard-Lenoir. Zie foto boven dit verhaal.

En voor wie heeft gehoord over de sluiting vanwege de vondst van een bom uit de Tweede Wereldoorlog afgelopen vrijdag van station Gare de Nord waar de Eurostar uit Nederland aankomt: ik was er al donderdagmiddag.

Voor de volgende classisvergadering in oktober dit jaar hoef ik niet ver te reizen. Die is in Amsterdam.

Te katholiek? Wel schitterend

Fraaie tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe; Zien & Geloven. Veel werken die gerelateerd zijn aan de lijdenstijd en Pasen. Een lust voor het oog.

Nog nooit in dit museum in Enschede geweest. Sterker nog, ik ben nog nooit in die Overijsselse stad geweest. Goed te bereiken met het openbaar vervoer. Er gaat een rechtstreekse trein naar Enschede en met een kwartiertje lopen sta je bij het museum.

Had over de tentoonstelling die een zintuigelijke reis door de Middeleeuwen is, gelezen in de krant ene tijdje terug en besloten die op mijn lijstje met te bezoeken musea te zetten. Geen spijt van gehad, al sta ik bij het ene kunstwerk langer stil dan bij het andere.

Getijdenboek
Zo ligt er een aantal getijdenboeken tentoongesteld Opengeslagen in de vitrines zien ze er prachtig uit, maar lezen kan ik de teksten niet. Dus daar ben ik al snel op uitgekeken.

Wel indrukwekkend zijn de vele fraaie schilderijen en drieluiken die zijn samengebracht uit de eigen museumcollectie en bruiklenen van elders. Het geeft een mooi beeld van hoe kunst en geloof met elkaar verbonden waren.

Indrukwekkend zijn de vele werken met het lijden van Jezus, zijn kruisiging en opstandig als onderwerp. Zo staat er een manshoog houten beeld van Jezus die op een ezel zit, op reis naar Jeruzalem (Palmpasen).

Doornenkroon
Zeer fraai vind ik het werk met Jezus met zijn door de doornenkroon bebloede hoofd. En ook die van na de opstanding als Jezus zijn op het kruis met een spijker doorboorde hand toont aan Maria. Klein, maar zeer fraai gemaakt is het duizend jaar oude ivoren werkje van de drie Maria’s bij het graf. Maker onbekend, uitgeleend voor de tentoonstelling door Museum Schnütgen in Keulen. De Bijbelse verhalen komen zo goed tot leven.

Heel grappig ook om de katholieke sfeer te kunnen horen en ruiken. Er staan glazen bollen waaruit je een geur kunt laten ontsnappen. Onder andere de voor mij als protestant onbekende wierook. En een bel die wordt gebruikt bij bepaalde onderdelen in de katholieke liturgie. Als je langs de tentoongestelde werken loopt, hoor je constant dat iemand een bel; op een tafel oppakt en laat rinkelen.

Perkament
Verder zijn er veel relikwieën te bewonderen, zoals verschillende monstransen, wierookvaten, altaarbellen, je kunt perkament voelen met je vingers. Een complete tentoonstelling, een complete ervaring.

De ‘hoftuin’ een kunstwerk met allerlei afbeeldingen en vertellingen in wat het paradijs (de Hof van Eden) moet voorstellen, moet de zinnen prikkelen in een aparte ruimte waar geknutseld kan worden.
De werkjes kunnen in een ‘hoftuin’ aan de muur worden geplaatst. Onder andere Jezus aan het kruis heeft bezoekers geïnspireerd. En nee, er hangt geen werkje van mij. Ik ben nooit van de handenarbeid geweest…

Wandtapijten
Nu ik er toch ben ook maar even door de rest van het bijna honderd jaar oude museum gedoold. Thematisch ingerichte zalen, zoals die met landschappen.

En een aparte ruimte met zes mooie wandtapijten die het museum vlak voor de opening in 1930 heeft gekocht van toenmalige koningin-moeder Emma en afkomstig zijn uit haar ouderlijk huis, Schloss Arolsen in Duitsland.

Het zijn overigens Nederlandse wandtapijten (geen gobelins, hoewel de zaal wel die naam draagt), geweven tussen 1650 en 1675 door Maximiliaan van der Gucht.

Als moderne tegenhanger hangen aan het plafond vijf enorme ‘vorstelijke’ kroonluchters, in 2014 vervaardigd door glaskunstenaar Bernard Heesen.

Vuurwerkramp
De enige verwarring aan het bezoek wordt me bij het verlaten weggenomen. Het gebouw oogt van buiten als een vroege school, of misschien wel een klooster. Niets blijkt minder waar, wordt me verteld. Het is als een ‘monument voor kunst en cultuur’ als museum gebouwd in opdracht van textielfabrikant Jan Bernard van Heek. Hij leefde van 1863 – 1923 en heeft dus de opening in 1930 niet mogen meemaken. Het is aan zijn weduwe en zijn tien broers en zussen te danken dat het museum toch werd voltooid.

Het museum is gelegen niet ver van de plek waar op 13 mei 2000 de grote vuurwerkramp was. Als door een wonder bleef de collectie onbeschadigd.
Het gebouw zelf liep zoveel schade op dat het een jaar lang gesloten bleef voor herstel.

De expositie Zien & Geloven is nog tot en met 4 mei te bezoeken. Een aanrader!