Kunstkijken in een gesloten museum

Bezoek aan museum dat al paar jaar gesloten is en ook nog jaren gesloten blijft. Bijzonder dus om toch door Museum Boijmans Van Beuningen te lopen. Wel met bouwhelm op. Verrassende installaties.

Nog nooit geweest, maar deze weken is het mogelijk omdat in kader van Maand van de Architectuur een rondgang te maken door het gesloten, 89 jaar oude Boijmans Van Beuningen. Dat het museum in Rotterdam wordt gerenoveerd, kan niemand ontgaan die binnenstapt, merk je tijdens het bezoek aan Snakken naar Boijmans.

Wel met een bouwhelm op. En voor wie ondanks de waaraschuwing bij het boeken van een toegangskaartje toch zo dom is op teenslippers te zijn gekomen, moet dat schoeisel even omruilen voor beschikbare stevige stappers.

Gaten in de muren. Verwijzingen naar zalen die niet meer kloppen. Volgens mij is het nog niet de verbouwing zelf, maar bouwkundig onderzoek naar wat er allemaal mis is en wat er moet gebeuren en ook – dat staat vast – asbestverwijdering.

Rijksmonument

Het klinkt spannend voor zo’n bezoek. Ik ben van de categorie die niet alleen naar het museum gaat voor de collectie, maar ook voor het gebouw zelf. Dat heb ik al sinds ik voor het eerst in het Rijksmuseum in Amsterdam kwam. De architectuur daar is van een grote schoonheid en ik hoop op diezelfde ervaring in Boijmans, dat deels ook een rijksmonument is.

Nou, dat lukt, al zijn er soms wel een beetje fantasie en oude foto’s voor nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor een monumentale houten trap. Die is verwijderd. Alleen het stenen geraamte duidt de plek.

Spannend is dat het museum niet één gebouw is, maar eigenlijk een optelsom van vier bouwdelen van achtereenvolgende architect die sinds 1928 betrokken zijn geweest bij Boijmans. Duidelijke uitleg in twee plattegronden die elke bezoeker meekrijgt. Op de ene kant veel informatie over het gebouw (architectuur) zelf en de andere kant over de installaties en andere kunstwerken die speciaal voor deze weken te bewonderen zijn.

Toren

Zo leer ik dat de al genoemde houten trap (die dus nu verwijderd is) al dateert uit 1700, maar toen onderdeel was van het woonhuis van Simon de Brienne, die het in 1928 schenkt aan het museum. Ik geniet van de marmeren vloeren en plinten en de fraaie spiraaltrap met veel lichtinval. De toren die boven het museum uitsteekt is helaas niet te bezoeken, maar op deze zonnige dag is er vanaf de binnenplaats mooi zicht op.

Om Boijmans toch even een museum te laten zijn (het is dicht sinds 1919 en gaat op zijn vroegst pas in 1929 open), hebben kunstenaars op verschillende plekken fraaie installaties geplaatst. Dat moet een buitenkansje voor ze zijn, want door de leegte van het gebouw, hebben ze nauwelijks met ruimtelijke beperkingen te maken gehad.

Yellow Lines

Heel fraai vind ik bij de al genoemde spiraaltrap de meters- en metershoge draaiende… tja, wat is het eigenlijk? Autotomania ku Zjeitu van de kunstenaar Kevin Osepa . Nou, mooi in elk geval. Nog mooier vind ik The Pace of Yellow Lines and Blue Surfaces van Johannes Langkamp. Twee bewegende installaties in zachte kleuren en materialen die van een afstand in twee naast elkaar gelegen museumzalen zijn te zien.

Een installatie waar je niet omheen kunt (maar wel doorheen kunt lopen) is Labyrinth van de kunstenaar Adrianus Kundert op de binnenplaats van het museum (zie foto onderaan). Met lucht gevulde gestreepte kokers waar je doorheen kunt lopen.

Sommige installaties heb ik gefilmd. Zie onderaan.

En op een zonnige dag is er natuurlijk ter afsluiting een uurtje in redelijke van de zon genieten in het park achter het museum. Wie het museum wil bezoeken (aanrader!): het is nog toegankelijk tot en met 7 juli.

Mijn keuze voor het nieuwe schouwburgseizoen

Mijn keuze voor het nieuwe theaterseizoen, met op het laatste moment nog een verrassende ontdekking in het genre muziek. Verderop in dit verhaal een toelichting daarop. En nu maar afwachten welke voorstellingen worden toegekend.

08/10: Antigone (toneel, Het Nationale Theater met Mark Rietman)
20/11: Dolf Jansen
12/12: Dilana Smith (rock zangeres)
19/12: Waverly Gallery (toneel, met Anne Wil Blankers)
28/01: Bert Visscher
13/02: Lebbis
20/03: BV Vastgoed (toneel, Toneelgroep Maastricht)

Ben groot liefhebber van toneel, dus blij dat ik weer drie zo op het oog stukken heb ontdekt in de brochure voor het seizoen 2024 – 2025 van de Goudse Schouwburg.

De eerste (en ook mijn eerste voorstelling in het nieuwe seizoen) op 8 oktober is Antigone. Een klassieke tragedie, gebaseerd op de Griekse mythologie. Het motto van het stuk: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen (maar wat is verstandig handelen?) en de goden niet tarten (maar wat is de goden tarten?). Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.

De tweede, op 19 december met Anne Wil Blankers, is Waverly Gallery. Een, volgens de omschrijving krachtig, aangrijpend en vaak hilarisch verhaal over de laatste jaren van gulle en praatgrage grootmoeder (Blankers). Zij is nog altijd eigenaresse van een kleine kunstgalerie en kampt met de nietsontziende ziekte Alzheimer. Het stuk vertelt over haar strijd om haar onafhankelijkheid te behouden en het effect van haar achteruitgang op haar familie,

Verkoopwedstrijd
De derde (en mijn afsluiting van het seizoen in de Goudse Schouwburg) is op 20 maart: BV Vastgoed door Toneelgroep Maastricht. zwarte komedie waarin mensen wanhopig strijden voor hun baan en bestaan in een wereld die draait om geld.
Op het makelaarskantoor BV Vastgoed worden de medewerkers door de directie onderworpen aan een verkoopwedstrijd. De twee beste verkopers krijgen een bonus, de rest wordt ontslagen. Dit zorgt ervoor dat er een strijd ontstaat waarin alleen de sterkste overleeft.

Ook in de rest van mijn keuze heb ik veel zin. Logisch eigenlijk, anders had ik de voorstellingen niet geboekt…

Dolf Janssen (20 november) is altijd goed voor een avond voor gulle lach en nadenken. Je moet wel constant alert zijn bij deze spraakwaterval.

Dolf vraagt zich in deze oudejaars voorstelling Ongewone Nederlander af: als de gewone Nederlander bestaat, hoe ziet dat er dan uit, qua kleding en kapsel en wat er op je barbecue ligt. En, zeker zo belangrijk, wat betekent het als je het níet bent? Als je niet aan De Normen Der Gewone Nederlander voldoet…? 

Veel is nu nog niet bekend. Hij haakt uiteraard in op de actualiteit zoals het nieuwe kabinet, de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten en tja, daar is nu nog weinig over bekend.

Rockzangeres
Dan de verrassing dit seizoen voor mij: de Zuid-Afrikaanse rockzangeres Dilana Smith (10 december).

Nooit van haar gehoord, maar ze gaf een kort optreden afgelopen maandag tijdens de seizoenprestatie in de schouwburg. Wat een leuk mens en wat een stem.

Een optreden met nummers van onder andere Tina Turner, Janis Joplin of Cyndi Lauper. Tussen de nummers door vertelt ze in een charmante mengelmoes van Nederlands, Engels en Zuid-Afrikaans over opmerkelijke paralellen tussen haar roerige leven en dat van haar heldinnen.

Waar ik ook ongelooflijk naar uitkijk, is Bert Visscher op 28 januari. Hij heeft een tijd niet in de theaters gestaan, maar keert terug. Met deels een terugblik, lees: oud materiaal. Van Barbie Ken tot bloemschikken en van de klushoek (de helm !) tot de stotterende man van motorclub No Calendar..
Samen met nieuwe idioterie en materiaal dat het nooit heeft gehaald. Visscher: ,,Het moet het wel een typische Visscheravond worden.’’

Nog één avond cabaret dit nieuwe seizoen, op 13 februari: Lebbis. Over het programma is nu nog niet meer bekend dan de titel: Spaanse kussen. Geeft niet, ik laat me graag verrassen.

UPDATE 6 juni: Trouwfeest op 20 november. Dus avondje Dolf Jansen gaat niet door. Ik weet het, wat is er nog leuker dan een avondje Dolf Jansen. Maar ik wil de bruid niet teleurstellen…

Vergane glorie: vliegveld Waalhaven

Dat Rotterdam voor Zestienhoven al een luchthaven had, wist ik. Ook dat Vliegveld Waalhaven in de Tweede Wereldoorlog volledig is gebombardeerd is, Maar dat het zo dicht bij Heijplaat, de woonplaats van mijn grootouders en ook een tijd van mijn ouders, zus en twee broers was, wist ik niet. Ook niet dat het de allereerste Europese vliegveld voor de burgerluchtvaart was. Schiphol bestond al wel, maar was een militair vliegveld.

Die laatste kennis en ook de locatie is me vanmiddag duidelijk geworden op een tentoonstelling over het vliegveld op een expositie in Kasteel Rhoon.  

Nou ja…, vliegveld. Het was in die tijd niet meer dan een groot grasveld en een paar gebouwen. Toch was het een wonder van de moderne tijd. Rotterdam liep er voor uit. Er werd gretig gebruik gemaakt van rondleidingen. Prijs: een dubbeltje. En er was een restaurant, zodat al vroeg rekening werd gehouden met bezoekers en passagiers. Ook was er al een vliegtuigfabriek (Koolhoven).

Luchtlijnen
Na de Eerste Wereldoorlog kwamen duizenden piloten ( en ook even zovele oorlogsvliegtuigen) in allerlei landen tot stilstand. Het was daardoor geen wonder dat men snel tot het idee kwam luchtlijnen te gaan vormen tussen landen en steden.

Uitgerekend een voormalige Duitse oorlogsvlieger, Alfred Kerzman, stelde het Rotterdamse Gemeentebestuur voor een vliegveld aan te leggen. Iedereen was enthousiast. Zelfs in Engeland was er grote belangstelling, vanwege het belang van postvliegtuigen.

Toevallig was er een groot terrein net ten zuiden van de Waalhaven meteen beschikbaar. Het was al met grond opgespoten (om de Waalhaven zelf te vergroten) om als bedrijventerrein te gaan dienen. Op 26 juli 1920 landde het eerste luchtpostvliegtuig in de luchtlijn Amsterdam-Londen op Waalhaven.

De KLM stond aan de wieg van het vliegveld. De gemeente Rotterdam had afspraken gemaakt met de KLM. Die zou het vliegveld helemaal bemannen en beheren. 

Het vliegveld mocht zich jarenlang in een grote belangstelling verheugen. Vliegen werd populair en ook aangemoedigd. Zelfs voor een bedrag waar de goedkoopste prijsvechter van nu niet aan kan tippen.

Bombardement
Op 10 mei 1940 jun de vroege ochtend werd het vliegveld grotendeels uitgeschakeld. Een Duits bombardement vernietigde het grootste deel van de gebouwen. Daarna maakten Nederlandse en Britse bombardementen het vliegveld nagenoeg onbruikbaar voor de Duitsers, hoewel het nog tot en met 12 mei sporadisch kon worden gebruikt voor landingen.

Het vliegveld is na de oorlog niet opnieuw opgebouwd. Pas in 1956 kreeg Rotterdam een nieuwe luchthaven, Zestienhoven, ten noorden van de stad. Het restaurant van vliegveld Waalhaven is nagebouwd bij het huidige Zestienhoven en doet ook daar dienst als restaurant, of brasserie zoals dat modern heet.

De tentoonstelling in Kasteel Rhoon laat oude foto’s zien, met bijbehorende duidingen. Een prachtig overzicht. De makers van de expositie hebben ook verschillende filmpjes over de luchthaven zelf en over Rotterdam vanuit de lucht aan elkaar gemonteerd. Dat geeft een mooi beeld over de tijd van de tweede helft van de jaren twintig van de vorige eeuw tot en met de verwoesting van het vliegveld door bombardementen in mei 1940. Het bezoek meer dan waard.

Panorama uit mijn jeugd

Voor het eerst sinds mijn jeugd weer Panorama Mesdag in Den Haag bezocht. Ik herinnerde me niet meer hoe bijzonder dit kunstwerk is.

OK, wie niet van kunstwerken houdt, zal zijn schouders ophalen. Het is een schilderij van iets meer dan 160 jaar oud. En het is het enige waarvoor je dan ook nog speciaal naar het museum in de Zeestraat moet. De rest is wel aardig, maar het gaat om het panorama.

De naam geeft het al weg. Het is een rondblik, echt 360 graden van Scheveningen en een deel van Den Haag. In 1881 geschilder door Willem Mesdag (Haagse School), zijn vrouw en twee vrienden.
In opdracht van een Belg, want in die tijd waren panorama schilderijen booming, zoals we dat nu noemen.

Arntzenius
Ben er, zoals hierboven gezegd, in mijn jeugd geweest. Waarom weet ik niet meer. Nu getriggerd, omdat in het museum een van de schilderijen van de Arntzenius collectie uit Museum Gouda (foto hieronder) hangt. Die hoefde ik niet te zien, maar het panorama…, ja, laat ik die maar eens op mijn museumlijstje zetten.

Dus vanochtend naar de Hofstad en in het museum aan de Zeestraat direct naar boven. Daar genoten van het ongelooflijke tafereel dat je daar aanschouwt. 14 Meter hoog en met een omtrek van 120 meter.

Het schilderij, dat een van de oudste nog bestaande panorama’s in de wereld is, is een vergezicht op de Noordzee, de duinen, Den Haag en Scheveningen. Ontworpen (met pen op glas) vanaf de Seinpostduin en later dus uitgewerkt met zijn vrouw en vrienden tot dit imposante werk.

Een genot voor het oog, zeker voor wie van Scheveningen, de duinen en het zicht op Den Haag houdt. En voor wie wel eens een echt mooi bewaard gebleven immens groot panorama houdt. Je ruikt alleen de zilte zeelucht niet.

IJskoude nostalgie met toch warme herinneringen

Herinnering uit mijn jeugd is nu te zien in Museum Gouda. De al lang gesloten ijssalon Italia is hier een beetje nagebouwd. Het is dat ik niet meer snoep, anders zou ik zo weer aan een echt Italiaans ijsje willen likken…

Italia was de enige zaak in Gouda in mijn jeugd waar echt ijs, dus Italiaans werd verkocht. In supermarkten en dergelijke waren alleen waterijsjes te koop. Een echte traktatie was dus een ijsje bij de ijssalon van de familie Agnoli op de Markt.

Kan me niet veel van de smaak van het ijs herinneren, wel de inrichting, met tafeltjes en stoelen, de brede toonbank. En lopend over de Markt kon je de ijssalon niet missen, want de grote lichtreclame met de naam Italia lokte je er vanzelf naar toe. Het verhaal gaat dat op feestdagen als – toen nog – Koninginnedag er een flinke rij mensen stond te wachten om naar binnen te kunnen.

IJscoupes
Op de kleine tentoonstelling in het dit jaar 150 jaar bestaande Museum Gouda, komt dat weer een beetje tot leven. Pure nostalgie. Uiteraard hangt het grote lichtbak van de gevel er, maar ook prijslijsten, tafeltjes en stoelen en een vitrine met tal van ijscoupes uit de ijssalon. Een aantal voorwerpen is naar het museum gekomen na een oproep in AD Groene Hart, de krant waarvoor ik tot eind vorig jaar journalist was.

Zwart-wit foto’s laten zien hoe de zaak er decennia geleden uit zag. Agnoli kwam in 1939 naar Gouda als vluchteling van de armoede en het fascistische regime.

De ijssalon was alleen van het voor- tot het najaar geopend. De wintermaanden bracht de familie toen de democratie in Italië was hersteld, door in het moederland. Italia sloot in 2002, nadat de laatste eigenaar Danilo Agnoli om gezondheidsredenen niet meer terugkeerde naar Gouda. Hij overleed op 25 januari van dit jaar op 79-jarige leeftijd in Italië.

Smaakverschil
Wat rest zijn nieuwkomers die ook traditioneel Italiaans ijs verkopen. Volgens sommige Gouwenaars haalt dat ijs het niet bij die van Italia, maar dat lijkt me een boude bewering. Na zoveel decennia kun je dat smaakverschil echt niet merken.

Een van de Italiaanse oud-werknemers van Italia verkoopt overigens in de zomerperiode nog steeds ijs. ‘Opa Antonio’, zoals hij bekend staat’, is met zijn ijskar dan te vinden bij de Reeuwijkse Plassen. Zodra hij voor het eerst in het nieuwe zomerseizoen wordt gespot, gaat zijn aanwezigheid al snel rond via Twitter en Facebook.

De tentoonstelling in Museum Gouda is nog tot 27 oktober te bezoeken.

Betoverend mooi en verrassend

Een ‘tentoonstelling’ met bekende werken van Mondriaan, Van Gogh, Vermeer en Rembrandt, maar dan anders. Projecteis op muren. Veel van de werken heb van de kunstschilders heb ik met enige regelmaat, dus een moderne bewerking lijkt me wel geinig. Nou, meer dan geinig is het betoverend.

Zelfs wie geen kunstliefhebber, laat staan –kenner is, zullen de zelfportretten van Vincent van Gogh, zijn zonnebloemen, of het Melkmeisje en Meisje met de parel van Johannes Vermeer, de Nachtwacht van Rembrandt en de gekleurde vlakken van Piet Mondriaan wel eens zijn tegengekomen.

Ik noem mezelf absoluut geen kunstkenner, wel een liefhebber. De Museumkaart is daar debet aan. Voor een vast bedrag per jaar heb je toegang tot heel veel musea in Nederland, al moet je voor een bijzondere tentoonstelling soms een kleine bijdrage betalen.

Tot voor mijn pensionering moest ik elk uitje, dus ook naar een museum plannen. Het kwam vaak neer op de zaterdag, of soms op een extra vrije dag (compensatie) doordeweeks.

Westergasfabriek
Nu gaat het veel gemakkelijker. Zie ik ineens in de krant een recensie of een advertentie van een tentoonstelling en dan denk ik: die wil ik wel zien. Zoals vanochtend na het lezen van het verhaal in dagblad Trouw over Fabrique des Lumières, gehuisvest in de monumentale negentiende-eeuwse Westergasfabrfiek Amsterdam.

Bekende schilderijen nu eens op een andere manier te zien uitgelicht, lijkt me wel geinig. Nou, dat woord verdwijnt binnen een paar minuten na binnenkomst gelijk naar de prullenbak.

De schilderijen lijken uiteen gesneden. Geen statische beelden meer, maar bewegingen, zoals in het winterlandschap van Hendrick Avercamp. En enkele schutters uit de Nachtwacht van Rembrandt worden stuk voor stuk getoond. Ze komen zo als persoon tot hun recht. En op een ander – levensgroot – schilderij draaien de wieken van een molen.

Meisje met de parel
Van het Meisje met de parel van Vermeer zie je eerst de voor- en rechterkant van haar gezicht. Pas na een paar tellen wordt de parel zichtbaar. Die krijgt op deze manier volgens meer mij meer ‘glans’ dan op het echte doek. En in het Straatje van Vermeer (eigenlijk Gezicht op Delft) , verschijnen de ander meisjes achter de ramen. En een oorlogstafereel op zee, zie je de kruitdampen voorbij komen.

Bij Mondriaan schieten – na het op nieuwe wijze tonen van zijn vroege werk – de gekleurde vlakken in alle richtingen over de muren van de Westergasfabriek. Ja, muren, want de beelden worden rondom vertoond. Waar je ook zit in het gebouw, je ziet ze overal.

En vergeet de vloer niet. Wie op de grond ziet, kan zich in het schilderij wanen. Zo wordt een schilderij met een oorlogstafereel aangevuld met hoge zeegolven op de vloer. Bijna om echt zeeziek van te worden. En het werk van een kerk wordt ‘aangevuld’ met projecties van grote vloertegels zoals je die in oude kerken tegenkomt. Ook leuk voor de aanwezige kinderen die echt niet 50 minuten of langer stil kunnen zitten bij pa en ma. Ze springen van tegel naar tegen.

Bij een ander werk, schieten de bloemen om je heen. De schilderijen komen ze meer dan tot leven. Dat is misschien nog wel de beste omschrijving. Onderdompelen in deze voorstellingen, of immersive projection.

De twee tentoonstellingen (die met de Hollandse meesters duurt 34 minuten, die van Mondriaan 14, in Cineacformule) worden rijk gelardeerd met mooie muziek. Klassiek waar het nodig is, modern waar het kan.

Muziek
En de muziek lijkt van alle kanten te komen. Geen Atmos Dolbi surround zoals in de moderne bioscopen, maar wel zeer goed ondersteunend aan de beelden. Sterker nog, de vertolkingen van de pianostukken van Sibelius, muziek van Händel, het Benedictus van Karl Jenkins en Glassworks van Philip Glass.

De organisatie houdt er rekening mee dat bezoekers ook wel even willen zien hoe de echte getoonde schilderijen van Mondriaan, Vermeer, Van Gogh en Rembrandt er uit zien. Die worden geprojecteerd in een bijzaal van het gebouw. Een waardevolle aanvulling.

Je merkt het, ik ben razend positief. Zo positief dat ik later dit jaar zeker nog een keer ga en me opnieuw onderdompelen in beide aaneengesloten tentoonstellingen.
Voor wie ook gaat: een toegangskaartje kost 17 euro voor volwassenen. Tijdslot is verplicht.

Is er dan niets negatiefs op te merken? Nou, deze dan. Onder de bezoekers bevinden zich in mijn nabijheid enkele dames die elkaar kennelijk maaaaanden niet hebben gezien. Ze praten honderduit. En enkele heren die met stemverheffing boven de muziek proberen uit te komen om een ander uit te leggen welk schilderij wordt getoond.

Daar tegenover staat dat het mooi is om te zien hoeveel kinderen (niet de kleuters) en tieners zich net als ik ademloos vergapen aan de projecties. Wellicht gaan zij de echte schilderijen eens ontdekken in de verschillende musea in ons land.

Hieronder nog twee filmpjes. Een over het deel Mondriaan, de ander over de Hollandse meesters. Foto’s zeggen bij dit verhaal veel minder dan de filmpjes kunnen vertellen.

Humor in de Romeinse oudheid: ,,Ik ga nog failliet aan dat verdomde beest!’’

Rare jongens die Romeinen, volgens Asterix en Obelix, maar je kon wel met ze lachen. De tentoonstelling ‘Romeinse villa’s in Limburg in het Rijksmuseum van Oudheden bewijst het.

Het museum in Leiden herbergt tal van schatten uit, zoals de naam al doet vermoeden, oudheid. Romeinse en Griekse tijd natuurlijk, maar ook aandacht voor Egypte en Nederland zelf komen rijkelijk aan bod.

Sinds 25 april staat het Romeinse leven in Limburg centraal. En dan vooral de villa’s, of kleine (leger) gemeenschappen. De villa’s waren enorme akkerbouwbedrijven die de hele regio voorzagen van graan, vooral spelt. De löss in de Limburgse grond, was er perfect voor.

Badhuis
Met de opbrengst van de verkopen verfraaiden de eigenaren hun boerenhuis tot complete landhuizen in Mediterrane stijl, met een badhuis en Romeinse uitvindingen als glazen ramen en vloerverwarming. 

Te zien en te leren hier in Leiden is hoe de oorspronkelijke bewoners van Limburg handel dreven met het leger en hun woonvormen kopieerden.

Van de villa’s (hoofdgebouw met rijke versieringen en werkplaatsen en dergelijke is weinig meer over in Limburg. Na het vertrek van het Romeinse leger, raakte de nep-Romeinse leefstijl letterlijk in verval. Als er nog iets te vinden is van de overblijfselen van de gebouwen, zitten die diep in de grond.

Toch zijn er genoeg aandenken aan die tijd bewaard gebleven, zoals serviesgoed, verschillende soorten aardewerk en glas, Delen van zuilen en gedenkstenen.

Het Rijksmuseum van Oudheden heeft zelf een flinke verzameling, maar er zijn voor deze tentoonstelling ook voorwerpen overgebracht uit andere musea, zoals het museum Parco Archeologica di Paestum e Velia in het Italiaanse Paestum.
Mooi getoond met een duidelijke uitleg. Het Rijksmuseum van Oudheden laat zich weer van zijn beste kant zien.

Overnachting
Interessant dus, met ook nog wat te lachen. Zoals die fraaie grap op een steen die het Louvre in Parijs voor de tentoonstelling heeft uitgeleend, over het opmaken van de rekening voor een overnachting in een herberg en de het gesprek daarover tussen de herbergier en de klant.
Vertaling op het bord ernaast:

,,Laten we afrekenen: een karaf wijn en brood, één as.* Warme maaltijd twee as.’
,,In orde.
Het meisje vannacht, acht as.’’
,,Ook in orde.’’
,,Hooi voor de muilezel, twee as.’
,,Ik ga nog failliet aan dat verdomde beest!’’

*De as is een Romeinse munt.

Het bord (van kalksteen, met afbeeldingen van de herbergier, de klant en de muilezel) was het uithangbord van een mansion (rustplaats of herberg) langs de Via Popilia. Een weg van Capua ten noorden van Napels tot Rhegium, het huidige Reggio di Calabria, in de punt van de Laars van Italië.

Beter dan Koningsnacht in mijn voortuin

Net als afgelopen jaren Koningsnacht op de Markt in Gouda ontvlucht en mezelf verwend met een overnachting (inclusief diner) in buurstad Oudewater.

Hotel Broeck is prima logeerplek (met uitstekend ontbijt) en de pizza Voldaan, de tiramisu met een Goudse twist (foto hierboven) en de bijbehorende wijnen bij pizzeria Voldaan zijn niet te versmaden.  

Volgend jaar maar weer doen dus.

Is die verrekte non er nou weer?

Aardige tot redelijke muzikale voorstelling die een hommage aan Wim Sonneveld moet zijn. Bekend van het nog altijd te beluisteren lied Het Dorp. Alleen ben ik op het verkeerde been gezet, net als veel andere bezoekers van de voorstelling. De makers draaien halverwege 180 graden en zetten de nostalgie af tegen de huidige tijd. Daar kwam ik in elk geval niet voor. Geen avondje zwelgen in het werk van Sonneveld.

Wim Sonneveld (1917 – 1974) heeft tal van liedjes en conference gebracht die zeker de oudere generatie (daar reken ik mezelf inmiddels ook toe) nog altijd bekend in de oren klinken. Het lied Het Dorp (naar de oorspronkelijk Franse chanson La Montagne), Margootje, Poen (wat je allemaal met geld kan doen), Zeg maar ja tegen het leven (anders zegt er het leven nog nee), Aan de Amsterdamse grachten (dat kent iedereen wel), Nikkelen Nelis, Moeder ik wil bij de revue en De kat van ome Willem (is op reis geweest…. Uit Ja zuster, nee zuster).

En conferences als Kroketten, Man aan het loket en Frater Venatius (is die verrekte non er nou weer…), De gulle lach, de Stalmeester en nog meer uit bijvoorbeeld de voorstellingen als Haal het doek maar op.

Het Dorp
Sonneveld stond tijdens zijn leven bekend als ‘een van de grote drie’,  samen met Wim Kan en Toon Hermans. Dus vol verwachting naar de Goudse Schouwburg vanavond voor Het Wim Sonneveld complex.

De aankondiging was wervend genoeg. Theatermakers Tarik Moree en Tim Olivier Somer vertolken beiden de cabaretier. Er klinken in de uitverkochte kleine zaal Margootje, Moeder ik wil bij de revue, De kat van ome Willem en nog wat – ingekorte – nummers van Sonneveld.  

Gaandeweg ontstaat er wrijving tussen de twee en komen heden en verleden op gespannen voet met elkaar. Als Moree aan Het dorp begint, valt Somer hem in de rede. De nostalgie aan een dorp alsof toen alles beter was… Dat kan toch niet meer in deze onzekere tijden. Het couplet zou moeten luiden: “Het raadhuis is van bol.com, die dorpen groeien langzaam krom, alleen nog stikstofboerderijen”…

Kietelen
En de rest van de anderhalf uur durende voorstelling gaat vooral over vragen waarmee de twee het publiek tot nadenken willen aanzetten over de huidige tijd met alle onzekerheden, dreigingen van oorlog, het milieu enzovoorts. Het publiek ‘kietelen met nieuwe gedachten’, noemen ze dat.

Het zal wel, maar ik kom vooral voor de nostalgie. En slechts één – ook ingedikte – conference Frater Venantius (het verhaal over de non die jenever in een kopje wil (,,is die verrekte non er nou weer?’’) is ook wel heel erg mager.

De voorstelling zit redelijk (positiever kan ik het niet maken) in elkaar, alleen had de opzet misschien beter gecommuniceerd moeten worden voor het publiek. In elk geval voor mij. Eenmaal thuis op Spotify maar een paar conferences van Wim Sonneveld opgezocht en daarvan genoten.

Nostalgie in overvloed

In Hoorn vandaag het Museum van de 20e eeuw bezocht. Op verzoek van zus Y., vanwege de grote Legotentoonstelling. Leuk, maar teveel moderniteiten met StarWars, Ninja en Harry Potter en dergelijke. De vaste collectie van het museum is meer de moeite waar. Een en al feest der herkenning.

Een verhaal over de tentoonstelling rond het 90-jarig bestaan trok de aandacht van Y. en mij. We zjn allebei opgegroeid met dit speelgoed. Links en rechts zweeft er nog een blokje in onze huizen. De ontstaansgeschiedenis krijgt aandacht in het Hoornse museum dat is ondergebracht in een vroegere gevangenis. Maar het zijn de vele, soms manshoge bouwsels die de aandacht trekken, zoals de Eifeltoren, de Taj Mahal en het Vrijheidsbeeld.

Harry Potter
En verder in de vier zalen vooral Lego rond ook al weer wat jaren geleden populaire films, zoals Star Wars en Harry Potter. Fraai gemaakt en onder andere bij Starf Wars ook met beweging na het drukken op een knop. Idem om een trein te laten rijden. Al zijn er ook treinen die bewegen (dankzij een sensor) als je langs loopt. Al met al de moeite waard, al had voor zowel Y. als mij wat mer focus op het oude Lego wel gemogen.

De rest van het museum sprak mij toch wat meer aan. Woonkamers uit (het begin van) de vorige eeuw en oplopend. Winkelfacades met daarin producten uit vroeger tijden, ook een tabakszaak met rookwaar en zelfs een advertentie dat bij aankoop van een hoeveelheid tabak er en een beetje tabak cadeau wordt gedaan. Kom daar nu nog eens om…

Meccano
Ook is er speelgoed dat herinneringen oproept, zoals het consturctiespeelgoed Meccano en de autootjes en baan van Schuco die mijn broers hadden. Keukengerei in alle soorten en maten weckpotten, maar ook een pan waarin de glazen potten met groenten en zo werden verhit voor ze in de kast als wintervoorraad gingen. Ook mijn ouders waren jarenlang fan van wecken.

En verder speldjes die je vroeger verzamelde, keukentjes, winkeltjes om te spelen… En ook een klaslokaal uit lang vervlogen tijden, met op de kast een grote fles inkt. Die ken ik nog, want tot in de 2e klas van de lagere school schreef ik nog met een kroontjespen. Zag er ook het kleine, handige fototoestel de Kodak pocket instamatic. Zelf gekocht in de tweede helft van de jaren zeventig, vlak voor een vakantie met vrienden naar Canada.

Viewmaster
Bijzondere herinnering was de Viewmaster in een van de vitrines. Bedacht me dat ik die zelf ook nog ergens moet hebben op zolder. Dus eenmaal thuis dozen onder het stof vandaan gehaald en ja, daar was ie. Net als de projector die ik later heb aangeschaft. Blijkt nog te werken. En uiteraard nog een reeks schijfjes met de stereofoto’s.

Veel oranje natuurlijk in de permanenten tentoonstelling, de kleur van begin jaren tachtig voor onder andere broodtrommels en bewaarbussen van Brabantia, een zeer herkenbaar fondustel met dito borden zoals mijn broer en schoonzus in Waddinxveen die hadden.

Het overzicht aan tv-toestellen is haast onuitputtelijk in het Museum van de 20e eeuw, net als de voorbeelden van de opkomst van de pc en rekenmachines. Het totale aanbod is zo indrukwekkend dat ik zeker nog een keer naar dit museum ga.

Ook een stadsbezoek zelf staat op het programma voor een zomerse dag. Was al eerder in Hoorn geweest, maar toen van het NS-station rechtstreeks naar de bestemming voor die dag gelopen, het Westfries museum. Dwars door winkelstraten naar het plein waar het museum is gevestigd.
De wandeling naar het Museum van de 20e eeuw gaat door een mooier stuk stad, het oude Hoorn met haven en oude gebouwen. Voor wie van historische steden houdt (zoals ik) een bijzondere ervaring. Dus: tot de volgende keer Hoorn!

Wie de tentoonstelling 90 jaar Lego wil bezoeken: dat kan nog tot het einde van dit jaar.

Een filmpje van vandaag: