Job op Schokland

Prachtig weer vandaag, dus na een aantal dagen (thuis)werken voor de kerk nu maar eens naar buiten. Ook om de gedachten te verzetten. Met een tentoonstelling over het eiland Schokland in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen lukt dat goed.

In het binnenmuseum wel te verstaan, want het buitenmuseum (een aanrader!) is nog gesloten tot eind maart en dan is de tentoonstelling voorbij. Een apart bezoek aan het binnenmuseum is geen straf, ben er te weinig geweest.

En ook de wandeling door het oude deel van Enkhuizen is op deze zonnige dag fantastisch.Het zicht op de stadspoort Dromedaris en het beeld van de in Enkhuizen geboren schilder Paulus Potter.

Nu speciaal dus voor de tentoonstelling De ziel van Schokland, om de voormalige Zuiderzee, niet ver van Urk en Kampen. Een verdwenen eiland wordt het genoemd, want sinds de drooglegging van de Noordoostpolder, maakt het deel uit van het landschap.


Waarom ik juist naar deze tentoonstelling wilde vandaag, volgt later in dit verhaal (spoiler alert!)

Tot de drooglegging van de polder, was Schokland 10.000 jaar een gebied van leven met water. Tot in de Middeleeuwen was het geen eiland, maar een moerassig veengebied met hier en daar wat hogere gedeelten die geschikt waren voor bewoning. De zee kreeg Schokland in haar macht kreeg. Stormvloeden sloegen grote stukken veengebied weg.

Reuring
Van oudsher was Schokland een belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart in de Zuiderzee. Het lag aan de monding van de IJssel op een druk bevaren scheepvaartroute. Bij storm zochten de schepen beschutting aan de oostkant van het eiland.
Schippers die hier voor anker lagen, kwamen geregeld met kleine bootjes aan land, wat voor reuring en economische activiteiten zorgde. In 1915 werd een visafslag gebouwd. Deze was tot de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 in bedrijf.

Tijdens de stormvloed van 1825 werd Schokland zwaar getroffen. Het hele eiland kwam onder water te staan. Er werd meer dan twee kilometer aan zeedijk vernield en de paalwering raakte zwaar beschadigd, evenals de twee kerken. Ook de vuurtoren op de Zuidpunt werd volkomen vernield. De bewoners moesten naar de zolders van hun woningen vluchten. Er vielen 13 doden, 20 huizen spoelden weg en tientallen andere woningen liepen ernstige schade op. De burgemeester schreef in een brief dat op het hele eiland slechts zeven huizen bewoonbaar bleven na de storm. Info van Wikipedia.

In 1855 werd vanwege de landafslag de Zuiderbuurt ontruimd. Vanwege de onveilige situatie en omdat de instandhouding van het eiland te duur was, werd in 1859 op bevel van koning Willem II het gehele eiland ontruimd. Reden voor de ontruiming was ook de armoede.

Aanplakborden
Op 1 maart 1859 maakte burgemeester Gerrit Jan Gillot op aanplakborden bij het gemeentehuis van Schokland bekend dat de bewoners het eiland binnen vier maanden moesten verlaten. Er woonden op dat moment ongeveer 650 mensen. De huizen werden afgebroken en het materiaal werd weer gebruikt bij de bouw van nieuwe woningen op het vasteland.

Hoewel een ruime meerderheid van de eilandbevolking katholiek was, evacueerde maar een klein deel van de inwoners naar het katholieke Volendam. Het merendeel verhuisde naar onder andere Kampen, waar de Schokkerbuurt gebouwd werd. Een deel van deze Schokkerbuurt is nagebouwd in het Zuiderzeemuseum.

Dat laatste wist ik niet, al moet ik tijdens zomers bezoeken aan het buitenmuseum er wel langs gelopen zijn. Schokland is in 1995 als eerste Nederlandse monument geplaatst op de werelderfgoedlijst van Unesco.

Maar goed, waarom nu naar die tentoonstelling in he Zuiderzeemuseum? Wel, twee redenen. De eerste is dat ik eind juli, begin augustus als ik naar het skûtsjesilen in Friesland ga langs de A6 het bord Schokland zie staat. Iedere keer weer.

Job op Schokland
De tweede is er een van decennia geleden. Op tv (Ikon) zag ik de solovoorstelling Job op Schokland, door Henk van Ulsen. Job is de door God beproefde figuur uit het Oude Testament. In het verhaal is het ‘vertaalt’ naar een oude jood die als enige van zijn familie de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd.

Ik zag Van Ulsen, die een geweldige verteller was, nog lopen over de planken die de verbinding is tussen de droge stukken land van Schokland. Ook al in de tv-uitzending veertig jaar geleden, dat beeld zie ik nog altijd voor me.

De tentoonstelling is een mooie geschiedenisles over het zware leven op Schokland, de ontruiming en het gegeven dat het voormalige eiland nog altijd trekt aan de nazaten van de oorspronkelijke bewoners. Voorwerpen, foto’s, tekeningen, modellen van vissersschepen voor de Zuiderzee (waaronder de boven dit verhaal afgebeelde schokker), uitbeeldingen van de verhuizing naar Volendam en Kampen en nog veel meer.

Ik kan me nu meer een beeld vormen over Schokland en zijn bewoners. Het enige wat me nu te doen staat is op een zomerse dag naar het voormalige eiland zelf gaan.

De tv-uitzending van Job op Schokland kan ik niet vinden, maar hier is wel een filmpje met daarin enkele minuten Henk van Ulsen uit die uitzending. Scroll (zodra dat na de reclame kan) door naar 3:10.

Gewoon een avond met een gulle lach

In de Goudse Schouwburg vanavond de voorstelling van Bert Visscher bijgewoond. Geen zware kost. Gewoon lekker twee uur lachen om flauwe grappen die als Visscher ze vertelt toch heel leuk zijn. Ongenuanceerde ongein.

Natuurlijk met het bekende werk, waarbij mensen op rij 1 in zijn vertellingen worden betrokken. Vrouwen – ook zijn echtgenote – moeten het ontgelden. En geloof me, de vrouwen in de uitverkochte zaal lachen er misschien nog wel het hardst om.

Had de voorstelling geboekt, omdat enkele figuren uit zijn eerdere shows zouden langskomen.

Ter Haxel
Dus was er de begrafenisondernemer die uitleg geeft over een moderne doodskist.
En natuurlijk de stewardess (met het hoge gilletje) op het vliegveld van Ter Haxel, de vegetarische kok, Ken (van Barbie), de cursus bloemeschikken en de rolstoelveteraan, wiens zoon lid is van motorclub No Calender. Een feest der herkenning.

En daar tussendoor het geinen met het publiek. Pretentieloos, maar het werkte geweldig. Onbedaarlijk gelachen.

Braveheart, freedom en een whisky

Vanavond op RTL7 de film Braveheart. Een Schotse film – zo zie ik het – die om twee redenen altijd mijn grote interesse zal houden.

Het was halverwege de jaren negentig dat ik weer eens Glen Nevis (Lochaber, vlakbij Fort William) in ging en links van de weg een dorpje meende te zien. Het bleek de set van een film die daar deels werd opgenomen. Braveheart dus, met Mel Gibson in de hoofdrol. Zie foto hieronder (© Schotlandganger A. B.).

Het was niet voor het eerst dat ik zoiets meemaakte. Enkele jaren eerder was ik met vriend G.P. in Glencoe, ten zuiden van Lochaber.
Bij het afdalen van met de skilift zagen we staande stenen of standing stones. Die kenden we (denk aan Stonehenge in Engeland of Callanish op het eiland Lewis), maar niet in deze regio. Ja, maar ze waren er toch. Dat kan niet, ja, maar we zien ze wel…
Ze bleken, toen we op onderzoek uit gingen, van piepschuim te zijn. Het decor voor die andere geweldige film: Rob Roy.

Referendum
Braveheart dus. In 1997 was er het ‘devolution referendum’ in Scotland en een meerderheid van de Schotten koos voor onafhankelijkheid. Dat leidde tot grote feestvreugde tijdens de jaarwisseling. Daarover zo meer.

Ik had me in de zomer van 1996 voorgenomen eens een jaarwisseling met streetparty mee te maken in Edinburgh. Groot straatfeest in Princes Street en omgeving. Helaas, vanwege de grote drukte moest je voortaan tig keer je stamkroeg in centrum Edinburgh hebben bezocht dat jaar om voor een ticket in aanmerking te komen.

Perskaart
Dus voor het eerst in mijn leven mijn status als journalist misbruikt. Perskaart (en partnerkaart voor in Edinburgh woonachtige vriendin K.S.) om het mee te maken. Inclusief toegang met drank en hapjes in het toen nog bestaande Overseas League House in Princes Street.

Tegen middernacht het dakterras op. En daar hoorde ik de vraag die in de film door Braveheart aan zijn legers wordt gesteld. Wat willen jullie: onderdrukt blijven door de Engelsen of freedom? FREEDOM, scanderen zijn aanhangers.

En toen die avond van 31 december 1996 een paar minuten voor de overgang naar 1997 klonk de vraag uit de speakers op straat: wat hebben wij gekregen dit jaar? FREEDOM scandeerden nu meer dan 100.000 mensen in Princes Street. Je voelde op het dak het geluid toenemen, door mijn voeten, mijn benen, naar boven. Freedom, freedom, freedom!

Dat moment, dat gevoel zal ik nooit vergeten. En elke keer als ik de film Braveheart zie, denk ik daar aan terug. Met – net als toen – een wee dram in de hand.

Slaìnte!

Alzheimer met humor

Weer een heerlijke toneelavond in de Goudse Schouwburg. Heerlijk omdat de gelauwerde Anne Wil Blankers een prachtige aan Alzheimer lijdende oma neerzet.

Realistisch, dat kan wel gezegd worden van de 84-jarige actrice in de rol van een oude(re) vrouw die een kleine galerie in New York heeft, maar zienderogen achteruit gaat. Haar familie kan er maar moeilijk mee omgaan. Je krijgt medelijden met die familie, maar meer nog met de grootmoeder die moeilijk met haar eigen verwarring lijkt te kunnen omgaan.

Galerie The Waverly (foto: Joris van Bennekom)

Galerie The Waverly is een aangrijpend maar ook hilarische tragikomedie van Kenneth Lonergan over de laatste jaren van een gulle en praatgrage grootmoeder Gladys Green. Door de ogen van haar kleinzoon (Daniel Cornelissen) zien we haar strijd. Ze vecht om haar onafhankelijkheid te behouden, maar ze doolt ook reddeloos en steeds paniekeriger over het podium. ‘Prachtig pijnlijk’ omschreef de Volkskrant dat eerder.
Gladys is gebaseerd op de grootmoeder van Lonergan, die daadwerkelijk een Waverly Gallery bezat in Greenwich Village in New York en worstelde met het verlies van haar geheugen.

Lachen
Alzheimer als het leidmotief in het stuk, maar dat betekent geenszins dat de opvoering van Galerie The Waverly zwaar is. Integendeel, er valt genoeg te lachen in het stuk hier in de vrijwel uitverkochte Goudse Schouwburg.

De mooiste bijrol vond ik die van de kleinzoon Daan, neergezet door Cornelissen, die het Amerikaanse stuk heeft vertaald.

Opsteker
Een aardig lijstje voor de 35-jarige acteur, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het voor hem een enorme opsteker moet zijn om in Galerie The Waverly samen te spelen met Anne Wil Blankers die al decennia op de planken staan en ook in veel films heeft gespeeld, onder andere in de rol van koningin Wilhelmina.

Ik ken hem niet, maar ik lees op Wikipedia dat hij al bekendheid geniet door zijn rollen in onder andere de jeugdtheaterproductie Bromance en Showponies van Alex Klaasen en films als Moos, De Zevende Hemel en Feuten, Het Feestje.

Vanavond was ze voor mij de koningin van het toneel. Als ze in bijna twee uur lang zo overtuigend een grootmoeder neerzet die aan een steeds erger wordend Alzheimer lijdt, ben je gewoon verbaasd als ze na afloop monter het theatercafé binnenstapt en met bezoekers aan de praat gaat. Hulde!

Nog nooit zoveel toetjes bij elkaar gezien, jammer dat ze nep zijn

Nog nooit zoveel toetjes bij elkaar gezien, jammer dat ze nep zijn

Als liefhebber van toetjes of dessert of pap, is de tentoonstelling Grand dessert – de geschiedenis van het toetje. Zeer mooi opgezet. Je krijgt spontaan trek in een vlaflip of een griesmeelpudding uit een fraaie gietvorm.

Ben dol op toetjes. Niet dat is het thuis elke keer eet aan het slot van de maaltijd, maar als zich de gelegenheid voordoet en het dessert ziet er veelbelovend uit, dan…

De tentoonstelling in het Kunstmuseum in Den Haag is een lust voor het oog. Kleurrijk, vormrijk, Jammer dat de werken – pudding, ijs, taart – niet echt zijn. Je zou zo een lepel in een toetje willen zetten.

En niet alleen de toetjes zijn het aanzien meer dan waar. De tentoonstelling varieert van bakvormen tot kookboeken, van serviezen tot bestek, van ijsmallen tot menukaarten, en nog heel veel meer. 

Geuren
Om bezoekers nog meer mee te voeren in de verleidelijke wereld van (koninklijke) toetjes is een bijzonder element toegevoegd: geuren. Proeven doe je namelijk vooral met je neus, dus aroma’s spelen een grote rol als je smult van een heerlijk dessert.

De twaalf geuren die je uit flessen kunt opsnuiven zijn ontwikkeld door International Flavors and Fragrances (IFF), wereldwijd een van de grootste producenten op het gebied van smaak- en geurstoffen. Het geeft een extra dimensie aan de tentoonstelling.

Art Deco
Net als bij het Rijksmuseum in Amsterdam boeide het Kunstmuseum in Den Haag me vandaag ook vanwege het gebouw vol symmetrische elementen zelf. Het is een Art Deco gebouw van de architect H.P. Berlage. Hij zou het zijn mooiste ontwerp noemen, maar maakte zag het eindresultaat zelf nooit. Hij overleed voor het museum werd geopend.

Voor mij is het gebouw een reden om nog eens naar dit museum te gaan. Bovendien is er veel meer te zien dan alleen de desserts.

Voor wie de toetjes ook wil zien: de tentoonstelling is nog te bezoeken tot begin april.

Als in een snoepwinkel

Het is weer even doorwerken – of eigenlijk doordrinken – geweest, maar deze zondagmiddag zestien whisky’s geproefd uit Schotland, Ierland, België en ook Nederland. Het International Whiskyfestival in Den Haag was weer een groot succes.

Of eigenlijk vijftien-en-een-half, want de Torabhaig Allt Gleann Legacy Series Batch strength (61,1 procent alcohol) giet ik deels in een flacon om thuis te proeven. Waarom? Wel, heb al twee flessen van de Torabhaig distilleerderij op het eiland Skye in Schotland, waaronder de Allt Gleann Legacy. Die is 40 procent alcohol. Enige verschil is dus het alcoholpercentage. Op een mooie, rustige avond ga ik ze na elkaar drinken om te vergelijken.

Het whiskyfestival in de Grote kerk in Den Haag bezoek ik al enkele decennia, waarvan de langste tijd met neef D. Als in een snoepwinkel rondkijken en bij nieuwe vondsten het glas omhoog houden en er een bodempje in laten schenken. Ruiken, proeven, ervaringen delen met D. en soms andere bezoekers. En dat dus zo’n vier uur lang.

Dronken
Nee, dronken zijn we niet geworden. Omgerekend naar normale hoeveelheden whisky hebben we ongeveer vijf glazen gedronken, al is een aantal hoog in alcoholpercentage. . Bovendien kom je hier niet om dronken te worden. Dan werkt een goedkope fles drank bij de slijter beter… Entree is bijna vijftig euro en voor de niet-standaard whisky’s betaal je al snel twee tot vijf euro. Voor een bodempje dus.

Die prijzen weerhouden ons zoals je merkt aan het aantal glaasjes dat we hebben weggewerkt. Tot de bijzondere en types merken die we hebben geproefd noem ik hier naast de Allt Gleann (genoemd naar een van de twee waterbronnen van de distilleerderij) van Torabhaig, de Bus whisky uit het Nederlandse Brabant, een fantastische Ardnamurchan cask strength (58,3 procent), een 18 jaar oude Aberfeldy (43 procent alc.), de Arranversie van Provenance (8 jaar, 46 proc. alc.), de Tomatin Cu Bòcan (46 proc.), Glen Dalough, de Arran Quarter cask (56 proc.), de Corriecravio edition van Lagg. Deze heb ik thuis ook, maar die op het festival heeft een alcoholpercentage van 58, terwijl die thuis 55 procent telt.

De lijst gaat nog even door: Gouden Carolus uit België. Ja, het merk ken je misschien van het bier van hetzelfde bedrijf. Verder de Ma-Talla Terra van de Morrison distilleerderij op het eiland Islay (46 proc.).

Bijzonder is de Ierse whisky van Lambay. We proeven er twee: de standaard blend en een bijzondere, driemaal gedistilleerde 2021 Limited edition, gerijpt op cognacvaten.

Puffin
Het gelijknamige eiland Lambay ligt een paar kilometers uit de kust van Dublin. Natuurbehoud speelt een belangrijke rol. Buitenstaanders zijn niet welkom in dit natuurgebied, behalve via enkele georganiseerde wandeltochten. De Ierse whisky kan bij mij al niet stuk, want het voert mijn favoriete zeevogel de papegaaiduiker of puffin die er voorkomt op het etiket. Los van het etiket: zeker de limited edition is niet te versmaden.

Een heel mooie ontdekking is ook Nc’Nean, een organic malt van de rand van Morvern, in het uiterste westen van het vasteland van Schotland. Een kleine distilleerderij, verscholen in de heuvels bij Drimnin. Alleen te bezoeken op afspraak.

De standaard Nc’Nean (de naam verwijst naar een figuur uit Schotse legendes) is heerlijk. We besluiten aan het einde van het festival hier nog eens langs te gaan om een flaconnetje te laten vullen om thuis nog eens na te genieten. De keus valt ter plekke op een andere Nc’Nean, de Hunters Orchard Cobblers. Het is een mix van malts die op verschillende vaten hebben gerijpt, met voor tweetende op die van rode wijn. Benieuwd wat we er van vinden.

Onverwachts naar oratorium

Het voordeel als je pensionado bent. ’s Morgens na het lezen van een goed recensie besluiten dat je het concert die avond zelf wilt bijwonen. Kaartje boeken en je onderdompelen in de fantastische muziek van het oratorium Esther van Georg Friedrich Händel.

Had al eerder gelezen over deze uitvoering van het muziekstuk door het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir onder leiding van de net 80 jaar geworden Ton Koopman. De recensie vanochtend in Trouw overtuigde me: ik moet dit zelf gaan beluisteren. Gelukje: er waren nog kaartjes voor de uitvoering in Amare in Den Haag.

Esther is gebaseerd op het gelijknamige Bijbelboek. Het vertelt het verhaal van de joodse wees Esther, die koningin van Perzië wordt en haar volk weet te redden van een brute slachting door de kwaadaardige Haman. 

De muzikale versie van Händel is wel aangepast voor de uitvoering door het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir. Koopman heeft voor deze uitvoering speciaal een nieuwe editie samengesteld, die bestaat uit een combinatie van een heel vroege versie van Händels werk uit 1720 en de grootschaliger versie uit 1732.

Trompetten
Dat heeft geleid tot de toevoeging koorgedeelte Blessed are all they that fear the Lord, aan het einde van de tweede akte. Hoe prachtig de solisten (met name de sopraan Julia Lezhneva in de rol van Esther) ook zijn, het koor, begeleid door het orkest met in dit deel ook de trompetten is fantastisch.

Herkenbaar ook dit laatste stukje, want het is deels afkomstig uit de anthem Zadok the priest, geschreven voor de kroning van George II in 1727,

Eenzelfde muzikale ontlading is er aan het einde: The Lord our enemy has slain, een van Händels meeste uitgebreide en feestelijke slotkoren. En vanavond weer met vol orkest.
God save the king,
Long live the king,
May the king live forever.

Amen, alleluja, amen!

Alle lof
Ben nooit zo van het lang aanhouden van een applaus, maar vanavond wel. Wat een prachtig en heerlijk muzikaal feestje. Alle lof voor koor en orkest. O ja, en voor de solisten natuurlijk.

Mount Lebanon his firs resigns,
Descend, ye Cedars, haste ye Pines,
To build the temple of the Lord,
For God his people has restor’d.
For ever blessed be thy holy name,
Let heav’n and earth his praise proclaim
.

Heb gelezen dat in dit feestjaar van Koopman er nog twee werken op het programma staan: Deborah en Athalia. Dat moet ik in de gaten houden.

Spiegel met een verborgen afbeelding

Bronzen kunst, al is kunst niet helemaal de juiste benaming voor de 75 voorwerpen in de tentoonstelling Asian Bronze in het Rijksmuseum. Topstuk is de Boeddha beschermd door de Naga, dat voor het eerst uiten Thailand te zien is. Ook indrukwekkend is een spiegel met een verborgen afbeelding.

Kan mezelf onderhand wel een vaste bezoeker noemen van het Rijksmuseum in Amsterdam. Ik geniet van de kunst in de vaste collectie, zowel schilderijen van de grote meesters van Rembrandt Van Gogh en Van Ruysdael, de beelden in de katholieke traditie (hoeveel Maria met kindje Jezus telt het museum wel niet?), maar ga er tegenwoordig graag heen vanwege de bijzondere tentoonstellingen die er te zien zijn.

Zoals vandaag dus Asian Bronze. Van Boeddha tot Shiva en van wijnvat tot wapen. Het is er allemaal te zien. Een deel van de circa 75 tentoongestelde voorwerpen komt uit het eigen museum, maar er zijn ook veel bruiklenen, zoals het Nationaal Museum in Bangkok dat zes werken heeft uitgeleend, waaronder dus die Boeddha beschermd door de Naga (foto rechts). Verder stukken uit Indonesië (Museum Sonobudoyo, Yogyakarta), India (Bihar Museum, Patna), Pakistan (Nationaal Museum, Karachi) en musea in Londen en Parijs.

Nachtwacht
Het trekt altijd veel bezoekers voor de vaste collectie bij de Nachtwacht is het zelfs dringen voor goed zicht op dit werk van Rembrandt) en vandaag ook weer veel schoolklassen. Bij Asian Bronze is het echter veel rustiger. Zo rustig zelfs dat het vereiste tijdslot niet eens nodig is.

Jammer voor de samenstellers van de expositie wellicht, maar voor mij als bezoeker wel fijn. In alle rust kun je lang genieten van alle voorwerpen die in de moderne Philipsvleugel bijeen zijn gebracht.

De grote stukken zijn imposant om te zien, maar het kleine werk oogst bij mij zo mogelijk meer bewondering. Zoals een pauw uit Thailand. Vervaardigd met verfijnd vakmanschap. Het moet, aldus het tekstkaartje er vlakbij, zijn gemaakt voor een invloedrijke eigenaar.
Het is volgens mij een van de oudste voorwerpen in de tentoonstelling, het dateert uit 400 – 100 voor Christus.

Bellen
Ook indrukwekkend is de set van acht yong-bellen en een –bo-bel uit China uit de achtste eeuw voor Christus. Zie foto boven dit verhaal.

De makers van dit soort bellen, aldus het Rijksmuseum, wisten van tevoren vaak al precies welke toon elke afzonderlijke bel zou maken wanneer die was gegoten. Sommige bellen kunnen meerdere tonen laten horen, afhankelijk van de plek waarop de bel wordt aangeslagen.

Aanraken mag natuurlijk niet, maar in de App van het Rijksmuseum kun je na de uitleg een stukje van de muziek horen.

Verborgen afbeelding
Een derde opvallend voorwerp is een bronzen spiegel meet daarin een verborgen afbeelding van Christus aan het kruis. Japanse ambachtslieden ontwikkelden in de periode 1600 – 1870 een techniek om een verscholen afbeelding te creëren in een spiegel. Het christendom was in die tijd (de Edo-periode) verboden en daarom waren dit soort spiegels in zwang.

De twee spiegels die in de tentoonstelling zijn te zien (er is er ook een met Maria) zijn een moderne versie, eerder dit jaar in opdracht van het Rijksmuseum gemaakt door de kunstenaar Yamamoto Akihisa uit Kyoto, de vijfde generatie van deze makers. Met een scherpe lichtbundel worden in het museum de verborgen afbeeldingen op de muren in de tentoonstellingszaal geprojecteerd. Bijzonder.

Al met al weer een waardevol bezoek aan het Rijksmuseum vandaag.

Met mijn neus bovenop de restauratie

Even met journalistieke de nieuwsgierigheid die ik gelukkig nog niet kwijt ben, vanmiddag me laten informeren in verhaal en beeld over de grondige verbouwing/restauratie van het stadhuis van Gouda.

Er gaat flink wat veranderen in het uit de vijftiende eeuw daterende rijksmonument tegenover mijn huis waar ik als stadsverslaggever zoveel uren heb doorgebracht op vooral de zolder waar de vergaderingen van de gemeenteraad werden gehouden.

Tijdens een presentatie door de historische vereniging Die Goude geeft het architectenbureau dat tekent voor het ontwerp en de miljoenen euro’s kostende restauratie, uitleg over nut en noodzaak.

Lift
Nut: nieuwe bestemmingen die mogelijk worden en ook toegankelijk – tot op de zolder – voor mindervaliden. Er komt een lift waarin zelfs een scootmobiel past. Het gebouw moet dan wel eigentijds worden, zonder afbreuk te doen aan het historische karakter. Zo krijgt het bovenplein (de entree naar de trouwzaal en de burgemeesterskamer) een spiegelplafond. De spiltrap die tot de zolder reikt, verdwijnt. Het betekend wel dat daar geen grote bijeenkomsten meer gehouden kunnen worden.

Nog iets wat verandert: prinses Beatrix verdwijnt uit de zaal. Het uit behang bestaande kunstwerk met portretten van haar, zal vrijwel zeker niet behouden blijven.

De entree van het stadhuis wordt voor het alledaagse gebruik verplaatst naar de ruimte onder het schavot, die ook een opknapbeurt krijgt. De huidige hoofdentree met de trappen aan de zuidzijde, wordt straks alleen nog gebruikt door bruidsparen en voor andere officiële gelegenheden.

Tijdens de restauratie zijn huwelijksvoltrekkingen in de trouwzaal (met die eeuwenoude wandbespanning (zie foto boven dit verhaal)  die ter gelegenheid van het bezoek aan Gouda in 1642 van Henriëtta Maria van Frankrijk, de vrouw van koning Karel I van Engeland, met haar dochter Maria Stuart en schoonzoon Willem van Oranje Nassau, de latere stadhouder Willem II werd vervaardigd.

Het zal voor de vele toeristen die Gouda elk jaar bezoeken, een teleurstelling zijn als ze mooie foto’s willen maken van een van Gouda’s bekendste monumenten.

Achterzetramen
Het gebouw wordt ook verduurzaamd. Dat betekent niet alleen een nieuwe klimaatsysteem, maar ook achterzetramen voor de glas-in-loodramen. Daar zit nog wel een uitdaging in, horen we tijdens de uitleg op de zolder. Want waar laat je al die kaarsjes die branden tijdens de jaarlijkse en duizenden bezoekers trekkende Kaarsjesavond…

Noodzaak: Ook de gevels worden onder handen genomen tijdens de restauratie. Er zitten scheuren in de muren, mede door roestvorming in de ankers die her en der in de muren zitten. Aan de noordzijde (kant van Etos en De Vlaam), moeten allen leien dakpannen vervangen worden. Al met al een ingrijpende aanpak, die meer dan het werk in het stadhuis zelf, zichtbaar zal zijn voor het publiek. Er zullen maandenlang steigers staan.

Aangevreten balk
Het is de eerste grote restauratie van het stadhuis sinds begin jaren vijftig van de vorige eeuw. Voor die renovatie heeft toenmalige burgemeester Karel Frederik Otto James samen met architect Ad van der Steur hard moeten knokken. Er kwam veel te weinig geld uit ‘Den Haag’, waar men kennelijk niet zo overtuigd was van de noodzaak van de restauratie. Met een stuk zeer aangevreten balk uit het stadhuis is James naar Den Haag getrokken, zette op een ministerie het blok op tafel en zei ‘zo erg is het stadhuis er aan toe’. Dat hielp.

De nieuwe restauratie is voor mij geweldig. Ik zit er met mijn neus bovenop. Vanuit mijn woonkamer kan ik de werkzaamheden aan de buitenkant goed gadeslaan. Ik kan niet wachten tot de werkzaamheden beginnen. Wanneer dat is, is nog niet helemaal duidelijk. Er wordt gegokt op ergens in 2025, maar de gunning aan een aannemer is nog niet rond.

Canto Ostinato 2024

Na twee jaar weer naar uitvoering geweest van Canto Ostinato van de componist Simeon ten Holt. Je moet van deze tonale, minimalistische muziek houden, maar als dat het geval verveel je je 1.45 uur niet in Orgelpark in Amsterdam.

Het was even haasten na de kerkdienst in Rotterdam. Avondmaaldienst en die duurt altijd langer dan een gewone kerkdienst. Dus geen koffiedrinken na afloop maar direct de deur uit om met het openbaar vervoer op tijd in Orgelpark te zijn, de uit 1918 daterende vroegere (gereformeerde) Parkkerk naast het Vondelpark. Daar is het orgel nu niet in dienst van de kerk, maar de kerk in dienst van het orgel. Of eigenlijk orgels, want het gebouw aan de Gerard Brandtstraat telt er nogal wat.

Barokorgel
Het mooiste orgel vind ik toch wel het in 2018 in gebruik genomen Utopa Barokorgel. Wie het fraaie houten orgelfront met al die pijpen aanschouwt (zie foto boven dit verhaal), denkt met aan een oeroud, goed geconserveerd orgel te maken te hebben. Niets is minder waar. Het is een 21ste eeuws orgel, dat zelf via een computersysteem bespeeld kan worden. Maar het klinkt toch majestueus.

Vandaag wordt dit instrument opnieuw bespeeld door Aart Bergwerff, die ook de andere orgels en de vleugel gebruikt, net zoals pianist Jeroen van Veen ook achter de orgeltoetsen is te vinden. Door het tijdens het concert van speeltoestel te wisselen, is er voor het oog ook wat te doen.

Minstens mooi klinkt het al even moderne (gebouwd in 2009) en indrukwekkende Verschueren-orgel op een van de andere balkons van de kerk, zie foto hieronder. Ik zit er vandaag met mijn rug naar toe, dus moet het alleen met het geluid doen. Maar goed, dit orgel is toch niet zo fraai gedecoreerd als het Utopa-orgel.

Perpetuum
Canto Ostinato ging in 1979 in première in het Noord-Hollandse Bergen, de woonplaats van Ten Holt . Kort daarvoor kreeg het pas die naam. De componist had het eerder als werktitel Perpetuum gegeven.

Die oude naam geeft wel aan wat je van het werk kunt verwachten. Veel herhalingen (zo vaak als de uitvoerenden het maar afspreken met een hoofdknik) van de verschillende secties of delen, waardoor de totale uitvoering in tijd kan wisselen. Nu dus 1.45 uur.

Trompet
Ook kan gekozen worden voor verschillende instrumenten. Zo werd het twee jaar geleden uitgevoerd door Aart Bergwerff op vleugel en Eric Vloeimans op trompet. Wat niet aan mij is besteed, zijn de uitvoeringen in het land waarbij de bezoekers liggend op een yogamatje kunnen luisteren.

Laat mij maar gewoon zitten op een stoel en zo genieten van de muziek die na al die uitvoeringen hier in Amsterdam mij nog nooit verveelt.
Uiteraard na afloop wel even nagenoten met een glaasje witte wijn in de fraaie foyer voor ik per tram, metro en trein terugkeer naar Gouda.