Volgend jaar mei voor tweede keer afgevaardige namens de Europese gemeenten van de Church of Scotland naar de synode (‘general assembly”) in Edinburgh. Daar is ook altijd een vertegenwoordiger (‘Lord High Commissioner’ [m/v]) namens de Kroon. Volgend jaar is dat prinses Anne, the Princess Royal.
Rev Dr John Chalmers, Principal Clerk van de Church of Scotland, is blij met de aankondiging. ,,We are delighted with the news that Her Royal Highness The Princess Royal has been appointed by Her Majesty The Queen as Lord High Commissioner to the General Assembly of 2017. Her Royal Highness served as Lord High Commissioner in 1996 and we look forward to her returning to the General Assembly next year.’’
Zal haar die vergaderweek elke dag ’s morgens even zien zitten op de troon, op de galerij van de synodezaal of Assembly Hall en misschien even dichterbij tijdens receptie op de donderdagsavond ten paleize.
Hoe dichtbij, of hoe ver af ik ook sta, het lijkt me bijzonder boeiend om mee te maken.
Het voordeel van een abonnement bij Blijdorp: je gaat er wat vaker heen dat je anders zou doen. En het is vanuit de binnenstad van Gouda per openbaar vervoer zeer goed bereikbaar.
Vandaag vrije dag en om te voorkomen dat ik hele dag achter de pc toch met werk bezig ben, koers gezet naar de Rotterdamse diergaarde. Goed weer, niet druk en da zie je zo maar een geluksmoment bij wat olifanten. Te mooi om niet te filmen en te delen op mijn weblog.
Natuurlijk ook genoten van de andere dieren die hier zijn, de vissen en noem maar op.
De tijd breekt bijna aan om de volgende reis door Scotland te plannen. Bij toeval – echt waar – kwam ik verhaal tegen dat ik 20 jaar geleden schreef voor mijn toenmalige krant, Rijn en Gouwe. Een jeugdherberg met een verhaal, zogezegd.
Er zijn van die plekken op deze aardkloot waar je steeds naar terug wilt. Ze zijn speciaal voor je, waardevol. Misschien wel omdat ze zo idyllisch zijn gelegen. Misschien zijn er andere redenen. Zo’n plek is – of was, daarover later meer – de jeugdherberg Loch Ossian in de Schotse Hooglanden.
Jeugdherberg Loch Ossian, te vinden in de Moors of Rannoch, komt er in de gids van de jeugdherbergcentrale bekaaid af. Grade 3, meer is het onderkomen niet waard. Technisch klopt de aanduiding ‘simple’: de voorzieningen zijn zeer beperkt; geen winkel, geen weg, geen douche en er wordt niet voor je gekookt. Kortom, veel van wat bij jeugdherbergen als vanzelfsprekend wordt beschouwd, ontbreekt hier. En toch is jeugdherberg Loch Ossian om andere redenen een vijf sterren overnachtings plaats.
Je moet er wat voor over hebben om er te komen. Er is geen weg, dus een bus- of autorit erheen kun je vergeten. Wie er geen urenlange wandeltocht met voedsel en andere zaken voor over heeft, kan met de trein (route Glasgow-Fort William) tot Corrour komen. Vandaar is het dan nog een klein half uur wandelen. Zoals gemeld moet je eten meenemen, want zoiets als een winkel is er niet in de buurt. Op het station kun je een blikje cola en wat aanverwante zaken aanschaffen, maar voor een verblijf van enkele dagen in de jeugdherberg kun je het beste voor aanvang van de reis je inkopen in een supermarkt doen.
Maak je in die supermarkt overigens niet druk over de keuze van shampoo, want een douche ontbreekt er. In een ruimte die wat doet denken aan het boenhok van een boerderij kun je je wassen met koud water in een afwasteiltje. Als de emmer om dat teiltje te vullen leeg is, lope men naar het meer om die te vullen. Voor wie dat echt te basic vindt: er wordt niet moeilijk over gedaan als de ketel met heet water van het kolenfornuis even wordt meegenomen.
Zelden drink ik met zoveel plezier thee als hier
Kolenfornuis? Jawel. En die heeft twee functies: die van kachel en die van kookapparaat. Als het druk wordt zijn er nog enkele fornuisjes op flessengas. Op het fornuis staan altijd twee forse ketels met heet water, dat vooral bedoeld is voor het zetten van thee en voor de afwas (want ook een boiler of geiser ontbreekt hier). Zelden drink ik met zoveel plezier thee als hier. Zachter water bestaat er nauwelijks. Onderzoek heeft aangetoond dat het water uit Loch Ossian zeer schoon is. Zuiveren met pilletjes of druppeltjes is derhalve niet nodig. Enkele Amerikanen dachten daar enkele jaren geleden anders over. Maar ja, daar zijn het Amerikanen voor. Ze dronken gulzig uit de kraan tot ze doorkregen dat het water zó uit het meer kwam. De rest van hun verblijf dronken ze alleen water dat eerst gekookt was.
Wie in de jeugdherberg komt kan niet om beheerder Tom Rigg heen. Kon er niet omheen, moet hier eigenlijk staan, want hij is eind september 1995 met pensioen gegaan. De man is goud waard. Niet alleen incasseert hij het overnachtigssgeld, hij is ook de vraagbaak voor menig bezoeker. Geen wonder, want dit onderkomen van de Scottish Youth Hostels is al 23 jaar zijn werk- en woonadres. Hij kent het gebied op zijn duimpje en kan je direct vertellen welke van de tijdens een wandeling geplukte paddestoelen wel en vooral niet eetbaar zijn.
Tom Rigg heeft de jeugdherberg twee bijzondere attracties bezorgd. De eerste is een inspannende. Rigg was zelf een niet onverdienstelijk hardloper en hij heeft de Run Around Loch Ossian In Under One Hour Club opgericht. Iedereen die binnen het uur de (hardloop)tocht volbrengt, mag zijn naam bijschrijven op de lijst die aan de muur in de gemeenschapsruimte hangt. Er prijken al ruim vijfhonderd namen op, waaronder die van enkele Nederlanders. Overigens gaat Tom Rigg er prat op dat hij ondanks zijn leeftijd de tocht nog steeds binnen het uur volbrengt, al wordt het wel steeds krapper.
De foto- en videocamara’s komen pas echt voor de dag als in de loop van de dag bijvoorbeeld een red deer de jeugdherberg binnenwandelt. Nee, er is hier geen sprake van een schrijffout. Het kan voorkomen dat, voorzichtig manoeuvrerend met zijn gewei, het dier, Windswept genaamd, door de smalle deuropening naar binnen komt en dan van Tom wat winterwortelen en aardappelen krijgt. Vaste bezoekers nemen zelf soms wat fruit mee. Volgens de statistieken had Windswept gezien zijn leeftijd al dood moeten zijn, maar het bijvoeren door Tom Rigg heeft er vast en zeker toe bijgedragen dat het dier nog leeft. Dat kan niet worden gezegd van zijn maat The Chief (die altijd buiten bleef en niet voelde voor de aangeboden versnaperingen). Hij is wel dood. Onzeker was of Windswept met een nieuwe maat naar elders zou vertrekken of de nieuwe vriend naar Loch Ossian zou meevoeren. Dat laatste geschiedde. Sterker nog, Windswept wordt vergezeld door twee andere deer, die door Rigg zijn vernoemd naar de whiskymerken Fettercairn en Oban.
Ik mag dan misschien Europa niet hebben gezien, maar ik heb in ieder geval het mooiste plekje van het werelddeel gevonden
Dit soort zaken, maar bovenal het natuurschoon maken deze jeugdherberg en voor het gebied tot een zeer geliefde verblijfplaats. Er is zelfs een meisje uit Nieuw-Zeeland geweest, die een reis door Europa zou gaan maken. Aangekomen op Prestwick Airport, besloot ze eerst naar Loch Ossian te gaan. Ze is er de rest van haar vakantie gebleven. In het logboek of dagboek van de jeugdherberg schreef ze: ‘Ik mag dan misschien Europa niet hebben gezien, maar ik heb in ieder geval het mooiste plekje van het werelddeel gevonden.”
De jeugdherberg Loch Ossian is klein en telt twintig bedden: twaalf in de herenslaap zaal en acht in die voor de vrouwen. Het gebouw deed tot begin jaren dertig dienst als botenhuis. Hier lag het bootje opgeslagen waarmee tot die tijd de eigenaar van Corrour Estate (het ruim tweehonderd vierkante kilometer grote gebied waar de jeugdherberg staat) over het loch voer naar zijn jachthut. Restanten van de pier, of jetty, zijn nog zichtbaar.
Men komt, zoals gezegd, niet zomaar naar de jeugdherberg. Men heeft een doel en meestal is dat wandelen. Het gebied leent zich er uitstekend voor. Wie tot rust wil komen, moet hier zijn. Je kunt er uren en uren lopen zonder iemand tegen te komen. Meren en heide zover het oog reikt. Wie heuvels of bergen wil beklimmen heeft zijn doel hier maar voor het uitzoeken. De enige verstoring van dat genot zijn de af en toe zeer laag overvliegende en veel herrie producerende toestellen van de RAF, de Britse luchtmacht.
The cares of tomorrow must wait till this day is done
Wie binnenkomt wordt overigens direct geconfronteerd met een levenswijsheid van Tom of een van de gasten. Een bordje bij de entree meldt: The cares of tomorrow must wait till this day is done; de zaken van morgen moeten wachten tot deze dag voorbij is.
’s Avonds heerst in de jeugdherberg een familiaire sfeer. Iedereen praat met ieder een over de gemaakte wandelingen, nog te ondernemen tochten of er worden wat spelletjes gedaan. Intussen pruttelen de maaltijden op het kolenfornuis. Koken is hier een vorm van tijdsbesteding, want haast heeft geen zin. Ooit een half uur besteed om al pratend een pizzabodem te bedekken met van alles en nog wat? Hier doe je dat gerust.
Alcohol heet taboe te zijn in jeugdherbergen. Daar heb je de kroeg voor. Maar in de jeugdherberg Loch Ossian wordt een oogje dichtgeknepen als er ’s avonds een wee dram uit een mok wordt genuttigd… Zo tegen elf uur hoeft Tom Rigg er niet op te wijzen dat het tijd is om naar bed te gaan. Een aantal gasten, doodmoe van een urenlange wandeltocht en heerlijk doezelig geworden door de warmte van het kolenfornuis, is al richting slaapzaal vertrokken. En de rest ligt voor elf uur ook onder het dekbed.
De volgende morgen wordt iedereen al snel geconfronteerd met de beperkingen van de jeugdherberg: het water om je te wassen dient uit het meer te worden gehaald en voelt ijskoud aan. Elektrisch scheren kan men vergeten: er is geen stopcontact te vinden. Dat wil overigens weer niet zeggen dat de afgelegen jeugdherberg niet voorzien is van elektriciteit. Op last van ‘Brussel’ is noodverlichting aangebracht. Dat had heel wat voeten in de aarde, want de eerste de beste stroomkabel is kilometers en nog eens kilometers verwijderd van Loch Ossian.
Maar regel is regel, zo werd geoordeeld. Volgens de EU moet ieder gebouw waar mensen tegen betaling kunnen overnachten voorzien zijn van noodverlichting. Voor het in de Moors of Rannoch weggestopte jeugdherbergje kon geen uitzondering worden gemaakt. De oplossing werd gevonden in het plaatsen van een windmolentje. Dat levert voldoende stroom voor de noodverlichting. Er is zelfs stroom genoeg voor een moderne betaaltelefoon, voor het contact met de buitenwereld.
Of het allemaal zo idyllisch en mooi blijft, is voor veel vaste bezoekers de vraag. Tom Rigg is eind september met pensioen gegaan en woont nu enkele tientallen kilome ters verderop in het dorpje Roy Bridge. Zal de nieuwe beheerder hier ook in de winter blijven en zal deze Windswept bijvoeren? Zal hij het gebied leren kennen, heeft hij kennis van paddestoelen? Moet je voortaan officieel van te voren boeken en een voorschot overmaken als bewijs dat je daadwerkelijk zult komen? Volgens een aantal vaste gasten die ik er sprak zal veel van de nieuwe beheerder, zijn manier van werken en zijn omgaan met de gasten, afhangen of men er blijft komen. Een aantal, zo werd duidelijk, gaat dit jaar in ieder geval voor één overnachting naar Loch Ossian toe: de kat uit de boom kijken.
Het moge duidelijk zijn, de pensionering (hoe verdiend ook) van Tom Rigg wordt door velen betreurd. Het logboek dat in de jeugdherberg ligt en dat een inzicht geeft over de bezoekers die hier in de loop der jaren zijn geweest en wat ze er zochten en vonden, is de laatste tientallen bladzijden van dit jaar gevuld met afscheidswoorden. Want men weet: de jeugdherberg en Tom Rigg hoorden bij elkaar.
De Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ), een vakbond voor journalisten, is een twitteractie begonnen voor de ontvoerde journalist Okke Ornstein. Ornstein werd vorige week dinsdag opgepakt in Panama, vanwege artikelen die hij op zijn weblog Bananama Republic publiceerde over dubieuze activiteiten van de Canadese zakenman Monte Friesner in Panama.
Ornstein moet volgens de NVJ drie jaar en vier maanden de Panamese cel in. De aanklacht luidt smaad en laster. Eerder zou hij een straf van slechts twintig maanden krijgen, maar volgens Panama wordt die celstraf uit 2012 nu pas uitgevoerd. De huidige veertig maanden zouden een optelsom zijn. Waarom Ornstein nu is opgepakt, is niet duidelijk. De journalist reist al jaren in en uit het land.
#FreeOkkeOrnstein
Op Twitter voert de NVJ sinds vandaag actie met de hashtag #FreeOkkeOrnstein. Die hashtag is ondertussen trending op het sociale medium. ,,We signaleren dat er, anders dan bij andere recente voorbeelden als Ebru Umar, weinig aandacht voor hem is, ook al zit hij toch al een week achter de tralies”, vertelt Thomas Bruning van de NVJ.
,,Buitenlandse Zaken doet wat ze kan, maar Panama is ook erg gevoelig voor media-aandacht. Bovendien is in de schijnwerpers staan volgens mij het meest krachtige wapen wat journalisten hebben.”
Corruptie Opvallend is volgens Bruning dat Panama volgende week een anti-corruptiecongres heeft in Panama. ,,Dan hebben ze wel wat uit te leggen. Je kunt niet zeggen dat corruptie slecht is en vervolgens een journalist oppakken die precies daar over schrijft. Dat is tegenstrijdig.”
Hoe het nu met Ornstein gaat, weet Bruning niet precies. ,,We hebben contact met hem via zijn dochter, zijn partner in Panama en via zijn advocaat, maar dus niet rechtstreeks. Maar ik maak me geen zorgen over zijn gezondheid. Volgens mij heeft hij het allemaal vooral een beetje onderschat. Hij dacht dat ze van alles zouden roepen en het vervolgens niet uit zouden voeren, maar dat zit dus anders.”
Buitenlandse Zaken Roel van der Meij, woordvoerder voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, laat weten dat er intensief contact is met Ornstein. ,,De ambassade is er direct op gesprongen toen we hoorden dat Ornstein was opgepakt. We hebben ook snel een goede advocaat voor hem ingeschakeld.”
Zondag liet het ministerie al weten de zaak op de voet te volgen en in nauw contact te staan met de freelance journalist, zijn familie en de NVJ. Ornstein is inmiddels meerdere keren bezocht door de Nederlandse ambassadeur en een medewerker van de ambassade. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft ,,op verschillende niveaus” aandacht van de Panamese autoriteiten gevraagd voor de zaak.
Heb verschillende favoriete locaties in Scotland voor een wandeling. De Corrour Estate (Loch Ossian) is er een van. Vrijwel elk jaar stap ook ik uit op dit station. Mijn doel dan: wandelen in een vrijwel geheel verlaten gebied van vele tientallen kilometers in omtrek. O ja, niet vergeten, doel nummer 2: Peters Rock
Loch Ossian – Corrour Estate
Op een kleine anderhalf uur lopen van
het station is Peters Rock. Staat zelfs op de stafkaarten van de Ordnance Survey. Het rotsblok is vernoemd naar Peter Trowell,
Corrour station
de Engelsman die in de jaren zeventig van de vorige eeuw hier in de winter verbleef en onder het ijs van Loch Ossian terecht kwam. Pas in het voorjaar werd zijn lichaam gevonden. Hij is begraven in Engeland, maar als herinnering aan zijn grote liefde voor dit deel van Scotland is een plaquette geplaatst op het rotbslok met een gedicht, dat ik al jaren ook in mijn e-mailondertekening gebruik en zonder te spieken kan opzeggen:
I have a friend, a song and a glass gaily along life’s road I pass joyous and free out of doors for me over the hills in the morning
Waarom ik dit hier schrijf? O ja, vanochtend op BBC2 een docu over de Schotse heuvels. Deel ervan is op de Corrour Estate opgenomen. Zie hieronder.
Rondlopen als in een snoepjeswinkel: whisky galore! Mooi, sfeervolle ambiance en alleen maar gelijkgestemden. Je moet er wat (45 euro) voor over hebben om binnen te komen en voor de bijzondere whisky’s moet je nog een toeslag betalen. Dus de notoire dronkenlappen tref je hier niet. Die halen voor een derde van de prijs die zo’n middag uiteindelijk kost een 1,5 liter fles blend.
Nippen is het
Nippen is het. Nippen en proeven. En vergelijken. Niet alleen Schotse malts, maar ook uit Ierland (ja, die worden steeds mooier), Zwitserland, Denemarken en India. Het lukt je niet om in één middag alles te proeven dat in de Grote Kerk voorradig is. Maar met de selectie die Dimitri, Marcel en ik hebben gemaakt, ben ik meer dan tevreden.
Teeling Revival
De proefmiddag beginnen we bij de fraaie, uitnodigende stand van Bresser & Timmer. Daar maken we, met goede uitleg van Wouter, kennis met de Ierse Teeling whiskey. We proeven een single malt, een non chill Revival (13 jaar oud, bewaard geweest in calvados vat) en uit de vintage reserve collection de 24 jaar oude, die in sauterne en bourbon vaten heeft gerijpt. Een mooi begin!
Wat proeven we verder nog. Nou, bijvoorbeeld een malt whisky uit Zwitserland. Van distilleerderij Langatun laten wij ons een bodempje Old Bear inschenken.
Langatun Old Bear
Mooi, rokerig. Opgeslagen geweest in vaten van Châteauneuf-du-Pape. Uit de kunst. Dat vindt ook Jim Murray. In zijn Whisky bible, krijgt Old Bear de hoge notering van 96 punten. De whisky hakt er wel in: 61,2 procent alcohol. Oef.
Omdat nichtje Dorette ‘m vorige week ook heeft geproefd in Leiden, halen we bij de stand van de Arran whisky’s, de 12 jaar oude cask strength met 52,4 procent alcohol. We vinden ‘m wat vlak. Niet dat je zegt: hier haal ik een fles van in huis. Veel meer te spreken zijn we van de Port Charlotte van Bruichladdich (50 procent). Mooie whisky, rokerig en vol verschillende smaken, die lekker lang in de mond blijven hangen.
We kunnen het niet laten ook een blend te proeven: de Naked Grouse, van het bekende merk Famous Grouse. We proeven iets van cacao en eikenhout, fruit. Zachte afdronk. Een zeer fraaie blend.
Zeer mooi is ook de Balvenie, single barrel sherry cask 15 y. Kruidig, fluweelzacht. Ook een whisky die lang blijft hangen. 47,8 procent. Zal nog wel tijd op het verlanglijstje blijven staan, want in de slijterij doet deze whisky 98 euro per fles!
Bezoeklijst
Heel fraai is ook de net verkrijgbare Glansa, van distilleerderij Scapa op Orkney.
Scapa Glansa
Ben daar wel regelmatig bij Highland Park geweest, maar nog nooit bij Scapa. Gaat dus op mijn bezoeklijstje. De whisky zelf is heel fraai. Vol van smaak, rokerige afdronk.
Bijzonder is ook de The Glenlivet Nàdurro Oloroso (48 procent). Goudgeel. Mooi van smaak met wat kaneel/zoethout. De hint van het sherryvat (vandaar de naam Oloroso) is waarneembaar.
Bowmore Vault Edition
Tijd voor een Islay, de Bowmore Valt edition 1 (51,5 procent) om te beginnen. Zilt, citrus, honing. Mooi complex. Als je je nu nog niet in Luilekkerland waant… En dan van het peaty hoofdkwartier, Laphroaig, de Lore (48 procent). Echt een typische Laphroaig: zeer rokerig en wat ziltig. Voorwaar een dram from heaven.
Tot slot Paul John Peated select cask (55,5 procent). Een malt whisky, in India? Nou, reken maar. Die Paul John kan er wat van.
Paul John Peated select cask
Een geweldige malt, misschien wel mijn mooiste ontdekking op het festival.
Time flies when you are having fun. Als ik besluit nog even terug te keren naar de stand met Scapa whisky, om daar te nippen van de Skiren, hoor ik dat het tegen vijf uur loopt en er helaas niet meer geschonken mag worden. Die drink ik dan maar in 2017 op Orkney zelf of op het volgende Whiskyfestival in Den Haag. Whatever comes first.
,,Mijn smaak is heel eenvoudig, alleen het beste is goed genoeg” (Oscar Wilde )
Dat maak je niet elke dag mee. Vanwege werkzaamheden rond Schiphol kwam dit weekeinde de Thalys/TGV door Gouda. En tja, als je dan toch op trein naar Rotterdam wacht…
Lacrymosa: Do not stand at my grave and weep. Een schitterend lied dat het koor van de Scots International Church Rotterdam (SICR) komende zondag ten gehore brengt Remembrance Sunday. De dodenherdenking (slachtoffers 1e wereldoorlog of de ‘Great War’ – en die van latere oorlogen) van Groot-Brittannië, die ook in onze kerk is.
Het is een gedicht van Mary Elizabeth Frye, op muziek gezet door Howard Goodall. Het gedicht spreekt de lezer en in ons geval de luisteraar aan vanuit de stem van een overleden persoon, wat een spiritueel – maar niet specifiek religieus – beeld oproept.
Volgens de meest wijd verbreide opvatting was het oorspronkelijk gericht aan een Duitse jodin, een vriendin van de schrijver, die bij haar verbleef in Baltimore. De moeder van het meisje was overleden in haar geboorteland Duitsland, waardoor het niet mogelijk was haar tijdens het nazi-bewind de laatste eer te komen betonen; Frye schreef het gedicht als onderdeel van haar deelneming.
De tekst biedt troost aan de toehoorder en biedt de geruststelling dat de overledene overal aanwezigheid is in de natuur, in zowel bericht als stem, en als zodanig is het verworden tot een zeer populair gedicht en een vertrouwde voordracht bij begrafenissen. Do not stand at my grave and weep, I am not there, I do not sleep. I am in a thousand winds that blow, I am the softly falling snow. I am the gentle showers of rain, I am the fields of ripening grain. I am in the morning hush, I am in the graceful rush Of beautiful birds in circling flight, I am the starshine of the night. I am in the flowers that bloom, I am in a quiet room. I am in the birds that sing, I am in each lovely thing. Do not stand at my grave and cry, I am not there. I do not die.
Vertaling:
Sta niet aan mijn graf en ween Ik ben niet daar, noch ben ik er slapende Ik bevind me in een duizend winden die waaien Ik ben de zacht vallende sneeuw. Ik ben de zacht neervallende regen, Ik ben de velden van rijpend graan. Ik ben de ochtendstilte, Ik ben de gracieuze trek van prachtige vogels in circelende vlucht. Ik ben het sterrelicht in de nacht. Ik ben in de bloemen die bloeien. Ik ben in een stille kamer. Ik ben in de vogels die zingen. Ik ben in elk lieflijk voorwerp. Sta niet aan mijn graf en huil, Ik ben niet daar. Ik ga niet dood.
Voor het eerst van mijn leven het Rijksmuseum bezocht. Aanleiding: ik heb nu een
Nachtwacht (Rembrandt)
Museumjaarkaart. Op Facebook plaatste ik bericht dat het feit dat ik hier nog nooit geweest ben (zelfs niet toen ik in grijs verleden in Amsterdam werkte op steenworp afstand van het museum), een gebrek aan mijn opvoeding zal zijn. Werd terecht gewezen door vriendin C. met de opmerking dat je het op mijn leeftijd niet kunt afschuiven op gebrek aan opvoeding, maar op gebrek aan zelfontwikkeling. Ze heeft volkomen gelijk!
Niettemin een heerlijke dag gehad. Hoofddoel natuurlijk de Nachtwacht van Rembrandt. Maar daarna tal van andere beroemde werken gezien, onder andere Jan Steen (het huishouden…), Gabriël (molen aan de poldervaart en het weidelandschap met koeien), Pieneman (Slag bij Waterloo),
De 12-jarige Jezus in de tempel
Avercamp (winterlandschap met schaatsers), Frans Hals, enzovoorts, enzovoorts.
Het is teveel voor één dag. Na een paar uur rondgedoold te hebben door het prachtige gebouw, besluit ik hier nog een paar keer terug te keren. Misschien gericht een bezoek plannen: keer alles van Rembrandt, een dag met alleen portretten, etc.
Al fraai en vrolijk sluitstuk de installatie Shylight van Studio Drift (ontwerpers Lonneke Gordijn en Ralph Nauta). In deze bewegende lichtinstallatie (zie filmpje hieronder), valt licht uit zijn cocon, opent zich en zweeft naar beneden. De kelken zijn gemaakt van zijde; ingenieuze robotica laat de Shylight voortdurend op en neer bewegen. Alleen dit is al een volgend bezoek waard.