Twaalf keer Slaìnte!

Voor de zoveelste het International Whiskyfestival bijgewoond. Natuurlijk samen met neef D.

Deze middag dertien whisky’s geproefd. Niet schrikken. Je krijgt een bodempje in je proefglas. Opgeteld drink je op deze zondagmiddag drie tot vier whisky’s, afhankelijk van hoe gevuld je glas gewoonlijk is.

De organisatie van het festival is zoals altijd fantastisch. Volop water punten zodat je je glas kunt omspoelen of water drinken. En ook overal mandjes met stokbrood. Niet echt om de maag te vullen (daarvoor kun je bij verschillende stands terecht), maar wel om de mond ‘schoon’ te maken als je van bijvoorbeeld een rokerige whisky overgaat naar een wat lichtere.

En vergeet de gezelligheid niet. De Grote Kerk in Den Haag – een zeer sfeervolle gelegenheid voor een evenement als deze – is gevuld met honderden gelijkgestemden. Iedereen wil genieten van mooi (malt) whisky’s uit Schotland, Ierland, Nederland en verschillende andere landen.

Je komt hier niet om dronken te worden. Dan kun je beter bij de slijter een fles whisky kopen die aanmerkelijk goedkoper is dan de bijna vijftig euro entree waarbij onbeperkt een x-aantal standaard whisky’s bij is inbegrepen. En zoals hierboven gemeld, is opgeteld drie tot vier gewone glazen whisky al snel de max.

Toeslag
De middag wordt nog duurder, want voor de bijzondere whisky’s betaal je een toeslag van een tot soms tien euro.
Ik hoorde dat er zelfs een heel bijzondere, zeer kostbare fles op het festival is, waarvoor je een toeslag van 181 euro moest betalen. Dat heb ik maar aan mij voorbij laten gaan.

Los van het proeven zelf, is het natuurlijk ook de gelegenheid bij uitstek om de verhalen achter de whisky’s en de distilleerderijen te horen van de standhouders en soms zelfs afgevaardigden van de distilleerderij zelf.

Dat was onder andere het geval bij de stand van Mossburn distillers. Daar kan de Torabhaig (spreek uit Toraveeg met een g die bijna als een zachte k klinkt) van het eiland Skye. Een nieuwe distilleerderij en pas de tweede op het eiland na Talisker. Operationeel sinds 2017.

Water
Afgelopen september heb ik er een bezoek aan gebracht. En natuurlijk de Torabhaig geproefd. Een heel bijzondere, licht peated whisky, die met een paar druppels water heel anders proeft/smaakt dan zonder. Leuk om het verhaal te horen. De vertegenwoordiger van de distilleerderij wil van me weten wie me heeft rondgeleid. Ik omschrijf de dame in kwestie en hij weet onmiddellijk wie ik bedoel.  Natuurlijk met D. ook in Den Haag de Torabhaig geproefd.

Minstens zo bijzonder is de Highland park 20 years, gerijpt op sherry en PX vaten. Niet in de winkel te koop. De flessen zijn voorbehouden aan de leden van de stichting International Whisky Society (IWS). Een heel mooie whisky, echt een van de lekkerste deze middag. Maar om er nou lid van de club voor te worden gaat me wat ver.

De elf andere die we deze middag hebben geproefd zijn Talisker Storm, Arran Barrel Reserve (een aanrader; citrussmaakje dat aanwezig is kan me wel bekoren), Caisteal Chamius, Mossburn blended malt, Mc Connels sherry (de sherry geur/smaak is wel erg overheersend), Ardnamuchan AD single Malt (nee, geen whisky van mijn krant!), The Balvenie Caribean cask, The Balvenie Caribean cask (geweldige whisky), Milk&Honey Dead Sea (uit israël, ofwel het land van melk en honing…) en Kilchoman Casado.

Van de laatste ben ik blij die hier geproefd te hebben. Een fles gaat over de toonbank voor bijna honderd euro. Dan drinkt een proefglaasje voor een paar euro toch beter…

Huwelijk
Wel een heel mooie whisky met een lange afdronk. Casado (Portugees voor huwelijk) klopt aardig voor deze limited edition-botteling. Eerst zes jaar gerijpt op “verse” bourbon vaten, waarna 38 vaten zijn geselecteerd om een huwelijk aan te gaan met twee heel grote Portugese rode wijn vaten.

Een heerlijke middag. Het enige wat ontbreekt (want niet meer toegestaan) is de rokerstent waar je kunt genieten van een prachtige Balmoral sigaar. Desondanks kan ik me nu al verheugen op de volgende editie van het International Whisky Festival in november volgend jaar.

Proost, of Slaìnte!

Terug naar Schotland

Na drie jaar (vooral vanwege corona) terug in Schotland. Het land heeft me beloond met goed weer. De meeste regen viel in de nacht/vroege ochtend als ik nog in de slaapzak bivakkeerde. En na zo lange tijd (voor mijn doen) er niet te zijn geweest, weet ik weer waarom ik zo verliefd ben op de Highlands en Islands.

Besloten niet als een gek het hele land te doorkruisen. Dus geen Orkney bijvoorbeeld. Dat is voor een ander jaar. Nu vooral gemiddeld vier nachten op één plek de tent opgezet en van daaruit bekende gebieden opnieuw opgezocht en weer alle landschapsbeelden in me opgenomen.

Zoals Glen Nevis bij Fort William. Ik kom precies veertig jaar in Schotland en er is volgens mij geen jaar voorbij gegaan zonder hier gewandeld te hebben.

Er is maar één wandelroute het dal in gezien vanuit Fort William en dat is via een kloof of gorge, langs de Water of Nevis. Dat is ook meteen het zwaarste deel van de route. Een misstap op het soms gladde pad en je hebt nog één keer heel kort hoofdpijn… Oppassen dus.

Daarna ontvouwt zich een prachtig dal. De vele (nou ja, vele…) bezoekers verspreiden zich. De meesten blijven in het eerste stuk bij de touwbrug en de Steall Waterfall. Wie linksaf slaat, richting Rannoch Moor heeft de rest van de glen bijna voor zichzelf. En op een dag als vandaag is het helemaal een feestje. De zon schijnt; het is niet te warm of te koud. Ideale omstandigheden voor een wandeling van een paar uur.

Een prachtig begin van de vier weken durende vakantie. Terug in Kinlochleven waar mijn tent staat, schenk ik mezelf een flink glas whisky in als beloning. Na een maaltijd in de pub de ogen dicht en me voorbereiden op een volgende wandeling.

Corrour estate
En dat is Rannoch Moor, of beter: Corrour estate op Rannoch Moor. Ook daar moet ik elk jaar heen. Het gebied is oogverblindend mooi, maar het eigenlijke doel is Peters Rock.

Deze rotspunt op Corrour Estate heeft een plaquette voor Peter Trowell. Hij is in 1979 verdronken in Loch Ossian (verdwenen in een wak; gevonden toen de dooi goed inzette). Ter nagedachtenis is de plaquette aangebracht op deze rots.
De plek staat nu ook op de ‘stafkaarten’ van de Ordnance Survey bekend als Peters Rock. Behalve zijn naam, geboorte- en sterfdatum staat er een vers:

I have a friend, a song and a glass
gaily along life’s road I pass
joyeus and free out of doors for me
over the hills in the morning.

Dat is sinds is het de eerste keer zag, min of meer mijn levensmotto.

Na een paar dagen verzet ik via Morvern de koers naar het eiland Mull. Als altijd een heerlijke plek langs het water van de baai bij Craignure. Mooi zicht op de langsvarende schepen en de veerboot van Mull naar Oban op mainland Scotland. Me weer prima vermaakt bij Lochbuie, Calgary (strand en Art is Nature) en natuurlijk op zondag naar de kerk op Iona.

Het eiland is vooral bekend vanwege de Abbey, gewijd aan St. Columba. Nu een oord dat – voor de kenners – een heel klein beetje vergelijkbaar met Taizé in Frankrijk, maar dan niet katholiek en geen monniken. En ondanks de regen deze ochtend zit de abdij vol tijdens de dienst.

De volgende dag opnieuw naar Iona. Ben er tot nu toe steeds geweest voor de abdij, maar vandaag – opnieuw heerlijk weer – een wandeling naar de andere kant van het eiland, St. Columba’s Bay.

Wel foutje gemaakt. Ik publiceer op Facebook onder andere foto’s in de groep Schotland. Op foto’s van mijn bestemming krijg ik de melding dat dit niet St. Columba’s Bay is, maar dat die een paar kilometer verderop is. Mooi, heb ik voor volgend jaar alvast weer een bestemming.

Glen Affric
De volgende dag een flinke autorit naar Glen Affric. Dus terug via Morvern naar Fort William en daarna koers richting Inverness om bij Drumnadrochit dit mooie dal in te gaan.

Al jaren is Cannich mijn vaste kampeerplek. Een dorp van niks, maar je treft er een dorpswinkel en een pub. Het gaat me hier om het landschap. In de eerste plaats het mooie Glen Affric zelf, maar ook Glen Mullardoch.

Beide routes brengen je, net als op Mul, in een rustige stemming. e mag er 60 miles per hour rijden (tegen de 100 km per uur), maar je mag blij zijn als je op veel van de stukken weg de helft haalt. Hier niet veel gewandeld, maar wel genoten van het uitzicht. Je komt er helemaal tot rust. Een beetje Zen. Zo heet dat toch?

En al ben ik dol op de rust in de glens, een dagje de stad in, is niet te versmaden. Dus naar Inverness geweest. Valt weinig over te melden. Gewoon wat winkelen en stadsgeluiden horen, wachten voor een verkeerslicht, u kent dat wel.

De volgende halte is Skye. Ook al sinds 1982 een eiland dat ik nooit oversla. En ook al jaren kampeer ik op Sligachan, langs de route van Broadford naar de hoofdplaats Portree.

Dan doe je op een zonnige ochtend je tentdeur open en wensen de bergtoppen Slamaig en Marsco je goedemorgen. Je dag kan gelijk al niet meer stuk. En wat dacht je van de avonden. De pub Seamus Bar aan de overkant van de weg heeft ruim vierhonderd verschillende malt whisky’s op voorraad!

Nieuwe distilleerderij
Over whisky gesproken: het eiland heeft er in 2017 voor het eerst in 190 jaar een nieuwe whiskydistilleerderij bij gekregen, Torabhaig (spreek uit Toraveeg en dan een g die bijna als een k klinkt).

De eerste twee whisky’s zijn uit en ik heb die van dit jaar geproefd, de Allt Gleann. Milde peat. Niet te versmaden.
Gelijk een fles aangeschaft. Heb begrepen dat de fles in Nederland ruim 60 euro kost. ik heb er (met ter plaatse te besteden kortingsbon) ongeveer 55 euro voor betaald. Dat scheelt een slok op een borrel kun je in dot geval wel zeggen.

Een van de wandelingen op Skye voert me naar Boreraig, de ruïnes van een dorpje met die naam over de heuveltoppen, niet ver buiten Broadford.

Een tocht van netto 1,5 uur in complete stilte. Geen mens te zien. Het enige geluid komt van de wind en van de vogels.

Schoonheid
Na een uur hier genoten te hebben van de zon, de rust en het uitzicht, terug via dezelfde route. Maar omdat je die in omgekeerde richting doet, oogt het landschap als nieuw. 

Wat een schoonheid. Als je ergens tot absolute rust wilt komen, is het hier wel. Tijd lijkt niet te bestaan.

Een tocht op Skye die wel op het programma stond, maar is afgevallen, is Quiraing, aan de noordkant van het eiland. Enkele jaren geleden al een klein stukje gelopen. Gaat niet door dit keer. Het parkeerterrein dat er tegenwoordig is, is overvol. Zelfs de uitloopgebieden. Dan weet je genoeg: het is hier te druk.

Wel de volgende dag de tocht naar Neist Point Lighthouse. Een korte, leuke wandeling. En dan bij de vuurtoren genieten van het uitzicht. 

Cranachan
Een bezoek aan Applecross ontbreekt ook al jaren niet in mijn reisprogramma. Een peninsula in het noordwesten van het land. De rit met haarspeldbochten is altijd leuk om te doen, maar het eigenlijke doel is de Applecross Innn. Geroemd om de gezelligheid en gemoedelijkheid. Het eten is er fantastisch. En hier heb ik als toetje uiteraard Cranachan. Het is een dessert waarvan je – helaas – geen twee achter elkaar krijgt weggesnoept. 

Queen Elisabeth II
Maar Ruud, hoor ik u denken, je hebt het nog helemaal niet gehad over het overlijden van Queen Elisabeth II gehad. Is dat aan de journalist die je toch bent voorbijgegaan? Nee hoor, alles gevolgd op de radio, in de krant en via de social media. 

Alleen de proclamatie in St. James Palace in Londen dat hij de nieuwe koning is en een aantal geloften doet (onder andere de rechten van mijn kerk de Church of Scotland te eerbiedigen) en de begrafenis van QEII via de BBC gevolgd in mijn auto.
O ja, en – ik kon het niet laten – me nog even bemoeid met een verhaal voor mijn krant. Twee storende fouten op tijd weten te corrigeren via een intern communicatiekanaal.

De rest van de vier weken voor aantal afspraken met goede vrienden doorgebracht in Stirling en Edinburgh. Op de terugreis nog even door de map meer meer dan duizend foto’s en filmpjes gebladerd. Een aantal treft u in dit verhaal aan en hieronder in een tweetal filmpjes. Plezier er mee.

Foto-album:

Draaiorgel in kerk

Draaiorgelmuziek zaterdagmiddag in de St.-Janskerk in Gouda. Concert op verschillende draaiorgels van Gouwenaar Adrie Vergeer, onder andere de Lekkerkerker, afgewisseld door werken op het Moreau hoofdorgel door Gerben Budding.

Hieronder twee fraaie stukken uit het concert. Tot mijn verrassing (ik had geen programmablaadje) klonk daar ineens uit De Lekkerkerker de Highland Cathedral, een van mijn favo Schotse muziekstukken als het op de doedelzak aankomt. Hoewel, Schots… Het blijkt veertig jaar geleden te zijn gecomponeerd door twee Duitse componisten. Weer een illusie armer. Maar het werk is er niet minder onder.

Daarna een opname op het kerkorgel met variaties, inclusief weer een stukje Highland Cathedral.

Draaiorgelmuziek zaterdagmiddag in de St.-Janskerk in Gouda. Concert op verschillende draaiorgels van Gouwenaar Adrie Vergeer, onder andere de Lekkerkerker, afgewisseld door werken op het Moreau hoofdorgel door Gerben Budding.

Hieronder twee fraaie stukken uit het concert. Tot mijn verrassing (ik had geen programmablaadje) klonk daar ineens uit De Lekkerkerker de Highland Cathedral, een van mijn favo Schotse muziekstukken als het op de doedelzak aankomt. Hoewel, Schots… Het blijkt veertig jaar geleden te zijn gecomponeerd door twee Duitse componisten. Weer een illusie armer. Maar het werk is er niet minder onder.

Daarna een opname op het kerkorgel met variaties, inclusief weer een stukje Highland Cathedral.

Chariots of Fire

Vanochtend – eindelijk is minder heet dan gisteravond en vannacht – vroeg op. Even genieten van de frisse lucht. En met het dagelijkse ochtendritueel (koffie!) de van zaterdagavond opgenomen film Chariots of Fire bekeken.

De sportfilm al eerder gezien en de openingsmuziekmet dezelfde titel van het nummer van Vangelis, herken ik uit duizenden.

Heriots2kleinMaar nu werd mijn aandacht getrokken door de scenes in de Schotse Hooglanden. Dus op zoek naar de filmlocaties. Blijkt in Perthshire te zijn (helaas).

Andere locaties bekeken en wat blijkt: een deel van de film is ook geschoten in Edinburgh. Sterker nog, op Goldenacre, waar Heriots Rugby Club is gevestigd: recht tegenover slaapkamer mijn vaste logeeradres als ik op weg naar de Highlands and Islands Auld Reekie aandoe. Heb er twee jaar geleden nog op de tribune gezeten om wedstrijd te zien en te genieten van een paar pinten in het clubhuis. Brings back memories.

Ik wil naar Scotland!

Als ik het zo inschat, zit een vakantie in Scotland in september er nog niet in. Zal ik dan mijn zinnen maar weet zetten op een wintertrip naar Gods own country? De laatste keer (2018/2019) is me zeer goed bevallen.

Voordeel: veel rust op zelfs de normaliter meest drukke routes in de bergen. Nadeel: het wordt laat licht en het is vroeg donker. Weinig uren dus voor een lange wandeling. Voordeel dan weer: vroeg aan de wee dram!

En ik verkies de tent boven de jeugdherberg. Als de grens open gaat en de ferry weer vaart, hoop ik toch mede om die reden op september. En hoe mooi het daar dan is? De foto boven dit verhaal is gemaakt tijdens mijn trip december 2018/januari 2019. Stunning he?

Nou ja, zolang ik maar een maand lang in Scotland kan vertoeven.

 

Heerlijke avond Schotse folk

5 sterrenMe vanavond heerlijk ondergedompeld in de folkmuziek van de Nederlandse formatie Scrum. Al paar keer eerder naar concert van deze band geweest. Opnieuw niet teleurgesteld.

In een uitverkochte kleine zaal van de Goudse Schouwburg klonken vele voor mij totaal onbekende nummers, maar ook bekend werd van de vermaarde Ierse folkband The Dubliners. Maar ook zeer bekende nummers als Amazing Grace,Caledonia (Oh, but let me tell you that I love you That I think about you all the time Caledonia you’re calling me And now I’m going home If I should become a stranger You know that it would make me more than sad Caledonia’s been everything I’ve ever had).

scrum kleinHet mooiste nummer van de avond vond ik de Loch Lomond song (You’ll take the high road and I’ll take the low road, And I’ll be in Scotland afore you. Where me and my true love will never meet again, On the bonnie, bonnie banks of Loch Lomond). NIet alleen  omdat ik Loch Lomond natuurlijk ken van mijn reizen door Scotland, of omdat ik het al heel vaak in heel verschillende uitvoeringen heb gehoord (zoals door de SChotse band Runrig, live-opname van concert aan de oever van Loch Lomond). Nee, vanavond ontroerd door de a capella versie door de zes mannen en zangeres Miriam Meijer. In de zaal is het doodstil. Geen kuchje, niks. Iedereen is kennelijk – net als ik – diep onder de indruk van deze uitvoering.

OK, toch nog iets te zeuren door de kniesoor. De tekstfout in het decor is niet hersteld. De setting van het optreden is een kroeg en op de achterwand hangt een geschilderd bord met daarop de whisky’s en bieren die er te krijgen zijn. Tobermoray moet natuurlijk Tobermory zijn. Is al eens gemeld bij Scrum, maar er is niets mee gedaan.

En nog iets. Dat ‘hallo Gouda, laat je horen …’ en varianten hier op is misschien één keer leuk, maar na een paar keer begint zoiets behoorlijk te irriteren. Afschaffen, of in elk geval minder vaak doen. Hallo Scrum, kunnen jullie me horen…

Hieronder een van die fantastische instrumentale nummers van vanavond

 

Whisky galore

Ruud op het International Whiskyfestival in Den Haag is als een kind in een snoepjeswinkel. Een middag lang (van 13.100 – 17.00 uur) een paar honderd whisky’s zien en er een stuk of vijftien proeven. Voor mij inmiddels een jaarlijkse traditie in november. Het festival (vrijdagavond, zaterdag en zondagmiddag) beleefde dit festival kleinweekeinde zijn twintigste editie.
Kleine hoeveelheden per keer (omgerekend zeven [?] gewone glazen), maar man, man, man wat een moois was er weer te proeven vanmiddag. De ene verrassing na de andere.

Bij binnenkomst een standaard whisky genomen om in de juiste stemming te komen en mond en neus alvast aan het werk te zetten. Een Glengoyne.

Daarna neef D en vriend M opgezocht om samen aan het echte werk te beginnen. Direct Cley kleinmet de neus in de boter, uhhh, het whiskyglas bij Cley distillery uit Rotterdam. Inderdaad, een Nederlandse whisky dus. Maar andere distilleerderijen in Nederland laten al jaren zien, dat whisky niet per se uit Scotland hoeft te komen.
Bij deze stand twee fraaie malts geproefd, waarbij die uit het Oloroso vat het lekkerste was. Vier jaar oud pas (de distilleerderij bestaat pas een aantal jaren), dus een goede belofte voor de toekomst. Boven mijn budget, maar je kunt ook je eigen vat ( 10, 65 of 100 liter) kopen, laten afvullen en laten opslaan bij Cley en na een x-aantal jaren laten bottelen.

Robert Burns
Vervolgens enige tijd doorgebracht bij de stand van Annandale, uit Dumfries, de regioannandale klein ten zuidoosten van Glasgow. Twee mooie, nieuwe (uit 2018) Lowland whisky’s geproefd, de peated Man O’Sword (verwijzing naar William Wallace en de unpeated (gelagerd op Oloroso vat) Man O’Words (Robert Burns). Verschillend van karakter uiteraard, maar beide niet te versmaden.

En niet dat ik een fles zal kopen, maar deze
1770 van de vijf jaar oude Glasgow Distillery mag er best zijn. Een zachte, fruitige young spirit.

Het voordeel van een whiskyfestival is dat je voor relatief weinig geld veel kunt proeven om te ontdekken wat je lekker vindt en niet. Zo kom je niet voor ene teleurstelling te staan als een voor veel geld gekochte fles helemaal jouw smaak niet is. Dat ontdekten we Talisker kleinvanmiddag. De Game of Thrones van Talisker op het eiland Skye is zo’n teleurstelling. Duidelijk een marketingdingetje dat inhaakt op de populaire (bij sommigen) Amerikaanse fantasy-televisieserie Game of Thrones. Hoe de serie is, weet ik niet, maar de whisky is ronduit vlak. Niks spannends aan. Veel minder dan de gewone Talisker en al helemaal niet te vergelijken met de bijzondere Talisker Arran kleinStorm.

Nee, dan de 10 jaar oude Arran non-chill filtered en de cask strength. Dit zijn whisky’s  die je graag van Sinterklaas op pakjesavond zou krijgen. De 10 jaar oude is al een genot voor de smaakpapillen, die cask strength nog meer. Wat een sensatie in de mond.

Leuk, maar niet overdreven bijzonder was ook de Glen Moray Fired Oak. Glen Moray ken ik van mijn vakantie. Heb altijd een fles in de auto voor bij de tent. Een whisky zonder poespas, een ‘doordrink whisky’ zoals ik thuis de Glen Talloch drink.
De Fired Oak belooft veel. De naam verwijst naar het zwart branden van de binnenkant van de vaten (American Oak). De whisky zelf heeft een goed smaakpalet. Helemaal niks mis mee.

Tasmania kleinNieuw en mooie whisky uit Australië geproefd ook vanmiddag. De 10 jaar oude Roring forty van Hellyers Road Distillery uit Tasmanië, Australië. Licht van smaak, beetje zoet niet complex, met 46,2 procent alcohol (ABV) zeer goed te doen. Wat je ver haalt is lekker, zegt men. Dat klopt wel. Ik zou geen nee zeggen als mij een fles wordt aangeboden.

Pagode
Geen whiskyfestival is compleet voor mij zonder even iets geproefd te hebben bij Highland Park. Heb de distilleerderij al een aantal Highland Park kleinkeren bezocht en geniet altijd van omrijden uit Kirkwall naar mijn camping in Deerness. De lucht uit de pagode schoorsteen die via de ventilatie je auto binnendringt… De Dragon Legend dit keer geproefd. Een kleur van diep goud, de turf of peat (van Hobbister Moor in het westen van mainland) duidelijk aanwezig zonder te overheersen.

Nog een blend geproefd waar eveneens niets mis mee is, de 12 Y The Ancestor van Dewar’s. Verrassend. Een gewone blend zou je zeggen, maar er blijft iets van turfsmaak hangen in de mond. Dat maak je niet altijd mee.

Turf
Heel, echt heel bijzonder was de Port Askaig 28 Y. Port Askaig is behalve een dorp op het eiland Islay ook een whiskyhandelsmerk van Speciality Drinks, het bedrijf achter The 100 Proof kleinWhisky Exchange van Sukhinder Singh. Port Askaig zegt nooit welke malts van Islay worden gebotteld, maar deze 28 jaar oude komt toch wel erg overeen met Laphroaig, stellen we voorzichtig vast, samen met W. die de prachtige stand van Bresser en Timmer. Winkelwaarde van één fles: 350 euro!
Heel mooi hier was ook de Port Askaig 100 Proof. De turf ook overduidelijk aanwezig en zoals de ‘100 Proof’ voor de kenners al doet vermoeden: 57,1 procent alcohol (ABV). Blijft lekker lang hangen in de mond. Echt iets voor een koude winteravond.

Zeker sinds oud-collega van me met die achternaam de Kilchoman kleindistilleerderij op Islay heft bezocht, ook even genipt bij Kilchoman. De standaard whisky en toen de limited edition STR cask matured, waarbij STR min of meer staat voor schoongemaakt, geschuurd en daarna geroosterd en gebrand (charred) aan de binnenzijde. Zeven jaar oud, 50 procent ABV. Fantastisch.

Kortom, nou ja, kort… weer een fantastisch festival.

festival 2 klein

Muziek voor het weekeinde

Een betere versie van het nummer Shotgun door de Schotse rockformatie Tide Lines tijdens Hogmanay in Inverness: Red Hot Highland Fling. Zie onderste deel van het vakantieverslag hieronder. Nummer is een cover van de Engelse zanger George Ezra, die wij vooral kennen van zijn nummer Budapest (2014).
De cameraman van bovenstaand filmpje stond aan het beeld te zien ergens schuin achter mij hier in het Northern Meetingpark, verder weg dus van het podium. Vast bij een goede geluidbox of zo. Of hij heeft betere apparatuur.

Prettig weekeinde!

 

Winter in Scotland

Zo’n heerlijke late zomervakantie in Scotland gehad, dat ik al overweeg dit jaar opnieuw net voor kerst te gaan en in het begin van het nieuwe jaar terug te keren. Toegegeven, de dagen zijn kort, dus zeer lange wandelingen zitten er niet in. Maar het is er in die periode (behalve tijdens de kerstdagen zelf en de jaarwisseling) heerlijk rustig.
De korte dagen (lees: de zon komt laat op en de duisternis valt vroeg in) hebben me deze vakantie bijvoorbeeld beperkt tot lang wandelen in Glen Nevis.
Het is er heerlijk toeven, vanwege de gorge (nauwe doorgang tussen bergwanden) de waterval Steall Falls en de rest van het dal of glen richting Rannoch. Maar in de gorge gorge kleinmoet je wel goed opletten waar je loopt. Eén vervelende misstap en je hebt vermoedelijk nog één keer een kortdurende hoofdpijn, daarna nooit meer.
Die doorgang doe je dus het liefst bij daglicht en niet als het donker is. Het lampje van je mobiele telefoon geeft te weinig licht voor een veilige loop. En in de gorge is het kort na 15.30 uur in deze periode wel zo’n beetje afgelopen met daglicht. En daar waar ik (ook met anderen gedaan, onder wie K+K en R+M en met R alleen) in de zomer ver voorbij de houten, decennia geleden door het legerregiment uit Oxford gebouwde houten brug over een van de bronnen van de Water of Nevis richting Rannoch kan lopen, moet ik nu na korte pauze net voorbij het bruggetje al rechtsomkeert maken.

Eén vervelende misstap en je hebt vermoedelijk nog één keer een kortdurende hoofdpijn, daarna nooit meer.

Spijtig is dat nu niet. Heb hier zo vaak uren en uren gewandeld, dat ik er mee kan leven. En ten opzichte van de zomer is het in dit deel van de glen nog stiller dan stil. Op de laatste parkeerplaats, niet ver van de gorge, stonden deze dag wel tien auto’s, maar waar al de inzittenden heen zijn gegaan, is mij niet duidelijk. In het eerste deel, h1kleinbij de waterval en de touwbrug, kom ik een gezin tegen en nog een loslopende wandelaar. Meer de glen in is er verder he-le-maal niemand te zien.

Rugby

Na toch een druk begin van de vakantie in de (heerlijke) grote stad Edinburgh (dank Laurence om me mee te nemen naar mooie, gewonnen rugbywedstrijd van Heriots), glen nevis 6 kleinbegint hier de retraite – als ik het zo mag noemen – na anderhalf jaar werken pas echt. De regen tikt op mijn capuchon, het geluid van de wind dringt door in mijn oren, net als het kletterende geluid van alweer een waterval. Ik luister naar wat regen, watervalwater en wind me te vertellen hebben. Ik hoor je denken: Ruud is van het padje… Maar wandel hier onder dezelfde omstandigheden als ik deze dag en je zult me gelijk geven. Zittend op wat eens een muur van een schuur of een woning was, geniet ik van  het uitzicht.

Als herboren loop ik terug naar mijn auto, om naar de Glen Nevis youth hostel te gaan. De laatste keer dat ik hier verbleef, was het een vervallen zooitje. Nu hypermodern. En om modern te verduidelijken: bij elk bed twee stopcontacten, met elk ook nog eens een usb-ingang voor het opladen van mobiele telefoon en Ipad of dergeljke. Het glen nevis yh 3 kleinloungegedeelte heeft een werkende hout haard, met heerlijke Chesterfield fauteuils en bankjes. En vanuit mijn bed kijk ik zo (waarom zou je in deze donkere dagen het gordijn dicht doen) zo tegen de bergen/heuvels aan. Prima douches, een belangrijk aspect na een dag in de heuvels. Hostelling Scotland weet waar de gasten behoefte aan hebben.

Doorkey

Men heeft hier ook anderszins oog voor het welbevinden van de gasten. Zo laat je (net als op campings en andere logeeradressen) bij voorkeur gegevens achter als je aan een tocht begint. Je vult een kaartje in met daarop de plek waar je gaat lopen, waar je je auto parkeert, merk en kenteken van het voertuig, etc. In deze hostel wil men ook je doorkey hebben. Waarom? Wel, als je terugkomt van een tocht wil je eerste douchen en je omkleden. En dan heb je uiteraard de sleutel nodig. Dus als de sleutel uit het mapje is, weet iedereen dat je veilig bent teruggekeerd.

Aanvankelijk leek het me vlak voor vertrek uit Nederland ineens lang om tien dagen één standplaats te hebben, In de zomer heb ik dat nog nooit gedaan. Toch is het me uitstekend bevallen. Had een eetafspraak met vrienden nabij Fort William, wandelingen in de buurt en tochten naar Rannoch Moor en Skye. Dan ’s middags/’s avonds terugkeren naar bed kleinje eigen bed is dan wel heerlijk. Het voelt na een dag als thuiskomen. De stand van de douchekraan is vertrouwd, in de keuken hoef je niet te zoeken naar je eigen spulletjes en eten, enzovoort.

Pelgrimage

O ja, Rannoch Moor en Skye. Eerst Rannoch Moor. Elk jaar als ik in Glencoe/Lochaber ben, moet en zal ik naar Rannoch Moor. Om precies te zijn: de Corrour Estate. Per trein (een weg voor de auto is er niet heen vanuit Fort William) in dik een uur naar Corrour. Daar lopend langs Loch Ossian (met jeugdherberg waar ik met vriend G. twee keer ben geweest), over de heuvels richting Rannoch.
Op goede Ordnance Survey kaarten (de ‘stafkaarten’ van de UK) staat Peters Rock aangegeven, het is nabij de bocht die je neemt vanaf de heuvels bij Loch Ossian richting de old lodge en Rannoch.
trowell 1 klein

Peters Rock is vernoemd naar Peter Trowell, de beheerder van de Loch Ossian youth hostel begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij is toentertijd, vermoedelijk bij het maken van wak, onder het ijs verdwenen. Zijn lichaam werd in het volgende voorjaar gevonden, Trowell is begraven in Engeland. Op Peters Rock herinnert een plaquette aan hem, met de tekst:

I have a friend, a song and a glass
gaily along life’s road I pass
joyous and free
out of doors for me
over the hills in the morning

Sinds ik dit heb ontdekt zo’n tien jaar geleden, is dit mijn levensmotto geworden. En elk jaar als ik in Lochaber ben, moet ik hier even zijn. Een pelgrimage.
Het is wel aanpoten. Rannoch Moor is zo betoverend mooi, zo stil. Je blijft rondkijken, je blijft foto’s en filmpjes maken. Maar je moet om 15.15 uur terug zijn op het treinplatform. Als je trein terug naar Fort William mist, moet je zes uur (!) wachten op de volgende.

Sligachan

Skye mag natuurlijk nooit ontbreken tijdens mijn vakanties. Een Scotland in minitiature In de zomer kampeer ik standaard op de bij wandelaars en klimmers geliefde camping Sligachan. De camping zelf is zeer eenvoudig, maar de douches zijn puik en de pub is al decennia een van mijn favo horecagelegenheden in Scotland. Goed bier en een bijna ontelbaar aantal malt whisky’s. En met ontelbaar bedoel ik meer dan honderd verschillende drams…

Maar de camping is dicht in de winter en ik heb geen tent en andere toebehoren bij me. Dus een dagrit. Met de veerboot Mallaig naar Armadale, in het zuidelijke puntje Sleat van Skye. Ook een nadeel van de wintervakantie: de veerboot vaart nu niet zo vaak. sligachan 4 brug kleinSterker nog, er is een kleinere boot ingezet. Dus achteruit de boot op…
De pont vertrekt rond 08.30 uur, dus al rond 07.00 uur uit Fort William op weg naar de haven. Een uitdaging. Je wilt doorrijden, want de veerboot wacht niet. De weg naar Mallaig kent letterlijk hoogte- en dieptepunten, bochten en is niet verlicht. Gelukkig weinig tot geen verkeer op de weg, dus ik kan aan alle lampen aan voorzijde van de auto aanzetten. Ik wist niet dat ik zovel lampen had op mijn auto…
Al met al werd zo’n rit nog wel een dingetje, maar ben blij dat ik het gedaan heb, Na anderhalf jaar weer de bekende plekken zien, het oude, door iedere bezoeker gefotografeerde bruggetje bij Sligachan, de hoofdstad Portree, de Old Man of Storr, de Quiraning, Uig… Heerlijk om allemaal weer terug te zien.

Betoverend

Onder andere vanwege de jaarwisseling (Hogmanay) na de kerstdagen naar Inverness verkast. Ook hier weer een feest der herkenning met nog minder mensen dan in de coulin kleinzomer. Een van de wandelingen in op Coulin Estate in Torridon. Voor de kenners: niet ver van Kinlochewe.
In de zomer al vaak gelopen, maar het is er nu nog veel stiller. Geen wind, geen vogelgeluiden, geen andere wandelaars. Zo stil dat je na een uurtje zou kunnen denken: ik zal toch niks aan mijn oren mankeren? Na Glen Nevis is de Coulin estate het tweede retraite momentje.

En natuurlijk mag een bezoek aan Glen Affric niet ontbreken.glen affric 5 klein Een fantastisch, betoverend gebied op drie kwartier rijden (in zuidwestelijke richting) van Inverness. Helft van de reistijd voert langs (boring) Loch Ness, maar bij Drumnadrochit buig je af en na 20 minuten duik je Glen Affric in. Plekken met een donderend geraas van watervallen, stilte in de bossen… Bekend gebied voor velen, dus veel drukker dan op de Coullin Estate. Maar toch heerlijk om hier weer even rond te sjouwen.

En dan Hogmanay zelf. Eenmaal, eind jaren negentig, meegemaakt in Edinburgh. Nu bewust voor Inverness gekozen, vanwege het kleinschaliger karakter. Hoewel, toch nog altijd tienduizend man (!) bij dit Red Hot Highland Fling in het Northern Meeting Park, niet ver van het centrum en de Inverness Cathedral.

Hier genoten van drie puike bands, met als opwarmertje de The Trad Project, jongelui fiddlers kleinmet opzwepende muziek. Daarna heerlijke folk vioolmuziek van de Blazin’ Fiddlers (foto rechts). Nou, als er één band is die de koukleumen (tering wat een straf koude wind) bezoekers weet warm te krijgen is het deze formatie wel. Opzwepend. Je kunt niet stil blijven staan.

De echte eye- en earcatcher voor mij is echter Tide Lines, een rockformatie die herinneringen oproept aan Runrig.
De leadzanger Robert Robertson (voormalig zanger van de band Skipinnish) heeft tlkleindezelfde hoge (volgens mijn omstanders betere…) tenorstem dan Donny Munro van Runrig.

Hoe dan ook een geweldige gig. Op een van de filmpjes hieronder hoor je delen van het optreden van Tide Lines, als is door de afstand van publiek tot podium de sound verre van ideaal.

Bijna aan het einde van de vakantie nog even een bezoek gebracht aan Glen Orchy en Glen Etive. Vooral het laatst bezoek was (weer) schitterend, vanwege het grote aantal herten (deer) dat dichtbij of zelfs op de weg kwam. Niet schuw, dus gemakkelijk te fotograferen. R., eat hert kleinyour heart out!  Bovendien is Glen Etive een heerlijk gebied om te zijn, ook al weer vanwege de stilte. Zie de foto bovenaan dit verhaal.

Minpuntjes

Zijn er dan geen minpuntjes in mijn vakantie geweest? Jawel, de overtocht met DFDS Seaways.
Al en paar jaar merk ik dat deze Deense maatschappij het visaanbod in het buffetrestaurant sterk heeft verminderd. Het was altijd een genot aan het begin en einde van mijn vakantie te genieten een goede fles Chablis en de vele vishapjes. OK, dat er geen lappen zalm meer liggen op schalen  is te begrijpen. Ik heb mensen gezien die een bord vol metselen met zalm en dan na éen hap zegen dat ze het niet lekker vinden. De op het bord overgebleven zalm kon vervolgens in de afvalbak.
Maar daarna bleven er op de veerboot nog genoeg vissige belevenissen over ter combinatie van de Chablis. Mosselen, een mooie mousse, garnaaltjes, noem maar op.

En nu: piepkleine mosseltjes in een zeer pittige dressing of wat dan ook, een ‘roll’, waar aan de ijskristalletjes was te proeven dat ie net uit de vriezer kwam. Tot overmaat van ramp, geen Chablis voorradig. Zou te maken hebben met feit dat schip in januari in ‘dry dock’ ging in Gdansk. Kan zijn, maar dan had DFDS vooraf een verontschuldiging kunnen maken dat niet alles voorradig is.

Maar het belangrijkste minpunt is dat de vissige onderdelen van het buffet plaats hebben moeten maken voor pizza en nog meer soorten patat dan in het verleden. Van buffet naar vreetschuur dus. Alleen van het ontbijtbuffet ga je ’s morgens nog stralen. Heb mijn kritiek ook laten weten in een online survey van DFDS, maar denk dat er niets mee wordt gedaan.

Tot overmaat van ramp, geen Chablis voorradig.

En nu, weer aan het werk!

Wat filmpjes:

Coulin estate

Corrour estate

Glen Nevis

Hogmanay Inverness (geluidskwaliteit helaas niet al te best)

Muziek voor het weekeinde

Mijn verlate zomervakantie is begonnen. Gisteravond al goed ingeluid op de veerboot van IJmuiden naar Newcastle (*plop*). Vanmiddag, na bijna anderhalf jaar weer voet gezet op Schotse bodem. Dit weekeinde in het drukke Edinburgh, maar vanaf maandag drie weken in de stilte van de Hooglanden. Het hoofddoel voor de Kerst en jaarwisseling
Vakantiebelevenissen verschijnen verspreid over de weken op deze weblog en natuurlijk ook op Facebook, Twitter en Instagram.

Om mijn Schotse weken muzikaal te starten hier het Schotse volkslied. Wie kent kent mag uit volle borst meezingen!
Flower of Scotland