Winter in Scotland

Zo’n heerlijke late zomervakantie in Scotland gehad, dat ik al overweeg dit jaar opnieuw net voor kerst te gaan en in het begin van het nieuwe jaar terug te keren. Toegegeven, de dagen zijn kort, dus zeer lange wandelingen zitten er niet in. Maar het is er in die periode (behalve tijdens de kerstdagen zelf en de jaarwisseling) heerlijk rustig.
De korte dagen (lees: de zon komt laat op en de duisternis valt vroeg in) hebben me deze vakantie bijvoorbeeld beperkt tot lang wandelen in Glen Nevis.
Het is er heerlijk toeven, vanwege de gorge (nauwe doorgang tussen bergwanden) de waterval Steall Falls en de rest van het dal of glen richting Rannoch. Maar in de gorge gorge kleinmoet je wel goed opletten waar je loopt. Eén vervelende misstap en je hebt vermoedelijk nog één keer een kortdurende hoofdpijn, daarna nooit meer.
Die doorgang doe je dus het liefst bij daglicht en niet als het donker is. Het lampje van je mobiele telefoon geeft te weinig licht voor een veilige loop. En in de gorge is het kort na 15.30 uur in deze periode wel zo’n beetje afgelopen met daglicht. En daar waar ik (ook met anderen gedaan, onder wie K+K en R+M en met R alleen) in de zomer ver voorbij de houten, decennia geleden door het legerregiment uit Oxford gebouwde houten brug over een van de bronnen van de Water of Nevis richting Rannoch kan lopen, moet ik nu na korte pauze net voorbij het bruggetje al rechtsomkeert maken.

Eén vervelende misstap en je hebt vermoedelijk nog één keer een kortdurende hoofdpijn, daarna nooit meer.

Spijtig is dat nu niet. Heb hier zo vaak uren en uren gewandeld, dat ik er mee kan leven. En ten opzichte van de zomer is het in dit deel van de glen nog stiller dan stil. Op de laatste parkeerplaats, niet ver van de gorge, stonden deze dag wel tien auto’s, maar waar al de inzittenden heen zijn gegaan, is mij niet duidelijk. In het eerste deel, h1kleinbij de waterval en de touwbrug, kom ik een gezin tegen en nog een loslopende wandelaar. Meer de glen in is er verder he-le-maal niemand te zien.

Rugby

Na toch een druk begin van de vakantie in de (heerlijke) grote stad Edinburgh (dank Laurence om me mee te nemen naar mooie, gewonnen rugbywedstrijd van Heriots), glen nevis 6 kleinbegint hier de retraite – als ik het zo mag noemen – na anderhalf jaar werken pas echt. De regen tikt op mijn capuchon, het geluid van de wind dringt door in mijn oren, net als het kletterende geluid van alweer een waterval. Ik luister naar wat regen, watervalwater en wind me te vertellen hebben. Ik hoor je denken: Ruud is van het padje… Maar wandel hier onder dezelfde omstandigheden als ik deze dag en je zult me gelijk geven. Zittend op wat eens een muur van een schuur of een woning was, geniet ik van  het uitzicht.

Als herboren loop ik terug naar mijn auto, om naar de Glen Nevis youth hostel te gaan. De laatste keer dat ik hier verbleef, was het een vervallen zooitje. Nu hypermodern. En om modern te verduidelijken: bij elk bed twee stopcontacten, met elk ook nog eens een usb-ingang voor het opladen van mobiele telefoon en Ipad of dergeljke. Het glen nevis yh 3 kleinloungegedeelte heeft een werkende hout haard, met heerlijke Chesterfield fauteuils en bankjes. En vanuit mijn bed kijk ik zo (waarom zou je in deze donkere dagen het gordijn dicht doen) zo tegen de bergen/heuvels aan. Prima douches, een belangrijk aspect na een dag in de heuvels. Hostelling Scotland weet waar de gasten behoefte aan hebben.

Doorkey

Men heeft hier ook anderszins oog voor het welbevinden van de gasten. Zo laat je (net als op campings en andere logeeradressen) bij voorkeur gegevens achter als je aan een tocht begint. Je vult een kaartje in met daarop de plek waar je gaat lopen, waar je je auto parkeert, merk en kenteken van het voertuig, etc. In deze hostel wil men ook je doorkey hebben. Waarom? Wel, als je terugkomt van een tocht wil je eerste douchen en je omkleden. En dan heb je uiteraard de sleutel nodig. Dus als de sleutel uit het mapje is, weet iedereen dat je veilig bent teruggekeerd.

Aanvankelijk leek het me vlak voor vertrek uit Nederland ineens lang om tien dagen één standplaats te hebben, In de zomer heb ik dat nog nooit gedaan. Toch is het me uitstekend bevallen. Had een eetafspraak met vrienden nabij Fort William, wandelingen in de buurt en tochten naar Rannoch Moor en Skye. Dan ’s middags/’s avonds terugkeren naar bed kleinje eigen bed is dan wel heerlijk. Het voelt na een dag als thuiskomen. De stand van de douchekraan is vertrouwd, in de keuken hoef je niet te zoeken naar je eigen spulletjes en eten, enzovoort.

Pelgrimage

O ja, Rannoch Moor en Skye. Eerst Rannoch Moor. Elk jaar als ik in Glencoe/Lochaber ben, moet en zal ik naar Rannoch Moor. Om precies te zijn: de Corrour Estate. Per trein (een weg voor de auto is er niet heen vanuit Fort William) in dik een uur naar Corrour. Daar lopend langs Loch Ossian (met jeugdherberg waar ik met vriend G. twee keer ben geweest), over de heuvels richting Rannoch.
Op goede Ordnance Survey kaarten (de ‘stafkaarten’ van de UK) staat Peters Rock aangegeven, het is nabij de bocht die je neemt vanaf de heuvels bij Loch Ossian richting de old lodge en Rannoch.
trowell 1 klein

Peters Rock is vernoemd naar Peter Trowell, de beheerder van de Loch Ossian youth hostel begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij is toentertijd, vermoedelijk bij het maken van wak, onder het ijs verdwenen. Zijn lichaam werd in het volgende voorjaar gevonden, Trowell is begraven in Engeland. Op Peters Rock herinnert een plaquette aan hem, met de tekst:

I have a friend, a song and a glass
gaily along life’s road I pass
joyous and free
out of doors for me
over the hills in the morning

Sinds ik dit heb ontdekt zo’n tien jaar geleden, is dit mijn levensmotto geworden. En elk jaar als ik in Lochaber ben, moet ik hier even zijn. Een pelgrimage.
Het is wel aanpoten. Rannoch Moor is zo betoverend mooi, zo stil. Je blijft rondkijken, je blijft foto’s en filmpjes maken. Maar je moet om 15.15 uur terug zijn op het treinplatform. Als je trein terug naar Fort William mist, moet je zes uur (!) wachten op de volgende.

Sligachan

Skye mag natuurlijk nooit ontbreken tijdens mijn vakanties. Een Scotland in minitiature In de zomer kampeer ik standaard op de bij wandelaars en klimmers geliefde camping Sligachan. De camping zelf is zeer eenvoudig, maar de douches zijn puik en de pub is al decennia een van mijn favo horecagelegenheden in Scotland. Goed bier en een bijna ontelbaar aantal malt whisky’s. En met ontelbaar bedoel ik meer dan honderd verschillende drams…

Maar de camping is dicht in de winter en ik heb geen tent en andere toebehoren bij me. Dus een dagrit. Met de veerboot Mallaig naar Armadale, in het zuidelijke puntje Sleat van Skye. Ook een nadeel van de wintervakantie: de veerboot vaart nu niet zo vaak. sligachan 4 brug kleinSterker nog, er is een kleinere boot ingezet. Dus achteruit de boot op…
De pont vertrekt rond 08.30 uur, dus al rond 07.00 uur uit Fort William op weg naar de haven. Een uitdaging. Je wilt doorrijden, want de veerboot wacht niet. De weg naar Mallaig kent letterlijk hoogte- en dieptepunten, bochten en is niet verlicht. Gelukkig weinig tot geen verkeer op de weg, dus ik kan aan alle lampen aan voorzijde van de auto aanzetten. Ik wist niet dat ik zovel lampen had op mijn auto…
Al met al werd zo’n rit nog wel een dingetje, maar ben blij dat ik het gedaan heb, Na anderhalf jaar weer de bekende plekken zien, het oude, door iedere bezoeker gefotografeerde bruggetje bij Sligachan, de hoofdstad Portree, de Old Man of Storr, de Quiraning, Uig… Heerlijk om allemaal weer terug te zien.

Betoverend

Onder andere vanwege de jaarwisseling (Hogmanay) na de kerstdagen naar Inverness verkast. Ook hier weer een feest der herkenning met nog minder mensen dan in de coulin kleinzomer. Een van de wandelingen in op Coulin Estate in Torridon. Voor de kenners: niet ver van Kinlochewe.
In de zomer al vaak gelopen, maar het is er nu nog veel stiller. Geen wind, geen vogelgeluiden, geen andere wandelaars. Zo stil dat je na een uurtje zou kunnen denken: ik zal toch niks aan mijn oren mankeren? Na Glen Nevis is de Coulin estate het tweede retraite momentje.

En natuurlijk mag een bezoek aan Glen Affric niet ontbreken.glen affric 5 klein Een fantastisch, betoverend gebied op drie kwartier rijden (in zuidwestelijke richting) van Inverness. Helft van de reistijd voert langs (boring) Loch Ness, maar bij Drumnadrochit buig je af en na 20 minuten duik je Glen Affric in. Plekken met een donderend geraas van watervallen, stilte in de bossen… Bekend gebied voor velen, dus veel drukker dan op de Coullin Estate. Maar toch heerlijk om hier weer even rond te sjouwen.

En dan Hogmanay zelf. Eenmaal, eind jaren negentig, meegemaakt in Edinburgh. Nu bewust voor Inverness gekozen, vanwege het kleinschaliger karakter. Hoewel, toch nog altijd tienduizend man (!) bij dit Red Hot Highland Fling in het Northern Meeting Park, niet ver van het centrum en de Inverness Cathedral.

Hier genoten van drie puike bands, met als opwarmertje de The Trad Project, jongelui fiddlers kleinmet opzwepende muziek. Daarna heerlijke folk vioolmuziek van de Blazin’ Fiddlers (foto rechts). Nou, als er één band is die de koukleumen (tering wat een straf koude wind) bezoekers weet warm te krijgen is het deze formatie wel. Opzwepend. Je kunt niet stil blijven staan.

De echte eye- en earcatcher voor mij is echter Tide Lines, een rockformatie die herinneringen oproept aan Runrig.
De leadzanger Robert Robertson (voormalig zanger van de band Skipinnish) heeft tlkleindezelfde hoge (volgens mijn omstanders betere…) tenorstem dan Donny Munro van Runrig.

Hoe dan ook een geweldige gig. Op een van de filmpjes hieronder hoor je delen van het optreden van Tide Lines, als is door de afstand van publiek tot podium de sound verre van ideaal.

Bijna aan het einde van de vakantie nog even een bezoek gebracht aan Glen Orchy en Glen Etive. Vooral het laatst bezoek was (weer) schitterend, vanwege het grote aantal herten (deer) dat dichtbij of zelfs op de weg kwam. Niet schuw, dus gemakkelijk te fotograferen. R., eat hert kleinyour heart out!  Bovendien is Glen Etive een heerlijk gebied om te zijn, ook al weer vanwege de stilte. Zie de foto bovenaan dit verhaal.

Minpuntjes

Zijn er dan geen minpuntjes in mijn vakantie geweest? Jawel, de overtocht met DFDS Seaways.
Al en paar jaar merk ik dat deze Deense maatschappij het visaanbod in het buffetrestaurant sterk heeft verminderd. Het was altijd een genot aan het begin en einde van mijn vakantie te genieten een goede fles Chablis en de vele vishapjes. OK, dat er geen lappen zalm meer liggen op schalen  is te begrijpen. Ik heb mensen gezien die een bord vol metselen met zalm en dan na éen hap zegen dat ze het niet lekker vinden. De op het bord overgebleven zalm kon vervolgens in de afvalbak.
Maar daarna bleven er op de veerboot nog genoeg vissige belevenissen over ter combinatie van de Chablis. Mosselen, een mooie mousse, garnaaltjes, noem maar op.

En nu: piepkleine mosseltjes in een zeer pittige dressing of wat dan ook, een ‘roll’, waar aan de ijskristalletjes was te proeven dat ie net uit de vriezer kwam. Tot overmaat van ramp, geen Chablis voorradig. Zou te maken hebben met feit dat schip in januari in ‘dry dock’ ging in Gdansk. Kan zijn, maar dan had DFDS vooraf een verontschuldiging kunnen maken dat niet alles voorradig is.

Maar het belangrijkste minpunt is dat de vissige onderdelen van het buffet plaats hebben moeten maken voor pizza en nog meer soorten patat dan in het verleden. Van buffet naar vreetschuur dus. Alleen van het ontbijtbuffet ga je ’s morgens nog stralen. Heb mijn kritiek ook laten weten in een online survey van DFDS, maar denk dat er niets mee wordt gedaan.

Tot overmaat van ramp, geen Chablis voorradig.

En nu, weer aan het werk!

Wat filmpjes:

Coulin estate

Corrour estate

Glen Nevis

Hogmanay Inverness (geluidskwaliteit helaas niet al te best)

Muziek voor het weekeinde

Mijn verlate zomervakantie is begonnen. Gisteravond al goed ingeluid op de veerboot van IJmuiden naar Newcastle (*plop*). Vanmiddag, na bijna anderhalf jaar weer voet gezet op Schotse bodem. Dit weekeinde in het drukke Edinburgh, maar vanaf maandag drie weken in de stilte van de Hooglanden. Het hoofddoel voor de Kerst en jaarwisseling
Vakantiebelevenissen verschijnen verspreid over de weken op deze weblog en natuurlijk ook op Facebook, Twitter en Instagram.

Om mijn Schotse weken muzikaal te starten hier het Schotse volkslied. Wie kent kent mag uit volle borst meezingen!
Flower of Scotland

 

Whisky Galore

Wederom een heerlijk International Whisky Festival meegemaakt in Den Haag vanmiddag. Heerlijk, omdat dit festival vooral is bedoeld om te proeven. Whisky’s uit tal van landen.

Toen ik ruim 40 jaar geleden begon met whisky was dat (ik denk vanwege eerdere vakantie in Canada) Black Velvet, een Canadese blend. Bestaat nog steeds. In 1982, mijn eerste bezoek aan Schotland kwam de liefde voor de èchte whisky. En die is nooit weggegaan.
Toch is het fantastisch om op dit jaarlijkse festival in de Grote kerk in Den Haag te ontdekken wat andere landen soms voor mooie whisky’s produceren. Twee zijn er wat dat betreft uitgesprongen voor mij.

overzicht kleinDe eerste, Nomad, is een blend waarin 30 malts zijn verwerkt. De barrels met malt whisky zijn overgebracht naar Spanje om daar te worden geblend. Een beetje een Spaanse whisky dus. Uiteraard geproefd – ik was er toch. Heerlijke blend, mooie afdronk van fruit. Geen doordrinkwhisky, maar wel bijzonder om een maaltijd mee te besluiten bijvoorbeeld.
De tweede komt van honderden kilometers oostelijk, van de Israelische (Tel Aviv) distilleerderij M&H: melk en honing, hoe Bijbels. Bij de stand op het festival onder andere geproefd van de Young single malt. Zo’n bijzondere,MenH klein uitdagende smaaksensatie in de mond en op de tong, dat ik gelijk besloten heb een fles te kopen. Is verder uitverkocht, dus een fles om zuinig aan mee te doen.

Wat is er verder nog naar binnen gegleden? Wel, een whisky die op rumvaten is gelagerd, de Caribbean cask 14 y van Balvenie, de hoogst gelegen distilleerderij van Schotland. Verrassend hoe de invloed van de rumvaten je een totaal andere whiskybeleving kan geven. En dan was daar de Vault edition van Bowmore. Mooi, maar voor minder geld heb je ook een prachtige whisky van deze Islay.
Mooi waren ook 12 years sherry wood en de Glen Dronach 12 years original. Grappige is dat je dus twee bijna identieke whisky’s hebt (12 y, sherry wood), die toch verschillend smaken.
En met Highland Park Dragon Legend waande ik me weer even terug op Orkney. Dit soort whisky’s van HP zijn een marketingdingetje, maar je proeft het er wel aan af. Maar galore kleinom al die verschillende typen aan te schaffen gaat mijn begroting te boven…

Ook nog iets Nederlands geproefd vandaag? Ja, Cley whisky uit Rotterdam. Een whisky op basis van mout en rogge. Van een micro distilleerderij. Begonnen in 2015 in samenwerking met het Jenevermuseum in Schiedam. Leuk om geproefd te hebben een whisky van om de hoek, maar niet echt mijn smaak.

Niet geproefd op het festival, maar wel meegenomen is de Glenfarclas Festival botteling. Een mix van twee maltvaten uit mei (re-fill sherry hogshead) en september (1st fill sherry hogshead) 2009. Denk dat ik hier woensdag 12 december een glaasje van neem, om mijn verlate zomervakantie die dan begint te vieren.
Ga ik volgend jaar weer naar dit whiskyfestival? Jazeker, kaartje al gekocht via internet.

Slàinte!

Als in een snoepjeswinkel

Heerlijke whisk(e)yproeverij gehad vanavond bij Huub Oostendorp in Schoonhoven. Kijkend naar de wand met fraaie flessen whisky, waan je je in een snoepjeswinkel.
aantek kleinEen vergelijking van Schotse whisky en Ierse whiskey op deze proeverij. Ben bekend met en liefhebber van Schotse whisky’s, maar weet dat er ook buiten God’s own country fraaie whisky’s worden gemaakt. Vanavond is dat weer eens bewezen.

In de fraaie ambiance van Oostendorps wijnwinkel bij het centrum van de zilverstad Schoonhoven werden per rondetobermory klein steeds een Schotse en een vergelijkbare Ierse whiskey geproefd. Met dank aan Huub en Richard voor de uitleg over whisky in het algemeen en informatie over de verschillende merken.

In de eerste ronde bijvoorbeeld Kinahan’s , tegenover een Knockando. En zo kwamen daar nog The Quiet Man, Balblair, Midleton, Tobermory 18y (een van de lekkerste vanavond, maar met 161,20 euro per fles wel boven mijn budget…), Ardmore en Connemara. Net als Tobermorgy heb ik die een 10/10 gegeven.

En omdat de aanschaf (inclusief korting voor deze avond) 27,50 euro is, daar maar een fles van meegenomen. Uiteraard bij thuiskomst als afzakkertje een glaasje geproefd.

Bekijk de foto’s van de acht geproefde whisk(e)y’s hieronder

Up Helly Aa

Up Helly Aa is een festival dat elk jaar ’s winters in diverse plaatsen op de Shetlandeilanden gehouden wordt. Vroeger alleen live mee te maken,nu dankzij internet kun je thuis meekijken. En dan, in mijn geval, weer filmpje van maken.
Het volksfeest Up Helly Aa is een viering van de Noordse cultuur van de eilandbewoners, die afstammelingen van de Vikingen zijn, en is een traditie die in haar huidige vorm uitklein de jaren 1880 stamt.
Het hoofdfestival vindt in Lerwick plaats op de laatste dinsdag van januari en bestaat uit feestelijkheden van een dag lang met optochten van mensen in Vikingkledij en eindigt met de nachtelijke verbranding van een houten schip. De daaropvolgende woensdag is op  Shetland een officiële feestdag. Up Helly Aa is wellicht het grootste vuurfestival van Europa.

Bekijk Up Helly Aa hieronder. Wel tot het einde kijken, als het vikingschip (waar lang aan gewerkt is) in vlammen opgaat dankzij de toortsen van 900 deelnemers.

Scotland 2017 deel 4 (slot)

Op zaterdag in stromende regen en flinke wind de tent ingeruimd. Alles zeiknat dus. Zo nat heb ik het deze vakantie nog niet gehad bij inpakken. Tijdens rijden maakt de airco overuren, om alles beetje droog te krijgen.

Het doel vandaag is Lochaber. Ik mijd al jaren de grote camping in Fort William en verkies die kleine Blackwater, op ruim half uur rijden in Kinlochleven. Fantastische camping. Tegen het einde van de middag is het een genot om te kijken naar de wandelaars die de West Highland Way lopen en doodmoe aan komen lopen. De meesten gaan de volgende dag verder, dus feesten tot diep in de nacht is er niet bij. Zelfs jeugdgroepen doen het hier rustig aan.

Zondag de kerkdienst bijgewoond in de Duncansburgh Macintosh, hartje Fort William. Dit jaar 35 jaar gelden bezocht ik de McIntosh Memorial church, een van de twee voorlopers van deze uit 2007 daterende fusiegemeente, voor het eerst. Veel mensen vanochtend in de kerk menen me te herkennen: U kwam jaren geleden toch al in de McIntosh? Leuk. Ook de hernieuwde kennismaking met organiste Mae.

Met de vroegere predikant van de McIntosh, Rev. Alan Ramsay heb ik nog steeds contact. Later in de week breng ik hem bezoek.

(Verhaal gaat verder onder het filmpje)

Peters RockDeze week heb ik nog twee wandelingen op mijn programma staan. De eerste is naar Peters Rock, op Rannoch Moor/Corrour Estate. Op Peters Rock is een plaquette aangebracht, ter herinnering aan Peter Trowell, de beheerder midden jaren zeventig van de vorige eeuw van de jeugdherberg Loch Ossian. Hij verdronk in het loch. I have a friend a songDe plaquette heeft een tekst die al jaren mijn levensmotto is:

I have a friend a song and a glass
Gaily along lifes road I pass
Joyous and free out of doors for me
Over the hills in the morning.

De tweede wandeling is ook al zo’n jaarlijks terugkerende tocht: Glen Nevis. Het leuke is dat het altijd wel druk is, maar – na de bergwand te zijn gepasseerd – de meeste wandelaars op het eerste ‘veld’ blijven, bij de waterval en de staaldraadbrug. Wie afbuigt en een uurtje doorloopt, heeft de rest van de glen helemaal voor zichzelf.

Beide wandeldagen is het zeer warm. Heel gek: na terugkomst uit Glen Nevis en gedoucht te hebben, zoek ik – net als medekampeerder – de schaduw op… Ongelooflijk, op zoek naar de schaduw in Scotland.

(Verhaal gaat verder onder het filmpje)

De ‘break’ in de terugreis is in Dunbar. Met het oog op mogelijke files of wegwerkzaamheden durf ik het niet aan de rit Kinlochleven naar Newcastle in één dag te doen De vrienden in Edinburgh zijn nu zelf op vakantie en de camping in Edinburgh (Mortonhall) is met bijna 30 pond per nacht op het onbeschofte af  duur te noemen. Camping in Dunbar heeft niet veel te bieden, maar de faciliteiten zijn prima. Bij goed weer kan ik de volgende ochtend op mijn dooie akkertje alles goed opruimen, zodat uitladen in Gouda ook beetje snel kan verlopen.

Uiteraard aan boord van de veerboot mij het buffet weer goed laten smaken. De vissige dingen, kaas en toetjes spoel ik weg met een heerlijke Chablis. Ook het full English breakfast, uitgebreid met Danish pastries, gaat er zaterdagochtend goed in.

Thuis uitpakken, opruimen en mij gestelijk voorbereiden op het werk, maandagochtend.

 

sunset King of Scandinavia

Scotland 2017 deel 3

Na bijna een week op Orkney te hebben doorgebracht, is het tijd om naar Applecross te gaan. Altijd weer heerlijke autorit over de heuvels van Caithness, Sutherland en Easter Ross. En natuurlijk de haarspeldbochten omhoog en omlaag op het laatste stukje van de rit.

Applecross haarspeldbochtenDat laatste is een van de twee redenen voor het jaarlijkse bezoek aan Applecross. De tweede reden is de Applecross Inn. Een zeer populaire bar/restaurant. Zeer goede keuken, vriendelijke bediening en altijd wel iemand om mee te Kletsen.

Deze zondagsavond ga ik er niet heen. De camping is barstensvol, dus het zal in de pub wel niet anders zijn.

De maandag levert prachtig weer op. Alle reden dus voor een mooie wandeling. Een tocht op de Coulin Estate in Wester Ross gaat wegens groot succes in de afgelopen jaren, in de herhaling. Ik word niet teleurgesteld. Het verbaast me dat er niet zoveel wandelaars zijn. Vissers (op forel, denk ik) wel. Nou ja, een stuk of vijf. Welk een stilte. Wat vogels, de wind, kabbelend water en dan heb je het wel gehad.
Nee, geen ‘oortjes’ in. Net als tijdens de autorit hierheen en terug heb je hier voldoende aan de schoonheid van Schotland.

(Verhaal gaat verder onder het filmpje)

 

Applecross InnDeze avond wel de pub in. Het is toch druk. De eigenaresse, die ziet dat ik alleen ben, vraagt me even geduld te hebben. Ik zeg dat ik geen haast heb en eerst en pint neem. Een paar tellen later haalt ze het bordje ‘reserved’ weg en laat me aan een 4-persoonstafel plaats nemen. Dat betekent wel dat er later nog een paar vreemden kunnen aanschuiven. Dat gebeurt ook: een stel uit Perth en even later nog een man van Orkney. Binnen de kortste keren ontstaat een geanimeerd gesprek. ,,Dat zie ik graag’’, zegt de eigenaresse even later.
Een van de tafelgenoten bestelt als toetje en kaasplankje en biedt me wat kaas aan. Lachend zeg ik dat ik uit Gouda kom en dus alleen Goudse kaas wil en dat zal men hier wel niet hebben. ,,Wacht even’’, zegt de eigenaresse die dat hoort. Ze loopt naar de keuken en komt terug met belegen Goudse en een stuk Leidse kaas. Ze snijdt wat af en geeft me dat. Zo aardig. Ik leg haar uit waarom Leidse kaas Leidse kaas heet. Applecross bay zonsondergangDe volgende dag, als ik Applecross weer verlaat, rijd ik nog even langs de pub en geef de vrouw een pakje Echte Goudse Kamphuijsen stroopwafels. Dat wordt op prijs gesteld, merk ik.

Het volgende doel is Skye, het eiland dat ik elk jaar bezoek. Belangrijk wandeldoel dit jaar is Fairy Pools. Vorig jaar voor het eest gelopen hier, maar toen met bewolking en zelfs flinke regen. Dus op de eerste de beste zonnige dag vroeg uit de veren, om naar dit fraaie stukje van Glenbrittle te gaan, vóór de busladingen andere wandelaars komen.
Eindelijk mooie foto’s en filmpje kunnen maken van de watervallen en -bekkens.

Voordeel van een vroege tocht is dat er tijd genoeg overblijft voor een tweede trip. Dat wordt Point Neist, in het noordwesten van Skye. Point NeistBij de vuurtoren ben ik al vaak gewest, maar vorig jaar heb ik een plateau ontdekt waar het heerlijk toeven is. Ook nu met de heerlijke zon is het er fraai wandelen en gewoon zitten.

De andere dagen laat het weer te wensen over en maak ik alleen wat autoritten. In de pub tegenover de camping (Seumas bar) krijg ik de ene avond twee jongens uit Engeland aan mijn tafeltje. Zij zijn hier voor het echte bergwerk, zoals abseilen. Leuk om hun verhalen te horen en hun kennis te horen van het eiland.
De tweede avond een stel uit Nederland: Ruud en Lotte. Voor hem het eerste bezoek aan Schotland en voor haar de tweede keer. Zij is dol op papegaaiduikers, dus ze kan niet stuk bij mij…

Dit was de derde vakantieweek. Het laatste verslag komt eind volgende week met het bezoek aan Lochaber en Rannoch Moor

 

Scotland 2017 deel 2

Is er een betere plek om geheel tot rust te komen dan… Bijna tien jaar geleden zou ik – toen geheel terecht – Glen Affric hebben genoemd. Klein dorp, rustige camping sfeervolle pub, prachtige natuur waar je je echt alleen kunt voelen. Maar sinds ik Orkney heb ontdekt, zeg ik Deerness.

Orkney is prachtig. Veel historie. Verwijzingen naar de tijd van eeuwen her. Vikingen alom. En van eeuwen daarvoor. Al bijna 5000 jaar geleden woonden hier mensen. De bewijzen zijn volop aanwezig. Mooi om te zien en om de historie in je op te nemen.

Maar na een dag rondzwalken, wil je en rustplek. En die heb ik jaren geleden bij toeval ontdekt: Deernees. Geen dorp, maar een gebied, op ongeveer een half uur rijden van de hoofdplaats Kirkwall. Ik kampeer op het grasveld naast het dorpshuis. tent DeernessGoedkope plek, maar meer nog een zeer stille plek. Het meeste verkeer op de uiteindelijk doodlopende weg is ‘s morgens het forensenverkeer richting Kirkwall en ‘s avond de terugkeer. Verder wat landbouwverkeer. En verder musicerende vogels en de wind.
Dorpshuis zelf biedt alles wat je als kampeerder uiteindelijk maar nodig hebt: beschutting, toilet en douche. En natuurlijk geen misdaad. Hier kun je je hele hebben en houden nog in je tent achterlaten als je overdag weg gaat. En ook als je gaat douchen, hoef je je auto niet af te sluiten. Diefstal lijkt hier niet te bestaan.

Ring of BrodgarBen hier een week en het verveelt na al die jaren nog geen moment. Zoveel te zien, zoveel te horen, te ervaren… Uiteraard mag de Ring of Brodgar niet ontbreken op het lijstje met te bezoeken attracties.

En welk een genot is een wandeling van bijna vier uur bij Yesnaby. Zover het oog rijkt geen mens te zien. Ben weer zo onder de indruk van dit kustgebied, dat als ik ga zitten in het veld, de tijd voorbij vliegt. Als ik op klokje van telefoon kijk, is er zomaar uur verstreken.

(Verhaal gaat verder onder de filmpjes)

 

Later op de dag geniet ik van de zon aan een baai. Prachtig uitzicht. Een  genot. Er staat een bankje met een inspirerende tekst:

I leave few footprints on the sand for stormy seas to wash away.
I take with me the breadth of sky and seas of unimaginable blue.

bankje Orkney

Op weg naar kampeerveld, moet ik door Kirkwall. Wel handig, want er moet eten ingeslagen worden. Maar wat een (verkeers)drukte hier…
Ben de volgende ochtend blij als ik weer een mooie, stille bestemming heb gevonden, zoals Orphister. En bij Houton ferry hoor ik ineens folkmuziek, in een tuin bij huis is een bandje aan het repeteren. Een genot om te horen op deze zonnige namiddag.

Magtnus cthedralOK, ook even de toerist uitgehangen. Vrijdagmiddag in Kirkwall de St. Magnus Cathedral bezocht. En door het centrum gewandeld. Blijft een leuke stad.

Het blijft lang licht, maar het wordt snel koud. De passagiersstoel die als woonkamer dienst doet, maakt allengs plaats voor de slaapzak. En met het geluid van nog een paar late vogels, val ik al snel in slaap. Meer nog dan Glen Affric is dit allemaal tot rust komen. Wat heb ik daar naar verlangd.
Gelukkig is de ferry naar vasteland Scotland op de courante uren zaterdag vol, dus mag ik nog dag langer hier blijven.

De volgende stop is Applecross. Daarover meer in de volgende aflevering,

Scotland 2017 deel 1

Vrij standaard vakantieprogramma. Saai? Niet voor mij. Heerlijk bekende plaatsen weer bezoeken en nieuwe elementen daar ontdekken. Zijn die er dan nog na 35 jaar Scotland Ruud? Jazeker. Op Skye ( daarover meer in een van de volgende artikelen) heb ik pas vorig jaar de Fairy Pools (daarover in een volgend vakantieverhaal in deze reeks) ontdekt.

De eerste dagen zijn vrij standaard. Uiteraard een heerlijke overtocht met DFDS Seaways/Scandinavian Seaways. Heerlijk gedronken en gegeten. Een fantastisch begin van d vier weken durende reis.

In Edinburgh lekker gegeten met K. en L. Hadden ze nog tegoed van me. In mei heb ik week bij ze gelogeerd, toen ik week kerkconferentie bijwoonde als afgevaardigde uit Europa.

Maandag begint de vakantie dan echt. Zodra ik na lange rit via Inverness de drukte achter me laat, om te genieten van de rust en de natuur. glen affric roadHet is hier altijd thuiskomen. De schoolvakanties zijn nog net niet begonnen in Scotland, dus mijn Highland Woodland Camping in Cannich s nog een oase van rust. Zodra ik ’s avonds over pad naar deur van de pub Slaters Arms loop, krijg de landlord mij in het oog. Pakt een pintglas en begint alvast mijn bier in te schenken. Hij weet nog van vorig jaar wat ik drink. Thuis dus…

De eerste week is vooral uitrusten. Veel slapen, niet teveel moeten van mezelf. Bijna dagelijks ff paar uurtjes Glen Affric in en zomaar een uur langs de waterkant zitten, bij de waterval. Fantastisch.Glen Affric water

De werkelijkheid gebiedt me te zeggen dat Nederland nooit ver weg is. Dankzij wifi op de camping kan ik twitter, facebook, mijn eigen krant, webmail en wat al niet meer blijven volgen. Ik stuur zelfs nog wat mail en tips naar collega’s en het overleg over het reisschema voor kort bezoek aan Lausanne in oktober gaat ook door.

(Verhaal gaat verder onder de filmpjes)

 

 

Slechts twee keer kan ik het niet laten even naar Inverness te gaan. Boodschappen, goedkoop tanken (1,10 pond per liter, omgerekend 1,26 euro) en natuurlijk bezoek aan Starbucks.

Glen OrdEen spiritueel uitje is het herhalingsbezoek aan de distilleerderij van Glen Ord in Muir of Ord. Even genipt van de Singleton Glen Ord. De enige malt van deze distilleerderij en buiten de in huis shop, alleen verkrijgbaar in Azië.

In de volgende aflevering bezoek aan Dornoch en het verblijf op Orkney.

Slaìnte!