Beetje oog in oog met mijn allereerste auto

Midden jaren zeventig kocht ik mijn eerste auto. Een derdehands, maar wel een gaaf voertuig: Daf 55 Coupé.

Derdehands, want nog weinig geld als beginnend journalist. Het betekende wel bevrijding het openbaar vervoer. Er reden nog niet zoveel treinen als nu, dus om op tijd op de redactie te zijn, moest ik al voor 07.00 uur naar het station in Gouda. En eenmaal in Amsterdam nog met de tram naar het Leidseplein en dan nog wat lopen naar de Tesselschadestraat.

Al met al een reis van ongeveer anderhalf uur. De auto bracht me in iets meer dan een uur via Alphen aan den Rijn (N207) en dan afwisselend via Leimuiden en de A4/A10 of via Nieuwkoop/De Kwakel (N201)  naar het centrum van 020.

Het reed echt snel aan. Snelheidscontroles waren er niet of nauwelijks en de Daf kon een hoge snelheid halen. Leukste was de route via De Kwakel, omdat je dan bij de oprit van de A4 stond te wachten voor het verkeerslicht en er heel laag een landend vliegtuig voor Schiphol over je heen kwam en de auto flink schudde. Altijd weer leuk.

Waarom ik deze herinnering ophaal? Vandaag op vrije dag met troosteloos weer heb ik twee musea in Eindhoven bezocht, waaronder het DAF museum.
Het merendeel van de bezoekers kwam er in elk geval deze dag voor de vrachtauto’s. Mijn aandacht ging uit naar de personenauto’s op de eerste verdieping. Zag er de DAF 33 zoals mijn broer en mijn vader die hebben gehad en mijn 55 Coupé.

Nou ja, niet echt de mijne, want die is later in de jaren zeventig bij de sloper beland. Wel hetzelfde type, niet de kleur die ik had: oker. Zag in de tentoonstelling wel een qua uiterlijk eenduidige uitvoering, de 66 Coupé in die kleur. Dus met beide voertuigen op mijn netvlies, stond ik toch een beetje naar mijn allereerste auto te kijken. Jammer dat ik er niet even in mocht zitten.

Nostalgie, maar verder niks. Die DAF had geen elektrisch bedienbare ramen, een radio heb ik later laten inbouwen, net als achterruitverwarming. En airconditioning, climate control en cruise control bestonden nog niet.

Toch heb ik veel plezier gehad van dat voertuig. Het bracht me op plekken die met het ov of de fiets niet bereikbaar waren.

Evoluon

Het tweede museum vandaag had ook iets nostalgisch: het Philips museum.
Grappig om de oude toestellen zoals een van de eerste stofzuigers en scheerapparaten te zien; het begin van de gloeilamp en meer ouwe meuk.

En een van de eerste draagbare cassetterecorders. Ouderen onder de lezers zullen hem bij het zien van de foto links misschien wel herkennen.

Nostalgie, omdat ik ook gelijk moest terugdenken aan het Evoluon, het prachtige tentoonstellingsgebouw van Philips dat de gelijkenis heeft met een vliegende schotel. Las ergens dat binnenkort je er als bezoeker weer terecht kunt. Ga ik zeker doen.

Zag in een van de vitrines nog een draagbare radio in de vorm van het Evoluon. Die heb ik zo’n vijftig jaar geleden daar ook gekocht. Misschien ligt die nog wel in een doos die sinds de verhuizing naar mijn huidige woning begin 1983 nog nooit is uitgepakt.
Toch maar eens op zoek gaan.

Schepen Ahoy!

In Harlingen me vandaag vergaapt aan de Tall Ships die er liggen afgemeerd. Prachtige historisch ogende, maar vaak moderne zeilschepen.

Ze liggen hier afgemeerd als tussenstop van de Tall Ships Races maar in Harlingen is er direct een groot evenement omheen gebouwd.  Een aantal van de schepen mag bezocht worden. Dus aan boord, trappetje op, trappetje af. Samen met de duizenden andere bezoekers. 

Vanaf de wal is een schip al een plaatje om te zien, maar aan boord kan er oog zijn voor details, zoals de houten haken waar de touwen van de zeilen aan worden vastgezet.
De manier waarop op dek de touwen netjes in een cirkel liggen opgerold. Koperen relingen… Alles straalt uit dat de eigenaars en bemanningen trots zijn op hun tall ships.

Schepen uit binnen- en buitenland. Zelfs uit het sultanaat Oman, de Shabab Oman II. Dan kijk je naar het infobord en zie je dat dat schip wel in Nederland is gebouwd.

Doedelzak

De bemanning van dit tall ship een waar feestje bouwt om hu aanwezigheid luister bij te zetten. Begeleid door een doedelzak (ja, die komt nu eenmaal van oorsprong niet uit Schotland) gaan ze al dansend op weg naar een middenterrein op de haven voor een touwtrekwedstrijd (tegen de bemanning van de Dar Mlodziezy uit Polen.

Dat Oman verliest is geen reden om weer al dansend op muziek terug te keren naar hun schip. Ook daar wordt later op dek nog een show van dans en muziek gegeven voor het publiek dat er in groten getale voor blijft staan kijken.

Harlingen is de perfecte plek voor een evenement als dit. Compact havengebied, maar voldoende ruimte (ook in de binnenstad trouwens) om zoveel schepen te herbergen.
En uiteraard ook voldoende ruimte voor het randprogramma (muziek van dj’s en dergelijke, kramenmarkt, presentatie van bijvoorbeeld de reddingsmaatschappij KNRM, activiteiten voor kinderen, eet- en drinktentjes) waarvan ik alles (op een lekkere smoothie na) aan me voorbij heb laten gaan.

WhatsApp
Bezoek gepland na bericht op WhatsApp van vrienden K+K, die met hun eigen boot door Friesland toeren en deze dag naar Harlingen zouden gaan om het evenement te bezoeken. Spontaan bedacht vandaag heen te gaan. 

Je moet er wel wat voor over hebben om er van Gouda heen te gaan. Gewoonlijk kun je elk uur met één trein van de NS van Gouda naar Leeuwarden en dan het laatste stuk naar Harlingen met een andere vervoerder (Arriva), maar niet vandaag.
Vanwege werkzaamheden aan het spoor is de reis in zes (!) delen geknipt, inclusief een 20 minuten durende busrit van Zwolle naar Meppel. Maar ach, het is zaterdag, de zon schijnt en er ligt een leuk evenement in het verschiet…

Natuurlijk met K+K in de loop van de middag twee keer een terras opgezocht. Op het eerste een Vlaams Paard van de hier gevestigde havenbrouwerij Het Brouwdok en later op het andere – je bent in Friesland of je bent het niet – Berenburg.
Al met al een fantastische dag!

Bekijk hieronder een korte filmimpressie:

Lang weekeinde Duitsland

Weekeinde Duitsland

Een lang weekeinde kerkvergadering in Bochum (Duitsland, Noordrijn-Westfalen). Leuk, want de enige kerk in Europa waar ik voor de International Presbytery van mijn kerk (Church of Scotland) nog nooit ben geweest.

De rit naar Bochum verliep afgelopen donderdag niet zoals gepland. Een vrachtauto had bij Oberhausen geen erg in zijn hoogte en ramde een spoorviaduct. Bij Arnhem moest mijn ICE dus omrijden via Den Bosch en Venlo richting Duitsland.
Tijdverlies door het omrijden en het wachten (bijna half uur) tot Prorail een gaatje had gevonden in het spoorrooster.
In plaats van 17.50 dus pas om 19.45 uur. En vanaf Venlo eerst met boemeltje naar Mönchengladbach, om laatste half uur nog even van de relaxte zit in een ICE te genieten.

Het was wel weer even wennen: in Duitsland zijn in het ov (en sommige gebouwen) het dragen van een mondkapje nog verplicht. En die fijne, stoffen van mijn werkgever werden niet getolereerd door de strenge toezichthouder in de regionale trein. Het moest de officiële FFP2 zijn Tja, die had ik uiteraard niet bij me. Colelga-toeizchthouder wel en die bood me er een aan, ,,omdat ik vandaag in een goerde bui ben…

Gelukje: hotel waar ik overnachtte dit weekeinde is vlak achter het station. Snel opfrissen dus en met predikant en zijn echtgenote die dezelfde rit maakten op etensjacht. Die gevonden – op loopafstand – in het Italiaanse restaurant Farina. Heerlijk op terras gezeten en genoten van een fantastische Carbonara. Die maaltijd weggespoeld met een frisse, droge Riesling. Niks mis mee om een reisdag zo te besluiten.

Het Ibis-hotel biedt kamers van het formaat schoenendoos, maar alles wat je nodig hebt zit er in. Zeer goed bed, goede douche. En een fantastisch ontbijtbuffet: boord, broodjes voldoende soorten beleg, uitstekende koffie en scrambled eggs (helaas geen bacon). Voor iemand zoals ik die niet luncht, genoeg om het daarna tot het avondeten uit te zingen.

Bratwurst

Vrijdag en zaterdag is goeddeels gevuld met vergaderen in het kerkgebouw naast de Pauluskirche, iets meer dan tien minuten lopen van het hotel.
Met de inhoud vermoei ik mijn lezertjes niet. In de avond echt Duits eten: bratwurst met een goede currysaus, klaargemaakt op de barbecue op het plein tussen de twee gebouwen.

O ja, en heerlijke Bochumse bieren: Moritz Fiege en Moritz Bernstein. Zeer ontspannen sfeer. Nodig ook wel, want vanwege corona hebben predikanten, ouderlingen en anderen elkaar niet in het echt kunnen ontmoeten.

Het middagprogramma van de vergaderagenda ging vlotter dan gepland. Dat betekende dat enkele ontwerpen naar voren konden worden gehaald. En dat had weer tot resultaat dat de zaterdagmiddag ineens ter vrije besteding was.

Mooie gelegenheid om onder een strakblauwe lucht van Bochum te genieten. Groot geworden door de mijnbouw, maar daar herinnert alleen een museum nog aan. Modern centrum naast de altstadt, met de St. Peter en Paul’s Propstei kerk (gebouwd door keizer Karel de Grote).

Heel bijzonder is de passage onder het spoor vlakbij hotel. Met neonverlichting staat er Wohin is verschillende talen (ook in het Nederlands). En als je de andere kant uitloopt staat er Woher (waar vandaan). Bijzondere manier om een saaie passage een vrolijk aanzien te geven. Zie de foto boven dit verhaal.

Groot nadeel van Bochum en de rest van Duitsland naar ik begreep, is dat je in veel winkels niet met je Nederlandse Visa-card of bankkaart kunt betalen. De terminals weigeren die steevast. In het land van de Europese Centrale Bank kun je dus niet met je pas betalen en moet je eerst een geldautomaat zien op te sporen (die zijn er gelukkig volop) om cash te halen.

Catering

Het zaterdagavonddiner dit keer niet in een restaurant. Er was catering geregeld (rekening man, zoals altijd met het avondeten op zaterdag tijdens de classis-weekenden) en vanwege het mooie weer kon dat opnieuw op het ‘kerkplein’. Opnieuw volop gelegenheid om bij te praten en bij mijn vertrek naar het hotel kort voor middernacht was het nog steeds niet koud buiten.

Zondag pas om 12.30 uur kerkdienst, omdat de Pauluskirche niet van de English Speaking Congregration (ECC) is, maar wordt gehuurd van de Protestantse kerk. Genoeg tijd dus om tussen ontbijt en inpakken en kerkdienst nog even van de zon te genieten. Na de kerkdienst voldoende gelegenheid om leden van de ECC te ontmoeten.

Blij dat na corona de International Presbytery van mijn kerk weer ‘in person’ bijeen kon zijn. Het volgende classis-weekeinde is in oktober in Boedapest.

Je kan het dak op

Je kan het dak op. Ja, dat kan tot ergens in de loop van deze maand in Rotterdam.

De Rotterdamse Dakendagen (‘Roof Top Walk’) geven je de gelegenheid om van de ene kant van de Coolsingel naar de andere kant te lopen door de lucht. Of, ok het wat uitgebreider te maken van de kant van het  World Trade Center (WTC) bij de verhoging van de Koopgoot naar de Bijenkorf en andere daken tot de rand van de parkeergarage op de hoek van de Aert van Nesstraat met de Hennekijkstraat.  

Wie het zo leest of op tv of in de krant heeft gezien/gelezen, lijkt het iets van 10 – 15 minuten, omdat je vooral de oversteek over de Coolsingel ziet.
De wandeling door de Rotterdamse lucht is echter groter.

Moestuin
OK, misschien niet direct aan de kant van het WTC, maar temeer aan de overzijde. Wandelend over de daken van de gebouwen (want daar gaat het over bij de Rotterdamse Daken Dagen) leer je ook wat we met daken kunnen doen. Zeker in Rotterdam.

Een plat dak een plat dak laten, of er een moestuin maken, een plantenrijke stadstuin of simpel iets met sedum. De mogelijkheden zijn legio. En niet alleen ‘groen’. Daken kunnen ook gebruikt worden om iets als sport en spel toe te voegen.

Ik geef toe. Ik ging vooral al die trappen naar het hoogste punt (Coolsingel, 29,5 meter) op om vanaf grote hoogte de Erasmusbrug te kunnen zien, het stadhuis, de fontein op het Hofplein en mijn kerk (helaas verstopt achter de hoogbouw).

Los van dit alles: ik heb een fantastische ochtend beleefd op hoogte in mijn geboorte- en kerkstad Rotjeknor!

Dakkapel
Prachtige vergezichten, maar de inzichten om daken te vergroenen (Rotterdam schijnt daarin een grote voorloper te zijn in de praktijk) is geweldig. Naar ik van de aannemer van mijn huisbaas heb begrepen krijg ik een nieuw dakkapel. Misschien een goed moment dan te pleiten voor sedum op het dak.

OK, ik geef toe dat het dak van een dakkapel maar een heel kleine bijdrage is, maar alle kleine beetjes helpen. Toch?

Hieronder een filmpje van vandaag.

Wind in de zeilen

Heerlijke middag gezeild op de Wijde Ee bij Grou op het Ljouwerter skûtsje. De windverwachting voor Grou was met 3 niet erg hoog, maar eenmaal op het water bleek er toch iets meer wind te staan.

Donateurszeilen heet het en is een activiteit van de stichting Ljouwerter skûtsje te bedanken voor hun steun voor het schip en de support tijdens de wedstrijden. Afgelopen paar jaar ging het door corona niet door, maar nu kon het eindelijk weer. En dat was te merken aan de belangstelling.

Het weer werkte dan ook mee. Niet alleen de goede wind om te zeilen, maar ook de zon en de aangename temperatuur. Uren lang genieten op het water.

Tijdens het zeilen steeds vanaf het dek kunnen opkijken naar het grote zeil dat een afmeting heeft van 110 vierkanter meter, met de Leeuwarder leeuw fier bovenin! En natuurlijk van al het fraaie houtwerk aan boord. Een genot om te zien. Het is een eind rijden van Gouda naar Grou, maar dan heb je ook wat.

Leuk om bemanning en bestuur van het skûtsje te ontmoeten en te horen wat er de afgelopen twee jaar allemaal is gedaan aan het skûtsje zelf en aan het volgschip de Vrouw Nieske. OP dat laatste natuurlijk genoten van enkele glaasjes Berenburg.

Opmaat
De donateursdag is voor mij ook de opmaat naar de SKS-wedstrijden waarin ‘ons’ skûtsje het op verschillende wateren in Friesland in twee weken opneemt tegen dertien andere skûtsjes.

Standaard woon ik met vrienden de eerste wedstrijd op het {Pikmeer en de Wijde Ee) bij en halverwege die op het IJsselmeer bij Stavoren.

Bestuur heeft de hoop of verwachting dat een plek bij de eerste vijf in het klassement mogelijk moet zijn. Ik ben benieuwd.

Hieronder een filmpje van het zeilen vanmiddag.

Festen is een feestje

Verrassende voorstelling vanavond in de Goudse Schouwburg: de voorstelling Festen. Monologen waarbij het doodstil is in de zaal, maar er valt ook genoeg te lachen.

Dat lachen komt vooral omdat Peter Heerschop en Viggo Waas het verhaal van de gelijknamige Deense film uit 1998 van Thomas Vinterberg onder handen hebben genomen. Niet alles is even geslaagd, maar daarover later. Het is niet de eerste toneelbewerking. Theatergroep De Ploeg zette het in 2002/2003 ook al op de planken. In Australië is er zelfs een musicalversie van geweest.

Festen (Deens voor Het Feest) handelt rond Helge die zijn zestigste verjaardag viert in het familiehotel. Zijn vrouw Else, zoons Christian en Michael, dochter Helene en vrienden verzamelen zich in het etablissement voor een groot, gezellig feest. De enige grote afwezige is dochter Linda, die kort daarvoor zelfmoord pleegde.

Tijdens het diner neemt Christian het woord voor een speech. Daarin verkondigt hij ten overstaan van iedereen dat zijn vader Linda en hem vroeger seksueel misbruikte. Het blijkt de eerste van een reeks gebeurtenissen waarin verschillende aanwezigen hun ware gezichten tonen.

In de toneelversie hebben Heerschop en Waas voor luchtige, cabaretachtige onderbrekingen, waardoor er voldoende te lachen valt. Ook komt er muziek in voor en wordt er gedanst. Die toevoegingen ontgaan mij. Kan alleen bedenken dat het is gedaan om tijd te vullen en de voorstelling langer te laten duren. Alleen het familiedansje met liedje (,,hoppa, hoppa”) is vermakelijk en voegt wel iets toe.

Al met al toch wel een fijne toneelvoorstelling, mijn lievelings genre als het op theater aankomt. Festen is een feestje.

Misschien moet ik maar eens zoeken of de film zelf nog ergens te zien is.

Nieuwe kerktaak

Vanavond officieel begonnen als consistory clerk van de Scots International Church Rotterdam (SICR).

Geen baan als in werk, maar vrijwillig kerkenwerk. Een maand of twee hiervoor benaderd. Me eerst maar laten uitleggen welke werkzaamheden er bij horen, want mijn voorganger doet zoveel in de kerk, dat ik geen onderscheid kon maken.

Na doornemen van de lijst, bleek dat groot aantal taken van mijn voorganger niet toebehoren aan de functie van consistory clerk. Na de ‘ontvlechting’ tot mij te hebben genomen, heb ik ja gezegd tegen mijn nieuwe kerkfunctie.

Consistory clerk (of scriba in Nederlandse kerken) is eigenlijk secretaris van de kerkenraad; ondersteuner van de predikant. Ben geen ouderling meer, dus geen stemrecht in de kerkenraad, net zomin als de predikant.

Nieuwe taak betekent ook nieuwe ontdekkingen. Zal best wel even duren voor het pak dat ik heb aangetrokken vanavond (na afleggen eed) mij als gegoten zit.

Hoe dan ook eervol dat ik ben gevraagd en mooi dat ik deze taak mag doen voor de kerk die al meer dan vijftien jaar mijn spirituele thuis is.

Omgekeerde Beeldenstorm

Een aanrader voor iedereen die de Beeldenstorm uit 1566 eens op een andere manier wil beleven: de altaarstukken uit de vroegere katholieke St.-Janskerk in Gouda die voor een paar maanden even ‘thuis’ zijn.

Tijdens de Beeldenstorm in 1566 werden in verschillende steden in Europa, waaronder in Nederland, religieuze beelden en liturgische gebruiksvoorwerpen in katholieke kerken verwoest. Kunstschatten idem, of ze werden verpatst. 

De St.-Janskerk in Gouda ontsprong de dans, na een dringend appèl van het toenmalige stadsbestuur. Dat ging prat op de verdraagzaamheid van de Gouwenaars. De vrijheid van de ander beschadig je niet – een belangrijke les. 

Met succes: de kunstschatten werden in veiligheid gebracht, waaronder vijf altaarstukken die later in Museum Gouda belandden. Daar zijn ze sinds 1872 (toen Gouda 600 jaar stadsrechten vierden; het jubileum werd aangegrepen als moment om de historische stukken op te snorren en samen te brengen, waaronder de altaarstukken. Zo ontstond twee jaar later het Museum Gouda) nog steeds te bewonderen.  De schilderijen van Pieter Pietersz. en Pieter Pourbus behoren tot de topstukken van het vlakbij de kerk gevestigde museum.

Gouda750

En nu zijn ze dus terug in de St.-Jan. Niet voor altijd, maar voor enkele maanden. Deze ‘Omgekeerde Beeldenstorm’ is onderdeel van Gouda750, de viering van 750 jaar stadsrechten. Doordat dergelijke monumentale schilderijen alleen in Gouda bewaard zijn gebleven, is dat uniek voor Nederland.

‘Beleef het wonder van Gouda’ heet de tentoonstelling, want dat is het eigenlijk. Een wonder is het dus ook dat al die altaarstukken bewaard zijn gebleven en nu enkele maanden de kerk meer eventjes een katholiek aanzien geven. 

En beleven doe je het ook. De altaarstukken hangen in de kerk niet aan muren, maar op plekken waar eeuwen geleden altaren stonden. In de hoogtijdagen van de katholieke functie van de kerk waren er bijna twintig (!) alteren in de kerk, waaronder her hoofdaltaar in het koorgedeelte, gewijd aan Johannes de Doper, de beschermheilige van de kerk en de schutspatroon van Gouda. Om het katholieke beeld te completren hangt er een klein beetje een wierooklucht in de buurt van een enkel altaarstuk. 

Cartons

Beleef het Wonder van Gouda is een dubbeltentoonstelling. De kapel van het museum, waar de altaarstukken gewoonlijk hangen, zijn nu werktekeningen of cartons van de gebrandschilderde ramen in de St.-Jan te bewonderen. Ook al een unieke schat van Gouda. De tekeningen zijn op ware grootte gemaakt, schaal 1:1 dus. Een bijzondere kans om ze te bewonderen in deze setting, want na de tentoonstelling gaan ze weer terug in de kluizen van de kerk.

Complimenten voor de opzet van de dubbele tentoonstelling. Zowel in de kerk als in museum is er een audiotour, een videotour met gebaren en op gezette tijden zijn er gidsen (in historische kledij) die tegen een extra bijdrage een uitleg verzorgen. Volgens mij wordt het mede door de vele publiciteit en social media een drukte van belang voor zowel kerk als museum deze zomer.

Hieronder twee filmpjes, waaronder een met meer foto’s da die ik op deze weblog laten zien vanwege ruimtebeperkingen. 

Op het dak van de kerk

Vanochtend op het dak van de St.-Janskerk in Gouda gelopen. Fantastisch. Wel wat heiig aan de horizon, dus niet al te best zicht op Rotterdam.

De wandeling over het dak is een bijkomend onderdeel van de voering Gouda 750 jaar stadsrechten.

Bijkomend, want er moest toch al een flinke steiger worden gebouwd aan de kerk vanwege renovatie kleinere toren halverwege de kerk. Door die steigers groter te maken, is er nu tot half september voor het publiek de mogelijkheid het dak te betreden,

Je moet geen hoogtevrees hebben en het weer moet je gunstig gezind zijn voor een uitzicht richting Rotterdam en Utrecht bijvoorbeeld. Maar het zicht vanaf grote hoogte op Gouda zelf en natuurlijk ook op mijn eigen huis (op steenworp afstand van de kerk) is al prachtig.

Voor 8,45 euro mag je in de kerk via de trap langs het grote orgel naar het dak en via de goot naar het platform rond het kleine torentje. Kerk werkt met een tijdslot om te voorkomen dat het te druk wordt boven. Maar eenmaal boven wordt je niet opgejaagd, je hebt meer dan voldoende tijd om om je heen te kijken en te fotograferen en te filmen.

Zo gaaf, ik ga deze zomer nog wel een paar keer naar boven.

Bekijk hieronder een filmpje van vanochtend: